Algemene Plaatselijke Verordening Leiderdorp 2020

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

apv

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-14

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Leiderdorp

Informatie

Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2020 De raad van de gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel van 14 januari 2026 , nr. Z/25/188380/436108; gezien het advies van het Politiek Forum van 1 juni 2026; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2020; b e s l u i t: Onder intrekking van de Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2020 vast te stellen de: Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2026 De Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2026 wordt als volgt vastgesteld: (Wijzigingen ten opzichte van Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2020) A. Artikel 1 (Definities) komt te luiden: Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; -beperkingen gebied activiteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; -bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; -bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; -bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; -college: het college van burgemeester en wethouders; -gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; -handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; -motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; -openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; -parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; -voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; -weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. B. Artikel 1:2 (Beslistermijn), derde lid, komt te luiden: 3.Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. C. Artikel 1:3 (Indiening aanvraag) komt te luiden: Artikel 1:3 Indiening aanvraag Voor een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen: 2:12 (Het maken en veranderen van een uitweg); 2:25 (Evenementenvergunning); 2:28 (Exploitatie openbare inrichting); 2:39 (Speelgelegenheden); 3:3 (Vergunning seksbedrijf) en 5:23 (Organiseren van een snuffelmarkt), geldt een indieningstermijn van ten minste acht weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft. D. Aan artikel 1:4 (Voorschriften en beperkingen) wordt een derde lid toegevoegd dat komt te luiden: 3.Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. E. Artikel 1:5 (Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing) komt te luiden: Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1.De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. F. Artikel 1:6 (Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing) komt te luiden: Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1.De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b.op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c.de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e.de houder dit verzoekt. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. G. Artikel 2:4 komt te luiden: Artikel 2:4 [Vervallen] H. Artikel 2:5 komt te luiden: Artikel 2:5 [Vervallen] I. Artikel 2:9 (Vertoningen op openbare plaatsen), eerste lid, komt te luiden: 1.Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. J. Artikel 2:10 (Voorwerpen op of aan de weg) komt te luiden: Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats 1.Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.Het verbod is niet van toepassing op: a.evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c.standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d.voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; 3.Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen: a.bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding aan het college is gedaan; b.driehoeksborden; c.kabels of snoeren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen, mits deze zijn afgedekt door kabelmatten; d.nader door het college aan te wijzen voorwerpen. 4.Het college kan nadere regels stellen voor de categorieën, bedoeld in het derde lid. 5.Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening Rijnland. 6.In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 7.Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. K. Artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) komt te luiden: Artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening Rijnland of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of door de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Leiderdorp. L. Artikel 2:12 (het maken en veranderen van een uitweg), titel, komt te luiden: Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg M. Artikel 2:12 (het maken en veranderen van een uitweg), derde lid, komt te luiden: 3.Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening Rijnland. N. Artikel 2:14 (Winkelwagentjes) komt te luiden: Artikel 2:14 [Vervallen] O. Artikel 2:15 komt te luiden: Artikel 2:15 [Vervallen] P. Artikel 2:16 komt te luiden: Artikel 2:16 [Vervallen] Q. Artikel 2:17 komt te luiden: Artikel 2:17 [Vervallen] R. Artikel 2:20 (Vallende voorwerpen) komt te luiden: Artikel 2:20 [Vervallen] S. Artikel 2:21 (Voorzieningen voor verkeer en verlichting), tweede lid, komt te luiden: 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. T. Artikel 2:23 (Veiligheid op het ijs), tweede lid, komt te luiden: 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. U. Artikel 2:24 (Definities) komt te luiden: Artikel 2:24 Definities 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.bioscoop- en theatervoorstellingen tenzij dit in de openlucht (of in de openbare ruimte) plaatsvindt; b.markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c.kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d.het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e.betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f.activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening; g.sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f. 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a.een herdenkingsplechtigheid; b.een braderie; c.een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d.een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e.een straatfeest of een buurtbarbecue; f.een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3.In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 75 personen; b.de activiteiten plaatsvinden tussen 8.00 en 23.00 uur; c.geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 8.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) en 82 dB(C) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d.de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e.slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object. 4.Onder geluidsniveau wordt verstaan: hetgeen gemeten wordt volgens de wijze van geluidmeten als beschreven in artikel 4:4. V. Artikel 2:25 (Evenementenvergunning) komt te luiden: Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 5 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4.De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6.Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 7.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. W. Artikel 2:28 (Exploitatie openbare inrichting), tweede lid, komt te luiden: 2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. X. Artikel 2:29 (Sluitingstijd), derde lid, komt te luiden: 3.Het is verboden een terras, als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, tussen 23.00 uur en 08.00 uur voor bezoekers geopend te hebben of daarop bezoekers toe te laten of te laten verblijven. Y. Artikel 2:29 (Sluitingstijd), vierde lid, komt te luiden: 4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijden als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid. Z. Artikel 2:29 (Sluitingstijd), zesde lid, komt te luiden: 6.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. AA. Artikel 2:32 (Handel binnen openbare inrichtingen) komt te luiden: Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. BB. Artikel 2:34b (Schenktijden door para commerciële rechtspersonen bij eigenlijke instellingsactiviteiten) komt te luiden: Artikel 2:34b Schenktijden door para commerciële rechtspersonen bij eigenlijke instellingsactiviteiten 1.Tijdens de activiteiten van de para commerciële rechtspersoon waarbij uitsluitend personen rechtstreeks zijn betrokkenen geen sprake is van een bijeenkomst van persoonlijke aard, kan door de para commerciële rechtspersoon alcoholhoudende drank worden verstrekt op maandag tot en met zondag vanaf 13.00 tot 0.30 uur. 2.Voor studentenverenigingen en studentensportverenigingen geldt de verstrekkingstijd van 13:00 tot 06:00 3.De in het eerste lid genoemde activiteiten gelden als eigenlijke instellingsactiviteiten. 4.Tot de eigenlijke instellingsactiviteiten behoren de in artikel 2:34c genoemde bijeenkomsten. CC. Artikel 2:34c (Eigenlijke instellingsactiviteiten bij para commerciële rechtspersonen), bij A onder c, komt te luiden: c.overige strikt clubgerelateerde en incidentele feesten voor leden, zoals BBQ-feesten; DD. Artikel 2:34c (Eigenlijke instellingsactiviteiten bij para commerciële rechtspersonen), bij B onder h, komt te luiden: h.overige strikt clubgerelateerde en incidentele feesten, zoals een BBQ-avond; EE. Artikel 2:39 (Speelgelegenheden), derde lid, onder b, komt te luiden: b.de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. FF. Artikel 2:41a (Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen) komt te luiden: Artikel 2:41a [Vervallen] GG. Artikel 2:41b (Betreden gesloten woning, lokaal of voor het publiek openstaand gebouw) komt te luiden: Artikel 2:41b [Vervallen] HH. Artikel 2:41c (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat) komt te luiden: Artikel 2:41c [Vervallen] II. Artikel 2:45 komt te luiden: Artikel 2:45 [Vervallen] JJ. Artikel 2:46 (Rijden over bermen en dergelijke), tweede lid, komt te luiden: 2.Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening Rijnland. KK. Aan artikel 2:48 (Verboden drankgebruik) wordt een derde lid toegevoegd dat komt te luiden: 3.Het is verboden op of aan een openbare plaats, op het openbaar water of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, alcoholhoudende drank nuttigen terwijl dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten, of anderszins overlast veroorzaken. LL. Artikel 2:48a (Lachgasverbod) komt te luiden: Artikel 2:48a [Vervallen] MM. Artikel 2:50a (Verstoring van de openbare orde) komt te luiden: Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1.Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2.Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3.Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. NN. Artikel 2:50b (Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties) komt te luiden: Artikel 2:50b [Vervallen] OO. Artikel 2:54 komt te luiden: Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1.Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a.tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aangewezen gebieden; b.in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1°.sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2°.er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3°.het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.Het verbod geldt niet: a.voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b.voor woonwagens met een woonbestemming; c.op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. PP. Artikel 2:58 (Verontreiniging door honden) komt te luiden: Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1.Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2.Ten behoeve van het onmiddellijk verwijderen zoals bedoeld in het eerste lid, dient de eigenaar of houder van een hond te allen tijde opruimmiddelen voor vaste uitwerpselen bij zich te hebben, waaronder worden begrepen plastic of papieren zakjes, een schepje dan wel andere daartoe geëigende opruimmiddelen. De eigenaar of houder van een hond is verplicht deze opruimmiddelen op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 4.Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. QQ. Artikel 2:60 (Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren), eerste lid, komt te luiden: 1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a.aanwezig te hebben; b.aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c.aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d.te voeren. RR. Artikel 2:71 (Begripsbepaling) komt te luiden: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. SS. Na artikel 2.73b wordt een nieuw artikel 2:73c ingevoegd dat komt te luiden: Artikel 2:73c Verbod commerciële vuurwerkshow 1.Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of bij een inrichting een commerciële vuurwerkshow te houden. 2.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. TT. Artikel 2:75 (Bestuurlijke ophouding) komt te luiden: Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:3, 2:47, 2:48, 2:50, 2:73 of 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven. UU. Artikel 2:78 (Gebiedsontzeggingen) komt te luiden: Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3.De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4.Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5.Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. VV. Artikel 2:79 (Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet), eerste lid, komt te luiden: 1.Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. WW. Artikel 2:79 (Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet), tweede lid, komt te luiden: 2.Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt wegens overtreding van het eerste lid kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. XX. Na artikel 2:79 wordt een nieuw artikel 2:80 ingevoegd dat komt te luiden: Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3.De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4.Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5.Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6.De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. YY. Na het nieuwe artikel 2:80 wordt een nieuw artikel 2:81 ingevoegd dat komt te luiden: Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1.In dit artikel wordt verstaan onder: a.bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3; b.beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c.exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2.De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3.Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. 4.De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a.voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b.de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c.het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d.het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e.voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f.voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g.een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h.een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a.als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b.als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c.als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d.als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e.als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f.als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 6.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7.Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 8.De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a.de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b.de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c.er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d.er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e.de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10.Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11.De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12.Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13.Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14.De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15.In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. ZZ. Aan artikel 3:3 (Vergunning) wordt een zesde lid toegevoegd dat komt te luiden: 6.De vergunning wordt verleend voor ten hoogte vijf jaar en kan ten hoogste eenmaal worden verlengd. AAA. Artikel 3:5 (Maximum aantal vergunningen voor seksinrichtingen) komt te luiden: Artikel 3:5 Maximum aantal vergunningen voor seksinrichtingen Er kan voor in totaal ten hoogste één seksinrichting vergunning worden verleend. BBB. Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1.Een vergunning wordt geweigerd als: CCC. Artikel 3:7 (Weigeringsgronden), eerste lid, onderdeel j, komt te luiden: j.de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. DDD. Aan artikel 3:7 (Weigeringsgronden), vijfde lid, wordt na onderdeel f een nieuw onderdeel g toegevoegd dat komt te luiden: g.als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend. EEE. Artikel 3:9 (Intrekkingsgronden), eerste lid, onder c, komt te luiden: c.is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, eerste of tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; FFF. Artikel 3:9 (Intrekkingsgronden), eerste lid, onder g, komt te luiden: g.de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. GGG. Aan artikel 3:14 (Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf) wordt een tweede lid toegevoegd dat komt te luiden: 2.Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. HHH. Artikel 4:1 (Begripsbepalingen) komt te luiden: Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a.Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b.inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c.houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d.collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e.incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f.geluidsgevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Besluit; g.onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; h.HMRI-99: Handleiding meten en rekenen industrielawaai, van het ministerie van VROM, uitgave 1999. III. Artikel 4:3 (Kennisgeving incidentele festiviteiten), eerste lid, komt te luiden: 1.Het is een inrichting toegestaan op maximaal twaalf dagen of dagdelen per kalenderjaar, incidentele festiviteiten te houden, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. JJJ. Artikel 4:3 (Kennisgeving incidentele festiviteiten), vierde lid, komt te luiden: 4.De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. KKK. Artikel 4:5 (Onversterkte muziek) komt te luiden: 1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Besluit binnen inrichtingen, zijn de nader gestelde regels van het college van toepassing. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3. LLL. Na artikel 4:5 wordt een nieuw artikel 4:5a ingevoegd dat komt te luiden: Artikel 4:5a Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit dier voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. MMM. Artikel 4:6 (Overige geluidhinder) komt te luiden: Artikel 4:6 Geluidcriteria 1.Bij evenementen is het verboden het maximaal toelaatbare geluidsniveau Leq,T van 80 dB(A) en 95dB(C) op de gevels van de omringende woningen te overschrijden. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 3.Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het derde lid. 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. 6.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. NNN. [VERVALLEN] OOO. Artikel 4:13 (Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke.) komt te luiden: Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a.onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b.bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c.kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d.mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2.Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. PPP. Artikel 4:15 (Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame), tweede lid, komt te luiden: 2.Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. QQQ. Artikel 4:17 (Definitie) komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. RRR. Artikel 4:18 (Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen), eerste lid, komt te luiden: 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. SSS. Artikel 5:5 (Voertuigwrakken), tweede lid, komt te luiden: 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. TTT. Artikel 5:6 (Kampeermiddelen en andere voertuigen), derde lid, komt te luiden: 3.Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. UUU. Artikel 5:13 (Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving) komt te luiden: Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2.Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3.Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a.in besloten kring; of b.door een instelling die is ingedeeld in het door het CBF vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt. 4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. VVV. Artikel 5:15 (Ventverbod) komt te luiden: Artikel 5:15 Ventverbod 1.Het is verboden te venten op door het college aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 4.Het verbod is niet van toepassing op: a.situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b.het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 5.In afwijking van het bepaalde in het eerste en vierde lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren. WWW. Artikel 5:18 (Standplaatsvergunning en weigeringsgronden), tweede lid, komt te luiden: 2.Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. XXX. Artikel 5:18 (Standplaatsvergunning en weigeringsgronden), derde lid, komt te luiden: 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a.als de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b.een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. YYY. Artikel 5:20 (Afbakeningsbepalingen), eerste lid, komt te luiden: 1.Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. ZZZ. Artikel 5:21 komt te luiden: Artikel 5:21 [Vervallen] AAAA. Artikel 5:23 (Organiseren van een snuffelmarkt), derde lid, komt te luiden: 3.De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. BBBB. Artikel 5:24 (Voorwerpen op, in of boven openbaar water), derde lid, komt te luiden: 3.De verboden zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening Rijnland of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Leiderdorp. CCCC. Artikel 5:25 (Ligplaats vaartuigen), derde lid, komt te luiden: 3.Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening Rijnland of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. DDDD. Artikel 5:28 (Beschadigen van waterstaatswerken), tweede lid, komt te luiden: 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. EEEE. Artikel 5:30 (Veiligheid op het water), tweede lid, komt te luiden: 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. FFFF. Artikel 5:32 (Crossterreinen) komt te luiden: Artikel 5:32 Crossterreinen 1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2.Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.het voorkomen of beperken van overlast; b.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c.de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren. GGGG. Artikel 5:33 (Beperking verkeer in natuurgebieden) komt te luiden: Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig een bromfiets, een fiets of een paard. 2.Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.het voorkomen van overlast; b.de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c.de veiligheid van het publiek. 3.Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d.van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e.voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen; 4.Het verbod is voorts niet van toepassing: a.op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b.binnen de bij of krachtens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel; 5.Het is verboden een voertuig te parkeren of aanwezig te hebben in een recreatiegebied in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied. 6.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste en het vijfde lid gestelde verbod. 7.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. HHHH. Artikel 5:34 (Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken), eerste lid, komt te luiden: 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. IIII. Artikel 5:34 (Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken), tweede lid onder b, komt te luiden: b.sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; JJJJ. Artikel 5:34 (Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken), vijfde lid, komt te luiden: 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. KKKK. Artikel 6:5 (Overgangsbepaling) komt te luiden: Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. LLLL. Artikel 6:6 (Inwerkingtreding) komt te luiden: Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. MMMM. Artikel 6:7 (Citeertitel) komt te luiden: Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2020. Artikel II Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Leiderdorp 2020. Artikel III Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Leiderdorp op 8 juni 2026, de griffier, mevrouw H.K.B. Fobler de voorzitter,mevrouw T.C.M. Struik

Categorie: apv

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Algemene Plaatselijke Verordening Leiderdorp 2020"

apv

apv

Algemene Plaatselijke Verordening Leiderdorp 2020

apv

apv

Nadere regels Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland 2026

mededelingen

mededelingen

Beleidsregels kabelgoten voor het opladen van elektrische voertuigen gemeente Zoeterwoude

mededelingen

mededelingen

Reglement Mandaat-, machtiging- en volmachtbesluiten 2014

mededelingen

mededelingen

Hotspots viering 750 jaar Zoeterwoude en de NAVO-top

omgeving

omgeving

Benoeming lid van de provinciale staten van Zuid-Holland

lokaal nieuws

lokaal nieuws

Maak uw tuin deze zomer groener én koeler

lokaal nieuws

lokaal nieuws

Gemeenteberichten week 28

lokaal nieuws

lokaal nieuws

Burgemeester Fred van Trigt: 'Dank u wel!'

lokaal nieuws

lokaal nieuws

Gemeente verwijdert vaartuig uit water aan de Noordbuurtseweg

lokaal nieuws

lokaal nieuws

Werkbezoek minister Elanor Boekholt-O’Sullivan

omgeving

omgeving

Verlenging beslistermijn voor het realiseren van een dakkapel aan Palmkool 19, 2394 KJ Hazerswoude-Rijndijk