Beleidsnota Misbruik & oneigenlijk gebruik gemeente Woudenberg
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-10-09
Gepubliceerd door
Gemeente Woudenberg
Informatie
Beleidsnota Misbruik & oneigenlijk gebruik gemeente Woudenberg 1. Inleiding Dit beleid beschrijft de aanpak van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) binnen de gemeente Woudenberg. Het legt de kaders vast voor preventie, toezicht en handhaving met betrekking tot gemeentelijke middelen en regelingen. De basis voor dit beleid ligt in de wettelijke verplichtingen en bestuurlijke richtlijnen zoals opgenomen in de Kadernota Rechtmatigheid 2025 en de Gemeentewet. 1.1 Aanleiding Rechtmatigheid is een fundamenteel principe van goed bestuur en houdt in dat wet- en regelgeving correct worden nageleefd. Voor de gemeente Woudenberg betekent dit dat gemeentelijke middelen rechtmatig worden ingezet en verantwoord worden besteed. Vanaf het boekjaar 2023 is het college van B&W zelf verantwoordelijk voor de verantwoording aan de gemeenteraad over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Misbruik en oneigenlijk gebruik zijn belangrijke rechtmatigheidscriteria, zoals vastgelegd in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). In de rechtmatigheidsverantwoording doet het college een uitspraak over de mate waarin misbruik en oneigenlijk gebruik worden voorkomen en bestreden, en in hoeverre de getroffen maatregelen effectief zijn. De Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) adviseert gemeenten om een integraal M&O-beleidsstuk op te stellen en dit door het college te laten vaststellen. Voor Woudenberg betekent dit een structurele aanpak van M&O binnen de gemeentelijke processen en beleidsuitvoering. 1.2 Overkoepelend kader Deze nota legt het overkoepelende beleid en de kernprincipes vast voor het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen. Dit beleid biedt een kader voor controle en sancties, benoemt risicogebieden en beschrijft hoe M&O-beleid binnen de bedrijfsvoering kan worden geïntegreerd door middel van beheersmaatregelen. De uitvoering van het overkoepelende M&O-beleid vindt plaats binnen specifieke regelingen, verordeningen en processen. Risicogebieden omvatten onder andere het Jeugd en Wmo, werk en inkomen (uitkeringen en voorzieningen), vergunningverlening en handhaving, integriteit van relaties, belastinginkomsten, identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen, subsidieverstrekking en inkoop/aanbesteding. De inzet van beheersmaatregelen, zoals regelgeving, voorlichting, controle en sancties, kan variëren van streng tot gematigd, of zelfs afwezig zijn, afhankelijk van het risicogebied. De meeste regelingen zijn gebonden aan wettelijke eisen en minimumnormen voor fraudebestrijding. Binnen het M&O-beleid is het echter mogelijk om aanvullende maatregelen te nemen om misbruik en fraude verder tegen te gaan. 1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2: de definities en uitgangspunten van het M&O-beleid; Hoofdstuk 3: een overzicht van het M&O beleid; Hoofdstuk 4: de risicogebieden alsmede de intensiteit waarmee maatregelen per gebied worden ingezet; Hoofdstuk 5: M&O van data; Hoofdstuk 6: de verantwoording in de gemeentelijke P&C cyclus. Hoofdstuk 2. Definities en Uitgangspunten In de Kadernota Rechtmatigheid 2025 heeft de commissie BBV de volgende definities van misbruik en oneigenlijk gebruik opgenomen. 2.1 Definitie misbruik: Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel onterecht overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen, of een te laag bedrag aan heffingen te betalen, wordt beschouwd als misbruik. Dit betreft bewuste misleiding om onrechtmatig of onwettig financieel voordeel te behalen. Misbruik kan worden gelijkgesteld aan fraude, waarbij overheidsgelden op oneigenlijke wijze worden verkregen. 2.2 Definitie oneigenlijk gebruik: Het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving (dus niet in strijd met de wet) maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Anders gezegd: het vinden van de “mazen” in de wet. De beheersmaatregelen die daarbij passen zijn: handhaving, voorlichting, analyse toepassen en actualisering wet- en regelgeving. Misbruik is dus onrechtmatig, oneigenlijk gebruik niet. Wanneer sprake is van misbruik van overheidsgelden moeten deze gelden door de gemeente worden teruggevorderd. Wanneer het misbruik niet is gecorrigeerd en/of teruggevorderd telt de fout mee voor de rechtmatigheidsverantwoording. Voor oneigenlijk gebruik geldt dit niet. Oneigenlijk gebruik kan wel andere punten raken, het is noodzakelijk dat de lokale wet- en regelgeving worden aangepast of duidelijker worden toegelicht. Tevens is het van belang om de interne controles aan te scherpen. 2.3 Definitie Fraude Naast misbruik en oneigenlijk gebruik kan ook sprake zijn van fraude, hoewel deze term juridisch niet is gedefinieerd. In de praktijk worden gevallen van misbruik en oneigenlijk gebruik regelmatig als fraude aangeduid, bijvoorbeeld bij fraude met vergunningen. Dergelijke situaties vallen echter nadrukkelijk onder het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik en hebben betrekking op derden die misbruik maken van gemeentelijke regelingen. Dit onderscheidt zich van fraude binnen de controle van de jaarrekening door de accountant. Hierbij gaat het om opzettelijke misleiding door personen binnen de gemeente, zoals het betalen van valse facturen. Dergelijke fraude valt onder de getrouwheidsverklaring van de accountant en wordt niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Als de gemeente deze fraude op een juiste manier wil verwerken in de jaarrekening, dan kan deze toegelicht worden in de paragraaf bedrijfsvoering, maar er is geen verplichting. Het is wel aan te bevelen. 2.4 Afbakening Het M&O-beleid is primair extern gericht en is van toepassing op inwoners, instellingen en organisaties die via de gemeente gebruikmaken van overheidsregelingen. Het beleid richt zich op het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van deze regelingen. Waar relevant omvat het beleid ook interne handelingen en processen binnen de gemeentelijke organisatie die hiermee samenhangen. Daarnaast richt het M&O-beleid zich op de publiekrechtelijke taakuitoefening van de gemeente. Privaatrechtelijke handelingen, zoals de aan- en verkoop of verhuur van vastgoed en gronden, evenals het oneigenlijk gebruik van gemeentelijke gronden, vallen hier niet onder, aangezien deze geen gemeentelijke regelingen betreffen. M&O-gevoelige regelingen worden breed gedefinieerd. Dit omvat zowel regelingen met directe financiële gevolgen voor derden, zoals subsidies, heffingen en uitkeringen, als regelingen zonder directe financiële impact, zoals vergunningen, ontheffingen en identiteitsbewijzen. Ook deze laatste kunnen op termijn financiële gevolgen hebben voor betrokkenen. 2.5 Relatie met rechtmatigheid, integriteit, kwetsbaarheden & frauderisicoanalyse en ondermijning 2.5.1 Rechtmatigheid Zoals in de inleiding aangegeven dient het college vanaf boekjaar 2023 zelf verantwoording aan de raad af te leggen over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Middels de rechtmatigheids-verantwoording verklaart het college dat zij rechtmatig heeft gehandeld. Dit rechtmatig handelen bestaat uit drie deelaspecten: 1.Het voorwaardencriterium: alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving. 2.Het begrotingscriterium: Alle lasten in het begrotingsjaar vallen binnen de begroting (incl. wijzigingen) zoals door de gemeenteraad (lees verder ook: provinciale staten van de provincie of het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling) is goedgekeurd. De gemeenteraad bepaalt onder de rechtmatigheidsverantwoording via de financiële verordening de weging van begrotingsrechtmatigheid (wanneer een onrechtmatigheid wel of niet meeweegt in als onrechtmatig in de rechtmatigheidsverantwoording) 3.Het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium: het college heeft voldoende waarborgen gecreëerd om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen is verleend of een te laag dan wel geen bedrag aan heffingen aan de gemeente is betaald. Misbruik en oneigenlijk gebruik is één van de drie bovengenoemde criteria van rechtmatigheid ten aanzien van de Rechtmatigheidsverantwoording. 2.5.2 Integriteit Het M&O-beleid ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik is primair extern gericht en heeft voornamelijk betrekking op derden buiten de gemeentelijke organisatie die gebruikmaken van gemeentelijke regelingen. Daarnaast bevat het beleid ook interne maatregelen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het integriteitsbeleid van de gemeente is intern gericht en gaat om de ambtelijke organisatie en het bestuur van de gemeente. Het integriteitsbeleid bestaat uit allerlei bouwstenen, zoals een gedragscode voor de ambtelijke organisatie, evenals preventie in de vorm van voorlichting en training aan (nieuwe) medewerkers, maar uiteraard ook handhaving in de vorm van regelingen voor het melden en onderzoeken van integriteitskwesties (waaronder fraude en diefstal). Jaarlijks wordt over de uitvoering van het integriteitsbeleid, inclusief integriteitsmeldingen en de opvolging daarvan, verslag gedaan in de gemeentelijke jaarrekening. 2.5.3 Frauderisicoanalyse Hierbij kijkt team financiën naast het fraudeperspectief zoals gewenst vanuit een fraude risicoanalyse door de accountant, in de breedste zin des woord naar kwetsbaarheden in de gehele bedrijfsvoering. Derhalve stelt team financiën jaarlijks een geactualiseerde gemeentebrede frauderisicoanalyse op, waarbij specifiek wordt gekeken naar zowel frauderisico’s als misbruik en oneigenlijk gebruik risico’s. Het onderkennen van frauderisico’s, het uitvoeren van controlewerkzaamheden die hierop gericht zijn en het actie ondernemen in geval van vermoeden van fraude is een onlosmakelijk onderdeel van de accountantscontrole. Voor de ambtelijke organisatie van de gemeente Woudenberg draagt de frauderisicoanalyse bij aan de interne bewustwording rond frauderisico’s en is erop gericht zodanige maatregelen te treffen dat het zogenoemde restrisico tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht. Dit geldt ook voor het M&O-criterium (misbruik en oneigenlijk gebruik); het wordt als aparte categorie geïnventariseerd binnen de gemeentebrede frauderisicoanalyse. Op die manier draagt het ook bij aan de interne bewustwording rond dit thema en dat eventuele risico’s kunnen worden gemitigeerd. Hoofdstuk 3. M&O Beleid Processen, waarbij M&O-gevoeligheden spelen, moeten voldoende specifieke beheersmaatregelen bevatten om de tijdigheid, juistheid en volledigheid te toetsen van de door belanghebbende verstrekte gegevens. Deze specifieke beheersmaatregelen dienen verankerd te worden in de administratieve organisatie en interne controle. Primair ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij het gemeentesecretaris en secundair bij de managers van een domein. Aan de hand van de hierna uitgewerkte algemene gedragslijn en specifieke regels binnen de beleidscyclus dienen de domeinen hun specifieke beheersmaatregelen te formuleren (nieuwe regelgeving) of indien nodig te actualiseren (bestaande regelgeving). Specifieke beheersmaatregelen zijn nodig omdat de normale beheersmaatregelen niet in alle gevallen de betrouwbaarheid van gegevens van derden ondervangen. Daarbij staat of valt de werking van de normale beheersmaatregelen met de integriteit van functionarissen. Bij niet integer handelen kunnen bestaande procedures en interne controles omzeild worden of buiten werking worden gesteld. Dit geldt zeker bij contacten tussen individuele functionarissen en de buitenwereld. 3.1 Preventie Preventieve maatregelen zijn maatregelen die liggen vóór het moment van beschikken, betalen of ontvangen van een voorziening, vergunning of uitkering. Preventieve maatregelen betreffen regelgeving, voorlichting en controle vooraf. Zij zijn gericht op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen. Daarnaast vormt de specifieke aandacht en bewustwording voor M&O, in het kader van de jaarlijkse gemeentebrede frauderisicoanalyse, die team financiën samen met de organisatieonderdelen oppakt, een vorm van preventie. 3.1.1 Regelgeving en beleidsvoorbereiding Bij het opstellen of herzien van regelgeving is het belangrijk om rekening te houden met mogelijke M&O-gevoelige aspecten. Dit betreft verordeningen, beleidsregels, nadere regels en gemeentelijke richtlijnen, zoals vastgelegd in processen en interne afspraken op het intranet van de Gemeente Woudenberg. Om misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen, is het essentieel dat regelgeving helder en eenduidig is. Dit betekent dat definities duidelijk geformuleerd moeten zijn en dat de afhankelijkheid van gegevens van derden zoveel mogelijk wordt beperkt. Daarnaast is een nauwkeurige omschrijving van het doel en de doelgroep van de regeling van belang, zodat alleen de beoogde belanghebbenden er gebruik van kunnen maken. Wanneer blijkt dat regelingen toch onbedoeld worden benut door niet-gerechtigde partijen of dat middelen anders worden besteed dan bedoeld, is slagvaardige reparatiewetgeving noodzakelijk om dit te corrigeren. Een zorgvuldig opgezette en goed doordachte regelgeving draagt bij aan een effectieve en rechtmatige uitvoering van gemeentelijke regelingen. 3.1.2 Voorlichting Wet- en regelgeving wordt door middel van voorlichting onder de aandacht gebracht van belanghebbenden (inwoners, bedrijven en instellingen). Er dient informatie te worden verstrekt over het bestaan van een regeling, aard en doel van de regeling, de specifieke doelgroep, geldende voorwaarden en controle- en sanctiebeleid. Voorlichting draagt in preventieve zin bij aan het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van een regeling, zeker als ook duidelijk wordt gecommuniceerd over mogelijke sancties. Het draagt ook bij aan het weerbaar maken van de medewerkers van de gemeente en de inwoners van Woudenberg, die zo kunnen opkomen tegen misbruik en oneigenlijk gebruik. Een actieve voorlichting is tevens noodzakelijk om door een proces van bewustwording, kennis, houding of gedragsverandering het naleven van wetten of regelingen zo optimaal mogelijk te doen bewerkstelligen. 3.1.3 Controle vooraf Mogelijke M&O gevallen kunnen al in een vroegtijdig stadium worden waargenomen. Controle vooraf van gegevens wordt uitgevoerd tot aan het moment van betaling of beschikkingsverlening en geldt daarmee als preventieve maatregel. Controle vooraf richt zich op de toetsing van de juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt. De ambtenaar gaat na of door de inwoners, bedrijven of instellingen aan de voorwaarden van bijvoorbeeld een uitkering, subsidie of vergunning wordt voldaan. Door betrokkene(n) aangeleverde gegevens worden indien mogelijk geverifieerd. Uitgangspunt is dat voordat wordt uitbetaald, een andere medewerker controleert of deze werkzaamheden zichtbaar, volledig en juist zijn uitgevoerd (vier- ogen principe). In beleid wordt bepaald welke controlemethoden worden gebruikt ten aanzien van regelingen. Controles kunnen variëren van integraal (totale controle), steekproefsgewijs tot incidenteel. Hierbij is van belang de aard en omvang van de doelgroep en hoe misbruikgevoelig een regeling is. Processen waarbij gevoeligheden spelen moeten voldoende maatregelen bevatten om de tijdigheid, juistheid, volledigheid en prestatielevering te toetsen van door belanghebbende(n) verstrekte gegevens. 3.2 Repressieve maatregelen Repressieve maatregelen zijn maatregelen die na het moment van beschikken, betalen of ontvangen worden genomen. Het gaat om controle achteraf waarbij M&O kan worden vastgesteld, en sanctionering/maatregelenbeleid in werking kan treden. 3.2.1 Controle achteraf Controle van gegevens achteraf wordt uitgevoerd na het uitkeren/innen van bedragen, dan wel nadat de beschikking is verleend. Daarmee is het een repressieve maatregel. Controles achteraf kunnen (evenals bij controles vooraf) integraal, steekproefsgewijs of incidenteel worden uitgevoerd. Manieren om te controleren kunnen zijn: verzoeken om inlichtingen, inspecties, waarneming, bevestigingen, herberekeningen, cijferanalyses en het opnieuw uitvoeren van controles. Interne controles worden periodiek uitgevoerd om te beoordelen of conform de interne procedures is gewerkt en of transacties getrouw en rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de uitvoering van de Verbijzonderde Interne Controles (VIC) is expliciet aandacht voor M&O. Vastlegging van de controleresultaten is verplicht. De resultaten van de controle kunnen bijvoorbeeld leiden tot aanpassing van het controlebeleid en/of de regelgeving. 3.2.2 Sanctionering/maatregelenbeleid Wanneer misbruik wordt vastgesteld, moeten passende maatregelen en sancties worden toegepast. Misbruik is onrechtmatig en moet in ieder geval worden hersteld en/of beboet. Het maatregelenbeleid moet voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur, wat betekent dat sancties proportioneel moeten zijn in verhouding tot het vergrijp. In de praktijk betekent dit dat onterecht betaalde bedragen worden teruggevorderd, naheffingen worden opgelegd voor misgelopen ontvangsten, ten onrechte verstrekte vergunningen kunnen worden ingetrokken en, indien nodig, een boete wordt opgelegd. Daarnaast kunnen niet-financiële sancties worden toegepast, zoals de ontbinding van een overeenkomst of de intrekking van een erkenning. Indien sprake is van een misdrijf, zoals fraude of diefstal, wordt aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Maatregelen en sanctionering leiden tot een afschrikeffect en is daarom tevens onderdeel bij het voorkomen en beperken van misbruik van gemeentelijke regelingen. 3.2.3 Evaluatie Regelgeving wordt gebruikelijk periodiek geëvalueerd. Aanbeveling is om de verordeningen regelmatig te toetsen op hun actualiteit en om deze op te schonen van regels die geen duidelijke betekenis meer hebben. Hierdoor wordt de kans op misbruik en oneigenlijk gebruik verder tegen gegaan. In een evaluatie dient ook plaats te zijn voor de effectiviteit van genomen maatregelen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik en of de controlewerkzaamheden toereikend zijn. Hoofstuk 4. Risicogebieden en Beleid M&O-beleid wordt toegepast bij regelingen waar een risico bestaat op misbruik en oneigenlijk gebruik. Afhankelijk van de misbruikgevoeligheid van een regeling wordt de intensiteit van de inzet van beheersmaatregelen bepaald. In dit hoofdstuk worden de risicogebieden waarop M&O-beleid van toepassing is beschreven. Daarbij wordt de intensiteit van inzet van het M&O-beleid benoemd en onderbouwd. 4.1 Intensiteit M&O-beleid Afhankelijk van de mate van een M&O-risico wordt een streng, een gematigd of licht specifiek beleid gevoerd. De hoogte van een risico is afhankelijk van de kans dat het zich voordoet en de (financiële) impact die het heeft. 4.1.1 Streng M&O-beleid: Ten opzichte van de reguliere administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) zijn specifieke en aanvullende (controle) maatregelen noodzakelijk om het risico van M&O te verminderen. Deze maatregelen strekken zich zowel uit tot de voorwaardenscheppende sfeer als het actieve toezicht daarop (dus controle, handhaving). Het opnemen van een controle- en sanctiebeleid in die regelgeving voldoet aan de norm streng M&O-beleid. Terugvordering of intrekking van gelden is daar een goed voorbeeld van. 4.1.2 Gematigd M&O-beleid: Gematigd M&O-beleid houdt in dat waakzaamheid is geboden. Enkele aanvullende maatregelen worden getroffen, zoals een actieve voorlichting en een kritische beoordeling van de onderbouwing en herkomst van door derden aangeleverde gegevens (b.v. verscherpte controles, antecedentenonderzoek). 4.1.3 Licht M&O-beleid: In het geval dat de reguliere AO/IC toereikend is, zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk (te denken valt aan een functiescheiding). Uiteraard moet er wel aandacht zijn voor heldere en eenduidige regelgeving en actieve voorlichting. 4.2 Risicovolle processen en kwetsbaarheden Regelingen waarbij de informatie van andere partijen bepalend is voor het verlenen en vaststellen van de (hoogte van) uitkeringen, voorzieningen, subsidies, heffingen, belastingen en vergunningen die gevoelig zijn voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Ook interne processen kunnen M&O-gevoelig zijn. De volgende processen worden aangemerkt als risicogebieden omdat derden een aanmerkelijk (financieel) belang hebben en de gemeente in grote mate afhankelijk is van door die derden verstrekte gegevens. 4.2.1. Verstrekken uitkeringen (streng M&O-beleid) Inkomensoverdrachten vinden plaats in het kader van werk en inkomen (Participatiewet, Besluit bijstandverlening zelfstandigen, minimaregelingen en schulddienstverlening). Het betreft openeinderegelingen waarbij een cliënt die aan de voorwaarden voldoet de gevraagde uitkering of dienstverlening verkrijgt. Het risico van een onbetrouwbare gegevensverstrekking is groot vanwege de sterke persoonlijke belangen van iemand bij de uitkering of de dienstverlening. Dit, terwijl de gegevensverstrekking bepalend is voor het vaststellen van het recht op en de hoogte en duur van de inkomenscompensatie. Om die reden geldt ten aanzien van inkomensoverdrachten een streng M&O-beleid. 4.2.2. Verstrekken voorzieningen Wmo en Jeugdwet (streng M&O-beleid) Individuele voorzieningen worden verstrekt in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. Ook hier geldt dat sprake is van openeinderegelingen, het risico van onbetrouwbare gegevensverstrekking en het feit dat de gegevens bepalend zijn voor het toekennen van de gevraagde voorziening. Dit zijn redenen om een streng M&O-beleid te voeren. Dit laat onverlet dat er vanuit de gemeente wordt gewerkt vanuit de gedachte dat de cliënt centraal staat en dat in dat verband ook steeds het gesprek en het overleg met mensen worden gevoerd. Dit overleg komt een adequate dienstverlening ten goede en is een aanvullende waarborg dat de juiste gegevens op tafel komen. 4.2.3. Vergunningverlening en handhaving (streng M&O-beleid) Vergunningverlening en handhaving hebben betrekking op wezenlijke overheidstaken en er spelen vaak grote publieke belangen met mogelijke (financiële en politiek-bestuurlijke) gevolgen. De aanvrager van een vergunning kan gelet op de grote afhankelijkheid van de gemeente bij het al dan niet verkrijgen van een vergunning baat hebben bij het verstrekken van onjuiste informatie. In de praktijk vindt (ambtelijk) overleg met aanvragers en overtreders plaats. Dat is niet alleen een waardevol communicatiemoment met inwoners en bedrijven/instellingen, maar ook een belangrijk middel om te waarborgen dat de juiste informatie op tafel komt en onnodige controles en sancties worden voorkomen. Niettemin zijn vergunningverlening en handhaving, op grond van ervaring, M&O gevoelig en is een streng beleid geboden. 4.2.4. Identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen (streng M&O-beleid) Bij de verstrekking van identiteitsbewijzen, reisdocumenten en rijbewijzen maakt de gemeente gebruik van de gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Deze gegevens in het BRP moeten juist zijn, mede om misbruik en oneigenlijk gebruik van genoemde documenten te voorkomen. Een streng M&O- beleid is noodzakelijk. 4.2.5. Verstrekken van subsidies (streng tot gematigd M&O-beleid) Met subsidieverstrekking is een aanmerkelijk financieel belang gemoeid. Ook hier is de gemeente afhankelijk van de betrouwbaarheid van gegevens die door instellingen worden verstrekt. Subsidies binnen de gemeente Woudenberg worden verstrekt op basis van de subsidieverordening. Het financiële belang bepaalt de mate van M&O-beleid, variërend van streng tot gematigd. 4.2.6. Inkopen en aanbestedingen (gematigd M&O-beleid) Met inkoop en aanbesteding kan een aanmerkelijk financieel belang gemoeid zijn. Wet- en regelgeving, alsmede gemeentelijke inkoopbeleid bevatten echter al de nodige waarborgen op het gebied van M&O. Reeds van toepassing zijnde interne controles op transacties zijn eveneens een waarborg dat deze juist en volledig zijn. Ook interne budget- en functiescheidingen zijn van toepassing. Aanvullende M&O- maatregelen kunnen zich beperken tot enkele extra controles van aangeleverde gegevens. Om die reden vragen inkoop en aanbesteding om een gematigd beleid. Voor aanvullende opdrachten (meerwerk) en opdrachten die één-op-één gegund worden is een streng beleid noodzakelijk, omdat hierop mogelijk niet alle voorstaande beheersmaatregelen worden toegepast. Gemeente Woudenberg maakt gebruik van een externe partij. 4.2.7. Integriteit van relaties (gematigd M&O-beleid) Integriteit van medewerkers en bestuurders in de omgang met externe relaties vormt een M&O-risico. Preventieve maatregelen in de zin van integriteitsbeleid en gedragscodes zijn reeds van kracht. M&O-beleid kan dan ook beperkt zijn tot het treffen van enkele aanvullende maatregelen, waardoor een gematigd beleid volstaat. 4.2.8. Belastinginkomsten (gematigd M&O-beleid) Heffing en invordering van belastingen vindt plaats op basis van objectieve gegevens die bijvoorbeeld worden verkregen via het bevolkingsregister, het kadaster en taxateurs. Functiescheiding als interne maatregel vormt een waarborg voor M&O. Bepaalde belastingen zijn wel afhankelijk van gegevensverstrekking door belanghebbenden (toeristenbelasting). Ook de procedure van kwijtschelding is risicogevoelig, omdat deze bij automatische verlening sterk afhankelijk is van de juistheid van inkomensregelingen. (Dit risico is voor een groot deel gereduceerd door het landelijk werkende Inlichtingenbureau, dat beschikt over digitale gegevens van het UWV, de Belastingdienst, DUO en over bepaalde zorginformatie. Op grond van deze gegevens kan worden aangegeven wie voor kwijtschelding in aanmerking komt of niet). Hier zijn aanvullende M&O maatregelen nodig en daarmee een gematigd M&O-beleid. De belastingheffing in gemeente Woudenberg is voor het grootste gedeelte uitbesteed aan de gemeenschappelijke regeling GBLT, deze is daarom de aangewezen instantie om een M&O-beleid vast te leggen en tot uitvoering te brengen. 4.2.9. Salarissen en declaraties (Licht specifiek M&O-beleid) De interne controle op personeelslasten is goed te organiseren. Enkele belangrijke aandachtspunten zijn: de juiste verwerking van premies en salarisschalen in de salarisadministratie, juiste en tijdige verwerking van mutaties van in- en uitdiensttreding van personeel, de afdrachten van pensioenen en loonheffingen. Als de organisatie hieromtrent goed geregeld is, zijn geen bijzondere risico’s aan de orde. 4.2.10. Betalingen (Streng M&O-beleid) Het betalingsproces is gevoelig voor misbruik en fraude. Risico’s bestaan onder meer uit het betalen van onjuiste of niet-bestaande facturen, betalingen zonder geleverde prestatie en het manipuleren van crediteur- of bankgegevens. Vanwege deze risico’s wordt een streng M&O-beleid gehanteerd. Naast functiescheiding en het vier-ogenprincipe worden aanvullende controles uitgevoerd op de juistheid, rechtmatigheid en prestatie van betalingen. Tevens wordt gericht gecontroleerd op afwijkende of ongebruikelijke betalingen en wijzigingen in crediteuren- en bankgegevens. De werking van deze maatregelen wordt periodiek beoordeeld en waar nodig aangescherpt. 4.2.11. Wet inburgering 2021 (gematigd M&O-beleid) Gemeenten hebben een wettelijke taak om statushouders te huisvesten. Hierdoor is het risico klein dat inburgeringsvoorzieningen worden bekostigd voor statushouders die niet in de gemeente wonen. Bovendien wordt altijd een controle uitgevoerd in de Basisregistratie Personen (BRP). Cluster financiën voert jaarlijks de verbijzonderde interne controle (VIC) uit. Zij controleren onder andere of de SiSa-verantwoording, aangeleverd door het verantwoordelijke team, juist en volledig is ingevuld. Hierbij wordt ook vastgesteld of de uitgaven terecht verantwoord zijn. Hoofdstuk 5. Privacy en Gegevensbescherming Misbruik en oneigenlijk gebruik heeft niet alleen betrekking op misbruik van middelen. Het kan ook gaan om misbruik van data. Dit kan inbreuk op privacy betreffen met identiteitsfraude als meest vergaande vorm. Het kan gaan om het lekken van vertrouwelijke informatie of persoonsgegevens. 5.1. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Om persoonsgegevens van de inwoners binnen Europa beter te beschermen, is vanaf 25 mei 2018 een nieuwe Europese privacywet van kracht, namelijk de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Voorbeelden van persoonsgegevens zijn: naam, adres, geboortedatum, BSN, medische informatie en geloofsovertuiging. De AVG legt vast dat persoonsgegevens alleen verzameld en bewaard mogen worden als daar een wettelijke grondslag voor is en zo lang dat strikt noodzakelijk is. De gemeente houdt een register bij met een beschrijving van alle processen en de persoonsgegevens die daarin verwerkt worden. Als andere organisaties persoonsgegevens verwerken in opdracht van de gemeente worden hierover afspraken gemaakt en vastgelegd in een verwerkersovereenkomst. Het privacy beleid is vastgelegd in het Privacybeleid- en Reglement voor gemeente Woudenberg. 5.2 Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) Informatiebeveiliging is de verzamelnaam voor de processen die ingericht worden om de betrouwbaarheid van gemeentelijke processen, de gebruikte informatiesystemen en de daarin opgeslagen gegevens te beschermen tegen misbruik en oneigenlijk gebruik. Hierbij is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) het belangrijkste kader. Vanaf 1 januari 2019 is deze van kracht. De BIO vervangt de bestaande baselines informatieveiligheid voor Gemeenten, Rijk, Waterschappen en Provincies: de BIG, BIR, BIR2017, IBI en BIWA zijn alle vervangen door de BIO. Hiermee ontstaat één gezamenlijk normenkader voor informatiebeveiliging binnen de gehele overheid, gebaseerd op de internationaal erkende en actuele ISO-normen. 5.3 Ondermijning Alle gemeenten hebben te maken met vormen van ondermijnende, georganiseerde criminaliteit. De onderwereld maakt voor illegale activiteiten gebruik van diensten van 'de bovenwereld'. Bijvoorbeeld voor distributie, financiële handelingen, vergunningen en huisvesting. Het gaat om fenomenen zoals druggerelateerde criminaliteit, grootschalige fraude, witwaspraktijken, mensenhandel, de sluipende bedreiging van de integriteit van het openbaar bestuur, overheidsambtenaren en bedrijfsleven, bedreigde bestuurders en ambtenaren en bijvoorbeeld afpersingspraktijken. In het uitvoeringsplan integrale veiligheid worden maatregelen op dit vlak toegelicht. Belangrijk onderdeel hiervan zijn naast bewustwording de toetsing aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob). 5.3.1 Bibob Bibob staat voor bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur. Middels de Wet Bibob kan de gemeente voorkomen dat er onbedoeld medewerking wordt verleend aan misbruik van vergunningen, subsidies, vastgoedtransacties of bijvoorbeeld aanbestedingsopdrachten. Hoofdstuk 6. Rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden 6.1 College Het college stelt het M&O-beleid en de periodieke actualisaties vast en vervult daarmee een kaderstellende rol. Vanaf boekjaar 2023 is het college verantwoordelijk voor de rechtmatigheidsverantwoording, waarbij misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) een van de rechtmatigheidscriteria is. De verantwoording hierover wordt opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarrekening. 6.2 Managementteam Het managementteam ziet erop toe dat ambtelijke organisatie hun verantwoordelijkheid nemen en dat risico’s tijdig worden gesignaleerd en besproken. 6.3 Afdelingen De verantwoordelijkheden binnen het M&O-beleid zijn afgestemd op de organisatiestructuur van gemeente Woudenberg. De manager van de afdeling waar specifieke regelingen worden uitgevoerd, is verantwoordelijk voor: •Het actueel houden van het M&O-beleid binnen zijn of haar risicogebied. •Het treffen van passende beheersmaatregelen tegen misbruik en oneigenlijk gebruik. •Het afleggen van verantwoording over de naleving van het beleid via de reguliere planning- en controlcyclus. 6.4 Team financiën De stafafdeling team financiën bewaakt de gemeentebrede control en draagt vanuit een adviesrol bij aan een solide M&O-beleid. Zij beoordeelt en adviseert over de opzet, werking en effectiviteit van de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) op het gebied van M&O. Hiervoor worden diverse onderzoekstechnieken ingezet, zoals audits, reviews en quickscans. In het verbijzonderde interne controleplan is aandacht voor M&O, en de afdeling voert daarnaast een gemeentebrede frauderisicoanalyse uit. Dit biedt inzicht in de beheersmaatregelen die de gemeente Woudenberg heeft geïmplementeerd om misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude te beperken. 6.5 Externe partijen – accountant De externe accountant heeft vanuit zijn controlerende rol aandacht voor de risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik binnen de gemeente. In het kader van de jaarrekeningcontrole beoordeelt de accountant de opzet en werking van de relevante beheersmaatregelen en de wijze waarop de gemeente risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik beheerst. De bevindingen van de accountant kunnen aanleiding geven tot het treffen van aanvullende beheersmaatregelen of het aanscherpen van bestaande procedures. Waar relevant worden deze bevindingen betrokken bij de actualisatie van het M&O-beleid en de verdere inrichting van de administratieve organisatie en interne controle.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Beleidsnota Misbruik & oneigenlijk gebruik gemeente Woudenberg"

Mededelingen
Beleidsnota Misbruik & oneigenlijk gebruik gemeente Woudenberg

Mededelingen
Aanwijzen lijst gevallen ‘Advies’ (BOPA)

Mededelingen
Aanwijzen lijst gevallen ‘Advies en Instemming’ (BOPA)

Verkeer
Ontwerp Verkeersbesluit voor het aanwijzen van een 30 km/uur zone op de Postweg (fietsstraat weggedeelte tussen de Asschatterweg en Moorsterweg) te Leusden

APV
Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht

Mededelingen
Beheervisie OV-assets 2025 - 2029

Bestemmingsplan
Omgevingsprogramma van afval naar grondstof

Mededelingen
Beleidsregel prostitutie en seksbranche gemeente Leusden

APV
Nadere regels hoofdstuk 3 APV Leusden (seksbranche)

Omgeving
Bekendmaking benoeming de heer M. Holtslag

Mededelingen
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en scholen gemeente Scherpenzeel 2026

APV
Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Leusden 2026

