Beleidsnotitie Luchtkwaliteit en Gezondheid Gemeente Bunnik

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-21

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Bunnik

Informatie

Beleidsnotitie Luchtkwaliteit en Gezondheid Gemeente Bunnik 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Vanuit de gemeenteraad is er een breed gedragen wens om luchtkwaliteit in de gemeente te verbeteren. De gemeenteraad heeft zich de wens geuit om aan te sluiten bij het Schone Lucht Akkoord (SLA). In plaats van aan te sluiten bij het SLA, waar structureel budget en veel administratie voor nodig is, heeft de gemeenteraad op 27 juni 2024 het amendement Kadernota 2025-2028 / maatregelen uit schone lucht akkoord (SLA) aangenomen. Daarmee zijn financiële middelen beschikbaar gesteld om te starten met uitvoering van de meest relevante maatregelen uit het SLA. In het SLA staan vaste en optionele maatregelen. Voor de vaste maatregelen geldt een inspanningsverplichting. Eén van de vaste maatregelen in het SLA is het opstellen van beleid voor hooggevoelige groepen, gebaseerd op de GGD-richtlijn luchtkwaliteit en gezondheid(1). Hooggevoelige groepen zijn kinderen, ouderen, zwangere vrouwen of mensen met een zwakke gezondheid. Daarnaast wordt er met de invoering van de Omgevingswet van de gemeente verwacht om in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ook aandacht te besteden aan het beschermen van de gezondheid. Met dit beleid wordt dit aspect ingevuld voor het thema luchtkwaliteit. 1.2 Probleemstelling Van alle gezondheidsschade die wordt veroorzaakt door milieuaspecten, is luchtverontreiniging de grootste veroorzaker. De gezondheidsschade veroorzaakt door luchtverontreiniging is in dezelfde orde van grootte als overgewicht. Jaarlijks overlijden in Nederland 11.000 mensen vroegtijdig door de gevolgen van luchtverontreiniging en Nederlanders leven gemiddeld 9 maanden korter als gevolg van vervuilde lucht(2). Luchtverontreiniging vergroot daarnaast de kans op een aantal ziektebeelden, zoals longkanker en hart- en vaatziektes. Daarnaast verhoogt het bronchitisklachten en astmaklachten, voornamelijk bij kinderen. Het zijn met name (zeer) fijnstof (PM2,5 en PM10), stikstofdioxide (NO2) en ozon die een effect hebben op de volksgezondheid. Binnen fijnstof is het vooral ultrafijnstof dat gezondheidsschade veroorzaakt. Luchtverontreiniging is niet alleen een lokaal probleem. Daarom heeft de Europese Unie grenswaarden opgesteld voor diverse luchtverontreinigende stoffen. Bijna overal in Nederland, en in de gehele gemeente Bunnik, wordt voldaan aan deze grenswaarden. Tot 2001 werden nieuwe woningen niet getoetst aan deze grenswaarden voor luchtkwaliteit. Sinds 2001 worden nieuwe woningen beoordeeld op grond van wettelijke normen die zijn opgenomen in de milieuwet- en regelgeving (gebaseerd op Europese richtlijnen). De Europese richtlijn is in 2024 aangescherpt, maar dit is nog niet verwerkt in Europese regelgeving. Echter, ook onder de Europese grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. De effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid zijn vaak niet direct zichtbaar en lopen daarom het risico om te worden onderschat. De wettelijke luchtkwaliteitsnormen geven daarom geen voldoende basis als het gaat om bescherming voor gezondheidseffecten. 1.3 Doelstelling Het is van belang om de luchtkwaliteit gezamenlijk, en niet als gemeente alleen, verder te verbeteren. Hiervoor is het landelijke SLA opgesteld. Het SLA werkt toe naar de WHO-advieswaarden die in 2005(3) zijn opgesteld en heeft als doel om in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen met betrekking tot binnenlandse bronnen. Gezondheidsrisico’s van bewoners nemen toe naarmate de afstand tot de bron kleiner is, ook wanneer de luchtkwaliteit aan de Europese grenswaarden voldoet. Dit betekent dat er een grote gezondheidswinst wordt gerealiseerd wanneer woningen en voorzieningen waar hooggevoelige groepen langdurig verblijven op voldoende afstand van bronnen zoals drukke wegen of veehouderijen worden gerealiseerd. De GGD adviseert daarom om gevoelige functies, zoals woningen, scholen en kinderdagverblijven, op voldoende afstand van drukke wegen te plaatsen om de gezondheid van bewoners te beschermen tegen de effecten van luchtvervuiling. Dit advies geldt onafhankelijk van of de luchtkwaliteit aan de wettelijke normen voldoet. In de GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid zijn afstandsregels tussen wegen en ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen. In de GGD-richtlijn Veehouderijen en Gezondheid(4) is dit voor veehouderijen opgenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Bunnik is er nog geen inspanningsverplichting om de afstandsregels van de GGD-richtlijnen tussen bron en ruimtelijke ontwikkeling standaard mee te wegen in de ruimtelijke ordening. Er zijn nog geen afspraken wanneer en met welke weging wordt omgegaan met GGD-adviezen. Door bij het ontwikkelen van nieuwe locaties rekening te houden met de afstandsregels kan een gezondheidswinst bereikt worden. Dit kan echter niet altijd, omdat er bijvoorbeeld een woningbouw opgave is en de ruimte schaars. Er moet dan een afweging gemaakt worden tussen de gezondheidseffecten enerzijds en de ontwikkelopgave anderzijds. In onderliggend afwegingskader staat hoe de gemeente Bunnik omgaat met de GGD-richtlijnen bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. 2. Achtergrond GGD-richtlijnen 2.1 Relatie tussen afstand van de weg en gezondheidseffecten Epidemiologische studies laten zien dat mensen die veel tijd doorbrengen in de buurt van een drukke weg een groter risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Gezondheidseffecten nabij drukke wegen worden niet veroorzaakt door één of enkele componenten van het luchtverontreinigingsmengsel, maar door het gehele mengsel aan luchtverontreinigende stoffen. Afstand tot de weg is daarom de beste maat voor het beschermen tegen het gezondheidsrisico door uitstoot van luchtverontreiniging van verkeer. De invloed van verkeer op luchtkwaliteit en gezondheid is tot op grote afstand merkbaar. Hoe verder van de weg, hoe minder risico. Het effect van maatregelen bij de bron is vaak beperkt tot enkele tienden uitgedrukt in µg/m³ fijn stof, terwijl afstand houden van de bron meestal een groter effect heeft. Het effect van afstand houden op de gezondheid is daarmee groot. Hierbij geldt dat elke meter extra afstand gezondheidswinst oplevert. Voor meer informatie: zie bijlage 2 en https://www.rivm.nl/ultrafijnstof. In bijlage 3 is nadere informatie over de GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en gezondheid opgenomen, waaronder de richtafstanden tussen gevoelige functies en wegen. Hoewel elektrisch rijden de uitstoot beperkt, neemt het de uitstoot niet volledig weg. Een aanzienlijk deel van de uitstoot van (zeer) fijnstof is afkomstig van de banden. Dit wordt niet weggenomen bij elektrisch rijden. Ook in de toekomst blijft het daarom van belang afstand te houden. 2.2 Relatie tussen afstand van veehouderijen en gezondheidseffecten. Naast wegen zijn ook veehouderijen een belangrijke bron van fijnstof. Deze stofdeeltjes kunnen endotoxinen bevatten. Door de Gezondheidsraad is voor endotoxinen een advieswaarde van 30 EU/m3 voorgesteld. Er is geen wettelijk toetsingskader om aan deze waarde te toetsen. Er kan wel gebruik worden gemaakt van het endotoxine toetsingskader van de provincie Brabant. Dit wordt ook gebruikt door de GGD regio Utrecht en door vergunningverleners van de ODU. Door reductie van fijnstof vindt ook een reductie van endotoxinen plaats. De belangrijkste bronnen zijn pluimvee en varkens, maar ook rundvee, geiten, nertsen en schapen zijn bronnen van endotoxinen. Landelijk onderzoek heeft aangetoond dat er beduidend meer longinfecties rondom pluimvee en geitenhouderijen voorkomen. De Gezondheidsraad heeft in 2025(5) een hernieuwd advies uitgebracht. Hierin is aangegeven dat het individuele risico op het krijgen van longontsteking voor omwonenden binnen een straal van 1 kilometer van geitenhouderijen aanzienlijk is. Vanuit de Rijksoverheid wordt op dit moment gewerkt aan landelijk beleid hiervoor, waaronder een afstandscriterium. Vanwege deze ontwikkelingen wordt dit nu niet in het beleid opgenomen en worden de landelijke ontwikkelingen afgewacht. Uitgangspunten van de GGD bij advisering rondom veehouderijen zijn voorzorg (afstand), emissiereductie en het hanteren van gezondheidskundige advieswaarden voor luchtkwaliteit/endotoxine en geur. Gezondheid dient meegewogen te worden in de besluitvorming bij nieuwe ontwikkelingen rondom veehouderijen. Hiervoor hanteert de GGD onder andere afstandscriteria, waarbinnen de GGD adviseert alleen onder strikte voorwaarden ontwikkelingen te realiseren. Deze afstandscriteria zijn opgenomen in bijlage 4. Belangrijk te vermelden is dat geur ook voor hinder (en gezondheidseffecten) rondom een veehouderij kan zorgen. Dit beleid gaat echter over de effecten van fijnstof (en endotoxinen) en niet over geur. 2.3 Hooggevoelige groepen De GGD adviseert om gevoelige functies, zoals woningen, scholen en kinderdagverblijven, op voldoende afstand van drukke wegen en veehouderijen te plaatsen om de gezondheid van bewoners te beschermen tegen de effecten van luchtvervuiling. De gedachte hierachter is dat bepaalde groepen gevoeliger zijn voor luchtverontreiniging en daarvan gezondheidsschade ondervinden. Deze groepen worden in de GGD richtlijn benoemd als hooggevoelige groepen. Het gaat om de volgende groepen: •kinderen (<18 jaar); •ouderen (> 65 jaar); •zwangere vrouwen (in verband met hun ongeboren baby); •mensen met bestaande luchtwegaandoeningen, hart- en vaataandoeningen en diabetes. Hun gezondheid kan beschermd worden door hen niet langdurig nabij bronnen zoals drukke wegen of veehouderijen te laten verblijven. Alle functies waar deze groepen langdurig in (kunnen) verblijven vallen onder de afstanden die in het volgende hoofdstuk worden genoemd. Hieronder vallen in ieder geval: •woningen; •woonzorgcentra (inclusief verpleeg- en verzorgingshuizen); •zorgwoningen (woningen die bedoeld zijn voor mensen die meer zorg nodig hebben en daarvoor een speciale voorziening hebben. De aard van de voorziening kan variëren. Een aanleunwoning valt hier ook onder); •kinderdagverblijven (KDV); •scholen; •buitenschoolse opvang (BSO); •sportvelden; •speeltuinen 3. Afwegingskader GGD-afstanden 3.1 Minimumafstanden tussen bron en functie De gemeente Bunnik heeft de keuze gemaakt om niet alleen gevoelige groepen in bijvoorbeeld scholen of kinderdagverblijven te beschermen, maar ook (zoals de GGD onderschrijft) onze inwoners die in woningen verblijven te beschermen. Door in nieuwe situaties zoveel mogelijk te voldoen aan de afstanden in de GGD-richtlijn wordt een grote gezondheidswinst behaald. De uitgangspunten voor het aanhouden van de minimumafstanden tussen bron en functie volgen daarom grotendeels de adviezen van de GGD-richtlijnen. Hierbij wordt wel een aantal keuzes gemaakt om het beleid praktisch uitvoerbaar te maken. Voor veehouderijen passen we de GGD-richtlijn alleen toe bij intensieve veehouderijen. Dat zijn agrarische functies die in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan specifiek zijn aangeduid als “intensieve veehouderij”. Gezondheidsrisico’s treden voornamelijk op als gevolg van stallen. In de lucht van een stal komen hoge concentraties van stofdeeltjes met endotoxinen en micro-organismen voor. Via ventilatie wordt dit verspreid naar de buitenlucht. Het aantal dieren in een stal is van invloed op de gezondheidsrisico’s: meer dieren in een stal betekent hogere concentraties. Intensieve veehouderijen zijn bedrijven met grotere aantallen dieren die niet-grondgebonden worden gehouden. Daarom is er in dit beleid voor gekozen om de afstanden alleen hierbij toe te passen, zodat nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied mogelijk blijven. Het aantal intensieve veehouderijen in de gemeente is beperkt. In onderstaande tabel is opgesomd welke afstanden worden aangehouden. Als het niet mogelijk is de afstand te hanteren kan gemotiveerd worden afgeweken. Hierbij wordt in de meeste gevallen ook advies aan de GGD gevraagd, zodat de negatieve gezondheidseffecten zoveel als mogelijk worden beperkt. In onderstaande paragrafen is verder uitgewerkt hoe met afwijken van de afstanden wordt omgegaan, het zogenaamde afwegingskader. De afstanden en verkeersintensiteiten in de GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid zijn geformuleerd als harde grens. De gezondheidseffecten beperken zich niet tot de grens. Daarom is het bij grotere ontwikkelingen (nieuwbouwwijken en grote inbreidingslocaties) van belang om ook buiten de afstanden de gezondheidseffecten van luchtkwaliteit mee te wegen in de besluitvorming. Voor de verkeersintensiteiten is bij de benoeming van de wegen niet alleen gekeken naar de intensiteit van de weg, maar ook naar de functie. Hier is dus niet strikt een intensiteit van 10.000 mvt/etmaal aangehouden. Aandachtspunt hierbij is dat als de verkeersintensiteit toeneemt als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling bij een weg die nu nog niet benoemd is als drukke weg, dit wel een drukke weg kan worden. Bij de ruimtelijke ontwikkeling moet dit dan worden meegenomen in de besluitvorming. 3.2 Afwegingskader Het zal niet altijd mogelijk zijn om de minimumafstanden aan te houden. In de volgende paragrafen staat beschreven in welke gevallen er onder welke voorwaarden afgeweken kan worden. In bijlage 1 zijn een aantal generieke maatregelen opgenomen. Bij afwijking worden deze altijd meegewogen. Van belang daarbij is te beseffen dat elke meter extra afstand van de weg gezondheidswinst oplevert (zie bijlage 2). Het beleid zal worden verwerkt in het omgevingsplan. In de onderstaande tabel is aangegeven hoe het beleid daarin zal worden opgenomen. Als het een verbod is, dan is een ontwikkeling niet toegestaan in het omgevingsplan. Dit kan dan alleen worden toegestaan via een BOPA of wijziging van het omgevingsplan. Het uitgangspunt daarbij is dan dat er aan de afstanden wordt voldaan. Is het een inspanningsverplichting, dan worden in het omgevingsplan regels opgenomen waaraan de omgevingsvergunning wordt getoetst. De ontwikkeling kan dan met een OPA worden vergund. 3.2.1 Woningbouw De minimumafstanden, opgenomen in paragraaf 3.1 vormen het uitgangspunt. Voor woningbouw is het echter niet altijd mogelijk om een locatie te vinden die voldoet aan die afstanden. Dit geldt met name voor inbreidingslocaties in de kern Bunnik. Per situatie wordt dan ook verschillend met de afstanden omgegaan. In dit beleid wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties: •Grote nieuwbouwlocaties (paragraaf 3.2.1.1) •Inbreidingslocaties in de kern Bunnik (paragraaf 3.2.1.2) •Inbreidingslocaties in de kernen Odijk en Werkhoven (paragraaf 3.2.1.3) •Transformatie bestaande bouw (paragraaf 3.2.1.4) •Woningen in het buitengebied (paragraaf 3.2.1.5) 3.2.1.1 Grote nieuwbouwlocaties (nieuwe woonwijk) Hierbij geldt een verbod om af te wijken van de afstanden. Het uitgangspunt is dat gevoelige functies buiten de afstanden van zowel wegen als veehouderijen worden gerealiseerd. Bij grotere nieuwbouwlocaties wordt daarbij de bestaande bebouwde kom uitgebreid. Het gaat hier om een grote oppervlakte met honderd of meer woningen, vaak ook met andere voorzieningen. In het algemeen is het dan mogelijk om te voldoen aan de afstandseisen door hier vroegtijdig rekening mee te houden bij de indeling van het plan. Als tijdens de planvorming blijkt dat toch niet kan worden voldaan aan de afstanden, dan wordt zo vroeg mogelijk de GGD om advies gevraagd. 3.2.1.2 Inbreidingslocaties binnen Bunnik De kern Bunnik ligt dicht bij de snelweg en wordt doorsneden door enkele drukke wegen. Dit betekent dat het niet altijd mogelijk is om de genoemde afstanden aan te houden. Er geldt een inspanningsverplichting. De afstanden worden zoveel mogelijk gerespecteerd. Als het niet mogelijk is om de afstand aan te houden, dan wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke afstand. Er wordt dan bekeken welke functies waar geplaatst worden, zodat gezondheidsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hierbij worden de maatregelen in bijlage 1 in de besluitvorming (of vergunningverlening) meegewogen. Bij 10 of meer woningen wordt de GGD vroegtijdig om advies gevraagd. Er zijn geen intensieve veehouderijen binnen 250 meter van de bebouwde kom van Bunnik. Met deze afstand hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden. Nieuwe intensieve veehouderijen rondom de bebouwde kom worden niet toegelaten (zie 3.2.4). 3.2.1.3 Inbreidingslocaties binnen Odijk en Werkhoven De kern Odijk ligt op iets meer dan 150 meter van de snelweg. Hierbij geldt een verbod om af te wijken van de afstanden. Het is niet toegestaan om binnen 150 meter van de snelweg nieuwe woningbouw te realiseren. De N229 ligt dicht bij de bebouwde kom van Odijk en Werkhoven. Deels ligt de bestaande bebouwde kom al binnen de afstand van 50 meter. Bij inbreidingslocaties wordt rekening gehouden met de afstand. Als op basis van de ruimtelijke opgave het niet mogelijk is om aan de afstand te voldoen, dan kan gemotiveerd worden afgeweken. Er wordt dan bekeken welke functies waar geplaatst worden, zodat gezondheidsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hierbij worden de maatregelen in bijlage 1 in de besluitvorming (of vergunningverlening) meegewogen. Bij 10 of meer woningen wordt zo vroeg mogelijk advies aan de GGD gevraagd. Er zijn geen intensieve veehouderijen binnen 250 meter van de bebouwde kom van Odijk of Werkhoven. Met deze afstand hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden. Nieuwe intensieve veehouderijen rondom de bebouwde kom worden niet toegelaten (zie 3.2.4). 3.2.1.4 Transformatie bestaande bouw Bij transformatie gaat het om bestaande gebouwen/locaties die worden omgevormd naar een andere bestemming. Vaak gaat dit om transformatie van een kantoorgebouw naar woningen of appartementen. Er geldt een inspanningsverplichting. Als het gaat om bestaande bebouwing die binnen de afstanden ligt, dan zijn de mogelijkheden om rekening te houden met de afstanden vaak beperkt. Er wordt dan bekeken welke functies waar geplaatst worden, zodat gezondheidsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hierbij worden de maatregelen in bijlage 1 in de besluitvorming (of vergunningverlening) meegewogen. Bij 10 of meer woningen wordt de GGD zo vroegtijdig mogelijk om advies gevraagd. 3.2.1.5 Woningen in het buitengebied Nieuwe woningen in het buitengebied worden zoveel mogelijk gerealiseerd buiten de in paragraaf 3.1 genoemde afstanden van wegen. Er geldt een inspanningsverplichting. Als mogelijk geldt dit ook voor sloop en nieuwbouw. Als het niet mogelijk is om bij sloop en nieuwbouw, de nieuwbouw buiten de afstand te realiseren, dan wordt er in ieder geval naar gestreefd om de situatie te verbeteren. Hierbij worden de maatregelen in bijlage 1 in de besluitvorming (of vergunningverlening) meegewogen. Advies van de GGD is hierbij niet noodzakelijk. Ten aanzien van veehouderijen wordt voor nieuwe woningen geen rekening gehouden met de afstanden als gebruik wordt gemaakt van de Ruimte voor ruimte-regeling bij een agrarisch bedrijf. Er verdwijnt dan een agrarisch bedrijf, waardoor de situatie verbetert (de uitstoot in het gebied vermindert). Bij nieuwbouw van maximaal drie woningen (op één locatie) in het buitengebied wordt ten aanzien van veehouderijen geen rekening gehouden met de afstanden. Hierbij gaat het om kleine aantallen personen. Als er meer dan 3 woningen worden gebouwd, geldt een inspanningsverplichting. Hierbij moet een integrale afweging gemaakt worden of de ontwikkeling op deze locatie wenselijk is. Er wordt daarbij advies gevraagd aan de GGD. 3.2.2 Kinderopvang Kinderen zijn in het algemeen extra gevoelig, zoals voor blootstelling aan fijnstof. In de Wet kinderopvang wordt bepaald dat kinderopvang moet plaatsvinden in een veilige en gezonde omgeving. Voor de binnenruimte is dit goed geregeld. Voor de buitenruimte echter nog niet. Zoals in hoofdstuk 1 en 2 is aangegeven, bieden de wettelijke normen voor luchtkwaliteit onvoldoende waarborg voor de gezondheid. Voor de buitenruimte bij kinderdagverblijven gelden geen nadere wettelijke eisen. Uitgangspunt is dat er geen nieuwe kinderopvang wordt toegestaan binnen de afstanden langs drukke wegen. Dit geldt ook voor de verplichte buitenruimte. Bij veehouderijen worden geen (nieuwe) kinderdagverblijven gerealiseerd of bestaande kinderdagverblijven uitgebreid. Dit geldt zowel voor intensieve als voor overige veehouderijen. Een kanttekening hierbij is dat kinderdagverblijven soms al zijn toegestaan in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en dus binnenplans gerealiseerd kunnen worden. Bij het opstellen van het omgevingsplan wordt bekeken of de bestaande rechten, in situaties waar nog geen kinderdagverblijf is gerealiseerd, behouden blijven. Het verbod voor kinderdagverblijven geldt ook binnen de zones rondom intensieve veehouderijen. 3.2.3 Scholen Er worden geen nieuwe scholen (zowel basis- als middelbare scholen) gerealiseerd binnen de genoemde minimumafstanden. Dit geldt niet alleen voor de lokalen, maar ook voor de buitenruimte (het schoolplein). 3.2.4 Veehouderijen Bij vestiging van nieuwe intensieve en bij uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen in afwijking van het omgevingsplan wordt getoetst aan de afstanden, zoals in dit beleid benoemd. Nieuwe intensieve veehouderijen worden niet toegelaten binnen 250 meter van de bebouwde kom. Nabij woningen in het buitengebied geldt een inspanningsverplichting. Op nieuwe functies in de omgeving van een veehouderij wordt in de paragrafen hierboven ingegaan. 3.2.5 Sportvelden Voor sportvelden geldt een inspanningsverplichting. Bij voorkeur worden geen sportvelden binnen de afstanden gerealiseerd, omdat hier veel kinderen komen en omdat sporters zich lichamelijk inspannen. Ze ademen daardoor relatief veel (vervuilde) lucht in. Hier staat tegenover dat de verblijfsduur relatief kort is en sporten belangrijk is voor de gezondheid. Net als bij woningen geldt dat het voor sportvelden niet altijd mogelijk is een locatie te vinden die voldoet aan de afstanden, terwijl het van belang is dat er voldoende sportgelegenheid is. In dergelijke gevallen wordt advies aan de GGD gevraagd. 3.2.6 Speeltuinen Voor speeltuinen geldt een inspanningsverplichting. Bij voorkeur worden geen speeltuinen en speelplekken binnen de afstanden gerealiseerd. Dit is zowel vanuit gezondheid als veiligheid (vanwege een drukke weg) van belang. Het gaat vaak om kleine kinderen, van wie de longfunctie nog in ontwikkeling is. Aldus besloten 24 maart 2026College van burgemeester en wethouders Bijlage 1. Algemene uitgangspunten bij toepassing van het afwegingskader, de GGD kan nader adviseren bij de invulling van een locatie Bijlage 2. Relatie afstand en concentratie Bijlage 3. GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en gezondheid Onderstaande tekst is afkomstig van een handout van de GGD. Gevoelige bestemmingen op afstand van drukke wegen Gezondheidsrisico’s van omwonenden nemen toe naarmate de afstand tot de weg kleiner is, ook wanneer de luchtkwaliteit aan de Europese grenswaarden voldoet. Woningen en voorzieningen waar kinderen, ouderen, zwangere vrouwen of mensen met een zwakke gezondheid langdurig verblijven moeten daarom op ruime afstand van drukke wegen worden gerealiseerd. Afstand en verkeersintensiteit in plaats van concentraties Epidemiologische studies laten zien dat mensen die veel tijd doorbrengen in de buurt van een drukke weg een groter risico hebben op negatieve gezondheidseffecten. Gezondheidseffecten nabij drukke wegen worden niet veroorzaakt door één of enkele componenten van het luchtverontreinigingsmengsel, maar door het gehele mengsel aan luchtverontreinigende stoffen. Afstand tot de weg is daarom de beste maat voor het beschermen tegen het extra gezondheidsrisico door uitstoot van luchtverontreiniging van verkeer. De invloed van verkeer op luchtkwaliteit en gezondheid is tot op grote afstand merkbaar. Hoe verder van de weg, hoe minder risico. Hoog gevoelige groepen Kinderen (<18 jaar), ouderen (>65 jaar), zwangere vrouwen (in verband met hun ongeboren baby) en mensen met bestaande luchtwegaandoeningen, hart- en vaataandoeningen en diabetes zijn extra gevoelig voor de effecten van luchtverontreiniging. Hun gezondheid kan beschermd worden door hen niet langdurig nabij drukke wegen te laten verblijven. Gevoelige bestemmingen Gevoelige bestemmingen zijn voorzieningen waar mensen die tot de hoog gevoelige groepen behoren veel tijd doorbrengen. Tot gevoelige bestemmingen behoren in elk geval: woningen, woonzorgcentra, kinderdagverblijven, scholen en buitenschoolse opvang. GGD-Advies De GGD’en adviseren te streven naar een zo goed mogelijke luchtkwaliteit om daarmee de gezondheid te beschermen. Om hooggevoelige groepen te beschermen tegen de extra gezondheidsrisico’s door de uitstoot van verkeer, adviseren de GGD’en: Situeer gevoelige bestemmingen op zoveel mogelijk afstand van drukke wegen, onafhankelijk van de achtergrondconcentratie ter plaatse. Hoe verder van de weg, hoe schoner de lucht en dus hoe gezonder. Meer afstand leidt tot meer gezondheidswinst. Hanteer hierbij de volgende minimale afstanden: Snelweg: ten minste 150 meter Drukke weg buiten de bebouwde kom (>10.000 motorvoertuigen per etmaal): ten minste 50 meter Drukke weg binnen de bebouwde kom (>10.000 motorvoertuigen per etmaal): ten minste 25 meter Bron: GGD Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid, 9 maart 2023 https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische-milieukunde-luchtkwaliteit-en-gezondheid/luchtkwaliteit-advisering-door-GGD Bijlage 4. GGD advies ten aanzien van afstanden tot veehouderijen (https://ggdghor.nl/onderwerp/veehouderij/#4-ggd-advisering-uitgangspunten) De GGD’en hanteren in de advisering de volgende belangrijke uitgangspunten: Voorzorg. Gezondheid wordt meegewogen bij nieuwe ontwikkelingen in de veehouderij of bij ontwikkelingen als de bouw van nieuwe gevoelige bestemmingen in de buurt van veehouderijen. Vanwege aanwijzingen dat omwonenden gezondheidseffecten kunnen ondervinden van veehouderijen, hanteren de GGD’en naast een algemeen afstandscriterium ook gezondheidskundige advieswaarden. Emissiereductie. De GGD’en vinden dat vanuit het oogpunt van gezondheid veehouderijen moeten streven naar vermindering van de emissie van geur, stof, endotoxinen en ammoniak. Ook onder de wettelijke normen worden gezondheidsrisico’s gelopen. Ondernemers worden opgeroepen om alle mogelijke moeite te doen om emissies zo laag mogelijk te houden. Het is van belang bij het opstellen van omgevingsvisies en -plannen om goed na te denken over de ruimtelijke inrichting. Gezondheidskundige advieswaarden. De GGD’en vinden dat het voldoen aan de milieuwetgeving niet automatisch betekent dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Bij het vaststellen van wettelijke grenswaarden worden ook andere aspecten dan enkel gezondheid, zoals bijvoorbeeld economische en technische haalbaarheid, meegewogen. Vandaar dat de GGD’en ter bescherming van de volksgezondheid adviseren onderstaande gezondheidskundige advieswaarden, waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen, als uitgangspunt te nemen bij het beoordelen van een initiatief. Afstanden veehouderij- gevoelige bestemmingen: Uit onderzoek blijkt dat hoe dichterbij een veehouderij ligt bij woningen, hoe hoger blootstelling aan stofdeeltjes, endotoxinen en micro-organismen; wat tot een toename van gezondheidsrisico’s leidt. De GGD’en adviseren in zijn algemeenheid tenminste 250 meter afstand aan te houden tussen veehouderijen en nieuw te bouwen gevoelige bestemmingen. Hieronder vallen ook burgerwoningen/ voormalige bedrijfswoningen en plattelandswoningen. Luchtkwaliteit/ endotoxine: Ook onder de wettelijke normen (PM10 40 μg/m3, PM2,5 25 μg/m3) kan gezondheidswinst behaald worden. Vandaar het advies aan te sluiten bij de WHO-adviesaarden PM10 15 μg/m3, PM2,5 5 μg/m3 en voor NO2 10 μg/m3. Elke reductie van luchtverontreiniging zal leiden tot gezondheidswinst, zelfs op plekken met relatief schone lucht. De Gezondheidsraad ziet endotoxine als een goede indicator voor de blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Er is een gezondheidskundige advieswaarde voor de algemene bevolking afgeleid van 30 EU/m3 endotoxinen. Voetnoten https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische-milieukunde-luchtkwaliteit-en-gezondheid 2 Zie o.a. https://www.schoneluchtakkoord.nl/schone-lucht-akkoord/aansluiten-bij-akkoord/ 3 De WHO heeft de advieswaarden in 2021 aangescherpt. De doelstellingen in het SLA zijn gebaseerd op de oude WHO-advieswaarden. 4 https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmk-veehouderij 5 Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel I | Gezondheidsraad en Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel II | Gezondheidsraad 6 Voor wegen wordt gemeten vanaf de rand van de weg. Bij veehouderijen wordt gemeten vanaf de rand van het bouwvlak.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsnotitie Luchtkwaliteit en Gezondheid Gemeente Bunnik"

Mededelingen

Mededelingen

Subsidieregeling decentrale politieke partijen gemeente Bunnik

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsnotitie Luchtkwaliteit en Gezondheid Gemeente Bunnik

APV

APV

LEGESVERORDENING GEMEENTE BUNNIK 2026

Mededelingen

Mededelingen

Reglement Adviescommissie herstel kelders wervengebied

Mededelingen

Mededelingen

Subsidiestaat 2027 gemeente Utrecht

Mededelingen

Mededelingen

Subsidiestaat 2026 gemeente Utrecht

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 8 september 2026, houdende instemming met de instelling van het Landelijk Deskundigenteam Wolven door BIJ12 (Besluit instemming Landelijk Deskundigenteam Wolven)

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel Beeldkwaliteitsplan UMC Utrecht noordzijde gemeente Utrecht

Mededelingen

Mededelingen

Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Utrecht

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 13 oktober 2026, nr. UTSP-1451650717-16236, tot vaststelling van de Beleidsregels natuur en landschap 2027

Mededelingen

Mededelingen

Afgehandelde ontheffing voor plaatsen hijskraan, Langstraat t.h.v. nr 30 in Bunnik

Mededelingen

Mededelingen

Ontheffing vaarverbod ter uitvoering monitoring Kaderrichtlijn Water