Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente De Wolden

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-28

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente De Wolden

Informatie

Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente De Wolden Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden; gelezen het ambtelijk voorstel; overwegende, dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor de bevoegdheden die het college heeft ten aanzien van de bijzondere bijstand in het kader van de Participatiewet; omdat dan duidelijk is op welke wijze namens het college uitvoering gegeven moet worden aan die bevoegdheden; gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 12, 35 en 51 van de Participatiewet; gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein De Wolden dat is ingewonnen op grond van artikel 47 van de Participatiewet in samenhang met artikel 4, eerste lid, van de Verordening Cliënt- en burgerparticipatie sociaal domein De Wolden 2017; besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente De Wolden Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a.ALO-kop: de verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders zoals bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget;b.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen;c.draagkracht: de middelen waarover beschikt kan worden om zelf in de bijzonder noodzakelijke kosten te voorzien. De draagkracht in relatie tot bijzondere bijstand wordt uitgedrukt in een percentage van de voor de bijzondere bijstand in aanmerking te nemen middelen;d.maximale huurgrens: de huurgrens zoals bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag; e.meerinkomen: het deel van het inkomen dat het college in aanmerking neemt bij het bepalen van de draagkracht;f.statushouder: asielzoeker die een verblijfsvergunning heeft gekregen en in het kader van de taakstelling huisvesting vergunninghouders gehuisvest is in de gemeente Hoogeveen;g.wet: de Participatiewet;h.wisselende inkomsten: inkomsten die periodiek verschillen en van dezelfde werkgever worden ontvangen;i.woonkosten bij huurwoning: huur zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag;j.woonkostentoeslag: bijzondere bijstand voor de woonkosten. Artikel 2 Ingangsdatum In afwijking van artikel 44, eerste lid, van de wet kan bijzondere bijstand worden verleend voor kosten die zijn gemaakt tot en met drie maanden voor de datum waarop belanghebbende zijn aanvraag bijzondere bijstand heeft ingediend. Artikel 3 Drempelbedrag Het college hanteert geen drempelbedrag als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet. Artikel 4 Bepaling van het inkomen en vermogen 1.De hoogte van het inkomen wordt exclusief vakantietoeslag vastgesteld met inachtneming van artikel 31 van de wet. 2.In afwijking van het eerste lid wordt uitgegaan van het inkomen inclusief vakantietoeslag als belanghebbende inkomsten ontvangt inclusief vakantiegeld. 3.De hoogte van het inkomen wordt bij niet-bijstandsgerechtigden vastgesteld aan de hand van de meest recente inkomensspecificatie, tenzij het inkomen in de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan, afwijkt van de meest recente inkomensspecificatie. In dat geval wordt het inkomen vastgesteld aan de hand van de inkomensspecificatie over de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan. 4.In afwijking van het eerste en tweede lid wordt bij wisselende inkomsten uitgegaan van het gemiddelde inkomen genoten in de zes maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan.5.Het college rekent de studietoeslag als bedoeld in artikel 36b van de wet tot het inkomen.6.Het college rekent een particuliere oudedagsvoorziening, zoals bedoeld in artikel 33, vijfde lid, van de wet niet tot het inkomen.7.Het vermogen wordt vastgesteld met ingang van de eerste dag van de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan en wordt vastgesteld met in achtneming van artikel 34, eerste lid, van de wet. Artikel 5 Inkomen zelfstandige 1.Het inkomen van een zelfstandige wordt afwijkend bepaald: a.Het inkomen wordt bepaald aan de hand van het bruto-inkomen als bedoeld in artikel 1, onder f, van het Bbz 2004, van het boekjaar voorafgaande aan het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan, hierna te noemen jaar -1. b.Als het bruto-inkomen over het jaar -1 niet kan worden bepaald, wordt het inkomen uit eigen bedrijf of zelfstandig beroep bepaald aan de hand van een kolommenbalans of de meest recente aangifte omzetbelasting. c.In bijzondere situaties kan van de periode van jaar-1 worden afgeweken. Hiervan is in ieder geval sprake als de periode tussen de aanvraag bijzondere bijstand en jaar-1 langer is dan 9 maanden. 2.Het bruto-inkomen bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met het netteringspercentage van betreffend jaar. 3.Overige bruto-inkomsten die niet zijn onderworpen aan voorheffing loonbelasting worden verminderd met het ten tijde van de aanvraag geldende netteringspercentage. 4.Inkomsten anders dan in het tweede of derde lid benoemd worden vastgesteld volgens artikel 4. 5.De zelfstandige die een uitkering voor algemene bestaanskosten (levensonderhoud) op grond van het Bbz 2004 ontvangt, heeft geen in aanmerking te nemen draagkracht.6.De zelfstandige zoals bedoeld in het vijfde lid, met vermogen boven de vermogensgrens zoals is opgenomen in artikel 3 van het Bbz 2004, heeft geen recht op bijzondere bijstand. Artikel 6 Vermogen zelfstandige Bij de vermogensvaststelling van een zelfstandige is artikel 7 van het Bbz 2004 van toepassing. Hierbij geldt geen vermogensvrijlating, uitgezonderd het voor het bedrijf noodzakelijke vermogen, inclusief vermogen in de woning. Dat betekent dat de zelfstandige of parttime ondernemer buiten het vermogen in de eigen woning niet mag beschikken over enig privévermogen. Artikel 7 Draagkracht 1.Het college rekent niet tot de draagkracht het inkomen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, tot en met 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld. Het deel van het inkomen dat meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld, wordt het meerinkomen genoemd.2.Het college rekent niet tot de draagkracht het inkomen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, tot en met 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het deel van het inkomen dat meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, wordt het meerinkomen genoemd.3.In afwijking van het eerste en het tweede lid wordt bij een woonkostentoeslag uitgegaan van 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het college neemt het volledige meerinkomen in aanmerking als draagkracht.4.Vijfendertig procent van het meerinkomen wordt als draagkracht in aanmerking genomen.5.Het college houdt bij de bepaling van de draagkracht geen rekening met de kostendelersnorm.6.Indien de vastgestelde draagkracht niet meer dan € 25,00 per jaar bedraagt, past het college deze draagkracht niet toe.7.Het vermogen boven de in artikel 34, derde lid, van de wet genoemde grens neemt het college volledig in aanmerking voor de draagkracht. 8.In afwijking van het zevende lid wordt niet tot het vermogen gerekend: a.het vermogen dat als spaargeld is opgebouwd tijdens de periode waarin algemene bijstand wordt ontvangen; b.afkoopwaarde uitvaartverzekeringen; c.het vermogen in de vorm van een eigen huis, indien de belanghebbende in dat eigen huis woonachtig is en recht heeft op een AOW-uitkering of een ouderdomspensioen ontvangt of het vermogen gebonden in een door hem zelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf waarvan hij eigenaar is; d.bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn. 9.Het college acht geen draagkracht aanwezig in het inkomen: i.Bij beslaglegging, wanneer over een inkomen wordt beschikt niet hoger dan de beslagvrije voet; ii.Bij een WSNP, wanneer over een inkomen wordt beschikt niet hoger dan het vrij te laten bedrag; iii.Bij een minnelijke schuldregeling waarbij het vrij te laten bedrag is vastgesteld, overeenkomstig het Vtlb-rapport van de Werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa. Artikel 8 Afwijkende draagkracht zelfstandigen 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, kan voor de doelgroep zelfstandigen bij de toepasselijke bijstandsnorm ook een bedrag aan woonkostentoeslag en/of een vergoeding voor de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering worden opgeteld. Het percentage dat geldt als inkomensgrens is in dit geval het percentage van de bijstandsnorm plus woonkostentoeslag en/of premie arbeidsongeschiktheidsverzekering.2.Als bij de vaststelling van het netto-inkomen van de zelfstandige die algemene bijstand ingevolge het Bbz 2004 ontvangt tevens rekening is gehouden met de woonkosten en/of de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering als bedoeld in artikel 1, onder g, van het Bbz 2004, dan komt de zelfstandige niet in aanmerking voor een afzonderlijke verstrekking voor deze kosten. Artikel 9 Draagkrachtperiode 1.De draagkracht wordt voor een periode van twaalf maanden vastgesteld. De periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan.2.Indien sprake is van bijzondere bijstand voor periodieke kosten, stelt het college de draagkracht maximaal per kalenderjaar vast.3.Indien geen draagkracht aanwezig is, kan de draagkrachtperiode worden vastgesteld op maximaal drie achtereenvolgende kalenderjaren voor belanghebbenden met uitsluitend een uitkering op grond van de: a.Participatiewet; b.AOW; c.WAO; d.WIA; e.Wajong. Artikel 10 Verplichting besteding bijzondere bijstand 1.De toegekende bijzondere bijstand moet worden besteed aan de betreffende kosten.2.Belanghebbende dient desgevraagd de betalingsbewijzen te overleggen. Artikel 11 Hoogte bijzondere bijstand Bij aanvragen bijzondere bijstand zoekt het college voor het bepalen van de hoogte van de bijzondere bijstand aansluiting bij de Nibud Prijzengids voor kosten die daarin genoemd zijn, tenzij anders aangegeven in deze beleidsregel. Artikel 11a Aflossing lening In het geval van een lening bij een kredietbank waarbij het aflossingsbedrag meer bedraagt dan 5% van de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, verleent het college voor het meerdere bijzondere bijstand om niet. Hoofdstuk 2 Kosten van bijzondere bijstand Artikel 12 Tandartskosten 1.Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor tandartskosten onder de volgende drie voorwaarden: a.het is het college gebleken dat zorgverzekeraars de belanghebbende wegens schulden niet accepteren voor een aanvullende tandverzekering of een collectieve zorgverzekering, of de zorgverzekeraar verrekent een te vergoeden bedrag aan de tandarts met een schuld aan de zorgverzekeraar; b.de belanghebbende werkt op het moment van de aanvraag mee aan en volgt een schuldhulpverleningstraject; en c.voorafgaande aan de behandeling overlegt de belanghebbende aan het college een gespecificeerde kostenopgave van een tandarts, die ingeschreven staat in het kwaliteitsregister tandartsen. 2.Het college verleent uitsluitend bijzondere bijstand voor noodzakelijke behandelingen. Artikel 12a Dieetkosten, bewassing, kledingslijtage, verwarmingskosten en maaltijdvoorziening 1.Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de meerkosten van diëten, bewassing, kledingslijtage en verwarming als de noodzakelijkheid van deze kosten is aangetoond. 2.Onder de meerkosten worden de kosten verstaan die zich voordoen wanneer vanwege een medische oorzaak een dieet of extra bewassing noodzakelijk is of zich meer slijtage van kleding, schoeisel of beddengoed voordoen ten opzichte van wat gebruikelijk is. 3.Over het verband tussen meerkosten en medische oorzaak wordt een advies opgevraagd bij een daartoe bevoegde arts of wordt een advies van de bevoegde arts aan het college overgelegd. 4.Het medisch advies mag niet ouder zijn dan vijf jaar. 5.Voor de kosten van maaltijden kan het college een tegemoetkoming verlenen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.de belanghebbende heeft een beperking of een chronische ziekte of er geldt voor de belanghebbende naar het oordeel van het college een sociale indicatie; b.belanghebbende is naar het oordeel van het college voor zijn of haar maaltijden aangewezen op instanties die maaltijden verzorgen; c.maaltijden worden verstrekt via een officiële maaltijdleverancier. 6.Het college vergoedt de werkelijke kosten voor maximaal 7 maaltijden per week onder aftrek van het bedrag per maaltijd dat de belastingdienst hanteert volgens het “Handboek loonheffingen” voor een maaltijd in een bedrijfskantine. Artikel 13 Uitvaartkosten 1.Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de uitvaartkosten aan belanghebbende die erfgenaam is, als: a.hij deze kosten (mede) moet betalen; b.(zijn deel van) de kosten niet uit het erfdeel kunnen worden betaald; en c.hij onvoldoende middelen heeft om de kosten te kunnen betalen. 2.Het college rekent de volgende kosten tot de uitvaartkosten: a.akte van overlijden; b.basistarief uitvaartverzorger; c.overbrengen van overledene naar rouwcentrum of woonhuis; d.laatste verzorging van overledene; e.kist; f.opbaren in uitvaartcentrum; g.rouwauto; h.algemeen graf; i.technische crematie. Artikel 14 Bijzondere bijstand voor vaste lasten woning tijdens verblijf in inrichting 1.Het college kan bijzondere bijstand verstrekken voor de vaste lasten indien: a.belanghebbende in een inrichting verblijft; b.de noodzaak van het doorbetalen van vaste lasten en het aanhouden van de woning vaststaat; c.het vooraf duidelijk is dat de opname niet langer duurt dan zes maanden. 2.Onder vaste lasten als bedoeld in het eerste lid verstaat het college: a.de huur minus huurtoeslag; b.de kosten van het gas, water en elektriciteit; c.de kosten voor lopende abonnementen en/of verzekeringen die niet per direct opgezegd kunnen worden. Gedurende de opzegtermijn wordt bijzondere bijstand verstrekt. Artikel 15 Duurzame gebruiksgoederen 1.Het college kan bijzondere bijstand om niet verlenen voor de noodzakelijke aanschaf of noodzakelijke vervanging van de volgende duurzame gebruiksgoederen: a.een wasmachine; b.een koelkast; c.een televisie; d.een kooktoestel. 2.Voor de hoogte van de bijzondere bijstand voor de aanschaf van een duurzaam gebruiksgoed sluit het college aan bij de normbedragen van de prijzengids van het NIBUD.3.Voor de vervanging van een duurzaam gebruiksgoed past het college afschrijftermijnen toe, die het NIBUD hanteert.4.De bijzondere bijstand wordt toegekend op basis van een vóór de toekenning overlegde offerte ten behoeve van de aanschaf of nota en betaalbewijs van de aankoop. Artikel 16 Woninginrichtingskosten statushouders 1.Bijzondere bijstand voor inrichtingskosten is mogelijk indien er sprake is van een eerste verhuizing na het verlaten van het AZC. 2.Het college verstrekt met in achtneming van artikel 8 en met toepassing van artikel 9, vierde lid van deze beleidsregels een lening voor de inrichtingskosten. 3.De vergoedingen zijn als volgt: a.voor een alleenstaande € 3.677,-; b.voor een gezin met 2 personen € 6.173,-; c.voor een gezin met 3 personen € 7.032,-; d.voor een gezin met 4 personen € 7.831,-; e.voor een gezin met vijf personen € 8.648.-; f.voor een gezin met zes personen € 9.494,-; g.voor een alleenstaande kamerbewoner € 1.923,-. 4.Bij aflossing wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm.5.Na toekenning wordt gedurende aflossingsperiode geen indexering toegepast. Artikel 17 Woninginrichtingskosten niet-statushouders Op belanghebbenden die in een vergelijkbare positie verkeren als statushouders is artikel 16 van overeenkomstige toepassing. Artikel 18 Reiskosten algemeen en reiskosten schoolgaande kinderen 1.Indien het college bijzondere bijstand voor reiskosten noodzakelijk acht dan bedraagt de bijzondere bijstand: a.bij eigen vervoer maximaal de belastingvrije kilometervergoeding die de Belastingdienst hanteert; b.bij openbaar vervoer maximaal de kosten van dit vervoer tegen het laagste tarief. 2.Voor het bepalen van de reisafstand maakt het college gebruik van de ANWB-routeplanner en gaat daarbij uit van de kortste route.3.Het college acht bijzondere bijstand voor reiskosten niet noodzakelijk als de enkele reisafstand 8 kilometer of minder bedraagt. Is de reisafstand meer dan 8 kilometer, dan vergoedt het college de volledige reiskosten.4.Voor de reiskosten voor schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs is in beginsel bijzondere bijstand mogelijk wanneer het schooltype niet in de gemeente De Wolden aanwezig is. Artikel 19 Kinderopvang Bijzondere bijstand is mogelijk voor de eigen bijdrage van kinderopvang die noodzakelijk is in verband met een sociaal medische indicatie voor kinderopvang en waarvoor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is verleend door het college. Artikel 20 Woonkostentoeslag bij een huurwoning 1.Woonkostentoeslag kan worden verleend indien een belanghebbende die een huurwoning bewoont, vanwege bijzondere omstandigheden niet in staat is de huur geheel of gedeeltelijk te betalen, omdat de rekenhuur hoger is dan de maximale huurgrens op grond van de Wet op de huurtoeslag. 2.Het college verleent uitsluitend woonkostentoeslag over dat deel van de (reken)huur dat meer bedraagt dan de maximale huurgrens van artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.3.De woonkostentoeslag wordt voor de duur van een half jaar toegekend, als de rekenhuur hoger is dan de maximale huurgrens. Tevens wordt dan op grond van artikel 55 van de wet, de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting, onder de volgende voorwaarden: a.actief zoeken naar goedkopere woonruimte binnen in de provincie Drenthe en omgeving; b.ingeschreven staan als woningzoekende bij woningcorporaties, bijvoorbeeld bij Thuiskompas; c.reageren op elke aangeboden woning met een huur lager dan de maximale huurgrens, ongeacht de aard of ligging van de woning; d.geen passende woonruimte weigeren; e.alles in het werk stellen om goedkopere woonruimte te verkrijgen. 4.Indien de verplichting als bedoeld in lid 3 is opgelegd, kan de woonkostentoeslag met maximaal een half jaar worden verlengd als belanghebbende buiten zijn schuld nog geen woning heeft kunnen krijgen waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag. 5.Zelfstandigen kunnen voor woonkostentoeslag een beroep doen op het Bbz 2004.6.Een belanghebbende bij wie de huurovereenkomst ingaat na de eerste van de maand, kan in het geval van onvoorziene omstandigheden over die maand woonkostentoeslag aanvragen. De woonkostentoeslag wordt dan berekend overeenkomstig de systematiek van de Wet op de huurtoeslag. Het deel van de (reken)huur voor zover dat meer bedraagt dan de maximale huurgrens vergoedt het college dan volledig. Artikel 21 Woonkostentoeslag bij een eigen woning 1.Woonkostentoeslag kan worden verleend indien de eigenaar die de eigen woning bewoont vanwege bijzondere omstandigheden niet in staat is de woonkosten van die eigen woning geheel of gedeeltelijk te betalen.2.De woonkostentoeslag wordt berekend conform de systematiek van de Wet op de huurtoeslag, waarbij uitsluitend de volgende woonkosten in de berekening worden meegenomen: a.de kosten van de betaalde hypotheekrente onder aftrek van de daadwerkelijk ontvangen belastingteruggaaf; b.de volgende zakelijke lasten in verband met het hebben van een eigen woning: •het eigenaarsdeel van de waterschapslasten; •de premies van glas- en opstalverzekeringen; •het eigenaarsdeel onroerendzaakbelasting; •het eigenaarsdeel rioolheffing; •erfpachtcanon. c.Bij bewoning van een flat of appartement worden in aanvulling op onderdelen a en b de volgende kosten meegenomen: •schoonmaakkosten gemeenschappelijke ruimtes; •energiekosten voor de lift; •kosten verlichting gemeenschappelijke ruimtes. 3.De woonkostentoeslag wordt verhoogd met dat deel van de woonkosten dat hoger is dan de maximale huurgrens als bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. 4.De woonkostentoeslag wordt voor één jaar toegekend, indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens.5.Indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens wordt, op grond van artikel 55 van de wet, de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting, onder de volgende voorwaarden: a.actief zoeken naar goedkopere woonruimte binnen de gemeente Hoogeveen; b.reageren op elke aangeboden goedkopere huisvesting, ongeacht de aard of ligging van de huisvesting; c.geen passende woonruimte weigeren; d.alles in het werk stellen om de woning te verkopen: schakelt een makelaar in, zet via een advertentie de woning te koop zoals krant, toegankelijke websites voor het aanbieden van de koopwoning; e.ingeschreven staan als woningzoekende bij woningcorporaties. 6.De periode als bedoeld in lid 4 kan met maximaal één jaar worden verlengd als belanghebbende buiten zijn schuld nog geen goedkopere huisvesting heeft kunnen krijgen.7.De woonkostentoeslag wordt voorlopig vastgesteld en na ontvangst van de definitieve aanslag van de belastingdienst over het betreffende jaar wordt de hoogte van de woonkostentoeslag herbeoordeeld en definitief vastgesteld.8.Bij zwaarwegende redenen kan er worden afgezien van het opleggen van de verhuisplicht. 9.Zelfstandigen kunnen voor woonkostentoeslag een beroep doen op het Bbz 2004. Artikel 22 Jongeren in inrichting 1.Een persoon van 18 jaar of ouder maar jonger dan 21 jaar die in een inrichting verblijft, kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten van levensonderhoud, wanneer hij geen beroep kunnen doen op zijn ouders, omdat: a.de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of b.deze persoon redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken. 2.De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de norm die geldt voor personen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Participatiewet.3.Een persoon als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht tegenover zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als: a.de ouder(s) is/zijn overleden of in het buitenland woont/wonen en deze onbereikbaar is/zijn; b.de jongere in het kader van de Jeugdwet destijds uit huis is geplaatst; c.de jongere op de ingangsdatum van de bijstandsverlening twaalf maanden of langer zelfstandig woont; of d.er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de jongere zelf geen verandering kan worden gebracht. 4.Dit artikel komt te vervallen met ingang van de datum waarop de wet in die zin is gewijzigd en in werking is getreden, dat ook personen als bedoeld in het eerste lid voor bijstand voor de kosten van levensonderhoud in aanmerking kunnen komen op grond van die wet. Hoofdstuk 3 Minimaregelingen Artikel 23 Studiekosten schoolgaande kinderen 1.Het college kan aan ouders een vergoeding verstrekken ter bevordering van de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan: a.het inkomen is lager of gelijk aan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; b.er is geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet; c.de kinderen gaan naar het voortgezet-, middelbaar- of hoger onderwijs; en d.het zijn ten laste komende kinderen voor wie de ouders de volledige zorg dragen als bedoeld in de wet. 2.De vergoeding bedraagt per schooljaar maximaal € 150,00 per kind, waarbij het college onder een schooljaar verstaat de periode van 1 juli tot en met 30 juni.3.Bij toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm.4.Indien sprake is van co-ouderschap kan de co-ouder voor maximaal de helft van het bedrag genoemd in het tweede lid in aanmerking komen. Artikel 24 Pc regeling 1.Het college kan aan ouders een vergoeding verstrekken voor een Pc (laptop) voor schoolgaande kinderen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar, indien: a.het inkomen lager of gelijk is aan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm; b.er geen in aanmerking te nemen vermogen is als bedoeld in artikel 34 van de wet; en c.het ten behoeve van ten laste komende kinderen is voor wie de ouders de volledige zorg dragen als bedoeld in de wet. 2.Het college verstrekt maximaal één Pc (laptop) per huishouden.3.Het college verstrekt maximaal één keer per vijf jaar een Pc (laptop).4.Het maximaal te vergoeden bedrag is het bedrag genoemd in de Nibud prijzengids voor een computer (laptop). Artikel 25 Collectieve Zorgverzekering 1.Het college biedt inwoners vanaf 18 jaar met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag en een vermogen van maximaal de toepasselijke vermogensgrens van de wet de mogelijkheid deel te nemen aan een collectieve zorgverzekering.2.Het eerste lid is van toepassing indien het college met een zorgverzekeraar een overeenkomst voor het aanbieden van een collectieve zorgverkering heeft afgesloten.3.Voor de bepaling van het vermogen van belanghebbende die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt is artikel 5, achtste lid, onderdeel c, van deze beleidsregels van overeenkomstige toepassing.4.Het college verleent als tegemoetkoming in de premie aan belanghebbende bijzondere bijstand van Є 10,00 per maand. Hoofdstuk 4 Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 26 Overgangsrecht 1.Besluiten waarin periodieke bijzondere bijstand is toegekend, voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel, blijven na de inwerkingtreding van deze beleidsregel hun werking houden voor de duur waarvoor ze zijn toegekend.2.Deze beleidsregel is van toepassing op bezwaarschriften, ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel, waarop nog niet is beslist.3.Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen waarop nog niet is besloten en die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel. Artikel 27 Slotbepalingen 1.De Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid gemeente De Wolden 2022 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt.2.Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.3.Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente De Wolden. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 8 september 2026De secretaris, De burgemeester,Roelof Pieter Koning Inge C.J. Nieuwenhuizen Bijlage inrichtingskosten statushouders samenstelling gezin netto lening alleenstaande kamerbewoner € 1.923,00 alleenstaande zelfstandig wonend € 3.677,00 gezin met 2 personen € 6.173,00 gezin met 3 personen € 7.032,00 gezin met 4 personen € 7.831,00 gezin met 5 personen € 8.648,00 gezin met 6 personen € 9.494,00 gezin met 7 personen € 10.270,00 gezin met 8 personen € 11.046,00 voor ieder extra gezinslid € 776,00 Toelichting Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente De Wolden Algemeen De bijzondere bijstand is wettelijk geregeld in artikel 35 van de Participatiewet en voor jongeren van 18 tot 21 jaar oud die in aanvulling op hun inkomen of algemene bijstand bijzondere bijstand nodig hebben om in de algemeen noodzakelijke kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien artikel 12 van de Participatiewet. In deze beleidsregel vult het college zijn bevoegdheden in ten aanzien van de bijzondere bijstand bij de vaststelling van de draagkracht, de draagkrachtperiode en bij de bepaling van de inhoud van het bijzondere bijstandsbeleid. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Voor zover de beleidsregel begrippen gebruikt die afwijken of niet voorkomen in de Participatiewet en Algemene wet bestuursrecht, worden die hier gedefinieerd. Artikel 2 Ingangsdatum Het college moet beoordelen of een aanvraag bijzondere bijstand met terugwerkende kracht is gedaan. Het college moet beoordelen op welk moment de kosten zijn gemaakt, gelet op artikel 44, eerste lid, van de wet. Met het verbod om met terugwerkende kracht toe te kennen moet niet te streng worden omgegaan bij de bijzondere bijstand. Het kan namelijk gebeuren dat het indienen van een aanvraag voordat de kosten zich voordoen niet mogelijk is. Vasthouden aan het verbod op bijstandsverlening met terugwerkende kracht zou in die gevallen betekenen dat de functie van de bijzondere bijstand wordt uitgehold1. In artikel 44, vijfde lid, van de wet staat ook dat bijstand maximaal drie maanden met terugwerkende kracht kan worden toegekend. Daar moeten dan wel individuele omstandigheden toe noodzaken. Bij aanvragen bijzondere bijstand maakt het college standaard gebruik van deze bevoegdheid, zolang die kosten niet langer dan drie maanden geleden zijn gemaakt voorafgaand aan de aanvraag. Reden om dit artikel in de beleidsregel op te nemen. Artikel 3 Drempelbedrag De gedachte achter het drempelbedrag is het voorkomen van relatief grote administratieve inspanningen voor kleine bedragen. Dit drempelbedrag is € 170,00 (2025). Bijzondere bijstand voor kosten die binnen twaalf maanden het drempelbedrag niet te boven gaan, mag het college weigeren op grond van artikel 35, tweede lid, van de wet. Van deze bevoegdheid maakt het college geen gebruik. Artikel 4 Bepaling van het inkomen en vermogen Eerste lid Dat het inkomen met inachtneming van artikel 31 van de wet wordt vastgesteld, betekent dat het inkomen dat op basis van artikel 31 van de wet niet tot middelen wordt gerekend, ook niet tot de middelen wordt gerekend bij aanvragen bijzondere bijstand. Tweede lid Dit lid behoeft geen toelichting. Derde lid In geval dat het inkomen afwijkt van de meest recente inkomensspecificatie, vraagt het college de inkomensspecificaties op van de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan. Vierde lid Wanneer een belanghebbende bij een werkgever periodiek wisselende inkomsten heeft, gaat het college uit van het gemiddelde inkomen over een periode van een half jaar. Vijfde lid De studietoeslag is bedoeld voor studenten die naast hun studie niet in staat zijn inkomsten te verwerven met een bijbaantje. Bij een student die bijzondere bijstand aanvraagt, wordt rekening gehouden met het inkomen uit het bijbaantje. Dit maakt dat het college ook de studietoeslag tot het inkomen rekent. Zesde lid Dit lid behoeft geen toelichting. Zevende lid De wijze waarop dit lid moet worden toegepast, wordt verduidelijkt aan de hand van het volgende voorbeeld: Als een belanghebbende op 6 december bijzondere bijstand aanvraagt en de kosten zich ook hebben voorgedaan in de maand december, dan stelt het college het vermogen vast per 1 december. Artikel 5 Inkomen zelfstandige Eerste lid Onderdeel a Een periode van een heel boekjaar geeft een beter beeld van de werkelijke inkomenssituatie van een zelfstandig, want bij hen kunnen de inkomsten op maandbasis behoorlijk fluctueren. Dit geeft een betrouwbaarder beeld van de gemiddelde inkomenssituatie. Onderdelen b en c Deze onderdelen geven aan wanneer daarvan afgeweken kan worden. Tweede en derde lid Deze leden behoeven geen toelichting. Artikel 7 Draagkracht Eerste tot en met vijfde lid Deze leden behoeven geen toelichting. Zesde lid De draagkracht is dan dermate gering, dat deze buiten beschouwing wordt gelaten. Zevende lid Dit lid behoeft geen toelichting. Achtste lid Onderdeel a Wat is gespaard van de uitkering, laat het college bij aanvragen bijzondere bijstand buiten beschouwing. Onderdeel b Om te voorkomen dat inwoners als gevolg van hun aanvraag bijzondere bijstand hun uitvaarverzekering moeten afkopen en daardoor niet verzekerd zijn tegen deze kosten, laat het college deze buiten beschouwing. Onderdeel c Voor inwoners met een minimum inkomen en een overwaarde in de eigen woning die ze zelf bewonen is het niet of nauwelijks mogelijk om deze te gelde te maken of (verder) te bezwaren, om de kosten die zich voordoen zelf te betalen. Dit maakt dat het college die overwaarde buiten beschouwing laat. Onderdeel d Dit komt overeen met artikel 34, tweede lid, onderdeel a, van de wet. Ook in het kader van aanvragen bijzondere bijstand rekent het college dit niet tot het vermogen. Negende lid Onderdeel a Als er beslag ligt is er geen draagkracht. Ook wanneer de beslagvrije voet hoger is dan de inkomensgrens zoals vastgelegd in het beleid. De beslagvrije voet is namelijk het bestaansminimum waarvan geleefd moet worden. Zie CRvB 11-4-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:705. Onderdeel bBij een Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) beschikt belanghebbende uitsluitend over een inkomen ter hoogte van het vrij te laten bedrag (vtlb). Het vtlb bestaat uit de beslagvrije voet en verhogingen daarvan op grond van het vtlb-rapport. Over het inkomen hoger dan de vtlb kan belanghebbende niet beschikken en kan om die reden niet tot de draagkracht worden gerekend. Dit is vaste rechtspraak. In dit onderdeel wordt geregeld dat bij een WSNP ook het inkomen ter hoogte van de vtlb niet tot de draagkracht wordt gerekend. Het college wil inwoners met een problematische schuldensituatie ondersteunen. Door de eventuele draagkracht in de vtlb buiten beschouwing te laten, wil het college bevorderen dat de WSNP tot een goed einde wordt gebracht en de inwoner schuldenvrij wordt. Dit gelet op de vele onderzoeken, waaruit blijkt wat de gevolgen zijn van problematische schulden2 . Veelal zal ook daadwerkelijk geen draagkracht aanwezig te zijn. Onderdeel c Het college ondersteunt inwoners met een problematische schuldensituatie op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Met deze bepaling wil het college voorkomen dat de minnelijke schuldregeling belemmerd wordt. Artikel 8 Afwijkende draagkracht zelfstandigen Eerste lid Als de zelfstandige verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid en/of recht kan hebben op woonkostentoeslag, kunnen de maandelijks te betalen premie en/of woonkostentoeslag worden opgeteld bij de algemene bijstandsnorm. De norm is in dit geval dan de 120% van de algemene bijstandsnorm en de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering en/of de woonkostentoeslag samen. Tweede lid Dit lid behoeft geen toelichting. Artikel 9 Draagkrachtperiode Eerste lid Dit lid behoeft geen toelichting. Tweede lid Periodieke kosten wijzigen veelal jaarlijks, waardoor hier gekozen is om de draagkracht maximaal per kalenderjaar vast te stellen. Vraagt een belanghebbende halverwege het jaar bijzondere bijstand aan voor periodieke kosten dan zal de draagkracht maximaal tot en met 31 december van dat jaar vastgesteld worden. Derde lid Bij belanghebbenden met een dergelijk inkomen doen wijzigingen in de draagkracht zich niet of nauwelijks voor. Het is ter inschatting aan de consulent of er in de individuele situatie de draagkrachtperiode voor deze langere periode vastgesteld kan worden. Artikel 10 Verplichting besteding bijzondere bijstand Eerste lid Indien de bijzondere bijstand niet aan de kosten worden besteed, waarvoor die bijzondere bijstand is toegekend, zal de bijzondere bijstand teruggevorderd worden. Tweede lid Dit lid behoeft geen toelichting. Artikel 11 Hoogte bijzondere bijstand In de Nibud-prijzengids staat over de verantwoording van en toelichting op de prijsgegevens het volgende: De cijfers in de Prijzengids voor de bijzondere bijstand komen voor een groot deel van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daar worden maandelijks duizenden prijzen van verschillende artikelen verzameld. Een deel van de prijzen hebben we zelf verzameld door middel van steekproeven in gangbare winkels. Verder hebben we gebruikgemaakt van informatie van de ANWB, verschillende telecomproviders, het Voedingscentrum, Vewin, de Consumentenbond, Milieu Centraal, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en uitvaart.nl. Bij elke tabel staat de bron vermeld. Hiervoor zijn analyses gemaakt op basis van prijsinformatie van het CBS. Dit maakt dat voor de hoogte van de bijzondere bijstand gekozen is voor de prijzengids van het Nibud. Artikel 11a Aflossing lening Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Hoofdstuk 2 Kosten van bijzondere bijstand Artikel 12 Tandartskosten Dit artikel is opgenomen om in schrijnende situaties bepaalde tandartskosten te kunnen vergoeden als belanghebbende zich niet aanvullend of collectief kan verzekeren door schuldproblematiek. De belanghebbende moet dus bekend zijn bij de schuldhulpverlener van de gemeente. Het kan ook voorkomen dat belanghebbende nog wel is verzekerd voor tandartskosten maar een schuld heeft aan de/een zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar verrekent de vergoeding voor tandartskosten met de schuld, waardoor de belanghebbende of de tandarts de kosten niet uitbetaald zou krijgen. Voorwaarde voor bijzondere bijstand is onder andere dat betrokkene een schuldhulpverleningstraject via gemeente volgt en hieraan meewerkt. Betrokkene moet aan alle drie voorwaarden voldoen. Doel van de behandeling moet zijn dat betrokkene pijn- en ontstekingsvrij en kan kauwen. Omdat betrokkene meewerkt aan een schuldregeling of WSNP-traject is er geen draagkracht. Artikel 13 Uitvaartkosten Het college kiest voor de hoogstnoodzakelijke kosten. Kosten van bijvoorbeeld een advertentie of een volgauto zijn hierbij niet meegenomen. Voor de kosten genoemd in dit artikel sluit het college aan bij de Nibud-prijzengids, zoals blijkt uit artikel 11. Artikel 14 Bijzondere bijstand voor vaste lasten woning tijdens verblijf in inrichting Voor inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen van de gemeente en in de bijstandsperiode in een inrichting worden opgenomen, wijzigt het college de bijstandsnorm niet meteen in de norm die geld voor personen in een inrichting. In situaties waarin de bijstandsnorm nog niet is gewijzigd in de norm die geldt voor personen in een inrichting is bijzondere bijstand voor de vaste lasten niet noodzakelijk. De kosten kunnen dan immers uit de algemene bijstand voldaan worden. Het artikel zal dan ook met name worden toegepast bij inwoners die op het moment van opname in de inrichting nog geen algemene bijstand ontvingen. Van belang is dat binnen een redelijke termijn uitzicht bestaat op terugkeer naar de woning. Daarvan is sprake als de verwachting is dat dit binnen zes maanden plaatsvindt. Als bij voorbaat duidelijk is dat de opname in een inrichting blijvend is, is het aanhouden van de woning en daaruit voortvloeiende kosten alleen al om die reden niet noodzakelijk. Artikel 15 Duurzame gebruiksgoederen Voor bijstandsverlening om niet voor duurzame gebruiksgoederen geldt een limitatieve opsomming. Dat betekent dat alleen in het geval van een noodzakelijke aanschaf of noodzakelijke vervanging voor een wasmachine, koelkast, televisie of kooktoestel bijzondere bijstand om niet kan worden verleend. Voor andere gebruiksgoederen wordt geacht dat de cliënt reserveert of spaart. De afschrijftermijnen die het NIBUD in de prijzengids 2025/2026 hanteert zijn 10 jaar. Vanaf het 6e gebruiksjaar kan naar rato van de normale levensduur van 10 jaar bijzondere bijstand worden verleend. Stel een wasmachine is 6 jaar oud en moet worden vervangen. Maximaal kan € 455 worden vergoed als het apparaat 10 jaar of ouder is. Als het apparaat 6 jaar oud is, kan 6/10 x € 455= € 273 worden vergoed. Dit is een toelichting op het vierde lid om in het geval van een kortere levensduur dan 10 jaar als voorbeeld c.q. maatwerk aan te geven voor welk bedrag bijstand kan worden verleend. Artikel 16 inrichtingskosten statushouders Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 17 Woninginrichtingskosten niet-statushouders Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 18 Reiskosten algemeen en reiskosten schoolgaande kinderen Eerste tot en met derde lid In dit artikel bepaalt het college wat de hoogte van bijzondere bijstand voor de reiskosten is, op welke wijze het college de reisafstand bepaalt en wat de minimale reisafstand moet zijn om voor bijzondere bijstand in aanmerking te komen. Daarnaast moet vaststaan dat het gaat om noodzakelijke reiskosten. Vierde lid Het volgen van het voortgezet onderwijs acht het college dermate van belang dat in geval een kind van een inwoner voortgezet onderwijs volgt wat niet in de gemeente De Wolden aanwezig is, in beginsel bijzondere bijstand mogelijk is. Artikel 19 Kinderopvang Het daadwerkelijk gebruik kunnen maken van kinderopvang als daar een sociaal-medische indicatie voor is afgegeven, acht het college dermate van belang dat in geval ouders daarvoor onvoldoende middelen hebben, bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van de kinderopvang verleend kan worden. Artikel 20 Woonkostentoeslag bij een huurwoning Eerste en tweede lid De Wet op de huurtoeslag (WHT) is met ingang van 1 januari 2026 gewijzigd. Ook bewoners van een huurwoning met een huur hoger dan de maximale huurgrens komen voor huurtoeslag in aanmerking. Dit betekent dat alleen het deel van de huur dat meer bedraagt dan die maximale huurgrens voor bijzondere bijstand in aanmerking kan komen. Tweede en derde lid In deze leden is aangegeven op welke wijze het college de hoogte van de woonkostentoeslag vaststelt. Derde en vierde lid Het college verstrekt de bijzondere bijstand tijdelijk. Het is aan de inwoner om zo snel mogelijk te verhuizen naar een woning met een huur lager dan de maximale huurgrens. Het college legt daartoe een aanvullende verplichting op die strekt ter beëindiging van de bijzondere bijstand voor de woonkosten. Die verplichting legt het college op als de huur hoger is dan de maximale huurgrens. Vijfde lid Indien woonkostentoeslag noodzakelijk is kan de zelfstandige een beroep doen op het Bbz 2004. Zesde lid De Belastingdienst verstrekt geen huurtoeslag over een onvolledige huurmaand. Bijzondere bijstand kan dan voor de huur worden toegekend als sprake is van een onvoorziene omstandigheid. Als voorzienbaar is dat een inwoner op termijn een huurwoning kan betrekken, dan kan hij onder andere voor deze huurkosten reserveren. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de inwoner als woningzoekende staat ingeschreven. Bij onvoorziene situaties kan onder andere gedacht worden aan: •een echtscheiding of verlating en een van beide ex-partners achterblijft in de huurwoning; of •een plotseling onvoorziene inkomensdaling. Artikel 21 Woonkostentoeslag bij een eigen woning Eerste lid Hierbij kan worden gedacht aan een onvoorziene situatie zoals een plotseling onvoorziene inkomensdaling. Bij een echtscheiding of verlating zal de ex-partner meestal de mede-eigenaar zijn van de eigen woning zijn en om die reden moeten bijdragen aan de woonkosten van die eigen woning. Tweede lid Hierin staat wat het college verstaat onder woonkosten bij een eigen woning. De aflossing van de hypothecaire geldlening wordt daartoe niet gerekend. Derde lid Dit lid behoeft geen toelichting. Vierde lid De termijn is langer dan bij een huurwoning, omdat naast het zoeken naar goedkopere woonruimte de eigen woning verkocht moet worden. Vijfde lid Zie de toelichting op artikel 21 bij woonkostentoeslag voor huurwoningen. Zesde lid Dit lid behoeft geen toelichting. Zevende lid De belastingteruggaaf vanwege de aftrek van hypotheekrente leidt tot lagere woonlasten. Reden waarom deze wordt opgevraagd. Op basis daarvan kan de definitieve hoogte van de bijzondere bijstand worden bepaald. Achtste lid Indien bijvoorbeeld het huis helemaal aangepast is vanwege de beperkingen van één van de gezinsleden, kan dat bijvoorbeeld worden aangemerkt als een zwaarwegende reden. Negende lid Indien woonkostentoeslag noodzakelijk is kan de zelfstandige een beroep doen op het Bbz 2004. Artikel 22 Jongeren in inrichting In het wetsvoorstel Participatiewet in balans is per abuis de mogelijkheid komen te vervallen dat jongeren in een inrichting van 18 jaar of ouder maar jonger dan 21 jaar voor bijstand in aanmerking kunnen komen voor de kosten van levensonderhoud. Het ministerie van SZW heeft in een reactie aan Schulinck bevestigd dat in deze gevallen de problematiek tijdelijk moet worden opgevangen met artikel 35 Participatiewet en dat het ministerie werkt aan een structurele oplossing3 . Reden waarom dit artikel in de beleidsregel is opgenomen. Voor de voorwaarden is aansluiting gezocht bij artikel 20, derde lid, onderdelen a en b van de wet zoals die per 1 januari 2026 gaat luiden en de nadere uitwerking van die voorwaarden in de Beleidsregel algemene bijstand Hoogeveen. Voor de hoogte is aansluiting gezocht bij de norm die geldt voor personen in een inrichting. Dit artikel kan komen te vervallen, zodra de wetgever dit in de wet heeft geregeld. Hoofdstuk 3 Minimaregelingen Artikel 23 Studiekosten schoolgaande kinderen De tegemoetkoming voor studiekosten kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd en het schooljaar waarin de aanvraag wordt gedaan is leidend. Het schooljaar loopt voor wat betreft dit artikel van 1 juli t/m 30 juni. Artikel 24 PC regeling De tegemoetkoming is gebaseerd op de richtprijzen van Nibud en de periode van vijf jaar genoemd in lid 3 van dit artikel is de afschrijftermijn volgend de richtlijnen van het Nibud. Artikel 25 Collectieve zorgverzekering Dit artikel is gebaseerd op artikel 35, derde lid van de wet. Hoofdstuk 4 Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 26 Overgangsrecht Eerste lid Besluiten genomen onder het oude beleid worden gerespecteerd voor de duur waarvoor ze zijn afgegeven. Tweede en derde lid Voor de uitvoering is het meteen van toepassing verklaren van de nieuwe beleidsregels op aanvragen en bezwaarschriften waarop nog niet is beslist, het meest eenvoudige. Artikel 28 Slotbepalingen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente De Wolden"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerpbesluit wijziging Waterschapsverordening Drents Overijsselse Delta

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente De Wolden

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel Wet veilige jaarwisseling Hoogeveen

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel Wet veilige jaarwisseling De Wolden

Mededelingen

Mededelingen

Protocol onderzoek calamiteiten en meldingen van geweld incidenten Wmo

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving ontvangst aanvraag omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op de locatie Provincie Drenthe

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel algemene bijstand gemeente De Wolden

Omgeving

Omgeving

Waarneming commissaris van de Koning

APV

APV

Tweede Openstellingsbesluit Subsidieregeling MBG Drenthe

APV

APV

Subsidieregeling maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Drenthe

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht De Wolden

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving ontvangst aanvraag omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op de locatie Provincie Drenthe