Beleidsregel toegangspoorten in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-19

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Montferland

Informatie

Beleidsregel toegangspoorten in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen 1. Aanleiding Het algemene uitgangspunt voor bouwwerken vóór de voorgevel is dat erf- en terreinafscheidingen een maximale hoogte van 1,0 meter hebben. In de praktijk bestaat soms de wens om bij vrijstaande woningen een hogere toegangspoort toe te staan, bijvoorbeeld bij een ruime kavel, een diepe voortuin of een woning met een representatieve uitstraling. Een hogere toegangspoort kan in sommige gevallen passen bij het erf en de woning en bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Zonder duidelijke voorwaarden kan dit echter ook leiden tot een te gesloten straatbeeld, een te massale uitstraling of een aantasting van de verkeersveiligheid. Daarom wordt voorgesteld om onder voorwaarden een hogere toegangspoort mogelijk te maken. 2. Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze regeling gelden de volgende begrippen: Toegangspoort Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestemd als beweegbare afsluiting van een inrit of hoofdtoegang tot een perceel, dat niet functioneert als een aaneengesloten erfafscheiding over de volledige breedte van het perceel. Doorlooppoort Een ondergeschikte beweegbare toegang voor voetgangers of fietsers aan de hand, direct aansluitend aan of ruimtelijk samenhangend met een toegangspoort. Visuele transparantie De verhouding van de totale open oppervlakte ten opzichte van het totale aanzichtvlak van de poort, berekend als hoogte × breedte van het poortblad, bezien loodrecht op het vooraanzicht. Bij de beoordeling van de transparantie worden vaste, gesloten onderdelen zoals dichte panelen, borstweringen, platen, schermen, glaspanelen en vergelijkbare elementen meegerekend als gesloten vlak. Ook decoratieve objecten of geïntegreerde voorzieningen die feitelijk het open karakter verminderen, worden hierbij betrokken. Voorerfgebied De gronden die voor de voorgevel of het verlengde daarvan van het hoofdgebouw zijn gelegen, zoals bedoeld in bijlage I van het Bbl. Inrit De rijstrook op eigen terrein die de openbare weg verbindt met een garage, carport of parkeerplaats op het perceel. Open voortuinkarakter Een straatbeeld waarin voortuinen overwegend een open en groen karakter hebben, met lage erfafscheidingen, zicht op de voorgevels en beperkte aanwezigheid van gesloten afscheidingen of poorten. 3. Hoofdregel 3.1 Algemene regel In het voorerfgebied bij vrijstaande woningen is maximaal één toegangspoort toegestaan. De maximale hoogte van een toegangspoort vóór de voorgevel of in het voorerfgebied bedraagt 1,0 meter. Een direct aansluitende doorlooppoort is toegestaan, mits deze ondergeschikt is aan de toegangspoort en voldoet aan de hieronder genoemde voorwaarden. 3.2 Erf- en terreinafscheidingen Deze regeling ziet alleen op toegangspoorten en eventueel een direct daarmee samenhangende doorlooppoort. Overige erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied blijven maximaal 1,0 meter hoog. Voor levende hagen en andere groene erfafscheidingen geldt deze hoogtebeperking niet, tenzij elders in regelgeving anders is bepaald. Hiermee wordt het groene karakter van voortuinen gestimuleerd en wordt voorkomen dat gesloten, harde erfafscheidingen toenemen. 4. Afwijkingsmogelijkheid voor hogere toegangspoorten In afwijking van de hoofdregel kan een toegangspoort in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen worden toegestaan met een maximale hoogte van 1,80 meter inclusief staanders, palen en gemetselde poeren. Toelichting: Er is gekozen voor een maximum van 1,80 meter in plaats van 2,0 meter. Dit sluit aan bij de voorliggende casus en zorgt voor een betere balans tussen bruikbaarheid, representativiteit en behoud van een open straatbeeld. Een hogere toegangspoort kan alleen worden toegestaan als aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan. 5. Voorwaarden a. Situering De poort is uitsluitend gesitueerd ter plaatse van een inrit of hoofdtoegang van het perceel. b. Aantal Per perceel is maximaal één toegangspoort toegestaan, met eventueel één direct aansluitende doorlooppoort. c. Breedte De totale breedte van de toegangspoort, inclusief staanders, palen en gemetselde poeren, bedraagt maximaal 5,0 meter. Indien een direct aansluitende doorlooppoort wordt gerealiseerd, mag de gezamenlijke breedte van toegangspoort en doorlooppoort ook maximaal 5,0 meter bedragen. Toelichting: Hiermee wordt ruimte geboden voor een praktische doorgang voor voetgangers of iemand met een fiets aan de hand, zonder dat het geheel te breed en te dominant wordt. d. Transparantie De toegangspoort moet een visuele transparantie van ten minste 60% hebben. De poort mag niet zijn uitgevoerd als een volledig dichte of overwegend gesloten constructie. Toelichting: 50% is in veel gevallen aan de lage kant voor een poort van 1,80 meter hoog. 70% kan te beperkend zijn. Met 60% wordt een werkbaar midden gekozen dat voldoende openheid waarborgt. Bij twijfel moet de aanvrager de transparantie aantonen met maatvoering, gevelaanzichten of productspecificaties. e. Gesloten delen Dichte houten delen, gesloten panelen, platen of vergelijkbare elementen zijn niet toegestaan, tenzij uit een berekening blijkt dat de minimale visuele transparantie behouden blijft. Halfdichte lamellen zijn alleen toegestaan als aantoonbaar aan de transparantie-eis wordt voldaan. f. Verkeersveiligheid De poort vormt geen belemmering voor de verkeersveiligheid, het uitzicht vanuit het perceel of het zicht vanuit de openbare ruimte. De poort is in ieder geval niet toegestaan: •op hoekpercelen binnen een zichtdriehoek; •op locaties waar uitrijdend verkeer onvoldoende zicht heeft op voetgangers, fietsers of gemotoriseerd verkeer; •wanneer de situering of uitvoering leidt tot een verkeersonveilige situatie. g. Openen op eigen terrein De poort opent of schuift uitsluitend op eigen terrein en niet over de openbare ruimte. h. Afstand tot de openbare weg De poort wordt op minimaal 5 meter uit de kant van de openbare weg geplaatst, volledig op eigen terrein. Toelichting: Deze afstand is van belang voor verkeersveiligheid en doorstroming. Ook voorkomt dit dat hoge poorten op kleine kavels direct aan de straat een te dominant en gesloten beeld geven. i. Perceelgrootte De regeling geldt alleen voor percelen met een oppervlakte van ten minste 400 m². Toelichting: Hiermee wordt geborgd dat een hogere poort alleen mogelijk is op percelen waar voldoende ruimtelijke maat aanwezig is. Hoewel ook andere factoren van belang zijn, zoals afstand tot de woning en lengte van de erfgrens, is 400 m² een bruikbaar en objectief minimum. j. Type perceel en woning Een hogere toegangspoort is alleen toegestaan bij vrijstaande woningen met een voortuin van voldoende omvang, waarbij de poort ruimtelijk ondergeschikt blijft aan het perceel en de woning. k. Straatbeeld en ruimtelijke kwaliteit De poort mag geen onevenredige afbreuk doen aan: •het open karakter van het straatbeeld; •de ruimtelijke kwaliteit van de straat; •de onderlinge samenhang van voortuinen en bebouwing. Daarvan is in beginsel sprake indien: •de woning direct aan de stoep ligt zonder duidelijke voortuin; •de straat een aantoonbaar open voortuinkarakter heeft; •de poort door hoogte, breedte, materiaalgebruik of geslotenheid visueel te dominant is; •de poort onderdeel wordt van een vrijwel gesloten voorerf. l. Groeninpassing Aan weerszijden van de poort moet op eigen terrein een groene inpassing aanwezig zijn of worden aangebracht, tenzij dit aantoonbaar niet mogelijk of niet passend is. Als richtlijn geldt aan weerszijden een strook van ten minste 1 meter breed met levende beplanting. Toelichting: Groen verzacht de ruimtelijke uitstraling van een poort en voorkomt een te stenig of gesloten beeld. m. Waardevol groen De aanleg van de poort mag niet ten koste gaan van kapvergunningsplichtige bomen of ander waardevol groen. n. Bestemming / functie De regeling is in beginsel bedoeld voor percelen met een woonfunctie of een functie Tuin. Voor percelen met een andere bestemming, waaronder agrarische gronden, geldt dat alleen via maatwerkbeoordeling medewerking kan worden verleend indien: •de poort stedenbouwkundig en landschappelijk passend is; •geen afbreuk wordt gedaan aan de openheid van het buitengebied of lint; •de situatie qua aard en uitstraling vergelijkbaar is met een woonerf van hoge ruimtelijke kwaliteit. Toelichting: Hiermee wordt voorkomen dat agrarische percelen automatisch worden uitgesloten, terwijl in uitzonderlijke gevallen een poort wel passend kan zijn, bijvoorbeeld bij een landgoedachtige situatie. Tegelijk blijft de beoordeling terughoudend. o. Vormgeving De poort moet qua vormgeving, materiaalgebruik en kleurstelling passen bij de woning, het erf en de omgeving. Toelichting: Dit criterium blijft deels subjectief, maar is relevant als aanvullende kwaliteitsvoorwaarde. De beoordeling vindt plaats in samenhang met de meer objectieve criteria zoals hoogte, breedte, transparantie en inpassing. p. Verlichting en objecten Verlichting, ornamenten, beelden, opzetstukken of andere objecten op of bij de poort mogen niet leiden tot een grotere visuele hoogte of een geslotenere uitstraling dan op grond van deze regeling aanvaardbaar is. Indien dergelijke elementen constructief onderdeel uitmaken van de poort, worden zij betrokken bij de beoordeling van hoogte en uitstraling. 6. Uitsluitingsgronden Een hogere toegangspoort is in ieder geval niet toegestaan in de volgende situaties: 1.op hoekpercelen binnen de verkeerskundige zichtdriehoek; 2.in straten met een aantoonbaar open voortuinkarakter, waar hogere poorten niet passen; 3.bij cultuurhistorisch waardevolle linten of beschermde gezichten, tenzij de poort aantoonbaar bijdraagt aan de kwaliteit van de plek; 4.bij woningen zonder duidelijke voortuin, direct grenzend aan stoep of weg; 5.op kleine kavels of percelen die door de poort visueel te vol of te gesloten worden; 6.wanneer aan weerszijden van de erfgrens aansluitende hoge poorten of gesloten constructies ontstaan zonder voldoende groene scheiding; 7.wanneer de poort feitelijk onderdeel vormt van een gesloten erfafscheiding in plaats van een ondergeschikte toegang. 7. Wat wordt verstaan onder transparant? Onder een transparante poort wordt verstaan: een poort waarbij ten minste 60% van het aanzichtvlak bestaat uit openingen, bezien loodrecht op het vooraanzicht. Voorbeelden Wel passend: •spijlenhekwerk; •sierhekwerk met open vakken; •rank metalen poorten met een open structuur. Niet passend: •dichte houten poorten; •volledig gesloten staalplaten; •poorten met brede, dichte panelen; •halfdichte lamellen die niet aantoonbaar voldoen aan de transparantie-eis. De aanvrager moet deze transparantie op verzoek aantonen met: •maatvoering; •producttekeningen; •geveltekeningen / aanzichten; •foto’s of referentiebeelden van het voorgestelde type poort. 8. Afbakening ten opzichte van erfafscheidingen Deze regeling heeft alleen betrekking op toegangspoorten. Een bouwwerk dat in feite een erf- of terreinafscheiding vormt, valt niet onder deze regeling. Voor dergelijke afscheidingen blijft in het voorerfgebied de maximale hoogte van 1,0 meter gelden, behoudens levende hagen of andere vormen van groen waarvoor deze beperking niet geldt. Daarmee wordt voorkomen dat via de regeling voor toegangspoorten alsnog hoge erfafscheidingen in voortuinen ontstaan. 9. Bestuurlijke toelichting Het algemene uitgangspunt blijft dat bouwwerken vóór de voorgevel laag en open zijn. Dit draagt bij aan een groen, veilig en ruim straatbeeld. Tegelijk kan bij vrijstaande woningen op ruime percelen een hogere toegangspoort in sommige gevallen ruimtelijk aanvaardbaar zijn. De voorgestelde verruiming is daarom beperkt en voorzien van duidelijke voorwaarden voor: •situering; •breedte; •hoogte; •transparantie; •verkeersveiligheid; •afstand tot de weg; •perceelgrootte; •groeninpassing; •bescherming van het open straatbeeld. Met deze randvoorwaarden wordt voorkomen dat de regeling leidt tot te massale, te dichte of stedenbouwkundig storende poorten. 10. Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kan gemotiveerd van deze regeling worden afgeweken, indien strikte toepassing leidt tot een onredelijke uitkomst en de ruimtelijke kwaliteit, verkeersveiligheid en het straatbeeld niet onevenredig worden aangetast. Afstemming met de portefeuillehouder ligt daarbij voor de hand. 11. Samenvattend voorstel Voorgesteld wordt om in beleid op te nemen dat: 1.in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen maximaal één toegangspoort is toegestaan; 2.de hoofdregel blijft dat een toegangspoort maximaal 1,0 meter hoog is; 3.onder voorwaarden een toegangspoort van maximaal 1,80 meter kan worden toegestaan; 4.een direct aansluitende doorlooppoort mogelijk is binnen een gezamenlijke maximale breedte van 5,0 meter; 5.overige erfafscheidingen in het voorerfgebied maximaal 1,0 meter hoog blijven; 6.hogere poorten alleen worden toegestaan als zij voldoende transparant, ondergeschikt, verkeersveilig en passend in het straatbeeld zijn. 1. Juridische beleidsregeltekst Beleidsregel toegangspoorten in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: 1. toegangspoort: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestemd als beweegbare afsluiting van een inrit of hoofdtoegang tot een perceel, dat niet functioneert als aaneengesloten erfafscheiding over de volledige breedte van het perceel; 2. doorlooppoort: een ondergeschikte beweegbare toegang voor voetgangers of voor het aan de hand meevoeren van een fiets, direct aansluitend aan of samenhangend met een toegangspoort; 3. visuele transparantie: de verhouding van de totale open oppervlakte ten opzichte van het totale aanzichtvlak van het poortblad, berekend als hoogte × breedte, bezien loodrecht op het vooraanzicht; 4. voorerfgebied: de gronden die voor de voorgevel of het verlengde daarvan van het hoofdgebouw zijn gelegen, als bedoeld in bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 5. inrit: de rijstrook op eigen terrein die de openbare weg verbindt met een garage, carport of parkeerplaats op het perceel; 6. open voortuinkarakter: een straatbeeld waarin voortuinen overwegend open en groen zijn ingericht, met lage erfafscheidingen en zicht op de voorgevels. Artikel 2 Reikwijdte 1.Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen voor toegangspoorten in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen.2.Deze beleidsregel is niet van toepassing op erf- en terreinafscheidingen die geen toegangspoort zijn. Artikel 3 Hoofdregel 1.In het voorerfgebied is per perceel maximaal één toegangspoort toegestaan.2.De maximale hoogte van een toegangspoort in het voorerfgebied bedraagt 1,00 meter.3.Een direct aansluitende doorlooppoort is toegestaan, mits deze ondergeschikt is aan de toegangspoort. Artikel 4 Afwijkingsmogelijkheid hogere toegangspoort In afwijking van artikel 3, tweede lid, kan een toegangspoort met een maximale hoogte van 1,80 meter, inclusief staanders, palen en gemetselde poeren, worden toegestaan, mits aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a.de poort is uitsluitend gesitueerd ter plaatse van een inrit of hoofdtoegang van het perceel; b.per perceel is maximaal één toegangspoort toegestaan, met eventueel één direct aansluitende doorlooppoort; c.de totale breedte van de toegangspoort, inclusief staanders, palen en gemetselde poeren, bedraagt maximaal 5,00 meter; d.indien een direct aansluitende doorlooppoort wordt gerealiseerd, bedraagt de gezamenlijke breedte van toegangspoort en doorlooppoort ook maximaal 5,00 meter; e.de poort heeft een visuele transparantie van ten minste 60%; f.de poort is niet uitgevoerd als een dichte of overwegend gesloten constructie; g.dichte panelen, gesloten houten delen of vergelijkbare gesloten elementen zijn niet toegestaan, tenzij aantoonbaar wordt voldaan aan het vereiste van visuele transparantie; h.de poort vormt geen belemmering voor de verkeersveiligheid of het uitzicht vanuit en op de openbare ruimte; i.de poort opent of schuift uitsluitend op eigen terrein; j.de poort wordt op minimaal 5,00 meter uit de kant van de openbare weg geplaatst; k.het perceel heeft een oppervlakte van ten minste 400 m²; l.aan weerszijden van de poort is op eigen terrein een groene inpassing aanwezig of wordt deze aangebracht, tenzij dit aantoonbaar niet mogelijk of niet passend is; m.de aanleg van de poort gaat niet ten koste van kapvergunningsplichtige bomen of ander waardevol groen;. Artikel 5 Uitsluitingsgronden Een toegangspoort als bedoeld in artikel 4 wordt in ieder geval niet toegestaan indien: a.de poort is gelegen op een hoekperceel binnen een verkeerskundige zichtdriehoek; b.sprake is van een straat met een aantoonbaar open voortuinkarakter waarin hogere poorten niet passend zijn; c.de woning direct aan de stoep of openbare weg ligt zonder duidelijke voortuin; d.de poort qua hoogte, breedte of geslotenheid visueel te dominant is in verhouding tot het perceel en de woning; e.de poort feitelijk onderdeel vormt van een gesloten erfafscheiding; f.de poort leidt tot een onevenredig gesloten straatbeeld; g.de poort wordt aangevraagd op een klein perceel of een perceel dat onvoldoende ruimtelijke maat heeft; h.de poort is gelegen in een cultuurhistorisch waardevol lint of beschermd gezicht en afbreuk doet aan de aanwezige waarden, tenzij aantoonbaar sprake is van een kwaliteitsverbetering. Artikel 6 Bestemmingen 1.Deze beleidsregel is in beginsel van toepassing op percelen met een woonfunctie of de functie Tuin.2.Voor percelen met een andere bestemming, waaronder agrarische gronden, kan uitsluitend gemotiveerd maatwerk worden toegepast indien de poort landschappelijk en stedenbouwkundig passend is en geen afbreuk doet aan de openheid van het gebied. Artikel 7 Erf- en terreinafscheidingen 1.Overige erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied blijven maximaal 1,00 meter hoog.2.Levende hagen en andere groene erfafscheidingen vallen niet onder het eerste lid, tenzij elders anders is bepaald. Artikel 8 Aantonen transparantie Indien daarom wordt verzocht, toont de aanvrager de visuele transparantie van de poort aan met maatvoering, tekeningen, productspecificaties of vergelijkbare bescheiden. Artikel 9 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidsregel, indien strikte toepassing leidt tot een onredelijke uitkomst en de ruimtelijke kwaliteit, verkeersveiligheid en het straatbeeld niet onevenredig worden aangetast.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregel toegangspoorten in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen"

Mededelingen

Mededelingen

Notitie recreatieve initiatieven op particuliere woonerven in het buitengebied

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel toegangspoorten in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Vaststelling artikelsgewijze toelichting bij Omgevingsverordening Gelderland wijziging 2025-2026

Mededelingen

Mededelingen

Evenementenkalender 2027

Omgeving

Omgeving

Omgevingsvergunning verleend: kappen/rooien van 148 bomen staande op diverse locaties binnen de gemeente Doetinchem

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2026

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels jeugdhulp Montferland 2026

Omgeving

Omgeving

Verlengen beslistermijn: wijzigen van brandcompartimentering aan de Terborgseweg 136, 7005 BD Doetinchem

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Intrekking van regeling "Voorbeschermingsregels beperkingengebied stikstofemissie Gelderland"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Omgevingsverordening Gelderland

Evenementen

Evenementen

RTV de Zwaluwen, ATB en Gravel tocht, 13 december 2026, vergunning verleend.

APV

APV

Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Doetinchem 2023-2026