Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-29

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Opmeer

Informatie

Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026 Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer en de burgemeester van de gemeente Opmeer, ieder voor hun eigen bevoegdheid, Gelet op: -artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; -het bepaalde in de Wet Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (Wet Bibob); Overwegende dat de gemeente Opmeer alleen zaken wil doen met integere partijen, besluit de volgende beleidsregel vast te stellen: Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026 Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1.1 Uitleg begrippen 1.De definities in artikel 1, eerste lid van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel.2.Deze beleidsregel verstaat onder: •Aanvraag: de aanvraag om een vergunning of een subsidie, de aanmelding voor of de inschrijving op een aanbestedingsprocedure voor de plaatsing van een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie; •APV: Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Opmeer; •Awb: Algemene wet bestuursrecht; •Beschikking: een beschikking ter zake van een subsidie, alsmede een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning, goedkeuring, erkenning, registratie, aanwijzing of ontheffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Wet Bibob; •Bestuursorgaan: de burgemeester, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer; •Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidieontvanger, de vergunninghouder, de begunstigde van een beschikking, de gegadigde en de inschrijver, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, en de beoogd verkrijger van een erfpachtrecht of opstalrecht waarvoor toestemming is gevraagd en de beoogd verkrijger van een recht op eigendom of een zakelijk recht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling “vastgoedtransactie” van artikel 1 lid 1 van de Wet Bibob. Onder betrokkene wordt verder mede verstaan degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de omgevingsvergunning gelijk kan worden gesteld (art. 5.31, tweede lid van de Omgevingswet); •Bibob-onderzoek: het onderzoek en de beoordeling door het bestuursorgaan, de gemeente of het LBB of, en zo ja, in hoeverre sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 van de Wet Bibob. Het eigen onderzoek van de gemeente Opmeer is nader omschreven in deze beleidsregel; •Bibob-register: het register die het bestuursorgaan en het LBB gebruikt om informatie over Bibob-onderzoeken te registreren en op te vragen; •Bibob-toets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij door het bestuursorgaan volgens deze beleidsregel wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, een beschikking in te trekken, te beëindigen, te wijzigen of hieraan voorschriften te verbinden dan wel een vastgoedtransactie niet aan te gaan of te beëindigen of een overheidsopdracht niet te gunnen, al dan niet na adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB); •Bibob-vragenformulier: een formulier dat is gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid van de Wet Bibob; •Landelijk Bureau Bibob (LBB): het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibob-advies te geven; •RIEC: het Regionaal Informatie en Expertise Centrum zoals bedoeld in artikel 28, lid 2 onder d van de Wet Bibob. Dit samenwerkingsverband gaat georganiseerde criminaliteit tegen; •Zakelijke relatie: persoon die (in)direct leidinggeeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan. Hoofdstuk 2 Toepassing Wet Bibob Artikel 2.1 Aanleiding starten Bibob-onderzoek De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten: •indien er een aanvraag wordt gedaan voor een publiekrechtelijke beschikking zoals een vergunning of subsidie; •bij privaatrechtelijke transacties, waaronder begrepen overheidsopdrachten en vastgoed-/grondtransacties; •indien op basis van eigen ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC (regionale informatie- en expertisecentra) twijfels bestaan over de integriteit van betrokkene of diens (zakelijke) relaties. Deze twijfels kunnen bestaan uit vermoedens dat een betrokkene of diens zakelijke omgeving in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden; •indien de gemeente een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob heeft ontvangen; •indien er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob, die suggereert dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden, als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob is ontvangen. Dit geldt ook voor reeds verleende beschikkingen, gegunde overheidsopdrachten en afgesloten vastgoed- of grondtransacties. Uitvoering van het Bibob-onderzoek blijft in beginsel achterwege in het geval een aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woning(bouw)coöperaties die onder de Woningwet vallen. Artikel 2.2 Beschikkingen De gemeente Opmeer kan de Wet Bibob toepassen bij de volgende verleende dan wel te verlenen beschikkingen (vergunningen en subsidies) •Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor horeca en slijterijen; •Exploitatievergunning voor openbare inrichting zoals bedoeld in artikel 2:28 van de APV; •Exploitatievergunning speelgelegenheid zoals bedoeld in artikel 2: 39 van de APV; •Exploitatievergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf zoals bedoeld in artikel 3:3 van de APV; •Exploitatievergunning zoals bedoeld in artikel 2:40c van de APV; •Evenementenvergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 van de APV; •Omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor: -een bouwactiviteit; -een omgevingsplanactiviteit; -een milieubelastende activiteit. •Aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat zoals bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen; •Subsidies als bedoeld in de Algemene Subsidieverordening Opmeer; •Vergunningen voor verhuur van reguliere woonruimten in een aangewezen gebied of verhuur van verblijfsruimten aan arbeidsmigranten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet goed verhuurderschap, onderdeel a of b. •De hier niet genoemde (toekomstige) gemeentelijke vergunningen(stelsels), in gevallen en onder de voorwaarden als genoemd in artikel 3 en volgende van de Wet Bibob Artikel 2.2 Privaatrechtelijke transacties De gemeente Opmeer kan de Wet Bibob toepassen bij de volgende privaatrechtelijke transacties •Vastgoed-/grondtransacties als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Wet Bibob (of een voornemen daartoe bv. bij een anterieure overeenkomst); •Overheidsopdrachten als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012. Hoofdstuk 3 Uitvoering Artikel 3.1 Aanvraag buiten behandeling stellen Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulieren bij beschikkingen 1.Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld met daarbij de verplichte bijlagen te retourneren, zullen bij aanvragen om een beschikking de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht worden toegepast. Bij weigering zal de gevraagde beschikking op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. 2.Bij verleende beschikkingen zal een weigering om een formulier volledig in te vullen met daarbij de verplichte bijlagen op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet Bibob worden beschouwd als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob. De verstrekte vergunning of subsidie kan als gevolg daarvan worden ingetrokken. Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulieren bij privaatrechtelijke transacties 1.Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld met daarbij de verplichte bijlagen te retourneren, kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met die (rechts)persoon. De gemeente moet informatie hierover opnemen in documenten voor de vastgoedtransactie of overheidsopdracht, bijvoorbeeld in de Verkoopleidraad of aanbestedingsdocumenten. Artikel 3.2 Eigen onderzoek Het eigen onderzoek wordt gedaan door medewerkers van de gemeente Opmeer. Hierbij wordt gekeken naar de organisatie- en bedrijfsstructuur, de financiering en de handhavings- en strafgeschiedenis. De gemeente Opmeer: •beoordeelt de aanvraag op basis van de bij de gemeente bekende feiten en omstandigheden en het geretourneerde Bibob-vragenformulier met bijlagen; •analyseert de verzamelde informatie die, al dan niet via het Bibob-vragenformulier en bijhorende bijlagen door de betrokkene is verstrekt, en de gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die de gemeente volgens de wet mag/kan raadplegen; •trekt een eigen conclusie zonder tussenkomst van het Landelijk Bureau Bibob, of; •verzoekt het Landelijk Bureau Bibob om een nader advies. De mogelijke conclusies van het Bibob-onderzoek zijn: •Er is sprake van een ernstige mate van gevaar; •Er is sprake van een mindere mate van gevaar; •Er is sprake van geen gevaar. Artikel 3.3 Verbindende voorschriften Wanneer er sprake is van een mindere mate van gevaar -zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob-, dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken. Ook bij een ernstige mate van gevaar kan de gemeente beslissen om extra voorschriften op te leggen, bijvoorbeeld wanneer het weigeren of intrekken van de vergunning een grote maatschappelijke impact heeft. Artikel 3.4 Het Landelijk Bureau Bibob De gemeente kan ook een adviesverzoek indienen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om nader onderzoek uit te voeren over de mate van gevaar zoals bedoeld in artikel 3 Wet Bibob. Het LBB valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid en mag meer informatie opvragen dan de gemeente. Doordat het LBB meer informatie mag uitwisselen met partners, kunnen zij uitgebreider en vollediger onderzoek doen. De gemeente laat het LBB alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt. Het advies van het LBB is niet bindend, de gemeente mag hier dus van afwijken. Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken. Informatieplicht •De gemeente informeert betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het LBB. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn, zoals bedoeld in artikel 31 Wet Bibob. Een kopie van deze brief wordt toegevoegd bij het adviesverzoek aan het LBB; •Als, op basis van het advies van het LBB, een gevraagde beschikking wordt geweigerd of een eerder verleende beschikking wordt ingetrokken, ontvangt de betrokkene een kopie van het adviesrapport; •Derden hebben recht op inzage, maar alleen op dat gedeelte dat op hen van toepassing is; •De betrokkene en anderen die een kopie hebben ontvangen worden gewezen op hun geheimhoudingsplicht. Het advies van het LBB kan door de gemeente voor een periode van twee jaar worden gebruikt voor andere beslissingen. Artikel 3.5 Subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel Bij de Wet Bibob zijn de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten. Bij subsidiariteit gaat het er om of het doel (de bescherming van de integriteit van de gemeente) ook op andere, minder ingrijpende manieren kan worden bereikt. Ten aanzien van de Wet Bibob betekent dit dat het een ultimum remedium is. Alle gangbare en minder vergaande mogelijkheden moeten zijn benut, voordat in het uiterste geval advies wordt gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob. Het proportionaliteitsbeginsel wordt door de gemeente tot uitdrukking gebracht door het Bibob-instrument risicogericht in te zetten op de plekken waar de kans op het onbewust faciliteren van criminele activiteiten het grootst is. In de praktijk betekent dit dat de gemeente de Wet Bibob zal toepassen om de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob te onderzoeken indien sprake is van: •bezwaren met betrekking tot de integriteit van de betrokkene en zijn zakelijke relaties; •geen tot onvoldoende transparantie met betrekking tot de bedrijfsstructuur, de organisatiestructuur en/of de wijze van financiering; •specifieke branche- en/of locatierisico’s. In dergelijke gevallen worden in beginsel slechts die gegevens van de betrokkene gevraagd die noodzakelijk zijn voor het onderzoek. Daarnaast moeten de gevolgen die voortvloeien uit de besluitvorming door de gemeente, gebaseerd op de resultaten van het Bibob-onderzoek, evenredig zijn aan de mate van gevaar. Artikel 3.6 Valsheid in geschriften Het Bibob-vragenformulier dient volledig en naar waarheid te worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 225 van het Wetboek van Strafrecht). Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit gedaan heeft, kan de gemeente aangifte doen bij de politie. Ook kan de gemeente de beschikking weigeren of intrekken, een vastgoed-/grondtransactie niet aangaan, dan wel een inschrijver voor een overheidsopdracht uitsluiten. Hoofdstuk 4 Slotbepaling Artikel 4.1 Intrekking oude beleidsregel De beleidsregel “Beleidsregels Wet Bibob Opmeer 2022” wordt ingetrokken. Artikel 4.2 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel 4.3 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026”. Artikel 4.4 Bekendmaking Dit beleid zal worden bekendgemaakt door plaatsing in het Gemeenteblad en publicatie op overheid.nl. Aldus vastgesteld op 09/06/2026 De burgemeester van Opmeer, Burgemeester en wethouders van Opmeer, Secretaris, Burgemeester. Toelichting op de uitvoering van het Bibob-onderzoek door de gemeente Opmeer Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt. Eigen onderzoek De betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. De betrokkene moet ook alle documenten (bewijsstukken) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. De gemeente voert daarna de volgende acties uit: 1.De gemeente controleert en onderzoekt alle informatie die de betrokkene heeft ingevuld op het Bibob-vragenformulier en alle toegevoegde documenten (bewijsstukken). 2.De gemeente controleert en onderzoekt extra informatie die de betrokkene heeft ingeleverd bij de gemeente als de gemeente hierom heeft gevraagd. 3.De gemeente doet onderzoek naar informatie over de betrokkene en de omgeving van de betrokkene in open bronnen waar iedereen toegang toe heeft, zoals de Kamer van Koophandel en het Kadaster. Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). De gemeente kan de volgende extra gegevens opvragen: •Politiegegevens (zie artikel 4.3 lid 1 aanhef en onder l van het Besluit politiegegevens); •Justitiële gegevens, zoals een strafblad; •Informatie van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob; •Informatie van de Rijksbelastingdienst zoals bedoeld in artikel 7c van de Wet Bibob. De gemeente kan deze extra gegevens opvragen van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar (met uitzondering van politiegegevens) ook van Bibob-relaties van de betrokkene. Daaronder vallen de volgende personen: •degene die direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan de betrokkene; •degene die direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad over de betrokkene; •degene die direct of indirect vermogen geeft of heeft gegeven aan de betrokkene; •degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager staat vermeld op de aangevraagde of al gegeven beschikking; •degene die met de betrokkene gelijk kan worden gesteld door zijn invloed op de betrokkene. Politiegegevens mogen alleen opgevraagd worden van de betrokkene en eventueel de bestuurders of vennoten van de betrokkene. In sommige gevallen, wanneer dit voor een andere wet geregeld is, kunnen ook voor andere personen politiegegevens opgevraagd worden. Bijvoorbeeld een leidinggevende in het geval van de Alcoholwet. De betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert: De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels: De betrokkene gebruikt eigen vermogen De betrokkene moet kunnen bewijzen dat hij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als de betrokkene met contant geld betaalt. De betrokkene gebruikt vreemd vermogen In dit geval moet de betrokkene de volgende documenten inleveren: •Een lenings- of schenkingscontract waarop staat wat de voorwaarden voor de lening of schenking zijn. Dit contract moet in het Nederlands zijn, of vertaald zijn naar het Nederlands. •Documenten die de identiteit van de (indirecte) geldgever bewijzen. •Documenten waaruit blijkt waar het geld van de geldgever vandaan komt en om hoeveel geld het gaat. Denk aan overeenkomsten, jaaropgaven, loonstroken en belastingaangiftes. •Bankafschriften waaruit blijkt dat de betrokkene het geld heeft ontvangen. •Als de betrokkene gebruik maakt van crowdfunding of andere manieren om via een platform geld op te halen bij een groep mensen, dan kan de gemeente het platform verplichten de identiteit van de uiteindelijke vermogensverschaffers bekend te maken aan de betrokkene of de gemeente. Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht aan te gaan? De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’. Vergunningen en subsidies In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob. •De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen. •De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie. •De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij beschikt over het geld voor de activiteit en wat de herkomst is van het geld. •De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie niet te geven of door niet naar waarheid te antwoorden. •Uit het Bibob-onderzoek blijkt dat er een ernstig mate van gevaar is, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob. Als de vergunning of subsidie al gegeven is, kan de gemeente deze intrekken. •Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob? Dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie alsnog intrekken. •Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie een te zware beslissing? Ook dan kan de gemeente extra regels opleggen. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie alsnog intrekken. Vastgoedtransacties In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie te sluiten of de overeenkomst te beëindigen. De gemeente moet die optie wel in de getekende overeenkomst hebben opgenomen. •De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. •De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie. •De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij beschikt over het geld voor de activiteit en wat de herkomst is van het geld. •De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie niet te geven of door niet naar waarheid te antwoorden. •Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie wordt gebruikt voor het witwassen van crimineel geld of vermogen. •Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat in of met het gebouw of de grond strafbare activiteiten zullen gebeuren. •De gemeente is ervan overtuigd dat de betrokkene mogelijk niet integer is door ernstige strafbare activiteiten waarmee de betrokkene te maken heeft. •De gemeente is ervan overtuigd dat er strafbare activiteiten zijn uitgevoerd om het gebouw of de grond te verkrijgen. Overheidsopdrachten In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven of de overeenkomst te beëindigen. De gemeente moet die optie wel in de getekende overeenkomst hebben opgenomen. •De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen. •De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie. •De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij beschikt over het geld voor de activiteit en wat de herkomst is van het geld. •De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of door niet naar waarheid te antwoorden. •Uit het Bibob-onderzoek blijkt dat één of meer uitsluitingsgronden van toepassing zijn als bedoeld in artikel 9 Wet Bibob. De gemeente kan dan beslissen dat de partij niet mee mag doen aan de aanbesteding volgens de Aanbestedingswet 2012. Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek? De gemeente moet binnen een bepaalde periode reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het Landelijk Bureau Bibob nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het Landelijk Bureau Bibob de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob). Lukt het Landelijk Bureau Bibob niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan de periode worden verlengd met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt. Mist het Landelijk Bureau Bibob nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan wordt dit opgevraagd bij betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De periode die het Landelijk Bureau Bibob moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het Landelijk Bureau Bibob heeft om een advies te geven. Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek Komt er een negatief besluit na het onderzoek? Dan mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob. Andere rechten en plichten van de gemeente • Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek) De gemeente mag een advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie uit het eigen onderzoek vijf jaar lang gebruiken voor een andere beslissing. • Aantekening maken in het Bibob-register Het Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8 van de Wet Bibob, als: -uit het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente blijkt dat de betrokkene een gevaar vormt. -de gemeente vermoedt dat de betrokkene de aanvraag heeft ingetrokken omdat de gemeente de Wet Bibob uitvoert. •Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen De gemeente tipt andere gemeenten of rechtspersonen met een overheidstaak als het denkt dat zij informatie over betrokkenen moeten hebben, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026"

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026

Omgeving

Omgeving

Voornemen tot verstrekking begrotingssubsidie wildopvang De Bonte Piet

Mededelingen

Mededelingen

Vervangingsregeling college van burgemeester en wethouders Opmeer (2026)

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving benoeming lid van Provinciale Staten van Noord-Holland

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzingsbesluit toezichthouders recreatieparken gemeente Opmeer

Mededelingen

Mededelingen

Lokale detailhandelsvisie gemeente Medemblik 2026-2030

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking voornemen tot verkoop onroerende zaak gemeente Medemblik

Mededelingen

Mededelingen

Beheerregeling informatiebeheer Plassenschap Loosdrecht 2027

Wegwerkzaamheden

Wegwerkzaamheden

Wegonderhoud sinds 21 juli 2026 gepland tot onbepaalde tijd

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 30 juni, nr. DYRASR4SZVV7-1912265199-22002, tot vaststelling van de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2026

APV

APV

Subsidie Lokale Aanpak Isolatie Medemblik

Mededelingen

Mededelingen

Fietsregeling WerkSaam Westfriesland