Beleidsregel Windenergie Gelderland 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-14

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Provincie Gelderland

Informatie

Beleidsregel Windenergie Gelderland 2026 Gedeputeerde Staten van Gelderland in hun vergadering van 7 juli 2026, zaaknummer 2025-005213, Besluiten: Artikel I Vast te stellen de Beleidsregel Windenergie Gelderland 2026: 1 Inleiding De voorliggende beleidsregel ‘Windenergie Gelderland 2026’ gaat over waar en onder welke voorwaarden wij - provincie Gelderland - medewerking willen verlenen aan de ontwikkeling van windturbines. De volgende besluiten zijn aanleiding voor een actualisatie van ons beleid: • Windladder (11 november 2021) •RES(‘en) en provinciale planMER (2021 en juli 2025) • Aanvullende beleidslijn Wespendief (april 2024) • Beleidsregel voor lokaal eigendom en participatie (2 juni 2025) • Initiatiefvoorstel Provinciale Staten voor afstandsnorm (incl. toezegging om een geluidsnorm van 45 dB Lden te betrekken bij de beleidsontwikkeling) (2 juli 2025) Op 1 januari 2026 is de Energiewet in werking getreden. Deze wet bepaalt dat wij voortaan het bevoegd gezag zijn voor windparken met een vermogen van 15 MW of meer. Tot nu toe lag die ondergrens bij 5 MW. De nieuwe wet is voor ons ook aanleiding om te verduidelijken hoe we met onze bevoegdheid om willen gaan. Deze beleidsregel vervangt de ‘Beleidslijn Windenergie’ (vastgesteld februari 2019). Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de reikwijdte van deze beleidsregel. De doelstelling van het beleid en de wijze waarop provincie Gelderland hier invulling aan geeft, komen in hoofdstuk 3 aan bod. Waar en onder welke voorwaarden wij medewerking willen verlenen aan de ontwikkeling van windturbines staat in hoofdstuk 4. Dat hoofdstuk gaat ook in op de milieunormen bij windturbines en de manier waarop we met onze bevoegdheid willen omgaan. In het laatste hoofdstuk 5 staan we kort stil bij de erfturbines. De bijlagen 1 tot en met 4 maken onlosmakelijk deel uit van deze beleidsregel. 2 Reikwijdte van deze beleidsregel Welke windturbines? Deze beleidsregel gaat over windturbines met een horizontale as en drie rotorbladen. De beleidsregel maakt onderscheid tussen windturbines tot en met 35 meter (de erfmolens) en windturbines die hoger zijn. De beleidsregel gaat niet over windturbines op gebouwen. Daar zijn de gemeenten altijd het bevoegd gezag voor en zij kunnen hiervoor zelf beleid opstellen. Voor welke projecten? Deze beleidsregel geldt voor windturbine-projecten waarvoor wij het bevoegd gezag zijn. Volgens de Energiewet zijn dat in elk geval de projecten van 15 megawatt (MW) en meer. Als wij afzien van het bevoegd gezag kunnen we ook verwijzen naar deze beleidsregel. Waar in deze beleidsregel wordt gesproken over een omgevingsplan, worden daar ook de provinciale projectbesluiten onder verstaan. Relatie met Omgevingsvisie en -verordening Naar verwachting wordt de vernieuwde Omgevingsvisie in september 2026 vastgesteld. Daarbij vervallen ook de kaarten over windenergie van de huidige omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Deze kaarten zijn op dit moment al verouderd omdat de Omgevingsverordening aansluit op de Regionale Energie Strategieën. Zodra de beleidsregel Windenergie Gelderland 2026 in werking is getreden, toetsen wij aan dit beleid. Om ervoor te zorgen dat delen van het windbeleid ook direct gelden voor inwoners, bedrijven en andere overheden, zijn onderdelen van deze beleidsregel verwerkt in de Omgevingsverordening. Als daar sprake van is, vermelden we dat in deze beleidsregel. 3 Doelstelling In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 55% heeft verminderd en 35 TWh aan hernieuwbare energie opwekt. Gelderland levert hieraan een bijdrage via de 6 Regionale Energie Strategieën (RES 1.0). Binnen de RES werken wij samen met gemeenten, waterschappen, netbeheerders en andere partners. Wij hebben ons aan deze doelstelling verbonden en houden vast aan het RES 1.0 bod van elke regio. Ons streven is om dit zo snel mogelijk (ambitie 2030) te realiseren met haalbare projecten voor duurzame energie. Momenteel zijn dat voornamelijk zon- en windprojecten. Bij de uitvoering houden we rekening met een goede ruimtelijke ordening, de impact op het elektriciteitsnetwerk, participatie, en lokaal eigendom en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod (local for local). Local for local betekent dat duurzame energieprojecten zoveel mogelijk worden ontwikkeld, beheerd én benut door de lokale gemeenschap, zodat de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld en inwoners, lokale bedrijven en organisaties direct kunnen meeprofiteren van de energie en opbrengsten. Zie ook paragraaf 4.4 over lokaal eigendom en participatie. We streven naar een goede balans tussen het benodigde aandeel aan windenergie en zonne-energie om de regionale doelstelling te halen. Wat precies een evenwichtige verdeling is, bepalen de partijen die regionaal samenwerken binnen de RES. Omdat dit per regio verschilt, is maatwerk noodzakelijk. Een goede balans in energie uit zon en wind helpt om het energiesysteem efficiënt te gebruiken. Als de zon schijnt waait het doorgaans minder en als het waait is er minder zon. Zo vullen wind en zon elkaar vaak goed aan. Zo Met een goede balans voorkomen we overbelasting van het elektriciteitsnet (netcongestie) zo veel mogelijk en houden we de kosten voor de samenleving zo laag mogelijk. Projecten waar vraag en aanbod bij elkaar worden gebracht (local for local), kunnen goed bijdragen aan de gewenste balans. Het invullen van de RES 1.0 doelen op bovenstaande beschreven wijze kan leiden tot andere en nieuwe (zoek)gebieden voor zowel zon als wind. Deze gebieden zien we als concrete invulling van het bestaande RES 1.0 bod en niet als nieuwe (wind)initiatieven zoals bedoeld in het coalitieakkoord ‘Gewoon Doen 2023-2027’. Het totale RES-bod blijft hetzelfde: 6,5 TWh aan duurzaam opgewekte energie. Daarnaast is de nationale doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Hiervoor werken we aan het gehele energiesysteem. Provinciale Staten heeft hiervoor een Beleidskader energiesysteem vastgesteld dat wordt opgenomen in de Omgevingsvisie. We zetten daarbij in op een brede mix van energiebronnen. Het beleidskader werken we verder uit in een Gelders programma Energiesysteem. Naar verwachting neemt het elektriciteitsgebruik in Gelderland richting 2050 toe tot minstens 14,5 TWh. Dat betekent dat er, naast het RES-bod van 6,5 TWh, nog een extra opgave is van 8 TWh aan duurzame elektriciteit. Deze opgave pakken we op binnen de provinciale en regionale programma’s voor het energiesysteem. 4 Windturbines Dit hoofdstuk beschrijft waar en onder welke voorwaarden wij windturbines mogelijk willen maken en welke gebieden op voorhand zijn uitgesloten voor windenergie. 4.1 Waar wil provincie Gelderland windenergie mogelijk maken? In de Regionale Energie Strategie (RES) is per Gelderse regio vastgelegd in welke gebieden windturbines kunnen komen om de doelstelling te halen. Wij zijn medeondertekenaar van de RES en houden vast aan het RES 1.0 bod voor elke regio. Voor de ontwikkeling van nieuwe windparken sluiten we aan bij de zoekgebieden voor windenergie uit de (meest recent vastgestelde) RES. Andere gebieden sluiten we uit. Zie hiervoor ook artikel 5.88 van de Omgevingsverordening. Als projectontwikkelaars, coöperaties en gemeenten toch plannen hebben buiten de RES-zoekgebieden, dan verlenen wij onze medewerking als de betrokken gemeentebesturen in de die regio in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven en als wij zelf met het beoogde windpark instemmen. Bij onze beoordeling houden we rekening met een goede ruimtelijke ordening, participatie en lokaal eigendom, de impact op het elektriciteitsnetwerk en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod (local for local). 4.2 PlanMER Windbeleid en Regionale Energiestrategie De aanwijzing en uitsluiting van zoekgebieden voor windenergie is kader stellend. Daarom is het verplicht om hiervoor een planMER op te stellen. Voor dit beleid is de planMER Windbeleid en Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld. In dit milieueffectrapport staan de verwachte effecten van mogelijk aan te leggen windparken op de leefomgeving, biodiversiteit, natuur, energiesysteem, milieu en het landschap. Het onderzoek laat zien wat de milieueffecten zijn, maar maakt geen keuzes voor locaties voor windparken of zonnevelden. Dat gebeurt in de besluitvorming van de colleges van de betreffende gemeente, zij gaan over hun eigen grondgebied en kunnen alsnog locaties buiten de RES vrijgeven voor de ontwikkeling van windparken. Als provincie toetsen we dit standaard aan het provinciale beleid. De resultaten van de planMER kunnen gebruikt worden voor een volgende versie of herijking van de RES’en. 4.3 In welke gebieden gelden specifieke regels voor windturbines? Nieuwe windturbines moeten altijd voldoen aan nationale wet- en regelgeving. Er gelden bijvoorbeeld voorwaarden rondom defensieradars, luchthavens of nabij (spoor)wegen. In de provincie Gelderland is windenergie in een aantal soorten gebieden bij voorbaat uitgesloten of zijn er specifiek voor de plaatsing van windturbines voorwaarden verbonden. In de volgende gebieden gelden specifieke regels voor windturbines: •Weidevogelgebieden; •de Veluwe en 8 km daar omheen vanwege de Wespendief; en •het Gelders Natuur Netwerk. • Weidevogelgebieden Wij vinden het belangrijk om het aantal weidevogels in Gelderland te behouden en uit te breiden. Het gaat namelijk niet goed met de weidevogels. Daarom is het belangrijk dat er voor weidevogels voldoende broedgebieden zijn en blijven, zodat zij zich kunnen voortplanten. In deze gebieden toetsen we nieuwe activiteiten of ruimtelijke ontwikkelingen getoetst op hun gevolgen voor het weidevogelgebied. Het doel is niet om nieuwe natuur- en landschapswaarden te ontwikkelen, maar om het broedgebied voor weidevogels te behouden. Omdat dit gebied snel verstoord kan raken, zijn windturbines hier niet toegestaan. Afwijken van dit verbod is niet mogelijk. • Veluwe + 8 km zone Om de Wespendief op de Veluwe te beschermen, is in het ‘Gelders beleid windenergie Veluwe’ bepaald dat de bouw van windparken op de Veluwe en 1 kilometer daaromheen verboden is. In de cirkel van 1 tot 8 kilometer rondom de Veluwe is nu beperkt ruimte voor windturbines. Op deze digitale kaart is te zien of een locatie binnen deze 1-8-km-zone ligt. Windturbines in deze zone zijn toegestaan als ze voldoen aan de voorwaarden uit bijlage 2. We verwachten dat het beleid voor windenergie op en rondom de Veluwe een tijdelijk karakter heeft. Op dit moment onderzoeken we verschillende maatregelen waardoor windturbines in de toekomst minder hoeven stil te staan. Zoals de inzet van camera’s die kunnen zien dat er een Wespendief nadert en de windturbines tijdig kunnen stilzetten. Bij positief resultaat worden deze beleidsregels geactualiseerd aan de stand van het onderzoek. • Het Gelders Natuurnetwerk In het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is windenergie alleen toegestaan als uit onderzoek blijkt dat de windturbines geen nadelige gevolgen kunnen hebben voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk. Zijn er wel nadelige gevolgen dan moeten deze worden gecompenseerd. In veel gevallen moet daarbij de alternatieventoets worden doorlopen en dient er sprake te zijn van een groot maatschappelijk belang. Naast deze algemene bepalingen in de Omgevingsverordening (artikel 5.5 en verder) zijn er in de Omgevingsverordening ook specifieke zones opgenomen waar windturbines de alternatieventoets niet hoeven te doorlopen. Deze zones heten ‘Gelders Natuurnetwerk Windturbines onder voorwaarden mogelijk’ en bevinden zich langs snelwegen. Bij plaatsing van windturbines moet de oppervlakte voor 200 procent worden gecompenseerd. Overig beleid voor de fysieke leefomgeving Naast het Gelders beleid met specifieke regels voor windenergie moet een nieuw windpark ook voldoen aan het andere beleid voor de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan de hoogtebeperking rondom de provinciale luchthavens, helikopterhavens, provinciale stiltegebieden, beperkingen als gevolg van een defensieradar, provinciale ganzenrustgebieden, Natura2000-gebieden en het antennepark bij Eibergen. Een ander voorbeeld is de verplichte versterkingsopgave als een windpark is gepland in een provinciale “Groene ontwikkelzone”. 4.4 Welke algemene provinciale voorwaarden gelden er? Los van de ligging in een bepaald gebied (bijv. wel of niet in een RES-zoekgebied of in een weidevogelgebied) gelden er ook algemene regels voor windparken. Die regels gaan over de volgende onderwerpen en worden hieronder verder toegelicht. •Ruimtelijke inpassing •Milieunormen •Lokaal eigendom en participatie • Ruimtelijke inpassing We willen dat een initiatiefnemer voor een windplan in het ruimtelijk ontwerp aandacht besteed aan de wijze waarop een windturbine reageert of windturbines reageren op de schaal, maat en richting van het landschap (zie hiervoor ook artikel 5.91 uit de Omgevingsverordening). Nieuwe windturbines volgen daarbij bij voorkeur de lijnen in het landschap (denk bijvoorbeeld de ligging langs een provinciale- of rijksweg). Als meerdere windturbines bij elkaar komen te staan, kan dat leiden tot visuele verstoring (interferentie). Dat is het geval als 1 of meerdere windturbines dicht bij een bestaande windturbine komen te staan. Dit is ook het geval bij meerdere nieuwe windturbines bij elkaar. Bij grote windturbines kan de interferentie ook op een grote afstand merkbaar zijn. Keuzes in onderlinge afstand, patronen en richting van turbines zijn bepalend voor de mate waarin ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt. Beplanting kan helpen om de landschapsstructuur te versterken. Bij het beoordelen van de effecten kijken we door de ogen van mensen die het landschap beleven (de beschouwer). Dat kan iemand zijn die in de buurt woont of een automobilist of fietser die door het gebied rijdt. Daarbij gaat het vooral om hoe het aanzicht verandert als je door het gebied beweegt en de windturbines ziet. Ook het toeristisch en recreatief gebruik van het landschap spelen een rol. Visualisaties van de windturbineparken in samenhang met elkaar kunnen bijvoorbeeld aantonen dat er geen sprake is van visuele interferentie. • Milieunormen 1 Sinds 30 juni 2021 gelden er geen landelijke milieunormen meer voor windparken met 3 of meer windturbines. Dit komt door de Delfzijl uitspraak van de Raad van State en het Nevele arrest. De landelijke overheid werkt aan nieuwe normen en heeft daarvoor ook concept-normen ter inzage gelegd. De beoogde datum van inwerkingtreding van de nieuwe normen is regelmatig uitgesteld. Anno juni 2026 is de planning dat in 2027 de nieuwe normen in werking treden. Voor één of twee losstaande windturbines kunnen nog steeds de algemene milieunormen uit het toenmalige Activiteitenbesluit (nu het Besluit Activiteiten Leefomgeving) toegepast worden. Deze vallen namelijk niet onder de m.e.r.-regeling. De landelijke normen die nu in ontwikkeling zijn gaan wel gelden voor alle windturbines met een rotordiameter van 2 meter of meer. Een overbruggingsregeling voor bestaande windparken (drie of meer windturbines) die op 30 juni 2021 een onherroepelijk verleende vergunning hadden, vervangt de niet meer geldende landelijke milieuregels. Deze overbruggingsregeling heeft dezelfde milieubescherming als de niet meer geldende milieuregels. De overbruggingsregeling trad op 1 juli 2022 in werking en is per 18 juni 2025 verlengd tot en met 31 december 2026. In de tussentijd is het mogelijk om voor windparken met 3 of meer windturbines projectspecifieke milieunormen vast te stellen. Dat kan als de normen gebaseerd zijn op een “actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivatie”. Omdat de besluitvorming over de landelijke milieunormen uitbleef, hebben Provinciale Staten op 2 juli 2025 besloten zelf regels op te stellen. Het gaat om een provinciale afstandsnorm van 2x de tiphoogte, die wordt opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten toegezegd een provinciale geluidsnorm van 45 dB Lden te betrekken bij het opstellen van deze beleidsregel. De beoogde afstandsnorm is een aanvullende norm bovenop de milieunormen zoals voor geluid en slagschaduw en wordt ingevoerd om omwonenden van windparken duidelijkheid te geven over de afstand van een windturbine tot gevoelige objecten. De geluidsnorm heeft als doel om omwonenden te beschermen tegen onaanvaardbare geluidhinder. Voor beide normen geldt dat ze planMER-plichtig zijn. Daarom hebben wij gebruik gemaakt van de landelijke plan-MER die is opgesteld voor de landelijke windturbinebepalingen en de provinciale plan-MER. Deze onderzoeken zijn uitgebreid met extra notities (zie bijlagen 3 en 4). De notities laten zien wat de gevolgen zijn van het invoeren van de nieuwe afstands- en geluidsnorm in Gelderland. Uit de notities blijkt dat de afstandsnorm vooral belangrijk is om omwonenden te beschermen en de visuele impact van windturbines te reguleren. Grotere afstanden dragen bij aan het verminderen van de visuele dominantie van windturbines in het landschap. Bovendien zijn afstandsnormen uit te leggen, zeer transparant en kunnen omwonenden zelf nagaan of de windturbines aan een afstandsnorm voldoen. Uit de notities volgt ook dat een geluidsnorm van 45 dB Lden, die aansluit bij het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), een significante en positieve bijdrage levert aan het beschermen van de volksgezondheid. De statistische kans op ernstige geluidhinder neemt merkbaar af. Het invoeren van zowel de afstandsnorm van 2x de tiphoogte als de geluidsnorm van 45 dB Lden is echter niet zonder gevolgen voor het doelbereik van de RES’en. Met het toepassen van de afstandsnorm en de geluidsnorm kan respectievelijk 29% en 64% van de Gelderse RES’en niet meer worden uitgevoerd. Dit zet het bereiken van de doelen uit de RES’en onder grote druk en verhoogt tegelijkertijd de druk op de resterende, vaak kwetsbare gebieden, zoals het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De Commissie voor de mer stelde in dat kader ook dat er geen extra bescherming is van een afstandsnorm als deze wordt gecombineerd met een geluidsnorm. In het belang van de volksgezondheid wil de provincie alleen onder strikte voorwaarden afwijken van een standaard geluidsnorm van 45 dB Lden. Standaardwaarde: Bij nieuwe windturbines geldt voor geluidgevoelige gebouwen zoals bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een geluidsnorm van 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Grenswaarde: In afwijking van de standaardwaarde kan alleen onder strikte voorwaarden een hogere of lagere waarde worden toegepast. Een hogere waarde is in ieder geval niet hoger dan de grenswaarden 47 Lden en 41 Lnight. Het omgevingsplan kan alleen een hogere waarde bevatten als: •er sprake is van meervoudig ruimtegebruik waarbij de windturbines, vaak in het kader van een ‘local for local’ aanpak, op of nabij een bedrijventerrein worden geplaatst; of •de cumulatieve geluidsbelasting in een gebied na realisatie van de windturbines niet meer toeneemt dan 1 dB (een niet merkbare toename). Op basis van bovenstaande inzichten zal in de loop van 2026 besluitvorming plaatsvinden over het instellen van een afstandsnorm in de provinciale verordening. Later (naar verwachting in 2027) zal ook de standaard geluidsnorm opgenomen worden in de provinciale verordening. Als de toekomstige regels van de nationale windturbinebepalingen hiertoe aanleiding geven, worden de teksten uit de beleidsregel en de omgevingsverordening zo nodig herzien. Slagschaduw Windturbines kunnen slagschaduw veroorzaken, wat hinderlijk kan zijn voor omwonenden. De provincie neemt deze zorg serieus en wil de hinder zoveel mogelijk beperken. Daarom gaan wij bij nieuwe windprojecten actief in gesprek met initiatiefnemers om de slagschaduwnorm naar bijna nul uur te brengen, in het kader van de toepassing van de landelijke milieunormen of als onderdeel van de onderbouwing van lokale normen. Dit betekent dat windturbines zo worden ingesteld dat slagschaduw vrijwel helemaal wordt voorkomen, bijvoorbeeld door windturbines tijdelijk stil te zetten (stilstandsvoorzieningen) of slimme plaatsing. Helemaal 0 uur is technisch niet mogelijk omdat de windturbines een korte tijd nodig hebben om tot stilstand te komen. Aanvullende handhavingsnormen Naast het naleven van de jaargemiddelde geluidsnormen, neemt de provincie bij nieuwe projecten ook handhavingsnormen op voor het maximale geluid dat op een willekeurig moment voorkomt en het tonaal geluid. LAeq norm Omwonenden kunnen niet op elk moment van een dag vaststellen of een windpark voldoet aan de geldende jaargemiddelde geluidsnormen die gelden op de gevel van omliggende geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen). Geluidsnormen zijn namelijk jaargemiddelde normen (Lden en Lnight) die niet op 1 moment te meten zijn bij de woningen. Omwonenden ervaren dat vaak als complex en moeilijk te koppelen aan hun daadwerkelijke ervaring. Met een LAeq norm gemiddeld over 1 minuut komen we tegemoet aan de wens om op elk moment van het jaar een controlemeting te kunnen uitvoeren en de uitkomst te kunnen toetsen aan een handhavingsnorm. Met deze toets kan er worden vastgesteld of de windturbines op het moment van meten niet meer geluid maken dan is toegestaan bij het maximale bronvermogen van de betreffende windturbine(s). Het is hierbij belangrijk te benadrukken dat dit geen extra, bovenliggende norm is, maar een afgeleide uit het akoestisch rekenmodel. Voor het uitvoeren van LAeq controlemetingen verwijzen we naar de Statenbrief met bijlage die hiervoor is opgesteld. Uitgangspunt voor het windpark is de standaardwaarde van 45 dB Lden. De initiatiefnemer van het windpark moet zorgen dat de windturbines daaraan voldoen. Voor die windturbines zorgt de initiatiefnemer voor de berekening van de LAeq handhavingsnorm die gekoppeld is aan de bronsterkte van de windturbine en bepaald wordt op een meetpunt op de grond op een afstand die gelijk is aan de tiphoogte van de windturbine. Deze norm moet vervolgens aan ons ter controle worden voorgelegd. Hierbij geldt de werkwijze zoals bij windpark Horst en Telgt als voorbeeld. Dit betekent dat de initiatiefnemers een voorstel doen voor een LAeq-norm op tiphoogte afstand op basis van de tiphoogte en de bronsterkte van de toekomstige windturbines. De initiatiefnemers laten daarbij zien welke variabelen zij invoeren in het geluidsmodel en geven ook inzicht in eventuele afwijkingen van de gehanteerde methode bij windpark Horst en Telgt. De provincie controleert de invoer van de juiste gegevens en de juiste toepassing van het geluidsmodel en leggen dit ook ter controle voor aan de Omgevingsdienst. Na goedkeuring wordt de norm door ons in de vergunning opgenomen. Daarna is het mogelijk om de LAeq waarde voor op de gevel van omliggende woningen af te leiden van de LAeq norm. Zie ook de Statenbrief. Als er niet aan de LAeq-norm wordt voldaan moet er een bronsterkte meting worden uitgevoerd zodat met een uitgebreide meting kan worden vastgesteld of aan de normen uit de vergunning wordt voldaan. Tonaal geluid Mensen ervaren tonaal geluid (te herkennen aan duidelijke, zuivere tonen) over het algemeen als significant hinderlijker dan ruisachtig geluid van hetzelfde niveau. Tonaal geluid mag niet voorkomen bij windturbines. De ervaring met enkele bestaande windparken leert echter dat tonaliteit wel kan voorkomen (vaak als gevolg van een technisch gebrek). Om handhavend te kunnen optreden in geval van tonaliteit zullen we in de omgevingsvergunning een aanvullende handhavingsnorm opnemen. Die houdt in dat er een straffactor van 5 dB geldt op het jaargemiddelde geluidniveau Lden aangetoonde tonaliteit tot het moment dat die tonaliteit is weggenomen. De straffactor houdt in dat er 5 dB opgeteld wordt bij het berekende jaargemiddelde geluidsniveau tot het moment dat de aangetoonde tonaliteit is weggenomen. In de praktijk zal dit betekenen dat de windturbines minder geluid - en daarmee ook minder tonaal geluid- mogen maken. Met beide normen willen we de transparantie en handhaafbaarheid voor omwonenden verbeteren. Voor elk project worden deze normen apart in de omgevingsvergunning opgenomen, zodat ze ook handhaafbaar zijn. Voor voorbeelden hiervan verwijzen we naar de omgevingsvergunningen van windparken Horst en Telgt en Echteld Lienden. • Obstakelverlichting Windturbines kunnen een risico vormen voor de luchtvaart. Daarom gelden er regels voor markering en verlichting. Hierdoor zijn windturbines zichtbaar voor piloten, zowel overdag als ’s nachts. Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de windturbine op basis van het Informatieblad over obstakelverlichting (2023) voorzien dient te worden van obstakelverlichting. Deze rode verlichting wordt veelal als hinderlijk ervaren door de omgeving. Mogelijkheden om hinder te beperken zijn bijvoorbeeld het toepassen van vastbrandende verlichting, dimmende verlichting naar gelang de zichtbaarheid en toepassen radardetectie of transponderdetectie (zogenoemde naderingsdetectie) zodat verlichting alleen aan gaat wanneer er een vliegtuig overvliegt. Voor de start van de bouw stelt de vergunninghouder een verlichtingsplan op (met evt. hinderbeperkende maatregelen) en legt dit ter goedkeuring voor aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. Om de hinder door obstakelverlichting maximaal te beperken, stellen wij de toepassing van naderingsdetectie in nieuwe projectbesluiten voor windparken verplicht. Die verplichting geldt uiteraard onder de voorwaarde dat de toestemming van ILenT is verkregen. Wij gaan ervan uit dat de hinder ook maximaal wordt beperkt door (naast de naderingsdetectie) ook vastbrandende en dimbare verlichting toe te passen. • Lokaal eigendom en participatie De provincie Gelderland vindt het belangrijk dat de lusten en de lasten van een duurzaam energieproject eerlijk verdeeld worden onder de omgeving. We zetten in op zeggenschap door en eigenaarschap van de omgeving. Bij het ontwikkelen van duurzame energieprojecten heeft een commerciële ontwikkelaar vaak een voorsprong op omwonenden, door ingenomen grondposities en professionele kennis en ervaring met het ontwikkelen van zulke energieprojecten. Met de beleidsregel Lokaal eigendom en participatie willen we stimuleren dat inwoners als gelijkwaardige partner kunnen deelnemen aan alle fasen van een duurzaam energieproject. Zij hebben kennis van en inzicht in de lokale omgeving, wat een aanvulling is op de ervaring van ontwikkelaars. Hiermee onderschrijven wij het belang van zorgvuldige participatie, zoals ook beschreven in het Klimaatakkoord: “Participatie en acceptatie zijn van groot belang voor de ruimtelijke inpassing van de energietransitie en daarmee voor de uitvoerbaarheid. Participatie ziet toe op en bevordert de uitwerking van het motto ‘iedereen kan meedoen’. […] Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie.” (Klimaatakkoord, 2019).” Volgens de beleidsregel ‘Lokaal eigendom en participatie’ moet bij elk Gelders initiatief voor duurzame energie(opwek) een participatieplan en een omgevingsovereenkomst worden opgesteld. Hierin staat beschreven hoe wordt gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigendom, hoe zeggenschap voor de omgeving is geregeld en hoe doelgroepen worden betrokken. Het bevoegd gezag moet de documenten goedkeuren voordat de ruimtelijke procedure start. 4.5 Wie maakt de windprojecten planologisch mogelijk? Windladder Onze aanpak bij windprojecten staat in de provinciale windladder. De Gelderse windladder legt uit in welke situaties wij het bevoegd gezag willen zijn voor een windproject. Met toepassing van artikel 6.2 lid 2 van de Energiewet heeft het onze voorkeur dat de gemeenten de aanvraag voor een nieuw windproject in behandeling nemen en daarover besluiten. Afhankelijk van de ligging binnen of buiten een RES zoekgebied kunnen we de bevoegdheid direct aan gemeenten overdragen of is er eerst afstemming met de regio nodig. Wij blijven het bevoegd gezag als de gemeente daarom verzoekt of als de gemeente geen medewerking wil verlenen, terwijl het plan wel aan ons windbeleid voldoet. Voor een uitgebreid stappenplan verwijzen we naar de Windladder in bijlage 1. Toepassing Energiewet Met de komst van de Energiewet zijn wij het bevoegd gezag voor windprojecten van 15 MW of meer. Eerder (onder de Elektriciteitswet) was dat vanaf 5 MW. Door deze verhoogde drempel zal het vaker niet meteen duidelijk zijn wie het bevoegd gezag is. Dit komt doordat er in projecten in de ontwikkelfase vaak met bandbreedtes wordt gewerkt en pas bij de vergunningaanvraag bekend is om welk vermogen het gaat in de ruimtelijke procedure. Voor alle windprojecten van 15 MW of meer passen we altijd de windladder toe. Dat doen we ook als de bandbreedte van het project bij de start onder de 15 MW komt, bijvoorbeeld een bandbreedte tussen de 12 en 16 MW. Als uit de toepassing van de windladder blijkt dat wij het bevoegd gezag blijven, maken wij de procedure bij voorkeur tot en met de vergunningverlening (inclusief eventuele beroepsprocedure) af. We gaan op het moment dat het duidelijk is welk vermogen het windpark uiteindelijk krijgt, altijd in overleg met de betreffende gemeente(n) zodat de procedure zorgvuldig en goed verloopt. Dit komt de rechtszekerheid, continuïteit en voorspelbaarheid van de procedures voor alle betrokken partijen ten goede. 5 Erfmolens (tot 35 meter) Erfmolens maken het voor particulieren en (agrarische)bedrijven mogelijk om (deels) te voorzien in de eigen energiebehoefte. Bovendien kunnen erfmolens een bijdrage leveren aan de duurzaamheids-doelstellingen van agrarische bedrijven. Gemeenten zijn het bevoegd gezag voor erfmolens en kunnen daar zelf beleid voor opstellen. Omdat er een provinciaal belang ligt bij de bescherming van het landschap en de natuur heeft GS voorgesteld om in de omgevingsverordening voorwaarden te verbinden aan de plaatsing van erfmolens. In het najaar van 2026 zal Provinciale Staten definitief besluiten over het opnemen van deze voorwaarden in de omgevingsverordening. Ten aanzien van de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit worden door Gedeputeerde Staten hieronder voorwaarden gesteld. Stilstandsverplichting Bij het gebruik van een erfmolen bestaat een aanzienlijke kans op aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen. Aanvragers kunnen gebruik maken van de hieronder genoemde stilstandsverplichting om de kans op aanvaringen te minimaliseren. Bij het toepassen van de stilstandsverplichting kan bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37 (voor vogels) en/of 11.46 (voor vleermuizen) van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) het natuuronderzoek2 achterwege blijven. Mocht een aanvrager willen afwijken van navolgende voorwaarden dan dient een aanvraag voorzien te zijn van de benodigde natuuronderzoeken. Voorwaarden Stilstandsverplichting bij Vleermuizen (artikel 11.46 bal) De periode is afhankelijk van de afstand tussen de erfmolen en bouwwerken, landschapselementen of groenstructuren: •Is deze gelijk aan of groter dan 25 meter? Dan geldt een stilstandsverplichting in de periode van 1 april tot 1 november tussen zonsondergang en zonsopkomst; •Is deze kleiner dan 25 meter? Dan geldt een volledige stilstandsverplichting in de periode van 1 mei tot 1 augustus. De stilstandsverplichting is niet van toepassing tijdens de volgende weersomstandigheden: 1.bij avond- en nachttemperaturen lager dan 12 graden; 2.bij windsnelheden op ashoogte hoger dan of gelijk aan 6 meter per seconde; of 3.bij regen boven een hoeveelheid van 3 millimeter per uur. Stilstand voor vogelsoorten (artikel 11.37 Bal) Ter bescherming van vogelsoorten geldt een stilstandsverplichting in de periode van 15 maart tot 15 september tussen zonsopkomst en zonsondergang. 6 Bijlagen 1.Gelderse windladder 2.Gelders beleid windenergie Veluwe 3.Notitie geluidsnorm windturbines Gelderland 4.Notitie afstandsnormen windturbines Gelderland Artikel II In te trekken van de Beleidslijn Windenergie (vastgesteld februari 2019) Artikel III Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking in het Provinciaal Blad. Gedeputeerde Staten van Gelderland Daniël Wigboldus Commissaris van de Koning Johan OsingaSecretaris

Categorie: mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregel Windenergie Gelderland 2026"

mededelingen

mededelingen

Beleidsregel Windenergie Gelderland 2026

apv

apv

Beoordeling nazorgplannen

apv

apv

Regeling Fonds Nazorg Stortplaatsen Gelderland

mededelingen

mededelingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent stortplaatsen Nadere regels nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 2019

mededelingen

mededelingen

Algemene Inkoopvoorwaarden 2026 van de Groene Metropoolregio

apv

apv

Verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid provincie Flevoland 2026

mededelingen

mededelingen

Beleidsregels Marginaal en Parttime Ondernemerschap 2026

evenementen

evenementen

Gemeente Zeewolde, Ingekomen aanvraag evenementenvergunning BREAKLINE

mededelingen

mededelingen

Beleidsregel Aversieve conditionering wolf Gelderland 2026

mededelingen

mededelingen

Beleidsregels Waterschapsverordening waterschap Vallei en Veluwe

mededelingen

mededelingen

Lijst van gevallen van provinciaal belang provincie Flevoland

mededelingen

mededelingen

Besluit tot intrekking Subsidieregeling Emotioneel Herstel gedupeerden Kinderopvangtoeslagaffaire