Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Vlaardingen 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-08-21

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Vlaardingen

Informatie

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Vlaardingen 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen, •gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, •artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, •en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Vlaardingen 2026 Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: -bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende: a.een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b.een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; -civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst in de zin van artikel 13.13 Omgevingswet of artikel 6.24 Wet ruimtelijke ordening (Wro), erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start. Een intentieovereenkomst of andere overeenkomst die voornamelijk inspanningsverplichtingen bevat, kwalificeert niet als civielrechtelijke overeenkomst in de zin van deze beleidsregels; -college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen; -congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied; -project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte of onderwijshuisvesting als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld; -projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert; -prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en transportverzoek; -transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet; -transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet; -volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouwprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder. Artikel 2. Toepassingsbereik 1.Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.2.Als een project de gemeentegrens overschrijdt treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over wie het project opneemt op haar volgordelijst, waarbij de hoofdregel geldt dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst. Artikel 3. Doel Deze beleidsregels hebben tot doel: a.het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026; b.het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026; c.het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661); d.het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en e.het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten 1.Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.2.Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.3.De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst 1.De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het gemeenteblad.2.Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot vrijdag 11 september 2026, 12:00 uur. Opname van een project op de volgordelijst vindt uitsluitend plaats nadat het college heeft besloten het project op de volgordelijst te plaatsen en de daarbij behorende bestuursverklaring heeft vastgesteld. 3.Opname van een project op de volgordelijst resulteert uitsluitend in een inspanningsverplichting van de gemeente het project overeenkomstig deze beleidsregels aan te melden bij de netbeheerder. Er wordt geen garantie gegeven dat prioritering wordt verleend of transportcapaciteit beschikbaar wordt. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar 1.De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.2.Het college stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 14 genoemde rechtsbeschermingsprocedure. Als werkdagen gelden de dagen die geen zaterdag, zondag of feestdag zijn in de zin van de Algemene termijnenwet, of in die wet aan feestdagen gelijkgestelde dagen. Indien het verzoek na 17:00 is ingediend geldt het als ingediend op de eerstvolgende werkdag.3.Een aanvraag die onvolledig is, wordt door het college niet in behandeling genomen. Het college stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen.4.Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend. Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten 1.Het college zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.2.Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatie gebonden. Een verkregen toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Artikel 8. Bestuursverklaring De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat: a.een deugdelijke motivering, gedocumenteerd met onderbouwende stukken, waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en collectief, dan wel onderwijshuisvesting, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; b.een deugdelijke motivering, gedocumenteerd met onderbouwende stukken, waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit; c.een deugdelijke motivering, gedocumenteerd met onderbouwende stukken, waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten; d.een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026 compleet zijn; e.een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid door de initiatiefnemer is ingevuld; f.instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026; g.als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; en h.als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst 1.Het college bepaalt de rangorde op de volgordelijst per jaar op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast: Stap 1: onderwijs of wonen Als eerste stap krijgen onderwijshuisvestingsprojecten prioriteit.Onderwijshuisvesting wordt bovenaan de volgordelijst gezet, omdat we als gemeente een wettelijke plicht hebben om in voldoende onderwijshuisvesting te voorzien. Hiervoor wordt de volgorde bepaald op basis van de verwachte ingebruikname van de onderwijshuisvesting volgens het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Onderwijshuisvesting die niet opgenomen is in het integrale huisvestingsplan, maar gekoppeld is aan woningbouwprojecten wordt boven het woningbouwproject geplaatst waaraan het gerelateerd is. Stap 2: start woningbouw Rangschikking vindt plaats op basis van het kwartaal van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw in een eerder kwartaal start. Hierbij moet de datum van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd. Onder start bouw wordt verstaan het slaan van de eerste heipaal, of bij een project zonder heipaal het aanvangen van de aanleg van een fundering. Stap 3: projectrijpheid Na de rangschikking van stap 2 stelt het college de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes: Rangorde: Beschikbare documenten: 1 Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie. 2 Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld of onherroepelijke vergunning voor en BOPA verleend voor de projectlocatie. 3 Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend voor de projectlocatie. 4 Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst. 5 Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld of vergunning voor een BOPA verleend voor de projectlocatie 6 Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering. Projecten worden binnen het kwartaal op basis van projectrijpheid geprioriteerd. Stap 4: datum oplevering Aansluitend vindt binnen de op basis van de stappen 2 en 3 gemaakte prioritering indien nodig een rangschikking plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt. Stap 5: herschikken op basis van artikel 9 lid 2. De in lid 2 genoemde subsidieprojecten worden geherprioriteerd Stap 6: de concept lijst en de definitieve lijst Om voldoende rechtsbescherming te bieden stelt het college eerst een concept-volgordelijst vast en daarna een definitieve volgordelijst. 2.Op de concept en definitieve volgordelijst krijgen projecten voorrang die een bijdrage leveren aan woningbouwlocaties waarbij sprake is van een financiële en programmatische afhankelijkheid van rijkssubsidies die als voorwaarde stellen in een bepaalde fasering een vastgesteld aantal woningen te realiseren. Dit teneinde te voorkomen dat deze subsidies niet worden uitgekeerd, dan wel terugbetaald dienen te worden.3.Het college legt van ieder project schriftelijk vast welke bewijsstukken aan de toepassing van het eerste tot en met derde lid ten grondslag zijn gelegd, en waarom deze bewijsstukken de toegekende rangorde per stap en de uiteindelijke positie op de volgordelijst rechtvaardigen. Deze motivering wordt op gelijke wijze toegepast op vergelijkbare projecten. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst 1.Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt het college de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.2.De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.3.Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.4.De uitkomst van de loting is bindend. Het college legt de uitkomst schriftelijk vast.5.De loting wordt uitgevoerd door een ambtenaar van de gemeente Vlaardingen, in het bijzijn van een tweede ambtenaar van de gemeente Vlaardingen die een verslag maakt van de loting. Artikel 11. Transparantie en motivering 1.Het college motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van artikel 9 en eventuele loting te vermelden.2.Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie die aan zijn project is toegekend. Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst 1.Het college maakt de vastgestelde concept volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het digitale gemeenteblad, uiterlijk twee weken voor de datum van indiening bij de netbeheerder.2.Op de gepubliceerde (concept) volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie, de onderwijshuisvesting, c.q. het aantal woningen, en de positie op de lijst.3.Indien een project niet op de (concept) lijst wordt geplaatst ontvangt de indiener hiervan bericht.4.Na dat toepassing is gegeven aan artikel 13 beslist het college tot vaststelling van de definitieve volgordelijst en publiceert deze op de gemeentelijke website en via het digitale gemeenteblad. Artikel 13. Geschillenregeling 1.Een projectontwikkelaar die het oneens is met zijn positie op de concept volgordelijst kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de concept volgordelijst een protest indienen bij het college. Voor de berekening van de tien kalenderdagen geldt dat er geen dagen, zoals bijvoorbeeld zaterdagen, zondagen en feestdagen, uitgezonderd zijn,2.Een projectontwikkelaar die het oneens is met de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de concept volgordelijst kan binnen tien dagen na verzending van de afwijzing in de zin van artikel 12, derde lid, hier tegen protest indienen bij het college.3.Het protest bevat ten minste: a.de naam en contactgegevens van de indiener; b.de aanduiding van het project waarop het protest betrekking heeft; c.de gronden van het protest, en; d.de gegevens en bescheiden waarop de indiener zich beroept. 4.Het college beoordeelt het protest aan de hand van deze beleidsregels en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur die op grond van artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. 5.Het college kan de indiener en andere betrokkenen in de gelegenheid stellen het protest mondeling toe te lichten. Indien de gewijzigde definitieve volgordelijst, bedoeld in het zesde lid, ertoe leidt dat de positie van een project op een lagere plaats komt dan op de laatstelijk bekendgemaakte concept-volgordelijst, kan de projectontwikkelaar van dat project binnen 24 uur na bekendmaking van de gewijzigde definitieve volgordelijst hiertegen protest indienen bij het college. Dit protest ziet uitsluitend op de wijziging ten opzichte van de concept-volgordelijst.6.Het college neemt binnen 24 uur na ontvangst van het protest een gemotiveerd standpunt in en stelt de indiener daarvan schriftelijk in kennis.7.Als het college aanleiding ziet de concept volgordelijst te wijzigen, stelt het de definitieve volgordelijst gewijzigd vast en maakt deze bekend overeenkomstig artikel 13.8.Totdat het college overeenkomstig het vijfde lid een standpunt heeft ingenomen, worden voor het betreffende project geen prioriteringsverzoeken of transportverzoeken bij de netbeheerder ingediend.9.Deze geschillenregeling laat de mogelijkheid onverlet een geschil voor te leggen aan de bevoegde burgerlijke rechter te Rotterdam. Artikel 15. Wijziging en intrekking van de volgordepositie 1.Het college kan de positie van een project op zowel de concept als definitieve volgordelijst wijzigen of intrekken als: a.de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt; b.het project naar het oordeel van het college aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt; c.de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt; d.het project naar het oordeel van het college onuitvoerbaar is geworden. 2.Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere (hogere of lagere) plek op de concept of definitieve volgordelijst zal krijgen.3.Het college stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan onverwijld in kennis.4.Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door het college is ingediend bij de netbeheerder.5.Indien de volgordelijst wel is ingediend kan het college de netbeheerder informeren over constateringen in de zin van het eerste lid. Artikel 16. Indienen verzoek conform volgordelijst 1.Het college verzoekt de netbeheerder conform de positie op de definitieve volgordelijst het prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat de termijn voor protest, bedoeld in artikel 14 is verstreken, dan wel – als protest is ingediend – nadat op het protest is beslist. Het college kan besluiten om de uitkomst van een gestarte civiele procedure af te wachten voor dat het de volgordelijst indient, voor zover dit niet redelijkerwijs ten gevolge heeft dat de volgordelijst te laat of dusdanig laat wordt ingediend dat dit een negatief effect heeft voor de prioritering van de projecten door de netbeheerder.2.Het college spant zich in om de prioriteringsverzoeken en transportverzoeken af te stemmen met de andere gemeenten binnen het congestiegebied, waarbij rekening wordt gehouden met regionale afspraken over woningbouw, maatschappelijke prioriteiten en beschikbare netcapaciteit. Artikel 17. Bijzonder mandaat 1.Het college mandateert aan de gemeentesecretaris en de directeuren de bevoegdheid tot het bevestigen van de ontvangst van verzoeken en het afwijzen van onvolledige verzoeken van projectontwikkelaars tot plaatsing op de volgordelijst.2.Het college mandateert aan de gemeentesecretaris en de directeuren de afwijzing van volledige verzoeken van projectontwikkelaars tot het plaatsen op de volgordelijst en het vaststellen van de concept volgordelijst.3.Het college mandateert aan de gemeentesecretaris en de directeuren, indien en voorzover dit noodzakelijk is vanwege het kunnen naleven van termijnen, de bevoegdheid tot het vaststellen van de definitieve volgordelijst, het toe- of afwijzen van protesten van projectontwikkelaars en het indienen van het prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netwerkbeheerder. Artikel 18. Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Artikel 19. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie. Artikel 20. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Gemeente Vlaardingen 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 augustus 2026. De secretaris Drs. E. Stolk de burgemeester,E.F.A. Zevenbergen Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Vlaardingen tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Vlaardingen 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten Gemeente Vlaardingen 2026 Algemeen Inleiding Met deze beleidsregels geeft de Gemeente Vlaardingen en in het bijzonder het college, invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar/zijn op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functies woonbehoefte en onderwijsbehoefte bij de netbeheerder. Aanleiding Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouwprojecten en onderwijshuisvestingsprojectenheeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden. Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioriteringscategorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht. De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën: 1.Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit; 2.Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid; 3.Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder woonbehoefte en onderwijshuisvesting. Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst. Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026). Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661). De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol. Doelstelling De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouwprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht. De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en voor onderwijshuisvestingsprojecten. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten. Werkingsduur Deze beleidsregels zijn vastgesteld met het oog op de aanvraagronde die per 1 oktober 2026 bij de netbeheerder wordt ingediend. Artikel 5 voorziet in één aanvraagperiode, gekoppeld aan deze ronde. Deze beleidsregels voorzien niet in een volgende aanvraagronde. Voor een volgende aanvraagronde bij de netbeheerder zal het college een afzonderlijk besluit voorbereiden. Daarbij wordt de met de toepassing van deze beleidsregels, waaronder de rangordebepaling van artikel 9, opgedane ervaring betrokken, en kan het college de gehanteerde criteria en werkwijze herzien. Dat een project niet in aanmerking is gekomen voor plaatsing op de volgordelijst van deze ronde, betekent daarom niet zonder meer dat het project niet in aanmerking komt voor het eerder aanvragen van transportcapaciteit. Verhouding tot andere regelgeving De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van: •Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. •Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid. •De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol. •Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen. De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen). Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde. De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader. VNG-modelbeleidsregels Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. In afwijking van het VNG-model is de rol van het college meer benadrukt om duidelijk te maken welk orgaan binnen de gemeente de beslissingen neemt, hetgeen conform een latere revisie van de regels is. Dit past ook beter bij de mandaatstructuur binnen een gemeente. Ook is de loting preciezer beschreven, een ambtenaar kan op ambtseed een proces verbaal op maken. Voorts ging het VNG-model uit van een bezwaartermijn gekoppeld aan de concept volgordelijst. Om bij afwijzingen partijen die niet op de lijst zijn gekomen ook een adequate rechtsbescherming te bieden is hen de mogelijkheid geboden protest te maken binnen een termijn na verzending van de afwijzing. Tegelijkertijd is de keuze voor de term bezwaar ongelukkig, dit suggereert een bestuursrechtelijke procesgang. We volgen de VNG hierin niet, daarom is ervoor gekozen om de term protest te gebruiken. Daarbij is er gekozen om met een concept en definitief besluit te werken. Dit om duidelijk te maken dat er één ronde van rechtsbescherming is om een eindeloze loop met protesten tegen de uitkomsten van protesten te voorkomen nu dat tot een onwerkbare situatie zou leiden waardoor het tijdig indienen van een definitieve lijst in het geding zou komen. Voorts is ervoor gekozen om te benoemen dat bij bijvoorbeeld het aanleveren van gegevens in strijd met de waarheid het college ook als de volgordelijst verzonden is naar de netbeheerder hiervan wel melding kan doen bij de netbeheerder. Daarnaast is benoemd dat een motivering ook een onderbouwing met stukken (kan) behoeven. Dit in lijn met de privaatrechtelijke leer dat wie stelt moet bewijzen en de verdere toelichting die later in dit document is opgenomen. Inspraak Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels. Civielrechtelijke overeenkomst De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Project De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Naast de functie woonbehoefte omvat de definitie de functie onderwijshuisvesting, die als basisbehoefte eveneens in categorie 3 van het prioriteringskader is opgenomen. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend. Volgordelijst De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026). Artikel 2. Toepassingsbereik Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen. De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient. Artikel 3. Doel De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De keuze voor de term bezwaar is daarbij dus enigszins ongelukkig. Desondanks is er gekozen het VNG-model hierin te volgen. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht. De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden. Uitwerking De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken. Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen. De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat. Opname op de volgordelijst betekent uitsluitend dat het college zich inspant om het project overeenkomstig deze beleidsregels voor te dragen aan de netbeheerder. De gemeente beslist niet over de verlening van prioritering of de beschikbaarheid van transportcapaciteit. Deze bevoegdheden berusten bij de netbeheerder op grond van de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente de basis vormt voor de rangschikking. Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Aanvraag transportcapaciteit Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste: a.naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar; b.omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon); c.het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop); d.de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende: 1.het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten; 2.de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting; 3.de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening. Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist: Woningbouw — algemeen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 5); 2.Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback); 3.Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen. Woningbouw — collectieve woonvormen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 5); 2.Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback). Verder is van belang: 1.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar (de projectontwikkelaar overlegt stukken waaruit deze tekenbevoegdheid blijkt) welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder; 2.Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en 3.Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden. Het projectdossier wordt ingediend via de hiervoor open te stellen webpagina het door de gemeente aangewezen digitale kanaal webformulier of schriftelijk per post aan: gemeente Vlaardingen, Postbus 1002, 3130 EB Vlaardingen. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee werkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken. Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend. Artikel 8. Bestuursverklaring De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026. De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. Artikel 9 werkt de prioritering uit in drie achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert. Stap 1. Onderwijshuisvesting wordt bovenaan de volgordelijst gezet, omdat we als gemeente een wettelijke plicht hebben om in voldoende onderwijshuisvesting te voorzien. Het verschilt in den landen hoe hiermee wordt omgegaan. Sommige gemeenten constateren dat onderwijshuisvesting voorrang heeft, anderen verwerken dit in hun beleidsregels en weer anderen reppen hier niet over. Aangezien het een wettelijke taak is krijgen deze projecten voorrang omdat niet van ons verwacht mag worden dat we onze eigenlijke wettelijke taken achterstellen ten opzichte van andere belangen. Stap 2 – Start bouw Projecten met een eerder gepland kwartaal van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouw die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunning planning. De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen. Onder "overeenkomst" in dit verband wordt niet de civielrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en projectontwikkelaar bedoeld (zie daarvoor stap 2), maar een overeenkomst die de startdatum van de bouw zelf onderbouwt, zoals een aannemingsovereenkomst tussen de projectontwikkelaar en de uitvoerende bouwer, de planning van een eigen bouwbedrijf, of — bij kleinschalige/particuliere ontwikkeling — koop-/aannemingsovereenkomsten met de toekomstige bewoners. Stap 3- Projectrijpheid Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut. De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Onder omgevingsplan wordt mede verstaan een bestemmingsplan dat op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel is geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project. Bij de toepassing van categorie 1, 2 en 4 van artikel 9 telt een civielrechtelijke overeenkomst die een boetebeding of een recht op terugvordering van de grond bij niet-tijdige start van de bouw bevat, zwaarder dan een overeenkomst zonder een zodanige bepaling. Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant. Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten. Onder categorie 6 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken: -Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw. -Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties. -College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling. Stap 4 – Datum van oplevering Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net. stap 5: Herschikking op basis van onderstaande. Op de concept en definitieve lijst krijgen projecten voorrang die een bijdrage leveren aan grootschalige woningbouwlocaties waarbij er sprake is van een financiële en programmatische afhankelijkheid van rijkssubsidies die als voorwaarde stellen in een bepaalde fasering een vastgesteld aantal woningen te realiseren. Ten einde te voorkomen dat deze subsidies niet worden uitgekeerd, dan wel terugbetaald dienen te worden. Het is onwenselijk als een project met rijkssubsidie geen doorgang kan vinden vanwege de prioritering. Het maatschappelijk belang van deze projecten is dusdanig dat in redelijkheid deze projecten voorrang dienen te krijgen. Stap 6 – Het concept en definitieve besluit Om een helder kader van besluitvorming en rechtsbescherming te creëren is ervoor gekozen om te werken met een concept besluit, waar tegen protest mogelijk is, en een definitief besluit 4.Het derde lid waarborgt dat de rangschikking niet alleen tot een uitkomst leidt, maar ook per project herleidbaar is tot de bewijsstukken waarop die uitkomst berust. Dit is nodig om de motiverings- en gelijkheidseis uit de Didam-jurisprudentie waar te kunnen maken, en om bij een eventueel geschil, bijvoorbeeld een kort geding over de onderlinge rangorde van twee projecten, aannemelijk te kunnen maken dat gelijke gevallen op basis van dezelfde maatstaf zijn beoordeeld. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen. Ambtenaren zijn beëdigd waardoor het niet noodzakelijk is om een externe onafhankelijke de trekking te laten doen. Voorkeur heeft het wel om de trekking door een ambtenaar te laten plaatsvinden die geen belang heeft bij de uitkomst, gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een teammanager uit het domein bedrijfsvoering. Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de protesttermijn van artikel 14. Aanvragers hebben tien kalenderdagen na bekendmaking van de concept volgordelijst om protest in te dienen. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn bieden het college de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van de protesten door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen. Artikel 13. Geschillenregeling Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Dat hierbij gebruik gemaakt wordt van een door het college vastgestelde volgordelijst maakt dit niet anders. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt desondanks gekozen om toch een alternatieve procedure te creëren. Door een verzoek in te dienen, waartoe de ontwikkelaar niet verplicht is, accepteert de ontwikkelaar deze beleidsregels impliciet. Deze geschillenregeling is geïnspireerd door de mogelijkheid van bezwaar, maar is niet gelijk aan de Awb procedure die bij deze term hoort. Een protest bij het college leidt tot een heroverweging. Door de krappe termijnen is het redelijk en billijk om hier te kiezen voor alternatieve geschillenbeslechting naast de burgerlijke rechter. Procedures zullen doorgaans te lang duren waardoor alle betrokken partijen benadeeld zouden worden als er niet tijdig een volgordelijst wordt ingediend. Het zou onredelijk zijn om als één partij het niet eens is met de volgorde alle partijen hun mogelijkheid tot voorrang te ontnemen. Ook is er gezien artikel 160 eerste lid aanhef en onder d voor gekozen om de rol van het college te benadrukken in de beleidsregels. Om een zorgvuldige, transparante en niet-discriminerende toepassing van deze beleidsregels te waarborgen, biedt dit artikel projectontwikkelaars de mogelijkheid een protest over de toepassing van deze beleidsregels aan het college voor te leggen. Het college is op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke handelingen; de burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte. Deze regeling laat de mogelijkheid om een geschil aan de burgerlijke rechter voor te leggen onverlet. Het oorspronkelijke model ging uit van expliciete binding aan een geschillenprocedure. Deze was juridisch discutabel, daarom is voor een alternatief gekozen waarbij de geschillenprocedure steunt op de redelijkheid en billijkheid die voor alle overeenkomsten geldt. Het is daarom ook niet nodig om de gang naar de burgerlijke rechter contractueel verder te beperken. De protesttermijn van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening volledig zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig protest in te dienen, zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder. Artikel 15, eerste lid, verankert die standstill. Om te voorkomen dat tegen de gewijzigde lijst ook een protest mogelijk is, is de mogelijkheid van protest beperkt tot de conceptlijst. Het college is zich bewust dat dit negatief is voor de rechtsbescherming, maar het is redelijk en billijkheid om de rechtsbescherming te beperken ten einde te voorkomen dat alle projecten benadeeld zouden worden door het niet (of te laat) kunnen indienen van de volgordelijst. Artikel 15. Wijziging en intrekking van de volgordepositie De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw. Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Wel kan het college de netbeheerder na de indiening van de lijst nog informeren, dat is in Vlaardingen expliciet opgenomen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen. Artikel 16. Indienen verzoek conform volgordelijst Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats eerst nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om bezwaar te maken tegen de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst. Met het indienen van een transportverzoek en een prioriteringsverzoek bij de netbeheerder gaat de gemeente financiële verplichtingen aan jegens de netbeheerder. Er moet namelijk een aanbetaling worden gedaan. Hiervoor is financiële dekking noodzakelijk. Deze dekking kan bestaan uit het feit dat een bij het project betrokken projectontwikkelaar zich verbindt tot het voldoen van deze kosten en daarvoor materiële zekerheid stelt, zodat de gemeente geen financieel risico loopt. Anders moet de gemeente voor het aangaan van deze verplichting financiële dekking hebben op de begroting. Het budgetrecht ligt namelijk bij de gemeenteraad. Deze financiële dekking kan verwerkt zijn binnen de begroting van het project of op basis van een andere begrotingspost waarmee de raad hiervoor middelen beschikbaar heeft gesteld. Deze bepaling betreft dan ook een financieringsvoorbehoud met betrekking tot het indienen van verzoeken bij de netbeheerder De netbeheerder hanteert op grond van artikel 7.22, eerste lid, aanhef en onder b, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor de behandeling van de van gemeenten afkomstige verzoeken de volgorde op basis van volgorde van binnenkomst. Om te voorkomen dat eerst alle prioriteringsverzoeken van één gemeente, die toevallig het snelste is met indienen, bovenaan de volgordelijst van de netbeheerder komen te staan is gekozen voor afstemming met de andere gemeenten in het congestiegebied. Op deze wijze komt er binnen het congestiegebied een integrale volgordelijst tot stand. Aangezien dit het uitvoeringsproces van indiening betreft is dit in de beleidsregels niet nader uitgewerkt. Artikel 17. Bijzonder mandaat Vanwege de korte termijnen is ervoor gekozen om bevoegdheden te mandateren. Bij het vaststellen van de definitieve besluiten is het uitgangspunt dat dit door het college gebeurt, maar overeenkomstig het mandaat voor protesten en het besluiten tot hoger beroep is de bevoegdheid bij definitieve besluiten ook gemandateerd voor de situaties dat de nog beschikbare termijn besluitvorming via het college niet meer mogelijk maakt.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Vlaardingen 2026"

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap van Delfland van 20 augustus 2026 inhoudende: het tijdelijk opschorten van het onttrekkingsverbod voor categorie 3 en 4 van de rangorde bij waterschaarste, zoals vastgesteld in het besluit van...

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten en onderwijshuisvesting Vlaardingen 2026

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap van Delfland van 17 augustus 2026 inhoudende: het tijdelijk gedeeltelijk opschorten van het onttrekkingsverbod voor categorie 3 van de rangorde bij waterschaarste waaronder in het bijzonder...

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving melding voor het -Kabels en leidingen leggen in het beperkingengebied van een Rijksweg te Kortebuurt Maasland

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor het Zomerterras van vrijdag 14 tot en met zondag 30 augustus 2026 aan Oranjepark te Vlaardingen

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026, PZH-2026-893849474 tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2026 voor de Subsidieregeling cofinanciering EFRO 2022-2027 Zuid-Holland (Besluit subsidieplafond 2026 Subsidieregeling...

Omgeving

Omgeving

Beschikking omgevingsvergunning, Provincie Zuid-Holland

Omgeving

Omgeving

Beschikking omgevingsvergunning, Provincie Zuid-Holland

Omgeving

Omgeving

Aanvraag vergunning voor het realiseren van een woning en wijzigen van de bestemming aan Zuidbuurt 47 te Maassluis

Omgeving

Omgeving

Aanvraag vergunning voor het aanbrengen van een damwand aan Kortebuurt te Maassluis

Omgeving

Omgeving

Tijdelijk mandaat van 28 juli 2026 bevoegdheden aan individuele medewerkers

Mededelingen

Mededelingen

Kennisgeving nota Standplaatsenbeleid Vlaardingen 2027