Beleidsregels aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-08-12
Gepubliceerd door
Gemeente Rijssen-Holten
Informatie
Beleidsregels aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten; gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026. Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: -college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten; -congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel 7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -eerstelijns zorgvoorziening: een voorziening voor direct toegankelijke gezondheidszorg, zoals een huisartsenpraktijk, gezondheidscentrum, apotheek, fysiotherapieprakrijk of een vergelijkbare eerstelijns zorgfunctie; -energieplan: een door de projectontwikkelaar opgesteld en door de gemeente geaccepteerd document waarin de energievoorziening van een gebiedsontwikkeling wordt beschreven, waaronder maatregelen voor energiebesparing, duurzame opwekking, energieopslag, piekreductie, slimme energiesturing en beperking van de belasting van het elektriciteitsnet; -exploitatieovereenkomst: een overeenkomst tussen gemeente en projectontwikkelaar waarin afspraken zijn vastgelegd over het verhalen van kosten en uitvoering van maatregelen die verband houden met een ruimtelijke ontwikkeling; -intentieovereenkomst: een overeenkomst tussen gemeente en één of meer partijen waarin de intentie wordt vastgelegd om gezamenlijk de haalbaarheid en verdere uitwerking van een woningbouw- of onderwijsontwikkeling te onderzoeken of voor te bereiden; -netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied; -omgevingsvergunning: een besluit van het bevoegd gezag als bedoeld in de Omgevingswet waarmee toestemming wordt verleend voor één of meerdere activiteiten in de leefomgeving; -omgevingsplan: het door de gemeenteraad vastgestelde plan dat regels bevat voor de fysieke leefomgeving binnen het gemeentelijke grondgebied als bedoeld in de Omgevingswet; -ontmoetingsfunctie: een maatschappelijke functie die primair is gericht op het faciliteren van sociale contacten, gemeenschapsvorming en participatie van bewoners in een wijk, buurt of kern; -principeverzoek: een verzoek aan het college om een oordeel te geven over de beleidsmatige en planologische aanvaardbaarheid van een initiatief voordat een formele procedure voor een omgevingsvergunning of wijziging van het omgevingsplan wordt gestart; -project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde de functie woonbehoefte of onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld; -projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die een project realiseert of initieert; -prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026; -projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een transportverzoek en prioriteringsverzoek; -stedenbouwkundig plan: een door of namens de gemeente vastgesteld plan waarin de ruimtelijke hoofdstructuur van een gebied is uitgewerkt, waaronder de situering van woningen, openbare ruimte, infrastructuur, groen en voorzieningen; -toegelaten instelling: een woningcorporatie als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die door de minister is toegelaten om werkzaamheden in het belang van de volkshuisvesting uit te voeren; -transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet; -transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet; -volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouw- en onderwijsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026; -woondeal: de tussen het Rijk, provincies, woningmarktregio’s en gemeenten gemaakte afspraken over de realisatie van woningbouw en de invulling van de regionale woonopgave. Artikel 2. Toepassingsbereik 1.Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert. Artikel 3. Doel Deze beleidsregels hebben tot doel: 1.het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode Elektriciteit 2026; 2.het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte in congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende woongelegenheid, die de grondslag vormt voor de opname van woonbehoefte in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026; 3.het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst, in overeenstemming met de Didam-jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661); 4.het voorkomen van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en 5.het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten 1.Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.2.Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst 1.De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels op mijnoverheid.nl 2.Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot en met 2 september 2026.3.Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar 1.De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek gebruik maakt van de op de gemeentelijke website aangegeven werkwijze.2.Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en informeert de projectontwikkelaar over de mogelijkheid om het dossier nog aan te vullen vóór de in artikel 5 lid 2 genoemde datum is verstreken.3.Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen toewijzing kan of mag niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Artikel 7. Financiële verplichting ten aanzien van netaansluitingen 1.Indien een projectontwikkelaar een project aandraagt waarvoor een aanvraag voor een netaansluiting of verzwaring van een netaansluiting noodzakelijk is, zijn alle kosten die samenhangen met de aanvraag, reservering en realisatie van de netaansluiting voor rekening van de projectontwikkelaar. 2.De gemeente treedt ten behoeve van de aanvraagprocedure op als aanvrager van transportcapaciteit en prioriteit, maar neemt hiermee geen financiële verplichtingen van de projectontwikkelaar over. 3.Indien de projectontwikkelaar niet bereid of niet in staat is de in dit artikel bedoelde kosten te dragen, kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen of de prioritering van het project te laten vervallen. Artikel 8. Opname op de volgordelijst van eigen projecten 1.De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of realiseert voor opname op de volgordelijst.2.Toewijzing op de volgordelijst is project- en projectlocatiegebonden. Een verkregen toewijzing kan of mag niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst 1.Het college beoordeelt woningbouw- en onderwijsprojecten aan de hand van het afwegingskader zoals opgenomen in Bijlage 1. 2.Het afwegingskader bevat in ieder geval criteria met betrekking tot: a. de realisatiestatus van het project; b. de volkshuisvestelijke bijdrage van het project; c. de aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen; d. de energie- en netimpact van het project.3.Aan de in het tweede lid genoemde criteria worden overeenkomstig het afwegingskader punten toegekend. De projecten worden gerangschikt op basis van de behaalde totaalscore.4.Indien twee of meer projecten dezelfde totaalscore behalen, heeft het project met de hoogste score op het criterium realisatiestatus voorrang. Indien de score op dit criterium eveneens gelijk is, heeft het project met de hoogste score op het criterium volkshuisvestelijke bijdrage voorrang. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst 1.Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt de gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.2.De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.3.Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.4.De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast. Artikel 11. Transparantie en motivering 1.De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per project de toepassing van de criteria in het afwegingskader en eventuele loting te vermelden. Artikel 12. Bekendmaking vastgestelde volgordelijst 1.De gemeente publiceert de vastgestelde volgordelijst op overheid.nl. Artikel 13 Rechtsbescherming en voorgenomen volgordelijst 1.Het college maakt eerst een voorgenomen volgordelijst bekend. 2.Een projectontwikkelaar die zich niet kan verenigen met zijn positie op de voorgenomen volgordelijst of met de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing daarop, kan binnen acht werkdagen na bekendmaking schriftelijk een zienswijze indienen. 3.Gedurende dezelfde termijn kan de projectontwikkelaar desgewenst een voorlopige voorziening vragen bij de bevoegde burgerlijke rechter. 4.Na afloop van de termijn beoordeelt het college de ontvangen zienswijzen en stelt de definitieve volgordelijst vast als bedoeld in artikel 12 van deze beleidsregels. 5.Door indiening van een verzoek als bedoeld in artikel 6 stemt de projectontwikkelaar ermee in dat bezwaren tegen de voorgenomen volgordelijst in beginsel binnen de in het tweede lid genoemde termijn aan de gemeente kenbaar worden gemaakt en, indien gewenst, aan de bevoegde burgerlijke rechter worden voorgelegd, zodat geschillen zoveel mogelijk vóór vaststelling van de definitieve volgordelijst kunnen worden beslecht. 6.Tegen de definitieve volgordelijst staat geen bezwaar of beroep open op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 14. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 15. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 augustus 2026. H.G. Tukker Secretaris, J.C.R. van Houdt Burgemeester Toelichting beleidsregels aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026 Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026. Algemeen Inleiding Met deze beleidsregels geeft de gemeente Rijssen-Holten invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om transportcapaciteitsverzoeken en prioriteringsverzoeken in te dienen voor de functies woon- en onderwijsbehoefte bij de netbeheerder. Aanleiding Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouw- en onderwijsprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluitingen. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht. De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën: 1.Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de beschikbare netcapaciteit; 2.Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of volksgezondheid; 3.Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder de woon- en onderwijsfuncties. Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst. Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en onderwijs, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026). Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661). Gemeenten zijn opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol. Doelstelling De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit voor woningbouw- en onderwijsprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. Verhouding tot andere regelgeving De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van: •Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. •Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid. •De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol. •Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen. Inspraak Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels. Project De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend. Artikel 2. Toepassingsbereik Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoeften woonbehoefte en onderwijsbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen. Artikel 3. Doel De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht. De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Uitwerking De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen en onderwijs in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen. Artikel 4. Gelijke behandeling projecten De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars. Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken. Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst. De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat. Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking. Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de volgordelijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. Aanvraag transportcapaciteit Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste: a.naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens en rechtsvorm van de projectontwikkelaar; b.omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw, laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij voorkeur als polygoon); c.het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop); d.de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende: 1.het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen, uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk verbonden activiteiten; 2.de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in de netbelasting; 3.de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening. Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist: Woningbouw — algemeen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8); 2.Een Exploitatie overeenkomst tussen gemeente–ontwikkelaar (primair) óf een vastgesteld omgevingsplan (fallback); 3.Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen. Woningbouw — collectieve woonvormen: 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8); 2.Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf vastgesteld omgevingsplan (fallback). Onderwijs – primair onderwijs 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8) 2.Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel (ontwikkelaar) 3.Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als erkende instelling (ontwikkelaar) of een afschrift van het Integraal Huisvestingsplan of omgevingsplan (gemeente) Onderwijs – voortgezet onderwijs 1.Bestuursverklaring (zie artikel 8) 2.Uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel (ontwikkelaar) 3.Afschrift van een document waaruit blijkt dat de verzoekende partij is geregistreerd als een erkende instelling (ontwikkelaar) of een afschrift van het Integraal Huisvestingsplan of omgevingsplan Verder is van belang: 1.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste informatie jegens de netbeheerder; 2.Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord gaat met de vervaltermijnen conform artikel 13; 3.Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het aanvragen van transportcapaciteit en prioriteit niet een resultaatsverplichting; 4.Een verklaring dat de projectontwikkelaar instemt met de door in artikel 7 beschreven financiële verplichtingen; en 5.Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door Gedeputeerde Staten van de Provincie, dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de Provincie is genomen, dient de aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van Gedeputeerde Staten heeft plaatsgevonden. Projectontwikkelaars met een concreet plan voor het realiseren van woon- of onderwijsprojecten kunnen hun plan aanmelden bij de gemeente via een vooraanmelding. Dit kan via het duurzaam@rijssen-holten.nl. Na de vooraanmelding ontvangt de projectontwikkelaar een digitale vragenlijst waar alle gevraagde gegevens op kunnen worden ingevuld. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken. Artikel 8. Bestuursverklaring De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder het prioriteringsverzoek afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026. De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten. Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst De afwegingscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. Artikel 9 beschrijft de werkwijze van prioriteren aan de hand van het opgestelde afwegingskader, zoals opgenomen in bijlage 1. Stap 1 – Voorwaardelijke criteria Projecten worden getoetst aan de eisen voor het indienen van een compleet project zoals beschreven in artikel 6, 7 en 8 van de beleidsregels. Hierbij is een volledig projectdossier beschikbaar en, indien van toepassing, een schriftelijke verklaring van de projectontwikkelaar over het voldoen aan de financiële verplichting ten aanzien van de netaansluiting. Wanneer deze informatie op de in artikel 5, tweede lid genoemde datum niet bij de gemeente aangeleverd is, zal dat project niet worden meegenomen in de vervolgstappen voor rangschikking. Stap 2 – Rangschikking op start bouwjaar Van 1 tot en met 23 oktober 2026 geldt dat gemeenten eenmalig hun aanvragen gecoördineerd kunnen indienen. Dit gaat in tijdsblokken op basis van het startbouwjaar, omdat dit in de praktijk de meest gangbare datum is voor het moment waarop netcapaciteit wordt aangevraagd en nodig is. Stap 3 – prioriteringsscore Wanneer binnen een tijdsblok meer woningbouw- en onderwijsprojecten worden aangemeld is een nadere rangordebepaling noodzakelijk. Het afwegingskader heeft als doel om op een objectieve, transparante en reproduceerbare wijze te bepalen welke projecten het eerst voor indiening bij de netbeheerder in aanmerking komen. Het afwegingskader kent vier criteria: 1.Realisatiestatus; 2.Volkshuisvestelijke bijdrage; 3.Maatschappelijke voorzieningen; 4.Energie- en netimpact. De criteria zijn zo gekozen dat enerzijds prioriteit wordt gegeven aan projecten die op korte termijn realiseerbaar zijn en anderzijds aan projecten die een belangrijke bijdrage leveren aan gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van woningbouw, leefbaarheid en energietransitie. Wanneer twee projecten een gelijke totaalscore behalen, krijgt het project met de hoogste score op het criterium Realisatiestatus voorrang. Hiermee wordt prioriteit gegeven aan projecten met de grootste kans op daadwerkelijke en tijdige realisatie. Indien ook deze score gelijk is, is de score op het criterium Volkshuisvestelijke bijdrage doorslaggevend. A. Realisatiestatus Het criterium realisatiestatus beoordeelt hoe ver een woningbouw- of onderwijsproject is gevorderd in het planologische, juridische en organisatorische proces. De beschikbaarheid van netcapaciteit is schaars. Om te voorkomen dat capaciteit wordt gereserveerd voor plannen die mogelijk niet tot uitvoering komen, wordt voorrang gegeven aan projecten waarvan de haalbaarheid en uitvoerbaarheid al in belangrijke mate zijn aangetoond. Naarmate een project verder is gevorderd, zijn de risico's op vertraging, wijziging of uitval kleiner. Om die reden worden projecten met een verleende omgevingsvergunning het hoogst gewaardeerd. Ook projecten waarvoor een omgevingsplanprocedure is gestart of waarvoor bindende afspraken met de gemeente zijn gemaakt, ontvangen een hogere score dan projecten die zich nog in de initiatief- of verkenningsfase bevinden. De toegekende punten weerspiegelen daarmee de verwachte realisatiezekerheid van een project. B. Volkshuisvestelijke bijdrage Met dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre een woningbouwproject bijdraagt aan de gemeentelijke en regionale woningbouwopgave. Projecten die zijn opgenomen in de Woondeal maken onderdeel uit van regionale en nationale afspraken over de realisatie van woningen. Deze projecten dragen direct bij aan de afgesproken woningbouwproductie en ontvangen daarom extra punten. Daarnaast wordt een aanvullende waardering toegekend aan projecten waarbij een toegelaten instelling (woningcorporatie) betrokken is. Woningcorporaties spelen een belangrijke rol bij de realisatie van betaalbare huurwoningen en het huisvesten van doelgroepen waarvoor de woningmarkt onvoldoende aanbod biedt. Het criterium stimuleert daarmee ontwikkelingen die bijdragen aan een evenwichtige woningvoorraad en de uitvoering van de gemeentelijke woonopgave. C. Maatschappelijke voorzieningen Nieuwe woningbouwprojecten hebben invloed op de leefomgeving en de vraag naar voorzieningen. Dit criterium beoordeelt daarom in welke mate een ontwikkeling bijdraagt aan een complete en leefbare woonomgeving. Onder maatschappelijke voorzieningen worden functies verstaan die de dagelijkse leefbaarheid, gezondheid en sociale cohesie ondersteunen, zoals onderwijsvoorzieningen, eerstelijns zorgvoorzieningen en ontmoetings- of wijkvoorzieningen. Omdat dergelijke voorzieningen vaak een structurele meerwaarde hebben voor de gehele wijk of kern, ontvangen projecten die deze functies realiseren of mogelijk maken aanvullende punten. Om de uitvoerbaarheid en objectiviteit van het criterium te waarborgen, worden uitsluitend voorzieningen meegewogen die zijn vastgelegd in een vastgesteld stedenbouwkundig plan, exploitatieovereenkomst, anterieure overeenkomst of een vergelijkbaar juridisch bindend document. D. Energiebewuste gebiedsontwikkeling Met dit criterium wordt invulling gegeven aan de ambitie om woningbouw- en onderwijsontwikkelingen beter af te stemmen op de beschikbare energie-infrastructuur en de energietransitie. Nieuwe woongebieden kunnen een aanzienlijke belasting vormen voor het elektriciteitsnet. Het toepassen van slimme energieoplossingen kan deze belasting beperken en bijdragen aan een efficiënter gebruik van de beschikbare transportcapaciteit. Punten worden daarom toegekend aan projecten waarin aantoonbaar maatregelen zijn opgenomen die energievraag en piekbelasting beperken om het elektriciteitsnet te ontlasten. Voorbeelden hiervan zijn energiehubs, collectieve energieopslagsystemen en slimme sturingsmaatregelen die vraag en aanbod van elektriciteit beter op elkaar afstemmen. Om te voorkomen dat alleen ambities worden meegewogen, worden uitsluitend maatregelen beoordeeld die zijn vastgelegd in een vastgesteld stedenbouwkundig plan, exploitatieovereenkomst, anterieure overeenkomst, energieplan of een vergelijkbaar juridisch bindend document. Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen. De trekking kan digitaal uitgevoerd worden door een onafhankelijk systeem in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. De onafhankelijke getuige hoeft niet een notaris te zijn. De aanwezigheid van een onafhankelijke getuige neemt elke schijn van partijdigheid van de gemeente weg. De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen. Artikel 13. Rechtsbescherming en voorgenomen volgordelijst Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt desondanks gekozen om projectontwikkelaars de mogelijkheid te bieden een reactie te geven op de voorgenomen volgordelijst. Binnen acht werkdagen na het delen van de voorgenomen volgordelijst heeft de projectontwikkelaar de mogelijkheid om schriftelijk een zienswijze in te dienen. Gedurende dezelfde termijn kan de projectontwikkelaar desgewenst een voorlopige voorziening aanvragen bij de bevoegde burgerlijke rechter. Na afloop van de termijn beoordeelt het college de ontvangen zienswijzen en stelt de definitieve volgordelijst vast als bedoeld in artikel 12 van deze beleidsregels. Bijlage 1 Afwegingskader aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten Rijssen-Holten 2026 Afwegingskader Dit afwegingskader ondersteunt het college bij het objectief en transparant bepalen welke woningbouw- en onderwijsprojecten in aanmerking komen voor een aanvraag van transportcapaciteit binnen het ACM-prioriteringskader. Het kader sluit aan bij de geldende uitgangspunten van de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de landelijke werkwijze ‘Eerder Aanvragen’. Woningbouw- en onderwijsprojecten kunnen uiterlijk tien jaar vóór de geplande oplevering worden aangemeld, mits sprake is van een voldoende concreet en uitvoerbaar project. Stap 1. Voorwaardelijke criteria 1.Volledig projectdossier is beschikbaar (in bijlage 1 is omschreven waar een volledig projectdossier aan moet voldoen) 2.Schriftelijke verklaring door initiatiefnemer voor financiële verplichting ten aanzien van netaansluiting is beschikbaar (in bijlage 2 is een concept verklaring te vinden) Stap 2. Rangschikking op start bouwjaar Van 1 tot en met 23 oktober 2026 geldt dat gemeenten eenmalig hun aanvragen gecoördineerd kunnen indienen bij de netbeheerder. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) verzoekt dit te doen in tijdsblokken op basis van het startbouwjaar, omdat dit in de praktijk tot nu toe de meest gangbare datum is voor het moment waarop netcapaciteit wordt aangevraagd en nodig is. Daarnaast biedt het startbouwjaar gemeenten de beste juridische en planmatige onderbouwing voor de aanvraag. Daarbij blijft als harde voorwaarde gelden dat de definitieve aansluiting uiterlijk in 2036 plaatsvindt. De tijdsblokken zijn: Datum Indienen projecten met start bouwjaar Per 1 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2028 Per 6 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2029 Per 8 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2030 Per 12 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2031 Per 14 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2032 Per 16 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2033 Per 20 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2034 Per 22 oktober om 09.00 uur Startbouw t/m 2035 Per 23 oktober Einde tijdblokkenschema Projecten die voldoen aan de voorwaardelijke criteria zullen worden ingedeeld op basis van start bouwjaar en ook in dat daarvoor bestemde tijdsblok worden ingediend. Stap 3. Prioriteringsscore Projecten die voldoen aan de voorwaardelijke criteria en die binnen hetzelfde tijdsblok vallen worden getoetst op basis van het volgende afwegingskader om de volgorde van indiening in dat tijdsblok te bepalen: A.Realisatiestatus B.Volkshuisvestelijke bijdrage C.Maatschappelijke voorzieningen D.Energie- en netimpact Indien twee projecten dezelfde score behalen, gaat het project met de hoogste score op criterium A (Realisatiestatus) voor. Wanneer ook deze score gelijk is, gaat het project met de hoogste score op criterium B (Volkshuisvestelijke bijdrage) voor. A. Realisatiestatus De realisatiestatus van een project is de mate waarin een project planologisch, juridisch en organisatorisch is gevorderd en daarmee de kans op daadwerkelijke realisatie. Hoe verder een project is uitgewerkt en vastgelegd, hoe hoger de realisatiestatus. Status Punten Omgevingsvergunning verleend 40 Omgevingsplan vastgesteld + exploitatieovereenkomst getekend 35 Aanvraag voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) ingediend of ontwerp omgevingsplan ter inzage 30 Intentieovereenkomst ondertekend 25 Positief resultaat op Vooroverleg BOPA of positief besluit op principeverzoek (en indien noodzakelijk positieve opinie van commissie grondgebied) 20 Vooroverleg BOPA of principeverzoek ingediend 15 Initiatieffase 0 B. Volkshuisvestelijke bijdrage De volkshuisvestelijke bijdrage van een project is de mate waarin een woningbouwproject bijdraagt aan de gemeentelijke en regionale woonopgave. Onderdeel Punten Project is opgenomen in de woondeal 10 Project heeft een (intentie)overeenkomst met een toegelaten instelling 5 C. Maatschappelijke voorzieningen De aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen bij de ontwikkeling van een project ziet op de mate waarin een project zelf maatschappelijke functies omvat of direct bijdraagt aan voorzieningen die noodzakelijk zijn voor een leefbare woonomgeving. Maatregelen moeten zijn vastgelegd in een vastgesteld stedenbouwkundig plan, exploitatieovereenkomst, anterieure overeenkomst of een vergelijkbaar juridisch document. Voorziening Punten Basisschool of onderwijsvoorziening 2 Eerstelijns zorgvoorziening 2 Ontmoetingsfunctie of wijkvoorziening 1 D. Energiebewuste gebiedsontwikkeling Een gebiedsontwikkeling waarbij aantoonbaar maatregelen worden getroffen om de energievraag te beperken, duurzame energie lokaal op te wekken en te benutten, energieopslag en slimme energiesturing toe te passen om de impact op het elektriciteitsnet te verminderen. Het doel is een toekomstbestendige ontwikkeling die past binnen de beschikbare netcapaciteit en die het elektriciteitsnetwerk zo min mogelijk belast. Maatregelen moeten zijn vastgelegd in een vastgesteld stedenbouwkundig plan, exploitatieovereenkomst, energieplan of een vergelijkbaar juridisch document. Onderdeel Punten Vastgelegde piekbeperkende maatregelen 2 BIJLAGE 1 Een projectdossier bevat minimaal: 1. Projectgegevens a.projectnaam; b.locatie en kadastrale gegevens; c.initiatiefnemer/eigenaar; d.contactpersoon; e.korte projectomschrijving. 2. Planning en fasering a.beoogd startjaar bouw; b.beoogd jaar van oplevering; c.fasering van het project; d.onderbouwing dat oplevering uiterlijk in 2036 haalbaar is. 3. Woningbouwprogramma a.aantal woningen; b.woningtypen; c.aandeel betaalbare woningen/sociale huur/middenhuur/koop, indien van toepassing; d.aansluiting op gemeentelijke of regionale woonopgave, zoals woondeal of woningbouwprogrammering. 4. Planologische en juridische status a.actuele ruimtelijke procedure; b.status omgevingsplan of omgevingsvergunning; c.Eventueel gesloten intentie-, anterieure of ontwikkelovereenkomst; d.relevante besluiten of bestuurlijke instemming. 5. Financiële en organisatorische uitvoerbaarheid a.verklaring van initiatiefnemer dat het naar verwachting project financieel uitvoerbaar is; b.verklaring over bereidheid tot het aangaan van verplichtingen voor netaansluiting; c.eigendomssituatie of grondpositie; d.eventuele afspraken met woningcorporatie of andere partners. 6. Netcapaciteit en energie a.benodigde transportcapaciteit; b.eventuele onderbouwing voor piekbeperkende maatregelen. 7. Onderbouwende documenten a.stedenbouwkundig plan of schetsontwerp; b.planning; c.relevante overeenkomsten; d.Indien van toepassing bestuurlijke besluiten; e.kaartmateriaal; Van een volledig projectdossier is sprake wanneer voldoende informatie beschikbaar is om de concreetheid, uitvoerbaarheid en planning van het project te beoordelen. Het dossier bevat in ieder geval projectgegevens, planning en fasering, woningbouwprogramma, planologische en juridische status, financiële en organisatorische uitvoerbaarheid, gegevens over netcapaciteit en energie, eventuele maatschappelijke voorzieningen en de relevante onderbouwende documenten. Bijlage 2. Concept verklaring financiële verplichting netaansluiting Ondergetekende, Naam organisatie:___________________________________________ Naam vertegenwoordiger:___________________________________________ Projectnaam:___________________________________________ Projectlocatie:___________________________________________ verklaart hierbij dat: 1.Alle kosten die verband houden met de aanvraag, reservering, realisatie en instandhouding van een netaansluiting en/of verzwaring van een bestaande netaansluiting volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer/projectontwikkelaar komen. 2.De gemeente Rijssen-Holten uitsluitend optreedt als aanvrager van transportcapaciteit en prioriteit bij de netbeheerder ten behoeve van het project en geen financiële verplichtingen van de initiatiefnemer/projectontwikkelaar overneemt. 3.De initiatiefnemer/projectontwikkelaar bereid en in staat is alle kosten te voldoen die voortvloeien uit de aanvraag van transportcapaciteit, de reservering van capaciteit, de aanleg of verzwaring van de aansluiting en eventuele overige door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten. 4.De initiatiefnemer/projectontwikkelaar ermee bekend is dat het niet tijdig voldoen van de verschuldigde kosten, voorschotten, aanbetalingen of overige financiële verplichtingen jegens de netbeheerder gevolgen kan hebben voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioriteit. Aldus naar waarheid ingevuld en ondertekend, Plaats Datum Handtekening
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Beleidsregels aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026"

APV
Aanwijzingsbesluit cameratoezicht kruising Henri Dunantlaan – Brinkgreverweg

Mededelingen
Beleidsregels aanvraag transportcapaciteit en prioriteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Rijssen-Holten 2026

Weerwaarschuwingen
Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Temperatuur

Mededelingen
Onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater ten aanzien van het wateraanvoergebied Ankersmit

Mededelingen
Vergunning tot opgraven van stoffelijke resten en het nadien cremeren ex artikel 29 lid 1, 2 en 3 Wet op de lijkbezorging.

Mededelingen
Mededeling: Geen zienswijzen binnengekomen op ontwerpwijzigingsbesluit omgevingsplan Raalte, kern Luttenberg

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen Gemeente Deventer

Mededelingen
Uitschrijving basisregistratie personen (BRP)

Mededelingen
Voornemen ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP)

Mededelingen
Provincie Overijssel – Mandaat, volmacht en machtiging provincie Utrecht inzake aanbesteding communicatiepartner fietsstimuleringsapp

Weerwaarschuwingen
Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Temperatuur

Mededelingen
Voornemen ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP)

