Beleidsregels coffeeshops gemeente Assen 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-16

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Assen

Informatie

Beleidsregels coffeeshops gemeente Assen 2026 De burgemeester van de gemeente Assen, •Gehoord hebbende het college op 31 augustus 2026. •Gelet op artikel 174 van de Gemeentewet, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de Opiumwet, de Aanwijzing Opiumwet en hoofdstuk 1 en 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Assen. Overwegende dat: •in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is bepaald dat het telen, bereiden, bewerken, verwerken, •verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en vervaardigen van soft- en harddrugs verboden is; •het College van procureurs-generaal de Aanwijzing Opiumwet heeft opgesteld, waarin onder meer is opgenomen onder welke voorwaarden niet tegen het verkopen van softdrugs wordt opgetreden, de AHOJGI-criteria; •het lokale bestuur – in aanvulling op de richtlijnen van het College van procureurs-generaal - lokaal beleid mag opstellen met betrekking tot het gedogen/vestigen van zogeheten coffeeshops; •zowel de Gemeentewet als de Opiumwet de burgemeester aanwijzen als het bevoegd gezag wat betreft coffeeshops; •dat de burgemeester op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is belast met het toezicht op openbare inrichtingen en op grond van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Assen bevoegd is tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van exploitatievergunningen voor openbare inrichtingen, waaronder coffeeshops; •Europese en nationale regelgeving, en jurisprudentie naar aanleiding daarvan, bepaalt dat voor de verdeling van schaarse rechten specifieke verdelingsnormen gelden, waarbij - met het oog op een gelijk speelveld - voldoende mededingingsruimte gecreëerd wordt door alle potentiële gegadigden expliciet in de gelegenheid te stellen om hun belangstelling voor de beschikbare schaarse rechten kenbaar te maken. BESLUIT: •de voorliggende beleidsregels, hierna te noemen ''Beleidsregels coffeeshops gemeente Assen 2026'' vast te stellen; •met de inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt het "Drugsbeleid Assen 2017", vastgesteld op 10 mei 2017, ingetrokken; •te bepalen dat de onderhavige beleidsregels in werking treden op de dag na die van bekendmaking. Leeswijzer Deze beleidsregels bevatten het kader waarbinnen de gemeente Assen de exploitatie, regulering en handhaving van coffeeshops vormgeeft. De opbouw is als volgt: Hoofdstuk I Bevat de bepalingen voor coffeeshops, waaronder het maximumaantal, locatie-eisen, de gedoogverklaring en de exploitatievergunning openbare inrichting. Hoofdstuk II Beschrijft de aanvraag- en selectieprocedure voor het verkrijgen van een gedoogverklaring en exploitatievergunning, inclusief indieningsvereisten, beoordelingssystematiek, loting en opvolging. Hoofdstuk III Gaat in op toezicht en handhaving, inclusief het aantal controles, prioritering en de handhavingsmatrix. Hoofdstuk IV Omvat de slot- en overgangsbepalingen, waaronder inwerkingtreding en afwijkingsbevoegdheid. Tot slot zijn een algemene toelichting en artikelsgewijze toelichting opgenomen waarin de beleidskeuzes nader worden uitgewerkt. Aanleiding De verkoop van softdrugs via coffeeshops vraagt om duidelijke, actuele en handhaafbare kaders. Gemeenten hebben hierin een centrale rol. De gemeente is op grond van de Opiumwet en het bijbehorende Aanwijsbesluit Opiumwet verantwoordelijk voor het lokaal reguleren van de verkoop van softdrugs. Dit omvat het vaststellen van voorwaarden voor de exploitatie van coffeeshops, het toezicht op de naleving van deze voorwaarden en de handhaving bij overtredingen. Hiermee vervult de gemeente haar wettelijke taak om de openbare orde en veiligheid te beschermen, overlast te beperken en de gezondheid van de bevolking te waarborgen Voor de gemeente Assen vormen deze Beleidsregels coffeeshops het instrument om hier op een zorgvuldige en consistente wijze invulling aan te geven. Deze beleidsregels zijn een herijking van het coffeeshopbeleid uit 2017. Er is besloten het eerdere beleid op te splitsen in twee afzonderlijke beleidsregels. Enerzijds zijn de beleidsregels Drugs gemeente Assen 2025 opgesteld, waarin de gemeentelijke aanpak van drugshandel op straat en de Wet Damocles is geregeld. Anderzijds zijn de voorliggende Beleidsregels Coffeeshops gemeente Assen 2026 geconcentreerd op de regulering, exploitatie en handhaving van coffeeshops. Sinds het beleid uit 2017 hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan die een actualisatie rondom coffeeshops noodzakelijk maken. Een belangrijke aanleiding voor de herijking is de behoefte om nieuwe uniforme, transparante en objectieve spelregels vast te leggen voor de wijze waarop de gemeente Assen omgaat met de gunning van een vrijkomende gedoogverklaring, zodat zowel bestaande als nieuwe exploitanten weten waar zij aan toe zijn. Tijdens de verkenning naar de mogelijke komst van een tweede coffeeshop in Assen is gebleken dat één coffeeshop niet langer toereikend is voor de omvang en centrumregiofunctie van Assen. Landelijke ontwikkelingen: Experiment Gesloten Coffeeshopketen Landelijk bevindt het Experiment Gesloten Coffeeshopketen zich in de uitvoeringsfase. In dit experiment wordt in een beperkt aantal gemeenten de volledige keten van productie, distributie en verkoop van cannabis gereguleerd. Doel hiervan is inzicht te krijgen in de effecten van een legale keten op onder meer kwaliteit, volksgezondheid, veiligheid en de aanpak van illegale teelt en handel. De achterdeurproblematiek, waarbij coffeeshops wel mogen verkopen maar niet legaal mogen inkopen, staat hierbij centraal. Door te werken met gecertificeerde telers, uniforme kwaliteitseisen en gecontroleerde distributie onderzoekt het Rijk of een gesloten keten tot minder criminaliteit en meer transparantie kan leiden. Assen is geen deelnemende gemeente en valt daarom volledig buiten de reikwijdte van dit experiment. Dit betekent dat de coffeeshops in Assen niet met gereguleerde, legale cannabis mogen werken en dat de huidige gedoogconstructie onverkort van toepassing blijft. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het reguleren van de verkoop, het toezicht op naleving en het handhaven van de openbare orde. Hierdoor blijft het van belang dat Assen duidelijke lokale kaders hanteert die inspelen op mogelijke risico’s, waaronder illegale toelevering, overlast en ondermijnende activiteiten. Hoewel het experiment waardevolle kennis kan opleveren voor toekomstig landelijk beleid, heeft het op dit moment geen directe gevolgen voor Assen. De uitkomsten kunnen in de toekomst aanleiding geven tot beleidsaanpassingen, maar zolang het experiment loopt en Assen geen deelnemer is, blijft het lokale coffeeshopbeleid gebaseerd op het bestaande nationale gedoogkader en de eigen gemeentelijke regelgeving. Doelstellingen beleidsregels coffeeshop gemeente Assen 2026 Met deze beleidsregels streven wij naar: •Een goed gereguleerde, beheersbare en gecontroleerde verkoop van softdrugs via de coffeeshop; •Het voorkomen en tegengaan van illegale straathandel en druggerelateerde (neven)activiteiten; •Het voorkomen van overlast, onveiligheid en aantastingen van de openbare orde; •Beheersing van de concentratie van verkooppunten van softdrugs; •Bescherming van de volksgezondheid tegen het gebruik van softdrugs; •Het hanteren van uniforme, transparante en objectieve spelregels voor de gunning en invulling van een vrijkomende exploitatievergunning of gedoogverklaring, zodat voor iedere potentiële exploitant helder is op welke wijze de gemeente Assen deze beslissing voorbereidt, beoordeelt en neemt. HOOFDSTUK I Bepalingen ten aanzien van coffeeshops Artikel 1 Maximum aantal coffeeshops De burgemeester verleent voor maximaal twee coffeeshops een gedoogverklaring. Artikel 2 Locatie-eisen 1.Coffeeshops worden gevestigd in de binnenstad (maximaal 1 coffeeshop) en op het bedrijventerrein (maximaal 1 coffeeshop) 2.Coffeeshops worden in de binnenstad of op het bedrijventerrein uitsluitend gevestigd op de locaties welke zijn ingekleurd op ingevoegde GEO-kaarten (zie afbeeldingen onder dit artikel en beschrijving in de toelichting) 3.Tussen coffeeshops en scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs geldt een afstandscriterium van 350 meter. 4.Tussen coffeeshops en scholen voor basisonderwijs geldt een afstandscriterium van 100 meter. 5.Tussen coffeeshops en zorg-/opvanglocaties en jongerencentra geldt een afstandscriterium van 200 meter 6.Er dient een minimale afstand van 100 meter te zijn tussen coffeeshops onderling binnen de bebouwde kom. 7.Coffeeshops worden niet toegestaan in straten die zijn aangeduid als, en/of vallen binnen, een "voetgangersgebied" aangeduid met bord G07 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. 8.In een straat, dan wel een duidelijk herkenbaar afzonderlijk gedeelte daarvan, waaraan bebouwing is gelegen die in hoofdzaak dient voor bewoning, wordt geen coffeeshop toegestaan. 9.In aanvulling op bovenstaande vestigingscriteria wordt voor elke locatie getoetst of een coffeeshop op de aangedragen locatie (on)wenselijk is vanuit openbare orde, veiligheid en/of leefbaarheid. Bijlage 1 Kaart met het zoekgebied Binnenstad Bijlage 2 Kaart met het zoekgebied Bedrijventerreinen Artikel 3 De gedoogverklaring 1.Een gedoogverklaring voor de verkoop van softdrugs wordt verleend voor een termijn van maximaal vijf jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd. 2.Na afloop van deze termijn komt de gedoogverklaring opnieuw beschikbaar. Voorafgaand hieraan zal een aanvraag- en selectieprocedure gestart worden om de vrijgekomen plek op te vullen. 3.De gedoogverklaring wordt op naam gesteld van de aanvrager, de exploitant van de coffeeshop en is slechts overdraagbaar aan eerste graad familieleden. 4.Aan de gedoogverklaring worden voorschriften en beperkingen gesteld. Deze hebben in ieder geval betrekking op: a.de periode waarvoor de gedoogverklaring wordt verleend; b.de AHOJGI-criteria; c.de eisen aan de exploitant en leidinggevenden; d.Het Coffeeshop Keurmerk e.Openingstijden van de coffeeshop f.Inrichting van de coffeeshop g.Verkoop cannabisproducten h.Van de gedoogverklaring mag geen gebruik worden gemaakt als er geen exploitatievergunning voor het exploiteren van een coffeeshop is verleend. Artikel 4 De exploitatievergunning 1.Ten behoeve van de exploitatie van de coffeeshop is een exploitatievergunning openbare inrichting op grond van artikel 2:28 van de APV vereist. 2.Een exploitatievergunning voor een coffeeshop wordt op grond van artikel 1:7, tweede lid, APV, voor dezelfde termijn verleend als de gedoogverklaring. 3.Een exploitatievergunning voor een coffeeshop wordt alleen verleend als er ook een gedoogverklaring voor de coffeeshop wordt verleend. 4.De exploitatievergunning/gedoogverklaring wordt verleend onder het voorschrift dat de exploitant binnen de gestelde periode van zes maanden na aanvang van de exploitatie het Coffeeshop Keurmerk verkrijgt, en onder het voorschrift dat de exploitant het Coffeeshop Keurmerk ook behoudt 5.De geldigheidsduur van de exploitatievergunning en de gedoogverklaring vangt gelijktijdig aan en eindigt gelijktijdig. HOOFDSTUK II Bepalingen ten aanzien van de aanvraag- en selectieprocedure Artikel 5 Bekendmaking vrijgekomen plaatsen voor het exploiteren van een coffeeshop 1.De burgemeester maakt bekend dat er een exploitatievergunning en gedoogverklaring voor een of meerdere coffeeshops beschikbaar komt. 2.De bekendmaking vindt in elk geval plaats door middel van publicatie: a.op de website van de gemeente Assen; b.in de lokale media en c.op www.overheid.nl. 3.In de bekendmaking wordt in ieder geval opgenomen: a.het aantal beschikbare exploitatievergunningen en gedoogverklaringen; b.hoe geïnteresseerden hun belangstelling om in aanmerking te komen voor een exploitatievergunning en gedoogverklaring kenbaar kunnen maken; c.hoe de stukken die ten behoeve van de aanvraag exploitatievergunning en gedoogverklaring moeten worden ingediend; d.de termijn waarbinnen deze stukken moeten worden ingediend; e.de procedure tot verdeling van de beschikbare gedoogverklaring(en). Artikel 6 Aanvraag exploitatievergunning en gedoogverklaring 1.Het kenbaar maken van belangstelling en de aanvraag van de exploitatievergunning en gedoogverklaring (hierna aanvraagformulier) kan uitsluitend via het daartoe bestemde digitale formulier te vinden op de website van de gemeente Assen, www.assen.nl/coffeeshop. 2.Het volledig ingevulde aanvraagformulier inclusief bijlagen moet uiterlijk op de in de bekendmaking genoemde datum zijn ingediend via de website van de gemeente Assen. 3.Van iedere aanvrager/natuurlijk persoon wordt één aanvraagformulier geaccepteerd. Eerste graad familieleden van de natuurlijke persoon die ook een aanvraag indienen, komen niet in aanmerking om ook een aanvraag in te dienen. Dit geldt ook voor ondernemingen die in juridische zin gelieerd zijn aan de onderneming die een aanvraag indient. 4.Indien blijkt dat de in lid 3 genoemde belangstellenden/aanvragers meer dan één aanvraagformulier indient, wordt uitsluitend het formulier in behandeling genomen dat als eerste is ‘ingediend’. 5.De inzending van het aanvraagformulier is persoonsgebonden: de indiener van het aanvraagformulier moet dezelfde zijn als de degene die na het winnen van de procedure de gedoogverklaring verkrijgt en na verlening van de exploitatievergunning als eigenaar en exploitant zowel op de gedoogverklaring als de exploitatievergunning vermeld gaat worden. Artikel 7 Indieningsvereisten exploitatievergunning en gedoogverklaring 1.Bij de aanvraag worden naast het aanvraagformulier in ieder geval de volgende documenten overgelegd: a.Kopie van een geldig legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de aanvrager/exploitant evenals een uittreksel uit de Basisregistratie Personen; b.Een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel dat niet ouder dan drie maanden is; c.Een ondernemingsplan, met daarin in ieder geval: i.een omschrijving van de coffeeshop; ii.een overzicht van de producten die worden verkocht; iii.de financiële gegevens van het bedrijf, waarbij wordt ingegaan op de wijze van financiering, de beginbalans en een prognose van de komende drie jaar; iv.een overzicht van te verrichten investeringen (investeringsbegroting); v.een overzicht van financiële haalbaarheid van de coffeeshop (exploitatiebegroting); vi.een verantwoording over hoe en op welke wijze de coffeeshop wordt gefinancierd; vii.de locatie van de coffeeshop; viii.een beschrijving van het profiel van de exploitant, waaronder de naw-persoonsgegevens, opleidingen, ervaring in de branche (curriculum vitae). d.een veiligheidsplan, dat in ieder geval bevat: i.een risicoanalyse met betrekking tot de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat rondom de coffeeshop; ii.een beschrijving van de te nemen maatregelen ter voorkoming van risico’s voor de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat rondom de coffeeshop; iii.een beschrijving van de wijze van toezicht in de coffeeshop en de directe omgeving van de coffeeshop in het licht van het voorkomen van risico’s voor de openbare orde en veiligheid en overlast; iv.een beschrijving van de bereikbaarheid van de coffeeshop, de aanwezige parkeervoorzieningen voor bezoekers en het te verwachten effect op het verkeer; v.een afschrift van de huisregels; vi.een beschrijving op welke wijze en met welke concrete maatregelen de exploitant(en) gaan voorzien in de naleving van de AHOJGI-criteria als bedoeld in de Aanwijzing Opiumwet; e.een communicatieplan, dat in ieder geval bevat: i.een beschrijving hoe de exploitant omwonenden en omliggende bedrijven gaat informeren/voorbereiden op de komst van een coffeeshop; ii.een beschrijving hoe de exploitant gedurende de exploitatie van de coffeeshop in contact blijft met de omgeving en omgaat met diens klachten; en iii.een omschrijving hoe de exploitant een constante, open en constructieve verstandhouding tot de omgeving bewaart; f.een preventieplan om verslaving te voorkomen, waar in elk geval ingegaan wordt op: i.het toegangs- en deurbeleid; ii.de wijze waarop personeel kennis en inzicht vergaart en behoudt over verdovende middelen, de herkenning van verslavingssymptomen en de kans op en de risico’s van verslaving; iii.de wijze van eigen inzet en te treffen maatregelen ter voorkoming van verslaving als ook de samenwerking met verslavingszorg en/of andere partners; g.Een ingevuld digitaal Bibob-vragenformulier, inclusief de daarbij horende bijlagen; h.Een of meer op schaal gemaakte plattegrond(en) van de coffeeshop met daarop weergegeven indeling en oppervlaktematen; i.Een (optie tot) huur-, pacht- of koopovereenkomst van het pand vanwaar de exploitatie van de coffeeshop gaat plaatsvinden; j.In geval van overname van een bestaande coffeeshop de overeenkomst voor overname, goodwill en inventaris; k.Een kopie van de arbeidsovereenkomst van iedere leidinggevende; l.Een verklaring omtrent het gedrag (VOG), profielnummer 50, van de aanvrager/eigenaar en alle leidinggevenden, die niet ouder is dan drie maanden; m.Een uitleg en intentieverklaring hoe aan de vereisten zal worden voldaan van het verplicht gestelde Coffeeshop Keurmerk. 2.Het aanvraagformulier en de daarbij behorende stukken worden uiterlijk zes weken na de datum waarop de openstelling van de aanvraag is gepubliceerd ingediend op de voorgeschreven wijze. Alleen wanneer de aanvraag tijdig is ontvangen en met inachtneming van deze procedure is ingediend, komt deze in aanmerking voor verdere behandeling. 3.Na sluiting van het tijdvak, zoals bedoeld in het tweede lid, kan een ingediende aanvraag niet meer worden aangevuld of gewijzigd en kan ook geen nieuwe aanvraag meer worden ingediend. 4.Als de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is aangevuld met de ontbrekende gegevens wordt de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. 5.Aanvragen die buiten het tijdvak, als bedoeld in het tweede lid, zijn ontvangen en onvolledige aanvragen worden buiten behandeling gesteld. Artikel 8 Procedure aanvraagbehandeling 1.De behandeling van de aanvragen tot verlening van de exploitatievergunning en de afgifte van de gedoogverklaring vindt plaats via het doorlopen van drie fasen, waarbij de exploitatievergunning wordt verleend en de gedoogverklaring wordt afgegeven aan de aanvrager die als best beoordeeld, en met succes alle drie de fasen heeft doorlopen. Uitgangspunt is een complete aanvraag als bedoeld in artikel 7 van deze beleidsregels. 2.De in het eerste lid bedoelde fasen zijn de volgende: a. Fase 1: toetsing of de exploitant, de beheerder(s) en de geplande locatie voldoen aan het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van deze bepalingen en het bepaalde in artikel 1:8 en artikel 2.28 van de APV van de gemeente Assen. De vergunning wordt geweigerd en het verzoek om de gedoogverklaring wordt afgewezen als niet wordt voldaan aan het bepaalde in fase 1. De overige fasen behoeven dan niet meer te worden doorlopen. b. Fase 2: Aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld op basis van de in artikel 7 eerste lid genoemde criteria, waarbij op basis van een kwalitatieve vergelijking tussen de ingediende aanvragen wordt geoordeeld welke van de geldige aanvragen in aanmerking komt voor een exploitatievergunning en gedoogverklaring; De burgemeester stelt een beoordelingscommissie in (hierna te noemen: de commissie) die de burgemeester adviseert bij de beoordeling. De commissie bestaat uit leden met expertises op de gevraagde taakvelden genoemd in artikel 7. Aanvragen die ontvankelijk zijn en voldoen aan de indieningsvereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn worden inhoudelijk beoordeeld door de commissie. Daarbij wordt een kwalitatief-inhoudelijke vergelijking tussen de ingediende aanvragen gemaakt. Al naar gelang de uitwerking wordt per onderdeel een score toegekend van 0, 5, 7 of 10 punten. Voor elk criterium moet minimaal een score van 5 punten gehaald worden. c.Het selectieproces leidt tot een top 4 van best scorende aanvragen. De top 4 wordt uitgenodigd voor een gesprek en/of presentatie met de commissie. Het gesprek met de commissie maakt deel uit van de eindbeoordeling en zal afzonderlijk worden beoordeeld door middel van een wegingskader. d.Het selectiegesprek vindt plaats aan de hand van vooraf vastgestelde selectiecriteria. In het gesprek worden vragen gesteld over de harde criteria (zoals ervaring en kennis) en zachte criteria (zoals communicatieve vaardigheden en flexibiliteit). Vooraf is door de commissie bepaald welke competenties cruciaal en welke gewenst zijn en welke waarde/beoordeling we hieraan toekennen. Het selectiegesprek zelf vindt plaats aan de hand van een vaste methodiek en zal door de commissie worden beoordeeld met behulp van een gestructureerd beoordelingsformulier. Wegingskader Selectie(gesprek) kandidaat coffeeshopexploitanten Criterium Type Weging Indicatoren Markt-& Vakkennis Hard 20% Kennis van wetgeving (Opiumwet), productkennis (kwaliteit/veiligheid), en operationele ervaring in de branche. Transparant Ondernemen Hard 20% Naleving eisen/voorwaarden Coffeeshop Keurmerk. Partnerschap/ samenwerken Hard 20% Bereidheid tot regulier overleg met samenwerkingspartners. Proactieve communicatie bij incidenten en nakomen van gemaakte afspraken. Preventiebeleid Zacht 20% Actieve voorlichting aan klanten, getraind personeel (door de burgemeester aangewezen gecertificeerde-cursus) en strikte naleving van de leeftijdsgrens. Oog voor de omgeving/communicatie Zacht 20% Plan voor het voorkomen van overlast. Betrokkenheid, bereikbaarheid en goed contact met omwonenden en ondernemers. e.De commissie stelt naar aanleiding van de uitkomst van de gesprekken een (eind)advies op en legt dit aan de burgemeester voor. De burgemeester beslist of hij het advies van de commissie overneemt. f.Mocht uit het gesprek genoemd in artikel 8 lid 2 onder c en d van deze bepalingen blijken dat meerdere aanvragers op dezelfde score uitkomen dan zal door middel van een loting de volgorde van behandeling bepaald. Deze loting geschiedt door een notaris en zal een openbaar karakter hebben. De notaris maakt van de loting een proces-verbaal op dat zo spoedig mogelijk aan de burgemeester wordt overgelegd. Het proces-verbaal is gedagtekend en vermeldt de wijze waarop de loting is uitgevoerd, de uitslag en de datum van de loting en is ondertekend door de notaris. De uitslag van de loting wordt als volgt in het proces-verbaal vermeld: •een lijst met daarop de unieke nummers in de rangorde van trekking gekoppeld aan de nummers één tot en met maximaal vier, als er een gedoogverklaring beschikbaar is. Als er meerdere gedoogverklaringen beschikbaar zijn, wordt de lijst per extra beschikbare gedoogverklaring met drie nummers uitgebreid (hierna: plaatsingslijst). •een lijst met daarop de overige unieke nummers welke niet zijn getrokken. g. Fase 3: toetsing van de aanvrager aan de Wet Bibob en de op dit gebied geldende beleidsregels, waarbij een adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob tot de mogelijkheden behoort. Overeenkomstig het Bibob-beleid van de gemeente Assen, maakt een Bibob-toets onderdeel uit van de behandeling van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 onder g. Artikel 9 Informatievoorziening na de procedure 1.De burgemeester informeert per e-mail de gegadigden zo snel mogelijk na ontvangst van het in artikel 8, tweede lid onder d, bedoelde proces-verbaal indien zij bij de getrokken nummers als genoemd in artikel 8, tweede lid onder d, behoren. 2.De gegadigden wiens nummers op de plaatsingslijst, als bedoeld in artikel 8, tweede lid onder d, staan worden per e-mail geïnformeerd dat zij niet behoren tot de getrokken nummers. Artikel 10 Termijn en werking wachtrij 1.De burgemeester houdt een wachtrij in stand van de nummers bedoeld in artikel 8, tweede lid onder d. De getrokken gegadigden worden in de wachtrij geplaatst tenzij een gegadigde te kennen geeft niet of niet langer van deze mogelijkheid gebruik te willen maken. 2.De volgorde van de wachtrij komt overeen met de rangorde van de uitslag van de loting, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder d. 3.Na het verlenen van de gedoogverklaring(en) worden de gegadigden die in de wachtrij waren geplaatst door de burgemeester geïnformeerd dat de gedoogverklaring(en) verleend is/zijn. Artikel 11 Voortzetting behandeling aanvraag 1.Afhankelijk van het aantal beschikbare gedoogverklaringen neemt de burgemeester, met inachtneming van de volgorde van de plaatsingslijst, de aanvraag van de eerste gegadigde, voor een gedoogverklaring en exploitatievergunning verder in behandeling. Dit herhaalt zich als er meerdere beschikbare gedoogverklaringen en meerdere gegadigden zijn. •Publicatie van de in artikel 11 lid 1 genoemde aanvraag vindt plaats door middel van publicatie: •op de website van de gemeente Assen; •in de lokale media en •op www.overheid.nl. •daar waar mogelijk via een huis aan huis bezorgde mededeling in een straal van 100 meter •rondom de beoogde locatie waarop de aanvraag betrekking heeft 2.Gedurende een termijn van vier weken, ingaande op de dag na de in lid 2 genoemde publicatie, kunnen belanghebbenden schriftelijk of mondeling hun zienswijze over de aanvraag kenbaar maken bij de burgemeester via het daartoe bestemde digitale formulier te vinden op de website van de gemeente Assen, www.assen.nl/coffeeshop. 3.De ingediende zienswijzen worden betrokken bij de integrale afweging of de gevraagde gedoogverklaring en exploitatievergunning worden verleend. Hierbij wordt in het bijzonder getoetst aan artikel 1:8 en 2.28 van de APV. 4.Indien de verdere behandeling van een aanvraag niet leidt tot verlening van de gedoogverklaring en/of de exploitatievergunning, neemt de burgemeester de aanvraag van de daaropvolgende gegadigde op volgorde van plaatsing op de plaatsingslijst verder in behandeling. Artikel 12 Vervolgprocedure bij niet verlenen 1.Indien de verdere behandeling van de aanvraag van de best geplaatste gegadigde niet leidt tot het verlenen van een gedoogverklaring en/of horeca‑exploitatievergunning, wordt de aanvraag van de daaropvolgende gegadigde in de wachtrij weer in behandeling genomen. Deze aanvraag is reeds ingediend binnen de oorspronkelijke aanvraagtermijn en wordt bij ongewijzigde omstandigheden niet opnieuw ingediend. 2.De behandeling van een volgende aanvraag vangt pas aan nadat de bezwaartermijn tegen het besluit van de voorgaande aanvraag ongebruikt is verstreken, dan wel - indien bezwaar of beroep is ingesteld - nadat de volledige rechtsgang is doorlopen. 3.Deze procedure herhaalt zich totdat alle beschikbare gedoogverklaringen en horeca-exploitatie- vergunningen voor een coffeeshop zijn verleend. 4.Indien het doorlopen van de aanvraag- en selectieprocedure niet leidt tot de verlening van alle beschikbare gedoogverklaringen dan zal er een geheel nieuwe aanvraag- en selectieprocedure worden opgestart. Artikel 13 Vervolgprocedure bij geen belangstelling 1.Als de procedure niet leidt tot het verlenen van een gedoogverklaring en exploitatievergunning, omdat er binnen de periode van de in de bekendmaking genoemde data geen belangstelling kenbaar wordt gemaakt, dan wordt de procedure gesloten. 2.De procedure wordt pas opnieuw gestart nadat een gegadigde zijn/haar belangstelling bij de gemeente heeft kenbaar gemaakt middels een melding via de gemeentelijke website. 3.De burgemeester kondigt de start van de procedure aan zoals beschreven in artikel 5. Artikel 14 Leges Voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een gedoogverklaring en exploitatievergunning zijn leges verschuldigd krachtens de geldende Legesverordening 2026 van de gemeente Assen. HOOFDSTUK III Toezicht en handhaving Artikel 15 Controle coffeeshops De coffeeshops worden minimaal vier keer per jaar onaangekondigd gecontroleerd door de toezichthouders van de gemeente Assen en/of andere (veiligheids)partners op naleving van de AHOJGI-criteria en de overige genoemde voorwaarden. Artikel 16 Vrije toegang toezichthouders De coffeeshops dienen voor de toezichthouders van de gemeente Assen vrij toegankelijk te zijn. Artikel 17 Lage handhavingsprioriteit ingezetenencriterium Overtredingen van het zogenoemde ingezetenencriterium, het I-criterium, wordt, in overeenstemming met de lokale driehoek, aangemerkt als lage prioriteit in de handhaving. Toezicht en handhaving worden uitsluitend verricht indien sprake is van: a.Verstoringen van de openbare orde of leefbaarheid; b.Signalen van risico’s voor veiligheid of volksgezondheid. Artikel 18 Handhavingsmatrix Handhaving vindt plaats op basis van de door de gemeente opgestelde handhavingsmatrix. De exploitanten zijn bij de afgifte van de gedoogverklaring persoonlijk in kennis gesteld van de inhoud van de handhavingsmatrix. 1.Op grond van artikel 13b lid 1 van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen of op een 2.daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is en indien in woningen of lokalen of op een daarbij behorend erf een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid sub 3, of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is. 3.Voor de toepassing van deze bevoegdheid wordt ten aanzien van de gedoogde coffeeshop(s) aansluiting gezocht bij de richtlijnen van de Aanwijzing Opiumwet. 4.Vanwege het belang van eenduidigheid van handhaving wordt ervoor gekozen om de 5.landelijke gedoogcriteria zoals verwoord in de Aanwijzing Opiumwet over te nemen. Dit betreft de zogenoemde AHOJGI-criteria. 6.Op basis van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op openbare inrichtingen, zoals coffeeshops, en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. Hieruit volgt dat de bevoegdheid om de vestiging van coffeeshops te reguleren, om op te treden tegen overtredingen van gestelde 7.voorschriften en om hierover beleid te ontwikkelen en vast te stellen, bij de burgemeester ligt. 8.Een exploitant van een coffeeshop kan bijvoorbeeld op overlast worden aangesproken en door de burgemeester worden opgedragen maatregelen te treffen om de overlast tegen te gaan. 9.De AHOJGI-criteria Bij de beoordeling van de vraag of tegen een coffeeshop wordt opgetreden worden de navolgende criteria gehanteerd: A: geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van (online) reclame anders dan een summiere aanduiding van de naam van de coffeeshop op de betreffende lokaliteit; H: geen harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden; O: geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshops, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshops rondhangende klanten en alle andere vormen van overlast herleidbaar naar de coffeeshop; J: geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop (strikte handhaving van de leeftijdsgrens van 18 jaar); G: geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (= 5 gram). I: geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland. Handhavingsmatrix schematisch weergave. Overtreding 1e overtreding 2e overtreding 3e overtreding 4e overtreding Reclame maken/ niet toegestane vorm van affichering door de coffeeshop (ook niet via internet) Schriftelijke waarschuwing Last onder dwangsom (€5.000 per geconstateerde overtreding met een maximum van 3 overtredingen) Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring Verkoop, aflevering of verstrekking (dan wel aanwezigheid daartoe) van Harddrugs in de coffeeshop Intrekken gedoogbeschikking Overlast door de coffeeshop; parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidhinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten Schriftelijke waarschuwing (evt. met voorstellen tot verbetering van de situatie). Beperking van de openingstijd en van de coffeeshop (indien overlast zich in bepaalde uren manifesteert), dan wel sluiting voor drie maanden. Intrekken gedoogverklaring. Aanwezigheid van een jeugdige (= persoon jonger dan 18 jaar) in de coffeeshop Schriftelijke waarschuwing Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring. Verkoop aan een jeugdige (= persoon jonger dan 18 jaar) Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring. Verkoop van een grote hoeveelheid softdrugs "categorie 1"; d.w.z. meer dan 5 gram per persoon per dag Schriftelijke waarschuwing Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring. Aanwezigheid van een niet-ingezetene van Nederland in de coffeeshop* Schriftelijke waarschuwing Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring Overtreding sluitingsuur, verkoop alcohol, geen voorlichting/voorlichtingsmateriaal aanwezig). Last onder dwangsom (€5.000, per geconstateerde overtreding met een maximum van 3 overtredingen) Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring Verkoop/aanwezigheid alcohol Last onder dwangsom (€5.000, per geconstateerde overtreding met een maximum van 3 overtredingen) Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring Geen voorlichting/voorlichtingsmateriaal aanwezig). Last onder dwangsom (€5.000, per geconstateerde overtreding met een maximum van 3 overtredingen) Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring Afwezigheid van de leidinggevende Schriftelijke waarschuwing Sluiting voor drie maanden Intrekken gedoogverklaring Overschrijding handelsvoorraad 10.De toegestane maximale handelsvoorraad is gesteld op 500 gram (als opgenomen in de Aanwijzing Opiumwet). De handelsvoorraad moet in de coffeeshop opgeslagen worden. Handelshoeveelheid >500 gram 1ste constatering 2e constatering 3e constatering 4e constatering Vanaf 500 gram tot 1 kilo Bestuurlijke waarschuwing 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting Intrekken gedoogverklaring 1 kilo tot 5 kilo 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting Intrekken gedoogverklaring 5 kilo tot 10 kilo 6 maanden sluiting 12 maanden sluiting Intrekken gedoogverklaring 10 kilo tot 20 kilo 12 maanden sluiting Intrekken gedoogverklaring 20 kilo of meer Intrekken gedoogverklaring Toepassing van de handhavingsmatrix De handhavingsmatrix en het beleid dienen als uitgangspunt voor de burgemeester. De maatregelen zijn bedoeld om de volksgezondheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat te beschermen. Bij elke beslissing wordt zorgvuldig gekeken of de maatregel evenredig is in verhouding tot de geconstateerde overtreding en de beleidsdoelen. Waar mogelijk wordt gestart met een schriftelijke waarschuwing. Bij een zware overtreding of een overtreding die een onmiddellijke en ernstige verstoring veroorzaakt, kan echter direct een sluiting worden opgelegd, en of intrekken van de gedoogverklaring. Dit is noodzakelijk wanneer de aard en omvang van de overtreding het onmiddellijk ingrijpen vereisen om het beleidsdoel (bijvoorbeeld het herstel van de openbare orde of de beëindiging van ernstige overlast) effectief en snel te bereiken, wat met een lichtere maatregel niet mogelijk is. Volgende overtreding Er is sprake van een volgende overtreding, wanneer dezelfde norm binnen twee jaar nogmaals wordt overtreden. Indien een overtreding na de periode van twee jaar wordt aangetroffen, wordt dit beschouwd als een ‘eerste’ overtreding. Waarschuwing zelfde feit Bij constatering van een volgende overtreding, wordt de volgende maatregel uit de matrix opgelegd. Samenloop van overtredingen Wanneer meerdere regels tegelijkertijd of in korte tijd na elkaar worden overtreden, kan de burgemeester besluiten om de maatregelen te combineren (bijvoorbeeld een tijdelijke sluiting én een last onder dwangsom) om de naleving af te dwingen. Het is hierbij van belang dat deze sancties verschillende overtredingen betreffen. Het is niet toegestaan om twee herstelsancties tegelijkertijd toe te passen voor hetzelfde feit. HOOFDSTUK IV Slotbepalingen Artikel 19 Overgangsregeling 1.Bij het verlenen van de gedoogverklaring voor maximaal vijf jaar, wordt de aan deze gedoogverklaring gekoppelde exploitatievergunning van de betreffende exploitant ambtshalve gewijzigd, zodat deze dezelfde looptijd heeft als de gedoogverklaring. Zie hiervoor ook de toelichting op artikel 4 van deze beleidsregels. 2.Na afloop van deze zogeheten gedoogverklaring wordt overgegaan naar een nieuw systeem waarin de gedoogverklaringen via een openbare en transparante procedure worden verdeeld, zodat iedereen - ook de bestaande exploitant – onder in deze beleidsregels beschreven voorwaarden in aanmerking kan komen voor de vrijgekomen gedoogverklaring. Artikel 20 Monitoring 1.De burgemeester monitort één keer per jaar de werking en effecten van het coffeeshopbeleid. 2.De monitoring is gericht op het verkrijgen van inzicht in: a.de effecten van coffeeshops op de leefbaarheid en openbare orde in de directe omgeving; b.de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeerdruk rondom coffeeshops; c.de ruimtelijk-economische inpassing van coffeeshops op de aangewezen locaties; d.de mate waarin de beleidsdoelstellingen van deze beleidsregels worden gerealiseerd; 3.De monitoring maakt zoveel mogelijk gebruik van reeds beschikbare informatie, waaronder: a.gegevens uit toezicht en handhaving; b.meldingen en signalen van omwonenden, ondernemers en ketenpartners; c.gemeentelijke registraties en beleidsinformatie; 4.De monitoring heeft een informerend en signalerend karakter en leidt niet automatisch tot aanpassing van verleende exploitatievergunningen of gedoogverklaringen. Artikel 21 Evaluatie 1.De burgemeester evalueert de werking en effecten van deze beleidsregels uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding. 2.De evaluatie richt zich in ieder geval op: a.het functioneren van het maximumaantal coffeeshops; b.de geschiktheid van de aangewezen vestigingsgebieden; c.de effecten op leefbaarheid, verkeer en veiligheid; d.de ruimtelijk-economische effecten van coffeeshops, waaronder de inpassing op bedrijventerreinen; e.relevante ontwikkelingen in wet- en regelgeving en ander beleid; 3.De resultaten van de evaluatie kunnen aanleiding geven tot: a.voortzetting van het beleid zonder wijziging; b.aanpassing van deze beleidsregels; c.het nader uitwerken of aanscherpen van vestigingscriteria; 4.De evaluatie leidt niet automatisch tot het wijzigen of intrekken van bestaande exploitatievergunningen of gedoogverklaringen. Artikel 22 Afwijkingsbevoegdheid Op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht en in het belang van de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat kan de burgemeester te allen tijde gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels. Artikel 23 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels coffeeshops gemeente Assen 2026. Inwerkingtreding en intrekking Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking; Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt het "Drugsbeleid Assen 2017", vastgesteld op 10 mei 2017, ingetrokken. Assen, 9 oktober 2026 De burgemeester van Assen, M.L.J. Out Algemene toelichting Een coffeeshop is een alcoholvrij horecabedrijf waar – onder strikte voorwaarden – de verkoop van softdrugs wordt gedoogd. De landelijke AHOJGI‑criteria bepalen wanneer het Openbaar Ministerie niet optreedt tegen de verkoop van softdrugs. Gemeenten mogen binnen deze landelijke kaders aanvullend beleid vaststellen om overlast te voorkomen, de openbare orde te beschermen en grip te houden op de verkoopketen. In Assen is een coffeeshop uitsluitend toegestaan in een pand met een horecafunctie. Indien een locatie niet over deze functie beschikt, is een ruimtelijke procedure noodzakelijk om de horecafunctie te verkrijgen. Het college heeft zich in beginsel bereid verklaard mee te werken aan een dergelijke procedure binnen de geldende ruimtelijke kaders. Deze medewerking is echter afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de locatie. Het risico dat planologisch geen medewerking wordt verleend, ligt bij de initiatiefnemer. De burgemeester is op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bevoegd voorwaarden te stellen aan coffeeshops, toezicht te houden en handhavend op te treden. Voor exploitatie is een horecaexploitatievergunning vereist op grond van artikel 2:28 APV. Omdat de verkoop van softdrugs niet kan worden vergund, is daarnaast een gedoogverklaring nodig waarin is vastgelegd onder welke voorwaarden de verkoop wordt gedoogd. Beide besluiten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het voordeel van een afzonderlijke gedoogverklaring is dat helderheid wordt gegeven over de activiteiten die expliciet worden gedoogd. Aanvragen voor een exploitatievergunning en gedoogverklaring worden getoetst aan de Aanwijzing Opiumwet, deze beleidsregels en overige relevante regelgeving. Daarnaast wordt de Wet Bibob toegepast. Op basis van deze wet kan een vergunning worden geweigerd of ingetrokken indien sprake is van ernstig gevaar dat deze wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of voor witwasconstructies. Ook na vergunningverlening kan een nieuwe Bibobtoets worden uitgevoerd. De regelgeving en rechtspraak over de verdeling van schaarse rechten maakt dat deze praktijk – zonder andere gegadigden na afloop van de looptijd van de gedoogverklaring in de gelegenheid te stellen om mee te dingen – niet langer kan blijven voortbestaan en heeft ertoe geleid het volgende in het lokale coffeeshopbeleid vast te leggen: •wat de maximale looptijd van de gedoogverklaring is; •welke overgangstermijn de huidige exploitanten van de bestaande coffeeshops gegund wordt; •welke (eerlijke en transparante) procedure gevolgd wordt om de gedoogverklaring - na afloop van de looptijd – toe te kennen aan een exploitant (de zogeheten aanvraag- en selectieprocedure). Assen kiest ervoor het maximumaantal coffeeshops beleidsmatig te beperken tot twee. Daarmee zijn gedoogverklaringen schaarse rechten. Vergunningen of toestemmingen die schaars zijn, moeten op grond van Europese regelgeving, het nationale gelijkheidsbeginsel en jurisprudentie: •voor een beperkte tijd worden verleend; •worden verdeeld via een transparante, objectieve en non‑discriminatoire procedure; •periodiek opnieuw beschikbaar komen voor alle potentiële gegadigden. Dit is de reden dat de looptijd van de gedoogverklaring maximaal vijf jaar bedraagt en dat een openbare aanvraag‑ en selectieprocedure is ingericht. Schaarste kan zowel beleidsmatig (als gevolg van een gemeentelijke maximering) als feitelijk (meer gegadigden dan plaatsen) zijn. In Assen is sprake van beide vormen van schaarste. Sinds 2017 werd maximaal één coffeeshop toegestaan en bestond aanhoudend belangstelling van andere exploitanten. Daarmee is de gedoogverklaring schaars. Lange tijd bestond discussie of de schaarste‑regelgeving ook geldt voor gedoogverklaringen, omdat deze geen vergunning zijn. In september 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak echter geoordeeld dat een gedoogverklaring – voor wat betreft bezwaar en beroep – moet worden beschouwd als een besluit. Daarmee zijn ook de regels over de verdeling van schaarse rechten van toepassing op gedoogverklaringen. Gelet op deze uitspraak en het feit dat er in Assen sprake is van schaarste, past de gemeente de regels voor schaarse vergunningen toe op de gedoogverklaring voor coffeeshops. In het verleden werd een gedoogverklaring na afloop doorgaans opnieuw verleend aan dezelfde exploitant, mits een aanvraag werd ingediend. Gezien recente ontwikkelingen in de regelgeving en jurisprudentie omtrent schaarse rechten is deze praktijk niet langer houdbaar. De gedoogverklaring komt na afloop van de looptijd opnieuw beschikbaar en wordt via een transparante aanvraag‑ en selectieprocedure verdeeld, zodat iedere gegadigde onder gelijke voorwaarden kan meedingen. Voor Assen betekent dit dat de bestaande coffeeshopexploitant al bijna 35 jaar in Assen exploiteert en beschikt over een gedoogverklaring voor bepaalde tijd, die in 2025 tot 22 juli 2026 is verlengd. Tot het moment dat de selectieprocedure van deze beleidsregels heeft geleid tot 1 of 2 nieuwe exploitanten wordt de huidige exploitant in de gelegenheid gesteld de exploitatie voort te zetten voor bepaalde tijd. Daartoe heeft de huidige exploitant een nieuwe aanvraag exploitatievergunning ingediend. De vergunning is op 22 juli 2026 verleend en eindigt op het moment dat een nieuwe exploitant de deuren van de coffeeshop opent. Op deze wijze blijft er tot het einde van de procedure een coffeeshop in stand in Assen Het coffeeshopbeleid dient meerdere doelen: •het voorkomen van straathandel en het tegengaan van nevencriminaliteit; •het beschermen van de volksgezondheid en het voorkomen van verkoop aan jeugdigen; •het borgen van de openbare orde en leefbaarheid; •het waarborgen van een controleerbare en beheersbare omgeving rond coffeeshops. Daarom zijn aanvullende lokale eisen opgenomen ten aanzien van locatie (zoals afstandscriteria en een omgevingstoets), exploitatie (zoals openingstijden, leidinggevenden en vereiste plannen) en bedrijfsvoering (zoals het Coffeeshop Keurmerk). Met deze beleidsregels beschikt de gemeente Assen over een helder, volledig en juridisch houdbaar kader voor het reguleren, exploiteren, selecteren en handhaven van coffeeshops. Artikelsgewijze toelichting: Artikel 1 Maximum aantal coffeeshops Uit landelijke cijfers blijkt dat het percentage gebruikers van cannabis onder de bevolking zich in de afgelopen jaren heeft gestabiliseerd. De volksgezondheid en de leefbaarheid zijn erbij gebaat dat het systeem in stand blijft, waarbij de verkoop van softdrugs plaats vindt via de bekende en daardoor te controleren verkooppunten. Waar aan dit systeem afbreuk wordt gedaan, neemt de kans op straathandel en overlast toe. Een redelijk evenwicht tussen vraag en aanbod draagt, in combinatie met niet te grote coffeeshops, bij aan het beheersbaar houden van de leefbaarheid in de omgeving van de coffeeshops. Sinds 2017 is er in Assen voor gekozen om op basis van artikel 13b van de Opiumwet coffeeshop- beleid te voeren ter bescherming van de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat en de openbare orde in de gemeente. Het maximeren van het aantal coffeeshops is een onderdeel van deze coffeeshop beleidsregels. Er is destijds besloten om één (1) coffeeshop toe te staan binnen de gemeentegrenzen van Assen. In 2024 was het landelijk gemiddelde een (1) coffeeshop op 31.000 inwoners (Coffeeshops in Nederland 2024 Breuer & Intraval). Coffeeshops vervullen een maatschappelijke functie en zorgen over het algemeen, ook in Assen, voor weinig tot geen geregistreerde overlast. In deze coffeeshopbeleidsregels wordt het maximumstelsel voor coffeeshops uitgebreid van 1 naar 2 coffeeshops. Dit draagt bij aan het voorkomen en tegengaan van drugshandel op straat, versterkt een gezonde marktwerking en voorkomt een monopolie positie. Een extra coffeeshop in Assen doet meer recht aan een middelgrote gemeente als Assen met ruim 70.000 inwoners. Bij eventueel te nemen handhavingsmaatregelen bestaat er bij het bestendigen van één coffeeshop een risico op een toename van straathandel. Het nut en de noodzaak van de aanwezigheid van coffeeshops werden duidelijk zichtbaar tijdens de Coronapandemie. Binnen een paar uur na sluiting van alle detailhandel, inclusief de coffeeshops, verplaatste de drugshandel zich naar de straat. De lokale driehoek (gemeente Assen, politie en Openbaar Ministerie) staat daarom positief tegenover en een meerwaarde, van een tweede coffeeshop in Assen (dd. Driehoek 05-09-2024). De overtuiging is dat een aantal van twee goed gecontroleerde, kleinschalige, coffeeshops op zorgvuldig gekozen locaties voldoende is om de druk evenwichtig te verdelen en het laten bestaan van een beheersbare en controleerbare situatie in Assen. Daarnaast is de vraag naar het exploiteren van een coffeeshop onverminderd groot. De afgelopen jaren hebben verschillende ondernemers zich hiervoor bij de gemeente Assen gemeld. Artikel 2 Locatie-eisen De vestigingscriteria in dit coffeeshopbeleid zijn een uitwerking van het overlastcriterium dat deel uitmaakt van de landelijke – door het College van procureurs-generaal opgestelde - AHOJGI-criteria. De criteria geven een antwoord op de vraag: Waaraan moet een locatie voor een coffeeshop voldoen om erop te kunnen vertrouwen dat er geen overlast ontstaat door de verkoop van softdrugs? Primair gelden deze beleidsregels voor de vestiging van nieuwe coffeeshops. Juist bij het toestaan van nieuwe coffeeshops is het van belang een objectief kader te hebben waaraan getoetst wordt of een locatie (in combinatie met de exploitant) voldoet. Deze vorm van toetsing maakt het ook mogelijk om op een objectieve en transparante wijze om te gaan met situaties waarin een reeds gevestigde coffeeshop in strijd raakt met de gestelde criteria. Bijvoorbeeld door de vestiging van een school of verandering van de directe omgeving van de coffeeshop. Indien hiervan sprake is, worden voor zover mogelijk en noodzakelijk, eerst afspraken gemaakt met de exploitant over bijvoorbeeld extra (beheers)maatregelen. Planologisch kader Voor toewijzing van het vestigingsgebied van coffeeshops is aangesloten bij de gebiedsindeling vastgesteld in het Woonzorgvisie, Horecavisie 2024, Binnenstadsvisie 2021 en de Omgevingsvisie 2026 allen van de gemeente Assen. Aan deze coffeeshop beleidsregels zijn GEO-kaarten toegevoegd met gebieden waar coffeeshops zijn toegestaan (zie artikel 2 in de algemene toelichting van deze beleidsregels). Op de bijgevoegde GEO-kaarten zijn ingekleurd zichtbaar de locaties die planologisch en vergunningstechnisch een coffeeshop in eerste aanleg mogelijk maken. Buiten deze ingekleurde locaties is vestiging van een coffeeshop niet mogelijk. Binnenstad Het is algemeen bekend dat overlast door coffeeshops kan ontstaan door het komen en gaan van bezoekers en de daarmee gepaard gaande verkeers- en parkeerbewegingen. Het is dan ook wenselijk om de vestiging van coffeeshops op goed bereikbare plaatsen te faciliteren, waar de kans op overlast minimaal is. Dergelijke plaatsen zijn door de bank genomen gelegen buiten of aan de rand van de binnenstad van Assen. In de oude Assense binnenstad ontstaat namelijk al snel overlast door (te) veel verkeersbewegingen in (voetgangers)gebieden waar dit niet wenselijk is. Voor een groot deel van de binnenstad gelden daarom al restricties met betrekking tot verkeer. Bovenstaande is een reden om coffeeshops in de binnenstad van Assen te ontmoedigen en te denken aan alternatieve locaties zoals bijvoorbeeld vestiging op een bedrijventerrein. Een en ander neemt niet weg dat in het kader van bijvoorbeeld de spreiding, het wenselijk is dat er ook coffeeshops in de binnenstad zijn. Van oudsher zijn de coffeeshops ook in de binnenstad van Assen gevestigd. Op de GEO kaart is het zoekgebied Binnenstad aangeduid. Dit gebied ligt tussen de Oude Molenstraat en Groningerstraat, tussen de Oudestraat, de Ceresstraat, Korenmolen en Nijlandstraat. De parkeerplaats Oude Molenstraat valt niet onder het zoekgebied. Bedrijventerreinen De gemeente Assen kijkt ook naar een nieuwe landelijke ontwikkeling waarin coffeeshops zich vestigen op bedrijventerreinen. Deze coffeeshop beleidsregels bieden ruimte om, in het kader van de eerdergenoemde spreiding, maximaal één coffeeshop op een bedrijventerrein te vestigen. Het vestigen van een coffeeshop op een bedrijventerrein is een strategische keuze van gemeente en ondernemer om eventueel ervaren overlast in woon-/winkelgebieden te verminderen en de bereikbaarheid te verbeteren. De keuze voor een vestiging op een bedrijventerrein kan worden gezien om functies te scheiden en “drugshandel” weg te halen uit een buurt en te centraliseren op een plek waar minder mensen wonen. Voor potentieel coffeeshop-exploitanten die willen ondernemen op een aangewezen deel van een bedrijventerrein bestaat daarnaast de mogelijkheid om een “Verken je idee” aan te leveren waarin de gemeente op verzoek onderzoekt of het wenselijk is dat op de beoogde locatie een horecafunctie wordt gevestigd. Dit gaat op voor gevallen waarin het omgevingsplan in beginsel geen horecafunctie toestaat en is slechts van toepassing op de aangegeven zoekgebieden binnen twee bedrijventerreinen in de gemeente Assen. Het eerste zoekgebied ligt op het Stadsbedrijvenpark tussen de Europaweg Noord, het noordelijke deel van de Groningerstraat, het zuidelijke deel van de Industrieweg en het Havenkanaal Zuidzijde. Het tweede zoekgebied ligt tussen de Oude Hoofdvaartsweg, het oostelijk deel van de Hoofdvaartsweg en een deel van de Balkenweg. Gebieden met een woonfunctie vallen buiten de twee zoekgebieden. De belangrijkste redenen om een coffeeshop te vestigen op een bedrijventerrein zijn: •Verminderen van overlast in (woon-/winkel) wijken. Veel coffeeshops bevinden zich in drukke stadscentra wat, in het algemeen, kan zorgen voor parkeerproblemen, rondhangende jongeren en geluidsoverlast. In Assen is er (nog) geen sprake van deze vormen van overlast. Feit is wel dat bedrijventerreinen meer ruimte bieden en minder omwonenden die direct hinder kunnen ondervinden. •Betere bereikbaarheid en parkeergelegenheid. Bedrijventerreinen zijn vaak goed bereikbaar met de auto en hebben meer ruimte voor parkeren. Dit voorkomt dat klanten in woonwijken de auto “verkeerd” parkeren. •Strategische locatie (drive-thru/afhaalloket). Bedrijventerreinen langs doorgaande wegen zijn ideaal voor “drive-thru” coffeeshop concepten. Dit past in het idee van de “coffeeshop van de toekomst”: snel je hasj/wiet kopen en weer je weg vervolgen. •Scheiding van functies. De overheid wil coffeeshops weg hebben uit de buurten van scholen en plaatsen waar jongeren samenkomen om te voorkomen dat jongeren eenvoudig met (soft)drugs in aanraking kunnen komen. •Veiligheid en controle. Op een bedrijventerrein is er over het algemeen minder “sociale” controle maar is het eenvoudiger toezicht te houden door politie, gemeentelijke handhaving en/of private beveiligingsorganisaties (collectieve beveiliging op bedrijventerreinen). Logistieke bewegingen en straathandel vallen op bedrijventerreinen sneller op dan in de smalle straatjes in het stadscentrum. Afstand tussen coffeeshops en scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs Onder voortgezet onderwijs en middelbaar onderwijs wordt verstaan: onderwijs voor scholieren tussen de 12 en 18 jaar zoals praktijkonderwijs, HAVO, VWO en (V)MBO. Bij toetsing van het afstandscriterium van 350 meter wordt de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshop en school gemeten van hoofdingang tot hoofdingang. In het geval van aanwezigheid van een schoolplein geldt de kortste loopafstand van hoofdingang van de coffeeshop tot aan het begin van het (toegangshek van) het schoolplein. Afstand tussen coffeeshops en basisscholen In zijn algemeenheid is te stellen dat er geen bewijs is voor een relatie tussen omvang en frequentie van gebruik van cannabis door scholieren en de afstand van een coffeeshop tot hun school. Voor basisscholen geldt daarboven op nog dat de leerlingen van deze scholen hoogst zelden belangstelling hebben voor softdrugs. Vanuit het rijk zijn er dan ook nog geen adviezen/richtlijnen met betrekking tot de afstand tussen een coffeeshop en een basisschool en er zijn dan ook vrijwel geen gemeenten die een afstandscriterium in hun beleid hebben opgenomen met betrekking tot de basisscholen. Dat in Assen het afstandscriterium wel geldt voor basisscholen, stamt uit de tijd dat er twee coffeeshops recht tegen over de ingang van een basisschool gevestigd waren. Velen achtten dit onwenselijk, hetgeen begrijpelijk is. Door een (loop)afstand te eisen van 100 meter tussen coffeeshop en basisschool, wordt in de toekomst voorkomen dat een coffeeshop zich recht tegenover of direct naast een basisschool vestigt. Bij toetsing van het afstandscriterium van 100 meter wordt de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshop en school gemeten van hoofdingang tot hoofdingang. In het geval van aanwezigheid van een schoolplein geldt de kortste loopafstand van hoofdingang van de coffeeshop tot aan het begin van het (toegangshek van) het schoolplein. Afstand tussen coffeeshops en jongerencentra en opvanglocaties. Bij toetsing van het afstandscriterium van 200 meter wordt de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshop en de genoemde instellingen gemeten van hoofdingang tot hoofdingang. Assen wordt gekenmerkt als een “zorgstad”. Uit gesprekken met de vier grootste zorgaanbieders in de stad Assen is gebleken dat de komst-, of de aanwezigheid van een coffeeshop in de directe omgeving van zorginstellingen en woongroepen geen negatief effect heeft op de verleende zorg op deze locaties. Geen van de zorgaanbieders heeft bezwaren tegen de komst van 1 of meerdere coffeeshops in Assen. Tegengaan concentratie coffeeshops Waar coffeeshops hinder kunnen veroorzaken voor omwonenden, komt dit doorgaans door het komen en gaan van klanten. Dit leidt tot meer geluid van auto’s en personen, meer verkeersbewegingen en kortdurend “knipperlicht” parkeren. Als er meerdere coffeeshops bij elkaar zitten, leidt dit vanzelfsprekend tot nog meer klanten, parkeerbewegingen et cetera. Door – binnen de bebouwde kom - een afstand te eisen tussen coffeeshops, wordt concentratie tegengegaan. Daarmee worden onder meer de verkeersbewegingen gespreid en wordt concentratie van mogelijke hinder voor direct omwonenden voorkomen. Bij toetsing van het afstandscriterium van 100 meter wordt de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshops gemeten van hoofdingang tot hoofdingang. Geen coffeeshops in een woonstraat Hinder van coffeeshops wordt met name door omwonenden ervaren. Zo kunnen zij hun auto niet parkeren omdat er auto’s van bezoekers van de coffeeshop staan. Horen zij de bezoekers komen, gaan en praten als zij (’s avonds) thuis zijn of in hun tuin zitten en worden zij geconfronteerd met het verkeer terwijl zij willen oversteken of hun kinderen op straat spelen. Bewoners die ervoor gekozen hebben in een straat te gaan wonen waar uitsluitend gewoond wordt en waar geen horeca- of winkelactiviteiten plaatsvinden, mogen erop vertrouwen dat daar geen coffeeshop gevestigd wordt. Openbare orde en Veiligheid Op grond van de artikelen 2:28 en 1:8 van de APV wordt bij elke aanvraag van een exploitatie- vergunning beoordeeld of een horecabedrijf op de aangedragen locatie de openbare orde en veiligheid (mogelijk) verstoort dan wel de leefbaarheid of ruimtelijke aspecten zoals de verkeer(sveiligheid) in de omgeving onaanvaardbaar negatief beïnvloed worden. Van verstoring van de openbare orde en veiligheid kan bijvoorbeeld sprake zijn als de aanvraag zit op een locatie die dusdanig afgelegen is, zodat er geen enkele sociale controle plaats kan vinden of een locatie die in de directe nabijheid gelegen is van een specifieke instelling/omgeving of waarvan op voorhand duidelijk is dat de aanwezigheid van een coffeeshop veel overlast zal opleveren. Met andere woorden: ook al voldoet een locatie primair aan de gestelde vestigingscriteria, toetsing aan artikel 2:28 en 1:8 van de APV kan er altijd toe leiden dat een locatie niet geschikt geacht wordt om een coffeeshop te mogen vestigen. Artikel 3 De gedoogverklaring Om een coffeeshop te kunnen exploiteren moet de coffeeshophouder in het bezit zijn van een door de burgemeester verleende gedoogverklaring, waarin expliciet is opgenomen onder welke voorwaarden het verkopen en gebruiken van softdrugs wordt gedoogd, omdat op basis van deze bepalingen er geen exploitatievergunning voor een coffeeshop wordt verleend. De gedoogverklaring is uitsluitend geldig voor die exploitant en inrichting waarvoor de exploitatievergunning is verleend. Een gedoogverklaring kan alleen worden verleend indien het maximum van twee coffeeshops nog niet bereikt is en er geen verdere gegadigden zijn, óf wanneer de aanvrager na het doorlopen van de aanvraag- en selectieprocedure uit hoofdstuk II in aanmerking komt voor het aanvragen van een gedoogverklaring en exploitatievergunning voor het exploiteren van een coffeeshop. Lid 1. Termijn gedoogverklaring Zoals in de algemene toelichting aangegeven, is er sprake van schaarste omdat er een maximum gesteld is aan het aantal te verlenen gedoogverklaringen en daarmee aan het aantal coffeeshops in Assen. Dit maakt dat de looptijd van de gedoogverklaring niet buitensporig lang mag zijn, niet automatisch mag worden verlengd en dat geen voordeel toegekend mag worden aan de exploitant wiens gedoogverklaring net is komen te vervallen door aflopen van de geldigheidsduur. In het bijzonder moet de geldigheidsduur van de gedoogverklaring zodanig worden vastgesteld dat de vrije mededinging niet in grotere mate wordt belemmerd of beperkt dan nodig is met het oog op de afschrijving van de investeringen en een billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal. Bij een looptijd van vijf jaar is het aannemelijk dat een exploitant: •in deze periode zijn investeringskosten kan terugverdienen en daarnaast winst weet te maken; •voldoende gekwalificeerd en opgeleid personeel aan zich weet te binden; •een duurzame band met de omgeving/omwonenden van de coffeeshop kan opbouwen. •Het ligt het in de lijn der verwachtingen dat in 2031 (een deel van) de uitkomsten van het Experiment Gesloten Coffeeshopketen gaan leiden tot nieuw landelijk (drugs)beleid. Met het benoemen en vastleggen van een looptijd van vijf jaar anticipeert de gemeente Assen op deze toekomstige ontwikkeling. De ontwikkelingen rondom het experiment worden nauwlettend gevolgd. Waar mogelijk en opportuun sluiten wij aan bij een succesvol vervolg van het experiment. Lid 2. Afloop termijn gedoogverklaring Na afloop van de looptijd, de termijn van vijf jaar, komt de gedoogverklaring opnieuw beschikbaar. De gemeente Assen beoogt met deze looptijd dat de kans voor andere gegadigden om (op termijn) in aanmerking te komen voor het exploiteren van een coffeeshop in Assen niet onredelijk wordt belemmerd. Voorafgaand aan de afloop van de termijn zal een aanvraag- en selectieprocedure gestart worden om de vrijgekomen plek op te vullen. Lid 3. Tenaamstelling en overdraagbaarheid Een gedoogverklaring is op naam gesteld van een (1) natuurlijk persoon (naw gegevens) en is slechts overdraagbaar aan eerste graad familieleden Gedurende de looptijd van de gedoogverklaring kunnen er wijzigingen optreden in de ondernemingsvorm en/of ondernemers. Dit is toegestaan mits: •de natuurlijk(e) persoon voor wiens rekening en risico de onderneming wordt gedreven, niet wijzigt/wijzigen •er een vennoot bijkomt of vertrekt. Er dient in beide gevallen, voorafgaand aan het ingaan van de wijziging of maximaal twee weken na ingang, een aanvraag te worden ingediend voor wijziging van de tenaamstelling van de gedoogverklaring en exploitatievergunning. De aanvraag zal worden getoetst aan de reguliere toetsingsgronden (waaronder levensgedrag en de Bibob-toets). De nieuwe gedoogverklaring zal maximaal gelden voor het restant van de looptijd van de eerder verleende gedoogverklaring. Lid 4. Voorschriften en beperkingen gedoogverklaring Aan de gedoogverklaring worden voorschriften gesteld waaraan de coffeeshopexploitant zich dient te houden. Te denken valt aan voorschriften ten aanzien van de bedrijfsvoering en het voorkomen van overlast voor de directe woon-/werkomgeving. De voorwaarden zijn onder andere vastgelegd in de AHOJGI-criteria en worden geborgd door het Coffeeshop Keurmerk. a.De periode waarvoor de gedoogverklaring wordt verleend, zie ook toelichting artikel 3 lid 1. b.De AHOJGI-criteria zijn als volgt vastgesteld: •Geen Affichering; behalve een summiere aanduiding van de lokaliteit en er mag géén (online) reclame worden gemaakt. •Geen Harddrugs; in een coffeeshop mogen geen harddrugs aanwezig zijn en/of worden verkocht. •Geen Overlast; een coffeeshop mag geen overlast veroorzaken in de meest ruime zin van het woord. Onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast, geluidhinder, vervuiling en rondhangende klanten. Ook andere vormen van overlast vallen onder dit begrip. •Geen Jeugdigen; geen verkoop en geen toegang aan jeugdigen beneden de 18 jaar. •Geen grote hoeveelheden; niet meer dan 5 gram te verhandelen per transactie (per klant, per dag. De maximaal toegestane handelsvoorraad is de maximum wettelijke gedoogvoorraad van 500 gram wiet- en/of hasjproducten. •Het I-criterium (ingezetenen-criterium) geldt per 1 januari 2013. De handhaving van het I-criterium geschied in overleg met betrokken gemeenten en zo nodig gefaseerd. Het criterium ziet toe op het tegengaan van structurele en ernstige overlast door drugstoerisme. Nu van deze overlast in Assen niet blijkt, wordt het I-criterium niet actief gehandhaafd. Als - uit daartoe strekkende signalen - wordt vastgesteld dat het bezoek aan de coffeeshops door niet-ingezetenen van Nederland leidt tot structurele overlast in Assen, dan wordt de handhaving ter hand genomen na een besluit daarover van de burgemeester dat is afgestemd in de Lokale Driehoek. De coffeeshophouders worden van een dergelijk besluit schriftelijk op de hoogte gesteld. In de richtlijnen wordt verder aangegeven dat het coffeeshopbeleid op onderdelen nader kan worden bepaald door het lokale driehoeksoverleg (gemeente, politie, OM). Aan de hand van bestuursrechtelijke instrumenten als het Omgevingsplan, een exploitatievergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en een gedoogbeschikking is het voor gemeenten mogelijk een lokaal coffeeshopbeleid te voeren. c. Eisen aan de exploitant en leidinggevenden De verantwoordelijkheid voor de dagelijkse feitelijke gang van zaken in de inrichting ligt bij de beheerder. In verband met deze verantwoordelijkheid bepaalt de burgemeester dat tijdens de openingsuren altijd een de op de vergunning vermelde beheerder in de openbare inrichting aanwezig moet zijn. Betreft de openbare inrichting een coffeeshop, dan is de aanwezigheid van twee op de vergunning vermelde exploitanten of beheerders vereist. De beheerder is de persoon die de onmiddellijk feitelijke leiding uitoefent in de openbare inrichting. d. Het Coffeeshop Keurmerk Om uitdagingen van de coffeeshopbranche het hoofd te bieden en stappen te zetten naar verdere regulering en professionalisering zijn er door de brancheverenigingen, Bond van Cannabis Detaillisten (BCD) en het Platform Cannabisondernemingen Nederland (PCN), voor coffeeshops keurmerken ontwikkeld, het Coffeeshop Keurmerk. Deze certificering omvat verschillende richtlijnen, waarbij rekening is gehouden met de belangen van verschillende betrokken partijen, zoals verslavingszorg, politie, belastingdienst, gemeenten, banken, personeel, leveranciers, buurtbewoners en consumenten. Het Coffeeshop Keurmerk bevordert de transparantie en naleving van wet- en regelgeving en draagt bij aan een betere relatie met betrokken partijen. Het Coffeeshop Keurmerk beschrijft onder meer voorschriften ten aanzien van: •wetgeving; •verslavingszorg; •inkoop en beheer; •organisatie en vakbekwaamheid; •veiligheid; •consumenten; •personeel; •belastingdienst; •financiële sector en communicatie Coffeeshops in Assen dienen binnen 6 maanden na de start van de exploitatie te zijn voorzien van een geldig Coffeeshop Keurmerk-certificaat als bedoeld in de Branche Richtlijnen – CVIP, versie 1, 1 juli 2025 zoals uitgegeven door de Bond voor Cannabis Detaillisten of door het Keurmerk Cannabis Verkooppunten (KCV). Beide keurmerken worden uitgegeven door een geaccrediteerde inspectie instelling. Het voldoen aan de gestelde eisen in het Coffeeshop Keurmerk is als voorwaarde worden opgenomen in de exploitatievergunning/gedoogverklaring. De coffeeshop exploitant legt jaarlijks de uitkomsten van de interne audit (herkeuring) zoals beschreven in de keurmerken voor aan de burgemeester. Het Coffeeshop Keurmerk is een initiatief vanuit de coffeeshopbranche zelf en gaat nog een stap verder in het naleven van de AHOJGI-criteria. Het Coffeeshop Keurmerk wordt door onafhankelijke externe gecertificeerde keuringsinstantie(s) gemonitord en biedt waarborgen ten aanzien van de vastgelegde eisen binnen het Keurmerk. Het Coffeeshop Keurmerk is tot stand gekomen in samenwerking met onder meer het Trimbos instituut, het Ministerie van Financiën en de Nederlandse banken en richt zich op een volledige, aantoonbare bedrijfsvoering en compliance. De gehele bedrijfsvoering, de processen, wordt toetsbaar gemaakt. Het zwaartepunt binnen het Keurmerk ligt op “transparantie” van de bedrijfsvoering. Het Coffeeshop Keurmerk sluit het meest aan bij de ambitie die de gemeente Assen zich tot doel heeft gesteld om het exploiteren van een coffeeshop zonder al te veel impact op de woon- en leefomgeving te laten plaatsvinden, aandacht te hebben voor zorg- en preventieaspecten en gelijktijdig te voorzien in een maatschappelijke behoefte. e. Openingstijden van coffeeshops De exploitatievergunning bevat een vaststelling van de openingstijden van de coffeeshop, die afwijkt van de reguliere openingstijdenregeling voor openbare inrichtingen. Voor de in de binnenstad gevestigde coffeeshops geldt dat zij dagelijks geopend mogen zijn van 10.00 tot uiterlijk 24.00 uur. Ten aanzien van de coffeeshops in gebieden buiten de binnenstad, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen, geldt een beperkter openingstijdenregime. In verband met de openbare orde mogen de coffeeshops hier van 10.00 tot uiterlijk 22.00 uur geopend zijn. Per locatie kan nadere invulling worden gegeven aan de openingstijden en kan van de eerdere genoemde openingstijden worden afgeweken. f. Inrichting coffeeshop Via de op de APV gebaseerde vergunningplicht worden diverse eisen gesteld aan de inrichting waarin de coffeeshop is gevestigd én aan de perso(o)n(en) die als exploitant of beheerder van de coffeeshop optreden. Zo moet het pand waarin de coffeeshop is gevestigd aan specifieke inrichtingseisen voldoen, zoals voorgeschreven in de omgevingsvergunning; er moeten bijvoorbeeld toiletten aanwezig zijn en er moet worden voldaan aan bepaalde ventilatienormen. In Assen dienen coffeeshops hun kleinschalige karakter te behouden. Daarom is het voor een coffeeshop niet toegestaan om een terras te exploiteren; met een terras zou de omvang van de coffeeshop in feite toenemen. Dit "terrasverbod" voorkomt ook dat jeugdige passanten worden geconfronteerd met openlijk softdrugsgebruik. g. Verkoop cannabisproducten In coffeeshops worden gedoogde cannabisproducten verkocht. Cannabis is afkomstig van de hennepplant en komt als softdrugs voor in twee vormen, wiet en hasj. Daarnaast mogen de coffeeshops in Assen ook edibles verkopen. Edibles zijn eetbare cannabisproducten zoals spacecake, gummies en brownies. Met betrekking tot edibles zal in de gedoogverklaring opgenomen worden dat deze verkocht mogen worden, mits: •de producten zijn gemaakt met ruwe hennep en niet met bijvoorbeeld hennepolie of hennepboter aangezien dit verboden is op grond van de Opiumwet; •aan de gemeente de receptuur of iets van gelijke strekking wordt verstrekt van de te verkopen edibles, waaruit blijkt dat deze uitsluitend ruwe hennep bevatten; •de te verkopen edibles voorverpakt zijn in doorzichtig materiaal en op de verpakking duidelijk vermeld is wat de ingrediënten (inclusief hoeveelheid) zijn van het product; •de maximale hoeveel hennep per te verkopen product maximaal 5 gram is; •de te verkopen (en dus in de coffeeshop aanwezige) edibles onderdeel uitmaakt van de maximale handelshoeveelheid die in de coffeeshop aanwezig mag zijn. Met andere woorden: de edibles worden meegeteld bij het bepalen van de handelsvoorraad van 500 gram. Als op de verpakking niet vermeld is wat de ingrediënten en de hoeveelheid hennep, wordt bij handhaving uitgegaan van 0,5 gram per te verkopen eetbaar product. Artikel 4 De exploitatievergunning Een coffeeshop is een horecabedrijf. Om een coffeeshop te kunnen exploiteren moet een exploitant naast een gedoogverklaring dan ook - net als elke regulier horecabedrijf – over een exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 van de APV beschikken. De verkoop van softdrugs vanuit een coffeeshop kan niet gedoogd worden indien de exploitant niet beschikt over een geldige exploitatievergunning. In het geval er een procedure noodzakelijk is om horeca toe te staan op een bepaalde locatie, dan worden de aanvraag voor de exploitatievergunning en gedoogverklaring aangehouden totdat een beslissing is gevallen in de ruimtelijke procedure. Zoals bepaald in artikel 3 wordt een nieuw te verlenen gedoogverklaring verleend voor een maximale periode van vijf jaar en zijn de exploitatievergunning en de gedoogverklaring aan elkaar gekoppeld. Artikel 1:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Assen, maakt het mogelijk om een exploitatievergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Omdat er in het geval van een coffeeshop een exploitatievergunning en een gedoogverklaring verkregen moeten worden om de coffeeshop te exploiteren en de gedoogverklaring in deze beleidsregels beperkt is in tijd (maximaal vijf jaar) en aantal (maximaal twee), wordt de exploitatievergunning voor dezelfde termijn verleend als de gedoogverklaring. Dit volgt ook uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State7, waarin aangegeven is dat – aangezien de gedoogverklaring en exploitatievergunning onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn – de looptijd van de exploitatievergunning beperkt mag worden onder meer in het belang van openbare orde en het woon- en leefklimaat. Als de exploitant na het aflopen van de gedoogverklaring en de daaraan gekoppelde exploitatievergunning een ander horecabedrijf, niet zijnde een coffeeshop, wil starten in het betreffende pand, dan staat het de exploitant vanzelfsprekend vrij een nieuwe of gewijzigde exploitatievergunning aan te vragen voor het horecaconcept dat de exploitant dan voor ogen heeft. In de situatie dat een gedoogverklaring lopende de looptijd komt te vervallen, bijvoorbeeld door vrijwillige beëindiging of intrekking, wordt de aan de gedoogverklaring gekoppelde exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 1:6 van de APV. •Aan de exploitatievergunning worden voorschriften gesteld. Deze voorwaarden kunnen per coffeeshop verschillen en zijn in veel gevallen maatwerk. Voorwaarden die in ieder geval worden opgenomen: •De openingstijden van de coffeeshop. Uitgangspunt is dagelijks tussen 10.00 uur en 24.00 uur; afhankelijk van de locatie behoudt de burgemeester zich het recht voor om afwijkende openings- tijden vast te stellen. •Er is naast een leidinggevende een aparte toezichthouder aanwezig in/bij het bedrijf gedurende de tijden dat het horecabedrijf geopend is voor publiek. Hij ziet toe op het voorkomen van overlast. •In de coffeeshop mag geen alcohol geschonken, verstrekt, verkocht en/of geconsumeerd worden dan wel aanwezig zijn. Er kan dus ook geen vergunning op basis van de Alcoholwet worden verleend aan een horecabedrijf dat beschikt over een gedoogverklaring voor de verkoop van drugs. Overtreding van de exploitatievergunning(svoorwaarden) en overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Assen worden bestuursrechtelijk gehandhaafd. Overtreding van de gedoogregels /gedoogverklaring wordt gehandhaafd op grond van de Opiumwet en het handhavingsbeleid van de gemeente Assen. Artikel 5 Bekendmaking vrijgekomen plaatsen voor het exploiteren van een coffeeshop In de aanloop naar het opstellen van deze beleidsregels heeft de gemeente een lijst bijgehouden van ondernemers die in het verleden hun belangstelling voor het exploiteren van een coffeeshop kenbaar hebben gemaakt. Bij de eerste vrijkoming van een gedoogverklaring worden deze belangstellenden eenmalig actief door de burgemeester geïnformeerd over de start van de aanvraag- en selectieprocedure. Hiermee wordt geborgd dat reeds bekende gegadigden kennis kunnen nemen van de procedure. Na deze eenmalige kennisgeving geldt dat het uitsluitend de eigen verantwoordelijkheid van potentiële exploitanten is om de bekendmakingen te volgen. De gemeente zal geen afzonderlijke belangstellendenlijsten meer bijhouden of actief informeren. Belangstellenden dienen daarom zelf de publicaties via de gemeentelijke website, lokale media en overheid.nl te monitoren. Artikel 6 lid 3 Van iedere aanvrager/natuurlijk persoon wordt één aanvraagformulier geaccepteerd. Eerste graad familieleden van de natuurlijke persoon die ook een aanvraag indienen, komen niet in aanmerking om ook een aanvraag in te dienen. Dit geldt ook voor ondernemingen die in juridische zin gelieerd zijn aan de onderneming die een aanvraag indient. Het voorkomen van ketenvorming in de coffeeshopbranche en het creëren van een monopolypositie ligt hieraan ten grondslag. Artikelen 7 t/m 23 Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregels coffeeshops gemeente Assen 2026"

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels coffeeshops gemeente Assen 2026

APV

APV

Reglement voor het waterschap Hunze en Aa's

APV

APV

Reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta

Omgeving

Omgeving

Verleende omgevingsvergunning, het opslaan van roerende zaken, Kerkstraat 28, 9401 GW Assen, Kerkstraat 26, 9401 GW Assen, Kerkstraat 26-28 te Assen

APV

APV

Reglement voor het Waterschap Vechtstromen

APV

APV

Reglement voor het waterschap Noorderzijlvest

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving ontvangst aanvraag omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op de locatie provincie Drenthe

APV

APV

Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Drenthe

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerp Provinciaal Volkshuisvestingsprogramma Drenthe

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerp Provinciaal Volkshuisvestingsprogramma Drenthe

Omgeving

Omgeving

Bekendmaking gemeente Assen

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Vaststelling Natura 2000-beheerplan Holtingerveld