Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Wierden 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-09-25
Gepubliceerd door
Gemeente Wierden
Informatie
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Wierden 2026 Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Wierden 2026 Intitulé Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wierden; Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening leerlingenvervoer gemeente Wierden 2025; Besluit: Vast te stellen de Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Wierden 2026. Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen De begrippen in deze beleidsregels hebben dezelfde betekenis als in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Wierden 2025. Daarnaast wordt in deze beleidsregels verstaan onder: a.BIG: Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.b.Deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige.c.Structurele handicap: een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische aandoening die naar verwachting minimaal drie maanden duurt.d.SKJ: Stichting Kwaliteitsregister Jeugd.e.Woning: de plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft en van waaruit de leerling de school bezoekt. Bij co-ouderschap kan een leerling twee woningen hebben. Artikel 2. Uitgangspunten Het college hanteert bij de uitvoering van de verordening de volgende uitgangspunten: a.De mogelijkheden van de leerling en de ouder(s)/verzorger(s) staan centraal. Het leerlingenvervoer draagt zo mogelijk bij aan de groei naar zelfstandigheid van de leerling.b.Waar mogelijk stimuleren we het zelfstandig reizen lopend, per fiets of met openbaar vervoer. Beoordeeld wordt of de leerling hiertoe in staat is, of dat dit onder begeleiding mogelijk is. Ook wordt er gekeken in hoeverre de zelfredzaamheid van de leerling kan worden vergroot. Bijvoorbeeld door het leren van de verkeersregels of het oefenen met reizen. Aangepast vervoer is niet het uitgangspunt, maar het vergroten van de eigen zelfstandigheid.c.De verantwoordelijkheid voor het van en naar school brengen van de leerling ligt wettelijk gezien bij de ouder(s)/ verzorger(s). Het is aan hen om eventueel samen met hun sociale netwerk of met behulp van andere ouders hun kind zelf te (laten) vervoeren of te leren zelf naar school te reizen. Het leerlingenvervoer is niet bedoeld om ouders te ontlasten van hun verantwoordelijkheid voor een goede schoolgang van de leerling.d.Het leerlingenvervoer is een bekostiging dan wel een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer tussen het woon- of verblijfadres en school. Met uitzondering en onder bepaalde voorwaarden kan er afgeweken worden naar stage, buitenschoolse opvang of ophaaladressen elders.e.De vorm van vergoeding van leerlingenvervoer is zo goedkoop mogelijk en sluit zoveel mogelijk aan op de individuele mogelijkheden en eventuele handicap van de leerling. Artikel 3 Verantwoordelijkheden ouders 1.Als een leerling tijdelijk geen gebruik maakt van het vervoer, bijvoorbeeld door ziekte of andere omstandigheden, melden ouders dit tijdig. a.Bij aangepast vervoer melden ouders de leerling voor de eerstvolgende heen- of terugrit af bij de vervoerder. b.Wanneer een leerling langer dan tien schooldagen ziek is, melden ouders dit ook bij de gemeente. 2.Wanneer de leerling bij lid 1.b weer gebruik gaat maken van het vervoer, geven ouders dit aan de gemeente door. Zonder betermelding kan het vervoer niet worden hervat. Artikel 4. Berekening afstand 1.De afstand tussen de woning en de school wordt bepaald met Google Maps volgens de kortste voldoende begaanbare en veilige route voor de leerling. 2.Voor de berekening van een kilometervergoeding voor de fiets wordt uitgegaan van de kortste route per fiets volgens Google Maps.3.Voor de berekening van een kilometervergoeding voor eigen vervoer wordt uitgegaan van de kortste route per auto volgens Google Maps.4.Als de afstand van de heenreis en de terugreis verschillend is, worden beide afstanden afzonderlijk beoordeeld. Wanneer één van beide afstanden boven de afstandsgrens ligt en de andere niet, kan een gedeeltelijke bekostiging worden toegekend voor alleen de heen- of alleen de terugreis. Artikel 5. Berekening reistijd openbaar vervoer De reistijd met het openbaar vervoer wordt vastgesteld op basis van de informatie van www.9292.nl. Bij de berekening wordt uitgegaan van: a.het adres van de woning van de leerling;b.het adres van de school. De reistijd wordt bepaald volgens de dienstregeling zoals deze op het moment van beoordeling beschikbaar is. Artikel 6. Beoordeling veiligheid van de route Bij de beoordeling van een aanvraag kan het college ook kijken naar de veiligheid van de route tussen woning, halte en school. a.De route wordt beoordeeld op basis van:b.de verkeerssituatie;c.de leeftijd van de leerling met de daarbij horende ontwikkelfasen van Veilig Verkeer Nederland;d.de mogelijkheid om de route zelfstandig of met begeleiding af te leggen.1.Wanneer een route door het college als voldoende veilig wordt beschouwd, wordt van ouders verwacht dat zij zo nodig begeleiding organiseren.2.Alleen wanneer aantoonbaar sprake is van een onveilige of onbegaanbare route, kan dit aanleiding zijn om een andere vervoersvoorziening toe te kennen. Artikel 7. Aangepast vervoer 1.Bij toekenning van aangepast vervoer is groepsvervoer de standaard. In sommige gevallen is groepsvervoer voor een leerling niet passend om medische en/of psychosociale redenen. Voor die gevallen beoordeelt het college of vervoer in kleinere groepen of individueel vervoer noodzakelijk is.2.Kleinschalig vervoer is bedoeld wanneer het om medische en/of psychosociale redenen niet mogelijk is om een leerling anders dan met een gelimiteerd aantal leerlingen te vervoeren. Slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen om medische en/of psychosociale redenen met een gelimiteerd aantal leerlingen vervoerd worden. Het college kent dit kleinschalig vervoer toe op basis van het advies van een onafhankelijk medisch deskundige die in opdracht van de gemeente adviseert. Het college toetst de indicatie voor kleinschalig vervoer tenminste jaarlijks.3.Individueel vervoer is bedoeld wanneer het om medische en/of psychosociale redenen niet mogelijk is om een leerling samen met andere leerlingen te vervoeren. Slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen om medische en/of psychosociale redenen individueel vervoerd worden. Het college kent dit individuele vervoer toe op basis van het advies van een onafhankelijk medisch deskundige die in opdracht van de gemeente adviseert. Het college toetst de indicatie voor individueel vervoer tenminste jaarlijks.4.De individuele reistijd per leerling in het voertuig is gelimiteerd tot 90 minuten per enkele reis tenzij het door de afstand niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven. Voor de bepaling van de individuele reistijd geldt de werkelijk, in de praktijk, realiseerbare tijd. Hoofdstuk 2 Beoordeling recht op leerlingenvervoer Artikel 8. Verantwoordelijkheid ouders Ouders zijn verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind, inclusief het vervoer en de eventuele begeleiding van en naar school. Wanneer een leerling niet zelfstandig kan reizen, wordt eerst beoordeeld of begeleiding door ouders of hun netwerk mogelijk is. Alleen als zelfstandig reizen niet mogelijk is én begeleiding niet haalbaar is of leidt tot ernstige benadeling van het gezin, kan aangepast vervoer worden toegekend. Bij de keuze voor de vervoersvoorziening wordt de volgende volgorde gehanteerd: a.(brom)fiets, al dan niet met begeleiding;b.openbaar vervoer, al dan niet met begeleiding;c.eigen vervoer door de ouders;d.aangepast vervoer. Het uitgangspunt is dat de goedkoopst passende vervoersvoorziening wordt toegekend. Artikel 9. Ernstige benadeling van het gezin 1.In de verordening is bepaald dat aangepast vervoer kan worden toegekend wanneer begeleiding van de leerling bij het reizen niet mogelijk is of leidt tot ernstige benadeling van het gezin en een andere oplossing niet mogelijk is. 2.Van ernstige benadeling van het gezin kan sprake zijn wanneer begeleiding van de leerling leidt tot een onevenredige belasting van het gezin. Het college betrekt hierbij in ieder geval de volgende omstandigheden: a.Reistijd van de ouder. Wanneer begeleiding van de leerling ertoe leidt dat een ouder meer dan drie uur per dag kwijt is aan reizen tussen woning en school, en de leerling niet zelfstandig kan reizen. b.Beperking van de ouder. Wanneer een ouder door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet in staat is de leerling te begeleiden. Dit wordt onderbouwd met een verklaring van een deskundige, zoals bedoeld in artikel 1. c.Combinatie met werk of inburgering. Wanneer in een éénoudergezin sprake is van werk of een inburgeringsverplichting en begeleiding daardoor redelijkerwijs niet mogelijk is. Dit wordt onderbouwd met een verklaring waaruit blijkt: 1.wat de werk- of lestijden zijn; en 2.dat het, gelet op de aard van het werk of de opleiding, niet mogelijk is rekening te houden met de schooltijden van de leerling. d.Meerdere kinderen binnen het gezin. Wanneer sprake is van een éénoudergezin met meerdere kinderen die verschillende scholen bezoeken en waarbij meerdere kinderen begeleiding nodig hebben bij het reizen naar school. e.Meervoudige vervoersvraag binnen het gezin. Wanneer binnen een gezin meerdere kinderen onderwijs volgen in het speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs en begeleiding daardoor redelijkerwijs niet uitvoerbaar is. 3.Werk, inburgering of het feit dat beide ouders werken, vormt op zichzelf geen grond voor ernstige benadeling, tenzij sprake is van bijkomende omstandigheden die begeleiding redelijkerwijs onmogelijk maken. 4.Een werk- of inburgeringsverplichting vormt in beginsel geen grond om af te zien van begeleiding naar een opstapplaats. 5.Het college beoordeelt in alle gevallen of sprake is van een onevenredige belasting, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van het gezin. Artikel 10. Beoordeling mogelijkheid zelfstandig reizen 1.Ouders tonen aan dat hun kind niet zelfstandig kan reizen per fiets of met het openbaar vervoer middels een verklaring van een onafhankelijke deskundige, zoals bedoeld in artikel 1.2.De beoordeling richt zich op: a.de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig of met begeleiding te reizen; b.de veiligheid van de route; c.de belastbaarheid van de leerling. 3.Het college kan aanvullende vragen stellen of een eigen deskundige inschakelen. Artikel 11. Lopen 1.Voor de beoordeling van de vraag of een leerling lopend (eventueel met begeleiding van een ouder) een afstand kan afleggen, hanteren we de volgende uitgangspunten: a.Voor leerlingen van vier en vijf jaar oud wordt een enkele reis van maximaal één kilometer lopen als haalbaar beschouwd. b.Voor leerlingen van zes, zeven en acht jaar oud wordt een enkele reis van anderhalve kilometer lopen als passend beschouwd. c.Van leerlingen van negen jaar en ouder wordt verwacht een enkele reis van maximaal twee kilometer lopend te kunnen afleggen. 2.Bij het beoordelen van de afstand wordt rekening gehouden met factoren zoals de gezondheid, mobiliteit en veiligheid van de leerling. In gevallen waarbij er specifieke omstandigheden zijn die de mobiliteit van de leerling beperken, kan de afstand waarop lopen als optie wordt beschouwd, worden aangepast. Artikel 12. Fiets 1.Voor de beoordeling van de vraag of een leerling zich per fiets (eventueel met begeleiding van een ouder) naar school kan verplaatsen hanteren wij de volgende uitgangspunten: a.Leerlingen tot en met 11 jaar: maximaal zes kilometer. b.Leerlingen vanaf 12 jaar: maximaal 10 kilometer. 2.Bij het beoordelen van de afstand wordt rekening gehouden met factoren zoals de gezondheid, mobiliteit en veiligheid van de leerling. In gevallen waarbij er specifieke omstandigheden zijn die de mobiliteit van de leerling beperken, kan de afstand waarop fietsen als optie wordt beschouwd, worden aangepast. Artikel 13. Openbaar vervoer Voor de beoordeling van de vraag of een leerling zich met openbaar vervoer (eventueel met begeleiding van een ouder) naar school kan verplaatsen wordt gekeken naar de volgende factoren: a.de afstand en reistijd tussen de woning en de school, inclusief eventuele overstappen;b.de toegankelijkheid van haltes, voertuigen en stations, in relatie tot de mogelijkheden van de leerling;c.de veiligheid van de route van en naar het openbaar vervoer en tijdens de reis;d.de kosten van het openbaar vervoer, in relatie tot de toe te kennen vervoersvoorziening. Artikel 14. E-bike Alleen wanneer een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvergoeding op basis van het openbaar vervoer, kan het college een kilometervergoeding toekennen voor vervoer per fiets of een eenmalige tegemoetkoming voor de aanschaf van een e-bike. Deze mogelijkheid wordt alleen geboden wanneer de leerling in staat is om zelfstandig en veilig gebruik te maken van de fiets of e-bike. Artikel 15. Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan 1.Het college kan, in overleg met ouders en de leerling, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen.2.In dit plan wordt beschreven: a.welke vaardigheden de leerling kan ontwikkelen om zelfstandig te reizen; b.welke stappen worden gezet om dit te bereiken; c.binnen welke termijn dit wordt geëvalueerd. 3.Het vervoersontwikkelingsplan kan onderdeel uitmaken van de beschikking.4.Het plan kan gevolgen hebben voor de toegekende vervoersvoorziening, waaronder: a.het afbouwen van aangepast vervoer; b.het overstappen naar een andere vervoersvoorziening. 5.Het college evalueert periodiek of het plan moet worden aangepast. Artikel 16. Evaluatie van de vervoersvoorziening 1.Het college kan de vervoersvoorziening periodiek herbeoordelen.2.Bij de herbeoordeling wordt gekeken naar: a.de ontwikkeling van de leerling; b.de mogelijkheden om (meer) zelfstandig te reizen; c.gewijzigde omstandigheden in het gezin. 3.Op basis van de herbeoordeling kan het college de vervoersvoorziening aanpassen. Artikel 17. Tijdelijke vervoersvoorziening 1.Het college kan een vervoersvoorziening tijdelijk toekennen wanneer: a.sprake is van een ontwikkelsituatie van de leerling; of b.verwacht wordt dat de situatie op korte termijn verandert. 2.Bij een tijdelijke voorziening wordt een evaluatiemoment vastgesteld.3.Na evaluatie kan de vervoersvoorziening worden aangepast of beëindigd. Artikel 18. Specifieke onderwijskundige behoefte 1.Wanneer ouders een vervoersvoorziening aanvragen naar een school die verder weg ligt dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school, moeten zij aantonen dat sprake is van een specifieke onderwijskundige behoefte.2.Dit kan op één van de volgende manieren: a.een verklaring van dichterbij gelegen scholen of het samenwerkingsverband waaruit blijkt dat deze scholen de leerling niet kunnen toelaten of niet het benodigde onderwijs kunnen bieden; b.een verklaring van een deskundige waaruit blijkt dat het niet volgen van het specifieke onderwijs kan leiden tot een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de leerling. 3.Leerlingenvervoer wordt in beginsel toegekend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school waar plaats is. Wanneer ouders kiezen voor een school die verder weg ligt, wordt maximaal een vergoeding verstrekt voor de kosten van vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school.4.Ouders moeten aantonen dat de door hen gekozen school het benodigde onderwijs kan bieden. Dit kan met een verklaring van de school waaruit blijkt dat: a.de school een voltijds onderwijsaanbod biedt voor deze doelgroep (een volledig vijfdaags lesprogramma); b.de school beschikt over personeel met de benodigde expertise voor deze leerlingen. Hoofdstuk 3 Bijzondere situaties Artikel 19. Afwijkende schooltijden Wanneer een leerling door een structurele handicap slechts een deel van het onderwijsprogramma kan volgen en daardoor afwijkende schooltijden heeft, kan het college hier in uitzonderlijke gevallen rekening mee houden bij het aangepast vervoer. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a.er is sprake van een structurele handicap (ten minste drie maanden);b.het aangepaste onderwijsprogramma is opgenomen in het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) van de leerling;c.de school kan dit aantonen;d.het vervoer sluit zo veel mogelijk aan bij de reguliere begin- en eindtijden van de school. Afwijkend vervoer buiten de reguliere schooltijden wordt alleen toegekend wanneer dit noodzakelijk is en voldoende is onderbouwd. Artikel 20. Wachttijden 1.Wanneer binnen een school sprake is van verschillende lesroosters, wordt uitgegaan van de schooltijden zoals opgenomen in de schoolgids.2.Het college kan wachttijden toepassen om het vervoer efficiënt te organiseren (maximaal twee lesuren).3.De school is verantwoordelijk voor de opvang van leerlingen wanneer: a.een leerling eerder start of eindigt dan de reguliere schooltijden; of b.er sprake is van afwijkende roosters binnen de school. Artikel 21. Vervoer naar stageadres Wanneer een stageadres niet op de route tussen de woning en de school ligt, beoordeelt het college of dit stageadres nog als passend kan worden aangemerkt. Daarbij hanteert het college als richtlijn dat de extra afstand ten opzichte van de route tussen woning en school beperkt blijft. In de praktijk betekent dit dat het stageadres in beginsel binnen een straal van circa 10 kilometer van de woning of de school ligt. Bij deze beoordeling weegt het college in ieder geval mee: a.of er een passende stageplaats dichter bij de woning of school beschikbaar is;b.de onderbouwing van de school voor de gekozen stageplek;c.de bijdrage van de stage aan het onderwijsprogramma en de ontwikkeling van de leerling;d.de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig of met begeleiding te reizen. Wanneer een stageadres verder is gelegen, beoordeelt het college of de afstand, gelet op de omstandigheden van de leerling en het onderwijsprogramma, nog als redelijk kan worden beschouwd. Artikel 22. Werkwijze twee woningen van de leerling binnen de gemeente Wierden 1.In een situatie dat een leerling twee woningen binnen de gemeente heeft (bijv. co-ouderschap) kan er aanspraak zijn op bekostiging van leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft.2.Beide ouders dienen dan afzonderlijk een aanvraag in voor de dagen dat het kind bij hen verblijft.3.Vanuit iedere woning zal het recht op leerlingenvervoer afzonderlijk worden bepaald.4.Indien het drempelbedrag en de eigen bijdrage van toepassing is, dan wordt dit berekend naar verhouding tot het aantal dagen dat de leerling bij de betrokken ouder verblijft, op basis van de werkelijke kosten. Hoofdstuk 4 Wangedrag in het aangepast vervoer Artikel 23. Voorwaarden voor aangepast vervoer 1.Aangepast vervoer wordt alleen ingezet wanneer de leerling veilig vervoerd kan worden en geen risico vormt voor zichzelf, andere leerlingen of de chauffeur.2.Het college beoordeelt of aangepast vervoer passend is, waarbij de veiligheid en uitvoerbaarheid van het vervoer centraal staan.3.Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van de leerling tijdens het vervoer.4.Wanneer sprake is van wangedrag door de leerling of ouder, kan het college maatregelen nemen.5.Het doel van deze maatregelen is het herstellen van een veilige en werkbare vervoerssituatie. De genomen maatregelen worden vastgelegd in het dossier van de leerling.6.Wangedrag betreft gedrag van zowel een leerling als ouder. Artikel 24. Wangedrag: categorieën 1.Van wangedrag is in ieder geval sprake wanneer een leerling of ouder een bedreigende, hinderlijke of onveilige situatie veroorzaakt of grensoverschrijdend gedrag vertoont.2.Het college onderscheidt drie categorieën wangedrag: a.Lichte misdragingen 3.Gedrag dat de orde verstoort, maar niet direct onveilig is, zoals: a.het niet opvolgen van aanwijzingen van de chauffeur; b.onrustig gedrag bij het in- of uitstappen; c.ongepast taalgebruik; d.(geluids)overlast veroorzaken; e.het niet dragen van de gordel; f.eten of drinken in het voertuig, indien dit niet is toegestaan. g.Ernstige misdragingen 4.Gedrag dat de veiligheid of het verloop van het vervoer in gevaar brengt, zoals: a.dreigen met fysiek geweld tegen personen; b.dreigen met schade aan goederen waarbij gevaar voor personen ontstaat; c.herhaaldelijk vertonen van lichte misdragingen. d.Zeer ernstige misdragingen 5.Gedrag waarbij sprake is van (dreiging met) ernstig gevaar, zoals: a.fysiek geweld tegen personen of goederen; b.ernstige bedreiging of intimidatie; c.ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag; d.gebruik of bezit van alcohol, drugs of andere middelen; e.bezit van voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, zoals steek- of snijwapens; f.herhaaldelijk vertonen van ernstige misdragingen. Artikel 25. Wangedrag: maatregelen 1.Het college hanteert bij wangedrag een stapsgewijze aanpak, waarbij de maatregel wordt afgestemd op de ernst van het gedrag.2.Lichte misdragingen a.In eerste instantie wordt het gedrag besproken tussen ouders en vervoerder, eventueel met betrokkenheid van school of gemeente. Van het gesprek wordt een verslag gestuurd naar de gemeente; b.Als het gedrag niet verbetert, volgt een schriftelijke waarschuwing; c.Als verbetering uitblijft, wordt overgegaan naar de aanpak voor ernstige misdragingen. 3.Ernstige misdragingen a.Het college kan het aangepast vervoer tijdelijk opschorten. De ouder(s) ontvangen hierover een brief. De duur van de opschorting is afhankelijk van de situatie en bedraagt maximaal acht weken; b.Tijdens deze periode blijven ouders verantwoordelijk voor het schoolbezoek van de leerling; c.In deze periode zoeken ouders en gemeente gezamenlijk naar een structurele oplossing; d.Indien het gedrag niet verbetert, wordt overgegaan naar de aanpak voor zeer ernstige misdragingen. 4.Zeer ernstige misdragingen a.Het college kan het aangepast vervoer opschorten voor de resterende duur van het schooljaar. De ouder(s) ontvangen hierover een brief; b.Bij herhaling (ook in daaropvolgende schooljaren) kan het college besluiten het aangepast vervoer te beëindigen; c.In dat geval kan nog wel een vergoeding worden toegekend voor eigen vervoer of openbaar vervoer, indien daar recht op bestaat. 5.Samenloop van gedragingen. Wanneer sprake is van meerdere misdragingen, wordt uitgegaan van de maatregel die hoort bij de meest ernstige gedraging. Hoofdstuk 6 Slotbepalingen en ondertekening Artikel 26. Klachtenprocedure en bezwaar 1.Voor klachten over de uitvoering van het leerlingenvervoer kunnen ouders zich rechtstreeks wenden tot de vervoerder.2.Voor bezwaar tegen besluiten van de gemeente, zoals het (niet) toekennen van leerlingenvervoer of het bepalen van de vorm van vervoer, verwijzen wij naar de bezwaarprocedure zoals opgenomen in de beschikking. Artikel 27. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze beleidsregels, indien toepassing ervan leidt tot een onredelijke uitkomst. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de doelstellingen en uitgangspunten van het leerlingenvervoer en de individuele omstandigheden van de leerling en het gezin. Artikel 28. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op 1 juli 2026. Artikel 29. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Wierden 2026. OndertekeningAldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van gemeente Wierden 23 juni 2026.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Wierden 2026"

Omgeving
Kennisgeving vestiging voorkeursrecht op onroerende zaken gelegen in het gebied Oosterweilanden te Vriezenveen

Mededelingen
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Wierden 2026

Mededelingen
Besloten vergadering commissie informatieveiligheid 30 september 2026

Mededelingen
Besloten vergadering controlecommissie 1 oktober 2026

Omgeving
Ingediende aanvraag reguliere omgevingsvergunning, zaaknummer Z/26/280682, het plaatsen van een erfafscheiding en tijdelijke kantoorunit Bedrijvenpark Twente Noord (nabij nummer 103).

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen publieke dienstverlening Veiligheidsregio Twente 2026

Mededelingen
Beleidsregel Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen (LHS Seveso-inrichtingen)

Mededelingen
Subsidieregeling decentrale politieke partijen gemeente Wierden 2026

APV
Legesverordening 2026

Mededelingen
Subsidieplafonds Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 (Ubs)

APV
Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022

Mededelingen
Verlaagde vaststelling geluidproductieplafonds als omgevingswaarden, Gemeente Wierden, geluid door spoorwegen, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

