Beleidsregels planologische kruimelgevallen gemeente Zaltbommel 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-06

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Zaltbommel

Informatie

Beleidsregels planologische kruimelgevallen gemeente Zaltbommel 2026 overwegende dat, •Het gewenst is om beleidsregels vast te stellen omtrent de uitleg van het volgende wettelijke voorschrift: artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; •Het wenselijk is dat ten aanzien van planologische kruimelgevallen duidelijk is wanneer (in ieder geval) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; •Per 1 januari 2024 de Omgevingswet van kracht is. Daarmee vervalt de basis voor het zogenoemde kruimelgevallenbeleid. De gemeente Zaltbommel wil dit beleid echter voortzetten. Daarom wordt het voorheen geldende beleid ten aanzien van planologische kruimelgevallen van toepassing verklaard onder de Omgevingswet. Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; Artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet en artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels planologische kruimelgevallen van de gemeente Zaltbommel 2026 Artikel 1, Begripsbepalingen 1. Achterdakvlak: het van de (openbare) weg afgekeerde deel van het dak. 2. Achtererfgebied: gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied. 3. Achterzijde: het deel van het perceel achter de voorgevel van het hoofdgebouw. 3a. Afhankelijke woonruimte: een vrijstaand bijgebouw van een (bedrijfs)woning, waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 4. Antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 4a. Antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 5. Bed & breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf inclusief het serveren van ontbijt. 6. Bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw(en): het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang in de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. Onder bedrijfsmatige activiteiten in een woning of bijgebouwen wordt tevens begrepen het uitoefenen van consumentverzorgende dienstverlening. 7. Beroepsmatige activiteiten in een woning of bijgebouw(en): een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, psychisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang qua ruimte in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 7a. Beschermd gebied: de volgende drie gebieden zoals op kaart weergegeven in de bijlagen: •rijksbeschermd stadsgezicht Zaltbommel; •rijksbeschermd dorpsgezicht Nederhemert-Zuid; •gemeentelijk dorpsgezicht Gameren. 8. Bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 9. Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond dat een eenheid vormt in gebruik, waarop krachtens het omgevingsplan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegestaan. 10. Bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 10a. Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 11. Carport: een bouwwerk dat, voorzien van een dak en ten hoogste twee wanden, door zijn plaatsing, indeling en inrichting uitsluitend bestemd is voor het stallen van motorvoertuigen. 12. Daknok: hoogste punt van een schuin dak. 13. Dakvoet: laagste punt van een schuin dak. 14. Detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 15. Gebouwerf: bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt. 16. Hoekperceel: een perceel dat aan twee zijden grenst aan openbaar gebied. 17. Hoekwoning: een woning gelegen op de hoek van 2 straten en/of grenzend aan openbaar gebied, waardoor deze twee voorgevelrooilijnen heeft. 18. Hoofdgebouw: gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is. 18a. Internetwinkel: winkel waarbij goederen via het internet te koop worden aangeboden. 18b. Mantelzorg: alle hulp aan een zorgvrager die verder gaat dan de zogenaamde gebruikelijke hulp door iemand uit diens directe sociale omgeving en die niet wordt verleend in het kader van een hulpbehoevend beroep. Er is sprake van mantelzorg als er langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week hulp wordt geboden. 18c. Gebruikelijke hulp: hulp die op basis van de sociale relatie naar algemeen aanvaarde opvattingen mag worden verwacht van volwassen personen binnen het gezin of de sociale omgeving. 19. Openbaar toegankelijk gebied: wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, en pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen alleen bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 20. Overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één gesloten wand. 21. Recreatiewoning: een gebouw bedoeld voor tijdelijk recreatief gebruik in de vorm van recreatief nachtverblijf voor recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben gedurende een gedeelte van het jaar. 22. Tijdelijke woonunit/stacaravan: een tijdelijke (prefab) verplaatsbare unit met een woonfunctie. 23. Voorerfgebied: gebouwerf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 24. Voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de meest gezichtsbepalende gevel, die als zodanig dient te worden aangemerkt. 25. Voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel, de meest gezichtsbepalende gevel, van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelgrenzen. 26. Voorzijde: het deel van het perceel voor de voorgevel van het hoofdgebouw. 27a. Woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden, niet zijnde een woning die bestemd is voor recreatief verblijf. 27b. Woning/wooneenheid: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van een huishouden. 28. Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst. 29. Zonnepaneleninstallatie: constructie in of op de grond speciaal bedoeld voor het plaatsen van zonnepanelen. NB1. Voor begripsbepalingen die niet expliciet zijn opgenomen in deze beleidsregels gelden de bepalingen zoals opgenomen in het omgevingsplan. NB2. Onder bijbehorende bouwwerken worden begrepen gebouwen die eerder ook wel werden gekwalificeerd als aanbouwen, uitbouwen of bijgebouwen. Artikel 2, Wijzen van meten De volgende bepalingen betreffende de wijze van meten zijn op de onderhavige beleidsregels van toepassing. 1.Tenzij anders bepaald, worden de waarden in m of m² uitgedrukt en op de volgende wijze gemeten: a.afstanden loodrecht, b.hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven, en c.maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven. 2.Bij de toepassing van lid 1, aanhef en onderdeel b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is. NB3. Voor zover deze bepalingen geen of onvoldoende uitkomst bieden, gelden aanvullend de bepalingen ter zake de wijze van meten zoals opgenomen in het omgevingsplan. Artikel 3, Algemene afwegingscriteria Bij de toepassing van de beleidsregels geldt dat iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in elk geval moet worden beoordeeld aan de onderstaande criteria, mits uiteraard van toepassing op het specifieke geval: 1.er dient geen onevenredige aantasting plaats te vinden van het woon- en leefmilieu; 2.er dient geen onevenredige aantasting plaats te vinden van de verkeersveiligheid en de bestaande parkeerbelasting; 3.het straat- en bebouwingsbeeld mogen niet in negatieve zin worden beïnvloed; 4.de uitbreiding mag de bestaande rechten van omliggende bedrijven niet beperken; 5.er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke kwaliteit; 6.er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. NB4. In sommige gevallen kunnen er nadere aanvullende gegevens worden opgevraagd. Deze nadere aanvullende gegevens zijn noodzakelijk om de aanvraag te beoordelen. Indien de gevraagde gegevens niet door de aanvrager worden ingediend, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Artikel 4, Uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a.niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b.de oppervlakte niet meer dan 150 m² is. Artikel 4 lid 1 — Specifieke beleidsregels binnen de bebouwde kom geen medewerking, tenzij: I. Sprake is van een aanvraag voor gronden bij een woning — die niet ligt binnen een beschermd gebied — en deze aanvraag binnen het volgende kader past: 1. Het vergroten van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot en met: Gronden gelegen 1 meter achter voorgevelrooilijn Maximaal toegestane oppervlakte < of gelijk aan 250 m² 100 m² tussen 250 m² en 1.500 m² 100 m² + 10% van het oppervlak boven 250 m² > of gelijk aan 1.500 m² 250 m² met dien verstande dat het bebouwingspercentage voor de gronden, gelegen 1 meter achter de voorgevelrooilijn, niet meer dan 50% bedraagt; 2.Het verkleinen van de afstand van een vrijstaand gebouw tot enig ander gebouw op het bouwperceel tot minimaal 1 m. Als beide bijbehorende bouwwerken bestaand zijn, kan de afstand tussen beide bouwwerken minder zijn; 3.Het verhogen van de goot- en nokhoogtes van aangebouwde bijbehorende bouwwerken: a.de goot- en bouwhoogte niet hoger is dan de voor het hoofdgebouw aangeduide goot- en nokhoogte; b.de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2,5 m bedraagt; c.de oppervlakte van de uitbreiding van het hoofdgebouw niet groter is dan 45% van de oppervlakte van het bouwvlak voor het hoofdgebouw. Op gronden achter de ‘1 meter achter de voorgevelrooilijn’: Aangebouwde bouwwerken staan wij toe als: •de goothoogte niet meer dan 3,30 m dan wel 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning bedraagt; •de bebouwingshoogte niet meer dan 6,60 m bedraagt; •hekwerken op een bouwwerk (voor zover als afscheiding voor een dakterras) niet hoger zijn dan 1 m; Voor de diepte hanteren wij geen maximale maat.Vrijstaande bouwwerken staan wij toe als: • goothoogte niet meer dan 3,30 m; • bebouwingshoogte niet meer dan 6,60 m. Op gronden voor de ‘1 meter achter de voorgevelrooilijn’: Aangebouwde bijbehorende bouwwerken staan wij toe als: • de diepte niet meer bedraagt dan 1,5 m; • de breedte niet meer bedraagt dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; • dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel is (toets door de welstandscommissie); • de hoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; • deze aan de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd; • deze niet liggen ter plaatse van een in het omgevingsplan opgenomen aanduiding ‘bijgebouwen uitgesloten’. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken staan wij toe als: • de hoogte maximaal 1 m bedraagt; • de oppervlakte maximaal 10 m² bedraagt; deze op minimaal 10 m van het openbaar toegankelijk gebied liggen. 4. Het onderkelderen van bijbehorende bouwwerken als: a. de kelder in zijn geheel onder het hoofdgebouw en/of onder op basis van het omgevingsplan of deze beleidsregels toegestane bijbehorende bouwwerken ligt; b. de kelder niet van buitenaf toegankelijk is; c.de aanvraag voldoet aan het gemeentelijk archeologiebeleid. Voor zover dit beleid nog niet in het geldende omgevingsplan is verwerkt verwijzen wij naar de Beleidskaart Cultuurhistorische inventarisatie en archeologiebeleid gemeente Zaltbommel; d. de kelder niet gelegen is binnen een zonering van een waterkering; e. de kelder maximaal in 1 laag wordt uitgevoerd; f. eventuele kelderramen niet boven maaiveldniveau liggen; g. de kelder op maaiveldniveau geen ruimtelijke uitstraling heeft en dus niet zichtbaar is. Ondergeschikte bouwdelen buiten het grondoppervlak van het bouwwerk, zoals koekoeken ten behoeve van daglichtoetreding en ventilatie, zijn toegestaan. De inhoud van de kelder hoeft niet te worden meegerekend indien het omgevingsplan uitgaat van een maximaal toegestane inhoudsmaat. II. Uit een maatwerkafweging blijkt dat het mogelijk is om aan de aanvraag medewerking te verlenen. Artikel 4 lid 1, sub aa — Bouwen in of op de zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van het bepaalde in artikel 4, lid 1, sub a, voor het bouwen of uitbreiden van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens, mits: a.de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; b.de verkeersveiligheid niet in het geding komt; c.er geen eigen parkeerplaats op eigen gebouwerf verloren gaat; d.er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan. b. Voor uitbreiding van de hoofdmassa van de woning aan de voorzijde geldt in afwijking van het omgevingsplan dat een luifel en een erker aan elkaar gekoppeld mogen worden, waarbij de gezamenlijke breedte niet meer mag bedragen dan maximaal 75% van de breedte van het hoofdgebouw. c. Voor uitbreidingen van overige gebouwen, niet zijnde woningen geldt dat burgemeester en wethouders per geval zullen bekijken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen indien een goede integrale afweging in een specifieke situatie dit vereist. Artikel 4 lid 2 — Specifieke beleidsregel buiten de bebouwde kom geen medewerking, tenzij: I. Sprake is van een aanvraag voor gronden bij een woning — niet gelegen binnen een beschermd gebied — en deze aanvraag binnen het volgende kader past: 1.Het vergroten van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot en met: Gronden gelegen 1 meter achter voorgevelrooilijn Maximaal toegestane oppervlakte < of gelijk aan 250 m² 100 m² > 250 m² 150 m² met dien verstande dat het bebouwingspercentage voor de gronden, gelegen 1 meter achter de voorgevelrooilijn, niet meer dan 50% bedraagt; 2. Het verkleinen van de afstand van een vrijstaand gebouw tot enig ander gebouw op het bouwperceel tot minimaal 1 m. Als beide bijbehorende bouwwerken bestaand zijn, kan de afstand minder zijn; 3. Het onderkelderen van bijbehorende bouwwerken (dezelfde criteria gelden als in artikel 4 lid 1). Op gronden achter de ‘1 meter achter de voorgevelrooilijn’: Aangebouwde bouwwerken staan wij toe als: • de goothoogte niet meer dan 3,50 m dan wel 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping bedraagt; • de bebouwingshoogte niet meer dan 5 m bedraagt; • hekwerken als afscheiding voor een dakterras niet hoger zijn dan 1 m. Voor de diepte hanteren wij geen maximale maat. Vrijstaande bouwwerken staan wij toe als: • goothoogte niet meer dan 3,50 m; • bebouwingshoogte niet meer dan 5 m. Op gronden voor de ‘1 meter achter de voorgevelrooilijn’: Aangebouwde bijbehorende bouwwerken staan wij toe als: • de diepte niet meer bedraagt dan 1,5 m; • de breedte niet meer bedraagt dan 2/3 van de breedte van de voorgevel; • dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel is (welstandscommissie); • de hoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de vloer van de eerste verdieping; • deze aan de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd; • deze niet liggen ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen uitgesloten’ in het omgevingsplan. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken staan wij toe als: • de hoogte maximaal 1 m bedraagt; • de oppervlakte maximaal 10 m² bedraagt; • deze op minimaal 10 m van het openbaar toegankelijk gebied liggen. II. Uit een maatwerkafweging blijkt dat het mogelijk is om aan de aanvraag medewerking te verlenen. Artikel 5, Gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onder p, sub 1, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de in dat besluit genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.niet hoger dan 5 m, en b.de oppervlakte niet meer dan 50 m². Specifieke beleidsregel: Artikel 2.29, onder p, sub 1 Bbl geeft aan dat vergunningsvrij een bouwwerk van max. 15 m² en niet hoger dan 3 m mag worden gerealiseerd. Dit is in de meeste gevallen voldoende. Een nog ruimere voorziening kan, maar verwacht wordt dat dit zeer sporadisch voorkomt, waardoor per geval wordt bekeken of hieraan toepassing wordt gegeven. In aanvulling op het voorgaande verlenen wij in principe geen medewerking indien: •het gebouw is gelegen binnen een beschermd gebied (in dat geval vindt altijd een maatwerkafweging plaats), of •de aanvraag niet voldoet aan het gemeentelijk archeologiebeleid. Artikel 6, Bouwwerken, geen gebouw zijnde Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.niet hoger dan 10 m, en b.de oppervlakte niet meer dan 50 m². Artikel 6 lid 1 — Erfafscheidingen In aanvulling op de vergunningsvrije mogelijkheden die artikelen 22.27 en 22.36 van de bruidsschat bieden, verlenen wij medewerking aan hogere erfafscheidingen mits wordt voldaan aan de volgende criteria: Op gronden achter de ‘1 meter achter de voorgevelrooilijn’: •erfafscheidingen maximaal 2 m hoog; •vlaggenmasten maximaal 8 m hoog; •overige bouwwerken maximaal 4 m hoog; •in alle gevallen moet aan redelijke eisen van welstand worden voldaan. Op gronden voor de ‘1 meter achter de voorgevelrooilijn’: •erfafscheidingen aan de zijde van de zijgevel: op niet minder dan 3 meter van de hoek van het perceel 2 m hoog, voor het overige 1 m hoog; •overige bouwwerken maximaal 1 m hoog; •in alle gevallen moet aan redelijke eisen van welstand worden voldaan. Aan (aanleg)steigers wordt — met uitzondering van steigers bij woonschepen — op basis van dit beleid geen medewerking verleend. Artikel 6 lid 2 — Zonnepaneleninstallatie Zonnepaneleninstallaties worden zowel binnen als buiten de bebouwde kom toegestaan, mits aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a.de zonnepaneleninstallatie mag maximaal 50 m² bedragen; b.de bouwhoogte is inclusief zonnepanelen maximaal 2 m; c.de zonnepaneleninstallatie dient binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd. Als dit niet mogelijk is, moet worden gemotiveerd dat er op het aangrenzende bouwvlak geen mogelijkheid is; d.er dient te worden aangetoond dat de verwachte opbrengst op bestaande gebouwen binnen het bouwvlak minder dan 60% van de optimale opbrengst bedraagt. Artikel 6 lid 3 — Vlaggenmasten Er mogen vlaggenmasten worden opgericht. De vlaggenmasten mogen maximaal 8 m hoog zijn en moeten een doel ter plaatse hebben. Artikel 6 lid 4 — Overige bouwwerken Per geval wordt bekeken of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend. Artikel 7, Dakkapellen en dakopbouwen Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard. Artikel 7 lid 1 — Dakkapellen Dakkapellen worden getoetst aan de hand van de welstandsnota. Vanuit deze beleidsregels worden geen nadere beperkingen opgelegd voor dakkapellen die niet in een beschermd gebied zijn gelegen. Voor dakkapellen in een beschermd gebied vindt altijd een maatwerkafweging plaats, omdat de gemeente een nadere weging noodzakelijk acht. Artikel 7 lid 2 — Dakopbouw Voor dakopbouwen, die alleen gerealiseerd kunnen worden op het achterdakvlak van een woning met een dakhelling van tenminste 30° en ten hoogste 50°, wordt afgeweken van het omgevingsplan, mits: a.gebouwd op hoofdgebouwen en; b.de nokhoogte van de dakopbouw maximaal 1 m hoger is dan de nokhoogte die bepaald is in de bouwregels van het omgevingsplan en; c.de dakhelling van de dakopbouw gelijk is aan de dakhelling van het hoofdgebouw en; d.de zijkanten van de dakopbouw op meer dan 50 cm van de zijkanten van het dakvlak liggen, of aansluiten op een identieke, belendende dakopbouw, of geplaatst zijn tussen schoorstenen en; e.de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakopbouw tot aan de goot van de dakopbouw, niet meer bedraagt dan 1,10 m en; f.de onderkant van de dakopbouw minimaal 90 cm boven de snijlijn van het dakvlak met de buitenzijde van de daaronder gelegen gevel ligt en; g.het bouwen van de dakopbouw niet tot gevolg heeft dat de inhoud van de woning groter wordt dan het omgevingsplan toestaat en; h.bij het plaatsen de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Artikel 7 lid 3 — Voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw Wij verlenen medewerking aan voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw (zoals bedoeld in de bijlage Stroomversnelling Nederland), met uitzondering van aanvragen op gronden die vallen in een beschermd gebied. Aanvragen binnen een beschermd gebied worden per geval beoordeeld. Artikel 8, Antenne-installaties Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m. Specifieke beleidsregel: a.Het aantal zendmasten mag niet meer bedragen dan noodzakelijk is voor de realisering van een adequaat dekkend netwerk van voldoende capaciteit. b.Bij plaatsing van een antenne-installatie is het uitgangspunt dat verschillende operators gebruik maken van elkaars opstelpunten (site-sharing), tenzij uit een technisch rapport blijkt dat dit niet mogelijk is. c.Zendmasten dienen bij voorkeur op hoge bouwwerken te worden geplaatst of op bedrijventerreinen. d.Per aanvraag moet een afweging gemaakt worden waar de mast, met het oog op een goede inpassing, het beste geplaatst kan worden. Artikel 9, Installatie voor warmtekrachtkoppeling bij een glastuinbouwbedrijf Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998. Specifieke beleidsregel: Per geval zal een afweging gemaakt worden of afwijking van het omgevingsplan noodzakelijk is. In alle gevallen moet de aanvraag voldoen aan het gemeentelijk archeologiebeleid. Voor zover dit beleid nog niet in het geldende omgevingsplan is verwerkt verwijzen wij naar de Beleidskaart Cultuurhistorische inventarisatie en archeologiebeleid gemeente Zaltbommel. Artikel 10, Installatie voor duurzame energie bij een agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen. Specifieke beleidsregel: Wij verlenen medewerking mits: •de uitwerpselen van de dieren slechts afkomstig zijn van dieren van het eigen agrarische bedrijf waarbij de installatie wordt geplaatst; •de aanvraag voldoet aan het gemeentelijk archeologiebeleid. II. Uit een maatwerkafweging blijkt dat het mogelijk is om aan de aanvraag medewerking te verlenen. Artikel 11, Gebruik gronden voor niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. Specifieke beleidsregel: Per geval zal een afweging worden gemaakt of afwijking van het omgevingsplan noodzakelijk is. Artikel 12, Wijzigen gebruik van bouwwerken Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Artikel 12 lid 1 — Aan huis verbonden beroep Uitleg: gebruik van een deel van de woning en/of de bijbehorende gebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep. Wij verlenen medewerking als: •de te gebruiken oppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden beroep maximaal 30 m² bedraagt; •de bewoner van de woning het gebruik uitoefent. Voor de toegestane beroepen wordt verwezen naar Bijlage 1, onderdeel A. Artikel 12 lid 2 — Aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten Uitleg: gebruik van een deel van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten. Wij verlenen medewerking als: •de te gebruiken oppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf maximaal 30 m² bedraagt; •de bewoner van de woning het gebruik uitoefent; •(detail)handel als ondergeschikte nevenactiviteit aan te merken is, tenzij ook een vergunning is verleend voor aan huis gebonden detailhandel. Voor de toegestane bedrijfsactiviteiten wordt verwezen naar Bijlage 1, onderdeel B. Specifieke BOPA voor bedrijfsmatig knippen van mensen (kappers): Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen voor de uitoefening van een bedrijfsmatige activiteit in de vorm van het knippen van mensen in de woning en/of bijgebouwen, met dien verstande dat: a.de betreffende woning in overwegende mate geschikt dient te blijven voor gebruik als woning; b.bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren; dit betekent onder meer dat: (1) in principe geen BOPA wordt verleend voor milieubelastende activiteiten; (2) het gebruik een kleinschalig karakter behoudt (uitsluitend door de bewoner zelf); (3) het gebruik naar aard met het woonkarakter in overeenstemming is; c.het geen zodanige verkeersaantrekkende activiteit betreft die leidt tot onevenredige parkeerdruk; d.geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein; e.maximaal 40% van de vloeroppervlakte wordt gebruikt, met een maximum van: 45 m² bij percelen <250 m²; 60 m² bij percelen 250–750 m²; 75 m² bij percelen >750 m². Artikel 12 lid 3 — Aan huis gebonden detailhandel Uitleg: gebruik van een deel van een tot woning bestemd pand en/of bijgebouw voor detailhandel aan huis. Wij verlenen medewerking als: •de totale oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt (incl. opslag); •het bedrijf valt binnen milieucategorie 1 van VNG Bedrijven- en Milieuzoneringen en geen relatie heeft met: de horeca; sex- en/of pornoartikelen; middelen als bedoeld in de Opiumwet, alsmede smartdrugs; •de bewoner van de woning het gebruik uitoefent; •een inschrijving bij de Kamer van Koophandel kan worden overlegd; •voor de kern Zaltbommel is aan huis gebonden detailhandel niet toegestaan; •ingeval het een detailhandelsbedrijf in levensmiddelen betreft dit geregistreerd is bij de NVWA. Het is mogelijk om naast aan huis gebonden detailhandel ook een (ander) aan huis gebonden bedrijf te exploiteren. De gezamenlijke oppervlakte van beide bedrijven mag niet meer dan 30 m² bedragen. Artikel 12 lid 4 — Bed & Breakfast Uitleg: gebruik van een deel van een tot woning bestemd pand en/of bijbehorend bouwwerk voor een bed & breakfast. Wij verlenen medewerking als: •de woonfunctie altijd als overwegende functie blijft gehandhaafd door de hoofdgebruiker en deze ook ’s nachts in de woning verblijft; •de omvang beperkt is tot maximaal 45% van het vloeroppervlak van de op het perceel aanwezige bebouwing; •het aantal kamers ten behoeve van bed & breakfast maximaal 7 bedraagt. Voor zover sprake is van twee kamers of meer hanteren wij een parkeernorm van 1 parkeerplaats op eigen terrein per kamer; •het aantal aanwezige gasten t.b.v. bed & breakfast maximaal 10 bedraagt; •het plan voldoet aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving voor brandveiligheid; •een bed & breakfast in een hoofdgebouw dan wel bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom kan, met uitzondering van panden met de bestemming ‘bedrijf’ of ‘bedrijventerrein’, worden toegestaan; •het gebruik recreatief is, waarbij permanente bewoning niet is toegestaan; •het niet is toegestaan de bed & breakfast te gebruiken voor het huisvesten van arbeiders voor tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden; •er geen andere horeca-activiteiten plaatsvinden dan het verstrekken van logies en ontbijt. Artikel 12 lid 5 — Internetwinkel binnen bedrijfsbestemming Uitleg: gebruik van een deel van een tot bedrijf bestemd pand en/of bijbehorend bouwwerk voor een internetwinkel. Wij verlenen medewerking als: •er geen uitstalling ten behoeve van de verkoop plaatsvindt; •er geen showroom en/of verkoopruimte (detailhandel) aanwezig is. Artikel 12 lid 6 — Mantelzorg Uitleg: alle hulp aan een zorgvrager die verder gaat dan de zogenaamde gebruikelijke hulp door iemand uit diens directe sociale omgeving en die niet wordt verleend in het kader van een hulpbehoevend beroep. Er is sprake van mantelzorg als er langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week hulp wordt geboden. Algemene voorwaarden: Wij verlenen medewerking aan een afhankelijke woonruimte voor mantelzorg als: 1.de afhankelijke woonruimte binnen de geldende regeling inzake bijbehorende bouwwerken (aan-, uit-, bijgebouwen) past; 2.de afhankelijke woonruimte een maximale oppervlakte van 70 m² heeft. De ruimte onder de kap telt niet mee in de berekening van de maximale oppervlakte; 3.de afhankelijke woonruimte niet ligt in een milieuhindercirkel van omliggende (agrarische) bedrijven, danwel andersoortige milieuhinder ondervinden (lawaai, licht, geur); 4.ten behoeve van de afhankelijke woonruimte geen sprake is van een nieuwe in-/uitrit; 5.de aanvraag voldoet aan het gemeentelijk archeologiebeleid; 6.de aanvraag voldoet aan de wettelijke (milieutechnische) eisen voor bodemkwaliteit; 7.gas-, water-, elektriciteitsleiding en rioolafvoer aantakken op de reeds aanwezige woning. Overig: 1.bij voorkeur wordt levensloopbestendig gebouwd; 2.of de mantelzorgontvanger woont in de vrijstaande afhankelijke woonruimte en de mantelzorgverlener in de bestaande woning of andersom maakt niet uit; 3.in de omgevingsvergunning nemen wij op dat deze geldt zolang de specifieke mantelzorgrelatie duurt. Het betreft derhalve een tijdelijke afwijking van het omgevingsplan; 4.wij toetsen bij massa-wijziging en wijziging van gevelopeningen het schetsplan regulier aan welstand; 5.hoewel sprake is van een tijdelijke situatie kennen wij een eigen huisnummer toe (opgebouwd uit het huisnummer van de oorspronkelijke woning met toevoeging ‘man’, bv. 73man). Als de mantelzorgrelatie niet meer bestaat, trekken wij het huisnummer in. Vereisten aanvraag: 1.voor nieuwbouw van of verbouw tot ‘afhankelijke woonruimte’ is een omgevingsvergunning nodig; 2.bij de aanvraag moet de toekomstige situatie na beëindiging van de zorgrelatie worden weergegeven (plattegrond na verwijdering keuken en bad/douche); 3.bij de aanvraag moeten de persoonsgegevens van mantelzorgverlener en -ontvanger worden vermeld, alsmede de reden en noodzaak van de mantelzorg. Beiden ondertekenen de verklaring: •bij een familiaire relatie in de 1e, 2e, 3e of 4e graad is geen nadere verklaring vereist; •bij alle overige relaties dient uit een advies van de mantelzorgconsulent duidelijk te blijken dat sprake is van mantelzorg. Procedure: 1.al deze (positief te beoordelen) bouwstenen vormen samen de ruimtelijke onderbouwing. Aangezien de bebouwing al is toegestaan op basis van het omgevingsplan of deze beleidsregels, en sprake is van een tijdelijke situatie, kan worden volstaan met een eenvoudige ruimtelijke onderbouwing; 2.hierna gaan wij direct over tot besluitvorming. Controle en handhaving: 1.tussentijdse toetsing of de mantelzorgrelatie nog bestaat geschiedt via: (1) raadpleging bevolkingsregister jaarlijks; (2) direct contact met vergunninghouder; (3) bezoek aan huis bij twijfel; 2.wij kunnen de omgevingsvergunning intrekken als de bij het verlenen van de buitenplanse afwijking bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. Artikel 12 lid 7 — Toegestane bouwactiviteiten Voor de verwezenlijking van het beoogde gebruik zijn soms bouwactiviteiten nodig. Deze zijn toegestaan, mits de bebouwde oppervlakte en/of het bouwvolume niet worden vergroot. Artikel 12 lid 8 — Aansluitend terrein Aan wijzigingen van het gebruik voor het aansluitend terrein wordt medewerking verleend, mits deze gebruikswijziging ten behoeve is van de inpandige gebruikswijziging. Een voorbeeld hiervan is het creëren van parkeergelegenheid. Artikel 13, Gebruik van een recreatiewoning voor bewoning Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verlenen ten behoeve van het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Omgevingswet aan een bestaande woning gestelde eisen; b.de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels; c.de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont; d.de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was. Artikel 14, Tijdelijk ander gebruik van gronden of bouwwerken Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de artikelen 4 tot en met 13 van deze beleidsregels, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Specifieke beleidsregel: Per geval, bijvoorbeeld het plaatsen van een woonunit bij nieuw- of verbouw van een woning, wordt bekeken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Indien medewerking wordt verleend, dient de aanvrager duidelijk te motiveren hoelang de tijdelijkheid gaat duren. Dit om te voorkomen dat standaard een tijdelijk ander gebruik ontstaat voor de duur van tien jaar. Artikel 15, Afsluiten schadevergoedingsovereenkomst Door medewerking te verlenen aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit bestaat er een risico op nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 15.1, eerste lid Omgevingswet. Gelet op dit risico moet met iedere initiatiefnemer een schadevergoedingsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3c van de Omgevingswet worden afgesloten. Van deze regel kan worden afgeweken in situaties waarin geen nadeelcompensatie te verwachten is. Indien een initiatiefnemer een dergelijke schadevergoedingsovereenkomst weigert af te sluiten dan wel niet tijdig afsluit, wordt geen medewerking verleend aan de afwijking en wordt de omgevingsvergunning geweigerd. Artikel 16, Intrekkingsgronden De verleende afwijking kan worden ingetrokken indien: 1.de aan de afwijking verbonden voorschriften niet worden nageleefd, of 2.ter verkrijging van de afwijking onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, of 3.er sprake is van verandering van omstandigheden of inzichten waardoor intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de afwijking is vereist. Artikel 17, Hardheidsclausule In aanvulling op de mogelijkheid om op grond van artikel 4:84 van de Awb in individuele gevallen af te wijken van deze beleidsregels kan in ieder geval worden afgeweken van deze beleidsregels voor één van de hieronder genoemde gevallen: •gevallen met een maatschappelijk belang; •gevallen waarbij de beperkingen in dit beleid onevenredig zijn voor de aanvrager; •gevallen waarbij achteraf is gebleken dat er sprake is van een planologische omissie, waarvan het evident is dat deze wordt hersteld. Artikel 18, Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.2.Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels planologische kruimelgevallen van de gemeente Zaltbommel 2026’. Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 augustus 2026. De burgemeester,De secretaris, Bijlage 1: Lijst aan huis verbonden beroepen en (bedrijfs)activiteiten A. Aan huis verbonden beroepen (artikel 12 lid 1) Aan huis verbonden beroepen worden zonder meer geacht te passen binnen een woonbestemming als de oppervlakte niet meer bedraagt dan 30 m². Als aan huis verbonden beroepen worden onder andere aangemerkt: •advocaat •accountant (register- of belasting) •administratie- / belastingconsulent •alternatieve genezer •architect (bouwkundig, interieur, natuur- en landschap) •belastingconsulent •dierenarts (kleine huisdieren) •gerechtsdeurwaarder •grafisch ontwerper/webdesigner •huisarts •juridisch adviseur •kunstschilder/kunstenaar •logopedist •makelaar •medisch specialist •notaris •organisatieadviseur •orthopedagoog •psycholoog •raadgevend adviseur •redacteur •stedenbouwkundige •tandarts(specialist) •therapeut •(al dan niet beëdigd) tolk-vertaler •verloskundigenpraktijk B. Aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten (artikel 12 lid 2) De volgende activiteiten zijn in ieder geval in beginsel (met inachtneming van de overige voorwaarden) toelaatbaar: •autorijschool (geen theorie) •bloemschikker •computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) •decorateur •fietsenreparateur (verkoop niet inbegrepen) •fotograaf •goud- en zilversmid •glazenwasser •hoedenmaker •hondentrimmer •instrumentenmaker •kaarsenmaker •kapper •klompenmaker •klussen-, timmer- of schildersbedrijf (geen be- en verwerkende activiteiten op het perceel) •koerriersdienst (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) •lijstenmaker •loodgieter •meubelmaker •muziekinstrumentenmaker •nagelstudio/pedicure/manicure •pottenbakker •prothesemaker •reisorganisatie (geen reisbureau met etalagefunctie) •reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-tv’s/horloges etc.) •schoonheidsspecialist •taxibedrijf (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) •traiteur •tussenpersoon/commissionair •zadelmaker •hobbymatige activiteiten die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met bovengenoemde activiteiten (uitgezonderd agrarische activiteiten) Groepsmatige activiteiten zoals workshops brengen over het algemeen een ander drukte-beeld met zich mee. Hiervoor moet derhalve een maatwerkafweging plaatsvinden.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregels planologische kruimelgevallen gemeente Zaltbommel 2026"

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels planologische kruimelgevallen gemeente Zaltbommel 2026

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur gemeente Zaltbommel 2026

Omgeving

Omgeving

Melding voor Kleinschalig tanken van voertuigen, vliegtuigen of werktuigen met vloeibare brandstoffen (25 m3 per jaar of minder) op de locatie Veilingweg 14 te Velddriel zaaknummer ODR2613728

Omgeving

Omgeving

Provincie Gelderland Wegenverkeerswet 1994, locatie provinciale weg gemeentes, km Arnhem, Overbetuwe en Lingewaard in .

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels planologische kruimelgevallen

Omgeving

Omgeving

Toestemming voor het bouwen van een agrarische loods op de locatie Oude Weistraat 54 te Velddriel zaaknummer ODR2519083

Omgeving

Omgeving

Toestemming voor het realiseren van huisvesting op de locatie Hoevenseweg 13 te Velddriel zaaknummer ODR2612320

Omgeving

Omgeving

Provincie Gelderland Wegenverkeerswet 1994 in de gemeentes, Brummen, Rheden, Doesburg, Bronckhorst, Zutphen, Apeldoorn en Voorst.

Omgeving

Omgeving

Melding voor het verwijderen van twee kozijnen op de locatie Sellikstraat 4 te Velddriel zaaknummer ODR2604522

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzingsbesluit buitengewoon opsporingsambtenaar als toezichthouder in de zin van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (verder te noemen Awb)

Omgeving

Omgeving

Toestemming voor het bouwen van een agrarische loods op de locatie Oude Weistraat 54 te Velddriel zaaknummer ODR2519083

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel veilige jaarwisseling Maasdriel