Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 PZH-2026-893863794 tot openstelling van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland voor pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke...

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-23

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Provincie Zuid-Holland

Informatie

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 PZH-2026-893863794 tot openstelling van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland voor pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026) Gedeputeerde staten van Zuid-Holland; Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland en artikel 1.2 en 3.1 van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland; Overwegende dat: -het noodzakelijk is de doelstellingen uit het Grondstoffenakkoord 2017 ten aanzien van een volledig circulaire economie in 2050 te halen; -het hiervoor noodzakelijk is het gebruik van primaire fossiele grondstoffen, mineralen en metalen te verminderen; -uit de beleidsverkenning ‘Kritieke grondstoffen en het belang voor de economie en energie van Zuid-Holland’, vastgesteld door gedeputeerde staten op 16 juni 2026, blijkt dat de provincie een positief verschil kan maken door te werken aan een gunstig ecosysteem voor kritieke grondstoffen; -het daarom wenselijk is om door middel van pilots proeven en innovaties te stimuleren om het gebruik van kritieke grondstoffen in Zuid-Holland te verminderen; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In aanvulling op artikel 1.1 van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder: -circulariteit van kritieke grondstoffen: behouden, terugwinnen en opnieuw inzetten van kritieke grondstoffen gedurende hun levenscyclus in producten en processen; -kritieke grondstoffen: grondstoffen, genoemd in Bijlage II van de Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252). Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1.Subsidie kan worden verstrekt voor pilots ten behoeve van circulariteit van kritieke grondstoffen.2.Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.3.Het project, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan circulariteit van kritieke grondstoffen en daarmee aan een vermindering van het gebruik van primaire kritieke grondstoffen in Zuid-Holland en minder energieverbruik. Artikel 3 Subsidievereisten In aanvulling op artikel 3.3 van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten: a.het project is een pilot gericht op het thema maakindustrie; b.het project is gericht op experimentele ontwikkeling; c.de subsidie-aanvraag behaalt minimaal 20 punten op de beoordelingscriteria in artikel 6, eerste lid; d.het project sluit aan bij één van de circulariteitsstrategieën, gekoppeld aan de R-ladder; e.het project sluit aan bij ten minste één van de volgende nationale routekaarten: 1°.Routekaart Batterijen; 2°.Routekaart Kritieke Materialen; 3°.Routekaart Machinebouw. Artikel 4 Aanvraagperiode 1.In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidie-aanvragen ingediend binnen de tenderperiode van 14 augustus tot en met 2 oktober 2026.2.Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode is ontvangen. Artikel 5 Deelplafond Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 4, vast op €300.000. Artikel 6 Verdelingswijze 1.In aanvulling op artikel 3.5 van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland worden volledige subsidie-aanvragen gerangschikt en wordt het aantal punten berekend door de som te nemen van de punten behaald voor ieder afzonderlijk beoordelingscriterium, waarbij: a.voor ieder van de beoordelingscriteria, genoemd in artikel 3.5, derde lid, van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland punten kunnen worden behaald van nul tot en met vijf; en b.de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland, een wegingsfactor hebben van: 1°.3 voor het criterium, genoemd onder b, mate van impact; 2°.2 voor het criterium, genoemd onder a, mate van fundamenteel vernieuwend; 3°.1 voor het criterium, genoemd onder c, mate van haalbaarheid van het project. 2.Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de onderlinge rangorde van die aanvragen bepaald door het hoogste aantal punten behaald voor het criterium, genoemd in artikel 3.5, derde lid, onder b, van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland.3.Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de onderlinge rangorde van die aanvragen bepaald door het hoogste aantal punten behaald voor het criterium, genoemd in artikel 3.5, derde lid, onder a, van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland.4.Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de onderlinge rangorde van die aanvragen bepaald door loting. Artikel 7 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst. Artikel 8 Werkingsduur en overgangsrecht Dit besluit vervalt op 31 december 2026, met dien verstande dat dit besluit van kracht blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. Artikel 9 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026. Den Haag, 14 juli 2026 Gedeputeerde staten van Zuid-Holland drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris mr. A.W. Kolff, voorzitter Toelichting behorende bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 PZH-2026-893863794 tot openstelling van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland voor pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026) I. Algemeen De toelevering van grondstoffen wordt internationaal steeds dwingender ingezet als geopolitiek drukmiddel. Denk aan China die de export van chips naar Europa stilzet naar aanleiding van een conflict over het bestuur van de Nederlands-Chinese chipfabrikant Nexperia (najaar 2025). Of kijk naar de Verenigde Staten die de winning van grondstoffen in Oekraïne als voorwaarde stelt voor steun aan Oekraïne in de strijd tegen Rusland (2024-2025). En die druk blijkt effectief. In Europa ervaren we in toenemende mate dat een haperende toelevering van grondstoffen een grote impact kan hebben op alle geledingen van onze economie en samenleving. De adviezen van Peter Wennink (2025) en Mario Draghi (2024) over de economische weerbaarheid van respectievelijk Nederland en de Europese Unie, benadrukken beiden het belang van een sterkere strategische onafhankelijkheid van Europa. Daarbij speelt de toeleveringszekerheid van kritieke grondstoffen (in het Engels: Critical Raw Materials, CRMs) een hoofdrol. Naast deze meer strategische relevantie van kritieke grondstoffen, zijn CRMs ook doorslaggevend voor de energietransitie, defensie, de digitale transitie, de zorg en het opbouwen van een circulaire economie. De Europese Commissie stelt voor de Europese Unie vast welke materialen behoren tot de groep van kritieke grondstoffen. Dat deed zij voor het laatst in de Critical Raw Materials Act (CRMA, 2024), waarin 34 metalen en mineralen zijn opgenomen. Daarbij gelden twee voorwaarden: 1.De grondstoffen zijn van groot belang voor de Europese economie. 2.Zij hebben een groot toeleveringsrisico: als deze toelevering stokt kan dat grote schade met zich meebrengen voor de economie en het welzijn van de Europese lidstaten en burgers. Deze kritieke grondstoffen zijn van doorslaggevend belang voor alle maatschappelijke sectoren. Drones, computers, medische apparatuur (zoals MRI- technologie en röntgenapparaten), windmolens: kritieke grondstoffen zitten overal in. Op dit moment worden vrijwel alle benodigde kritieke grondstoffen geïmporteerd. Hierdoor heeft (ook) Zuid-Holland een massale afhankelijkheid van enkele landen. Zuid-Holland heeft een grote voorraad aan deze grondstoffen. Bijvoorbeeld: de circa 336 windmolens die in Zuid-Holland op het land staan zijn samen goed voor zo'n 170 ton aan kritieke grondstoffen (vooral neodymium uit de magneten). Ongeveer 300.000 zonnepanelen bevatten zo'n 1,5 miljoen kilo aan kritieke grondstoffen (vooral koper en aluminium). Ook smartphones, elektrische auto’s, fietsaccu’s, medische apparatuur herbergen grote voorraden aan waardevolle grondstoffen. Het gros van deze grondstoffen wordt niet herwonnen, een deel belandt als afval in verbrandingsovens of wordt geëxporteerd naar China of een ander land buiten de EU, waar alsnog waardevolle grondstoffen worden herwonnen. Als Europa (waaronder Zuid-Holland) erin slaagt deze einde-levenscyclus producten niet langer als afval te behandelen maar als waardevolle bron voor kritieke grondstoffen, versterkt dat onze grondstofonafhankelijkheid. Kortom: er is vanuit geopolitiek en ecologisch oogpunt veel winst te behalen door kritieke grondstoffen te herwinnen uit producten die aan het einde zitten van hun eerste levenscyclus. De hamvraag is hoe dit op een economisch verantwoorde wijze te organiseren. Meer informatie over de rol van de provincie ten aanzien van kritieke grondstoffen is te lezen in de beleidsverkenning ‘Kritieke grondstoffen en het belang voor de economie en energie van Zuid-Holland’ vastgesteld door gedeputeerde staten op 16 juni 2026. Dit openstellingsbesluit maakt het mogelijk om voor pilots betreffende kritieke grondstoffen subsidie te verlenen en is opgesteld als een invulling van het transitiethema maakindustrie (artikel 3.1, eerste lid, onder b, van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland). De Subsidieregeling circulair Zuid-Holland (hierna: de regeling) subsidieert pilots, omdat zij een cruciale en belangrijke rol spelen in het op gang brengen van de transitie naar een circulaire economie en samenleving. Deze subsidieregeling is beleidsmatig gebaseerd op de provinciale beleidsnota ‘Innovaties in circulaire transities’. Juridisch kader De juridische grondslag van dit openstellingsbesluit is artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (hierna: de Asv) en artikelen 1.2 en 3.1 van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland (hierna: de regeling). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in dit openstellingsbesluit is vastgelegd, maar in de Asv en de regeling. In de Asv wordt onder meer geregeld wat de beslistermijnen zijn voor gedeputeerde staten, wat de algemene verplichtingen zijn voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht, alsook wat de algemene weigeringsgronden zijn, en de algemene niet-subsidiabele kosten. In de regeling is voor activiteiten die bijdragen aan de circulaire transitie verder onder meer uitgewerkt wat er voor subsidieverstrekking voor die activiteiten geldt ten aanzien van subsidiabele kosten, specifieke weigeringsgronden, bevoorschotting en betaling, de doelgroep, subsidievereisten, subsidiehoogte en verdelingswijze en beoordelingscriteria. In dit openstellingsbesluit zijn voor onder andere de subsidievereisten, de verdelingswijze en beoordelingscriteria, nadere regels gesteld. Dit openstellingsbesluit moet dus worden gelezen in samenhang met de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland en de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland. Daarbij is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Voor wat betreft staatssteun geldt dat in de regeling gebruik wordt gemaakt van de algemene groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187)). Voor de subsidieverstrekking voor pilots (paragraaf 3 van de regeling) wordt in de regeling specifiek gebruik gemaakt van de artikelen 25 (Steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten) en 29 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (Steun voor proces- en organisatie-innovatie). In dit openstellingsbesluit wordt toepassing gegeven aan de voorwaarden die ten aanzien van de toepassing van artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening in de regeling zijn opgenomen. Dit openstellingsbesluit voldoet daarmee ook aan de voorwaarden van de algemene groepsvrijstellingsverordening. De regeling is kennisgegeven bij de Europese commissie. II. Artikelsgewijs Artikel 1 Op dit openstellingsbesluit zijn de begripsbepalingen van artikel 1.1 van de regeling van toepassing. Kritieke grondstoffen worden als volgt gedefinieerd: De grondstoffen die economisch gezien het belangrijkst zijn en waarvoor het risico het grootst is dat de aanvoer ervan stokt. Bepaalde sectoren zijn van bijzonder strategisch belang voor de doelstellingen van de EU op het gebied van hernieuwbare energie, digitalisering, ruimtevaart en defensie. Naast een lijst van 34 kritieke grondstoffen, is er ook een lijst opgesteld met strategische grondstoffen* (in oranje in onderstaande afbeelding): dit zijn materialen waarvan de vraag naar verwachting exponentieel zal toenemen, met een complex productieproces en dus een groter risico op leveringsproblemen. De lijst is te vinden via: Verordening Kritieke grondstoffen. Figuur 1: Overzicht van de 34 kritieke grondstoffen (bron: Europese Raad, Verordening Kritieke Grondstoffen). Artikel 2 Op grond van artikel 2, eerste lid, van dit openstellingsbesluit kan subsidie worden verstrekt voor pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026. Een pilot is in artikel 1.1 van de regeling omschreven als een proef of innovatie die in de praktijk wordt uitgevoerd als oplossing voor een maatschappelijk probleem voor een circulaire samenleving. Op grond van artikel 3.2 van de regeling kan een aanvraag voor subsidie voor pilots uitsluitend worden verstrekt aan privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen. Pilots moeten voldoen aan een vermindering van het gebruik van primaire kritieke grondstoffen in Zuid-Holland en minder energieverbruik. Bij minder energieverbruik wordt gekeken naar mondiaal niveau. Artikel 3 In artikel 3 van het openstellingsbesluit staan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen. Ook in artikel 3.3 van de regeling staan vereisten. Aan al deze vereisten moet worden voldaan. Een van de vereisten is dat het moet gaan om een pilot. Dit begrip is omschreven in artikel 1.1 van de regeling. Een ander vereiste is dat het project is gericht op experimentele ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1 van de regeling omschreven onder verwijzing naar artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. In dat artikelonderdeel wordt experimentele ontwikkeling omschreven als: “het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten, daaronder begrepen digitale producten, processen of diensten, ongeacht domein, technologie, bedrijfstak of sector (met inbegrip van, doch niet beperkt tot digitale bedrijfstakken en technologieën, zoals supercomputers, kwantumtechnologie, blockchaintechnologie, artificiële intelligentie, cyberbeveiliging, big data en cloudtechnologie). Dit kan bijvoorbeeld ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele formulering, planning en documentering van nieuwe producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels vaststaan. Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatiedoeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden.” Het project moet aansluiten bij de circulariteitsstrategieën van de R-ladder: Figuur 2: Schematische weergave van de R-ladder Algemene toelichting op de R-ladder: •de producten overbodig worden door van de functie af te zien, of die met een ander fundamenteel vernieuwend product te zien (refuse); •productgebruik wordt geïntensiveerd, bijvoorbeeld door het delen of het maken van multifunctionele producten (rethink); •producten efficiënter gefabriceerd worden door minder grondstoffen en materialen in het product of tijdens het gebruik ervan (reduce); •het project richt zicht op hergebruik van afgedankt, nog goede producten die dezelfde functie kunnen vervullen voor andere gebruikers (re-use); •het project richt zich op repair, refurbish, remanufacture en/of repurpose door: ○reparatie en onderhoud van kapotte producten voor gebruik in de oude functie(s) (repair); ○het opknappen of moderniseren van oude producten (refurbish); ○onderdelen van afgedankte producten te gebruiken in nieuwe producten met dezelfde functie (remanufacture); ○afgedankte producten of onderdelen daarvan te gebruiken in nieuwe producten met een andere functie (repurpose); •het project richt zich op recyclen, door materialen te verwerken tot dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) kwaliteit. •Verbranding: verbranding is het minst gewenst. Dan gaan immers energie en waardevolle grondstoffen verloren. Dus dit is alléén een optie als er echt geen andere mogelijkheden meer. Een laatste vereiste is dat het project aansluit bij minimaal één van de nationale routekaarten: Kritieke Materialen, Machinebouw en/of Batterijen. De routekaarten zijn te vinden via: https://circulairemaakindustrie.nl/routekaarten/. Voor de routekaart kritieke materialen gaan we uit van de selectie van materialen zoals beschreven in het hoofdstuk ‘afbakening’: elektronica, consumentenstromen, industriële stromen en materialen uit metallisch afval/schroot, het recyclen van kritieke metalen (zeldzame aardmetalen) uit permanente magneten uit windturbines (en niet andere typen magneten zoals samarium kobalt magneten) en recyclen van (kritieke) grondstoffen uit zonnepanelen. In de aanvraag wordt gevraagd om de aansluiting bij de routekaart te beargumenteren. Artikel 5 Deelplafond De subsidiehoogte van het project is vastgesteld in artikel 3.4, eerste lid, van de regeling, en bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,00. Het subsidiepercentage van artikel 3.4, eerste lid, van de regeling kan worden verhoogd met: a.10% indien de aanvrager een middelgrote onderneming is; b.20% indien de aanvrager een kleine onderneming is; c.15% indien aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: i.het project behelst daadwerkelijke samenwerking tussen: 1°.ondernemingen waarvan er ten minste één een kleine of middelgrote onderneming is en geen van de ondernemingen meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening neemt; of 2°.een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in subsidiabele komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren; ii.de projectresultaten worden ruim verspreid via conferenties, publicaties, open access-repositories of gratis of opensource-software. De subsidiabele kosten voor pilots gericht op experimentele ontwikkeling staan in artikel 1.3, eerste lid, van de regeling. Die kosten zijn in lijn met de algemene groepsvrijstellingsverordening. Deze kosten zijn, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie: a.personeelskosten: onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezig houden; b.kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project; c.kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project; d.kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm’s length-voorwaarden worden gekocht of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluiten voor het project worden gebruikt; e.bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien. In artikel 2.5 van de Asv staan algemene kosten die in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking komen. Voor wat betreft bevoorschotting en betaling geldt op grond van artikel 1.7 van de regeling dat het voorschot voor subsidies van € 25.000,- en hoger maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag bedraagt en dat het voorschot op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen wordt uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald. In artikel 1.5 van de regeling zijn in aanvulling op de algemene verplichtingen in de Asv, specifieke verplichtingen van de subsidie-ontvanger opgenomen. Deze verplichtingen zijn in ieder geval: a.de bevindingen en resultaten van het project worden toegankelijk gemaakt voor derden; b.er wordt medewerking verleend aan kennisdeling over het project via de provincie; c.het project is binnen 3 jaar na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking gerealiseerd. Van deze termijn is verlening mogelijk. Ten aanzien van verantwoording geldt dat, gelet op de toepasselijke Europese staatssteunregelgeving, en op grond van artikel 1.8 van de regeling, artikel 4.3, eerste en tweede lid, van de Asv van overeenkomstige toepassing is, met uitzondering van een door een onafhankelijke account afgegeven verklaring. Dit betekent dat de aanvraag voor subsidievaststelling in ieder geval vergezeld gaat van een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, en ook van een financieel verslag, of een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarin de gesubsidieerde activiteiten afzonderlijk zijn verantwoord. Op grond van artikel 1.4 van de regeling wordt de subsidie in aanvulling op artikel 2.6 van de Asv voor zover hier van belang ten slotte geweigerd als: a.de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; b.voor zover er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening; c.voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale subsidieregeling; d.de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000,00 voor pilots; e.de totale projectkosten minder bedraagt dan: € 50.000,00 voor pilots. Artikel 6 Verdelingswijze Alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden gerangschikt. Om de rangschikking te bepalen worden de aanvragen getoetst aan de drie criteria, genoemd in artikel 3.5, derde lid, van de regeling. Per criterium kan 0 tot en met 5 punten behaald worden. Aan elk criterium is een wegingsfactor toegekend. De totaal behaalde puntenscore op basis van de beoordelingscriteria wordt berekend door per criterium het aantal behaalde punten te vermenigvuldigen met de wegingsfactor. Vervolgens worden alle scores op de criteria bij elkaar opgeteld. Toelichting beoordelingscriteria (artikel 6, eerste lid, onder a) In de regeling staan in artikel 3.5, derde lid, de volgende beoordelingscriteria: •Fundamenteel vernieuwend; •Impact; •Haalbaarheid. Voor een uitgebreidere toelichting op die criteria wordt verwezen naar de regeling. Die toelichting is de basis voor de scores per criterium. CRITERIUM 1: mate van fundamenteel vernieuwend Nieuwe manier van denken Bij de nieuwe manieren van denken wordt in de regeling verwezen naar de circulariteitsstrategieën van de R-ladder: Het project moet aansluiten bij de circulariteitsstrategieën van de R-ladder: Figuur 3: Schematische weergave van de R-ladder Algemene toelichting op de R-ladder: •de producten overbodig worden door van de functie af te zien, of die met een ander fundamenteel vernieuwend product te zien (refuse); •productgebruik wordt geïntensiveerd, bijvoorbeeld door het delen of het maken van multifunctionele producten (rethink); •producten efficiënter gefabriceerd worden door minder grondstoffen en materialen in het product of tijdens het gebruik ervan (reduce); •het project richt zicht op hergebruik van afgedankt, nog goede producten die dezelfde functie kunnen vervullen voor andere gebruikers (re-use); •het project richt zich op repair, refurbish, remanufacture en/of repurpose door: ○reparatie en onderhoud van kapotte producten voor gebruik in de oude functie(s) (repair); ○het opknappen of moderniseren van oude producten (refurbish); ○onderdelen van afgedankte producten te gebruiken in nieuwe producten met dezelfde functie (remanufacture); ○afgedankte producten of onderdelen daarvan te gebruiken in nieuwe producten met een andere functie (repurpose); •het project richt zich op recyclen, door materialen te verwerken tot dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) kwaliteit. •Verbranding: verbranding is het minst gewenst. Dan gaan immers energie en waardevolle grondstoffen verloren. Dus dit is alléén een optie als er echt geen andere mogelijkheden meer. Nieuwe manier van organiseren In samenhang wordt gekeken naar de volgende aspecten: Welke partners zijn betrokken: •de partijen die belangrijk zijn om het project tot een goed einde te brengen zijn betrokken, wanneer het project een locatie op het oog heeft is een gemeente ook betrokken; •naast direct betrokken partijen ondersteunen zo nodig ook andere relevante partijen het project; •bij ontbrekende partijen: er is een (plausibele) onderbouwing voor het ontbreken van de partij(en) en/of een plan om hen alsnog te betrekken. Samenwerking tussen de partners: •de partijen hebben een andere financiële samenwerking opgezet dan in een lineaire samenwerking; •de partijen hebben een andere verantwoordelijkheid tot elkaar dan in een lineaire samenwerking; •de partijen hebben op een andere manier de samenwerking tussen de ketenpartners vastgelegd. Nieuwe manier van doen Nieuw denken en organiseren moet ook leiden tot nieuw doen (nieuwe praktijken). Verandert het routines en handelingen? Lokt het ander gedrag van publieke en private partijen uit? Voor het doorbreken van routines of het aanpassen van gedrag weegt mee welke voordelen dit alternatieve gedrag met zich meebrengt. In samenhang wordt gekeken naar de volgende aspecten: -het project breekt dagelijkse routines en handelingen en/of het lokt ander gedrag uit bij de producenten, vervoerder, (eind)gebruiker; -dit gedrag wordt aannemelijk geprikkeld, door middel van een ‘benefit’ in de zin van: ○een economische opbrengst (c.q. minder kosten). ○transactiekosten (‘kosten’ niet in letterlijke financiële zin, maar breder: moeite doen of tijd besteden valt hier ook onder). ○niet-materiele opbrengsten/voordelen (bijv. ideologisch, status, zelfontplooiing, natuurwaarden); -het is aannemelijk dat deze benefits sterk genoeg zijn zodat de eindgebruiker het gedrag daarop aanpast; -het nieuwe gedrag is niet eenmalig maar heeft de potentie om de standaard gang van zaken te worden. Scores fundamenteel vernieuwend Op basis van bovenstaande aspecten (nieuwe manieren van denken, doen en organiseren) en in samenhang met elkaar wordt de mate van fundamenteel vernieuwend zeer slecht, slecht, matig, voldoende, goed of zeer goed gekwalificeerd: 0 punten bij kwalificatie zeer slecht 1 punt bij kwalificatie slecht 2 punten bij kwalificatie matig 3 punten bij kwalificatie voldoende 4 punten bij kwalificatie goed 5 punten bij kwalificatie zeer goed CRITERIUM 2: mate van impact Materiële impact Bij materiële impact betreft het de directe resultaten, zoals de vermindering van CO₂-uitstoot of de afname van materiaal- en grondstoffengebruik in de totale keten c.q. over de totale levensduur. Het nader onderzoeken kan in dat geval onderdeel worden van het project, na indiening, indien aannemelijk is gemaakt dat de potentie tot reductie op materieel gebied bestaat. In samenhang wordt gekeken naar de volgende aspecten: •het project heeft direct materieel resultaat in de vorm van verminderd (primair, biotisch of abiotisch) materiaal- of grondstoffenverbruik; •het project heeft direct materieel resultaat in de vorm van CO2-reductie ; •de materiële claim is (plausibel) onderbouwd door onderzoek(en) of is aannemelijk gemaakt. Iconische impact Bij iconische impact wordt gekeken naar een verandering in gangbare ideeën, de dominante maatschappelijke discussie en onderliggende dominante modellen of theorieën. In samenhang wordt gekeken naar de volgende aspecten: •het project heeft de potentie om een breed publiek te bereiken; •het project fungeert als icoon voor de (achterliggende) visie en zet aan tot nieuw denken; •het project brengt een discussie op gang op maatschappelijk gebied of op gebied van beleid. Maatschappelijke impact Groepen worden beïnvloed door de transitie, wat vragen oproept over inclusiviteit, rechtvaardigheid, betaalbaarheid en meer. De mate waarin groepen kunnen participeren en waarin de noden van specifieke groepen worden meegenomen bepaalt de maatschappelijke impact. In samenhang wordt gekeken naar de volgende aspecten: •de maatschappelijke impact (zowel positief als negatief) is omschreven meegenomen in het project; •met de maatschappelijke impact (zowel positief als negatief) wordt rekening gehouden in het project (verkleinen negatief en vergroten positief); •de aanvrager heeft in kaart gebracht of, en welke, groep(en) worden benadeeld door de beoogde transitie. Scores mate van impact Op basis van bovenstaande aspecten van impact en in samenhang met elkaar wordt de mate van impact zeer slecht, slecht, matig, voldoende, goed of zeer goed gekwalificeerd: 0 punten bij kwalificatie zeer slecht 1 punt bij kwalificatie slecht 2 punten bij kwalificatie matig 3 punten bij kwalificatie voldoende 4 punten bij kwalificatie goed 5 punten bij kwalificatie zeer goed CRITERIUM 3: mate van haalbaarheid Bij de score op haalbaarheid wordt in samenhang gekeken naar de volgende aspecten: -De kwaliteit van het plan van aanpak: ○de kwaliteit van de uitwerking van het plan; ○de mate van volledigheid van het plan; ○de inschatting van de uitvoering van het plan; ○het plan wekt vertrouwen voor de uitvoering. ○het plan, de beoogde impact en de mate fundamentele vernieuwendheid staan in verhouding tot het aangevraagde subsidiebedrag. -De kwaliteit en samenstelling van het samenwerkingsverband en het team. Het gaat hier om de samenstelling, de competenties van de individuen of partijen en de ervaring met veranderprojecten: ○het team heeft een diverse samenstelling van verschillende kwaliteiten en achtergronden, waarbij er gekeken wordt of er rekening is gehouden met initiatieven van onderop zoals sociale ondernemers; ○alle benodigde kwaliteiten en achtergronden zijn aanwezig in het team; ○indien kwaliteiten of achtergronden ontbreken wordt (plausibel) onderbouwd hoe dit wordt opgevangen gedurende het project; ○het team wekt vertrouwen over de uitvoer van het project door eerder bewezen kwaliteiten, ofwel in de voorbereiding op dit project ofwel in eerdere projecten. -De oriëntatie op de uitvoerbaarheid van de innovatie in de praktijk: ○de context waarin het project zich bevindt is omschreven; ○het project bevindt zich in een omgeving waar de haalbaarheid wordt gestimuleerd, doordat er steun, betrokkenheid, enthousiasme en eigenaarschap vanuit diverse netwerken voor het initiatief is; ○het project sluit aan bij urgenties en noden van betrokkenen, of speelt slim in op de kansen en crises in de omgeving; ○niet alleen de uitvoerbaarheid van het doorbraakproject maar er wordt ook inzicht gegeven in de toekomstige uitvoerbaarheid van in de gewone praktijk en mogelijke obstakels daarvoor. Scores mate van haalbaarheid Op basis van bovenstaande aspecten en in samenhang met elkaar wordt de mate van haalbaarheid zeer slecht, slecht, matig, voldoende, goed of zeer goed gekwalificeerd: 0 punten bij kwalificatie zeer slecht 1 punt bij kwalificatie slecht 2 punten bij kwalificatie matig 3 punten bij kwalificatie voldoende 4 punten bij kwalificatie goed 5 punten bij kwalificatie zeer goed. Toelichting wegingsfactoren (artikel 6, eerste lid, onder b) Het doel van de regeling en deze openstelling is om pilots te stimuleren en te ondersteunen. De puntenscore per criterium wordt vermenigvuldigd met een wegingsfactor. De volgende wegingsfactoren zijn van toepassing: I.3 voor het criterium, genoemd onder b, mate van impact; II.2 voor het criterium, genoemd onder a, mate van fundamenteel vernieuwend; III.1 voor het criterium, genoemd onder c, haalbaarheid van het project De rangschikking wordt gemaakt op de scores op deze criteria in combinatie met de wegingsfactor. Impact heeft als wegingsfactor 3, omdat dit criterium voor de innovatie het meest belangrijke aspect is en omdat de verschillende vormen van impact belangrijk zijn om een bijdrage te leveren aan de systeemverandering en tezamen een succesvolle pilot maken. Fundamenteel vernieuwend heeft als wegingsfactor 2. Het gaat hierbij om de nieuwe manieren van denken, doen en organiseren die daartoe moeten leiden. Hoe fundamenteler gewerkt wordt aan de vernieuwing en daarmee aan de transitie van een circulaire economie hoe beter het is. Haalbaarheid heeft als wegingsfactor 1, omdat dit aspect op orde moet zijn voor een goede uitvoering in de praktijk. De randvoorwaarden moeten in beeld zijn en indien nodig de beheersmaatregelen.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 PZH-2026-893863794 tot openstelling van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland voor pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke..."

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 (PZH-2026-893417452) bevoegdheden Zonnepark Zon op Slufter in Rotterdam op grond van artikel 6.2 Energiewet en artikel 5.16 Omgevingswet

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 PZH-2026-893863794 tot openstelling van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland voor pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke...

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Programma Stadsnatuur Gorinchem

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking van voornemen tot vestigen van een recht van opstal op gemeentegrond Zaltbommel

Mededelingen

Mededelingen

Nota Grondbeleid 2026

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving ter inzagelegging ontwerp-projectbesluit Energiesysteem Eerbeek met landschappelijke inpassing

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 18 november 2025, PZH-2025-882003266, tot vaststelling van het hoofdplafond en deelplafonds voor 2026 voor de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (Besluit hoofdplafond en deelplafonds 2026...

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 december 2025, PZH-2025-883611282 tot vaststelling van de Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026 (Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026)

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, houdende vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten (Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026)

APV

APV

Regeling Europese landbouw subsidies Zuid-Holland

Mededelingen

Mededelingen

Dienstverleningshandvest Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2026

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe houdende de intrekking van mandaatbesluit maatwerkovereenkomsten Wmo/Jeugd