Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten tot vaststelling van de Subsidieregeling professionele organisaties Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-10-01
Gepubliceerd door
Gemeente Eijsden-Margraten
Informatie
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten tot vaststelling van de Subsidieregeling professionele organisaties Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Eijsden-Margraten 2026; overwegende dat de gemeente op grond van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Participatiewet, de Wet publieke gezondheid en de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen verantwoordelijk is voor het organiseren van voorzieningen binnen het sociaal domein; overwegende dat de uitvoering van deze wettelijke taken vraagt om een samenhangende en stabiele sociale basis waarin preventie, vroegsignalering, laagdrempelige ondersteuning en samenwerking met professionele organisaties centraal staan; overwegende dat de gemeente inzet op het versterken van zelfredzaamheid, participatie, gezondheid, inclusie en bestaanszekerheid van haar inwoners en op het voorkomen, verminderen of uitstellen van zwaardere vormen van ondersteuning, zorg en hulpverlening; overwegende dat voor de uitvoering van deze taken structurele samenwerking noodzakelijk is met professionele organisaties die beschikken over voldoende deskundigheid, organisatorische continuïteit en uitvoeringscapaciteit; overwegende dat het gewenst is om de continuïteit, kwaliteit, doelmatigheid en samenhang in de uitvoering van gemeentelijke taken binnen het sociaal domein te borgen en daarom samenhangende activiteiten in samenhang te stimuleren; besluit vast te stellen de volgende regeling: Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Asv: Algemene subsidieverordening Eijsden-Margraten 2026;cluster: samenhangend beleidsdomein met gebundelde en samenhangende activiteiten binnen het sociaal domein;inwoners: inwoners van de gemeente Eijsden-Margraten;positieve gezondheid: benadering waarbij gezondheid wordt gezien als het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen;preventie: activiteiten gericht op het voorkomen of vroegtijdig signaleren van problemen binnen het sociaal domein;professionele organisatie: rechtspersoon zonder winstoogmerk;sociaal domein: geheel van taken en voorzieningen waarmee de overheid burgers ondersteunt om mee te doen in de samenleving;sociale basis: geheel van professionele voorzieningen en netwerken die bijdragen aan maatschappelijke participatie, zelfredzaamheid en inclusie;structurele activiteiten: activiteiten binnen een cluster als bedoeld in artikel 3. Artikel 2. Doel Deze regeling is gericht op het borgen van continuïteit in de uitvoering van structurele taken binnen het sociaal domein, het bevorderen van participatie, gezondheid, inclusie en bestaanszekerheid van inwoners en het voorkomen, verminderen of uitstellen van zwaardere vormen van ondersteuning, zorg en hulpverlening. Artikel 3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor structurele activiteiten die vallen binnen een van de volgende clusters en bijbehorende takenpakketten: a.Sociale basis: activiteiten gericht op het versterken van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie en inclusie, met het volgende takenpakket: -algemeen maatschappelijk werk; -schoolmaatschappelijk werk; -ambulant jeugd- en jongerenwerk; -opvoed- en opgroeiondersteuning; en -versterking van informele netwerken en gemeenschapsvorming. b.Praktijkondersteuning Jeugd bij huisartsen: activiteiten gericht op ondersteuning van jeugdigen en hun ouders binnen de huisartsenzorg, met het volgende takenpakket: -verheldering van hulpvragen en triage; -kortdurende begeleiding en doorgeleiding naar passende ondersteuning; en -afstemming met gemeentelijke toegang en jeugdketen. c.Cliënt- en mantelzorgondersteuning: activiteiten gericht op onafhankelijke cliënt- en mantelzorgondersteuning, met het volgende takenpakket: -onafhankelijke cliëntondersteuning; -ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities; -versterken van eigen regie en zelfredzaamheid; -signalering en nazorg ter voorkoming van terugval of zwaardere ondersteuning (waakvlamfunctie); en -mantelzorgondersteuning. d.Bestaanszekerheid: activiteiten gericht op financiële bestaanszekerheid, met het volgende takenpakket: -ondersteuning bij financiële zelfredzaamheid en participatie; en -uitvoering van voorzieningen gericht op maatschappelijke participatie, waaronder minimaregelingen voor jeugd, sport en cultuur. e.Preventie en (positieve) gezondheid: activiteiten gericht op het bevorderen van de mentale en fysieke gezondheid van inwoners, met de volgende takenpakketten; -Takenpakket A: preventie en vroegsignalering van gezondheidsproblematiek en risicogedrag; -Takenpakket B: beweegprogramma’s voor ouderen; -Takenpakket C: ondersteuning van groepen met een verhoogd gezondheidsrisico, gericht op preventie en participatie. f. Bibliotheekwerk: activiteiten gericht op het in stand houden van een volwaardige bibliotheekvoorziening en het uitvoeren van de wettelijke bibliotheekfuncties, met het volgende takenpakket: - leesbevordering en taalontwikkeling; - versterking van basisvaardigheden, waaronder digitale en informatievaardigheden; - mediawijsheid en digitale inclusie; - persoonlijke ontwikkeling en educatie; - ontmoeting, kennisdeling en maatschappelijke participatie; en - bevordering van gelijke kansen door laagdrempelige toegang tot informatie en cultuur. Artikel 4. Aanvraagtermijn 1.Aanvragen worden uiterlijk ingediend op 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.2.In afwijking van het eerste lid geldt voor subsidies die betrekking hebben op het kalenderjaar 2027 dat de aanvraag uiterlijk op 15 november 2026 wordt ingediend. Artikel 5. Eisen aan de aanvrager Burgemeester en wethouders verstrekken subsidie aan: a.een professionele organisatie die: -ervaring heeft met de uitvoering van activiteiten die naar aard, omvang en doelgroep vergelijkbaar zijn met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; -samenwerkt met ketenpartners binnen het sociaal domein; -in de periode van vier jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag geen onherroepelijke bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sanctie opgelegd heeft gekregen wegens een overtreding die rechtstreeks verband houdt met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.een penvoerder namens een samenwerkingsverband van professionele organisaties die allen afzonderlijk voldoen aan de eisen als bedoeld onder a. Artikel 6. Eisen aan de aanvraag 1.In aanvulling op artikel 6 Asv, legt een aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a.een beschrijving van de ervaring met de uitvoering van activiteiten die naar aard, omvang en doelgroep vergelijkbaar zijn met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.een onderbouwing van de wijze waarop de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de doelen en resultaten daarvan aansluiten bij het doel van de regeling als bedoeld in artikel 2; c.een beschrijving van de samenwerkingsstructuur met relevante ketenpartners; d.een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten zijn ingebed in en verbonden met de lokale gemeenschap e.een beschrijving van de wijze waarop de continuïteit van de ondersteuning aan inwoners is geborgd. 2.In afwijking van artikel 6 Asv, legt een aanvrager geen begroting van de activiteiten over. Artikel 7. Hoogte subsidie 1.De subsidie bestaat uit een vast bedrag per subsidieaanvrager per jaar.2.Burgemeester en wethouders stellen bij afzonderlijk besluit het vaste bedrag per subsidieaanvrager per jaar als bedoeld in het eerste lid, vast per takenpakket. Artikel 8. Subsidieplafond Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks bij afzonderlijk besluit een subsidieplafond vast per takenpakket. Artikel 9. Weigeringsgronden Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onder f Asv kunnen burgemeester en wethouders de aanvraag afwijzen als: a.de activiteiten gericht zijn op het maken van winst; b.de activiteiten reeds op grond van een andere gemeentelijke regeling worden gefinancierd. Artikel 10. Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het voor het betrokken takenpakket vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Burgemeester en wethouders rangschikken aanvragen aan de hand van de volgende, gelijkwaardige criteria: a.bijdrage aan het doel van de regeling; b.inbedding in en verbinding met de lokale gemeenschap; c.continuïteit van de ondersteuning aan inwoners. 3.De rangorde wordt vastgesteld op basis van een kwalitatieve beoordeling van deze criteria in onderlinge samenhang.4.Indien twee of meer aanvragen na toepassing van deze beoordelingswijze inhoudelijk niet van elkaar kunnen worden onderscheiden en de plaats in de rangschikking zodanig is dat verstrekking van subsidie voor deze aanvragen zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, wordt de onderlinge rangschikking van deze aanvragen door loting bepaald. Artikel 11. Bevoorschotting De wijze van bevoorschotting wordt in de verleningsbeschikking opgenomen. Artikel 12. Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: a.de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteiten. b.medewerking te verlenen aan door of namens de gemeente uit te voeren evaluatieonderzoeken in het kader van de subsidie; c.eenmaal per kwartaal een monitoringsgesprek te voeren met burgemeester en wethouders; d.desgevraagd maximaal eenmaal per kwartaal de continuïteit van de uitvoering, het bereik van inwoners en de bijdrage aan preventie, participatie en zelfredzaamheid te monitoren, hierover te rapporteren aan burgemeester en wethouders en in dat kader de redelijkerwijs gevraagde informatie te verstrekken; e.desgevraagd maximaal eenmaal per kwartaal de continuïteit van de uitvoering van de wettelijke bibliotheekfuncties te monitoren, hierover te rapporteren aan burgemeester en wethouders en in dat kader de redelijkerwijs gevraagde informatie te verstrekken, indien subsidie wordt ontvangen op grond van artikel 3, onder f. Artikel 13. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 50.000 bevat, in afwijking van artikel 16, tweede lid Asv: a.een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en een aantoonbare bijdrage hebben geleverd aan de gemeentelijke doelstellingen en indien van toepassing een onderbouwde toelichting op afwijkingen ten aanzien van hetgeen is afgesproken; b.een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden totale uitgaven en inkomsten (beknopt financieel verslag of jaarrekening); c.een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d.de laatste controleverklaring die is opgesteld door een onafhankelijk accountant. Artikel 14. Hardheidsclausule Door burgemeester en wethouders kan worden afgeweken van deze regeling als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 15. Evaluatiebepaling Burgemeester en wethouders evalueren deze regeling binnen vier jaar na de inwerkingtreding op doeltreffendheid en effecten in de praktijk. Artikel 16. Overgangsbepaling 1.Indien ten aanzien van de bestaande subsidieontvanger artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en op het moment waarop het nieuwe subsidietijdvak aanvangt nog geen redelijke termijn als bedoeld in dat artikel is verstreken, stellen burgemeester en wethouders voor het resterende gedeelte van die termijn een overgangsperiode vast.2.Gedurende de overgangsperiode kunnen burgemeester en wethouders de subsidie aan de bestaande subsidieontvanger geleidelijk verminderen, voor zover dit verenigbaar is met de ingevolge artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht in acht te nemen redelijke termijn.3.Burgemeester en wethouders stellen voor de overgangsperiode een overgangsplan vast waarin in ieder geval wordt bepaald: a.welke activiteiten gedurende de overgangsperiode door de bestaande subsidieontvanger worden verricht; b.welk subsidiebedrag gedurende de overgangsperiode aan de bestaande subsidieontvanger wordt verleend; en c.welke maatregelen noodzakelijk zijn om de continuïteit en kwaliteit van de activiteiten voor inwoners te waarborgen. Artikel 17. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling professionele organisaties Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026. Artikel 18. Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en is van toepassing op subsidieaanvragen die betrekking hebben op het subsidiejaar 2027 en volgende jaren. Vastgesteld in de vergadering van 22 september 2026 De secretaris, De burgemeester, Toelichting subsidieregeling Burgemeester en wethouders hanteren binnen deze subsidieregeling een clustergewijze subsidiemethodiek, waarbij samenhangende activiteiten worden gebundeld in clusters en bijbehorende takenpakketten. Deze systematiek is gericht op het borgen van continuïteit, kwaliteit, doelmatigheid en samenhang in de uitvoering van gemeentelijke taken binnen het sociaal domein. De subsidie wordt verstrekt als integrale exploitatiesubsidie (lumpsum). Dat betekent dat een vast subsidiebedrag wordt verstrekt dat in beginsel niet afhankelijk is van de werkelijk gemaakte kosten. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Definities Dit artikel bevat de begripsbepalingen die voor de regeling van belang zijn. Daarmee wordt duidelijk hoe bepaalde woorden in deze regeling moeten worden gelezen. Dat voorkomt misverstanden bij de toepassing. Artikel 2 Doel Dit artikel beschrijft het doel van deze subsidieregeling. De regeling is gericht op het borgen van continuïteit in de uitvoering van structurele taken binnen het sociaal domein en op het bevorderen van participatie, gezondheid, inclusie en bestaanszekerheid van inwoners. Hiermee wordt beoogd om zwaardere vormen van ondersteuning, zorg en hulpverlening te voorkomen, verminderen of uit te stellen. Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 3 van de Asv, waarin is bepaald dat burgemeester en wethouders bij subsidieregeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Het artikel bepaalt dat de activiteiten moeten vallen binnen de clusters en bijbehorende takenpakketten die zijn opgesomd en beschreven onder sub a tot en met f. De clusters onder sub a tot en met d en onder f hebben één integraal takenpakket. Het cluster onder sub e kent meerdere, losse takenpakketten. a. Sociale basis: activiteiten gericht op het versterken van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie en inclusie Binnen dit cluster moet een samenhangend takenpakket worden uitgevoerd dat bestaat uit algemeen maatschappelijk werk, schoolmaatschappelijk werk, ambulant jeugd- en jongerenwerk, opvoed- en opgroeiondersteuning en versterking van informele netwerken en gemeenschapsvorming. b. Praktijkondersteuning Jeugd bij huisartsen: activiteiten gericht op ondersteuning van jeugdigen en hun ouders binnen de huisartsenzorg Binnen dit cluster moet een samenhangend takenpakket worden uitgevoerd dat bestaat uit verheldering van hulpvragen en triage, kortdurende begeleiding en doorgeleiding naar passende ondersteuning en afstemming met gemeentelijke toegang en jeugdketen. c. Cliënt- en mantelzorgondersteuning: activiteiten gericht op onafhankelijke cliënt- en mantelzorgondersteuning Binnen dit cluster moet een samenhangend takenpakket worden uitgevoerd dat bestaat uit onafhankelijke cliëntondersteuning, ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities, versterken van eigen regie en zelfredzaamheid, signalering en nazorg ter voorkoming van terugval of zwaardere ondersteuning (waakvlamfunctie) en mantelzorgondersteuning. d. Bestaanszekerheid: activiteiten gericht op financiële bestaanszekerheid Binnen dit cluster moet een samenhangend takenpakket worden uitgevoerd dat bestaat uit ondersteuning bij financiële zelfredzaamheid en participatie en uitvoering van voorzieningen gericht op maatschappelijke participatie, waaronder minimaregelingen voor jeugd, sport en cultuur. e. Preventie en (positieve) gezondheid: activiteiten gericht op het bevorderen van de mentale en fysieke gezondheid van inwoners Vanwege de brede reikwijdte van preventie kent dit cluster, in tegenstelling tot de andere clusters, meerdere takenpakketten. f. Bibliotheekwerk: activiteiten gericht op het in stand houden van een volwaardige bibliotheekvoorziening en het uitvoeren van de wettelijke bibliotheekfuncties Binnen dit cluster moet een samenhangend takenpakket worden uitgevoerd dat bestaat uit leesbevordering en taalontwikkeling, versterking van basisvaardigheden (waaronder digitale vaardigheden en informatievaardigheden), mediawijsheid en digitale inclusie, persoonlijke ontwikkeling en educatie, ontmoeting, kennisdeling en maatschappelijke participatie en bevordering van gelijke kansen door laagdrempelige toegang tot informatie en cultuur. Artikel 4 Aanvraagtermijn In dit artikel is bepaald dat een subsidieaanvraag uiterlijk op 30 september moet zijn ingediend, voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Voor het kalenderjaar 2027 geldt een uitzondering: in dat geval moet de subsidieaanvraag uiterlijk op 15 november 2026 worden ingediend. Artikel 5 Eisen aan de aanvrager Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 3 van de Asv, waarin is bepaald dat burgemeester en wethouders bij subsidieregeling bepalen welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen. Op grond van dit artikel zijn dat professionele organisaties die voldoen aan de eisen die zijn opgesomd onder a. Daarnaast verstrekken burgemeester en wethouders subsidie aan penvoerders namens een samenwerkingsverband van professionele organisaties. Alle professionele organisaties in het samenwerkingsverband moeten dan wel afzonderlijk voldoen aan de eisen die gelden voor professionele organisaties die zelf een subsidie aanvragen. De penvoerder is verantwoordelijk voor het naleven van deze regeling, voor de uitvoering van de activiteiten, voor het nakomen van verplichtingen en voor het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening en -vaststelling. Alle voorschotten en subsidiebedragen die aan de penvoerder worden betaald, gelden als betalingen aan het hele samenwerkingsverband. Artikel 6 Eisen aan de aanvraag Dit artikel bevat aanvullende informatie die bij de subsidieaanvraag moet worden verstrekt, naast de algemene aanvraagvereisten uit artikel 6 van de Algemene subsidieverordening. Van de aanvrager wordt gevraagd een beschrijving te geven van de activiteiten die eerder zijn uitgevoerd en die naar aard, omvang en doelgroep vergelijkbaar zijn met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvrager toont hiermee aan te voldoen aan de eis van ervaring. Daarnaast wordt van de aanvrager gevraagd te onderbouwen op welke wijze de beoogde activiteiten en doelen en resultaten daarvan aansluiten bij het doel van de regeling. Dat is een aanvulling op artikel 6 van de Asv, op grond waarvan de aanvrager de beoogde activiteiten, doelen en resultaten en de samenhang daartussen moet beschrijven. De aanvulling is dat de aanvrager daar nu ook expliciet het verband met het doel van deze subsidieregeling bij moet betrekken. Dat is van belang, omdat dit een indicator is voor de bijdrage aan het doel van de regeling. De mate waarin het doel van de regeling dankzij de activiteiten wordt bereikt, wordt meegewogen in de beoordeling en is daarmee mede bepalend voor de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking. Tevens wordt van de aanvrager gevraagd een beschrijving te geven van de samenwerkingsstructuur met relevante ketenpartners. De aanvrager toont hiermee aan te voldoen aan de eis van samenwerking met ketenpartners binnen het sociaal domein. Ook wordt van de aanvrager gevraagd om te beschrijven op welke wijze de activiteiten zijn ingebed in en verbonden met de lokale gemeenschap. De beschrijving is van belang, omdat de inbedding van de activiteiten in en verbinding van de activiteiten met de lokale gemeenschap worden meegewogen in de beoordeling en daarmee mede bepalend zijn voor de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking. Verder wordt van de aanvrager gevraagd om te beschrijven op welke wijze de continuïteit van de ondersteuning aan inwoners is geborgd. Een aanvrager kan continuïteit zowel aantonen met bestaande activiteiten als met concrete en aannemelijke plannen voor de subsidieperiode, waarin indien nodig wordt beschreven in hoeverre personeel wordt overgenomen, bestaande cliëntrelaties in stand worden houden en gegevensoverdracht wordt georganiseerd. De beschrijving is van belang, omdat de continuïteit van de ondersteuning aan inwoners wordt meegewogen in de beoordeling en daarmee mede bepalend is voor de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking. In het tweede lid is bepaald dat aanvragers geen begroting van de activiteiten hoeven te overleggen. Dit is een afwijking van artikel 6 van de Asv. Deze afwijking is bedoeld om de administratieve lasten te beperken. Aangezien de subsidie wordt verstrekt als integrale exploitatiesubsidie (lumpsum), is geen gedetailleerd inzicht nodig in de wijze waarop de organisatie de subsidie gaat inzetten over de verschillende activiteiten. Er wordt dan ook een vast subsidiebedrag verstrekt dat in beginsel niet afhankelijk is van de werkelijk gemaakte kosten. Artikel 7 Hoogte subsidie Met dit artikel wordt invulling gegeven aan artikel 3 van de Asv, waarin is bepaald dat burgemeester en wethouders bij subsidieregeling bepalen hoe de hoogte van een subsidie wordt berekend. In lijn met de verstrekking van subsidie als integrale exploitatiesubsidie (lumpsum), bestaat de subsidie op grond van het eerste lid uit een vast bedrag. Dit bedrag is in beginsel niet afhankelijk van de werkelijk gemaakte kosten, maar van de activiteiten die zijn opgenomen in het takenpakket van de aanvrager. De activiteiten hangen inhoudelijk met elkaar samen en worden dan ook als samenhangend geheel uitgevoerd. Burgemeester en wethouders stellen de concrete bedragen op grond van het tweede lid vast in een afzonderlijk besluit. Dat is praktisch, omdat bedragen zo eenvoudiger kunnen worden aangepast zonder dat meteen de hele regeling hoeft te worden gewijzigd. Burgemeester en wethouders kunnen daarbij voor verschillende takenpakketten verschillende bedragen vaststellen, indien daarvoor gelet op bijvoorbeeld de geldende beleidskaders en uitvoeringsafspraken aanleiding bestaat. Artikel 8 Subsidieplafond Dit artikel bepaalt dat burgemeester en wethouders jaarlijks bij afzonderlijk besluit een subsidieplafond per takenpakket vaststellen. Artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) definieert een subsidieplafond als: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. Het doel van een subsidieplafond is om openeindregelingen te voorkomen. Dat wordt bereikt doordat artikel 4:25, tweede lid, van de Awb voorschrijft dat een aanvraag om subsidie moet worden afgewezen als het subsidieplafond is bereikt. Met andere woorden: burgemeester en wethouders stellen het bedrag vast dat in een bepaalde periode maximaal voor een takenpakket beschikbaar is. Burgemeester en wethouders kunnen het subsidieplafond verlagen als het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd én de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 9 Weigeringsgronden In de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Sommige van deze gronden geven het bestuursorgaan beleidsvrijheid om te besluiten of een subsidie wordt geweigerd, terwijl andere gronden een verplichting tot weigering inhouden. Van een verplichte weigering is sprake wanneer het subsidieplafond door toekenning van de subsidie zou worden overschreden (artikel 4:25, tweede lid) of wanneer de verstrekking van subsidie naar het oordeel van het bestuursorgaan niet verenigbaar is met het bepaalde in de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, oftewel: de staatssteunregels (artikel 4:35, derde lid). Daarnaast bepaalt artikel 4:35 dat een subsidie kan worden geweigerd indien: -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; -Er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; -Indien de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; -Indien de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. Deze weigeringsgronden zijn in artikel 9 Asv nader uitgewerkt/aangevuld. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat een subsidie in ieder geval kan worden geweigerd: -Als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; -Als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; -Als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; -Als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; -Als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; -In de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. De Asv laat dan ook ruimte om bij subsidieregeling extra weigeringsgronden op te nemen. In artikel 9 is hier gebruik van gemaakt en is bepaald dat een aanvraag kan worden geweigerd indien: a. De activiteiten gericht zijn op het maken van winst Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten die zijn gericht op het behalen van winst. b. De activiteiten reeds op grond van een andere gemeentelijke regeling worden gefinancierd De activiteiten komen niet voor subsidie in aanmerking wanneer voor dezelfde activiteiten al subsidie wordt verstrekt op grond van een andere gemeentelijke regeling. Deze bepaling voorkomt dat dezelfde activiteiten meerdere keren uit gemeentelijke middelen worden gefinancierd. Het hoeft overigens niet te gaan om een andere subsidie; het kan ook gaan om financiering op een andere grondslag dan subsidie, bijvoorbeeld inkoop. Artikel 10 Wijze van verdeling Subsidies worden verstrekt op volgorde van een kwalitatieve rangschikking. Dit betekent een ‘tendersysteem’, waarbij het beschikbare subsidieplafond wordt verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking van de volledige, tijdig ingediende aanvragen. De onderlinge vergelijking vindt plaats op basis van de beoordelingscriteria uit het tweede lid. Bij de beoordeling van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het doel van de regeling, wordt in ieder geval betrokken: a.De aansluiting van de activiteiten bij de behoeften en omstandigheden van de beoogde doelgroep. b.De maatschappelijke betekenis en de te verwachten resultaten van de activiteiten voor inwoners. c.Voor zover relevant, de preventieve werking van de activiteiten. d.De mate waarin de aanvraag voorziet in een betrouwbare, uitvoerbare en bestendige uitvoering van de activiteiten gedurende de subsidieperiode. Bij de beoordeling van de inbedding in en verbinding met de lokale gemeenschap wordt in ieder geval betrokken: a.De wijze waarop de aanvrager inwoners en de beoogde doelgroepen daadwerkelijk bereikt en betrekt. b.De kennis van en aansluiting bij de leefwereld, behoeften en omstandigheden van inwoners. c.De aansluiting van de activiteiten bij relevante lokale behoeften en ontwikkelingen. d.De aanwezigheid van, of concrete plannen voor, relevante samenwerkingsrelaties met lokale organisaties, professionals, inwoners, bewonersinitiatieven of andere partijen. e.De wijze waarop signalen en behoeften vanuit de lokale gemeenschap doorwerken in de uitvoering van de activiteiten. f.De toegankelijkheid en laagdrempeligheid van de activiteiten voor inwoners van de gemeente. Voor een gunstige beoordeling is niet vereist dat de aanvrager in de gemeente is gevestigd, reeds gedurende een bepaalde periode in de gemeente actief is of eerder subsidie van de gemeente heeft ontvangen. Een aanvrager kan lokale inbedding zowel aantonen met bestaande relaties en activiteiten als met concrete en aannemelijke plannen voor de subsidieperiode. Bij de beoordeling van de continuïteit van de ondersteuning aan inwoners wordt in ieder geval betrokken: a.De wijze waarop de aanvrager borgt dat inwoners tijdig en zonder onnodige onderbreking ondersteuning blijven ontvangen. b.De maatregelen die de aanvrager treft om bestaande hulpverleningsrelaties waar dit in het belang van de inwoner wenselijk en mogelijk is, zoveel mogelijk te behouden. c.De maatregelen die de aanvrager treft om risico’s voor de continuïteit tijdig te signaleren en op te vangen. Voor een gunstige beoordeling is niet vereist dat de aanvrager de activiteiten reeds eerder in de gemeente heeft uitgevoerd of eerder subsidie van de gemeente heeft ontvangen. Een aanvrager kan continuïteit zowel aantonen met bestaande activiteiten als met concrete en aannemelijke plannen voor de subsidieperiode, waarin indien nodig wordt beschreven in hoeverre personeel wordt overgenomen, bestaande cliëntrelaties in stand worden houden en gegevensoverdracht wordt georganiseerd. Het derde lid bepaalt dat een gelijkwaardige integrale vergelijking wordt gemaakt tussen de drie beoordelingscriteria. Om schijnexactheid te voorkomen, worden aan de criteria geen punten, percentages of vaste beoordelingscategorieën toegekend. Iedere aanvraag wordt eerst afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de drie criteria en de daarbij behorende beoordelingsaspecten. Vervolgens worden de aanvragen onderling vergeleken. Daarbij wordt per aanvraag bezien welke sterke en minder sterke elementen uit de aanvraag naar voren komen ten aanzien van de criteria en hoe deze zich verhouden tot die van de andere aanvragen. Een aanvraag wordt hoger gerangschikt wanneer uit de vergelijking blijkt dat deze, bezien over de drie criteria gezamenlijk, overtuigender is dan een andere aanvraag. Indien de ene aanvraag op een bepaald criterium overtuigender is en de andere aanvraag op een ander criterium, worden de aard en betekenis van de geconstateerde verschillen in onderlinge samenhang beoordeeld. Omdat de drie criteria gelijkwaardig zijn, wordt daarbij geen van de criteria op voorhand zwaarder gewogen. Burgemeester en wethouders motiveren in dat geval waarom het geheel van de sterke en minder sterke elementen van de ene aanvraag aanleiding geeft deze hoger te rangschikken dan de andere. Het vierde lid voorziet in een regeling voor het geval twee of meer aanvragen na toepassing van deze beoordelingswijze inhoudelijk niet van elkaar kunnen worden onderscheiden en met het oog op het bereiken van het subsidieplafond een nadere rangschikking van deze aanvragen nodig is. In dat geval beslissen burgemeester en wethouders door middel van loting. Artikel 11 Bevoorschotting Dit artikel regelt dat de wijze van bevoorschotting in de verleningsbeschikking wordt opgenomen. In de verleningsbeschikking kunnen bijvoorbeeld de hoogte of de berekeningswijze, het tijdstip en de frequentie van voorschotten worden opgenomen. Artikel 12 Verplichtingen Artikel 4:37, eerste lid, van de Awb bepaalt dat aan de subsidieontvanger verplichtingen kunnen worden opgelegd met betrekking tot: -de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; -de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; -het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; -de te verzekeren risico’s; -het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; -het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; -het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden; -het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover. Op grond van artikel 4:38, eerste lid, van de Awb kan het bestuursorgaan daarnaast ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Artikel 4:39 van de Awb bepaalt dat verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie slechts aan de subsidie kunnen worden verbonden voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. Dergelijke verplichtingen kunnen bovendien slechts betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In artikel 11 en 12 van de Asv is hieraan invulling gegeven. Artikel 11 bevat een meldingsplicht en informatieplicht voor de subsidieontvanger. Op grond van dat artikel moet de subsidieontvanger melden indien aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. Daarnaast moeten burgemeester en wethouders worden geïnformeerd over: -beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; -relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; -ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; -wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. Artikel 12, tweede en derde lid, van de Asv bepalen dat bij subsidieregeling ook niet in de Awb genoemde verplichtingen kunnen worden opgelegd (mits deze zien op het doel van de subsidie of betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht). Met artikel 12 is hieraan invulling gegeven: -de subsidie moet daadwerkelijk worden ingezet voor de uitvoering van de activiteiten; -de subsidieontvanger moet meewerken aan evaluatieonderzoeken van of namens de gemeente; -de subsidieontvanger moet eenmaal per kwartaal een monitoringsgesprek voeren met burgemeester en wethouders; -de subsidieontvanger moet desgevraagd maximaal eenmaal per kwartaal de continuïteit van de uitvoering, het bereik van inwoners en de bijdrage aan preventie, participatie en zelfredzaamheid monitoren, hierover rapporteren aan burgemeester en wethouders en in dat kader de redelijkerwijs gevraagde informatie verstrekken; -de ontvanger van subsidie op grond van artikel 3, onder f (Bibliotheekwerk), moet desgevraagd maximaal eenmaal per kwartaal de continuïteit van de uitvoering van de wettelijke bibliotheekfuncties monitoren, hierover rapporteren aan burgemeester en wethouders en in dat kader de redelijkerwijs gevraagde informatie verstrekken. Deze verplichtingen zijn opgenomen om te waarborgen dat de subsidie wordt besteed aan het doel waarvoor zij is verleend en dat burgemeester en wethouders zicht houden op de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. De verplichting om desgevraagd maximaal eenmaal per kwartaal de continuïteit van de uitvoering (indien van toepassing: van de wettelijke bibliotheekfuncties), het bereik van inwoners en de bijdrage aan preventie, participatie en zelfredzaamheid te monitoren en hierover te rapporteren aan burgemeester en wethouders, dient daarnaast om ontwikkelingen in de praktijk te volgen en het subsidiebeleid waar nodig daarop af te stemmen. Bij toepassing van deze verplichting houden burgemeester en wethouders rekening met proportionaliteit en beperking van de administratieve lasten. Laagdrempeligheid staat daarbij voorop. Het uitgangspunt is dat geen zwaardere of uitgebreidere informatie wordt gevraagd dan redelijkerwijs nodig is voor het betreffende doel. Het gaat dus niet om een standaardverplichting tot het indienen van een uitgebreid inhoudelijk verslag, maar om gerichte informatie-uitvragen wanneer daaraan daadwerkelijk behoefte bestaat. Daarbij kan ook worden gekozen voor een uitvraag die zich beperkt tot een bepaald cluster van aanvragers of een specifiek onderwerp. Het niet voldoen aan deze verplichtingen, kan leiden tot wijziging of intrekking van de subsidie(vaststelling) op grond van de Awb. Artikel 13 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 Artikel 16, tweede lid, Asv bepaalt dat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 50.000 moet zijn voorzien van een inhoudelijk verslag (waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan), een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening), een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en een controleverklaring die is opgesteld door een onafhankelijk accountant. In artikel 16, derde lid, Asv is bepaald dat bij subsidieregeling andere gegevens kunnen worden verlangd. In artikel 13 van deze subsidieregeling is van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. Het verschil met de indieningsvereisten uit artikel 16, tweede lid, Asv, is subtiel. Artikel 13, onder b, van deze subsidieregeling maakt duidelijk dat geen uitgebreid financieel verslag met een specificatie van alle uitgaven en inkomsten per gesubsidieerde activiteit hoeft te worden ingediend. Het volstaat om een beknopt financieel verslag in te dienen met een totaalopgaaf van de uitgave en inkomsten. Hierdoor moet inzicht ontstaan in de mate waarin de subsidie is ingezet. Verder bepaalt artikel 13, onder d, van deze subsidieregeling dat de subsidieontvanger de laatste controleverklaring moet indienen die is opgesteld door een onafhankelijk accountant. Door de gekozen formulering hoeft deze controleverklaring alleen te worden ingediend indien deze bij de subsidieontvanger reeds beschikbaar is. Een subsidieontvanger die niet reeds beschikt over de controleverklaring, hoeft de controleverklaring niet te laten opstellen specifiek ten behoeve van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Artikel 14 Hardheidsclausule Dit artikel bevat een hardheidsclausule. Daarmee wordt burgemeester en wethouders de mogelijkheid geboden om in bijzondere gevallen van deze regeling af te wijken, indien strikte toepassing ervan voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de regeling te dienen belangen. De bepaling is bedoeld voor uitzonderlijke situaties en vraagt om een terughoudende toepassing (zie in dit kader ook de toelichting bij artikel 20, Asv). Artikel 15 Evaluatiebepaling Dit artikel regelt dat de regeling binnen vier jaar na de inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Omdat het om een nieuwe regeling gaat, is het van belang om tijdig te bezien hoe deze in de praktijk uitwerkt. Daarmee kunnen eventuele onduidelijkheden of omissies worden gesignaleerd en waar nodig worden ondervangen. Bij de evaluatie zal worden gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid. Daarbij kan onder meer aandacht worden besteed aan het aantal aanvragen, de verdeling van subsidies, de uitvoerbaarheid van de regeling, de administratieve lasten voor aanvragers en de mate waarin de gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan de doelen van de regeling. Ook subsidieontvangers kunnen worden bevraagd over wat goed gaat en wat beter kan. De uitkomsten van de evaluatie kunnen worden gebruikt om de regeling verder te verfijnen. De evaluatie sluit aan bij artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van dat artikel wordt, indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, ten minste eenmaal in de vijf jaar een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Deze regeling kiest voor een kortere termijn van vier jaar, zodat tijdig kan worden beoordeeld of bijstelling wenselijk is. Artikel 16 Overgangsbepaling Dit artikel bevat een overgangsregeling voor situaties waarin de subsidierelatie met een bestaande subsidieontvanger wordt beëindigd of de subsidie in belangrijke mate wordt verminderd en artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Op grond van dat artikel dient bij de beëindiging of vermindering van een subsidie voor voortdurende activiteiten, indien deze gedurende drie of meer achtereenvolgende jaren is verstrekt, een redelijke termijn in acht te worden genomen. De subsidieontvanger wordt daarmee in de gelegenheid gesteld zich aan de gewijzigde situatie aan te passen. Het eerste lid regelt de situatie waarin bij aanvang van een nieuw subsidietijdvak de op grond van artikel 4:51 van de Awb in acht te nemen redelijke termijn nog niet volledig is verstreken. Burgemeester en wethouders stellen in dat geval voor het resterende gedeelte van die termijn een overgangsperiode vast. Met deze overgangsperiode wordt gewaarborgd dat de overgang naar de nieuwe subsidieverhoudingen niet afdoet aan de bescherming die artikel 4:51 van de Awb aan de bestaande subsidieontvanger biedt. De duur van de overgangsperiode is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval en van het gedeelte van de redelijke termijn dat bij aanvang van het nieuwe subsidietijdvak nog resteert. Op grond van het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders gedurende de overgangsperiode de subsidie aan de bestaande subsidieontvanger geleidelijk verminderen. Een geleidelijke afbouw kan eraan bijdragen dat de subsidieontvanger zijn organisatie, personeel en overige verplichtingen op verantwoorde wijze kan aanpassen aan de beëindiging of vermindering van de subsidie. De wijze en het tempo van de afbouw moeten steeds verenigbaar zijn met de redelijke termijn die op grond van artikel 4:51 van de Awb in acht moet worden genomen. Dit betekent dat de afbouw afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Het tweede lid biedt derhalve geen grondslag om de bescherming van artikel 4:51 van de Awb te beperken, maar geeft burgemeester en wethouders ruimte om binnen die bescherming tot een passende gefaseerde afbouw van de subsidie te komen. Op grond van het derde lid stellen burgemeester en wethouders voor de overgangsperiode een overgangsplan vast. Hiermee wordt vooraf duidelijkheid geboden over de wijze waarop gedurende de overgangsperiode uitvoering wordt gegeven aan de bestaande subsidierelatie en de afbouw daarvan. Het overgangsplan bevat in ieder geval een beschrijving van de activiteiten die de bestaande subsidieontvanger gedurende de overgangsperiode blijft verrichten en het subsidiebedrag dat daarvoor beschikbaar wordt gesteld. De omvang van de activiteiten kan daarbij worden afgestemd op de eventuele geleidelijke vermindering van de subsidie. Daarnaast wordt in het overgangsplan vastgelegd welke maatregelen nodig zijn om de continuïteit en kwaliteit van de activiteiten voor inwoners te waarborgen. Dit is in het bijzonder van belang wanneer de activiteiten na afloop van de overgangsperiode door een andere subsidieontvanger worden uitgevoerd. Het overgangsplan kan in dat geval bijvoorbeeld voorzien in afspraken over de gefaseerde overdracht van activiteiten, informatievoorziening aan inwoners en samenwerking tussen betrokken organisaties. Hiermee wordt beoogd dat de wijziging van de subsidierelatie zo min mogelijk gevolgen heeft voor inwoners die van de activiteiten gebruikmaken. Artikel 17 Citeertitel De citeertitel van deze regeling is Subsidieregeling professionele organisaties Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026. Met deze citeertitel kan eenvoudig, eenduidig en juridisch correct naar de regeling worden verwezen. Artikel 18 Inwerkingtreding Dit artikel regelt het moment waarop de subsidieregeling in werking treedt. Vanaf die datum worden aanvragen beoordeeld op grond van deze regeling. Bijlage: Subsidieplafonds en grondslagen 2027 bij de Subsidieregeling professionele organisaties Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026 Cluster A. Sociale Basis Budgetplafond 2027 Totaal € 790.000,00 Grondslag Subsidie Vast bedrag per subsidieaanvrager per jaar. Cluster B. Praktijkondersteuning Jeugd Budgetplafond 2027 Totaal € 116.000,00 Grondslag Subsidie Vast bedrag per subsidieaanvrager per jaar. Cluster C. Client- en Mantelzorgondersteuning Budgetplafond 2027 Totaal € 369.000,00 Grondslag Subsidie Vast bedrag per subsidieaanvrager per jaar. Cluster D. Bestaanszekerheid Budgetplafond 2027 Totaal € 36.000,00 Grondslag Subsidie Vast bedrag per subsidieaanvrager per jaar. Cluster E. Preventieve en (positieve) gezondheid Budgetplafond Takenpakket C € 54.000,00 Takenpakket D € 27.000,00 Takenpakket E € 11.000,00 2027 Totaal € 90.000,00 Grondslag Subsidie Vast bedrag per subsidieaanvrager per jaar. Cluster F. Bibliotheekwerk Budgetplafond 2027 Totaal € 613.000,00 Grondslag Subsidie Vast bedrag per subsidieaanvrager per jaar.
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten tot vaststelling van de Subsidieregeling professionele organisaties Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026"

Bestemmingsplan
Verzamelbesluit definitieve besluiten wijziging werkingsgebieden behorende bij de Waterschapsverordening Waterschap Limburg

Omgeving
Benoeming lid van de gemeenteraad

APV
Huisvestingsverordening Gemeente Maastricht 2026

Omgeving
Aanwijzing lid en en plaatsvervangend leden in het algemeen bestuur van BsGW

APV
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten tot vaststelling van de Subsidieregeling professionele organisaties Sociaal Domein gemeente Eijsden-Margraten 2026

APV
Subsidieregeling Armoede en Schulden Maastricht

APV
Subsidieregeling Inclusieve Stad gemeente Maastricht 2027

Mededelingen
Beleidsregel ten aanzien van ontheffingverlening vuurwerkverbod

APV
Nadere subsidieregels leefbaarheidsaanpak kleinschalige inwoners- en gemeenschapsinitiatieven 2025-2026

Mededelingen
Subsidieplafonds 2026 voor diverse subsidieregels

APV
Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak gebiedsgerichte publieke initiatieven 2025-2026

APV
Nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak initiatieven stichtingen, verenigingen en coöperaties 2025-2026

