Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-29

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Leudal

Informatie

Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026 De burgemeester van de gemeente Leudal, Overwegende, dat artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen, dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I, lijst II of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoel in lijst IA of een preparaat daarvan, worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; Sinds 1 januari 2019 de burgemeester dezelfde bevoegdheid heeft indien er in een woning of lokaal, dan wel een daarbij behorend erf, geen drugs worden aangetroffen (verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig zijn), maar er wel voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals in een drugslaboratorium of hennepkwekerij. Dit zijn de zogenoemde ‘voorbereidingshandelingen’; Sinds 1 januari 2023 is lachgas opgenomen in lijst II van de Opiumwet en valt daarmee onder het softdrugsregime; Sinds 1 juli 2025 is aan de Opiumwet een aanvullende lijst IA toegevoegd (stofgroepenverbod), waarmee hele groepen nieuwe psychoactieve stoffen (‘designerdrugs’) worden verboden; gelet op Artikel 13b van de Opiumwet; Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit Vast te stellen de beleidsregel ‘Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026’ onder intrekking van de op 29 juni 2019 vastgestelde beleidsregel ‘Damoclesbeleid Leudal 2019’ inzake de toepassing van artikel 13b Opiumwet. 1. Inleiding 1.1. Aanleiding De gemeente Leudal is een uitgestrekte plattelandsgemeente met een sterke gemeenschapszin en een grote verscheidenheid aan dorpen, kernen en een omvangrijk buitengebied. Deze diversiteit en het landelijke karakter maken de gemeente Leudal tot een prettige en veilige leefomgeving, maar brengen tegelijkertijd specifieke kwetsbaarheden met zich mee op het gebied van ondermijnende criminaliteit en druggerelateerde activiteiten. Juist in een gemeente waar wonen, werken en recreëren dicht bij elkaar liggen, kunnen de gevolgen van drugsproductie en -handel diep ingrijpen in het dagelijks leven van inwoners en ondernemers. De aanwezigheid van agrarische bedrijven, loodsen, schuren en relatief geïsoleerde locaties in het buitengebied kan misbruik in de hand werken door criminelen die ruimte zoeken voor de productie, opslag of handel in drugs. Tegelijkertijd kunnen ook in woonwijken, winkels en horecagelegenheden in de kernen signalen van drugshandel of -overlast ontstaan, met directe gevolgen voor de openbare orde, veiligheid en het veiligheidsgevoel van inwoners, ondernemers en recreanten. In een hechte gemeenschap als Leudal raken dergelijke ontwikkelingen niet alleen individuele panden, maar ook hele straten, buurten en dorpen. Daarnaast grenst de gemeente Leudal aan België, waardoor de gemeente Leudal een aantrekkelijk gebied is voor grensoverschrijdende drugshandel. Ook de rechtsontwikkeling rondom de bestuurlijke aanpak van druggerelateerde activiteiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet heeft zich de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Zo is de jurisprudentie aangescherpt op onderdelen als de evenredigheidstoets, het overtrederschap en het optreden tegen lachgas, en is de Opiumwet gewijzigd met de invoering van een verbod op het zogenoemde designerdrugs.1 De bestaande beleidsregel binnen de gemeente Leudal sluit nog niet volledig aan bij deze ontwikkelingen. Dit maakt een herziening en actualisering van het Damoclesbeleid noodzakelijk. Met het Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026 geeft de burgemeester uitvoering aan de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet om daadkrachtig en zorgvuldig op te treden tegen druggerelateerde overtredingen en actualiseert en herziet zij het huidige damoclesbeleid om te voldoen aan de huidige tijdsgeest. Het beleid is gericht op het beschermen van de leefbaarheid en veiligheid in alle kernen van de gemeente, en houdt rekening met het specifieke karakter van het platteland en de menselijke maat die daarbij past. Door duidelijkheid te bieden over wanneer en hoe handhavend wordt opgetreden, wordt gestreefd naar een evenwichtige aanpak: met dit beleid wordt een duidelijke ondergrens getrokken. Druggerelateerde activiteiten worden in de gemeente Leudal niet geduld en leiden tot streng en daadkrachtig optreden van de burgemeester. Daarbij wordt gehandeld binnen de kaders van wetgeving en jurisprudentie, maar altijd met het uitgangspunt dat de bescherming van de leefbaarheid en veiligheid zwaarder weegt dan het belang van de overtreder. 1.2. Bevoegdheid burgemeester Artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester van de gemeente Leudal de bevoegdheid om op te treden, door middel van een last onder bestuursdwang, wanneer in een woning, een lokaal of op een daarbij behorend erf drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel daarvoor aanwezig zijn. Dit wordt gedaan in de vorm van het sluiten van de woning of het lokaal en/of het daarbij behorende erf. De burgemeester kan in plaats van een last onder bestuursdwang, ook een last onder dwangsom opleggen (artikel 5:32, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht). Met ingang van 1 januari 2019 is deze bevoegdheid uitgebreid. De burgemeester kan sindsdien ook optreden wanneer in een woning, lokaal of op een daarbij behorend erf geen drugs worden aangetroffen, maar wel voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die bedoeld zijn voor de productie of teelt van drugs, zoals bij een hennepkwekerij of drugslaboratorium. Ook deze zogenoemde voorbereidende handelingen kunnen een directe bedreiging vormen voor de veiligheid en leefbaarheid en geven aanleiding tot handhavend optreden. 1.3. Doelstelling van het beleid Het Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026 heeft tot doel de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente Leudal te beschermen en de leefbaarheid in alle kernen en het buitengebied te behouden en te versterken. Druggerelateerde activiteiten, zoals handel, productie en voorbereidingshandelingen, vormen een directe bedreiging voor inwoners, ondernemers en de sociale samenhang in de dorpen en buurten van de gemeente Leudal en worden daarom niet geaccepteerd. Met dit beleid beoogt de burgemeester van de gemeente Leudal drugshandel en -productie actief tegen te gaan, ondermijnende criminaliteit te verstoren en misbruik van panden, woningen en erven te voorkomen. Door tijdig en daadkrachtig op te treden wordt voorkomen dat panden en locaties een aanzuigende werking krijgen op criminele activiteiten en wordt herhaling zoveel mogelijk tegengegaan. Daarnaast heeft het Damoclesbeleid een duidelijke normerende en preventieve werking. Het beleid maakt helder welk optreden volgt wanneer drugs of voorbereidingshandelingen worden aangetroffen en geeft daarmee een duidelijk signaal af aan inwoners, pandeigenaren en gebruikers van vastgoed: drugscriminaliteit heeft geen plaats in de gemeente Leudal. Tegelijkertijd biedt het beleid een transparant afwegingskader, waarin per geval zorgvuldig wordt beoordeeld welke maatregel passend en noodzakelijk is, met inachtneming van proportionaliteit en actuele wet- en regelgeving. 2. Beleidsuitgangspunten 2.1. Algemeen Bij de manier waarop de burgemeester uitvoering geeft aan de bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, houdt zij rekening met de onderstaande uitgangspunten. 2.2. Onderscheid harddrugs en softdrugs In dit Damoclesbeleid wordt, in lijn met de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie, onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs. Dit onderscheid geldt voor zowel drugshandel als voor voorbereidende handelingen. De burgemeester sluit daarbij aan bij de gebruikershoeveelheden zoals die landelijk worden gehanteerd in de Aanwijzing Opiumwet: bij harddrugs gaat het om maximaal 0,5 gram of 0,5 milliliter (of één gebruikseenheid). Bij softdrugs wordt uitgegaan van een gebruikershoeveelheid van maximaal 5 gram. Voor hennepteelt geldt dat bij maximaal 5 planten in beginsel sprake is van een indicatie voor eigen gebruik. Bij meer dan 5 planten wordt in beginsel aangenomen dat sprake is van een handelshoeveelheid, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Sinds 1 januari 2023 is lachgas opgenomen in lijst II van de Opiumwet en valt daarmee onder het softdrugsregime. Het bezit van meer dan tien ampullen of ballonen van 8 gram (totaal 80 gram) wordt daarbij gezien als een sterke aanwijzing dat het lachgas niet uitsluitend bestemd is voor eigen gebruik en dus kan wijzen op strafbaar handelen. De reden voor dit onderscheid is dat harddrugs in het algemeen grotere risico’s met zich meebrengen voor de gezondheid, het milieu en de openbare orde dan softdrugs. Harddrugs leiden sneller tot ernstige criminaliteit, zware gezondheidsschade en hoge ziektekosten en hebben doorgaans een grotere ontwrichtende werking op de leefbaarheid. Dat vraagt om een strengere bestuurlijke aanpak. Tegelijkertijd wordt hiermee niet onderkend dat softdrugscriminaliteit ernstige vormen kan aannemen en zeker niet onschuldig is. Zo brengen hennepkwekerijen in woonwijken aanzienlijke veiligheidsrisico’s met zich mee, onder meer door illegale stroomaansluitingen en brandgevaar. Daarnaast heeft de grootschalige hennepteelt een sterk ondermijnend karakter, waarbij inkomsten uit deze teelt een belangrijke financiële motor vormen voor criminele samenwerkingsverbanden en worden ingezet voor bijvoorbeeld witwasconstructies. Dit beeld wordt bevestigd in het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland 2026, waarin wordt benadrukt dat de drugseconomie een belangrijke pijler vormt onder ondermijnende criminaliteit. Op grond van dit Damoclesbeleid worden bij overtredingen met harddrugs daarom strengere maatregelen toegepast dan bij vergelijkbare overtredingen met softdrugs. Indien zowel harddrugs als softdrugs worden aangetroffen, geldt als uitgangspunt het regime voor harddrugs. Bij handelshoeveelheden lachgas wordt geen bestuurlijke maatregel opgelegd indien er sprake is van een geldige ontheffing op grond van de Opiumwet, of wanneer aangetoond wordt dat het lachgas is bestemd voor legale technische toepassingen of als voedingsadditief. De overtreder draagt hier altijd de verantwoordelijkheid voor om dit gemotiveerd en onderbouwd aan te tonen. 2.3. Designerdrugs Sinds 1 juli 2025 is aan de Opiumwet een aanvullende lijst IA toegevoegd (stofgroepenverbod), waarmee hele groepen nieuwe psychoactieve stoffen (‘designerdrugs’) worden verboden. Deze lijst is bedoeld om de productie en handel in zogenoemde designerdrugs tegen te gaan. Het gaat om nieuwe psychoactieve stoffen die qua werking vergelijkbaar zijn met harddrugs zoals MDMA, XTC en heroïne, maar die eerder nog niet expliciet verboden waren. Omdat deze stoffen onbekende en soms ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, is ook artikel 13b van de Opiumwet hierop aangepast. Dit Damoclesbeleid is dan ook van toepassing op designerdrugs. 2.4. Woningen en/of lokalen Bij het bepalen van de maatregel wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en/of lokalen. Of een pand als woning of als lokaal wordt aangemerkt, wordt per situatie beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden. 2.4.1. Woning Of een ruimte als woning fungeert, hangt niet alleen af van de feitelijke kenmerken, maar vooral van het feitelijke gebruik. Hierbij kunnen de inrichting, de inschrijving in het BRP en hoe het pand wordt gebruikt een rol spelen. Daarbij is de beoordeling niet limitatief en zijn alle omstandigheden van het feitelijke gebruik, in onderling samenhang bezien, bepalend. Incidenteel overnachten is daarvoor onvoldoende. Ook bij situaties waarin sprake lijkt van schijnbewoning, waarbij bewoning slechts wordt gesuggereerd, is niet zonder meer sprake van een woning. Doorslaggevend is het feitelijk gebruik van het pand, waarbij alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Indien een pand feitelijk niet wordt bewoond, gelden in beginsel de regels voor lokalen. Wanneer in een woning een overtreding van de Opiumwet wordt vastgesteld, zal de woning door de burgemeester worden gesloten. Dit is het uitgangspunt en de aangewezen maatregel om de openbare orde en de leefbaarheid te herstellen en herhaling te voorkomen. De aanwezigheid van drugs of daarmee samenhangende activiteiten in een woning vormt een ernstige aantasting van de veiligheid en wordt door de burgemeester niet geaccepteerd. Het sluiten van de woning brengt ingrijpende gevolgen met zich mee voor bewoners. Daarom beoordeelt de burgermeester per geval of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat een minder ingrijpende maatregel, zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom, passender is. De burgemeester kan onder meer gewicht toekennen aan de ernst van de overtreding, de rol en de verwijtbaarheid van betrokkenen, de aanwezigheid van minderjarigen of kwetsbare personen en de te verwachten gevolgen van een sluiting. Afwijken van sluiting is mogelijk, maar niet vanzelfsprekend. Slechts wanneer de omstandigheden aanleiding geven en sluiting onevenwichtig zou zijn, kiest de burgemeester voor een lichtere maatregel. De burgemeester maakt geen onderscheid tussen huur- en koopwoningen en ook niet tussen particuliere en sociale verhuur. Voor alle type woningen geldt dit Damoclesbeleid en dezelfde regels als uitgangspunt. 2.4.2. Lokalen Bij lokalen, al dan niet voor publiek toegankelijk, wordt in beginsel geen waarschuwing of last onder dwangsom gegeven. De burgemeester beoordeelt echter in ieder geval of de maatregel evenredig is en of omstandigheden aanleiding geven om af te wijken en alsnog een waarschuwing of een last onder dwangsom te geven. Dat geldt eveneens voor situaties waarin een woning feitelijk niet wordt bewoond, zoals bij (vermeende) schijnbewoning. Doorslaggevend is het feitelijke gebruik van het pand, waarbij alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Indien wordt vastgesteld dat een pand feitelijk niet als woning wordt gebruikt, kan het worden aangemerkt als een lokaal. In dat geval kan de burgemeester in beginsel bij een eerste constatering overgaan tot sluiting. De burgemeester verricht daarbij steeds een evenredigheidstoetsing en betrekt, indien van toepassing, het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Mocht blijken dat er toch in zo’n lokaal wordt gewoond, kan het alsnog als woning worden aangemerkt. Dit wordt door de burgemeester per geval beoordeeld aan de hand van alle relevante omstandigheden en dan gelden de regels voor woningen. Voor het geval er niet mag gewoond worden in het lokaal op basis van het dan geldende omgevingsplan, behoudt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal zich het recht voor om ook daartegen handhavend op te treden middels een separaat besluit. Daar gaat dit beleid echter niet over. 2.4.3. Samenhangend geheel Het kan voorkomen dat bij een situatie zowel in een woning als in een lokaal op hetzelfde erf of op aangrenzende percelen drugs, voorbereidingshandelingen of daarmee samenhangende signalen worden aangetroffen. Indien de woning en het lokaal samen een samenhangend geheel vormen, kan de burgemeester voor het geheel een maatregel treffen. Hiervan is sprake wanneer de woning en lokaal zowel ruimtelijk als functioneel met elkaar verbonden zijn. Het is daarbij niet vereist dat in alle onderdelen drugs worden aangetroffen. Voldoende is dat in ten minste een onderdeel sprake is van een overtreding van de Opiumwet. Is één van de onderdelen een woning, dan wordt bij het bepalen van de maatregel de regels toegepast die gelden voor woningen. 2.5. Te treffen herstelmaatregelen De burgemeester kan de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet toepassen in de vorm van een last onder bestuursdwang, last onder dwangsom of een waarschuwing. Het uitgangspunt van dit Damoclesbeleid is duidelijk: bij overtredingen van de Opiumwet in woningen en/of lokalen wordt een last onder bestuursdwang opgelegd in de vorm van een sluiting van de woning, het lokaal en/of het daarbij behorende erf. Een last onder dwangsom wordt alleen ingezet wanneer sluiting, na een zorgvuldige belangenafweging, onevenredig of niet geschikt wordt geacht. Het is aan de burgemeester om dit te beoordelen. De dwangsom moet effectief en afschrikwekkend zijn en herhaling voorkomen. Bij de hoogte kan rekening worden gehouden met de (verwachte) opbrengst van de drugs, vermeerderd met een financiële prikkel. Een waarschuwing heeft niet de voorkeur, maar wordt uitsluitend gegeven bij een geringe overschrijding van de gebruikershoeveelheid zonder handelsindicatoren. In zeer bijzondere gevallen kan ook een waarschuwing worden gegeven als zelfs een dwangsom te verstrekkend is. Het is aan betrokkene om die omstandigheden bij de burgemeester aannemelijk te maken. Een waarschuwing wordt altijd schriftelijk gegeven. Volgt binnen de geldende termijn opnieuw een overtreding, dan wordt direct tot sluiting overgegaan. Een waarschuwing heeft een maximale geldigheidsduur van twee jaar. Tegen een bestuurlijke waarschuwing staat in beginsel geen bezwaar of beroep open. 2.6. Bekendmaking en registratie sluiting Het besluit van de burgemeester wordt in beginsel bekendgemaakt aan de overtreder en de rechthebbende(n) op de woning, het lokaal en/of het daarbij behorende erf. Dit geldt ook bij het geven van een waarschuwing. Een last onder dwangsom wordt bekendgemaakt aan de overtreder en in afschrift aan de eigenaar van het pand. Bij sluiting wordt ter plaatse kenbaar gemaakt dat het pand op last van de burgemeester is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, door het aanbrengen van een bord en/of sticker. Dit dient ter ondersteuning van het herstel van de openbare orde en het doorbreken van de bekendheid van het pand als druggerelateerde locatie. De sluiting wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb), binnen vier dagen na bekendmaking geregistreerd in het beperkingenregister. Deze registratie werk ook door richting eventuele rechtsopvolgers. Na beëindiging van de sluiting wordt de registratie weer doorgehaald. 3. Beleidskader 3.1. Begrippen In dit Damoclesbeleid wordt verstaan onder: 1.Betrokkene: De overtreder, de eigenaar van het pand, de (hoofd)bewoner(s) of degene die anderszins als rechthebbende op de zaak waarop de last betrekking heeft kan worden aangemerkt (zie ook artikel 5:24, derde lid, van de Awb). 2.Burgemeester: De burgemeester van de gemeente Leudal. 3.Drugshandel: Het verkopen, afleveren of verstrekken van drugs, dan wel daartoe aanwezig hebben van drugs, al dan niet tegen betaling. Van handel is ook sprake wanneer uit de aard, hoeveelheid of combinatie van aangetroffen drugs, stoffen, voorwerpen of overige omstandigheden redelijkerwijs kan worden afgeleid dat de drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. 4.Handelshoeveelheid: Een hoeveelheid drugs die de criteria, zoals die zijn vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie, overstijgt, alsook een “hoeveelheid voor eigen gebruik” waarbij sprake is van een dealerindicatie. Daarbij moet onder andere gedacht worden aan meer dan 0,5 gram, 1 pil, 1 bolletje of 1 wikkel harddrugs, respectievelijk meer dan 5 gram softdrugs of 10 ampullen/ballonnen lachgas. Voor specifieke middelen kan een afwijkende gebruikseenheid gelden, zoals bij GHB (circa 5 ml). 5.Harddrugs: Alle middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet. 6.Lokaal: Een al dan niet voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals doch niet uitputtelijk een winkel, bedrijfsmatig garage- of horecabedrijf, dan wel een garagebox, loods, magazijn of andere bedrijfsruimte. Ook kunnen bijvoorbeeld een hotelkamer, andere recreatieverblijven en een kantoor onder het begrip lokaal vallen, voor zover zij geen “woning” zijn. 7.Overtreder: De overtreder als bedoeld in artikel 5:1, tweede en derde lid, van de Awb. De overtreder kan tevens functioneel dader zijn. Dat is degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, maar aan wie de gedraging is toe te rekenen omdat hij/zij erover vermocht te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en de gedraging door diegene wordt aanvaard of placht te worden aanvaard. 8.Softdrugs: Alle middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet. 9.Voorbereidingshandelingen: Het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet, als beschreven in artikel 13b, eerste lid, tweede volzin, van de Opiumwet. 10.Woning: Een voor bewoning gebruikte ruimte. Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand – eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen – zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. Het begrip woning omvat in ieder geval: woningen, woonwagens, woonschepen en bijbehorende erven. 3.2. Handhavingsstrategie 3.2.1. Drugshandel in woningen en/of op daarbij behorende erven Bij drugshandel in of vanuit woningen en/of daarbij behorende erven worden, als uitgangspunt, de regels toegepast zoals vastgelegd in de onderstaande matrix: Softdrugs Harddrugs/designerdrugs 1e constatering (zijnde geen ernstig geval) Drie maanden sluiting of waarschuwing of last onder dwangsom Zes maanden sluiting of waarschuwing of last onder dwangsom 1e constatering (zijnde ernstig geval) Drie maanden sluiting of last onder dwangsom Zes maanden sluiting of last onder dwangsom 2e constatering binnen drie jaar Zes maanden sluiting of last onder dwangsom Twaalf maanden sluiting of last onder dwangsom 3e constatering en volgende constateringen binnen drie jaar Twaalf maanden sluiting of last onder dwangsom 24 maanden sluiting of last onder dwangsom 3.2.2. Drugshandel in lokalen en/of op daarbij behorende erven Bij drugshandel in lokalen en/of daarbij behorende erven worden, als uitgangspunt, de regels toegepast zoals vastgelegd in de onderstaande matrix: Softdrugs Harddrugs/designerdrugs 1e constatering Drie maanden sluiting Zes maanden sluiting 2e constatering binnen drie jaar Zes maanden sluiting Twaalf maanden sluiting 3e constatering en volgende constateringen binnen drie jaar Twaalf maanden sluiting 24 maanden sluiting 3.2.3. Voorbereidingshandelingen in woningen en/of op daarbij behorende erven Bij de constatering van voorbereidingshandelingen in woningen en/of daarbij behorende erven worden, als uitgangspunt, de regels toegepast zoals vastgelegd in de onderstaande matrix: Softdrugs Harddrugs/designerdrugs* 1e constatering (zijnde geen ernstig geval) Drie maanden sluiting of waarschuwing of last onder dwangsom Zes maanden sluiting of waarschuwing of last onder dwangsom 1e constatering (zijnde ernstig geval) Drie maanden sluiting of last onder dwangsom Zes maanden sluiting of last onder dwangsom 2e constatering binnen twee jaar Zes maanden sluiting of last onder dwangsom Twaalf maanden sluiting of last onder dwangsom 3e constatering en volgende constateringen binnen twee jaar Twaalf maanden sluiting of last onder dwangsom 24 maanden sluiting of last onder dwangsom 3.2.4. Voorbereidingshandelingen in lokalen en/of op daarbij behorende erven Bij de constatering van voorbereidingshandelingen in lokalen en/of daarbij behorende erven worden, als uitgangspunt, de regels toegepast zoals opgenomen in de onderstaande matrix: Softdrugs Harddrugs/designerdrugs* 1e constatering Drie maanden sluiting Zes maanden sluiting 2e constatering binnen twee jaar Zes maanden sluiting Twaalf maanden sluiting 3e constatering en volgende constateringen binnen twee jaar Twaalf maanden sluiting 24 maanden sluiting *Indien voorbereidende handelingen met betrekking tot designerdrugs op een later moment strafbaar worden gesteld, sluit de burgemeester voor de bestuurlijke aanpak aan bij het beleid zoals opgenomen in de artikelen 3.2.3. en 3.2.4. van dit Damoclesbeleid. Vanaf dat moment worden dergelijke voorbereidingshandelingen overeenkomstig dit kader beoordeeld en gehandhaafd. 3.2.5. Recidive Van een volgende overtreding is sprake indien deze binnen twee jaar na een eerdere overtreding op dezelfde locatie wordt geconstateerd. Daarbij is de locatie (woning, lokaal of erf) in beginsel bepalend. Indien de overtreding wordt gepleegd door een andere bewoner, gebruiker of eigenaar, wordt beoordeeld of sprake is van voldoende samenhang met de eerdere overtreding, zoals continuïteit van exploitatie. In dat kader betrekt de burgemeester alle relevante omstandigheden van het geval. Wordt binnen die termijn opnieuw een overtreding vastgesteld op dezelfde locatie, dan geldt het bijbehorende regime voor een volgende overtreding. Indien bij één van de opeenvolgende overtredingen sprake is van harddrugs, wordt vanaf dat moment het harddrugsregime toegepast. Dit geldt ook wanneer de andere overtreding(en) betrekking hebben op softdrugs. 3.2.6. Ernstig geval Bij woningen geldt als uitgangspunt dat bij een eerste overtreding de burgemeester overgaat tot sluiting van de woning. De burgemeester verricht daarbij steeds een beoordeling van de evenredigheid van de maatregel en betrekt alle omstandigheden van het geval. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van sluiting en worden volstaan met een minder vergaande maatregel. De burgemeester wijkt in beginsel niet van haar beleid af indien er sprake is van een ernstig geval en in dit soort gevallen is sluiting de meest geschikte en doeltreffende noodzakelijke maatregel. Bij de beoordeling van een ernstig geval maakt de burgemeester onderscheid tussen drugshandel en voorbereidingshandel. Van een ernstig geval, in het kader van drugshandel, is in ieder geval sprake indien één of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen (niet limitatief): 1.sprake is van handelshoeveelheden harddrugs en/of softdrugs, al dan niet in combinatie; 2.naast drugs handelsindicatoren worden aangetroffen, zoals verpakkingsmateriaal, weegschalen, wapens, contant geld of versnijdingsmiddelen. Indien aannemelijk is dat andere materialen kunnen aangemerkt kunnen worden als handelsindicatoren omdat ze gebruikelijk zijn in het drugscircuit, wordt dit ook aangemerkt als een handelsindicator; 3.er aanwijzingen zijn die duiden op georganiseerde criminaliteit en ondermijning, zoals (niet limitatief) geprepareerde voertuigen, schaduwboekhoudingen, cashgeld en de betrokkenheid van derde partijen; 4.de woning bekend staat als drugslocatie of structureel wordt gebruikt voor drugshandel; 5.sprake is van andere strafbare feiten of verstoringen van de openbare orde; 6.er in of nabij het pand slag-, steek, werpschiet- of vuurwapen, vuurwerk of explosieven worden aangetroffen; 7.aanwijzingen bestaan van recidive, verwijtbaar gedrag of betrokkenheid bij een drugscircuit; 8.sprake is van veiligheidsrisico’s zoals brandgevaar of overlast voor de omgeving; 9.bij teelt of productie sprake is van een professionele, bedrijfsmatige inrichting. Van een ernstig geval, in het kader van voorbereidingshandelingen, is in ieder geval sprake indien één of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen (niet limitatief): 1.stoffen, goederen of apparatuur worden aangetroffen die hoofdzakelijk zij bedoeld voor drugsproductie of -handel; 2.de aard, omvang en professionaliteit wijzen op georganiseerde criminaliteit; 3.combinatie van goederen en stoffen worden aangetroffen; 4.de woning bekend staat als voorbereidingslocatie; 5.sprake is van andere strafbare feiten, recidive of openbare ordeverstoringen; 6.sprake is van concrete veiligheidsrisico’s voor de omgeving (zoals brand- of explosiegevaar). In alle voornoemde omstandigheden wordt de noodzaak tot langdurige sluiting van de woning aanwezig geacht, ook bij een eerste overtreding. Een langdurige sluiting is de enige manier om het pand uit zijn functie als schakel in een crimineel netwerk te onttrekken en de bekendheid van het pand als drugspand in de omgeving teniet te doen en de openbare orde te herstellen. 3.3. Verlenging sluiting of nadere maatregelen Als feiten en omstandigheden hetzij van na de besluitvorming, hetzij die bekend zijn geworden na de besluitvorming, aanleiding geven tot de reële vrees voor herhaling van drugshandel of voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet en de sluitingsperiode nog niet voorbij is, dan kan de burgemeester besluiten tot verlenging van de sluitingsduur die in eerste instantie is gelast. Bij het bepalen van de duur van de verlenging worden de artikelen 3.2.1. tot en met 3.2.4. toegepast, met dien verstande dat het bij verlenging niet om een nieuwe constatering gaat. Als na het doorlopen van de matrixen in dit beleid, of onder uitzonderlijke omstandigheden, sprake is van een (reële vrees voor de) voortzetting of herhaling van een situatie als omschreven in artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a en/of b van de Opiumwet, dan kan de burgemeester besluiten dat het beheer van de woning, het lokaal en/of het daarbij behorende erf over wordt genomen. Dit gebeurt dan op grond van de artikel 13b en artikel 14 van de Woningwet. 3.4. Evenredigheidstoetsing Bij de toepassing van deze beleidsregel wordt in het kader van het evenredigheidsbeginsel getoetst aan de geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van de gekozen herstelmaatregel. Bij deze toets worden onder andere die aspecten meegewogen, die verzwarend of verzachtend kunnen zijn. 3.5. Afwijkingsbevoegdheid De burgemeester handelt in beginsel overeenkomstig dit Damoclesbeleid. De burgemeester kan echter, op basis van concrete feiten en omstandigheden, gemotiveerd afwijken van het vastgestelde handhavingsregime. Dit kan ertoe leiden dat de burgemeester een strengere of een lichtere maatregel oplegt. Welke maatregel passend is, wordt steeds per geval beoordeeld. Indien wordt afgeweken van dit Damoclesbeleid, wordt in het besluit duidelijk gemotiveerd waarom daartoe aanleiding bestaat. 4. Uitvoering van de herstelmaatregel 4.1. Effectuering van de sluiting Na bekendmaking van het sluitingsbesluit gaat de burgemeester feitelijk over tot sluiting van de woning, het lokaal en/of het bijbehorende erf. De betrokkene krijgt daarvoor een begunstigingstermijn om de sluiting voor te bereiden, persoonlijke eigendommen en huisdieren te verwijderen en zo nodig vervangende huisvesting te regelen, tenzij sprake is van spoedeisend optreden. In dat laatste geval gaat de burgemeester meteen over tot sluiting. Het pand wordt volledig afgesloten en verzegeld. Namens de burgemeester wordt gecontroleerd of aan de last wordt voldaan. Indien nodig wordt de sluiting, met ondersteuning van de politie of buitengewone opsporingsambtenaren, door de burgemeester feitelijk uitgevoerd. 4.2. Verbod betreden gesloten pand behoudens toestemming Het is verboden een op grond van artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, lokaal of bijbehorend erf te betreden. In het kader van de toepassing van bestuursdwang kan de burgemeester, voor zover dit verenigbaar is met het doel van de sluiting, in individuele gevallen en onder voorwaarden toestemming verlenen voor tijdelijke betreding. Deze toestemming strekt uitsluitend tot het verrichten van noodzakelijke handelingen en laat de strafrechtelijke normstelling onverlet. In de regel gebeurt dit alleen bij een dringende of zwaarwegende reden en voor zeer kortdurend bezoek. Een verzoek dient schriftelijk en gemotiveerd ingediend te worden. In het verzoek wordt vermeld wie, met welk doel en voor welke periode betreding nodig is. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. 4.3. Verbod verbreken/verwijdering zegels e.d. gesloten pand Artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht bepaald dat het verboden is om een zegel en sticker, dan wel andere zaken waarmee de sluiting van een pand feitelijk is geëffectueerd, te verbreken, op te heffen dan wel te beschadigen. De burgemeester doet aangifte hiervan als deze situatie zich voordoet. 4.4. (Her)controles na opheffen sluiting, opleggen last onder dwangsom en/of waarschuwing Na heropening van een woning, lokaal of erf, en na het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing, behoudt de burgemeester zich het recht voor om (herhaaldelijk) controles uit te voeren. Deze controles zijn gericht op het vaststellen dat het pand niet (opnieuw) wordt gebruikt voor drugshandel, voorbereidingshandelingen of andere ondermijnende activiteiten. Dit toezicht is noodzakelijk om herhaling te voorkomen, de openbare orde en veiligheid duurzaam te beschermen en duidelijk te maken dat drugscriminaliteit (of andere vormen van ondermijnende criminaliteit) in de gemeente Leudal niet worden geduld. Door actief toezicht wordt voorkomen dat panden opnieuw een rol krijgen binnen het drugscircuit en wordt de leefbaarheid in de omgeving geborgd. Deze controles worden onaangekondigd uitgevoerd en zo vaak als de burgemeester dat noodzakelijk acht. 5. Slotbepalingen 5.1. Intrekken bestaande beleidsregels Met het vaststellen van dit Damoclesbeleid wordt de beleidsregel ‘Damoclesbeleid Leudal 2019’ ingetrokken. 5.2. Inwerkingtreding Dit Damoclesbeleid treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking. 5.3. Citeertitel Dit Damoclesbeleid wordt aangehaald als: Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026. Aldus vastgesteld op 21 september 2026 De burgemeester van de gemeente Leudal Mevrouw D.H. SchmalschlägerBurgemeester gemeente Leudal Toelichting Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026 Deze toelichting maakt deel uit van het Damoclesbeleid en bevat een beschrijving van het relevante juridisch kader. Om de leesbaarheid en overzichtelijkheid van het beleid te waarborgen, is ervoor gekozen deze toelichting afzonderlijk op te nemen. Artikel 13b van de Opiumwet Artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen wanneer in een woning of lokaal, dan wel op het daarbij behorende erf: a.drugs (lijst I, II of IA) worden verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig zijn; b.voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die bestemd zijn voor de productie van drugs (voorbereidingshandelingen). Het tweede lid is niet van toepassing op dit beleid. Drugshandel (sub a) Lijst I ziet op harddrugs, lijst II op softdrugs (waaronder sinds 2023 ook lachgas) en lijst IA op designerdrugs. Met de invoering van lijst IA per 1 juli 2025 vallen ook nieuwe psychoactieve stoffen onder de reikwijdte van artikel 13b. In dit beleid wordt onder drugshandel verstaan: het verkopen, afleveren, verstrekken of daartoe aanwezig hebben van drugs. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij aanwezigheid van meer dan geringe hoeveelheid drugs in beginsel wordt aangenomen dat deze bestemd zijn voor handel. Daarbij wordt aangesloten bij de Aanwijzing Opiumwet: -maximaal 0,5 gram harddrugs of 1 eenheid is eigen gebruik; -maximaal 5 gram softdrugs is eigen gebruik; -meer dan 10 lachgasampullen (80 gram) is indicatie handel. Worden grotere hoeveelheden aangetroffen, dan mag worden uitgegaan van een handelsbestemming, tenzij betrokkene het tegendeel aannemelijk maakt. In dat geval is de burgemeester bevoegd om op te treden. Deze bevoegdheid kan ook bestaan zonder feitelijk drugs worden aangetroffen, als uit andere feiten en omstandigheden (bijvoorbeeld verklaringen, observaties, of handelsattributen) blijkt dat sprake is van handel. Voorbereidingshandelingen (sub b) Van voorbereidingshandelingen is sprake wanneer geen drugs worden aangetroffen, maar wel voorwerpen of stoffen die bestemd zijn voor de productie of teelt van drugs. Het kan daarbij gaan om op zichzelf legale goederen, zoals apparatuur, chemische stoffen of hulpmiddelen, waarvan op basis van de situatie aannemelijk is dat zij worden gebruikt voor drugsproductie. Of hiervan sprake is, wordt beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden zoals de aard en de hoeveelheid van de aangetroffen stoffen en voorwerpen, de combinatie daarvan, de inrichting van het pand, bevindingen van het politieonderzoek, … Daarbij hoeft niet het volledige productieproces aanwezig te zijn. Ook een deel van de benodigde middelen kan voldoende zijn om bevoegdheid te doen ontstaan. Voor de bevoegdheid is niet vereist dat de betrokkene zelf wetenschap heeft van de bestemming van de goederen. De mate van verwijtbaarheid kan wel ene rol spelen bij de afweging welke maatregel passend is. Evenredigheidstoets Artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester een bevoegdheid. Bij de toepassing daarvan moet altijd een zorgvuldige belangenafweging worden gemaakt, waarbij wordt getoetst aan de evenredigheid (artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht). Alle omstandigheden van het geval worden daarbij betrokken. Indien toepassing van dit beleid in een concreet geval leidt tot onevenredige gevolgen, kan daarvan worden afgeweken. Bij woningen speelt het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM). Daarom kan er voor gekozen worden dat bij een eerste overtreding in een woning kan worden gekozen voor een waarschuwing of een last onder dwangsom, mits er geen sprake is van een ernstig geval. Uit de rechtspraak volgt dat de beoordeling plaatsvindt aan de hand van drie stappen: 1.Geschiktheid: draagt de maatregel bij aan het beoogde doel? 2.Noodzakelijkheid: kan met een minder ingrijpende maatregel worden volstaan? 3.Evenwichtigheid: is de maatregel, gelet op de gevolgen, niet onevenredig zwaar? Dit kader geldt voor zowel woningen als lokalen, en voor zowel drugshandel als voorbereidingshandelingen. Noodzakelijkheid Bij de beoordeling van de noodzaak staat centraal of sluiting nodig is om de openbare orde te herstellen en herhaling te voorkomen. Daarbij wordt gekeken naar de ernst en de omvang van de overtreding. Van belang is onder meer: -of drugs daadwerkelijk in of vanuit het pand zijn verhandeld; -de mate waarin het pand bekendstaat als drugslocatie; -de aanwezigheid van handelsindicatoren of andere strafbare feiten/ Met een sluiting wordt de loop naar het pand doorbroken en wordt het pand onttrokken aan het (criminele) drugscircuit. Zijn er weinig of geen aanwijzingen voor handel of overlast, dan kan sluiting minder snel noodzakelijk zijn of beperkt moeten blijven in duur. Evenwichtigheid Is de maatregel geschikt en noodzakelijk, dan wordt beoordeeld of deze ook evenwichtig is. Daarbij wordt gekeken naar de gevolgen voor betrokkene in verhouding tot de ernst van de overtreding. Relevante factoren zijn onder meer: -de mate van verwijtbaarheid; -de gevolgen van de maatregel voor bewoners; -de aanwezigheid van minderjarigen of kwetsbare personen; -de mogelijkheid om na afloop gebruik te blijven maken van het pand. Daarbij is het van belang dat, ook als de gevolgen ingrijpend zijn, deze toch gerechtvaardigd kunnen zijn bij overtredingen. Het gaat er om dat de burgemeester steeds zorgvuldig afweegt per geval. Last onder bestuursdwang, dwangsom of waarschuwing De burgemeester is op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen. In de praktijk wordt deze bevoegdheid toegepast in de vorm van sluiting van het pand. Dit is het uitgangspunt van dit Damoclesbeleid. In plaats van sluiting kan, op grond van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, een last onder dwangsom worden opgelegd. Dit gebeurt alleen wanneer de sluiting, gelet op de omstandigheden van het geval, niet evenredig of minder passend is. Bij woningen geldt daarnaast als uitgangspunt dat bij een eerste overtreding, kan worden volstaan met een waarschuwing of andere minder ingrijpende maatregel. Dit kan zich voordoen bij een zeer geringe overschrijding van de gebruikshoeveelheid en het ontbreken van handelsindicatoren. Dit Damoclesbeleid biedt de burgemeester ruimte voor maatwerk. Hoewel sluiting de norm is, afhankelijk van de concrete situatie, kiezen voor een last onder dwangsom of een waarschuwing, wanneer dat evenrediger en passender is. Trapsgewijze matrix In de artikelen 3.2.1. tot en met 3.2.4. zijn herstelmaatregelen in de tabellen genoemd per constatering. Per constatering wordt er een stapje omhoog gegaan in de handhavingsstrategie. De reden hiervoor is dat recidive als een verzwarende omstandigheid geldt. Uit het feit dat recidive plaatsvindt, terwijl bij de eerste constatering (al) een herstelmaatregel is toegepast, blijkt namelijk dat die herstelmaatregel onvoldoende is gebleken en dat een zwaardere sanctie nodig om de doelen van de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet te bereiken. De herstelmaatregelen worden daardoor per constatering zwaarder. Voorbereidende handelingen in relatie tot designerdrugs Ten aanzien van designerdrugs (lijst IA) geldt dat de productie en handel strafbaar zijn gesteld, maar dat de strafbaarheid van voorbereidingshandelingen nog niet volledig is doorgetrokken in de Opiumwet. Daarmee is sprake van een (gedeeltelijke) omissie in het strafrechtelijk kader. Dit laat onverlet dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet in de toekomst, als deze omissie in het strafrechtelijk kader is hersteld, bestuursrechtelijk kan gaan optreden tegen dergelijke voorbereidingshandelingen. In de beleidsregel is daarmee voorgesorteerd op de toekomst. Dat neemt niet weg dat de burgemeester, indien sprake is van een (ernstige) aantasting van de openbare orde en veiligheid, voor voorbereidingshandelingen ten aanzien van designerdrugs, tot die tijd kan gebruikmaken van andere bestuursrechtelijke bevoegdheden. (Her)controles Artikel 4.4 van de beleidsregel bepaalt dat de burgemeester na heropening van een pand of na het opleggen van een last onder dwangsom of waarschuwing controles uitvoert. Deze mogelijkheid om na heropening van een pand of na het opleggen van een last onder dwangsom of waarschuwing controles uit te voeren, vloeit voort uit de verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. In de praktijk blijkt dat panden waarin eerder druggerelateerde activiteiten hebben plaatsgevonden, een verhoogd risico hebben op hernieuwde betrokkenheid bij het drugscircuit of andere vormen van ondermijnende criminaliteit. Door het uitvoeren van (her)controles kan tijdig worden vastgesteld of de overtreding daadwerkelijk is beëindigd en of er geen sprake is van terugval. Deze controles hebben daarmee een preventief en signalerend karakter en dragen bij aan het duurzaam herstel van de openbare orde, het beschermen van de leefbaarheid in de omgeving en het voorkomen van herhaling. Dat de controles onaangekondigd plaatsvinden, is noodzakelijk om een reëel en actueel beeld te krijgen van het feitelijke gebruik van het pand.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving vaststelling Programma "Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie Roermond"

APV

APV

Verordening Systematische Toezichtinformatie Limburg 2026

Mededelingen

Mededelingen

Damoclesbeleid gemeente Leudal 2026

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel ontheffingen vuurwerkverbod Wet veilige jaarwisseling gemeente Roermond

APV

APV

Subsidieregeling decentrale politieke partijen gemeente Leudal

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Herstelbesluit van publicatie besluit wijziging werkingsgebieden vispassage en gemaal Arcen

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Programma "Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie Roermond"

Mededelingen

Mededelingen

PUBLICATIE VOORNEMEN TOT VERKOOP

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Water- en Rioleringsprogramma 2027-2031

Mededelingen

Mededelingen

Kennisgeving Ontwerp Water en rioleringsprogramma 2027-2031 (WRP)

Mededelingen

Mededelingen

Geprioriteerde lijst met scholen – en woningbouwprojecten ten behoeve van eerder aanvragen aansluiting elektriciteitsnet en prioriteit voor 1 oktober 2026

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving besluit wijziging werkingsgebieden project vispassage en gemaal Arcen