De Kracht van Samen: Verordening op participatie gemeente Bronckhorst, 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-19

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Bronckhorst

Informatie

De Kracht van Samen: Verordening op participatie gemeente Bronckhorst, 2026 De gemeenteraad van de gemeente Bronckhorst; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 september 2026 Gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; overwegende dat: •participatie ziet op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid en projecten; •het van belang is lokale democratische processen door participatie van de samenleving te verrijken en de samenwerking tussen gemeente en samenleving te versterken; •helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure; besluit vast te stellen de volgende verordening: De Kracht van Samen: Verordening op participatie gemeente Bronckhorst, 2026 Besluit: 1.De visie en het beleid op participatie ‘De Kracht van Samen’ vast te stellen; 2.De Verordening op participatie in Bronckhorst vast te stellen; 3.De inspraakverordening van 22-06-2006 in te trekken gelijktijdig bij de inwerkingtreding van de nieuwe verordening op participatie; 4.De verordening burgerinitiatief van 05-04-2005 in te trekken gelijktijdig bij de inwerkingtreding van de nieuwe verordening op participatie. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Onderwerp verordening Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling van beleid en initiatieven, waaronder de voorbereiding, uitvoering en evaluatie, en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de wijze waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners en/of maatschappelijke organisaties. Voor initiatieven waarop de Omgevingswet van toepassing is, gelden de wettelijke regels omtrent participatie. De gemeente hanteert hiervoor een handreiking, die als bijlage deel uitmaakt van deze verordening. De verordening is mede van toepassing op het sociaal domein, waaronder de Participatiewet, Wmo 2015, Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en Wet inburgering 2021. Artikel 2 Samenloop Deze verordening is niet van toepassing voor zover bij of op grond van de Omgevingswet of een andere wettelijke regeling is voorzien in een regeling voor participatie, inspraak of betrokkenheid van belanghebbenden. Artikel 3 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: • Bestuursorgaan: gemeenteraad, burgemeester of college van burgemeester en wethouders; • Inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties of andere belanghebbenden biedt om hun mening te geven over een voornemen tot het vaststellen of wijzigen van gemeentelijk beleid voorafgaand aan de definitieve besluitvorming van een bestuursorgaan, als bedoeld in artikel 150, tweede lid van de Gemeentewet; • Inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; • Maatschappelijke organisatie: organisatie zonder winstoogmerk die tot doel heeft een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente, met maatschappelijke, sociale, culturele of sportieve doelstellingen; • Participatie: Het betrekken van inwoners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen, alsmede (het door de gemeente ondersteunen van) initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden met impact op de lokale samenleving. • Samenleving: Personen en organisaties die een binding hebben met of belang hebben bij de gemeente Bronckhorst. • Uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Hoofdstuk 2 Participatie Artikel 4 Onderwerp participatie en uitdaagrecht 1.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om beslissingen van de gemeenteraad voor te bereiden en besluiten in dat kader of en op welke wijze participatie wordt toegepast. 2.Participatie wordt altijd toegepast als de wet dit verplicht. 3.De reikwijdte sluit aan bij zowel inwonersparticipatie (de gemeente betrekt de samenleving) als overheidsparticipatie (de gemeente ondersteunt initiatieven uit de samenleving) en het uitdaagrecht. Participatie, inspraak en uitdaagrecht staan open voor inwoners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben. 4.Er is geen participatie of uitdaagrecht mogelijk: a.als participatie of uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; b.als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsruimte heeft; c.inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; of d.als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie of uitdaagrecht niet kan worden afgewacht; e.als het belang van participatie of uitdaagrecht niet opweegt tegen zwaarwegende gemeentelijke belangen, waaronder de bescherming van kwetsbare groepen. f.het om interne (organisatorische) aangelegenheden van de gemeente gaat. Paragraaf 2.1 Samenlevingsparticipatie Artikel 5 Procedure participatie 1.Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan een proces voor de vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project vast of en op welke manier participatie wordt toegepast en legt daartoe in ieder geval de volgende punten vast: a.het onderwerp en het doel van de participatie; b.de beoogde deelnemers aan de participatie en de wijze waarop zij worden benaderd; c.de wijze waarop inspanningen worden verricht om: i.de participatie voor alle beoogde deelnemers toegankelijk te maken; ii.de deelnemers gedurende het traject gelijkwaardige kansen te bieden om deel te nemen; en iii.diverse meningen op te halen en de verschillende relevante belangen in kaart te brengen; d.de rol van de deelnemers in het traject en de aard van de inbreng gelet op de beïnvloedingsruimte; e.de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; f.de wijze waarop met deelnemers wordt gecommuniceerd gedurende het traject; g.de begroting van de kosten van de participatie; en h.de wijze waarop een evaluatie van de participatie plaatsvindt. 2.Het bestuursorgaan maakt voor de start van het traject bekend op welke manier participatie wordt toegepast, aan de hand van de in het eerste lid genoemde punten. Dit gebeurt voor de beoogde deelnemers op de voor dat traject geschikte wijze en voor eenieder via de publiek toegankelijke bronnen. 3.Als omstandigheden het noodzakelijk maken om het traject aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat de deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. 4.Bij de voorbereiding van een raadsvoorstel informeren burgemeester en wethouders de gemeenteraad voor de start van het traject over de manier waarop participatie wordt toegepast. 5.De vorige leden gelden niet voor situaties waarin toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bij wet verplicht is gesteld voor het verlenen van inspraak. In die situaties worden de in die afdeling neergelegde regels van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevolgd. Artikel 6 Terugkoppeling participatietraject 1.Nadat het tijdvak is verstreken waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren, zorgt het bestuursorgaan voor een terugkoppeling over het participatietraject, bijvoorbeeld in de vorm van een participatieverslag. Bij raadsbesluiten is de terugkoppeling aan de gemeenteraad, als het een collegebevoegdheid betreft gaat het om een algemene terugkoppeling. De terugkoppeling bevat in ieder geval op hoofdlijnen: a.een overzicht van het gevolgde participatietraject, met daarin aandacht voor de procedure, de deelnemers en de kosten; b.een weergave van de inbreng van de deelnemers; c.een toelichting hoe met de inbreng van de deelnemers is of wordt omgegaan in relatie tot het besluitvormingsproces. 2.Het bestuursorgaan informeert de deelnemers op de voor dat traject geschikte wijze en maakt de terugkoppeling openbaar voor eenieder via de publiek toegankelijke bronnen. Als participatie is toegepast in het kader van de voorbereiding van een raadsvoorstel, voegen burgemeester en wethouders de terugkoppeling van dat participatietraject als bijlage bij het raadsvoorstel. Paragraaf 2.2 Overheidsparticipatie Artikel 7 Verzoek om overheidsparticipatie 1.Inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en andere belanghebbenden kunnen burgemeester en wethouders verzoeken een initiatief uit de samenleving te ondersteunen. 2.Het verzoek bevat een beschrijving van: a.het initiatief; b.het beoogde maatschappelijke effect; c.de gewenste rol van de gemeente. 3.Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende informatie opvragen. Artikel 8 Beoordeling verzoek overheidsparticipatie 1.Burgemeester en wethouders beoordelen het verzoek en besluiten of en op welke wijze de gemeente aan het initiatief deelneemt of ondersteuning biedt. 2.Bij de beoordeling betrekken burgemeester en wethouders in ieder geval: a.het maatschappelijk belang van het initiatief; b.de bijdrage van het initiatief aan gemeentelijke doelstellingen; c.het draagvlak voor het initiatief; d.de haalbaarheid van het initiatief; e.de beschikbare gemeentelijke capaciteit en middelen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen een verzoek afwijzen als: a.het initiatief in strijd is met wet- en regelgeving; b.het initiatief in strijd is met vastgesteld gemeentelijk beleid; c.het initiatief onevenredig beslag legt op gemeentelijke middelen of capaciteit; d.er sprake is van zwaarwegende gemeentelijke belangen die zich tegen deelname of ondersteuning verzetten. 4.Burgemeester en wethouders informeren de indiener gemotiveerd over hun besluit. Artikel 9 Uitvoering overheidsparticipatie 1.Indien burgemeester en wethouders besluiten een initiatief te ondersteunen, maken zij met de initiatiefnemer afspraken over: a.het doel en de beoogde resultaten; b.de rol en bijdrage van de gemeente; c.de inzet van middelen en ondersteuning; d.de wijze van communicatie tussen gemeente en initiatiefnemer; e.de evaluatie van het initiatief. 2.De afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Paragraaf 2.3 Inspraak Artikel 10. Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van participatie (ook) kiest voor inspraak of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Artikel 11. Onderwerp van inspraak 1.Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2.Inspraak wordt altijd verleend als de wet daartoe verplicht. 3.Geen inspraak wordt verleend: a.ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b.indien inspraak bij of op grond van wettelijk voorschrift is uitgesloten; c.indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d.inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e.als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f.als het belang van inspraak niet opweegt tegen zwaarwegende gemeentelijke belangen, waaronder de bescherming van kwetsbare groepen. Hoofdstuk 3 Uitdaagrecht Artikel 12 Verzoek toepassing uitdaagrecht 1.Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen bij burgemeester en wethouders een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen. 2.Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt. 3.De indiener van het verzoek geeft daarnaast aan: a.wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b.welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; c.hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen en d.een indicatie van het draagvlak onder belanghebbenden; 4.Burgemeester en wethouders kunnen naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 13 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht 1.Burgemeester en wethouders zenden een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2.Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3.Onverminderd artikel 4, vierde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a.het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; b.het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; c.het verzoek niet voldoet aan de in artikel 12, derde lid gestelde eisen. 4.Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a.het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; b.als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; c.als sprake is van een lopend contract voor de uitvoering van de betreffende taak bij een externe partij; 5.het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met acht weken verdagen. 6.het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar. Artikel 14 Uitvoering taak 1.Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a.het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b.het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak; c.het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; d.de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; e.de evaluatie van de uitvoering van de taak. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 15 Evaluatie verordening en monitoring De uitvoering van deze verordening wordt vierjaarlijks geëvalueerd. Burgemeester en wethouders zenden na afronding van deze evaluatie aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Artikel 16 Hardheidsclausule Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze verordening. Artikel 17 Intrekking verordeningen De Inspraakverordening voor de gemeente Bronckhorst d.d. 22-6-2006 en de Verordening Burgerinitiatief gemeente Bronckhorst d.d. 5-4-2005 worden ingetrokken op het moment van het in werking treden van deze verordening op participatie gemeente Bronckhorst 2026. Artikel 18 Inwerkingtreding, overgangsregeling en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking in het gemeenteblad, met dien verstande dat voor samenspraakprocedures en inspraakprocedures die voor de inwerkingtreding van deze verordening door het bestuursorgaan zijn vastgesteld de Inspraakverordening gemeente Bronckhorst 2006 van toepassing blijft. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op participatie gemeente Bronckhorst 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Bronckhorst, gehouden op 8 oktober 2026 De griffier M. Veenbergen De voorzitter P. van Domburg Toelichting op de verordening op participatie ‘De Kracht van Samen’ gemeente Bronckhorst 2026 Inleiding Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb. 2024, 203, hierna: de wet). Deze wet beoogt het draagvlak voor het beleid van gemeenten, en de uitvoering en evaluatie daarvan, te vergroten door inwoners hierin een grotere rol te geven. Volgens de memorie van toelichting is het, gezien de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan, van belang dat gemeenten inwoners vroegtijdig en zorgvuldig betrekken bij vraagstukken. Tegen die achtergrond voorziet de wet in de eerste plaats in een verbreding van de verplichtingen voor gemeenten. Gemeenten moeten inwoners op grond van de wet niet meer alleen bij de voorbereiding van beleid betrekken, maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan (artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet). De wet beoogt in de tweede plaats dat gemeenten hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening en dat zij daarin meer recht doen aan alle verschillende middelen die er voor participatie zijn. Tot slot bevat de wet een bepaling over het uitdaagrecht. Uit artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet volgt dat gemeenten in de nieuwe participatieverordening niet alleen moeten voorzien in de wijze waarop gemeenten inwoners bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van gemeentelijk beleid betrekken, maar aan inwoners en maatschappelijke partijen ook de mogelijkheid moeten bieden zelf het initiatief te nemen. Het is de burgemeester die op grond van artikel 170, eerste lid, onderdeel a en c, van de Gemeentewet, een zorgplicht heeft. Hij moet toezien op een tijdige voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie zijn betrokken en de kwaliteit van procedures op het vlak van participatie. Het uitdaagrecht Het uitdaagrecht is een onderdeel van overheidsparticipatie. In deze verordening zijn daarvoor voorwaarden opgenomen. In geval toepassing wordt gegeven aan het uitdaagrecht (in de zin dat gemeentelijke taken uit handen worden gegeven) moet de gemeente zich bewust zijn van het feit dat ook dan de aanbestedingsregels moeten worden nageleefd en er sprake kan zijn van risicoaansprakelijkheid. Welke maatregelen nodig zijn en wat daarin van de inwoners en/of maatschappelijke partijen mag worden verwacht, is erg afhankelijk van waar het uitdaagrecht precies op ziet. Per geval moet worden bepaald hoe hier invulling aan wordt gegeven. In de verordening is een bepaling opgenomen waarin is vastgelegd dat de gemeente met de inwoners en maatschappelijke partijen afspraken maakt over de uitvoering van de gemeentelijke taak. En ook wat de gevolgen zijn als de afspraken niet worden nagekomen. Participatie op grond van andere wetten De verordening geeft uitvoering aan artikel 150 Gemeentewet zonder de sectorspecifieke participatieplichten uit de Participatiewet, de Wmo 2015 en de Omgevingswet te vervangen. In bepaalde gevallen geeft de wet namelijk nadere handvaten (verplichtingen) voor participatie. In die gevallen is deze verordening niet van toepassing. Een relevant voorbeeld is de Omgevingswet. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning is namelijk niet het bevoegd gezag, maar de aanvrager aan zet. De aanvrager moet aangeven wat deze op het gebied van participatie heeft gedaan. Er is niet voorgeschreven op welke wijze dit moet gebeuren. We hebben een handreiking: Participatie bij plannen in de omgeving | Gemeente Bronckhorst. Dit geeft aanvragers (initiatiefnemers) een handvat op welke manier zij participatie kunnen organiseren. Artikelsgewijs Hieronder worden alleen de artikelen opgevoerd die verdere toelichting behoeven. Artikel 3. Definities Participatie In de verordening zijn alle vormen van participatie waarbij de gemeente het initiatief neemt om inwoners en/of ondernemers, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid te betrekken onder het begrip participatie geschaard. Ook voor overheidsparticipatie, waarbij de overheid betrokken is bij een initiatief van de samenleving, valt onder dit begrip. Daarmee gelden voor al die vormen van participatie dezelfde spelregels. Maatschappelijke organisaties Op grond van de wet kunnen ook maatschappelijke organisaties om toepassing van het uitdaagrecht vragen. In de wet is echter geen definitie van dit begrip opgenomen. Het is dus aan de gemeente om deze groep af te bakenen. In deze verordening is ervoor gekozen de nadruk te leggen op de lokale binding. Onder maatschappelijke organisaties verstaan we organisaties die als doel hebben om een actieve bijdrage aan de samenleving in de gemeente Bronckhorst te leveren, zonder winstoogmerk. Denk aan organisaties met maatschappelijke, sociale, culturele of sportieve doelstellingen. Dit betreft onder meer lokale verenigingen of stichtingen, woongroepen, buurtpreventieteams, vrijwilligersorganisaties, buurtcomités en inwonerscollectieven. Hoofdstuk 2 participatie Artikel 4. lid 3 Reikwijdte Uitgangspunt in de verordening is dat de bestuursorganen binnen de gemeente, elk ten aanzien van hun eigen taken en bevoegdheden, bepalen of participatie plaatsvindt en of het mogelijk is overheidsparticipatie (waaronder ook het uitdaagrecht valt) toe te passen. Voor zover de toepassing van de verordening op grond van de Omgevingswet niet uitgesloten of beperkt is (zie de passage over participatie bij omgevingsvergunningen in het algemeen deel van de toelichting), is deze verordening leidend. Vervolgens is hier wel een aantal uitzonderingen op geformuleerd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten, maar ook als er voor het bestuursorgaan heel weinig ruimte is gelaten om (beleids)keuzes te maken of als het interne en bestuurlijke aangelegenheden van de gemeente betreft. In die gevallen heeft inwonersparticipatie of toepassing van overheidsparticipatie geen toegevoegde waarde. Wel moet er steeds aandacht zijn voor het feit dat participatie zich niet alleen over de voorbereiding, maar ook over de uitvoering en evaluatie uitstrekt. Als participatie bij de voorbereiding geen toegevoegde waarde heeft, geldt dat niet noodzakelijkerwijs ook voor de uitvoering of evaluatie. Als er een beroep op een uitzonderingsgrond wordt gedaan en er van inwonersparticipatie of overheidsparticipatie wordt afgezien, dan moet dat worden onderbouwd. Artikel 5. Procedure participatie Dit artikel regelt dat het bestuursorgaan of andere initiatiefnemer een plan voor het participatietraject opstelt. Dit zorgt dat er duidelijkheid is over het proces, het doel en de vorm(en) van participatie. Benadrukt is dat het plan in lijn moet zijn met de door de gemeenteraad vastgestelde participatievisie en -beleid. Verder zijn de elementen opgenomen die in ieder geval in het participatieplan moeten staan. De vorm van een participatieplan is vrij. Het plan kan onderdeel zijn van een voordracht, projectplan of beleidsstuk, maar ook een losstaand document is mogelijk. Van belang is vooral dat inzichtelijk is waar het participatieplan te vinden is en het duidelijkheid biedt. Verder is geregeld dat het college voor het opstellen van het plan zorgdraagt als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat. Artikel 6. Terugkoppeling participatietraject Op grond van dit artikel stelt het bestuursorgaan, nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, een eindverslag op. Dit eindverslag kan worden opgenomen in een losstaand document, maar het kan ook een onderdeel van een voordracht of een passage in een brief zijn. Hierbij is een aantal elementen opgesomd die in elk geval een plaats moeten krijgen in het verslag. Verder is geregeld dat het college voor het opstellen van het verslag zorgt als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat. Het ligt voor de hand om degenen die hebben deelgenomen aan de inwonersparticipatie het eindverslag toe te sturen en/of daarbij te betrekken. Het eindverslag is openbaar. Artikel 10. Inspraak Een bestuursorgaan kan op grond van de verordening inspraak verlenen, ook als de wet daartoe niet verplicht. Inspraak kan naast een andere vorm van participatie plaatsvinden. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze afdeling is in beginsel van toepassing als inspraak wordt verleend. Het bestuursorgaan kan hier echter van afwijken en een andere inspraakprocedure vaststellen. Voor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt dat het doel is om zorgvuldige besluitvorming te waarborgen, de uitkomsten hiervan te legitimeren, de rechten en belangen van inwoners te beschermen en beleid met andere overheden te coördineren. De procedure voorziet daartoe in de wijze waarop een bestuursorgaan ontwerpbesluiten ter inzage moet leggen, hoe belanghebbenden hierop kunnen reageren en hoe bestuursorganen met deze reacties moeten omgaan. Zo moeten belanghebbenden zowel schriftelijk als mondeling kunnen reageren en moet de termijn voor de reactie minimaal zes weken bedragen. Dit geldt dus ook als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op inspraak wordt toegepast. Hoofdstuk 3 Uitdaagrecht Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen de gemeente vragen mee te participeren. Dat vraagt altijd een afweging. Nog nadrukkelijker moet die afweging worden gemaakt wanneer de gemeente wordt uitgedaagd om een gemeentelijke taak uit handen te geven aan een aantal inwoners en/of maatschappelijke organisatie(s). Alvorens een dergelijke afweging kan worden gemaakt is het nodig dat de gemeente over voldoende informatie beschikt. De artikelen 12, 13 en 14 geven regels waaraan de initiatiefnemer(s) en het bestuursorgaan tenminste moeten voldoen. Het ligt voor de hand dat bij een verzoek voor overheidsparticipatie of het uitdaagrecht het college in overleg gaat met de initiatiefnemer(s). Artikel 13 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht Het bestuursorgaan wijst een verzoek af indien het betrekking heeft op een overheidstaak die, gelet op haar aard, uitsluitend of in overwegende mate door het bestuursorgaan zelf dient te worden uitgevoerd en daarom niet geschikt is voor toepassing van het uitdaagrecht. Taken die zich mogelijk tegen toepassing van het uitdaagrecht verzetten zijn: •Het nemen van bestuursrechtelijke besluiten •Toezicht en handhaving •Taken waarbij onafhankelijke oordeelsvorming vereist is •Werkzaamheden die vanwege veiligheid, vertrouwelijkheid of wettelijke verantwoordelijkheid uitsluitend door de overheid mogen worden uitgevoerd. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 16. Hardheidsclausule Om maatwerk te garanderen en onevenredig bezwarende uitkomsten van de toepassing van deze verordening te voorkomen, heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan moet wel onderbouwen waarom het afwijkt.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "De Kracht van Samen: Verordening op participatie gemeente Bronckhorst, 2026"

Mededelingen

Mededelingen

TOEZICHT- EN HANDHAVINGSBELEID KINDEROPVANG GEMEENTE BRUMMEN 2026

APV

APV

De Kracht van Samen: Verordening op participatie gemeente Bronckhorst, 2026

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Vaststelling artikelsgewijze toelichting bij Omgevingsverordening Gelderland wijziging 2025-2026

Mededelingen

Mededelingen

BELEIDSREGEL VEILIGE JAARWISSELING, GEMEENTE BRUMMEN

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Intrekking van regeling "Voorbeschermingsregels beperkingengebied stikstofemissie Gelderland"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Omgevingsverordening Gelderland

Mededelingen

Mededelingen

Gemeente Brummen - FORUM Begroting op donderdag 29 oktober 2026

APV

APV

Legesverordening 2026 gemeente Brummen

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzen lijst gevallen ‘Advies’ (BOPA)

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzen lijst gevallen ‘Advies en Instemming’ (BOPA)

Mededelingen

Mededelingen

Gemeente Brummen - Besluitvormende raadsvergadering op donderdag 15 oktober 2026

APV

APV

Regeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het subsidiëren van peuteropvang en voorschoolse educatie (Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Zutphen 2021)