Gedragscode integriteit leden van de raad van de gemeente Westerkwartier 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-10-05
Gepubliceerd door
Gemeente Westerkwartier
Informatie
Gedragscode integriteit leden van de raad van de gemeente Westerkwartier 2026 De gemeenteraad van de gemeente Westerkwartier; Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet; Gebaseerd op de modelverordening en handreiking voor de omgang met (vermoedens) van integriteitsschendingen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Gelezen de voordracht van het presidium van 20 november 2025; B E S L U I T: -Vast te stellen de ‘Gedragscode integriteit leden van de raad van de gemeente Westerkwartier 2026’ -De ‘Gedragscode bestuurlijke integriteit leden van de raad van de gemeente Westerkwartier 2023 ’, vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 juni 2023, in te trekken De gedragscode integriteit bestaande uit: Deel I – Gedragscode Integriteit Deel II – Afspraken over gedragscode Deel III – Agendering integriteit en protocol vermoeden integriteitsschending Bijlage 1 – Gedragsregels Bijlage 2 – Externe vertrouwenspersoon DEEL I - GEDRAGSCODE INTEGRITEIT RAADSLEDEN INLEIDING Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: raadsleden. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. In Westerkwartier besteden we veel aandacht aan het levend houden van integriteit. We praten hierover met elkaar op diverse momenten in de raadscyclus. Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie. Om het belang van goede omgangsvormen te onderstrepen hebben we in een bijlage de gedragsregels op papier gezet. Zowel in vergaderingen als digitaal achten we het van groot belang om goede omgangsvormen te hanteren. Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten. Artikel 1 Algemene bepalingen 1.1.De gedragscode geldt voor de raadsleden en beëdigde fractieassistenten. Waar gesproken wordt over raadsleden wordt tevens beëdigde fractieassistenten gelezen. 1.2.Waar in de tekst van deze code ‘hij’ of ‘hem’ wordt genoemd kan ook ‘zij’ of ‘haar’ worden gelezen. 1.3.Onder Presidium wordt verstaan het door de raad ingestelde overleg van de voorzitters van de fracties (of een door betreffende voorzitter aangewezen vervanger), vertegenwoordigd in de raad. 1.4.In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het Presidium respectievelijk in de raad. 1.5.In gevallen waarbij op grond van de code mededeling dient te worden gedaan aan de raad stelt het Presidium afspraken vast over de wijze waarop de informatie verstrekt wordt. Bespreking van casuïstiek vindt plaats in het Presidium. 1.6.De gedragscode is openbaar en voor derden te raadplegen. Wettelijke grondslag De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor haar leden (artikel 15, derde lid, Gemeentewet). Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling 2.1.Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door. De verantwoordelijkheid voor het op tijd doorgeven van wijzigingen in nevenfuncties ligt bij het raadslid zelf. 2.2.De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is. 2.3.De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 2.4.Een oud-raadslid wordt het eerste jaar na het neerleggen van het raadslidmaatschap uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. 2.5.Een raadslid dat persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming over de betreffende opdracht. Het moet voor een raadslid mogelijk zijn een zuiver en objectief besluit te nemen. 2.6.Een raadslid stelt tijdig de burgemeester en de griffier op de hoogte van zijn persoonlijk belang in de besluitvorming in de raad. In gezamenlijkheid wordt de betreffende situatie besproken. De beslissing over wel of niet als woordvoerder optreden en/of wel of niet meestemmen ligt bij het betreffende raadslid. Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in vergadering, in handen van de voorzitter, de eed (verklaring en belofte) af. Persoonlijke belangen: • Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming en beraadslaging over - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet) • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). • In artikel 13 is geregeld dat een lid van de raad als ambtenaar van een Gemeenschappelijke Regeling geen werkzaamheden mag verrichten ten behoeve van de gemeente waar hij volksvertegenwoordiger is. Deze aanpassing is gedaan omdat hiermee duidelijk wordt wanneer een volksvertegenwoordiger werkzaam kan zijn bij een samenwerkingsverband waaraan de betreffende gemeente deelneemt. ln de oude bepaling was slechts opgenomen dat een lid van de raad niet als ambtenaar werkzaam mocht zijn onder de direct verantwoordelijkheid van het bestuur van de gemeente waar hij ook lid van de raad is. * Onder persoonlijke belangen wordt verstaan wat een lid van de raad persoonlijk aangaat of een financieel belang hierin heeft (aandeelhouder). Incompatibiliteiten en nevenfuncties: • Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente of het gemeentebestuur partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet) • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet) • Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties staat gepubliceerd op de website (artikel 12 Gemeentewet). Artikel 3 Informatie 3.1.Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad beschikt en zorgt ervoor dat geheime informatie veilig wordt bewaard. Hij verstrekt geen geheime informatie aan personen die niet geautoriseerd zijn voor deze informatie. 3.2.Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. 3.3.Een raadslid houdt geen informatie achter wanneer dat het belang van de gemeente kan schaden. Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Als een commissie (raadsoverleg, raadscommissie, bestuurscommissie of overige commissie) waarin leden van de raad zitting hebben stukken onder geheimhouding verkrijgt, krijgt ook de gehele raad deze stukken. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet) Geheimhouding - Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). - De raad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en commissies kunnen in de zin van artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet informatie die bij hen berust geheim verklaren. - De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het informatie betreft die met de volksvertegenwoordiging wordt gedeeld. Ook de gemeenteraad kan geheimhouding opleggen (artikelen 87 en 88 Gemeentewet). - De geheimhouding duurt totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd, de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. De raad ontvangt jaarlijks een geheimhoudingsregister die zij in een raadsvergadering vaststelt. - Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Artikel 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden Wettelijk kader De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. 4.1 4.1.1.Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 4.1.2.Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. 4.1.3.Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente. 4.1.4.De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 4.1.5.Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Indien een gift op het huisadres wordt ontvangen dan wordt er melding van gedaan bij de griffie. 4.2 4.2.1Een raadslid meldt de burgemeester en griffier uitnodigingen voor excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente, voor hij ingaat op de uitnodiging. 4.2.2Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. 4.2.3.De informatie is via internet beschikbaar. 4.3 4.3.1.Een raadslid meldt de burgemeester en griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden. Deze melding wordt voorafgaand aan de reis gemaakt. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is en wat daarvan de kosten zijn. 4.3.2.De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 4.4In geval een uitnodiging de (geschatte) waarde van € 50,00 te boven gaat wordt door het Presidium beoordeeld of het gemeentelijk belang gebaat is met aanvaarding van de uitnodiging en of daarmee de onafhankelijke positie van het raadslid ten opzichte van de uitnodigende partij niet beïnvloed wordt. Het betreffende besluit wordt door het betrokken raadslid gevolgd. 4.5Indien een raadslid een geschenk, gift of uitnodiging voor een reis, excursie of evenement ontvangt uit hoofde van een andere functie dan het raadslidmaatschap, maar waarvan hij vermoedt of kan vermoeden dat deze wordt verstrekt om hem als raadslid te beïnvloeden maakt hij hiervan melding bij de burgemeester en griffier. Artikel 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente en declaraties 5.15.1 Een raadslid van de raad declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Dit is geregeld in de verordening rechtspositie raadsleden gemeente Westerkwartier. 5.25.2 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan. Artikel 6 Gedrag ten opzichte van medewerkers van de gemeentelijke organisatie 6.1Raadsleden hanteren bij hun contacten met de gemeentelijke organisatie de regels zoals vastgelegd in de Verordening organisatie griffie 2019. 6.2Raadsleden laten zich in het openbaar of ten opzichte van derden niet negatief uit over medewerkers van de gemeentelijke organisatie. 6.3In geval daartoe aanleiding is bespreken raadsleden hun grieven over de organisatie, medewerkers daarvan of door de organisatie geleverd werk met de griffier; in gezamenlijkheid wordt besloten of en hoe de grieven met de gemeentesecretaris worden besproken. Artikel 7 Uitvoering gedragscode 7.1De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin. 7.2Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad afspraken over de navolgende onderwerpen: a.de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder; b.de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; c.de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente. d.In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus. DEEL II - AFSPRAKEN OVER DE GEDRAGSCODE Wij vinden het van belang om integriteit blijvend op de agenda te houden. Gezamenlijk zijn we hiervoor als raadsleden verantwoordelijk. Van de burgemeester verwachten wij in het bijzonder een actieve houding bij het onder de aandacht brengen en houden van het thema integriteit. Agenda Voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen wordt, de werking van, de gedragscode geëvalueerd. Afspraken over nadere invulling gedragscode en het bespreekbaar maken van gedrag Ingeval van onduidelijkheden in de gedragscode (vaak aangeduid met het ‘grijze gebied’) voorziet de gemeenteraad daarin. Wij hechten eraan met elkaar afspraken te maken over de wijze waarop we dit doen en hoe we (voorgenomen) gedrag bespreekbaar maken. Daarmee wordt bevorderd dat: •Wordt gehandeld in lijn met de gedragscode •Geen onnodige escalatie plaatsvindt •Gedrag en integriteit van personen geen onderdeel wordt van het politieke debat We maken onderscheid tussen de volgende situaties waarbij we ons realiseren dat niet alle mogelijke situaties gedekt zijn: 1.Het raadslid twijfelt over hoe een (nog niet ondernomen) eigen handeling zich verhoudt tot de gedragscode. 2.Het raadslid twijfelt over hoe een nog niet ondernomen handeling van een ander raadslid zich verhoudt tot de gedragscode. 3.Het raadslid vermoedt dat door een raadslid gehandeld is in strijd met de gedragscode. 4.Het raadslid vindt dat de omgangsvormen zijn geschonden of dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. Voor elk van deze situaties is onderstaand uitgewerkt welke stappen we in zo’n geval zetten. Wij volgen deze stappen tenzij dit niet in de redelijkheid van het raadslid gevraagd kan worden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het raadslid niet de veiligheid ervaart om bepaald bedrag bespreekbaar te maken. Uitwerking situaties 1. Het raadslid twijfelt over hoe een (nog niet ondernomen) eigen handeling zich verhoudt tot de gedragscode •Het raadslid is transparant over zijn/haar twijfels of dilemma en treedt hierover in overleg. •In eerste instantie ligt het voor de hand dit binnen de fractie te doen. Als de twijfels blijven bestaan, treedt het raadslid in overleg met de burgemeester en/of griffier. De griffier en/of burgemeester adviseert het betreffende raadslid over hoe de (nog niet ondernomen) eigen handeling zich verhoudt tot de gedragscode. •Indien geen sprake is van een schending van de gedragscode dan wordt in onderling overleg besloten of de casus, ter lering, wordt ingebracht in het Presidium. •Indien mogelijk sprake is van een schending op het gebied van integriteit dan treedt het protocol in werking zoals opgenomen in deel III van deze gedragscode. 2. Het raadslid twijfelt over hoe een nog niet ondernomen handeling van een ander raadslid zich verhoudt tot de gedragscode •Het raadslid spreekt de persoon in kwestie aan of stelt hem/haar hierover een vraag. •Als de twijfels daarmee niet worden weggenomen ligt het voor de hand deze twijfels te bespreken met de fractievoorzitter van het betreffende raadslid. •Als de twijfels daarmee nog steeds niet worden weggenomen of wanneer bespreking met de fractievoorzitter niet voor de hand ligt dan stapt het raadslid naar de burgemeester en/of griffier om zijn of haar twijfels te bespreken. Bij voorkeur gezamenlijk met het betreffende raadslid. De griffier en/of burgemeester beoordeelt of mogelijk sprake zal zijn van handelen in strijd met de gedragscode en/of andere regelgeving op het gebied van integriteit. •Afhankelijk van deze beoordeling wordt door de griffier en/of burgemeester met het betreffende raadslid gesproken. 3. Het raadslid vermoedt dat door een raadslid is gehandeld in strijd met de gedragscode •Het raadslid spreekt het betreffende raadslid of diens fractievoorzitter op zijn of haar handelen aan tenzij dit redelijkerwijs niet van het raadslid verwacht kan worden. •Wanneer het vermoeden blijft bestaan meldt het raadslid zich met dit vermoeden bij de griffier en/of burgemeester. In het geval van een schriftelijke melding treedt het protocol werking zoals opgenomen in deel III van deze gedragscode. 4. Het raadslid vindt dat de omgangsvormen zijn geschonden of dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag •Het raadslid spreekt het betreffende raadslid aan op zijn of haar gedrag. Bij voorkeur buiten de raadsvergadering. Als dit niet tot een bevredigende uitkomst leidt dan ligt het voor de hand het gedrag van het betreffende raadslid te bespreken met diens fractievoorzitter. •Leidt dit niet tot een bevredigende uitkomst dan bespreekt het raadslid het gedrag van het betreffende raadslid met de burgemeester en griffier. In overleg wordt besloten hoe hiermee om te gaan. Mogelijkheden zijn: -De burgemeester nodigt de raadsleden uit voor een gezamenlijk gesprek, al dan niet in aanwezigheid van de fractievoorzitter(s) -De burgemeester gaat in gesprek met het betreffende raadslid -Het gedrag wordt geagendeerd in het Presidium •Het staat het raadslid vrij een melding in te dienen van een vermoeden van een schending van de gedragscode DEEL III - AGENDERING INTEGRITEIT EN PROTOCOL VERMOEDEN INTEGRITEITSSCHENDING RAADSLID Agendering van het onderwerp integriteit Het onderwerp integriteit wordt een keer per jaar geagendeerd in een niet openbare raadsactiviteit. Daarnaast voeren de burgemeester en griffier bij de start van een raadsperiode een gesprek met elk raadslid waarin deze gedragscode integriteit aan de orde wordt gesteld. Ook bij fractieassistenten worden door de griffie deze gesprekken aan de hand van de geloofsbrieven ingepland. Protocol vermoeden integriteitsschending raadslid gemeente Westerkwartier In dit protocol wordt beschreven hoe wordt omgegaan met de melding van een vermoeden van een integriteitsschending door een raadslid van de gemeente Westerkwartier. •Met een integriteitsschending wordt een schending bedoeld van de gedragscode integriteit voor de raadsleden van de gemeente Westerkwartier of van wettelijke bepalingen op het gebied van integriteit. •Een melder is eenieder die een vermoeden van integriteitsschending meldt overeenkomstig het bepaalde in dit protocol. Een melding kan niet anoniem worden gedaan. ➢ Communicatie De wijze waarop wordt gecommuniceerd over melding en procedure is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hierover zijn in het protocol wel enkele bepalingen opgenomen. Bij de afweging hoe te communiceren dienen het belang van transparantie en het belang van de privacy van betrokkene(n) telkens zorgvuldig te worden gewogen ten opzichte van elkaar. Stap 0 – Voorafgaand aan een melding Het indienen van een melding is een last resort. Alvorens een melding wordt ingediend, wordt het vermoeden van een integriteitsschending op enige wijze bespreekbaar gemaakt met het betreffende raadslid, burgemeester of griffier, tenzij dat in redelijkheid niet gevraagd kan worden van de melder. Stap 1 – Het doen van een melding Een melding van een vermoeden van een integriteitschending kan gedaan worden bij de burgemeester. De burgemeester is verantwoordelijk voor de behandeling van de melding. De burgemeester kan daarbij de steun inroepen van de griffier. De melding dient schriftelijk te worden gedaan. De ontvangst van de melding wordt schriftelijk bevestigd door de burgemeester. De identiteit van de melder wordt niet gedeeld tenzij de melder daarvoor toestemming heeft gegeven. ➢ Communicatie •De burgemeester brengt de griffier op de hoogte van de melding. •De burgemeester draagt er zorg voor dat de kring van behandelaars zo beperkt als mogelijk is. Stap 2 – Beoordeling melding De burgemeester, daarin ondersteund door de griffier, beoordeelt de melding op ontvankelijkheid. In het kader van de beoordeling van de ontvankelijkheid wordt getoetst of: •De melding niet anoniem is; •Sprake is van eventuele strijdigheid met de gedragscode en/of wetgeving op het gebied van integriteit; •Sprake is van de aanwezigheid van redelijke gronden voor het vermoeden; Indien niet aan al deze criteria is voldaan, dan is de melding niet ontvankelijk en stopt de procedure. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Indien wel aan deze criteria is voldaan, is er sprake van een ontvankelijke melding. In dat geval wordt de melding beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: •De aard van het vermoeden; •De ernst van de vermeende schending; •De concreetheid van het vermoeden; •De onderzoekbaarheid van de vermeende schending; •Strijdigheid met het Wetboek van strafrecht. Vooronderzoek in het kader van beoordeling melding De burgemeester kan de melder verzoeken zijn of haar melding toe te lichten. Ook kan de burgemeester in het kader van de beoordeling enkele gesprekken (laten) voeren of documenten (laten) bestuderen. Het doel van deze handelingen is te beoordelen of sprake is van een gerechtvaardigd en te onderzoeken vermoeden van zodanige ernst dat onderzoek gerechtvaardigd is. De burgemeester kan bij deze stap 2 ‘Beoordeling melding’ desgewenst ambtelijke ondersteuning en/of externe expertise betrekken. Uitkomsten beoordeling melding De meest voorkomende uitkomsten van de beoordeling van de melding luiden als volgt. • De vermeende schending betreft een te gering feit om onderzoek te rechtvaardigen // De melding is niet te onderzoeken // De melding is niet concreet // Er zijn onvoldoende aanwijzingen Als er sprake is van een vermeende lichte schending - bijvoorbeeld omgangsvormen – kan de burgemeester besluiten geen onderzoek in te stellen. Wel gaat de burgemeester het gesprek aan met degene op wie de melding betrekking heeft. • Er is sprake van een gerechtvaardigd, te onderzoeken en concreet vermoeden van een integriteitsschending van zodanige ernst dat onderzoek gerechtvaardigd is De burgemeester geeft opdracht tot het instellen van een onderzoek naar het vermoeden van een integriteitsschending. • Er is sprake van een integriteitsschending In dat geval wordt het betreffende raadslid daarvan op de hoogte gesteld. Ook wordt het Presidium daarvan (geheim) op de hoogte gesteld tenzij de privacy van degene die de schending heeft begaan dit in de weg staat. Het Presidium gehoord hebbende stelt de burgemeester het eventuele vervolgproces en de communicatie over de integriteitsschending vast. Indien de schending is begaan door een lid van het Presidium dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking hiervan. • Er is sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit Indien er een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat, doet de burgemeester daarvan aangifte bij het Openbaar Ministerie. Ook brengt de burgemeester het Presidium daarvan op de hoogte. Het Presidium gehoord hebbende besluit de burgemeester over de eventuele vervolgstappen en communicatie naar aanleiding van dit redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Afhankelijk van de omstandigheden kan besloten worden ook zelf onderzoek te doen naar het vermoeden. ➢ Communicatie •De burgemeester is verantwoordelijk voor de communicatie richting de melder. Aan de melder worden de uitkomsten van de beoordeling medegedeeld tenzij de privacy van degene op wie de melding betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. •De burgemeester informeert degene op wie de melding betrekking heeft over de uitkomst van de beoordeling tenzij het onderzoeksbelang dit in de weg staat. •De burgemeester informeert het Presidium geheim over de uitkomsten van de beoordeling tenzij de privacy van degene op wie de melding betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. Stap 3 – Onderzoek Indien sprake is van een gerechtvaardigd, te onderzoeken en concreet vermoeden van een integriteitsschending van zodanige ernst dat onderzoek gerechtvaardigd is, stelt de burgemeester een onderzoek in. Dit onderzoek wordt verricht door een gecertificeerd extern bureau. De burgemeester is opdrachtgever van het onderzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast. De burgemeester wordt hierbij ondersteund door de griffier. Degene op wiens handelen het onderzoek betrekking heeft, wordt zo spoedig mogelijk na het besluit daartoe schriftelijk door de burgemeester geïnformeerd tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet. Degene op wie de melding betrekking heeft kan zich (gedurende het onderzoek) tot de griffier wenden voor advies of ondersteuning. ➢ Communicatie •De burgemeester informeert het Presidium onder geheimhouding over de instelling van het onderzoek, de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek tenzij de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. •Het Presidium gehoord hebbende kan de burgemeester besluiten in bredere kring te communiceren over het onderzoek en de onderzoeksopdracht. Dit ligt voor de hand op het moment dat bekend is dat een melding is ingediend en/of geruchten hierover de ronde doen. De privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft wordt bij deze beslissing meegewogen. Stap 4 - De rapportage Van het onderzoek wordt een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden. ➢ Communicatie •De burgemeester informeert het Presidium onder geheimhouding over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat. Ook consulteert de burgemeester het Presidium over het proces van (eventuele) verdere behandeling en de verspreidingskring van het rapport. •Het Presidium gehoord hebbende stelt de burgemeester het proces van (eventuele) verdere behandeling en de verspreidingskring van het rapport vast. Indien het rapport betrekking heeft op een lid van het Presidium dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking hiervan. Stap 5 – Vervolg Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek en het besluit over de wijze waarop met de onderzoeksresultaten wordt omgegaan vindt verdere behandeling van het rapport plaats. Na afronding van het onderzoek voert de burgemeester in ieder geval een gesprek met het raadslid op wiens handelen het onderzoek betrekking heeft. De burgemeester informeert de melder over de afronding van het onderzoek. -Als uit het rapport blijkt dat geen sprake is van een integriteitsschending worden de personen die het voor- en/of feitenonderzoek al op de hoogte waren van de melding geïnformeerd over de uitkomst van het feitenonderzoek. -Als wel sprake is van een vastgestelde integriteitsschending legt de burgemeester in een besloten bijeenkomst het rapport voor aan de raad. In deze bijeenkomst wordt besloten over de consequenties die aan de uitkomst van het onderzoek worden verbonden en wordt besloten over openbaarmaking ervan. Hardheidsclausule In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, wordt de handelswijze bepaald door de burgemeester. Citeertitel Deze gedragscode kan worden aangehaald als Gedragscode integriteit leden van de raad van de gemeente Westerkwartier 2026. Inwerkingtreding 1.Deze gedragscode treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking ervan. 2.Gelijktijdig met het in werking treden van deze gedragscode komt de gedragscode van 2023 te vervallen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Westerkwartier d.d. 23 september 2026 A. van der Tuuk, burgemeester O.E. de Vries, griffier Bijlage 1 Gedragsregels Algemene uitgangspunten Binnen de gemeenteraad worden omgangsvormen die getuigen van openheid en wederzijds respect gehanteerd. We streven naar een veilige en vrije debatcultuur, waarin men het oneens kan zijn over de inhoud, maar tijdens de discussie wordt niet op de persoon gespeeld. Het gesprek wordt gevoerd op basis van wederzijds respect. Onheuse bejegeningen of (grensoverschrijdende) gedragingen worden niet getolereerd. Elk raadslid (of fractieassistent) heeft altijd oog voor de eigen integriteit en handelt in overeenstemming met de gedragsregels en de algemene maatschappelijk normen omtrent integriteit. Ongewenst gedrag zoals discriminatie, (seksuele) intimidatie; pesten, seksisme, racisme, agressie en geweld, uitsluiting en machtsmisbruik worden binnen de raad niet getolereerd. Als hier toch sprake van is spreken we elkaar daarop aan. Hieronder zijn de vormen van ongewenst gedrag toegelicht. Daarnaast wijzen we op de ondersteuning die de burgemeester en griffier hierin kunnen geven. Het doorverwijzen naar de externe vertrouwenspersoon is ook een stap waar we op wijzen. Een paar algemene afspraken Laat elkaar uitspreken; Luister naar elkaar; Wees respectvol en begripvol; Spreek met elkaar en niet over elkaar; Geef ruimte om elkaar scherp te houden; Benoem zaken vroegtijdig om escalatie op een later tijdstip wellicht te voorkomen; Houd rekening met de mogelijke aanwezigheid van media; Discussies worden centraal gevoerd; bij digitale evenementen dus niet in de chat; Verwijs in debatten niet naar namen van ambtenaren. Sociale media 1.1 Algemeen Sociale media vormen een belangrijk communicatiemiddel waar dagelijks gebruik van wordt gemaakt. Voor uitingen op sociale media gelden de gebruikelijke gedragsregels, toegepast op de digitale omgeving: •Houd je aan de privacyregels en richtlijnen zoals opgenomen in de AVG-wetgeving. •Ook voor uitingen op sociale media gelden de bestaande gedragsregels, zoals de gedragsregels integriteit. •Gebruik bij sociale media het gezond verstand. Je bent te allen tijde zelf verantwoordelijk voor je bijdragen op sociale media. Lijkt iets kort door de bocht en mogelijk te ver gaan, dan is dat meestal ook zo. 1.2 WhatsApp We kennen binnen de gemeenteraad diverse WhatsApp groepen. Omdat er regelmatig inhoudelijke discussies worden gevoerd binnen deze groepen gelden de volgende aanvullende gedragsregels: •Houd de discussie netjes en blijf bij de inhoud. Vermijd persoonlijke aanvallen en respecteer elkaars mening en elkaar. •De groeps-WhatsApp is alleen bedoeld voor inhoudelijke discussie, niet voor persoonlijke gesprekken. •Je hoeft het niet met elkaar eens te worden, probeer dit niet koste wat het kost te bereiken. •Onderbouw je argumenten met feiten en vermijd het plaatsen van ongefundeerde meningen in de chat •Discriminatie, beledigende taal, scheldwoorden en haatdragende opmerkingen zijn niet toegestaan in de chat. •Het delen van pornografisch, beledigend of illegaal materiaal is verboden. •Respecteer de privacy van anderen en deel geen screenshots of persoonlijke informatie uit de chat zonder toestemming. •Communiceer open en eerlijk als je een probleem hebt met het gedrag op de chat. 1.3 Overige sociale media Naast WhatsApp heb je ook andere sociale mediakanalen waar volksvertegenwoordigers actief deel van uitmaken. Denk hierbij aan platforms zoals Instagram, Facebook en LinkedIn. De volgende tips worden meegegeven: •Gebruik deze kanalen niet voor interne discussies. •Wees bewust van de openbare aard van deze platformen. •Houd berichten en posts respectvol en vermijd dat uitspraken uit hun context kunnen worden gehaald. Toelichting op ongewenste omgangsvormen Met ongewenste omgangsvormen bedoelen we: ‘gedrag dat als grensoverschrijdend of kwetsend wordt ervaren en tot gevolg heeft dat je je niet langer veilig voelt’. Ook al gebeurt dit gedrag mogelijk onbedoeld of niet met kwade intentie, het gaat erom hoe het gedrag wordt ervaren. Iedereen bepaalt daarin zijn eigen grens. Ongewenste omgangsvormen kunnen ertoe leiden dat de verhoudingen ernstig verstoord worden, waardoor je niet meer met plezier, veilig en goed kan functioneren. Definities Onder ongewenste omgangsvormen verstaan we in ieder geval: agressie en geweld, discriminatie, pesten en (seksuele) intimidatie. Er kan ook overlap zijn tussen deze vormen van ongewenste omgangsvormen: een verkeerde grap kan zowel ‘pesten’ als ‘discriminerend’ zijn. Hieronder lees je wat dit precies inhoudt. Discriminatie Onder discriminatie verstaan we elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van afkomst, etniciteit, nationaliteit, geslacht, seksuele geaardheid, leeftijd, handicap of chronische aandoening, arbeidscontract, burgerlijke staat, godsdienst of levensbeschouwing die tot doel of gevolg heeft de gelijke behandeling van iemand aan te tasten of teniet te doen. Discriminatie uit zich bijvoorbeeld in denigrerende of generaliserende opmerkingen, flauwe grappen, uitsluiten en intimideren, maar ook in zaken als ongelijke behandeling. (Seksuele) intimidatie Als iemand seksuele opmerkingen, grapjes, of gebaren maakt of jou ongewenst aanraakt, dan noemen we dat seksuele intimidatie. Seksuele intimidatie betekent gedrag met een seksuele lading waardoor een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie ontstaat. Het kan hierbij onder meer gaan om: •Verbale intimidatie: denk aan seksueel getinte opmerkingen, grappen, voortdurende opmerkingen over het uiterlijk, stalken, seksueel getinte geluiden maken, afspraakjes voorstellen, intieme vragen stellen of toespelingen maken. •Non-verbale intimidatie: bijvoorbeeld gezichtsuitdrukkingen zoals staren, voyeuristische of exhibitionistische handelingen, seksueel gerichte gebaren of het tonen van lichaamsdelen, seksueel getinte of pornografische afbeeldingen (ook via mail, WhatsApp of andere platforms). •Fysieke intimidatie: hieronder worden alle vormen van onnodig of ongewenst lichamelijk contact verstaan. Dit kan een arm om de schouder zijn, beetpakken, knijpen, zoenen, strelen, de weg versperren, aanranden of zelfs verkrachten. In iemands ‘comfortzone’ komen, zoals (dicht) tegen iemand aan staan, kan ook een vorm van fysieke seksuele intimidatie zijn. •Intimidatie door macht: binnen een ongelijke machtsverhouding of door chantage iemand dwingen om seksuele handelingen uit te voeren of te ondergaan of bovenstaande vormen van intimidatie te accepteren die ongewenst zijn. Pesten Onder pesten verstaan we alle vormen (psychisch, handelingen, gebaren, woorden, etc.) van intimiderend en negatief ervaren gedrag met een structureel karakter, van een of meerdere personen gericht tegen één persoon of een groep personen die niet (meer) in staat is zichzelf te verdedigen. Pesten gebeurt verbaal en non-verbaal, digitaal en fysiek, openlijk en verborgen. Mensen die pesten hebben dit zelf niet altijd in de gaten. Zij zien hun gedrag zelf vaak als ‘grappig’. Het is belangrijk om je te realiseren dat de beleving van de ‘ontvanger’ bepaalt of het gedrag ongewenst is en dus als pestgedrag gezien kan worden. Pesten is iets anders dan een eenmalig incident of een conflict, hoewel een conflict met een collega of leidinggevende wel aanleiding kan zijn tot pestgedrag. Meningsverschillen, beroepsgeschillen of machtsstrijden die niet worden opgelost werken het proces van pesten in de hand. Voorbeelden van pesten zijn: •Iemand bespotten •Roddelen of valse beschuldigingen verspreiden •Iemand in het openbaar belachelijk maken, minachten of vernederen •Openlijk terechtwijzen •Negeren of sociaal isoleren/ buitensluiten •Grappen maken ten koste van een ander •Eigendommen beschadigen •Intimideren of ongewenst (niet seksueel) aanraken •Vijandige houding aannemen •Weigeren om met een ander te praten Agressie en geweld Als er gesproken wordt over geweld en agressie, dan gaat het om voorvallen waarbij een werknemer of lid psychisch en/of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen. Bij agressie en geweld gaat het om gedragingen van verbaal geweld (uitschelden, beledigen) en fysiek geweld (schoppen, slaan, met een wapen dreigen en/of overvallen worden). Het kan ook gaan om psychisch geweld: bedreigen, intimideren, onder druk zetten, thuissituatie bedreigen en het beschadigen van eigendommen. Er zijn drie vormen van geweld te onderscheiden: 1.Verbaal: schelden, beledigen, vijandige boodschappen sturen, bedreigen. 2.Psychisch: lastigvallen, onder druk zetten, intimideren, bedreigen met fysiek geweld, stalken en irriteren. 3.Fysiek: een dreigende houding aannemen, schoppen, slaan, bijten, vastgrijpen, krabben, gooien met voorwerpen, de weg versperren, spugen en wapengebruik. Intimidatie Intimidatie is een vorm van agressie en geweld. Het gaat bij intimidatie om een ander angst aan te jagen en/of te beïnvloeden door te dreigen met negatieve gevolgen. Dit kan verbaal, non-verbaal of lichamelijk zijn. Bijlage 2 Externe vertrouwenspersonen Word je geconfronteerd met ongewenst gedrag, bijvoorbeeld discriminatie of seksueel grensoverschrijdend gedrag, dan kun je de veroorzaker aanspreken, eventueel met behulp van je fractievoorzitter, de burgemeester of de griffier. In de meeste gevallen kan diegene ervoor zorgen dat het ongewenste gedrag stopt. Is dat niet het geval, of zijn er redenen om hen niet om hulp te vragen, dan kun je je verhaal kwijt bij een onafhankelijk deskundige: de vertrouwenspersoon. Ook bij een (vermoeden van) een onregelmatigheid, integriteitsschending of misstand kun je je wenden tot de vertrouwenspersonen. Onafhankelijk en vertrouwelijk De vertrouwenspersoon is onafhankelijk, geniet daarin bescherming van de werkgever, en fungeert als een luisterend oor. De vertrouwenspersoon is geen scheidsrechter, bemiddelaar of onderzoeker en neemt zelf geen beslissingen. Een vertrouwenspersoon staat naast je, luistert en geeft alle ruimte voor je verhaal en emoties. Het is iemand die de situatie in kaart brengt, maar niet overneemt. Die wil weten wat jij zou willen en de verschillende keuzemogelijkheden met voor- en nadelen met je bespreekt. Zo helpt de vertrouwenspersoon je om een eigen passende keuze te maken. Vertrouwelijkheid tenzij De vertrouwenspersoon behandelt de informatie die je deelt onder vertrouwelijkheid. Alleen als de vertrouwenspersoon in ernstige gewetensnood komt, op grond van wet- en regelgeving verplicht is om aangifte te doen of de informatie openbaar te maken, kan de vertrouwelijkheid vervallen. In dit geval zal de vertrouwenspersoon jou vooraf informeren en handelen volgens het protocol van de LVV (protocol vertrouwelijkheid doorbreken). Verschoningsrecht De vertrouwenspersoon heeft intern verschoningsrecht. Dit betekent dat die geen antwoord hoeft te geven op vragen die de vertrouwelijkheid raken. Dit geldt voor informatie die ze in de functie van vertrouwenspersoon door melders en klagers is toevertrouwd. De vertrouwenspersoon hoeft geen antwoorden te geven op vragen van derden, ook niet op vragen van leidinggevenden of de werkgever. De functie van Vertrouwenspersoon is belegd bij een bureau dat organisaties en ook raden ondersteunt bij het professioneel aanpakken van vertrouwenskwesties. De gegevens van het bureau worden via ibabs verstrekt aan de leden van de raad van de gemeente Westerkwartier.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Gedragscode integriteit leden van de raad van de gemeente Westerkwartier 2026"

Bestemmingsplan
Bekendmaking wijziging Waterschapsverordening waterschap Noorderzijlvest 2023 (deel 2/2)

Mededelingen
Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier 2026

Mededelingen
Gedragscode integriteit leden van de raad van de gemeente Westerkwartier 2026

APV
Rectificatie: Verordening op de heffing en invordering van leges 2026

Mededelingen
Woonzorgvisie Gemeente Noordenveld 2026-2031

Mededelingen
Voornemen tot verwijdering camper in de gemeente Westerkwartier

APV
Besluit van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent waterschap Noorderzijlvest Reglement voor het waterschap Noorderzijlvest 2008

APV
Besluit van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels voor het waterschap Hunze en Aa's Reglement voor het waterschap Hunze en Aa’s 2008

Mededelingen
Bekendmaking voornemen tot verkoop van grond

Mededelingen
Bekendmaking voorgenomen verkoop grond nabij Populierenlaan 1-1 te Groningen

Mededelingen
Vaststelling Natuurbeheerplan Groningen 2027

APV
Marktverordening Groningen 2026

