Gedragscode wethouders gemeente Landgraaf 2026
Locatie
Soort
mededelingen
Gepubliceerd op
2026-03-25
Gepubliceerd door
Gemeente Landgraaf
Informatie
Gedragscode wethouders gemeente Landgraaf 2026 De raad van de gemeente Landgraaf; Gehoord het seniorenconvent; Besluit: A.Vast te stellen de Gedragscode Wethouders gemeente Landgraaf 2026; B.Onder gelijktijdige intrekking van Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Landgraaf 2019; Gedragscode wethouders 2026 Gemeente Landgraaf Inhoudsopgave Voorwoord Van de Burgemeester Voorwoord Van Governance & Integrity Regels voor de lokale politiek Een bijgewerkte gedragscode voor een democratie in zwaar weer Inleiding Drie (bestuurs)organen, 3 gedragscodes Doel gedragscode Aard van de bepalingen Regels rond de (onderlinge) omgang •Toelichting •Praktijkvoorbeelden Regels rond informatie •Toelichting •Praktijkvoorbeelden Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling •Toelichting •Praktijkvoorbeelden Regels rond (de schijn van) corruptie •Toelichting •Praktijkvoorbeelden Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen •Toelichting •Praktijkvoorbeelden Regels rond de vaststelling en de handhaving van de code •Toelichting •Praktijkvoorbeelden Bijlagen 1.Verwijzingen naar de wet per artikel uit de gedragscode 2.Specifiek uitgesloten combinaties van/onverenigbare functies 3.Specifiek verboden overeenkomsten/handelingen 4.Enkele formele sancties 5.Relevante regelgeving gemeente X Voorwoord burgemeester Als gemeente hebben wij een bijzondere verantwoordelijkheid. Burgers vertrouwen erop dat wij eerlijk, zorgvuldig en in het algemeen belang handelen. Dat vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid. Het ontstaat door wat we dagelijks doen, hoe we met elkaar omgaan en hoe we onze besluiten nemen. Integer gedrag vormt daarbij de kern. Voor u liggen de nieuwe gedragscodes voor de gemeenteraad, burgercommissieleden, wethouders en burgemeester van Landgraaf. Het opstellen van de nieuwe gedragscodes is een gezamenlijk proces geweest. Tijdens het Bosberaad in Venlo (2023) hebben gemeenteraad en college stilgestaan bij de vraag: “Hoe willen we samenwerken?” De gedragsregels die daaruit naar voren kwamen, heeft de raad ingedikt tot een aantal heldere vuistregels, die als vertrekpunt hebben gediend. Deze nieuwe gedragscodes helpen ons om het vertrouwen te versterken. Ze biedt houvast in situaties waarin belangen botsen, druk wordt ervaren of de juiste keuze niet altijd direct duidelijk is. Maar bovenal onderstreept zij dat integriteit geen document is, maar een gezamenlijke opdracht. We zetten ons in voor een cultuur waarin openheid, aanspreekbaarheid en professionaliteit centraal staan. Waar politici zich gesteund voelen om dilemma’s te bespreken en waar we ons bewust zijn van de voorbeeldfunctie die we allemaal vervullen: ieder met zijn eigen positie, maar altijd in dienst van de samenleving. Ik nodig u uit om deze gedragscodes niet alleen te lezen, maar vooral te omarmen. Laten we met elkaar blijven werken aan een overheid die betrouwbaar, transparant en rechtvaardig is. Een overheid waar onze inwoners op kunnen bouwen. Met hartelijke groet, mr. R. (Richard) de Boer Burgemeester van Landgraaf Voorwoord van Governance & Integrity Regels voor de lokale politiek Een bijgewerkte gedragscode voor een democratie in zwaar weer 1.Gedragscodes archiveren. Ze verbieden de handelingen die de institutie of organisatie kwijt wil, wil voorkomen, uit wil bannen. Ze markeren derhalve de morele paniek, de morele crises en gevaren waar de institutie of organisatie mee te maken heeft of gehad heeft. 2.Gedragscodes normeren. Ze scheppen helderheid. Ze verwoorden welke handelingen verboden zijn. Dat geeft houvast, ontlast het individuele morele oordeel, maakt onderlinge correctie makkelijk. Ze bevestigen indirect de onderliggende beginselen. 3.Gedragscodes beschermen. Ze definiëren schendingen, dat wil zeggen handelingen die strafwaardig zijn. Daarmee maken ze het opheffen van straffeloosheid, vergelding en afschrikking mogelijk. Dat beschermt huidige en toekomstige slachtoffers. 4.Belangenverstrengeling door lokale politici was in het recente verleden de grootste zorg. De gedragscodes van de laatste twee decennia leggen daar getuigenis van af. Ze zijn steeds nauwkeuriger gaan omschrijven wat verboden is. De bestuursrechter en de wetgever hebben aan die preciesheid steeds weer een bijdrage geleverd. In deze nieuwste versie van de gedragscode voor de lokale politiek wordt de kwestie nog weer iets verder verfijnd en verhelderd. 5.Corruptie is en blijft zeldzaam in het Nederlandse lokale bestuur. Het staat de laatste tijd in gedragscodes vooral vanwege de noodzaak consistent te zijn. Het zou vreemd zijn belangenverstrengeling en de schijn te verbieden, maar corruptie en de schijn niet. 6.De omgang met informatie waarover lokale politici vanwege hun ambt de beschikking krijgen blijft een lastig punt. Er gebeuren nogal eens ongelukken mee, die niet uit kwade bedoelingen maar uit onachtzaamheid voortkomen. Soms wordt vertrouwelijkheid verbroken uit politieke motieven. Af en toe wordt informatie voor eigen voordeel of dat van bevriende anderen gebruikt. 7.In de samenleving zijn de afgelopen jaren de normen rond de omgang van mensen met elkaar aangescherpt. Seksuele intimidatie, seksisme, racisme en intimiderend of vernederend leidinggeven worden niet meer geaccepteerd, mogen niet meer verontschuldigd of gedoogd. In deze gedragscode zijn ter bescherming voor het eerst verhelderende bepalingen daaromtrent opgenomen. 8.Het opzettelijk verspreiden van onjuiste informatie is enorm toegenomen. Het succes daarvan ook. Dat ondermijnt de politieke openbaarheid en het vermogen van burgers zich een oordeel te vormen over ontwikkelingen in de samenleving en de wereld. Dat maakt het voor het eerst nodig de verplichting van de politicus aan de waarheid, die er altijd al was, te expliciteren. 9.Iedere politicus in een democratie verdient respect van andere politici vanwege het ambt. De politicus is een vertegenwoordiger van alle burgers. Als politici dat respect naar elkaar niet opbrengen, schaadt dat het aanzien van en het vertrouwen in de democratie en haar instituties. Om tegenwicht te bieden aan respectloosheid wordt nader uitgewerkt hoe politici elkaar niet mogen bejegenen en wat ze van elkaar mogen verwachten. 10.Aan de politiek wordt de staatsmacht toevertrouwd. Haar verplichting is die in te zetten ter bescherming van individuele rechten en ter bevordering van de algemene belangen. De grondsteen van de democratie is dat de overheid bij het inzetten van de staatsmacht geen onderscheid maakt, alle burgers gelijk, als gelijkwaardig behandelt, geen enkele groep of gemeenschap achterstelt en degradeert tot tweederangs. Niet eerder was het nodig die verplichting in een code onder woorden te brengen. Inleiding Drie (bestuurs)organen, 3 gedragscodes Het gemeentebestuur bestaat uit de gemeenteraad, het College en de burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Voor elk van de drie bestuursorganen schrijft de wet een door de raad vast te stellen gedragscode voor. Omdat de taak en rol van de burgemeester, wethouders en raadsleden verschilt, is er voor iedere politieke ambtsdrager een aparte code waarin deze verschillen tot uitdrukking komen en met verwijzing naar de specifieke wet- en regelgeving. De voorliggende code is bestemd voor wethouders. Doel gedragscode Deze gedragscode heeft als doel de wethouder weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hem/haar verlangt zodat de wethouder beschermd is tegen onnodige misstappen en ongelukjes. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen en de beschouwing daarvan. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van de wethouder minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: •ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; •legt de basis voor een zinvol gesprek over het handelen conform wet- en regelgeving; •stelt de norm; •definieert specifieke handelingen als schendingen; •maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. Het is noodzakelijk om naast deze code met elkaar heldere procesafspraken te maken ten aanzien van de handhaving van de gedragscode. Hierdoor kan voorkomen worden dat regels die bedoeld zijn om de integriteit te bevorderen worden gebruikt voor politieke doeleinden en om alle betrokkenen te beschermen door te garanderen dat er op een zorgvuldige manier wordt omgegaan bij vermoedelijke schendingen van de gedragscode. Aard van de bepalingen De gedragscode bevat: •Bepalingen die verplichtingen conform wetgeving zijn; •Bepalingen die verplichtingen vastleggen die gebaseerd zijn op de wet maar waarover op vrijwillige basis aanvullende afspraken zijn gemaakt; •Bepalingen waarin overige vrijwillige onderlinge afspraken zijn vastgelegd. Daarnaast zijn in gezamenlijkheid een aantal vrijwillige afspraken gemaakt over een respectvolle omgang met elkaar. Deze afspraken zijn verwoord op het titelblad (‘tegeltje’) van deze gedragscode . Bij een (vermoedelijke) schending van een regel uit de gedragscode is het van belang steeds goed in ogenschouw te nemen wat de onderliggende aard is van die regel. Als de schending van een regel uit de code een in de wet vastgelegde verplichting betreft, of daarop is gebaseerd, dan is een andere vorm van handhaving en sanctionering (mogelijk en) aan de orde, dan wanneer het gaat om een schending van een vrijwillige afspraak. Niet elke schending zal, kan en mag leiden tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een formele sanctie. Bij schending van vrijwillige afspraken is het doen van onderzoek zelfs uitzonderlijk. In sommige gevallen – dit geldt voor alle soorten van schendingen – kan mogelijk een politieke uitspraak worden gedaan ten aanzien van het niet handelen conform de gedragscode en de daarin verwoorde norm. In de toelichting bij de hoofdstukken 1 en 2 – waar de meeste onderlinge afspraken zijn vastgelegd – en in hoofdstuk 6, die specifiek gaat over handhaving van de code, is aan dit aspect aandacht besteedt. Op vier plekken is de code strenger dan de wet: •deze code verplicht de wethouder ertoe niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan; •deze code draagt de wethouder ertoe op niet alleen geen financiële belangen te hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van het ambt van wethouder, maar tevens substantiële financiële belangen op te geven; 1 •deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken; •deze code onderstreept het belang van onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur. De vrijwillige onderlinge afspraken die van belang zijn met het oog op de kwaliteit van besluitvorming en het versterken van het vertrouwen in het lokaal bestuur gaan over: •Enkele bepalingen van de onderlinge omgangsvormen en het gebruik van (sociale) media tijdens een raadsvergadering; •het spreken van de waarheid en de achterliggende motivering bij beslissingen. In de bijlagen vindt u specifieke verwijzingen naar alle relevante wetsartikelen per artikel van deze code. 1. Regels rond de (onderlinge) omgang Artikel 1 De wethouder gaat respectvol om met andere collegeleden, raadsleden, ambtenaren en burgers en de wethouder gedraagt zich op een manier die past bij het ambt en bevestigt raadsleden en andere collegeleden proactief in hun politieke ambt. Artikel 1.1 Erkennen in het ambt De wethouder erkent en bevestigt raadsleden en andere collegeleden proactief in hun ambt als volksvertegenwoordiger dan wel bestuurder die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen. Als de wethouder gegronde redenen heeft om te twijfelen of het handelen van een raads- of collegelid hierop is gericht, spreekt de wethouder hem/haar hierop aan. Artikel 1.2 Correcte bejegening De wethouder bejegent collegeleden, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. De wethouder valt niemand persoonlijk aan, ook niet op (sociale) media.De wethouder onthoudt zich in het openbaar tevens van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Artikel 1.3 Interpersoonlijke schendingen De wethouder maakt zich tegenover collegeleden, ambtenaren en burgers niet schuldig aan interpersoonlijke schendingen zoals agressie, geweld, (seksuele) intimidatie, discriminatie en pesten. Artikel 1.4 Reglement van orde De wethouder houdt zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde en verordeningen. De wethouder volgt aanwijzingen van de voorzitter op. Artikel 1.5 Integriteit niet in openbaar in twijfel trekken De wethouder twijfelt niet in het openbaar – in het College, in de raad of op (sociale) media – aan de integriteit van collegeleden, raadsleden of ambtenaren. Artikel 1.6 Met elkaar, niet over elkaar, in gesprek Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaat de wethouder, mogelijk met ondersteuning (van de burgemeester of de gemeentesecretaris), het gesprek aan met een college- of raadslid. Toelichting Regels rond de (onderlinge) omgang Elke bestuurder, raadslid en ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdienen zij allen een correcte bejegening. Maar ze vervullen ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Om die reden is specifiek opgenomen in deze code dat de wethouder andere politieke ambtsdragers erkent en bevestigt in hun ambt. Dat betekent overigens tevens dat als politieke ambtsdragers niet doen waarvoor zij zijn gekozen of benoemd – namelijk het algemeen belang dienen – op de wethouder de verantwoordelijkheid rust om hen daarop aan te spreken. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed besturen van de gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid (zie hoofdstuk 2) maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het College en de raad onderling en met elkaar, maar ook in relatie tot ambtenaren en burgers omgaan, van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. De laatste jaren is in veel uiteenlopende organisaties en in de politiek sprake geweest van interpersoonlijke schendingen, ook wel ongewenst of grensoverschrijdend gedrag genoemd. Betrokkenen ondervinden hier grote gevolgen van en interpersoonlijke schendingen door politieke ambtsdragers tasten daarnaast de geloofwaardigheid van de politiek aan. Om die reden is het verstandig expliciet in de gedragscode te benoemen dat de wethouder zich minimaal moet onthouden van schendingen als agressie, geweld, (seksuele) intimidatie, discriminatie en pesten. In het geval de wethouder twijfels heeft over de integriteit van raadsleden of collegeleden bijvoorbeeld omdat hij/zij meent dat een regel van de code is geschonden, dan is het zaak dat er op een zorgvuldige manier wordt omgegaan met dit vermoeden. Twijfels en/of vermoedens zullen – bij voorkeur op grond van een vooraf vastgesteld protocol – besproken of gemeld moeten worden op een manier die alle betrokkenen voldoende bescherming biedt; ook om te voorkomen dat regels die bedoeld zijn om de integriteit te bevorderen, worden gebruikt voor politieke doeleinden. Als het opnemen van deze vrijwillige afspraken ertoe zou leiden dat bij (elke mogelijke) regelovertreding wordt opgeroepen tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie, dan schiet dit het doel van de reden van de afspraken op dit gebied voorbij. Dit laat onverlet dat raadsleden een motie kunnen indienen, bijvoorbeeld van treurnis, afkeuring of wantrouwen als de wethouder zich niet houdt aan deze vrijwillige bepalingen. De vrijheid van meningsuiting is formeel ook begrensd in het strafrecht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval een wethouder door uitspraken zou aanzetten tot haat en/of geweld. Praktijkvoorbeelden rond de omgang met elkaar Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn de wethouder en een raadslid in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen de wethouder tegen het raadslid schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 1.2 van de gedragscode. Een raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat de wethouder zegt, is hierbij mede van belang. Voorbeeld 2 Een raadslid uit de oppositie maakt het leven van de wethouder al geruime tijd zuur. De persoon in kwestie heeft zich als een pitbull vastgebeten in een aantal dossiers en schuwt de harde confrontatie niet. Daarbij verwijt hij de wethouder regelmatig van niet integer gedrag. Als de wethouder op een maandagochtend de lokale krant openslaat ziet hij/zij op pagina 4 in grote letters geschreven dat het raadslid in kwestie aan vriendjespolitiek zou doen. De wethouder pakt de telefoon erbij en schrijft op twitter: ‘Oh ironie! Het kan ook niet anders dat zo’n schreeuwer zelf niet zuiver op de graat is!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 1.5 vraagt van de wethouder niet alleen dat hij/zij zelf de integriteit van raadsleden niet in twijfel trekt, maar ook dat hij/zij de integriteit van het raadslid verdedigt in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van het raadslid maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht de wethouder werkelijk twijfelen aan de integriteit van het raadslid dan dient hij/zij de afgesproken route te bewandelen om een melding te doen van een vermoeden van een schending. 2. Regels rond informeren Artikel 2 De wethouder gaat zorgvuldig om met de waarheid en met informatie die hij/zij in het kader van de uitvoering van zijn/haar taak ter beschikking krijgt. Artikel 2.1 De waarheid spreken De wethouder is verplicht om in zijn/haar rol de waarheid te spreken tegenover burgers, raadsleden, collegeleden en derden. Artikel 2.2 Raad goed informeren De wethouder ziet erop toe dat het College en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het College en de wethouder verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De wethouder, het College, de raad en (raads)commissies kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. Artikel 2.3 Geheimhouding De wethouder die (mondeling) de beschikking krijgt over informatie waarvan hij/zij het geheime karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die informatie, behalve als de wet hem/haar tot mededeling verplicht. Geheimhouding van informatie geldt in ieder geval voor (mondelinge) informatie die de wethouder verkrijgt tijdens een besloten vergadering. Artikel 2.4 Collegiale besluitvorming De wethouder geeft geen informatie over hoe de besluitvorming in het College tot stand is gekomen, zegt niets over de stemverhouding en citeert of geeft geen informatie over beraadslagingen, met dien verstande dat een wethouder bij de besluitvorming kan laten aantekenen dat hij/zij heeft tegen gestemd. Artikel 2.5 Zorgvuldige omgang met informatie De wethouder gaat zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die hij/zij van anderen ontvangt. Hij/zij maakt die niet openbaar c.q. deelt die niet met anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert de wethouder hier eerst naar. Artikel 2.6 Informatie niet voor persoonlijk belang gebruiken De wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander waardoor een persoonlijk belang van de wethouder zou worden gediend, gebruik van, in de uitoefening van het ambt, verkregen informatie. Toelichting Regels rond informatie Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. Goede informatie verstrekken aan de burger begint ermee dat politiek ambtsdragers – en derhalve ook de wethouder – de waarheid spreken. Deze verplichting om de waarheid te spreken geldt tegenover burgers, maar ook tegenover raadsleden, andere collegeleden en ambtenaren. De waarheid spreken betekent concreet dat als de wethouder weet dat feiten vaststaan – bijvoorbeeld omdat de feiten blijken uit zorgvuldig (wetenschappelijk) onderzoek – hij/zij hierover geen onwaarheden mag vertellen. Het is een hardnekkig misverstand dat liegen in de politieke arena mag of zelfs onderdeel is van het politieke spel. In werkelijkheid ondermijnt liegen het democratische proces omdat dit een negatief effect heeft op de politieke verhoudingen waardoor het College en de raad als geheel niet de best mogelijke beslissingen kan nemen voor burgers. Door onwaarheden te vertellen verliest de burger het vertrouwen dat zij in de wethouder moeten kunnen hebben. De wethouder is verder verplicht de waarheid te spreken en open te zijn over de onderliggende redeneringen en afwegingen van zijn/haar beslissingen, zodat voor iedereen duidelijk is welke positie is ingenomen. Als het opnemen van deze vrijwillige afspraken ertoe zou leiden dat bij (elke mogelijke) regelovertreding wordt opgeroepen tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie, dan schiet dit het doel van de reden van de onderlinge afspraken evenwel voorbij. Dit laat onverlet dat raadsleden een motie van treurnis of afkeuring kunnen uitspreken als deze afspraken worden geschonden. De vrijheid van meningsuiting is formeel begrensd in het strafrecht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval de wethouder door uitspraken zich zou schuldig maken aan smaad of laster. Informatierecht De raad heeft recht op informatie. Het College, waaronder de wethouder, is verplicht de raad alle informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taak. Daarnaast geeft het College de raad mondeling of schriftelijk alle door één of meer leden gevraagde informatie, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is, mede doordat raadsleden het gevoel kunnen hebben dat wethouders zich niet voldoende kwijten van hun informatieplicht door bijvoorbeeld ontwijkend te antwoorden. De raad en de collegeleden moeten hier samen uitkomen. Van leden van het college mag worden verwacht dat gevraagde informatie helder en volledig wordt aangeleverd en van raadsleden mag worden verwacht dat zij hun vragen stellen, met het doel de eigen taken goed uit te voeren. Open of geheime informatie In principe is zoveel mogelijk informatie dus openbaar, maar als informatie eenmaal geheim is dan heeft de wethouder de verplichting om de informatie ook geheim te houden. Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen (nog) niet bekend en verspreid mag worden en besloten wordt om informatie geheim te verklaren. Het moet dan gaan om gevallen waarin het openbaar maken van informatie zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. De raad moet erop toezien dat een besluit tot geheimhouding (van een ander bestuursorgaan) zorgvuldig is onderbouwd. Om verwarring te voorkomen is het van belang dat het formele etiket ‘geheim’ -dat ook in strafrechtelijk zin expliciete betekenis heeft, niet wordt vervangen door termen als ‘vertrouwelijke informatie’. Informatie die in een besloten raadsvergadering is verstrekt is voortaan van rechtswege geheim. Dit laatste geldt voortaan ook voor mondelinge informatie die hier wordt verstrekt. Open zijn over informatie is het uitgangspunt, geheimhouden de uitzondering. De wethouder is ook bevoegd om geheimhouding op informatie te leggen en deze informatie te verstrekken aan de raad, het College, de rekenkamer en een commissie. De raad hoeft de geheimhouding gelet op gewijzigde wetgeving niet langer te bekrachtigen maar kan die wel opheffen. Mondelinge informatie in een besloten raadsvergadering is van rechtswege geheim. In artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, staan de belangen genoemd op grond waarvan een verplichting tot geheimhouding opgelegd mag worden door de raad. Collegiale besluitvorming Het College stemt bij meerderheid van stemmen en is samen verantwoordelijk voor alle besluiten die het College neemt en kan hier als bestuursorgaan op worden aangesproken. Het College verstrekt geen informatie over hoe de besluitvorming tot stand is gekomen en wat de achterliggende afwegingen van individuele collegeleden waren. Een wethouder kan laten aantekenen dat hij/zij bij de besluitvorming heeft tegen gestemd. Persoonlijke belangen/betrokkenheid De wethouder dient ervoor te zorgen dat informatie die hij/zij als wethouder heeft verkregen, niet gebruikt wordt in zijn/haar eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie de wethouder verbonden is. Praktijkvoorbeelden informatie Voorbeeld 1 Het College en de raad hebben het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het College heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door één of meerdere wethouders en/of raadsleden gepraat wordt met journalisten. De wethouder is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag de wethouder ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Antwoord Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 2.3 van de gedragscode. Zodra informatie geheim ter beschikking is gesteld aan de gemeenteraad, is de gemeenteraad exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht. Voorbeeld 2 De wethouder stuurt het volgende twitterbericht (nu X): ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning van subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag de wethouder dit doen? Antwoord Nee dit mag de wethouder niet doen. Op hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering rust geheimhouding.. Een twitterbericht (nu X) als dit is dus een overtreding van artikel 2.3 van de gedragscode. Voorbeeld 3 Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. De wethouder schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van de wethouder wil graag wonen in dat gebied. Mag de wethouder haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij zich als eerste kan inschrijven? Antwoord Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 2.6 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met voorkennis. De wethouder beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen. Voorbeeld 4 In een overleg met ambtenaren wordt de wethouder geïnformeerd over een complexe casus van een bijstandsgerechtigde die met de gemeente in aanvaring is gekomen over de sollicitatieplicht. De privacyregels waar ambtenaren aan gebonden zijn, gelden voor de wethouder niet. Nu wil de wethouder over de kwestie sparren met een ambtsgenoot uit een andere gemeente. Mag de wethouder daarbij details delen over de aard van de klacht van de uitkeringsgerechtigde. Antwoord Nee, persoonsgebonden details mogen niet worden gedeeld. Artikel 2.5 van de code verplicht de wethouder tot geheimhouding van dergelijke gegevens. Een gedachtewisseling op hoofdlijnen, over hypothetische dan wel geanonimiseerde cases, is uiteraard wel toegestaan. De wethouder zou in dit geval ook toestemming kunnen vragen aan de burger of het akkoord is dat hij/zij persoonsgegevens deelt. 3. Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Artikel 3 De wethouder gebruikt zijn/haar invloed en stem niet om een persoonlijk belang of het belang van een individu of van een organisatie waarbij de wethouder een substantiële betrokkenheid heeft veilig te stellen. Artikel 3.1 Voorkomen schijn De wethouder dienen actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Artikel 3.2 Onthouden van deelname aan beraadslaging en stemming De wethouder onthoudt zich van deelname aan de beraadslaging in het College en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties: •het betreft een kwestie waarbij de wethouder zelf een persoonlijk belang heeft; •het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij de wethouder een substantiële betrokkenheid heeft. De wethouder houdt zich in dergelijke gevallen ook anderszins afzijdig van beïnvloeding gedurende het gehele besluitvormingsproces. Artikel 3.3 Verboden combinaties De wethouder mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (bijlage 2). Artikel 3.4 Verboden overeenkomsten en handelingen De wethouder mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan (bijlage 3). Artikel 3.5 Ongewenste nevenfuncties Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het ambt en/of op de handhaving van de onpartijdigheid, onafhankelijkheid of van het vertrouwen dat gesteld moet kunnen worden in de wethouder. Artikel 3.6 Openbaar maken nevenfuncties/inkomsten De wethouder maakt openbaar welke betaalde en onbetaalde functies hij/zij vervult naast zijn/haar ambt. Dit doet hij/zij direct na het aanvaarden dan wel de benoeming van een nieuwe functie. De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde lijst met functies van de wethouder en maakt de lijst op elektronische wijze en op een fysieke locatie openbaar. Tevens wordt vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn. Wanneer een wethouder geen deeltijdfunctie vervult, maakt deze ook de inkomsten uit niet-ambtsgebonden nevenfuncties openbaar. De gemeentesecretaris houdt de lijst doorlopend bij. Artikel 3.7 Opgaaf substantiële financiële belangen De wethouder doet opgaaf van zijn substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient direct opgegeven te worden. Artikel 3.8 Afkoelperiode Oud-wethouders worden gedurende een jaar na het eind van het wethouderschap niet als externe partij ingehuurd om betaalde werkzaamheden te verrichten voor de gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap en de eventueel daaruit voortvloeiende commissiewerkzaamheden. Toelichting Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Voorkomen van belangenverstrengeling De wetgever biedt de wethouder op verschillende manieren bescherming tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: 1.De wetgever verbiedt de wethouder om te stemmen en om mee te doen aan beraadslagingen in collegevergaderingen indien er sprake is van een aangelegenheid waarbij een wethouder een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een wethouder meestemt als sprake is van een persoonlijk belang. Het gaat bij een persoonlijk belang of substantiële betrokkenheid bij een individu of organisatie niet alleen om, zoals vaak gedacht, ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook niet-financieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in). De wethouder moet in eerste instantie zelf een afweging maken of er sprake is van een persoonlijk belang, omdat er geen instrumentarium is om een wethouder vooraf uit te sluiten van deelname aan stemming/beraadslaging. 2.In een aantal gevallen vindt de wetgever dat de bescherming door het bovenstaande niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever de wethouder expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden (onverenigbare betrekkingen), rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. 3.Het is de wethouder verboden om bepaalde overeenkomsten aan te gaan en/of handelingen te verrichten. In sommige gevallen kan hiervoor overigens dispensatie worden gevraagd bij de Commissaris van de Koning (zie hiervoor Handreiking integriteit voor politieke ambtsdragers bij provincie, gemeenten en waterschappen). 4.De wethouder mag op grond van de wet geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op de goede vervulling van zijn ambt of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Daarnaast eist de wetgever van wethouders dat zij alle functies, terstond, openbaar maken die zij vervullen naast het zijn van wethouder. Openbaarmaking geldt ook voor neveninkomsten verkregen uit niet-ambtsgebonden nevenfuncties. Vanaf april 2023 geldt een wettelijke aanscherping met betrekking tot de opgave van inkomsten van de voltijdsbestuurder. Deze moet ook zijn inkomsten uit de nevenfunctie openbaar maken en boven een wettelijk vastgestelde grens moeten de neveninkomsten worden verrekend met het inkomen van de voltijdsbestuurder. Inkomsten uit ‘qualitate qua’ mogen niet worden behouden, omdat deze worden beschouwd als behorend bij het ambt. De beslissing om een nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden is primair de verantwoordelijkheid van de wethouder zelf, maar hij/zij moet er wel open over zijn en zich erover verantwoorden. Op die manier wordt het voor raadsleden, collega-bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een wethouder te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat de wethouder tevens al zijn/haar substantiële financiële belangen bekendmaakt bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Bij de ‘schijn’ is er in strikte zin geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang, maar gedraagt een ambtsdrager zich op dusdanige wijze dat deze de schijn oproept (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Bij vragen of – en in hoeverre – er sprake is van een substantiële betrokkenheid of persoonlijk belang, kan de wethouder hierover sparren met de burgemeester. Het is in het belang en ter bescherming van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. Het College heeft geen instrumenten om de wethouder vooraf van beraadslaging of stemming uit te sluiten, maar wanneer er sprake is van een vermoeden van een persoonlijk belang kan het College met in achtneming van hoofdstuk 6 van deze code (Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode) wel stappen ondernemen en eventueel achteraf onderzoek laten doen of sprake is geweest van een schending van de wet en/of code. Netwerkbewustzijn Netwerkcorruptie is een (vaker voorkomend en soms wat verborgen gebleven) vorm van belangenverstrengeling. Het gaat dan om een netwerk van meerdere personen waarbinnen sprake is van onderlinge wederkerigheid, waardoor leden uit het netwerk elkaar bevoordelen en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten. Leden van het netwerk gunnen elkaar dus niet zo zeer een-op-een, maar eerder in een kring verschillende voordelen, gunsten of bijvoorbeeld functies. De bestrijding ervan steunt op dezelfde artikelen als die bij algemene belangenverstrengeling horen. De wethouder moet zich bewust zijn van zijn/haar netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen dat netwerk, omdat die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van de wethouder kan leiden. Financiële belangen Er kan ook een risico op belangenverstrengeling ontstaan als een wethouder substantiële financiële belangen (de Autoriteit Financiële Markten houdt bijvoorbeeld 3% aan voor deelnemingen) heeft bij organisaties of ondernemingen die een relatie met de gemeente hebben of kunnen krijgen en waarover de wethouder mede besluiten neemt. De wethouder zou in de verleiding kunnen komen om zich bij het nemen van functionele beslissingen mede te laten leiden door persoonlijk financieel belang. Ook negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen overigens in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn. Ten aanzien van het melden van substantiële financiële belangen door bestuurders is een voorstel gedaan om dit wettelijk te verplichten. Het is tevens (tot die tijd) verstandig hier in de gedragscode afspraken over te maken waardoor wethouders zich hieraan verbinden zodat het voor eenieder duidelijk is hoe en waar wethouders verbindingen hebben waardoor zij ook beschermd kunnen worden tegen mogelijke misstappen. Draaideurconstructie Wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel kennis op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode gaan ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente waar hij/zij wethouder is geweest, kan er dankzij hun informatievoorsprong oneerlijke concurrentie optreden ten aanzien van andere ondernemers. Voormalig bestuurders profiteren dan van hun politieke functie. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente. Deze regel is ook van toepassing op verbonden partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Denk hierbij aan zowel (semi)publiekrechtelijke (zoals gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke organisaties. Praktijkvoorbeelden (schijn van) belangenverstrengeling Voorbeeld 1 De wethouder is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van het appartement waar de wethouder zelf woont. Mag de wethouder zijn/haar ambt combineren met dit voorzitterschap? Antwoord: Artikel 68 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 3.3 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De nevenfunctie moet wel worden gemeld (zie artikel 3.6) en de gemeentesecretaris moet zorgdragen voor bekendmakingen. Let op: de wethouder moet al zijn/haar nevenfuncties melden. Bij het aannemen van een nieuwe functie of een benoeming meldt hij dit direct bij de gemeentesecretaris. Variant 1 Een wethouder bereidt een bestemmingswijziging voor die een gebied betreft waar het appartement ligt waar de wethouder woont. a.Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn? Antwoord: Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek het appartement van de wethouder. Er treedt geen verstrengeling van belangen op als de wethouder mee doet aan de bespreking in de staf. b.Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het College? Antwoord: Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats en dus kan de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het College. c.Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad? Antwoord: Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats dus kan de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad. 4. Regels rond (de schijn van) corruptie Artikel 4 De wethouder laat zijn/haar invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die aan hem of haar is gegeven of in het vooruitzicht is gesteld. Artikel 4.1. Voorkomen schijn De wethouder dienen actief de schijn van corruptie te voorkomen. Artikel 4.2 Aannemen van geschenken De wethouder neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege de functie worden aangeboden, tenzij wordt voldaan aan één van de volgende drie voorwaarden: a.Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, het zou de gever ernstig kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen; b.Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; c.Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) ter waarde van maximaal € 50,- waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is. Als geschenken om één van de bovengenoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de wethouder, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming. Artikel 4.3 Aanbieden geschenken De gemeente biedt geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Afwijkingen worden besproken in het College en, met redenen omkleed, vastgelegd door de gemeentesecretaris. Indien een bestuurder uit eigener beweging een geschenk wil aanbieden komen de kosten daarvan ten laste van de vaste onkostenvergoeding (voor de leden van het College van B&W). Artikel 4.4 Accepteren van faciliteiten en diensten De wethouder accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij: a.Het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en b.Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Als de wethouder twijfelt over bovenstaande, kan er contact op worden genomen met de gemeentesecretaris. Artikel 4.5 Privégebruik faciliteiten De wethouder gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege zijn/haar functie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden. Artikel 4.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties De wethouder accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als: a.Dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en b.de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en c.tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.7 Accepteren van reizen en verblijven De wethouder accepteert geen werkbezoeken waarvan de reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald. Uitzonderingen gelden voor: gezamenlijke reizen met andere overheden met gedeelde kosten en uitnodigingen van organisaties waarbij de gemeente is aangesloten of waarmee zij samenwerkt, zoals de VNG en regionale samenwerkingsverbanden. Een uitnodiging voor een dergelijk werkbezoek wordt altijd eerst besproken in het College, en mag worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan in het College. Toelichting Regels rond (de schijn van) corruptie (schijn van) Corruptie Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om een vorm van omkoping. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de artikelen 4.1 t/m 4.7 van de code zijn regels opgenomen om de wethouder te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. De regels voor het aannemen van geschenken zijn daarom geformuleerd als ‘nee, tenzij’: de wethouder neemt geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken, bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden in het College en bij de gemeentesecretaris, die bepalen welke vervolgstappen nodig zijn. Het komt ook voor dat een bestuurder een geschenk aan derden aanbiedt of dat de gemeenteraad, vertegenwoordigd door één van de raadsleden of fractievolgers, in naam van de gemeente dat doet. Ook hier kan de schijn van oneigenlijke beïnvloeding dan wel misbruik van middelen optreden. Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot het gevoel iets terug te moeten doen, tot wederkerigheid. Dat kan de zuiverheid van het besluitvormingsproces aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan de wethouder gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Werkbezoeken zijn bedoeld om de wethouder in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 4.7 van de gedragscode van toepassing zijn. Accepteren van reizen en verblijven Reizen en overnachten op kosten van derden kan de schijn van corruptie wekken en is niet toegestaan. Reizen en overnachten wordt daarom altijd betaald uit het gemeentebudget en gebeurt nooit op kosten van derden, met uitzondering van de organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt of gezamenlijke reizen met andere overheden waarbij de kosten worden gedeeld. Praktijkvoorbeelden (schijn van) corruptie Voorbeeld 1 De wethouder krijgt van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdrager van de gemeente. Variant 1 Alleen de wethouder die Kunst en Cultuur in zijn/haar portefeuille heeft, krijgt de kaart aangeboden. Het is voor deze wethouder goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze bestuurder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder en het college van B&W kan zich op een andere manier op de hoogte stellen van het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaart dient dus terug te worden gestuurd conform de gedragscode. Voorbeeld 2 De gemeente faciliteert het jaarlijkse Pinkpopevenement binnen de gemeente. Het College vraagt aan de organisatie vrijkaarten voor collegeleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Antwoord Nee, dit zou het College niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een drukmiddel voor vergunningverlening. Als het college het belangrijk vindt om de gemeente bij een dergelijk groot evenement te vertegenwoordigen dient op kosten van de gemeente een aantal kaartjes te worden aanschaft. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen. Variant 1 De organisatie van Pinkpop biedt de gemeente vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de college- en raadsleden ieder een kaartje, eventueel via het College, aannemen? Antwoord Ja, dat mag, met uitzondering van de partners. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat. Collegeleden en ambtenaren die aanwezig zijn vanuit hun portefeuilleverantwoordelijkheid dan wel functie (zoals OOV, T&H, vergunningen, evenementen) hebben vanzelfsprekend vrij toegang tot het evenement. Variant 2 Het College van B&W nodigt zijn relaties uit voor een netwerkbijeenkomst tijdens Pinkpop waarna de gasten het festival kunnen bijwonen. Daartoe zal het College zijn gasten ontvangen in een apart gedeelte gereserveerd voor de gemeente op het festivalterrein. Is dit een overtreding van artikelen 4.1 en/of 4.3 van de gedragscode? Antwoord Nee, dit is geen overtreding van de gedragscode. Het is voor de burgers noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt. Het College zal in het kader hiervan op gezette tijden zelf initiatieven ontplooien. Het organiseren van bijeenkomsten ter representatie van de stad is geen handeling die de (schijn van) corruptie oproept, in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging. Wel dient zeker gesteld te worden dat de kosten (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen worden gewerkt of onrechtmatige beloften worden gedaan. Wanneer door het college gasten met partner worden uitgenodigd is het wenselijk én functioneel dat ook de partners van de collegeleden aanwezig zijn. In dat geval worden ook voor de partners van gemeentewege toegangskaarten (o.i.d.) gekocht. Consumpties tijdens de als functioneel aangemerkte momenten van dit evenement worden ook beschouwd als bestuurskosten. Voorbeeld 3 De wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag de wethouder deze aannemen? Antwoord Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 4 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen. Voorbeeld 4 Het College krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen collegeleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen? Antwoord Nee, het aannemen van het systeem is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode. Artikel 4,4 aanhef en onder a is niet van toepassing; er is budget om het College te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn om een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald. Voorbeeld 5 De wethouder wordt uitgenodigd om als eregast de feestelijke jubileumvoorstelling van de plaatselijke fanfare bij te wonen. Ook de partner staat op de uitnodiging vermeld. Mag deze uitnodiging worden aangenomen? Antwoord Ja, dit bezoek is functioneel van aard. De wethouder maakt hier zijn opwachting in de representatieve, symbolische rol van vertegenwoordiger van het college van B&W. Dat ook de partner van de wethouder gratis meegaat ligt in het verlengde hiervan. Uiteraard moet wel in het oog worden gehouden dat de kosten binnen de perken blijven en dat het evenement niet al te extravagant is aangekleed. 5. Regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Artikel 5 De wethouder gebruikt gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen niet voor persoonlijke doeleinden of die van de partij en houdt zich aan het vastgestelde beleid hieromtrent. Artikel 5.1 Gebruik interne voorzieningen De wethouder houdt zich aan de regels met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderkamers, ICT-gebruik en kopieermachines. Artikel 5.2 Onkostenvergoedingen en declaraties De wethouder houdt zich aan de verordeningen van de gemeente met betrekking tot onkostenvergoedingen, declaraties en de aanschaf van ICT. Toelichting Regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen De wethouder krijgt voor zijn/haar bestuurswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. De wethouder beschikt bijvoorbeeld over voorzieningen als een dienstauto, laptop of tablet die primair voor het bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan tenzij het de bruikleen van voorzieningen betreft zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke verordeningen, die mede voor privédoeleinden mogen worden gebruikt. Praktijkvoorbeelden gebruik gemeentelijk faciliteiten en financiële middelen Voorbeeld 1 De wethouder heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de wethouder een dienstauto gebruiken om naar de vergadering van zijn nevenactiviteit te gaan? Antwoord Nee, een dienstauto staat de wethouder ter beschikking voor zijn/haar ambtswerkzaamheden. Het inzetten van de auto met chauffeur voor nevenwerkzaamheden is in strijd met artikel 5.2 van de code. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van deze nevenactiviteit mag de wethouder niet declareren. De wethouder kan dus het beste gebruik maken van de eigen auto of het openbaar vervoer om naar de vergadering van de adviesraad voor technologieontwikkeling te gaan. Het lidmaatschap van de adviesraad is gekoppeld aan de persoon, niet aan het ambt wethouder van de gemeente. Als deze persoon geen wethouder meer is, vervalt niet automatisch zijn lidmaatschap van de adviesraad. Het betreft hier dus een echte nevenfunctie, waar de gemeentemiddelen niet voor ingezet kunnen worden. Overigens betekent dit ook dat de wethouder een eventuele financiële vergoeding mag accepteren. Voorbeeld 2 De collegeleden hebben jaarlijks een gezamenlijk etentje met partner erbij. Mag het etentje op kosten van de gemeente plaatsvinden? Antwoord Ja. Omwille van de sfeer en de cohesie binnen het college is van belang ook te investeren in onderlinge relaties. Een enkele keer per jaar kan het daartoe ook goed zijn om de partners bij zo'n bijeenkomst te betrekken. Het college acht het dan ook passend dat er jaarlijks een etentje plaatsvindt waarbij naast de collegeleden ook de partners zijn uitgenodigd. Daarnaast kunnen er bijzondere momenten zijn waarop dit gebeurt zoals bijvoorbeeld wanneer het college na de vorming van een nieuw college afscheid neemt. Voorbeeld 3 De collegeleden hebben carnavalskleding nodig voor het jaarlijkse carnavalsoptreden bij de ontvangst van de Blauw Sjuut. Mag deze kleding op kosten van de gemeente gehuurd of gekocht worden? Antwoord Ja. De kleding betreft specifieke (thema)podiumkleding die gebruikt wordt voor aantoonbaar functionele representatie. De kleding is uitsluitend bruikbaar voor het optreden en kan niet privé gedragen worden. In het geval de kleding aangekocht wordt door de gemeente blijft deze ook eigendom van de gemeente. 6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode Artikel 6 De wethouder dient in overeenstemming te handelen met de wet, de gedragscode en de overige interne regelgeving (verordeningen en procesafspraken) die op hem/haar van toepassing is. Artikel 6.1 Evalueren en levend houden van de gedragsode Minimaal één keer per jaar evalueert het College de gedragscode op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. Het College onderzoekt daarbij of de code nog voldoende steun biedt aan de hand van actuele casuïstiek. De burgemeester brengt hiervan verslag uit aan de raad. Artikel 6.2 Naleven van de gedragscode De wethouder heeft de individuele verantwoordelijkheid om te handelen in overeenstemming met de gedragscode. In het geval de wethouder mogelijk niet zal gaan handelen in overeenstemming met de gedragscode dan is het aan de burgemeester, de raadsleden en/of de gemeentesecretaris om de wethouder daarvoor te waarschuwen. Op een (vermoedelijke) regelovertreding van de gedragscode zal handhavend kunnen worden opgetreden. Artikel 6.3 Procesafspraken De raad legt de processtappen, die worden gevolgd in het geval er sprake is van een (vermoeden van) een overtreding van de gedragscode en die zien op een zorgvuldige handhaving, vast in een apart protocol of convenant. Artikel 6.4 Twijfel of vermoeden Indien de wethouder twijfelt of zijn/haar eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager, in overeenstemming is met de gedragscode, volgt de wethouder de processtappen zoals vastgelegd in het daartoe vastgestelde protocol of convenant. Artikel 6.5 Opvolging Als (na een zorgvuldig proces) is komen vast te staan dat de wethouder een regel van de gedragscode heeft overtreden, dan kan dit leiden tot een proportionele sanctie of tot een andere vorm van passende opvolging. Toelichting Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de drie gedragscodes – voor de raad, de wethouder en de burgemeester – daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. Bespreken Ten minste eenmaal per jaar wordt de tekst van de afzonderlijke gedragscodes tegen het licht gehouden. Het College doet dit voor de gedragscode van de wethouders en die van de burgemeester. Voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscodes een levend document. Proces bij vermoeden van een schending Voor het geval er toch een vermoeden ontstaat van een schending van de gedragscode zijn er afspraken nodig over de processtappen die wethouders dienen te volgen. Waarbij er tevens aandacht is voor de aard van de (vermoedelijk) geschonden regel. Gaat het hier om een schending van een wettelijke bepaling, een bepaling die strenger is dan de wet of een geheel vrijwillige onderlinge afspraak? Dit om een zorgvuldige opvolging van signalen en meldingen mogelijk te maken, alle betrokkenen te beschermen en ervoor te waken dat een beschuldiging van een integriteitschending niet uit politiek gewin wordt gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in een protocol of convenant. De burgemeester heeft in dit protocol een bijzondere rol gezien het feit dat hij/zij de wettelijke verplichting heeft om de bestuurlijke integriteit te bevorderen en omdat de burgemeester boven de partijen staat. Hierdoor kan voorkomen worden dat integriteit onderdeel wordt van de partijpolitiek. In de handhaving van de regels rondom integriteit zijn verschillende fasen te onderscheiden: •het bespreken van lastige integriteitskwesties; •het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode; •het eventueel onderzoeken van vermoeden van schendingen van de gedragscode; •het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •onpartijdigheid; •terughoudend met publiciteit; •zorgvuldigheid richting de vermeende schender, en; •bescherming richting het slachtoffer. Een signaal van of een melding over een mogelijke regelovertreding van de gedragscode zal dus zeker niet automatisch mogen leiden tot een opvolging die bestaat uit het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie. Bij elke (vermoedelijke) regelovertreding vindt een beredeneerde vorm van opvolging plaats die passend en proportioneel moet zijn, met oog voor onder meer de zwaarte van de schending en de context waarin één en ander zich heeft afgespeeld. Mogelijke (formele) sancties en maatregelen In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de formele sancties. In de meeste gevallen gaat het echter niet om schendingen waar dergelijke formele sancties voor zijn geformuleerd. Raadsleden kunnen politiek ambtsdragers waaronder wethouders, in de eerste plaats, aanspreken en eventueel oproepen tot (al dan niet publieke) excuses. Daarnaast kunnen raadsleden jegens elkaar of jegens een bestuurder een motie van treurnis of afkeuring indienen. Ten opzichte van bestuurders is ook een motie van wantrouwen mogelijk en uiteindelijk zelfs ontslag. Partijgebonden sancties zijn bijvoorbeeld het uit de fractie verwijderen of royement van het lidmaatschap van de eigen partij. Sommige overtredingen van de gedragscode leveren daarnaast ook een strafbaar feit op waarvan aangifte kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging. Praktijkvoorbeelden vaststelling en handhaving gedragscode Voorbeeld Tijdens een privé-etentje verneemt de wethouder dat een raadslid van de oppositie nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Niet toevallig, zo lijkt het, dat precies dit raadslid een amendement indiende op een voorstel tot een verkeersaanpassing in het centrum waarmee deze ondernemer bevoordeeld zou worden. Bij de eerstvolgende collegevergadering legt de wethouder de kwestie voor. Is dit verstandig? Antwoord Nee. De keuze van de wethouder om het vermoeden in de collegevergadering in te brengen gaat in tegen het tweede principe: terughoudendheid met publiciteit. Het belang van zorgvuldige procesafspraken ligt mede daarin dat vermeende schenders niet in de publiciteit komen vooraleer vastgesteld is dat er ook werkelijk een schending plaats heeft gevonden. Er is niets gewonnen bij het delen van het vermoeden in het College terwijl er tegelijkertijd een veel hoger risico ontstaat dat het vermoeden in de publiciteit komt. Aldus besloten in de openbare vergadering, gehouden op 5 februari 2026.De griffier, De voorzitter, Bijlage 1: Verwijzingen naar de wet per gedragscode-artikel Inleiding Grondwet, artikel 1 Over informatie •Informatieverstrekking door bestuur •Gemeentewet artikel 169 •Gemeentewet artikel 180 •Geheimhouding •Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5 •Gemeentewet artikel 23, 87, 88 en 89 •Wetboek van Strafrecht artikel 272 •Wet open overheid artikel 5.1 eerste en tweede lid •Gemeentewet artikel 89, lid 5 Over belangenverstrengeling •Gemeentewet, artikel 27 (raadsleden stemmen zonder last) •Gemeentewet artikel 28 (onthouden van beraadslaging en stemming) •Gemeentewet artikel 13, zie ook bijlage 2 (verboden combinaties van functies) •Gemeentewet artikel 15, zie ook bijlage 3 (verboden overeenkomsten/handelingen) •Gemeentewet artikel 12 (over andere [neven] functies) •Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie (over financiële belangen) Over corruptie •Gemeentewet, artikel 14 •Bepalingen strafrecht over corruptie Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen •Gemeentewet artikel 95-99 •Verordening rechtspositie raadsleden en fractievolgers gemeente X •Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente X Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode •Gemeentewet artikel 15, lid 3, artikel 41c, lid 2 en artikel 69, lid 2 •Specifieke procesafspraken over handhaving •Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2 •Kieswet artikel X1, zie bijlage 4 •Kieswet artikel X8, zie bijlage 4 •Artikel 89 lid 5 Gemeentewet •Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht Wetboek van Strafrecht artikel 272). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (Wetboek van Strafrecht artikel 162). Bijlage 2: Specifieke uitgesloten combinaties van functies Gemeentewet, artikel 36b 1.Een wethouder is niet tevens: a.minister; b.staatssecretaris; c.lid van de Raad van State; d.lid van de Algemene Rekenkamer; e.Nationale ombudsman; f.substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g.commissaris van de Koning; h.gedeputeerde; i.secretaris van de provincie; j.griffier van de provincie; k.lid van de rekenkamer van de provincie; l.lid van de raad van een gemeente; m.burgemeester; n.lid van de rekenkamer; o.ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; p.ambtenaar, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt; q.ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; r.functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. 2.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat: a.aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b.aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. 3.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een wethouder tevens zijn: a.ambtenaar van de burgerlijke stand; b.vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht. Bijlage 3: Specifiek verboden overeenkomsten / handelingen Gemeentewet, artikel 41c 1. Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouder met dien verstande dat de ontheffing, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, wordt verleend door de commissaris van de Koning. 2. De raad stelt voor de wethouder een gedragscode vast. 1. Een ‘wethouder’ mag niet: Als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; Als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; Als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente. 2. Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen. Bijlage 4: Enkele formele sancties Gemeentewet, artikel 46 1.Indien degene wiens benoeming tot wethouder is ingegaan, een functie bekleedt als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, draagt hij er onverwijld zorg voor dat hij uit die functie wordt ontheven. 2.De raad verleent hem ontslag indien hij dit nalaat. 3.Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het ontslagbesluit. 4.In het geval, bedoeld in het tweede lid, is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Gemeentewet, artikel 47 Indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad. Gemeentewet, artikel 49 Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een wethouder er niet toe leidt dat de betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad besluiten tot ontslag. Artikel 31 is van toepassing op de stemming inzake het ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Wetboek van Strafrecht: artikel 272 lid 1 Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie. Bijlage 5: Relevante regelgeving binnen gemeente X Denk aan: •Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen •Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 •Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018 •Fractiekostenverordening Over omgang met elkaar Denk aan: •Reglement van orde gemeenteraad Over handhaving van de gedragscode Denk aan: •Procesafspraken over handhaving •Reglement van orde gemeenteraad Over regels rond informatie Denk aan: •Reglement van orde gemeenteraad •Protocol geheimhouding
Categorie: mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Extra details
Categorie
mededelingen
Gepubliceerd op
25 mrt 2026
Melding-ID
8459309
Meer meldingen zoals "Gedragscode wethouders gemeente Landgraaf 2026"

