LEIDRAAD INVORDERING GEMEENTE VEERE 2026-01

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-30

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Veere

Informatie

LEIDRAAD INVORDERING GEMEENTE VEERE 2026-01 De gemeente Veere vindt het belangrijk om op een duidelijke en concrete manier om te gaan met het innen van belastingen en heffingen. Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en aaneengesloten invorderingsacties, draagt in de praktijk enorm bij aan het succesvol innen van belastingschulden. Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderingsproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving, en die op een gestructureerde manier vast te leggen. Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid- en zekerheid spelen in een toenemende mate een rol. Deze leidraad is bedoeld om het invorderingsproces en het bijbehorende invorderingsbeleid vast te leggen en begrijpelijk te maken voor zowel de medewerkers die zich bezighouden met de invordering als de belastingschuldigen. Mocht deze leidraad geen beleidsregels bevatten voor een bepaalde situatie, kan – voor zover hierin niet is voorzien – worden teruggevallen op de Leidraad Invordering 2008. Het college van B&W heeft de Leidraad Invordering vastgesteld. Inzien De leidraad invordering gemeente Veere is te vinden op www.overheid.nl. 1. Toepassingsgebied 1.1 SAMENWERKING BELASTINGEN WALCHEREN EN SCHOUWEN-DUIVELAND De Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland heft en int alle belastingen van de gemeente Veere. De afdeling Belastingen is ook verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Ze stelt de WOZ-waarde vast van alle onroerende zaken in Veere. Het team Belastingen is gevestigd in het stadskantoor van Middelburg. Het Team Belastingen is bereikbaar via telefoonnummer 0118 67 50 00. 1.2 WET- EN REGELGEVING De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen 3 belangrijke wetten: Invorderingswet 1990 (IW 1990) De gemeente Veere is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen. Kostenwet invordering rijksbelastingen De Kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslag. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd. Algemene wet bestuursrecht (Awb) De Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt de basisregels voor het bestuursrecht in Nederland. Het bestuursrecht gaat over de manier waarop overheidsinstanties besluiten nemen en hoe burgers of bedrijven daartegen bezwaar kunnen maken. Volgens de Invorderingswet 1990 zijn niet alle regels uit de Awb van toepassing, maar voor de invordering van belastingen proberen wij zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen als dat mogelijk is. Dwangsom bij niet-tijdige beslissing Eén van de regels uit de Awb die niet van toepassing is, is de dwangsom bij niet-tijdige beslissing. Als de gemeente te laat een beslissing neemt op een bezwaarschrift of een administratief beroepschrift, kan de belastingschuldige recht hebben op een dwangsom. Deze dwangsom is een boete (geld) die de gemeente aan de belastingschuldige moet betalen. Dit passen wij in het invorderingsproces alleen in de volgende situaties toe: - bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente (art. 30, lid 1); - bezwaarschriften tegen beschikkingen ambtshalve kwijtschelding als bedoeld in artikel 26a; - bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling (art. 49, lid 1); - bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in art. 7, lid 1, Kostenwet; - bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet; - bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoel in artikel 63b van de wet. 1.3 BEGRIPPEN Het college van B&W Is verantwoordelijk voor de uitvoering. Het college kan nadere regels voor de heffing en invordering stellen. Daarbij kan worden gedacht aan regels voor de aangifte, het opleggen van voorlopige aanslagen, maar ook richtlijnen bij de uitleg van bepalingen in de verordening. Ook wijst het college van B&W de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar aan. De heffingsambtenaar Is verantwoordelijk voor het opleggen van de belastingaanslagen. Naast het opleggen van de aanslagen beslist de heffingsambtenaar ook op de bezwaarschriften, en treedt voor de gemeente op in beroep en hoger beroep. De invorderingsambtenaar Is verantwoordelijk voor het incasseren van de opgelegde aanslagen. Naast het verzenden van de aanslagen en het incasseren van de bedragen, zorgt de invorderingsambtenaar voor dwangmaatregelen zoals aanmaningen en dwangbevelen. De belastingschuldige Is degene die de belastingaanslag moet betalen - dus op wiens naam de belastingaanslag is gesteld. Gevorderde som (Kostenwet) Is het openstaande belastingbedrag zonder kosten van de aanmaning en het dwangbevel en zonder invorderingsrente. De belastingdeurwaarder Is wettelijk bevoegd om deurwaarderswerkzaamheden in het kader van dwangmaatregelen te verrichten voor de invordering van gemeentelijke belastingen. Hij voert zijn taken altijd uit in opdracht van de invorderingsambtenaar en houdt bij de uitoefening van die taken rekening met de persoonlijke situatie van de belastingschuldige. Een ondernemer Is een belastingschuldige die een onderneming heeft of zelfstandig een beroep uitoefent. Een particulier Is een belastingschuldige die geen ondernemer is. 2 HET INVORDERINGSPROCES Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, wordt er eerst een kosteloze herinnering en daarna als dat nodig is, een aanmaning en een dwangbevel verstuurd. Uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals beslag volgen. Algemene uitgangspunt Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiezen wij voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier. 2.1 STAP 1: BELASTINGAANSLAG (ART. 8 IW) Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat op welke datum het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen. Versturen van het aanslagbiljet De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger verstuurt. MijnOverheid De belastingaanslag kan aan een burger digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt dan binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige. De belastingaanslag wordt dan niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient hij dat zelf aan te passen bij MijnOverheid. 2.2 STAP 2: BETALINGSHERINNERING (WAARSCHUWING) Op de aanslag staat de datum waarop de aanslag moet zijn betaald. Als de betaling niet op tijd binnenkomt, wordt er een betalingsherinnering gestuurd. De belastingschuldige heeft dan 7 dagen om toch nog te betalen zonder extra kosten. 2.3 STAP 3: AANMANING (ART. 11 IW) Betaalt de belastingschuldige na de betalingsherinnering niet? Dan volgt een aanmaning. Hij moet dan binnen 2 weken het openstaande bedrag betalen, met extra kosten. Kosten aanmaning Als de invorderingsambtenaar een aanmaning stuurt, dan moet de belastingschuldige daar kosten voor betalen. Dat staat in artikel 2 van de Kostenwet. 2.4 STAP 4: DWANGBEVEL (ART. 12 IW) Als de belastingschuldige na de aanmaning nog steeds niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen om het geld in te vorderen. Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige bevel krijgt om de schuld te betalen. 2.5 STAP 5: BETEKENEN DWANGBEVEL (ART. 13 IW) De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening. Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over: - de belastingaanslag die nog niet is betaald; - de plicht om te betalen, en; - de gevolgen als er niet wordt betaald. Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen: Door de invorderingsambtenaar via de post (art. 13 IW). Betekenen per post houdt in dat de invorderingsambtenaar een afschrift van een dwangbevel per gewone post verzendt. Het afschrift bevat onder andere een bevel om binnen 2 dagen te betalen. Door een deurwaarder volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Naast betekening per post kan betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder plaatsvinden. Deze geeft een afschrift van het door de invorderingsambtenaar uitgevaardigde dwangbevel en van de akte van betekening af aan de belastingschuldige of iemand anders aan wie hij rechtsgeldig kan betekenen. Het afschrift bevat een opgaaf van de achterstallige belasting en een bevel om binnen 2 dagen te betalen. De invorderingsambtenaar maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen. Kosten betekening dwangbevel Het betekenen van een dwangbevel kost de belastingschuldige geld. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som. 2.6 STAP 6: VORDERING (ART. 19 IW) De invorderingsambtenaar kan een derde (= een andere persoon of partij) verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Deze brief noemen we 'vordering'. 2.7 STAP 7: HERNIEUWD BEVEL TOT BETALING (ART.14 IW) Als de belastingschuldige na een met de post gestuurd dwangbevel niet op tijd betaalt, of als de loonvordering niet tot volledige betaling heeft geleid (zie art. 3.1), dan gaat de belastingdeurwaarder op bezoek met een hernieuwd bevel tot betaling. Hij geeft dit aan de belastingschuldige of aan één van zijn huisgenoten. De belastingschuldige moet het verschuldigde bedrag direct aan hem betalen. Als er niemand thuis is, doet de belastingdeurwaarder het hernieuwd bevel in de brievenbus. In dat geval krijgt de belastingschuldige nog 2 dagen om te betalen. Kosten hernieuwd bevel tot betaling Voor het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling brengt de deurwaarder extra kosten in rekening. 2.8 STAP 8: BESLAG (ARTIKEL 14 IW) Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel niet betaalt dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdrachtgeven om beslag te leggen. Beslaglegging is een juridische term. Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder eigendommen van een belastingschuldige in beslag kan nemen. Meer informatie hierover is te vinden in hoofdstuk 3. 3 WAAROP KAN BESLAG WORDEN GELEGD? Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd op zijn eigendommen of een vordering worden gedaan op het inkomen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen verder toegelicht. 3.1 VORDERING OP LOON OF UITKERING (LOONBESLAG) De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige of zijn of haar partner ontvangt. Iedere maand eist hij dan een deel van het salaris of uitkering op van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald. De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd. Beslagvrije voet De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen. Vordering (loonbeslag) opheffen Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de hele belastingschuld is kwijtgescholden. De invorderingsambtenaar kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht. 3.2 VORDERING EN NOTOIRE WANBETALERS Als de belastingschuldige vaker zijn belastingen niet op tijd betaald, kan de invorderingsambtenaar ook een aparte vordering doen, waarin hij 10% eist van het bedrag dat niet voor beslag vatbaar is. Dit betekent dat de invorderingsambtenaar dan ook 10% van het inkomen kan eisen als het inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Voorbeeld: - De beslagvrije voet is € 1.000 - Het loon van de notoir slechte betaler is € 800 - Op vordering van de invorderingsambtenaar moet de werkgever 10% van € 800 = € 80 aan de invorderingsambtenaar afdragen. 3.3 BETALINGSVORDERING Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige. Beslagvrij bedrag en betalingsvordering Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige blijven voorzien in zijn levensonderhoud. Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie. Kosten betalingsvordering De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen. Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering? De belastingschuldige krijgt binnen 8 dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeldt. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald. Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslaglegging dan kan hij een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken. 3.4 VORDERING ONDER HUURDER, PACHTER, CURATOR OF HOUDER VAN PENNINGEN De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders. Bij een faillissement maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de vordering. In plaats daarvan meldt hij de belastingschuld bij de curator aan volgens de regels van de Faillissementswet. 3.5 OVERHEIDSVORDERING De overheidsvordering is een eenvoudige manier van beslag leggen op de betaalrekening(en) van de belastingschuldige, inclusief de kredietruimte. Het beslag heeft geen betrekking op spaarrekeningen of tegoeden op creditcards en wordt niet uitgevoerd wanneer de belastingschuldige in de schuldsanering zit of failliet is verklaard. De bank is verplicht hieraan mee te werken. Als de invorderingsambtenaar een overheidsvordering heeft gedaan, krijgt de belastingschuldige hierover een brief. De bank meldt op het bankafschrift ook dat de overheidsvordering is gedaan. De belastingschuldige kan zijn bank geen opdracht geven het bedrag terug te storten. Hoeveel mag er worden afgeschreven Overheidsvorderingen mogen plaatsvinden voor een openstaand bedrag van ten hoogste € 1.500,- Er mag voor dezelfde aanslag maximaal twee keer per maand een overheidsvordering worden gedaan en dat maximaal drie maanden lang. De overheidsvordering zelf mag per keer maximaal € 500,- bedragen. Er zijn ook meerdere deelvorderingen mogelijk. Geldproblemen door de overheidsvordering Als de belastingschuldige geldproblemen krijgt door de uitvoering van de overheidsvordering dan kan de belastingschuldige contact opnemen met de invorderingsambtenaar. De invorderingsambtenaar maakt dan betaalafspraken over het nog te betalen bedrag en kan (een deel van) het met de overheidsvordering afgeschreven bedrag terugbetalen. Bezwaar tegen beslagvrije voet overheidsvordering De invorderingsambtenaar berekent de beslagvrije voet voordat de overheidsvordering wordt gestuurd aan de bank. De invorderingsambtenaar haalt per maand niet meer van de rekening af, dan het verschil tussen de beslagvrije voet en het inkomen. Als de belastingschuldige kan laten zien dat hij hierdoor in de financiële problemen komt, dan kan hij contact opnemen met de invorderingsambtenaar. Bij het verzoek aan de invorderingsambtenaar moet de belastingschuldige: - inkomen -en gezinsgegevens verstrekken voor de vaststelling van de beslagvrije voet; - een overzicht verstrekken van banktegoeden op het moment dat de overheidsvordering is gedaan; - aangeven of op het moment dat de overheidsvordering werd gedaan ook al beslag op het loon was gelegd. Vermogenstoets Als blijkt dat de overheidsvordering te hoog was, controleert hij hoeveel geld belastingschuldige op dat moment op zijn bankrekening(en) had staan. Dit heet een vermogenstoets. Deze vermogenstoets is belangrijk. Want iemand met weinig of geen inkomen, maar wel met spaargeld, kan niet zomaar zeggen dat hij te weinig geld overhoudt. De gemeente wil voorkomen dat belastingschuldigen met spaargeld de vordering laten terugdraaien, terwijl ze het geld wél hebben. Wat als er al loonbeslag is gelegd? Als er al beslag op het loon is gelegd (bijvoorbeeld via een gerechtsdeurwaarder), dan kijkt de invorderingsambtenaar naar het bedrag dat de belastingschuldige op zijn bankrekening krijgt. Dit bedrag zou normaal overeen moeten komen met zijn beslagvrije voet. Als hij toch minder ontvangt door de overheidsvordering, dan wordt dat meegenomen in de beoordeling. Geen spaargeld aanwezig? Als de belastingschuldige geen spaargeld heeft, en ook minder geld overhoudt dan zijn beslagvrije voet, dan gaat de invorderingsambtenaar er – tenzij er iets bijzonders speelt – vanuit dat de overheidsvordering inderdaad onterecht is. Terugwerkende kracht Let op: als blijkt dat de beslagvrije voet niet juist is vastgesteld, wordt alleen de laatste overheidsvordering vóór het verzoek om herberekening hersteld. Het geldt dus niet met terugwerkende kracht voor eerdere vorderingen. 3.6 BESLAG OP ROERENDE ZAKEN De belastingschuldige wordt vooraf geïnformeerd wanneer er beslag zal worden gelegd. De belastingdeurwaarder kan vervolgens bij de belastingschuldige thuis of in zijn bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. Hij maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan. Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht. Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Hij mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven. De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen. Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop. Hiervan kan worden afgeweken als de invorderingsambtenaar aannemelijk maakt dat de belastingschuldige door het beslag en de verkoop van de roerende zaken niet op een te zware manier wordt benadeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij beslag ter voorkoming van meer schulden. De invorderingsambtenaar kan ook beslag laten leggen als de verwachtte opbrengst aanmerkelijk lager is dan de opbrengst als aannemelijk is dat de belastingschuldige zijn schuld wel kan, maar niet wil betalen. Toestemming bij grote bedrijven Als de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan 50 werknemers kunnen bedreigen, moet hij eerst toestemming aan het college van B&W vragen. De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als: - de beslaglegging bedoeld is om snel (een deel van) de bezittingen van het bedrijf te verkopen; - door de beslaglegging geld of de voorraad van het bedrijf vrijwel helemaal in beslag wordt genomen; - derden niet onwetend blijven van de beslaglegging, zoals altijd het geval bij een beslag onder derden. Kosten van het beslag De belastingdeurwaarder voert bij een beslag meerdere acties uit, zoals het opmaken van een proces-verbaal van beslag en het betekenen van het beslag aan de belastingschuldige. Deze kosten staan in de Kostenwet. Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen? In het proces-verbaal dat de deurwaarder heeft opgemaakt, staat omschreven welke roerende zaken in beslag zijn genomen en op welke datum deze in het openbaar zullen worden verkocht. Als de belastingschuldige in Veere woont, dan dient hij contact op te nemen met het cluster invordering van de afdeling Belastingen. Telefoonnummer 0118 67 50 00. Woont de belastingschuldige niet in Veere dan dient hij contact op te nemen met onze externe belastingdeurwaarder van het kantoor: Cannock Van Heemstraweg 58 6651 KH Druten Telefoonnummer: 088 11 68 222 3.7 BESLAG ONROERENDE ZAKEN Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden. Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht. Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen. De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in één keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt. Kosten beslag onroerende zaken Ook bij deze manier van beslagleggen brengt de belastingdeurwaarder kosten in rekening voor het opmaken van het proces-verbaal van beslag en de diverse betekeningen. Daarnaast zijn er kosten verschuldigd om het beslag in te schrijven en door te halen bij het Kadaster. Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen? Ook bij beslag op een woning hoeft dit niet automatisch te betekenen dat het tot een verkoop komt. Er is meestal nog ruimte om het samen op te lossen. De belastingschuldige dient hiervoor contact op te nemen met het cluster invordering van de afdeling Belastingen. Telefoonnummer 0118 67 50 00. 4 ACTIES DOOR BELASTINGSCHULDIGE In de hoofdstukken 4, 5 en 6 worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces. 4.1 HOE KAN EEN BELASTINGAANSLAG WORDEN BETAALD? De belastingschuldige kan op de volgende manieren de belastingaanslag betalen: - door het bedrag zelf over te maken op rekeningnummer IBAN: NL60BNGH0285080237 van de gemeente Veere. De BIC-code voor betalingen vanuit het buitenland is BNGH NL2G; - door het bedrag contant te betalen op het stadskantoor aan de Kanaalweg 3 te Middelburg; - door het bedrag te betalen via iDeal met een QR-code; - door iemand anders de belastingaanslag te laten betalen; - door het bedrag aan de belastingdeurwaarder te betalen; - door middel van automatische incasso. 4.2 AUTOMATISCHE INCASSO Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft hij zelf geen geld over te maken. De gemeente schrijft in maximaal 10 keer het bedrag van zijn rekening af. Voor aanslagen toeristenbelasting en gemeentelijke facturen gelden andere incassotermijnen. Meer informatie staat op de website van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland. Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement) Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan. Het incassoreglement is te vinden op www.overheid.nl. 4.3 WANNEER IS ER BETAALD? - Er is pas betaald als het bedrag op de rekening van de gemeente is ontvangen. - Bij een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling. - Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling. - Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan de kas van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling. 4.4 RICHTLIJNEN BIJ HET AFBOEKEN VAN EEN BETALING Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen: - betalingen moeten worden afgeboekt op de aanslag die door de belastingschuldige is aangegeven, behalve als de aangegeven bestemming in strijd is met artikel 7 IW; - betalingen waarbij de belastingschuldige geen betalingskenmerk (bijvoorbeeld een aanslagnummer) heeft vermeld (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen; - een teveelbetaling wordt op dezelfde manier behandeld als een ongerichte betaling. 4.5 AFBOEKING BETALING BESTUURLIJKE BOETE Als er sprake is van een belastingaanslag én een bestuurlijke boete die daarmee te maken heeft, dan wordt de betaling eerst afgeboekt op de belastingaanslag. Dit gebeurt alleen als er voor de bestuurlijke boete uitstel van betaling is gegeven, bijvoorbeeld omdat er bezwaar of beroep (of hoger beroep) is ingediend tegen de boete. Maar: als er ondanks het uitstel meer wordt betaald dan nodig is voor de belastingaanslag, dan wordt het resterende bedrag toch gebruikt om (gedeeltelijk) de boete te betalen. Is er al een deel van de boete betaald en wordt daarna alsnog bezwaar of beroep tegen die boete ingediend? Dan blijft wat al betaald is gewoon staan en wordt dat niet teruggedraaid. 4.6 BETALING BIJ VERGISSING OF MISVERSTAND Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden. In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de belastingschuld alsnog zal betalen. 4.7 BETALING AAN BELASTINGSCHULDIGE (ARTIKEL 7A IW) Soms moet de gemeente een bedrag terugbetalen, bijvoorbeeld als er te veel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) vindt plaats op het bankrekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is. Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het bankrekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige. Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet hij dat op tijd aan de invorderingsambtenaar doorgeven zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden. 4.8 UITBETALINGSFOUTEN Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige. Directe uitbetaling gebeurt wél als de belastingschuldige aantoont dat: - hij tijdig vóór de uitbetaling bij de invorderingsambtenaar heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende bankrekening moet gebeuren, én - hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bank heeft aangegeven dat de - bankrekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is. Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen omdat hij daar geen recht op had. Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de belastingschuldige, dan is en blijft hij verantwoordelijk voor deze fout. De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan hij informatie krijgen over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald. 5 UITSTEL VAN BETALING 5.1 UITSTEL VAN BETALING ALGEMEEN Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend: - de belastingschuldige is het niet eens met de hoogte van de aanslag en heeft bezwaar ingediend; - de belastingschuldige kan de aanslag niet binnen de betalingstermijn(en) betalen omdat hij geen of onvoldoende geld heeft; - de belastingschuldige heeft zich gemeld bij schuldhulpverlening en de schuldhulpverlener wil starten met de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP). De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder zijn voorwaarden een belastingschuldige uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hiervan afwijken als hij denkt dat de belangen van de gemeente in gevaar komen of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling. Uitstel bij aansprakelijkheid Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde komen overeen met de regels voor uitstel aan een belastingschuldige. 5.2 AANVRAGEN VAN UITSTEL VAN BETALING De belastingschuldige kan op 4 manieren uitstel van betaling aanvragen: - per e-mail: belastingen@middelburg.nl. - per post: Samenwerking belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland Postbus 6000 4330 LA Middelburg - per telefoon: 0118 67 50 00 - via een bezwaarschrift 5.3 UITSTEL VAN BETALING IN VERBAND MET BEZWAAR OF BEROEP Als de belastingschuldige een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een belastingaanslag indient, dan ziet de invorderingsambtenaar dit automatisch ook als een verzoek om uitstel van betaling. Uitstel van betaling wordt niet gegeven als het bezwaar (direct of indirect) gaat over een WOZ-beschikking die al definitief is vastgesteld en waartegen geen bezwaar of beroep meer mogelijk is. Als de belastingschuldige bezwaar maakt tegen een aanslag parkeerbelasting, dan dient hij toch de aanslag parkeerbelasting op tijd betalen. Blijkt later dat hij te veel of onterecht heeft betaald? Dan krijgt hij deze kosten terug. Het indienen van een beroepschrift geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. De belastingschuldige moet daar schriftelijk om vragen. Uitstel van betaling wordt door de ontvanger alleen verleend voor het deel van de aanslag waar het belastingschuldige bezwaar tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden. Het uitstel van betaling eindigt automatisch als er uitspraak is gedaan op het bezwaar of het beroep. 5.4 UITSTEL VAN BETALING VOOR EEN BESTUURLIJKE BOETE De invorderingsambtenaar kan uitstel van betaling geven voor een bestuurlijke boete als er bezwaar, beroep of hoger beroep is ingediend tegen die bestuurlijke boete. Ook wordt uitstel van betaling gegeven als er bezwaar is gemaakt tegen een belastingaanslag én de belastingaanslag en de boetebeschikking samen op één aanslagbiljet staan. Dit uitstel geldt alleen als uit het bezwaar blijkt dat het (ook) tegen de boete is gericht. Is dat niet het geval, dan wordt er géén uitstel voor de boete verleend. 5.5 UITSTEL VAN BETALING OMDAT DE BELASTINGSCHULDIGE DE AANSLAG NIET OP TIJD OF IN ÉÉN KEER KAN BETALEN De invorderingsambtenaar houdt rekening met de persoonlijke- en financiële situatie van de belastingschuldige. Toch is zijn belangrijkste taak om ervoor te zorgen dat de openstaande schuld binnen de gestelde termijnen wordt betaald. Als de belastingschuldige de belastingaanslag echter niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan hij een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald. Om het nog duidelijker te maken: onder 'betalingsregeling' valt ook het uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen, tot een bepaalde datum. Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn wordt er geen betalingsregeling afgesproken. In dergelijke gevallen wordt de belastingschuldige doorverwezen naar schuldhulpverlening. 5.6 BETALINGSREGELING VOOR PARTICULIEREN EN ONDERNEMERS Duur betalingsregeling Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit doet hij om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen. Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 6 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven. Een betalingsregeling kan maximaal 2 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan het extern deurwaarderskantoor. Dan kan het extern deurwaarderskantoor eventueel nog akkoord gaan met een nieuw betalingsvoorstel. Het stellen van voorwaarden bij ondernemers Het financieel belang (de hoogte en de aard van de belastingschuld, en de duur van de betalingsregeling) kan voor de invorderingsambtenaar aanleiding zijn om zekerheid te eisen. Daarbij zal de invorderingsambtenaar de voorkeur geven aan zekerheden die op een eenvoudige wijze kunnen worden gesteld, zoals bijvoorbeeld een bankgarantie, hypotheek of borg. Het stellen van voorwaarden bij particulieren De invorderingsambtenaar kan aan het verlenen van uitstel voorwaarden verbinden. Voorwaarden kunnen bijvoorbeeld zijn: - de belastingschuld waarvoor uitstel wordt verleend moet op vaste tijdstippen in termijnen worden voldaan; - met betrekking tot nieuwe belastingaanslagen mag geen betalingsachterstand optreden; - dat de betalingen dienen plaats te vinden door middel van automatische incasso. Op deze wijze van betaling is het incassoreglement van toepassing; - dat er eerst een bedrag moet worden aanbetaald. De hoogte van de aanbetaling is afhankelijk van de omvang van de openstaande belastingschuld. Bij andere verzoeken rekening houden met de betalingscapaciteit Als de invorderingsambtenaar van mening is dat hij niet met het verzoek om een betalingsregeling akkoord kan gaan, zal hij de betalingscapaciteit berekenen. De betalingscapaciteit is een berekening waaruit blijkt of en hoeveel een belastingschuldige (maandelijks) kan betalen. De invorderingsambtenaar kan bij de belastingschuldige (nadere) financiële gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de betalingscapaciteit. Bij de berekening van de betalingscapaciteit van particulieren hanteert de invorderingsambtenaar dezelfde wijze van berekening als bij een verzoek om kwijtschelding. De betalingscapaciteit bestaat in het algemeen uit het netto-besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor het betalen van achterstallige belastingschuld wordt van het hiervoor berekende bedrag ten minste 80% opgeëist. Berekening betalingscapaciteit - aflossingsverplichtingen aan derden De invorderingsambtenaar kan aflossingsverplichtingen aan derden, waarvan het niet-nakomen tot ongewenste effecten kan leiden, meenemen bij de berekening van de betalingscapaciteit. Berekening betalingscapaciteit - extra inkomsten Bij de berekening van de betalingscapaciteit kan de invorderingsambtenaar rekening houden met extra inkomsten, zoals vakantiegeld, tantièmes en dergelijke, voor zover uitbetaling daarvan plaatsvindt in de periode waarvoor de betalingsregeling geldt. 5.7 VERREKENING VAN TERUGGAVEN Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag. 5.8 UITSTEL IN VERBAND MET FAILLISSEMENT, WSNP EN SURSEANCE VAN BETALING De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling. 5.9 WANNEER WORDT EEN BETALINGSREGELING BEËINDIGD? De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als: - de belastingschuldige zich niet houdt aan de voorwaarden van de betalingsregeling; - blijkt dat de belastingschuldige onjuiste gegevens heeft verstrekt; - de reden voor de betalingsregeling is komen te vervallen; - de belastingschuldige is toegelaten tot de minnelijke of wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen. 5.10 HERINNERING Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald voldoet hij niet aan de voorwaarde(n) van de betalingsregeling. In dat geval zal de invorderingsambtenaar de belastingschuldige eenmalig in de gelegenheid stellen om alsnog binnen 14 dagen de achterstand te voldoen. Na deze termijn zal de invordering worden opgestart dan wel voortgezet. 5.11 BEROEP De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen: - zijn verzoek om uitstel van betaling is afgewezen; - een eerder verleend uitstel is ingetrokken. Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W. Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren. Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde. De motivering wordt vermeld in een brief. 6 KWIJTSCHELDING 6.1 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel. Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie. Zoals het inkomen, wat hij bezit (zoals een auto) en hoe hij woont. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken. 6.2 BELEIDSKEUZES KWIJTSCHELDING In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW). De gemeente kan binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden. De afwijkende regels staan in de door de gemeente opgestelde kwijtscheldingsverordening. Deze verordening is gepubliceerd op www.overheid.nl. 6.3 AANVRAGEN KWIJTSCHELDING EN AANLEVEREN INFORMATIE Een verzoek om kwijtschelding kan worden aangevraagd via www.sabewazeeland.nl met behulp van DigiD. Voor belastingschuldigen die moeite hebben met computers of geen DigiD hebben, is een vangnet beschikbaar. In de gemeente is er speciaal team (de formulierenbrigade) dat kan helpen met het invullen en indienen van het kwijtscheldingsverzoek. Sabewa Zeeland beoordeelt de kwijtscheldingsverzoeken voor gemeentelijke belastingen van de gemeente Veere. Beroepschriften over de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen worden eveneens inhoudelijk door Sabewa beoordeeld. De gemeente Veere volgt het kwijtscheldingsbeleid van Sabewa dat is vastgelegd in de ‘’Leidraad kwijtschelding Sabewa Zeeland’’. Ook is de door de gemeenteraad van Veere vastgestelde kwijtscheldingsverordening van toepassing. 6.4 KWIJTSCHELDING ONDERNEMERS VOOR PRIVÉ BELASTINGEN Voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen, geldt voor belastingen die privé verschuldigd zijn, dezelfde kwijtscheldingsregels als voor andere natuurlijke personen met een inkomen uit loon of uitkering. Het netto-besteedbare wordt berekend op basis van de aangifte inkomstenbelasting en de winst- en verliesrekening van het jaar waarin de kwijtschelding wordt aangevraagd. Bij het beoordelen van het vermogen (aan de hand van de winst- en verliesrekening) wordt het noodzakelijke bedrijfsvermogen, niet meegerekend. 6.5 KWIJTSCHELDING ONDERNEMERS VOOR ZAKELIJKE BELASTINGEN (SANERINGSAKKOORD) Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers. De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord. Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing? Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(en) op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt. Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald. De invorderingsambtenaar kan echter toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen. Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat hij de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kan betalen. Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat hij voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord. Hierbij gelden de volgende regels: - Er wordt geen verrekening gedaan van belastingteruggaven of andere teruggaven die na de datum van het verzoek om het saneringsakkoord zijn ontstaan. - De betalingstermijn van twaalf maanden begint de dag na de datum van de voorwaardelijke instemming. - De ondernemer moet alle nieuwe belastingaanslagen, die door de invorderingsambtenaar worden geïnd, tijdig betalen gedurende de gehele saneringsprocedure, niet alleen tijdens de uitstelperiode. - De ondernemer hoeft geen zekerheid te stellen (zoals een borg). - Het bedrag van het saneringsakkoord kan in meer dan twaalf maandelijkse termijnen worden betaald, als de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij het bedrag niet binnen twaalf termijnen kan voldoen en dat de nakoming van het akkoord is verzekerd. Daarnaast hoeft de belastingschuldige, met een verklaring van een onafhankelijke deskundige, alleen aannemelijk te maken dat de betalingsproblemen met het saneringsakkoord worden opgelost en dat de onderneming levensvatbaar is. Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord De gemeente doet niet mee aan een akkoord als: - Een derde voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld en de aansprakelijkstelling meer oplevert dan een akkoord. - Uit het akkoord moet meer komen dan voortzetting van invordering zou opleveren. - De ondernemer iets verwijtbaar heeft gedaan waardoor de belastingen niet zijn betaald. - De ondernemer andere schuldeisers met enige voorrang heeft betaald, zodat nu de gemeente als enige schuldeiser is overgebleven. - Een of meer schuldeisers hun niet-betaalde deel van de schuld niet kwijtschelden, maar het verkopen aan een derde of omzetten in aandelen. Bijzondere schuldeisers Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet zijn verplicht om deel te nemen aan het saneringsakkoord. Dit zijn onder andere: - Pandhouders. Omdat het recht van voorrang van de pandhouder boven de concurrente vordering van de gemeente gaat. - Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud. Dit houdt in dat de leverancier eigenaar blijft van de geleverde zaken totdat hij de koopprijs voor deze zaken ontvangt. - Dwangcrediteuren. Hieronder worden leveranciers van een onderneming verstaan van wie het waarschijnlijk is dat zij niet willen meewerken aan een akkoord. Tegelijkertijd kan de onderneming na het sluiten van het saneringsakkoord niet worden voortgezet zonder de betrokkenheid van deze leveranciers. - De invorderingsambtenaar houdt bij de beoordeling van het akkoord rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder, die het saneringsvoorstel heeft opgesteld. - Hypotheekhouders. Deze schuldeisers hebben voor zover hun vordering gedekt wordt door hypotheek niets te maken met andere schuldeisers dus ook niet met de gemeente. 6.6 GEEN VERDERE INVORDERINGSMAATREGELEN EN AFWIJZING VERZOEK OM KWIJTSCHELDING Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend. Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar dan kan hij wel een voorwaarde stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend gaan worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen drie jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen. Als de invorderingsambtenaar besluit om voorlopig geen invorderingsmaatregelen te nemen, kan hij voorwaarden of daarbij een termijn stellen. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar de beslissing intrekken. Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin hij aangeeft dat hij de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan 14 dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen. 7 SCHULDSANERING EN INSOLVENTIEPROCEDURES 7.1 SCHULDHULPVERLENING Insolventieprocedures zijn de (gerechtelijke) stappen die kunnen worden gezet wanneer een belastingschuldige zijn schulden niet meer kan betalen. Als de belastingschuldige er zelf niet uitkomt, is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk hulp zoekt bij het oplossen van zijn schulden. De gemeente kan daarbij helpen. Zij wordt daarbij ondersteunt door ‘’Orionis Walcheren”. Meer informatie is te vinden op de website van de gemeente en van Orionis. 7.2 DE MINNELIJKE SCHULDSANERINGSREGELING (MSNP) DOOR LEDEN VAN DE NVVK OF GEMEENTEN Stabilisatiefase In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 8 maanden stopgezet. Voorwaarden MSNP Onder de volgende voorwaarden wordt ingestemd met een minnelijke schuldsanering: - De regeling geldt voor natuurlijke personen (mensen dus). - De schuldhulpverlener is lid van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) of de regeling wordt uitgevoerd door een gemeente. - De schuldregeling is opgesteld volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK, of een gelijkwaardige overeenkomst. Met hulp van de VTLB-Calculator wordt het vrij te laten bedrag (Vtlb) en de afloscapaciteit van de belastingschuldige bepaald; - Voor ondernemers is de regeling opgesteld volgens specifieke regels (Module Schuldregeling voor ondernemers van de NVVK). - Er een redelijke verwachting is dat het bedrijf of zelfstandig beroep van de belastingschuldige na de regeling levensvatbaar blijft. - Het waarschijnlijk is dat de belastingschuldige in aanmerking komt voor een dwangakkoord. - Aan het eind van de regeling wordt er een bedrag betaald dat gelijk is aan wat er anders bij een wettelijke schuldsanering zou worden verkregen. Bij instemming kan ervoor maximaal 18 maanden uitstel van betaling worden verleend. Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing? Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden. Gevolgen van het MSNP- uitstel - Als er een schuldregeling tussen de belastingschuldige en de schuldeisers wordt bereikt, vervallen eventuele beslagen die eerder zijn gelegd. - Er kan verrekening plaatsvinden met belastingteruggaven die te maken hebben met belasting die is ontstaan tot de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. - Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid. Intrekken uitstel tijdens de MSNP De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als: - De schuldhulpverlener niet binnen 8 maanden na de datum van de schuldregelingsovereenkomst heeft aangegeven dat de schuldregeling doorgaat. - De belastingschuldige nieuwe belastingschulden heeft van na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, en deze niet betaalt. - De belastingschuldige probeert om zijn schuldeisers te benadelen. - Hij daarvoor een andere goede reden heeft. Het uitstel zoals aangegeven bij het eerste aandachtsstreepje wordt niet ingetrokken als blijkt dat er bij de rechter een verzoek is ingediend voor een schuldregeling (zoals bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet) of voor toelating tot de WSNP. De invorderingsambtenaar trekt het uitstel in dat geval pas in nadat de rechter een beslissing heeft genomen op het verzoek. Voor de overige aandachtsstreepjes geldt dat de invorderingsambtenaar het uitstel pas intrekt nadat hij de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige 14 dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen. Na de toepassing van de MSNP-regeling De belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin MSNP van toepassing was zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden. 7.3 MINNELIJKE SCHULDSANERING DOOR ANDEREN DAN NVVK-LEDEN OF GEMEENTEN Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats? Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen: - Is het voorstel goed en duidelijk vastgelegd? - Is het voorstel het hoogste wat de belastingschuldige financieel kan bieden? - Is een eventueel faillissement of schuldsanering voordeliger voor de belastingschuldige? - Heeft invorderingsambtenaar kans om evenveel of meer te krijgen als het faillissement of de schuldsanering doorgaat? - Is er al eerder een soortgelijk geval geweest dat als voorbeeld kan dienen? - Hoe belangrijk is het voor de invorderingsambtenaar om datgene wat afgesproken is, volledig te ontvangen? - Hoe groot is het aandeel van de weigerende invorderingsambtenaar in de totale schuld? - Staat de weigerende invorderingsambtenaar alleen tegenover de andere schuldeisers die wel akkoord gaan met het voorstel? - Is er eerder een poging geweest om een schuldregeling te treffen die niet goed is uitgevoerd? Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling. 7.4 WET SCHULDSANERING NATUURLIJKE PERSONEN (WSNP) Gevolgen van de WSNP - Als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten. - Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid. Nieuwe schulden (Nieuwe) belastingschulden die ontstaan vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden. 7.5 WET HOMOLOGATIE ONDERHANDS AKKOORD (WHOA) Voorwaarden WHOA De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: - het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de eisen van artikel 375 van de Faillissementswet; - de vorderingen van de gemeente zijn in de juiste groep (klasse) ingedeeld; - dat het waarschijnlijk is dat de rechter het akkoord goedkeurt, zodra alle nodige stappen zijn genomen. De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen. De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken. De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze. Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven. Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, dan wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald, kwijtgescholden. Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen. Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan. 7.6 FAILLISSEMENT Toestemming voor faillissementsaanvraag Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar toestemming van het college van B&W nodig. Steunvordering Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, dat deze gebruikt kunnen worden als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser. Gevolgen faillissement: - de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op; - gelegde beslagen komen te vervallen; - de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de curator aan. Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel. 7.7 BUITENGERECHTELIJK AKKOORD Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel. Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing: - alle schuldeisers moeten meedoen; - alle concurrente schuldeisers krijgen hetzelfde percentage; - het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald; - betreft het een onderneming, dan moet de onderneming (na de sanering) levensvatbaar zijn en aan haar lopende verplichtingen kunnen voldoen. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord: - het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald; - de invorderingsambtenaar verleent kwijtschelding voor het deel dat niet betaald is; - nieuwe belastingaanslagen moeten op tijd worden betaald. 8 WANNEER IS ER SPRAKE VAN VERREKENEN, RENTE, KOSTEN EN BESTUURLIJKE BOETEN 8.1 VERREKENEN (ART. 24 IW) Op grond van dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met voor deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met de te betalen aanslagen waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is). Verrekenen tijdens betalingsregeling Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag. Verrekenen tijdens uitstel in verband met een bezwaarschrift Als de invorderingsambtenaar uitstel van betaling heeft gegeven, wordt het bedrag waar bezwaar tegen is gemaakt niet verrekend met een belastingteruggave of andere bedragen die nog worden uitbetaald. Dit gebeurt pas nadat er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift. De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een brief. 8.2 INVORDERINGSRENTE (ART. 28 IW) Invorderingsrente in rekening brengen De gemeente berekent niet actief invorderingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag. Verdere regels die de gemeente stelt zijn te vinden in het rentebesluit. Het rentebesluit is te vinden op www.overheid.nl. 8.3 INVORDERINGSKOSTEN Met invorderingskosten bedoelen we de kosten die volgens de Kostenwet invordering rijksbelastingen in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten voor het werk dat de belastingdeurwaarder doet. 8.4 WANNEER WORDEN ER GEEN INVORDERINGSKOSTEN IN REKENING GEBRACHT In de volgende gevallen brengt de invorderingsambtenaar voor het uitbrengen van exploten geen kosten in rekening: - herhaalde betekening van een dwangbevel; - (herhaalde) betekening van een dwangbevel uitsluitend ter stuiting van de verjaring; - betekening van een vordering. 8.5 WANNEER ZIJN ER GEEN INVORDERINGSKOSTEN VERSCHULDIGD Naast situaties waarin bij het berekenen van de kosten een rekenfout is gemaakt of een verkeerd tarief is gebruikt, hoeven er in de volgende gevallen geen kosten te worden betaald: - als de betaling op de rekening van de gemeente is bijgeschreven op of voorafgaand aan de dag waarop de kosten verschuldigd zijn geworden; - als na het in rekening brengen van de kosten aan de belastingaanslag een nieuwe dagtekening is toegekend; - als er volgens de wet geen derdenbeslag (dat is een beslag die een deurwaarder onder een derde legt), tot stand is gekomen. Bij een vermindering van de belastingaanslag geldt dat de kosten naar evenredigheid moeten worden verlaagd. 8.6 BESTUURLIJKE BOETEN Bestuurlijke boetes zijn geldboetes die de gemeente kan opleggen als iemand een wet overtreedt. Het is een manier voor de gemeente om regels te handhaven, zonder dat er een rechter aan te pas komt. Deze boetes worden vaak gebruikt in plaats van een straf via de rechtbank. 8.7 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Bij het opleggen van bestuurlijke boetes vanwege een verzuim (bijvoorbeeld voor het te laat aangifte doen voor de toeristenbelasting), gelden naast de regels in artikel 63b van de wet ook andere wettelijke regels. Het gaat om: - de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), - de Algemene wet bestuursrecht (Awb), vooral titel 5.1 en 5.4, - en de “beleidsregels bestuurlijke boeten gemeente Veere” uit 2016. Deze regels bepalen samen hoe en wanneer een boete opgelegd mag worden. 8.8 BOETE BIJ TE LATE BETALING VAN BELASTINGEN (ARTIKEL 63B.2 IW) Als de belastingschuldige een belastingaanslag niet, niet volledig of niet op tijd betaalt, kan hij een boete krijgen. Hoe hoog die boete is, hangt af van het bedrag dat te laat of niet betaald is. De invorderingsambtenaar kan een boete opleggen van 5% van het bedrag dat te laat is betaald, met een minimale boete van € 50. Dit geldt tot een wettelijk vastgelegd maximum. In bijzondere gevallen kan de invorderingsambtenaar afwijken van die 5% en een hogere boete opleggen tot het wettelijk maximum. Als later blijkt dat het belastingbedrag wordt verlaagd (bijvoorbeeld door een vermindering of teruggaaf, dan wordt de boete ook evenredig verlaagd. Maar de boete blijft altijd minimaal € 50. Als een aanslag in meerdere termijnen mag worden betaald, en iemand betaalt één of meer termijnen niet op tijd, dan wordt elk verzuim apart beoordeeld. Voor elke te late betaling kan dus een aparte boete opgelegd worden. De hoogte van de boete wordt dan per termijn berekend, op basis van het bedrag dat voor die termijn betaald moest worden. De beslissing om een verzuimboete op te leggen hoeft niet tegelijk genomen te worden met eventueel een andere beslissing. 8.9 BOETE BIJ HET NIET NAKOMEN VERPLICHTING ARTIKEL 60, TWEEDE LID IW Als de belastingschuldige zich niet houdt aan de verplichting die in de wet staat (artikel 63b, tweede lid IW), kan de gemeente ook een verzuimboete opleggen. Deze boete is dan 50% van het wettelijk maximum. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente de boete verhogen tot het volledige maximum. De boete wordt opgelegd aan de persoon die de verplichting niet is nagekomen. Dit hoeft niet altijd de belastingschuldige zelf te zijn; het kan ook een andere betrokkene zijn. Ook hier geldt: de beslissing om de boete op te leggen mag apart genomen worden, los van andere besluiten. 9 INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL 1. De Leidraad Invordering treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking; 2. Met ingang van het eerste lid bedoelde tijdstip vervalt de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen Veere 2026, vastgesteld bij besluit van 7 oktober 2025 met dien verstande dat de bepalingen van die Leidraad van kracht blijven voor het tijdvlak waarvoor deze heeft gegolden; 3. Deze leidraad wordt aangehaald als “Leidraad Invordering gemeente Veere 2026-1”. Domburg, 29 september 2026,Het college van burgemeester en wethouders van Veere,de secretaris, burgemeester,

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "LEIDRAAD INVORDERING GEMEENTE VEERE 2026-01"

Omgeving

Omgeving

Toestemming voor realiseren nieuwbouwwoning Zuidhoflaan 27, 4333LW Sint Laurens

Mededelingen

Mededelingen

LEIDRAAD INVORDERING GEMEENTE VEERE 2026-01

Mededelingen

Mededelingen

B&W vergadering week 39 2026

Mededelingen

Mededelingen

Lotingsprotocol voor loting door Digitaal Portaal Ontheffingen

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende openstelling en vaststelling subsidieplafond restauratie rijksmonumenten 2027

Mededelingen

Mededelingen

Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Mededelingen

Mededelingen

Aankondiging voorgenomen verpachting/ingebruikgeving door de Gemeente Veere van agrarische percelen in de gemeente Veere aan huidige pachters/gebruikers

Mededelingen

Mededelingen

1e wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van Leges 2026

Mededelingen

Mededelingen

Publicatie voornemen tot 2-jarige verpachting (Ellewoutsdijk)

Mededelingen

Mededelingen

Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Mededelingen

Mededelingen

Publicatie voornemen tot 4-jarige verpachting (Serooskerke)

Mededelingen

Mededelingen

UITSPRAAK RAAD VAN STATE VOORLOPIGE VOORZIENING HERSTELBESLUIT BESTEMMINGSPLAN ‘KERNEN VEERE PLUS’