Nadere regels Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-23

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

RegionaalSamenwerkingsorgaan Regio Holland Rijnland

Informatie

Besluit van het Dagelijks Bestuur van Regio Holland Rijnland tot wijziging van de Nadere regels Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland 2026 Het Dagelijks Bestuur van Regio Holland Rijnland, besluit: Artikel I De Nadere regels Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland 2026 worden als volgt gewijzigd: A. In artikel 5 wordt "plicht" vervangen door "mogelijkheid". B. Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 5a Voorlopige uitschrijving 1.Als het verschuldigde verlengingsgeld als bedoeld in artikel 5 niet uiterlijk op de laatste dag van de geldigheidsduur van de inschrijving is ontvangen, wordt de inschrijving van rechtswege voor de duur van maximaal zes maanden voorlopig uitgeschreven. 2.Een woningzoekende die voorlopig is uitgeschreven, kan niet reageren op woningen. 3.Indien de woningzoekende gedurende de in lid 1 bedoelde periode alsnog het verlengingsgeld betaalt, wordt de voorlopige uitschrijving niet omgezet in een definitieve uitschrijving. De inschrijving wordt in dat geval verlengd met één jaar, gerekend vanaf de datum van de oorspronkelijke betalingsverplichting voor verlenging van de inschrijving. 4.Indien de woningzoekende het verlengingsgeld niet binnen de in lid 1 bedoelde periode voldoet, wordt de voorlopige uitschrijving van rechtswege omgezet in een definitieve uitschrijving als bedoeld in artikel 6. C. Artikel 6, eerste lid, komt te luiden: 1.Een inschrijving als woningzoekende eindigt van rechtswege wanneer de woningzoekende niet voldoet aan de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 4 en 5 en nadat de in artikel 5a lid 1 bedoelde termijn van zes maanden verstrijkt zonder betaling van het verschuldigde verlengingsgeld. D. Artikel 6, tweede lid, komt te luiden: 2.Naast de in de huisvestingsverordening omschreven gevallen wordt een woningzoekende naast de in lid 1 bedoelde gevallen uitgeschreven uit het register van woningzoekenden: a.op zijn verzoek; b.bij overlijden. E. Artikel 6, vierde lid, komt te luiden: 4.HRW stelt de woningzoekende of zijn erven digitaal op de hoogte van de uitschrijving. F. Hoofdstuk 2 van de Artikelsgewijze toelichting komt te luiden: Hoofdstuk 2 In- en uitschrijven Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register op grond van artikel 11 lid 1 Huisvestingsverordening 2026. De woningzoekende is daarvoor inschrijfgeld verschuldigd en na het eerste jaar moet jaarlijks verlengingsgeld voor de verlenging van zijn inschrijving worden voldaan. Als het verschuldigde inschrijfgeld of verlengingsgeld niet tijdig wordt voldaan, wordt een woningzoekende van rechtswege uitgeschreven uit het register. Zie in dit verband de artikelen 10 lid 4 en artikel 11 lid 4 Huisvestingsverordening 2026. De artikelen 4 tot en met 5a van de nadere regels geven hier verdere invulling aan. Artikel 4 Inschrijving in het register van woningzoekenden Eerste lid Woningzoekenden moeten voor inschrijving in het register inschrijfgeld betalen ter hoogte van € 7,50. Deze kosten staan in redelijke verhouding tot administratieve handelingen die HRW moet verrichten in relatie tot het register. Tweede lid De eis dat inschrijving pas geldig is na betaling en bevestiging waarborgt rechtszekerheid en voorkomt discussies over het moment van aanvang van de inschrijftijd. HRW verstrekt per e-mail de bevestiging van de inschrijving. Derde lid De geldigheidsduur is begrensd tot één jaar om het register actueel te houden. Verlenging met behoud van inschrijftijd is mogelijk onder de in artikel 5 gestelde voorwaarden. Vierde lid Doordat de inschrijving op beider naam komt te staan, ontstaat voor beide woningzoekenden een zelfstandige rechtspositie binnen het register. Daarmee is verzekerd dat opgebouwde inschrijftijd niet exclusief aan één van beiden toevalt en blijven beide partners aanspraak maken op de gezamenlijke inschrijftijd. De woningzoekenden bepalen bij de inschrijving in welke volgorde de namen op de gezamenlijke inschrijving komen te staan. Voor een gezamenlijke inschrijving geldt dat de twee woningzoekenden nog niet als individuele woningzoekende geregistreerd kunnen staan. Als dat wel het geval is en zij van hun twee inschrijvingen één inschrijving wensen te maken, gaat het om samenvoeging. Zie artikel 10 nadere regels. Vijfde lid Per woningzoekende geldt één inschrijving in het register. Een woningzoekende kan dus niet tegelijkertijd individueel en als gezamenlijke woningzoekende worden ingeschreven. Daarmee wordt voorkomen dat een persoon inschrijftijd opbouwt met twee inschrijvingen, waarvan er maar één komt te vervallen bij het accepteren van een woning via het aanbodsysteem. Dit voorkomt dat de slaagkans van overige woningzoekenden ongerechtvaardigd wordt verkleind. Zie ook artikel 10 lid 1 Huisvestingsverordening 2026. Artikel 5 Verlenging van de inschrijving Eerste lid Aangezien opgebouwde inschrijftijd voor de rangorde bij toewijzing bepalend is, weegt het belang van de woningzoekende bij behoud daarvan zwaar. Doordat HRW een woningzoekende tijdig en voor het einde van de geldigheidsduur van de inschrijving informeert over de mogelijkheid om te verlengen en de daarmee verbonden kosten, wordt voorkomen dat een inschrijving door enkel tijdsverloop — en dus zonder bewuste keuze van de woningzoekende — komt te vervallen. De kennisgeving geschiedt langs elektronische weg, in beginsel per e-mail op het door de woningzoekende opgegeven email-adres. Tweede lid De woningzoekende moet jaarlijks verlengingsgeld betalen om de inschrijving in het register te behouden. Het verlengingsgeld dient als periodiek bevestigingsmoment van de wens om ingeschreven te staan. Alleen woningzoekenden die nog belangstelling hebben in een woning zullen het inschrijfgeld voldoen (al dan niet via automatische incasso). Hiermee blijft het register actueel en wordt voorkomen dat slapende inschrijvingen de rangorde beïnvloeden. Derde lid Door de geldigheid van de verlenging te koppelen aan het moment van betaling, is voor zowel de woningzoekende als HRW ondubbelzinnig vast te stellen of de inschrijving is gecontinueerd. Artikel 5a Voorlopige uitschrijving Eerste lid Als het verschuldigde verlengingsgeld niet uiterlijk op de laatste dag van de geldigheidsduur van de inschrijving is ontvangen, wordt de woningzoekende van rechtswege voorlopig uitgeschreven. De voorlopige uitschrijving duurt voort zolang de woningzoekende het verschuldigde inschrijfgeld niet heeft voldaan. De periode van voorlopige uitschrijving heeft een maximale geldigheidsduur van zes maanden vanaf de laatste dag van de geldigheidsduur van de inschrijving. De periode is bedoeld om woningzoekenden die ondanks de eigen verantwoordelijkheid en herinneringen van HRW voor het betalen van het verlengingsgeld, geen bewuste keuze hebben gemaakt tot uitschrijving. Zij worden hierdoor in de gelegenheid gesteld alsnog hun inschrijving te verlengen, zodat zij hun inschrijftijd behouden. Gedurende de periode van voorlopige uitschrijving behoudt de woningzoekende zijn opgebouwde inschrijftijd. Hij bouwt in deze periode ook inschrijftijd op. Er zijn wel gevolgen voor de mogelijkheden van de voorlopig uitgeschreven woningzoekende om te reageren op aangeboden woonruimte. Dit is beschreven in het tweede lid. In de periode van uiterlijk zes maanden worden woningzoekenden maximaal tweemaal herinnerd aan hun betalingsverplichting. Tweede lid Een voorlopig uitgeschreven woningzoekende kan niet reageren op aangeboden woonruimte. Zodra de woningzoekende binnen de in het eerste lid bedoelde periode van zes maanden alsnog betaalt, kan hij wel weer reageren. Hiermee wordt voorkomen dat woningzoekenden die voorlopig staan uitgeschreven via het aanbodsysteem alsnog woonruimte toegewezen zouden kunnen krijgen. Dat zou niet eerlijk zijn ten opzichte van woningzoekenden die wel tijdig het verschuldigde bedrag voor verlenging hebben voldaan. Derde lid Voldoet de woningzoekende het verlengingsgeld binnen de in het eerste lid bedoelde periode van zes maanden, dan wordt de voorlopige uitschrijving niet omgezet in een definitieve uitschrijving. De inschrijving wordt bij betaling binnen zes maanden alsnog verlengd met één jaar, gerekend vanaf de datum van de oorspronkelijke betalingsverplichting voor verlenging van de inschrijving. De betaling gedurende de periode van voorlopige uitschrijving zorgt dus niet voor een verschuiving van de oorspronkelijke verlengingsdatum. Een voorbeeld ter verduidelijking: Woningzoekende X heeft zich op 1 januari 2026 ingeschreven als woningzoekende. De inschrijving loopt tot en met 31 december 2026. Dit is de laatste dag waarop het verlengingsgeld voor het volgende jaar moet worden voldaan. Woningzoekende X betaalt niet op tijd. Per 1 januari 2027 tot maximaal 1 juli 2027 wordt woningzoekende X voorlopig uitgeschreven. In deze periode bouwt de woningzoekende inschrijftijd op maar kan hij niet reageren op woningen. Als woningzoekende X vervolgens op 1 mei 2027 betaalt en HRW dit heeft verwerkt, wordt zijn inschrijving verlengd per 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027. De inschrijving wordt dus niet verlengd per 1 mei 2027 tot 1 mei 2028. Woningzoekende X kan weer reageren op woningen. Woningzoekende X ontvangt uiterlijk 17 december 2027 (twee weken voor het einde van de geldigheidsduur) bericht over de mogelijkheid om te verlengen. Dat is dus in zijn geval verlenging per 1 januari 2028. Als woningzoekende X echter niet voor 1 juli 2027 betaalt, wordt de voorlopige uitschrijving van rechtswege omgezet in een definitieve uitschrijving. Zijn opgebouwde inschrijftijd (van 1 januari 2026 tot 1 juli 2027) vervalt dan. Zie het vierde lid en artikel 6 lid 1 en 3 van de nadere regels. Vierde lid Voldoet de woningzoekende het verlengingsgeld niet binnen de in het eerste lid bedoelde periode van zes maanden, dan wordt de voorlopige uitschrijving van rechtswege omgezet in een definitieve uitschrijving als bedoeld in artikel 6 nadere regels, conform artikel 11, lid 4, Huisvestingsverordening 2026. Na afloop van de termijn van zes maanden zonder betaling treedt de uitschrijving van rechtswege in. Artikel 6 Uitschrijving Eerste lid Een inschrijving als woningzoekende eindigt van rechtswege wanneer de woningzoekende nalatig is bij betaling van het tarief als bedoeld in artikel 4 en 5 van de nadere regels en in de periode van voorlopige uitschrijving als bedoeld in 5a van de nadere regels niet binnen zes maanden alsnog het verschuldigde verlengingsgeld voldoet. Dit betekent dat in deze gevallen ook de opgebouwde inschrijftijd vervalt. Tweede lid Naast de in lid 1 bedoelde gevallen en de in artikel 11 van de Huisvestingsverordening 2026 genoemde gronden voor het einde van de inschrijving - en dus zonder toepassing van het in artikel 5a lid 3 van de nadere regels benoemde geval -voorziet dit lid in aanvullende situaties voor uitschrijving uit het register. Het gaat om uitschrijving op verzoek of bij overlijden van de woningzoekende. Derde lid Opgebouwde inschrijftijd is onlosmakelijk verbonden met een actieve inschrijving in het register en heeft buiten dat verband geen zelfstandige betekenis. Het verval van inschrijftijd bij uitschrijving sluit hierop aan en voorkomt dat woningzoekenden na uitschrijving alsnog aanspraak kunnen maken op een rangorde (waarvoor zij niet meer betalen). Zie ook artikel 11 lid 5 Huisvestingsverordening 2026. Vierde lid HRW stelt de betreffende woningzoekende digitaal op de hoogte van de uitschrijving. Dit betreft een kennisgeving en is geen appellabel besluit. Vijfde lid Bij aanvaarding van woonruimte wordt in de woonbehoefte voorzien en eindigt de inschrijving van de woningzoekende van rechtswege, overeenkomstig artikel 11 lid 3 Huisvestingsverordening 2026. Betrokkenen ontvangen hiervan een kennisgeving. Dit geldt ook indien een woningzoekende samen met een andere woningzoekende woonruimte aanvaardt, bijvoorbeeld omdat zij allebei op het huurcontract komen te staan of omdat het inkomen van één van de woningzoekenden bepalend is voor het toewijzen van de woning. Die inschrijvingen zullen dan worden uitgeschreven. Voortzetting van de inschrijving van een persoon die woonruimte aanvaardt, zou de op inschrijftijd gebaseerde rangorde doorkruisen en is om die reden uitgesloten. G. Hoofdstuk 3 van de Artikelsgewijze toelichting komt te luiden: Hoofdstuk 3 Wijziging van de inschrijving Het kan voorkomen dat woningzoekenden hun inschrijving willen aanpassen, bijvoorbeeld door een nog niet ingeschreven persoon te laten bijschrijven op hun inschrijving, twee bestaande inschrijvingen samen te voegen of door een gezamenlijke inschrijving te splitsen. Daar voorzien de nadere regels in hoofdstuk 3 in. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen bijschrijving en samenvoeging. Bijschrijving is de situatie dat één niet-ingeschreven persoon op verzoek van een ingeschreven woningzoekende wordt toegevoegd aan een al bestaande inschrijving van deze ingeschreven woningzoekende. De inschrijving komt dan op beider naam te staan. De tweede persoon die is bijgeschreven, bouwt vanaf het moment van bijschrijving inschrijftijd op conform artikel 11 lid 1 Huisvestingsverordening 2026. De individuele inschrijftijd kan dus onderling verschillen en wordt vermeld in de gezamenlijke inschrijving. Bij toewijzing van een woning geldt de langste inschrijftijd. Na aanvaarding van de woonruimte vervalt de inschrijving die op beider naam staat, conform artikel 11 lid 3 Huisvestingsverordening. Omdat er maar één inschrijving is, wordt jaarlijks € 7,50 inschrijf/-verlengingsgeld betaald. Een voorbeeld ter verduidelijking: Persoon A staat ingeschreven in het register vanaf 1 februari 2020. Het inschrijfgeld/verlengingsgeld bedraagt in totaal € 7,50 per jaar. Persoon B is nog niet ingeschreven. Persoon B laat zich op 1 februari 2023 bijschrijven op de inschrijving van persoon A. De inschrijving geldt vanaf 1 februari 2023 voor beide personen. Het inschrijfgeld bedraagt voor de gezamenlijke inschrijving € 7,50 per jaar. Op 1 februari 2026 heeft persoon A zes jaar inschrijftijd opgebouwd en persoon B drie jaar. Samen kunnen persoon A en B reageren op woningen, waarbij de langste inschrijftijd leidend is. Dat is in dit geval zes jaar van persoon A. Als aangeboden woonruimte wordt geaccepteerd, wordt de gezamenlijke inschrijving beëindigd. De opgebouwde inschrijftijd van respectievelijk 3 en 6 jaar gaat verloren, ervan uitgaande dat geen van de situaties van artikel 11 lid 6 tot en met 12 Huisvestingsverordening 2026 zich voordoet. Samenvoeging is de situatie dat twee personen zijn ingeschreven als woningzoekende en in dat verband ieder inschrijftijd hebben opgebouwd en ieder inschrijfgeld betalen. Zij kunnen gezamenlijk verzoeken hun individuele inschrijvingen samen te voegen tot één inschrijving. De individuele opgebouwde inschrijftijd kan onderling verschillen en wordt vermeld in de gezamenlijke inschrijving. Bij toewijzing van een woning geldt de langste inschrijftijd. Na aanvaarding van de woonruimte vervalt de inschrijving die op beider naam staat, conform artikel 11 lid 3 Huisvestingsverordening. Omdat er maar één inschrijving is, wordt jaarlijks € 7,50 inschrijf/-verlengingsgeld betaald. Een voorbeeld ter verduidelijking: Persoon C staat ingeschreven in het register vanaf 1 maart 2021. Het inschrijfgeld voor persoon C bedraagt € 7,50 per jaar. Persoon D staat ingeschreven in het register vanaf 1 maart 2024. Het inschrijfgeld voor persoon D bedraagt € 7,50 per jaar. Persoon C en D laten hun inschrijving samenvoegen op 1 maart 2025. Vanaf dat moment betalen zij niet meer in totaal € 15,- inschrijfgeld maar € 7,50 inschrijfgeld. Op 1 maart 2026 heeft persoon C dan 5 jaar inschrijftijd opgebouwd en persoon D dan 2 jaar inschrijftijd. Dit is vermeld in de gezamenlijke inschrijving. Samen kunnen persoon C en D reageren op woningen, waarbij de langste inschrijftijd leidend is. Dat is in dit geval vijf jaar van persoon C. Als aangeboden woonruimte wordt geaccepteerd, wordt de gezamenlijke inschrijving beëindigd. De opgebouwde inschrijftijd van respectievelijk 5 en 2 jaar gaat verloren, ervan uitgaande dat geen van de situaties van artikel 11 lid 6 tot en met 12 Huisvestingsverordening 2026 zich voordoet. Artikel 7 Wijziging van gegevens Eerste lid De woningzoekende is verplicht wijzigingen in gegevens die voor de rangorde of passendheidstoets relevant kunnen zijn — zoals adres, gezinssamenstelling of inkomen — zelf te wijzigen of door te geven door te geven aan HRW. Artikel 8 Bijschrijving Zie hiervoor in de algemene toelichting bij hoofdstuk 3. In aanvulling daarop geldt dat in lid 4 is voorzien in een overgangsperiode waarbij woningzoekenden die voor 31 december 2026 een verzoek tot bijschrijving doen en voldoen aan de voorwaarden onder 1 en 2 van lid 4, de inschrijftijd van hun partner krijgen. Dit wordt gerekend vanaf de datum van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel samenlevingscontract, of de datum waarop aantoonbaar sprake was van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden. Historisch gezien was het niet in alle gemeenten mogelijk om een gezamenlijke inschrijving te hebben. Dat is een ongewenste situatie. Om die situatie zoveel mogelijk te herstellen en tegelijkertijd een uniforme werkwijze te hanteren voor de toekomst, is gekozen voor deze overgangsperiode. Daarmee worden mensen actief in de gelegenheid gesteld om alsnog hun inschrijving om te zetten. Een voorbeeld ter verduidelijking van deze overgangsperiode: Persoon E staat ingeschreven in het register vanaf 1 juli 2018. Persoon E en F zijn getrouwd op 1 januari 2020 en doen een verzoek tot bijschrijving op 1 oktober 2026. Dat is dus voor 31 december 2026 en daarmee voldoen zij aan lid 4. Persoon F verkrijgt daarmee inschrijftijd vanaf 1 januari 2020. Er is dus onderling verschil in de opgebouwde individuele inschrijftijd. Dit is anders als personen E en F al getrouwd waren op het moment dat de inschrijving van persoon E is begonnen en het verzoek tot bijschrijving tijdig is gedaan. In dat geval hebben zowel persoon E als F inschrijftijd vanaf 1 juli 2018. Samen kunnen persoon E en F reageren op woningen (waarbij de langste inschrijftijd leidend is). Als aangeboden woonruimte wordt geaccepteerd, wordt de gezamenlijke inschrijving beëindigd. De opgebouwde inschrijftijd (al dan niet onderling verschillend) gaat verloren, ervan uitgaande dat geen van de situaties van artikel 11 lid 6 tot en met 12 Huisvestingsverordening 2026 zich voordoet. Omdat er maar één inschrijving is, wordt jaarlijks € 7,50 inschrijf/-verlengingsgeld betaald. Door beide inschrijftijden zichtbaar te houden, blijft de individuele rechtspositie van elke partner inzichtelijk. Dit is van belang voor situaties waarin het huishouden later weer wordt ontbonden — bijvoorbeeld door splitsing op grond van artikel 10 — en de oorspronkelijke inschrijftijden weer afzonderlijk relevant worden. Artikel 10 Splitsing van een gezamenlijke inschrijving Een gezamenlijke inschrijving kan in de loop van de tijd niet meer overeenkomen met de werkelijke situatie, bijvoorbeeld door relatiebreuk of door het om andere redenen willen voeren van afzonderlijke huishoudens. Artikel 10 voorziet in de mogelijkheid om de inschrijving in dat geval te splitsen, zonder dat één van beide partners zijn opgebouwde inschrijftijd verliest. Eerste lid Op verzoek kan HRW een gezamenlijke inschrijving splitsen. Een eenzijdig verzoek van één van de partners onder de gezamenlijke inschrijving volstaat; instemming van de ander is geen voorwaarde. Met de formulering "kan" wordt HRW in staat gesteld per geval te beoordelen of splitsing recht doet aan de belangen van beide betrokkenen. Tweede lid Voor de nieuwe inschrijving die na splitsing ontstaat, is inschrijfgeld verschuldigd. Het inschrijfgeld voor deze nieuwe inschrijving, dient binnen drie maanden na het verzoek tot splitsing te zijn voldaan. Als de splitsing op beider verzoek geschiedt, wordt de nieuwe inschrijving op naam gesteld van degene wiens naam als tweede op de gezamenlijke inschrijving stond vermeld. Als de splitsing echter op verzoek van één van de woningzoekenden wordt gedaan, wordt de nieuwe inschrijving op diens naam gesteld en handelt HRW dit onder geheimhouding af. Hiermee wordt uitgesloten dat door middel van opeenvolgende splitsingen en samenvoegingen dezelfde inschrijftijd op meerdere namen tegelijk wordt benut. De tweede persoon/voor de nieuwe inschrijving is inschrijfgeld verschuldigd. Pas nadat dit wordt voldaan is de inschrijving geldig. Zie artikel 4. Het inschrijfgeld voor de nieuwe inschrijving dient binnen drie maanden te worden voldaan. Pas als de inschrijving is bevestigd door HRW is deze geldig. Zie artikel 4 lid 2. Wordt de betaling niet voldaan, dan wordt de inschrijving dus niet gesplitst. Derde lid Om recht te doen aan de (oorspronkelijke) rechtspositie van elk van beide partners, is in dit artikellid bepaald dat de individuele woningzoekenden bij splitsing de eigen inschrijftijd behouden – mits aan alle betalingsverplichtingen wordt voldaan – die zij tot dat moment hebben opgebouwd. Daarmee wordt voorkomen dat de partner die zelfstandig wenst door te zoeken, opnieuw vanaf nul zou moeten beginnen. Hoeveel inschrijftijd is opgebouwd, verschilt per situatie en per type gezamenlijke inschrijving. Op de gezamenlijke inschrijving is vermeld hoeveel inschrijftijd is opgebouwd, zodat daarover geen twijfel kan bestaan. Voor woningzoekenden die een gezamenlijke inschrijving hebben gedaan op grond van artikel 4 lid 4 nadere regels en hun inschrijving willen splitsen, geldt de gezamenlijk opgebouwde inschrijftijd voor beide woningzoekenden. Voor woningzoekenden die zijn bijgeschreven conform artikel 8, eerste tot en met derde lid, nadere regels en hun inschrijving willen splitsen, geldt de inschrijftijd vanaf het moment van bijschrijving. Voor persoon B in het hiervoor genoemde voorbeeld, is dat dus vanaf 1 februari 2023. Persoon A houdt zijn inschrijftijd vanaf 1 februari 2020. Voor woningzoekenden die zijn bijgeschreven conform artikel 8, vierde lid, nadere regels en hun inschrijving willen splitsen, geldt de inschrijftijd vanaf het moment van de inschrijftijd van de primair ingeschreven woningzoekende, gerekend vanaf de datum van huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel samenlevingscontract, of de datum waarop aantoonbaar sprake was van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden. Voor persoon F in het hiervoor genoemde voorbeeld die pas trouwt met persoon E na diens inschrijving in het register, is dat dus vanaf 1 januari 2020. Als persoon F met persoon E is getrouwd op het moment dat de inschrijving van persoon E is begonnen en het verzoek tot bijschrijving van persoon F tijdig is gedaan, is de inschrijftijd na splitsing van zowel persoon E als F, vanaf 1 juli 2018. Voor woningzoekenden die hun individuele inschrijving op grond van artikel 9 nadere regels hebben samengevoegd en nadien willen splitsen, geldt dat zij ieder de opgebouwde inschrijftijd behouden vanaf hun individuele inschrijving. Persoon C behoudt dus zijn inschrijftijd vanaf 1 maart 2021 en persoon D behoudt de inschrijftijd vanaf 1 maart 2024. Dit geldt uiteraard alleen indien de betalingsverplichtingen tijdig worden voldaan. Let op: in situaties dat twee woningzoekenden een sociale huurwoning bewonen, willen doorstromen en er een verzoek tot splitsing is gedaan, geldt het. De vermeerdering van inschrijftijd (door opgebouwde woonduur in de huidige woning) tot een maximum van vijf jaar, komt toe aan de woningzoekende die als laatste deze woning verlaat. Zie artikel 11 lid 2 Huisvestingsverordening 2026. Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 november 2027. [Artikel II bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Dit besluit treedt in werking op 1 november 2026.] Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Dagelijks Bestuur van Regio Holland Rijnland van 15 oktober 2026. de secretaris,E. Loenen de voorzitter,P. Heijkoop

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Nadere regels Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland 2026"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving voornemen omgevingsplanwijziging Bruidsschat milieu Aalsmeer

APV

APV

Nadere regels Huisvestingsverordening Regio Holland Rijnland 2026

Omgeving

Omgeving

Voornemen verlening begrotingssubsidie aan het Hoogheemraadschap van Delfland

Omgeving

Omgeving

Melding graven bodem - Nabij Uiterweg 27 Aalsmeer , 10 meter richting noordoosten

APV

APV

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Legesverordening Aalsmeer 2026

APV

APV

Verordening op de heffing en invordering van leges Noord-Holland 2026

Mededelingen

Mededelingen

Klachtenverordening 2012 voor de Omgevingsdienst Midden-Holland

Mededelingen

Mededelingen

Aanvullende regeling bij de Klachtenverordening ODMH

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nadere regels subsidiëring peuterarrangementen en voorschoolse educatie Aalsmeer 2027

Omgeving

Omgeving

Aanvraag vergunning toegekend voor het verbouwen van de woning en realiseren van een dakopbouw, Uiterweg 424, 1431AZ Aalsmeer

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 16 december 2025, PZH-2025-883864343 tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2026 voor de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland (Besluit subsidieplafond 2026 Subsidieregeling wonen Zuid-Holland)

Omgeving

Omgeving

Melding bouw Wkb (risicobeoordeling en borgingsplan) het vervangen van de botenloods ten behoeve van de onderhoudsvoorzieningen, Uiterweg 46-kwek in Aalsmeer