Nadere regels jeugdhulp gemeente Zwijndrecht
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-08-11
Gepubliceerd door
Gemeente Zwijndrecht
Informatie
Nadere regels jeugdhulp gemeente Zwijndrecht Het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 12 lid 6, 15 lid 3, 19 lid 4, 22 lid 4 en 6, 25 lid 3 en 26 lid 4 van de Verordening jeugdhulp gemeente Zwijndrecht; BESLUIT: vast te stellen de navolgende Nadere regels ter uitvoering van de Verordening jeugdhulp gemeente Zwijndrecht Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: verordening: de verordening jeugdhulp gemeente Zwijndrecht; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet; sociaal netwerk: personen zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening. Hoofdstuk 2 Nadere regels vervoer Artikel 2 Voorwaarden vervoersvoorziening 1.Het toekennen van een vervoersvoorziening geschiedt alleen aan de jeugdige wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een medische noodzaak bestaat of beperkingen in de zelfredzaamheid zijn. Dit is aannemelijk als: a.aantoonbaar is gebleken dat zelf of met hulp van de ouder(s) of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden; en b.geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening; en c.sprake is van een medische noodzaak, omdat de jeugdige bijvoorbeeld een beperking heeft met lopen, instappen of staan of wanneer sprake is van desoriëntatie, en om die reden geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer of eigen vervoer; of d.sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid, omdat: i.de leeftijd van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat de ouder(s) of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding; of ii.sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of iii.andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken. e.door een deskundige de medische beperkingen of beperkende omstandigheden bij de jeugdige die individueel vervoer vereisen, zijn vastgesteld; en f.de jeugdige of de vertegenwoordiger van de jeugdige medewerking hebben verleend aan het college om aantoonbaar te maken dat er sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid; 2.Onder geen enkele omstandigheid wordt het ontbreken van financiële draagkracht van de ouder(s) ten behoeve van de vervoerskosten beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. 3.De aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend bij het college door middel van een ondertekend aanvraagformulier vervoer. 4.De vaststelling van de noodzaak van een vervoersvoorziening, zoals gesteld in lid 1 van dit artikel, wordt uitgevoerd door de professionals van het Vivera Wijkteam of de Gecertificeerde Instelling. 5.De beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het verslag waarin het onderzoek dat voor de aanvraag is uitgevoerd, is weergegeven. 6.De adressen en tijden, die door de jeugdige of de ouder(s) van de jeugdige worden aangegeven op het ondertekende aanvraagformulier vervoer, worden gebruikt voor de planning van het vervoeren kunnen niet worden gewijzigd. 7.Bij incidentele wijzigingen zorgt de jeugdige of de ouder(s) van de jeugdige zelf voor een andere oplossing. Bij een structurele en/of wezenlijke wijziging dient een nieuw aanvraagformulier door de jeugdige of zijn ouder(s) te worden ingediend bij het college. Artikel 3 Afwegingskader vervoersvoorziening 1.Eerst geldt het uitgangspunt uit artikel 11 lid 5 verordening: als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden. 2.Wanneer de noodzaak van het inzetten van een vervoersvoorziening is aangetoond, wordt uit onderstaande rangorde een keuze gemaakt, waarbij voor de best passende eerst beschikbare optie wordt gekozen en waarbij eerst optie a in aanmerking komt, dan pas optie b en zo verder, tot in het uiterste geval optie e. a.zelfstandig reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel, mits er geen sprake is van: ibeperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige; iihet ontbreken van openbaar vervoer; b.zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer, fiets of ander vervoermiddel, onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener; c.onder begeleiding van een ouder/netwerk/vrijwilliger/hulpverlener met het openbaar vervoer reizen, mits er geen sprake is van: ibeperkingen waardoor jeugdige niet onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen; ii het ontbreken van openbaar vervoer; of ii ernstige overbelasting van de ouder(s) vanwege het begeleiden van de jeugdige door henzelf of anderen. d.de inzet van een vervoersvoorziening conform artikel 11 lid 6 en 7 van de verordening jeugdhulp. 3.Indien de inzet van de vervoersvoorziening een km-vergoeding is, dan gelden aanvullend de volgende voorwaarde: i. enkel de beladen kilometers worden berekend en vergoed zoals bepaald in artikel 11 lid 7 van de verordening jeugdhulp. Artikel 4 Begeleiding in het vervoer 1.De begeleiding in het vervoer is primair de verantwoordelijkheid van de ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s). 2.In de regel kan begeleiding in het vervoer van de jeugdige van meer dan 6 uur per dag niet als redelijk worden beschouwd. 3.Het werkzaam zijn van de (beide) ouder(s) ontheft hen niet van de primaire verantwoordelijkheid, als bedoeld in lid 1. Hoofdstuk 3 Tarieven persoonsgebonden budget (pgb) Artikel 5 Tarieven Het college stelt jaarlijks de tarieven voor pgb vast, conform artikel 20 van de verordening. Deze tarieven worden jaarlijks gepubliceerd op www.jeugdzhz.nl Hoofdstuk 4 Nadere regels inspraak en medezeggenschap Artikel 6 Overleg en informatievoorziening 1.Ingezetenen, in het bijzonder jeugdigen en ouder(s), kunnen te allen tijde ongevraagd advies uitbrengen ten aanzien van het beleid betreffende de uitvoering van de Jeugdwet. Uiterlijk binnen 8 weken zorgt het college voor een reactie. Indien noodzakelijk vindt een toelichtend gesprek plaats. 2.Minimaal 2 keer per jaar vindt er een overleg plaats met de Inwonersadviesraad van de gemeente Zwijndrecht en een ambtelijke afvaardiging. De Inwonersadviesraad kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen tijdens dit overleg ten aanzien van het beleid betreffende de uitvoering van de Jeugdwet, waarbij a.de Inwonersadviesraad voorafgaand aan het overleg wordt gevraagd onderwerpen voor de agenda aan te melden. b.de Inwonersadviesraad de benodigde informatie waarover advies gevraagd wordt binnen een redelijke termijn ontvangt voor een adequate deelname. De verordening Jeugdhulp Gemeente Zwijndrecht en de nadere regels Jeugdhulp Gemeente Zwijndrecht worden in ieder geval 1 keer per vier jaar geëvalueerd. Daartoe wordt twee jaar na de inwerkingtreding een verslag gemaakt over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. Voor dit verslag wordt gebruik gemaakt van de ervaringen van professionals, inwoners en jongeren uit Zwijndrecht en ervaringen die in de samenwerkingsregio zijn opgehaald. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 7 Intrekking oude nadere regels De Nadere regels Jeugdhulp gemeente Zwijndrecht laatst vastgesteld op 29 februari 2023, worden ingetrokken. Artikel 8 Overgangsbepaling Aanvragen die zijn ingediend onder de nadere regels als genoemd in artikel 7 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze nadere regels, worden afgehandeld krachtens deze nadere regels. Artikel 9 Inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. Artikel 10 Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Jeugdhulp gemeente Zwijndrecht Ondertekening Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht in de vergadering van 16 juni 2026.de loco-secretaris, de burgemeester Wilfred Schultink, Leon Anink
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Nadere regels jeugdhulp gemeente Zwijndrecht"

Mededelingen
Nadere regels jeugdhulp gemeente Zwijndrecht

Omgeving
Voornemen tot wegslepen van een voertuigwrak aan Ziedewijdsedijk te Barendrecht

APV
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026, PZH-2026-893849474 tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2026 voor de Subsidieregeling cofinanciering EFRO 2022-2027 Zuid-Holland (Besluit subsidieplafond 2026 Subsidieregeling...

Wegwerkzaamheden
Wegonderhoud gepland vanaf 14 september 2026 tot 14 september 2026

Bestemmingsplan
Derde Wijzigingsbesluit Waterschapsverordening

Mededelingen
Besluit van het College van Dijkgraaf en Heemraden van Waterschap Hollandse Delta houdende regels omtrent mandaat (Mandaatbesluit Waterschap Hollandse Delta 2020)

Omgeving
Beschikking omgevingsvergunning, Provincie Zuid-Holland

Omgeving
Beschikking omgevingsvergunning, Provincie Zuid-Holland

APV
Subsidieregeling decentrale politieke partijen Barendrecht 2026

Omgeving
Tijdelijk mandaat van 28 juli 2026 bevoegdheden aan individuele medewerkers

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit toezichthouders

APV
Algemene Plaatselijke Verordening Barendrecht 2020

