Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-22

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Noordwijk

Informatie

Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk; gelet op artikel 35, tweede lid, van de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026; gelet op de Jeugdwet en de daarop gebaseerde regelgeving; overwegende dat het noodzakelijk is om voor de uitvoering van de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026 op enkele onderdelen nadere uitvoeringsregels vast te stellen; overwegende dat onderwerpen die reeds volledig in de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026 zijn geregeld, niet opnieuw in deze nadere regels worden uitgewerkt; besluit vast te stellen de volgende Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen 1.Begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet afzonderlijk zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de daarop gebaseerde regelgeving en de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026.2.In deze nadere regels wordt verstaan onder: a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk; b.verordening: de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026; c.sociaal wijkteam: het sociaal wijkteam als bedoeld in de verordening; d.routekaart integraal arrangeren: de actuele regionale werkwijze of regionale procesafspraken voor integraal arrangeren in Holland Rijnland; e.collectief jeugdhulpvervoer: jeugdhulpvervoer dat gezamenlijk of georganiseerd wordt aangeboden en waarbij meerdere jeugdigen gebruik kunnen maken van dezelfde vervoersvoorziening; f.individueel jeugdhulpvervoer: jeugdhulpvervoer dat voor de individuele jeugdige wordt ingezet omdat collectief jeugdhulpvervoer niet passend of niet toereikend is; g.verwijzer: de professional die de noodzaak van jeugdhulp of jeugdhulpvervoer beoordeelt binnen de kaders van de verordening en deze nadere regels. Artikel 2. Reikwijdte 1.Deze nadere regels geven uitsluitend nadere uitvoering aan onderdelen van de verordening waarvoor een concrete uitvoeringsregel nodig is.2.Voor zover een onderwerp volledig in de verordening is geregeld, wordt dat onderwerp niet opnieuw in deze nadere regels uitgewerkt.3.Bij strijdigheid tussen deze nadere regels en de verordening gaat de verordening voor. Hoofdstuk 2. Gebruikelijke hulp, algemene- en voorliggende voorzieningen Artikel 3. Buitenschoolse opvang plusvoorziening 1.Het college kan nadere invulling geven aan de algemene voorzieningen als bedoeld in artikel 3 van de verordening.2.Voor toegang tot een buitenschoolse opvang plusvoorziening is een beoordeling door het sociaal wijkteam of een daartoe gemandateerde professional vereist, indien de betreffende voorziening vanwege doelgroep, ondersteuningsbehoefte of capaciteit niet rechtstreeks vrij toegankelijk is.3.Indien een buitenschoolse opvang plusvoorziening niet beschikbaar, passend of toereikend is voor de ondersteuningsvraag, beoordeelt het college of een individuele jeugdhulpvoorziening noodzakelijk is. Artikel 4. Integraal arrangeren 1.De actuele regionale routekaart of de opvolgende regionale afspraken voor integraal arrangeren zijn richtinggevend voor de uitvoering, zonder dat een specifieke versie daarvan onderdeel uitmaakt van deze nadere regels. Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen Artikel 5. Diergeleide interventies 1.De inzet van dieren binnen jeugdhulp is uitsluitend toegestaan als onderdeel van een behandelplan.2.Het behandelplan wordt uitgevoerd door een gekwalificeerd professional en bevat een onderbouwing waarom de inzet van dieren noodzakelijk, passend en doelmatig is voor het behalen van de doelen van de jeugdhulp.3.Inzet van dieren vindt uitsluitend plaats na beoordeling en akkoord van de daartoe gemandateerde professional van de toegang. Artikel 6. Inzet bij aanbieder met actieve aanwijzing of herstelopdracht 1.Indien ten aanzien van een jeugdhulpaanbieder een actieve aanwijzing of herstelopdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd loopt, vindt inzet bij deze aanbieder in beginsel niet plaats voor zover dit relevant is voor veiligheid, kwaliteit of continuïteit van de jeugdhulp.2.Het college kan hiervan uitsluitend gemotiveerd afwijken indien inzet in het individuele geval noodzakelijk is in het belang van de jeugdige, de risico’s voldoende zijn beoordeeld en geen passend alternatief beschikbaar is.3.Een afwijking als bedoeld in het tweede lid wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan, het besluit of het dossier. Hoofdstuk 4. Jeugdhulpvervoer Artikel 7. Algemene uitgangspunten jeugdhulpvervoer 1.De verwijzer beoordeelt welke vervoersvorm passend en toereikend is.2.Daarbij wordt in ieder geval beoordeeld of aanspraak bestaat op: a.eigen vervoer; b.collectief jeugdhulpvervoer, waaronder collectieve taxi; c.individueel maatwerkvervoer. Artikel 8. Collectief jeugdhulpvervoer 1.Indien jeugdhulpvervoer noodzakelijk is, is collectief jeugdhulpvervoer het uitgangspunt.2.Collectief jeugdhulpvervoer kan worden ingezet wanneer vervoer niet redelijkerwijs door ouders, verzorgers, het sociaal netwerk, de jeugdhulpaanbieder of een voorliggende voorziening kan worden georganiseerd en collectief vervoer passend en toereikend is voor de jeugdige.3.Bij de beoordeling of collectief jeugdhulpvervoer passend is, betrekt het college in ieder geval de leeftijd, zelfredzaamheid en belastbaarheid van de jeugdige, de veiligheid tijdens vervoer, afstand en reistijd en de mogelijkheden van ouders en sociaal netwerk.4.Bij de beoordeling of er sprake van een gebrek aan zelfredzaamheid, zoals bedoeld in artikel 15 lid 2 onderdeel a van de verordening, betrekt de verwijzer in ieder geval: a.de eigen mogelijkheden van de jeugdige; b.de mogelijkheden van ouders, verzorgers en het sociaal netwerk op financieel, materieel en tijdsmatig gebied; c.de leeftijd en ontwikkelingsfase van de jeugdige, waarbij voor jeugdigen jonger dan 12 jaar als uitgangspunt geldt dat zij niet zelfstandig kunnen reizen; d.de veiligheid en stabiliteit binnen het gezin; e.de financiële stabiliteit van het gezin; f.de vraag of het organiseren van vervoer door ouders of verzorgers het behoud van werk onevenredig onder druk zet. 5.Collectief jeugdhulpvervoer wordt niet ingezet indien aannemelijk is dat hierdoor de doelen van de jeugdhulp niet kunnen worden bereikt of het vervoer voor de jeugdige niet verantwoord is. Artikel 9. Individueel jeugdhulpvervoer 1.Individueel jeugdhulpvervoer wordt uitsluitend ingezet indien collectief jeugdhulpvervoer niet passend of niet toereikend is.2.Individueel jeugdhulpvervoer kan aan de orde zijn indien de jeugdige tijdens collectief vervoer een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, of indien de doelen van de jeugdhulp aantoonbaar niet worden bereikt door overprikkeling of andere zwaarwegende omstandigheden tijdens collectief vervoer.3.De noodzaak en urgentie van individueel jeugdhulpvervoer worden aangetoond door een onafhankelijk onderzoek van de GGD, overeenkomstig artikel 16 van de verordening.4.Voor eigen vervoer kan een kilometervergoeding worden verstrekt op basis van de op het moment van uitvoering geldende maximale onbelaste kilometervergoeding zoals vastgesteld door de Rijksoverheid.5.De vergoeding wordt berekend over de kortste gebruikelijke route tussen het woonadres of verblijfadres van de jeugdige en de jeugdhulplocatie en terug.6.Het college kan verlangen dat de noodzaak, omvang en kosten van het vervoer worden onderbouwd met gegevens over de jeugdhulplocatie, reisafstand, frequentie, aanwezigheid bij de jeugdhulp en de wijze waarop het vervoer wordt georganiseerd. Artikel 10 Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een Pgb 1.Onder aantoonbare vaardigheden en deskundigheid als bedoeld in artikel 20 van de verordening wordt verstaan dat de uitvoerder beschikt over kwalificaties die passend zijn bij de aard, inhoud en zwaarte van de ondersteuning. 2.Bij professionele ondersteuning wordt in ieder geval voldaan aan de eisen voor professionele ondersteuning zoals opgenomen in artikel 1 van de verordening. Hoofdstuk 5. Overige bepalingen Artikel 11. Protocol gecertificeerde instellingen 1.Het college legt afspraken met gecertificeerde instellingen vast in een protocol als bedoeld in artikel 31 van de verordening.2.Het protocol bevat in ieder geval afspraken over verwijzingen naar jeugdhulp, monitoring van ingezette hulp, informatie-uitwisseling, overleg over benodigde jeugdhulp en inzet van niet-gecontracteerde jeugdhulp.3.Dit artikel regelt uitsluitend dat een protocol wordt vastgesteld of gehanteerd; de inhoudelijke samenwerkingsafspraken worden niet in deze nadere regels uitgewerkt. Artikel 12. Overgang 18- naar 18+ 1.Voor jeugdigen die vanaf het 16e jaar jeugdhulp ontvangen en naar verwachting ook na het 18e jaar ondersteuning nodig hebben, wordt een perspectiefplan opgesteld overeenkomstig artikel 32 van de verordening.2.Het perspectiefplan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende leefgebieden: a.wonen; b.school, werk of daginvulling; c.inkomen en financiën; d.zorg en ondersteuning; e.welzijn, sociaal netwerk en participatie. 3.Het perspectiefplan bevat de acties die nodig zijn om de overgang naar ondersteuning vanaf 18 jaar tijdig te realiseren en vermeldt wie verantwoordelijk is voor aanvraag, overdracht en monitoring.4.Het sociaal wijkteam beoordeelt het perspectiefplan en stemt waar nodig af met betrokken aanbieders en voorzieningen vanuit de Wmo, Wlz, Zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet. Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 13. Hardheidsclausule 1.Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of ouders afwijken van deze nadere regels indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard en afwijking past binnen de verordening en de Jeugdwet.2.Een afwijking als bedoeld in het eerste lid wordt gemotiveerd vastgelegd. Artikel 14. Intrekking oude nadere regels 1.De Nadere regels Jeugdhulp Noordwijk 2023 worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze nadere regels in werking treden. Artikel 15. Overgangsbepaling 1.Aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze nadere regels en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld volgens deze nadere regels, tenzij toepassing daarvan voor de jeugdige of ouders nadeliger is en de verordening of het overgangsrecht anders bepaalt.2.Lopende voorzieningen blijven gelden tot de einddatum van de beschikking of totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. Artikel 16. Citeertitel en inwerkingtreding 1.Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026.2.Deze nadere regels treden in werking op 1 oktober 2026 Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk op 14 september 2026. De secretaris,Mw. E.M. Overzier Waarnemend burgemeester,Dhr. mr. B.B. Schneiders

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026"

Omgeving

Omgeving

Aanvraag omgevingsvergunning voor plaatsing natuurtoilet parkeerterrein Panneland, Vogelenzang

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzing van degenen die zijn belast met de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen en tot aanwijzing van een belastingdeurwaarder gemeente Zandvoort

APV

APV

Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026

Omgeving

Omgeving

Toestemming voor het hebben van verkeerscamera's in de gemeente Bloemendaal in de provinciale weg N206 vanaf 41.031 t/m 41.031, verzonden 17 september 2026, zaaknummer ONH00326

Mededelingen

Mededelingen

Besluitenlijst vergadering van burgemeester en wethouders van 8 september 2026

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking gemeentelijke volgordelijst transportcapaciteit woningbouwprojecten gemeente Bloemendaal

Mededelingen

Mededelingen

Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging bedrijfsvoeringstaken DCMR Milieudienst Rijnmond 2026

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 15 september 2026, PZH-2026-894540743, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2026 voor de Subsidieregeling Regionale Netwerken voor Innovatie Zuid-Holland

APV

APV

Financiële Verordening Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2025

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten Noordwijk 2026

Omgeving

Omgeving

Verleende omgevingsvergunning voor tussen Bekslaan 13 en 15, 2114 CB Vogelenzang

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel Landelijke Handhavingsstrategie Seveso-inrichtingen