Nota investeren, waarderen en afschrijven 2025

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-19

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Laarbeek

Informatie

Nota investeren, waarderen en afschrijven 2025 De raad van de gemeente Laarbeek; gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025, aangaande de nota Investeren, waarderen en afschrijven 2025. gehoord het advies van de auditcommissie d.d. 27 oktober 2025 om het voorstel hamerstuk te behandelen; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording; besluit: 1.Het vaststellen van de nota Investeren, waarderen en afschrijven 2025. 2.Het intrekken van de nota Investeren, waarderen en afschrijven 2019. 1. Inleiding Om de doelstellingen uit de programmabegroting te realiseren, investeert de gemeente Laarbeek in diverse activa, zoals ICT-middelen en fysieke infrastructuur. Deze worden in één keer aangeschaft en betaald en vervolgens geactiveerd op de balans als eigendom van de gemeente. Aangezien deze activa meerdere jaren worden gebruikt, wordt de waarde ervan jaarlijks afgeschreven. Deze afschrijving vormt een last in zowel de begroting als de exploitatie, waarmee de kosten van de investering over de gebruiksjaren worden gespreid. Voor een zorgvuldige en eenduidige uitvoering van dit proces zijn duidelijke afspraken noodzakelijk. In deze nota zijn de beleidsregels en richtlijnen opgenomen voor het aanschaffen, activeren en afschrijven van investeringen. 1.1 Aanleiding Conform de Financiële verordening van de gemeente Laarbeek 2023 worden de beleidsregels voor investeringen en activeringen ten minste eens per vier jaar herijkt. Deze nota bevat de geactualiseerde regels, die ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Aanleiding voor deze actualisatie zijn onder meer Notitie materiele vaste activa en de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023 van de commissie BBV. Deze commissie bewaakt de uniforme toepassing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en publiceert hierover stellige uitspraken en aanbevelingen. De stellige uitspraken gelden als gezaghebbende interpretaties van de regelgeving en worden geacht te worden gevolgd. In deze nota zijn de voor onze organisatie relevante stellige uitspraken over vaste activa opgenomen. 1.2 Wijzigingen Wijzigingen in deze nota ten opzichte van de nota uit 2019 zijn met name: –Actualisering van soorten investeringen; –Actualisering van afschrijvingstermijnen; –De investeringsdrempel of activeringsgrens is aangepast van € 10.000 naar € 50.000. Dit bedrag is inclusief kostenverhogende btw en er geldt tevens een minimale gebruiksduur van 3 jaar. Identieke activa die individueel minder dan € 50.000 bedragen, maar als productgroep samen meer dan € 50.000 kosten en die 3 jaar of langer gebruikersnut opleveren, behandelen we als te activeren vaste activa. –De stellige uitspraken van de commissie BBV zijn verwerkt in deze nota. 1.3 Inwerkingtreding nota Deze nota treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar 2026. 1.4 Leeswijzer Deze nota bevat uitsluitend kaders die niet al zijn vastgelegd in hogere regelgeving, zoals de Gemeentewet, het BBV of de lokale financiële verordening. Sinds de wijziging van het BBV in 2017 is de beleidsvrijheid van gemeenten op het gebied van waardering, activering en afschrijving van activa beperkt. In hoofdstuk 2 krijgt u een samenvatting van de relevante beleidskeuzes van gemeente Laarbeek die in deze nota in de diverse hoofdstukken zijn opgenomen. Een nadere onderbouwing vindt u in de bijlagen. In hoofdstuk 3 gaan we in op wat vaste activa zijn. De waardering hiervan komt aan de orde in hoofdstuk 4. Onze wijze van afschrijven is toegelicht in hoofdstuk 5. De nota wordt afgesloten met een toelichting over rente in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 treft u de bijlagen aan. 2. Samenvatting beleidskeuzes 1.Vanwege het voorzichtigheidsprincipe moeten verliezen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar en die vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn, direct worden genomen. 2.Indien de kosten van onderzoek en ontwikkeling leiden tot de totstandkoming van een actief, op basis van de hiervoor genoemde voorwaarden, dan worden deze kosten geactiveerd. 3.Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden in principe niet geactiveerd. 4.Investeringen met een aanschafwaarde van minimaal € 50.000 (en indien van toepassing: inclusief kostenverhogende btw) worden geactiveerd, mits zij een minimale gebruiksduur van drie jaar hebben. Identieke activa die individueel onder deze grens blijven, maar als productgroep gezamenlijk € 50.000 of meer bedragen én een gebruiksduur van ten minste drie jaar hebben, worden eveneens geactiveerd. 5.Activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (en indien van toepassing: inclusief kostenverhogende btw). 6.Activa worden afgeschreven volgens de lineaire afschrijvingsmethode. 7.Gemeente Laarbeek hanteert een afschrijvingstabel waarin per soort activa een periode is toegekend die overeenkomt met de verwachte levensduur (zie bijlage 7.3). 8.De periode van afschrijven begint op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief volledig in gebruik wordt genomen. 9.De restwaarde van activa wordt op nihil gesteld, tenzij er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het actief na afloop van de gebruiksduur nog een significante economische waarde vertegenwoordigt. 10.Gemeente Laarbeek hanteert gedifferentieerde afschrijving als uitgangspunt en past de componentenbenadering uitsluitend toe bij majeure investeringen met duidelijk te onderscheiden onderdelen die elk een eigen levensduur kennen. 11.Gemeente Laarbeek rekent geen rente toe aan het eigen vermogen. Zie bijlage 7.1 voor de begrippenlijst bij diverse beleidsuitgangspunten. 3. Vaste activa Vaste activa zijn investeringen in goederen of objecten (bezittingen) die meerjarig van nut zijn. Deze investeringen worden geactiveerd, wat betekent dat ze als bezittingen op de balans worden opgenomen. Vanwege hun duurzame karakter worden deze bezittingen aangeduid als vaste activa. Met de termen ‘actief’ of ‘activa’ wordt verwezen naar het betreffende object. Omdat vaste activa over een langere periode worden benut, wordt jaarlijks een deel van hun waarde afgeschreven. Deze afschrijvingslasten worden opgenomen in de begroting en vormen structurele lasten binnen de exploitatie. Daarnaast wordt over de boekwaarde van vaste activa rente berekend. Deze rentelasten worden eveneens als structurele lasten meegenomen. De wijze waarop deze rente aan investeringen wordt toegerekend, wordt toegelicht in hoofdstuk 6. De afschrijvings- en rentelasten samen worden aangeduid als kapitaallasten. Deze geven inzicht in de structurele financiële gevolgen van investeringen voor de begroting en spelen een belangrijke rol bij het beoordelen van de financiële ruimte van de gemeente. BBV Het BBV bevat diverse bepalingen met betrekking tot activa en afschrijvingen. Binnen het BBV wordt onderscheid gemaakt tussen vaste en vlottende activa. Vlottende activa, zoals liquide middelen, vooruitbetaalde bedragen en nog te ontvangen posten, kenmerken zich doordat zij binnen één jaar in geld kunnen worden omgezet. Aangezien deze activa geen meerjarig karakter hebben, blijven zij buiten de reikwijdte van deze nota. In het BBV wordt onderscheid gemaakt in investeringen in soorten vaste activa in: •Immaterieel (bijvoorbeeld kosten van onderzoek en ontwikkeling); •Materieel (bijvoorbeeld ICT-middelen en fysieke infrastructuur); •Financieel (bijvoorbeeld deelnemingen verstrekte geldleningen). In de volgende paragrafen worden deze categorieën nader toegelicht. 3.1 Soorten vaste activa 3.1.1 Immateriële vaste activa Onder immateriële vaste activa worden investeringen verstaan waar geen tastbare bezittingen tegenover staan. Het BBV kent de volgende immateriële activa: a.Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio; b.Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en; c.Bijdragen aan activa in eigendom van derden. Ad a. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Het (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Hoewel het BBV toestaat om kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio/disagio te activeren en over de looptijd af te schrijven, kiest onze organisatie ervoor om deze kosten direct ten laste van het resultaat te brengen in het jaar waarin ze zich voordoen, conform het voorzichtigheidsprincipe. Beleidskeuze: Vanwege het voorzichtigheidsprincipe wordt verlies genomen in het jaar waarin het verlies zich daadwerkelijk voordoet. Ad b. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Kosten van onderzoek en ontwikkeling (voorbereidingskosten) kunnen volgens artikel 60 van het BBV alleen worden geactiveerd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: •Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; •De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; •Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; •De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Beleidskeuze: Indien de kosten van onderzoek en ontwikkeling voldoen aan de gestelde voorwaarden en leiden tot de totstandkoming van een actief, dan worden deze kosten geactiveerd. Ad c. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Artikel 61 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat bijdragen aan activa in eigendom van derden onder voorwaarden mogen worden geactiveerd. Hiervoor moet aan de volgende criteria worden voldaan: •Er is sprake van een investering door een derde partij; •De investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente Laarbeek; •De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen; •Door de gemeente Laarbeek kan de bijdrage worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Vanwege het voorzichtigheidsprincipe worden de lasten van bijdragen aan activa in eigendom van derden, direct ten laste van de exploitatie gebracht en niet geactiveerd. Een andere reden om niet te activeren is omdat het gaat om bezittingen van derden en niet ons eigendom zijn. Beleidskeuze: Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden niet geactiveerd. 3.1.2 Materiële vaste activa Materiele vaste activa zijn investeringen in tastbare bezittingen die over meerdere jaren van nut zijn voor de gemeente. Artikel 35 BBV schrijft dat in de balans onder de materiële vaste activa afzonderlijk worden opgenomen: • Investeringen met een economisch nut: Deze investeringen zijn verhandelbaar en kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Voorbeelden zijn gebouwen, vervoermiddelen, ICT-hardware en -software. • Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven: Deze investeringen dragen bij aan het genereren van middelen door het heffen van rechten, leges of tarieven ter dekking van de kosten. Conform artikel 59 BBV dienen deze investeringen te worden geactiveerd. • Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut: Deze investeringen zijn niet verhandelbaar en genereren geen directe middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Voorbeelden zijn wegen, bruggen, openbaar groen en rioleringen. Sinds 2017 schrijft het BBV voor dat deze investeringen geactiveerd moeten worden. In bijlage 7.3 vindt u een overzicht van de meest voorkomende investeringscategorieën binnen gemeente Laarbeek, onderverdeeld naar economisch nut, economisch nut met gekoppelde heffing en maatschappelijk nut. 3.1.3 Financiële vaste activa Financiële vaste activa zijn bezittingen die een financiële waarde vertegenwoordigen en bijdragen aan het vermogen van een gemeente. Het betreft onder andere verstrekte geldleningen en deelnemingen, bijvoorbeeld in de vorm van aandelen. Financiële vaste activa worden altijd geactiveerd, maar worden - gelet op de aard - niet afgeschreven. Deze activa worden beschouwd als langlopende financiële belangen van de gemeente en zijn van belang voor het inzicht in de financiële positie en verbonden partijen. In bijlage 1 artikel 36 van het BBV staat precies aangegeven welke onderdelen afzonderlijk in de balans moeten worden opgenomen onder de financiële vaste activa. 3.2 Activeren van vaste activa Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk is toegelicht, betekent activeren het opnemen van investeringen op de balans. Hoewel het BBV voorschrijft dat investeringsuitgaven in principe geactiveerd moeten worden, is het in de praktijk niet doelmatig om alle investeringen – ongeacht omvang – daadwerkelijk te activeren. 3.2.1 Omvangscriteria Volgens BBV moeten alle investeringsuitgaven in principe worden geactiveerd. Tegelijkertijd biedt de Notitie Materiële vaste activa van de commissie BBV gemeenten de ruimte om, vanuit het oogpunt van beheersbaarheid van administratieve lasten, een ondergrens voor activering te hanteren. De gemeente Laarbeek hanteert een activeringsgrens van € 50.000 exclusief btw. Indien de btw niet verrekenbaar is, geldt de grens inclusief kostenverhogende btw. Investeringen onder deze grens worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Deze keuze is gebaseerd op de overweging dat kleinere investeringen een beperkte invloed hebben op het exploitatiesaldo, terwijl activering ervan onevenredige administratieve lasten met zich meebrengt. Het is niet toegestaan om investeringen op te splitsen met als doel onder de activeringsgrens van € 50.000 te blijven. Identieke activa die individueel onder deze grens blijven, maar als productgroep gezamenlijk de grens van € 50.000 overschrijden én een minimale gebruiksduur van drie jaar hebben, worden wel geactiveerd. Voorbeelden hiervan zijn vervangings-investeringen in laptops, telefoons of meubilair. Hoewel deze objecten afzonderlijk een lage aanschafwaarde hebben, vertegenwoordigen zij gezamenlijk een substantieel bedrag en leveren zij meerjarig economisch nut. Niet activeren zou kunnen leiden tot ongewenste schommelingen in de jaarlijkse lasten. Voor alle te activeren investeringen geldt een minimale gebruiksduur van drie jaar. Beleidskeuze: Investeringen met een aanschafwaarde van minimaal € 50.000 (en indien van toepassing: inclusief kostenverhogende btw) worden geactiveerd, mits zij een minimale gebruiksduur van drie jaar hebben. Identieke activa die individueel onder deze grens blijven, maar als productgroep gezamenlijk € 50.000 of meer bedragen én een gebruiksduur van ten minste drie jaar hebben, worden eveneens geactiveerd. 3.2.2 Gronden en terreinen De gemeente Laarbeek kan gronden aan- en verkopen, ruilen, pachten en verpachten. Daarnaast beschikt de gemeente over een eigen grondportefeuille. Alle vormen van grond-activiteiten brengen financiële consequenties met zich mee. Voor de uitvoering van deze activiteiten worden kosten gemaakt zoals apparaatskosten, taxatiekosten, bodemonderzoek, notaris- en advocaatkosten. Gronden worden volgens het BBV op twee plekken op de balans verantwoord, maar wel altijd aan de activa-zijde (= onze bezittingen): •Onder de materiële vaste activaDit betreft gronden waarvan de intentie is deze langdurig in eigendom te houden. Voorbeeld: de grond onder het gemeentehuis. •Onder de vlottende activa (voorraden)Dit zijn gronden waarvan de intentie is om die (op termijn) te gaan verkopen. Voorbeeld: ruilgronden of gronden die worden omgezet naar natuur. Een overzichtelijke beslisboom voor de classificatie van gronden is opgenomen in bijlage 7.2. 3.2.3 Software Investeringen in software worden als materiële vaste activa geactiveerd. Software kan ook in gebruik worden genomen als SaaS (Software as a Service) oplossing. In dat geval is sprake van een abonnementsvorm waarbij de gemeente toegang krijgt tot software die eigendom blijft van de dienstverlener. Zowel het economische als juridische eigendom van de software blijft bij de aanbieder. Omdat er in dit geval geen sprake is van een actief dat eigendom wordt van de gemeente, activeren wij geen SaaS-diensten. De commissie BBV doet hierover twee stellige uitspraken, die door de gemeente Laarbeek worden gevolgd: ➢ Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut); ➢ Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht, vallen eveneens onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV 1. Dit houdt ook in dat wanneer de kosten voor SaaS-diensten niet in één keer, maar periodiek (bijvoorbeeld maandelijks of jaarlijks) in rekening worden gebracht, deze ten laste van de exploitatie worden gebracht in het jaar waarin zij worden gemaakt. 3.3 Onderscheid tussen investeringen en onderhoud Naast investeringsuitgaven doet de gemeente Laarbeek ook uitgaven om het materieel bezit in stand te houden. Deze uitgaven worden aangeduid als onderhoudsuitgaven en vinden plaats gedurende de levensduur van het betreffende actief. Het zijn uitgaven aan zowel klein en dagelijks onderhoud als groot onderhoud, gericht op het behoud van de representativiteit, kwaliteit en functionaliteit. Onderhoudsuitgaven worden niet geactiveerd, aangezien zij geen nieuw actief opleveren en geen invloed hebben op de gebruiksduur van het bestaande bezit. Wanneer een aanpassing leidt tot een significante kwaliteitsverbetering of een verlenging van de gebruiksduur, dan is er geen sprake van groot onderhoud, maar van een investering. In dat geval wordt de uitgave geactiveerd als materieel vast actief. Hiermee sluiten we aan bij onderstaande stellige uitspraak van de commissie BBV: ➢ Klein- en groot onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object en mag daarom niet worden geactiveerd. 4. Waardering van vaste activa Zoals in het vorige hoofdstuk is toegelicht, worden investeringen in goederen of objecten onder bepaalde voorwaarden op de balans gezet (geactiveerd). Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag tegen welke waarde de investering op de balans wordt gezet en hoe met waardeveranderingen wordt omgegaan gedurende de gebruiksduur. In artikel 63 van het BBV is opgenomen dat de activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 4.1 Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigings-prijs. 4.2 Materiële vaste activa Afschrijven is het gespreid ten laste brengen van de kosten van een geactiveerde investering over de verwachte gebruiksduur van het activum. Het doel van afschrijven is het verkrijgen van een realistisch beeld van de waardeontwikkeling van gemeentelijke activa én het gelijkmatig verdelen van kosten over de jaren waarin het actief wordt gebruikt. 4.2.1 Verkrijgingsprijs De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs van het actief, vermeerderd met bijkomende kosten zoals notariskosten en overdrachtsbelasting. Indien de btw niet verrekenbaar of niet compensabel is, maakt deze deel uit van de verkrijgingsprijs. 4.2.2 Vervaardigingsprijs De vervaardigingsprijs bestaat uit: •De aanschafkosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend; dit zijn de directe kosten; •De uitvoeringskosten, waaronder voorbereiding en toezicht; •Het is toegestaan volgens het BBV om een redelijk deel van de overheadkosten toe te rekenen aan investeringen. Het betreft programmaoverhead (specifieke overhead) en de generieke overhead (PIOFACH). 4.2.3 Specifieke bepalingen bij waardering Bij de bepaling van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs gelden de volgende regels: •Reserves mogen niet in mindering worden gebracht op de verkrijgings- of vervaardigings-prijs (boekwaarde). Onder bepaalde voorwaarden mogen reserves wel worden aangewend ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten; dit worden afschrijvingsreserves genoemd. •Voorzieningen mogen uitsluitend in mindering worden gebracht op de boekwaarde van een actief als de kapitaallasten van dat actief worden gedekt uit een heffing of leges, waarvoor een egalisatievoorziening is ingesteld. •Bijdragen van derden: Subsidies of andere bijdragen van derden die direct verband houden met het actief, moeten in mindering worden gebracht op de verkrijgings- of vervaardigings-prijs. 4.2.4 Waardeveranderingen De boekwaarde van een bezitting op de balans kan in de loop der tijd veranderen. Om deze waardevermindering verantwoord te verwerken, schrijven we af op onze activa. Tijdens het gebruik neemt de waarde van activa geleidelijk af. In het volgende hoofdstuk wordt toegelicht hoe gemeente Laarbeek haar afschrijvingsbeleid toepast. Het komt ook voor dat de boekwaarde niet meer overeenkomt met de werkelijke waarde (marktwaarde) van een bezit, bijvoorbeeld door (on)voorziene omstandigheden of externe factoren die leiden tot duurzame waardevermindering. Ook het buitengebruik stellen van een bezitting kan aanleiding geven tot een waardeverandering. In dergelijke gevallen gelden de volgende uitgangspunten: •Als een actief buiten gebruik wordt gesteld, dan wordt het afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling. •De afwaardering van activa gebeurt op basis van de werkelijke waardevermindering en niet op basis van het rekeningresultaat. •Waardevermeerderingen mogen niet worden verwerkt in de boekwaarde. 4.3 Financiële vaste activa Deelnemingen worden geactiveerd tegen de verkrijgingsprijs van de betreffende aandelen. Dit betekent dat zij als financiële vaste activa op de balans worden opgenomen voor het bedrag dat bij verwerving is betaald. Leningen worden gewaardeerd tegen de verwachte aflossingswaarde, waarbij rekening wordt gehouden met het risico op niet-terugbetaling. Indien de verwachte aflossingswaarde afwijkt van de oorspronkelijke verkrijgingsprijs, wordt het verschil als resultaat verantwoord. Beleidskeuze: Activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (en indien van toepassing: inclusief kostenverhogende btw). 5. Afschrijving op vaste activa Door investeringen te activeren moeten de kosten ervan verdeeld worden over de levensduur van het object. Dit is in overeenstemming met artikel 64, lid 3 van het BBV. Elk jaar wordt een deel van de investering afgeschreven. Op die manier houdt de waardedaling van het actief gelijke tred met de waardevermindering van het overeenkomstig object door veroudering en slijtage. De hoogte van de afschrijving wordt bepaald op basis van de economische gebruiksduur en de methode van afschrijven. 5.1 Afschrijvingsmethode Binnen de gemeentelijke praktijk worden hoofdzakelijk twee afschrijvingsmethoden toegepast: de lineaire en de annuïtaire methode. Voor een nadere toelichting op deze methoden wordt verwezen naar bijlage 7.1 (begrippenlijst). Beleidskeuze: De gemeente past in beginsel de lineaire afschrijvingsmethode toe. 5.2 Afschrijvingstermijnen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft geen vaste afschrijvingstermijnen voor, maar stelt dat deze moeten aansluiten bij de verwachte economische en/of technische levensduur van het actief. De technische levensduur betreft de periode waarin het actief technisch functioneert; de economische levensduur is de periode waarin het actief economisch rendabel is. De gemeente hanteert een afschrijvingstabel waarin per activasoort een afschrijvingstermijn is vastgesteld die aansluit bij de verwachte levensduur. Deze tabel is opgenomen in bijlage 7.3 van deze nota. Voor activa die niet expliciet in de tabel zijn opgenomen, wordt aansluiting gezocht bij vergelijkbare investeringen. Afschrijvingstermijnen mogen nooit langer zijn dan de verwachte economische of technische levensduur van het actief. Indien gemotiveerd, kan een kortere termijn worden gehanteerd. Daarnaast geldt dat de afschrijvingstermijnen niet langer mogen zijn dan de termijnen zoals opgenomen in bijlage 7.3. Beleidskeuze: Gemeente Laarbeek hanteert een afschrijvingstabel waarin per soort activa een periode is toegekend die overeenkomt met de verwachte levensduur (zie bijlage 7.3). 5.3 Moment van afschrijving Er zijn verschillende momenten waarop de afschrijving kan aanvangen. De gemeente start met afschrijven op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief in gebruik is genomen. Gemeente Laarbeek begint met afschrijven in het jaar volgend op het jaar waarin het actief in gebruik wordt genomen. Vanwege efficiencyredenen (minder administratieve lasten) en omdat niet altijd exact is vast te stellen wanneer een kapitaalgoed gereed is gekomen, wordt gekozen voor dit moment van afschrijven. Daarnaast draagt deze werkwijze bij aan een eenduidige en voorspelbare verwerking van afschrijvingslasten in de begroting en jaarrekening, wat de vergelijkbaarheid tussen jaren ten goede komt. Beleidskeuze: De afschrijving vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief volledig in gebruik is genomen. 5.4 Restwaarde De restwaarde is de geschatte waarde van een actief aan het einde van de gebruiksduur. Deze waarde wordt in mindering gebracht op het af te schrijven bedrag, om te voorkomen dat het actief te laag wordt gewaardeerd en de jaarlijkse afschrijvingslasten te hoog uitvallen. In lijn met het voorzichtigheidsbeginsel hanteert de gemeente in beginsel een restwaarde van nihil. Alleen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een actief na afloop van de gebruiksduur nog een significante economische waarde heeft, wordt een restwaarde toegepast. 5.4.1 Toepassing per activaklasse •Nieuwbouw gemeentelijk vastgoed: bij nieuwbouwprojecten wordt een restwaarde gehanteerd van 15% tot 30% van de aanschafwaarde, afhankelijk van de aard en duurzaamheid van het gebouw. •Bestaande gebouwen (aankoop): er wordt geen restwaarde toegepast, vanwege de onzekerheid over toekomstige waardeontwikkeling en renovatiekosten. •Voertuigen: er wordt een standaard restwaarde van 10% van de aanschafwaarde gehanteerd, met een minimum van € 10.000, rekening houdend met doorverkoop-mogelijkheden. •Technische installaties: in beginsel wordt uitgegaan van een restwaarde van nihil, tenzij hergebruik aannemelijk is. In dat geval kan een restwaarde van maximaal 15% worden toegepast. •Grond-, weg- en waterbouwkundige werken: er wordt geen restwaarde toegepast, tenzij specifieke onderdelen aantoonbaar herbruikbaar zijn. •Kunstvoorwerpen: geen restwaarde, tenzij verkoop mogelijk is. In dat geval kan een restwaarde worden vastgesteld. •Gronden: Hierop wordt niet afgeschreven; de restwaarde is gelijk aan de historische aanschafwaarde. Beleidskeuze: De gemeente hanteert als uitgangspunt een restwaarde van nihil. Uitzonderingen worden uitsluitend gemaakt indien aantoonbaar sprake is van restwaarde, conform de hierboven beschreven uitgangspunten. 5.5 Gedifferentieerde afschrijving en componentenbenadering De gemeente Laarbeek hanteert het principe van gedifferentieerde afschrijving. Dit houdt in dat activa worden afgeschreven op basis van hun verwachte economische levensduur, waarbij per activasoort een passende afschrijvingstermijn wordt gekozen. Dit principe zorgt voor een realistische verdeling van lasten over de gebruiksduur van het actief en sluit aan bij het voorzichtigheidsbeginsel. Bij complexe investeringen met duidelijk te onderscheiden onderdelen wordt aanvullend gebruikgemaakt van de componentenbenadering. Deze methode houdt in dat een investering wordt opgesplitst in afzonderlijke componenten, die elk een eigen levensduur en afschrijvingstermijn kennen. Dit is met name van toepassing bij gebouwen en installaties, zoals scholen, multifunctionele accommodaties of gemeentelijke panden, waarbij bijvoorbeeld het casco, de installaties en de dakbedekking afzonderlijk worden afgeschreven. Deze benadering draagt bij aan een betere planning van toekomstige vervangingsinvesteringen, doordat inzicht ontstaat in het moment waarop afzonderlijke componenten aan vervanging toe zijn. Indien een investering niet wordt opgesplitst in componenten, wordt de afschrijvingstermijn gebaseerd op het onderdeel dat het grootste deel van de investering vertegenwoordigt. Dit voorkomt dat relatief kortere levensduren van kleinere onderdelen leiden tot een te snelle afschrijving van het geheel. Bij de beoordeling wordt een ondergrens van € 50.000 gehanteerd. De toepassing van gedifferentieerde afschrijving en de componentenbenadering vereist maatwerk. De beoordeling vindt plaats door de financieel adviseur in overleg met de budgethouder. De afschrijving per component wordt vastgelegd conform de afschrijvingstabel zoals opgenomen in bijlage 7.3. Beleidskeuze: Gemeente Laarbeek hanteert gedifferentieerde afschrijving als uitgangspunt en past de componentenbenadering uitsluitend toe bij majeure investeringen met duidelijk te onderscheiden onderdelen die elk een eigen levensduur kennen. 5.6 Stelsel- en schattingswijzigingen De begroting, meerjarenraming en jaarstukken dienen een zo betrouwbaar en consistent mogelijk inzicht te geven in de financiële positie en ontwikkeling van de gemeente. Om dit te waarborgen, is het van belang dat de gehanteerde waarderings- en afschrijvingsgrondslagen consistent worden toegepast. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat je niet zomaar of op basis van het rekeningresultaat (omdat het financieel goed uitkomt) versneld mag afschrijven. Er mag alleen om gegronde redenen worden afgeweken. Indien zich omstandigheden voordoen die aanleiding geven tot herziening van de gehanteerde uitgangspunten, kan sprake zijn van een stelselwijziging of een schattingswijziging: Een stelselwijziging betreft een wijziging in de waarderings- of activeringsgrondslag, bijvoorbeeld het overstappen op een andere afschrijvingsmethode. Een schattingswijziging betreft een aanpassing van de inschatting van bijvoorbeeld de economische levensduur van een actief. Dergelijke wijzigingen worden uitsluitend prospectief verwerkt wat inhoudt dat de bestaande boekwaarde ongewijzigd blijft en wordt afgeschreven over de aangepaste resterende gebruiksduur. Dit volgens onderstaande stellige uitspraak van het BBV: ➢ Een wijziging van de verwachte toekomstige gebruiksduur of gebruiksintensiteit wordt aangemerkt als een schattingswijziging. De bestaande boekwaarde blijft ongewijzigd en wordt afgeschreven over de aangepaste resterende gebruiksduur. Een wijziging in afschrijvingstermijn of -systematiek wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. 6. Rente en financiering van investeringen In de hoofdstukken 3 tot en met 5 is ingegaan op het waarderen, activeren en afschrijven van investeringen. Dit hoofdstuk behandelt de financiering van deze investeringen (activa) en de daarbij behorende rentecomponent. Bij het financieren van investeringen kunnen namelijk rentelasten voortvloeien. De Rentenotitie 2023 van de commissie BBV schrijft een aantal regels voor als het gaat om rente. 6.1 Toerekening van rente via taakveld Treasury Het BBV schrijft voor dat rente wordt toegerekend vanuit het taakveld Treasury. Direct toerekenbare rente wordt ten laste gebracht op het betreffende taakveld. Daarnaast beveelt de commissie BBV aan om het door hun opgestelde renteschema te hanteren en toe te voegen aan de paragraaf Financiering in de begroting en jaarstukken. De commissie BBV adviseert daarnaast het gebruik van een gestandaardiseerd renteschema, dat wordt opgenomen in de paragraaf Financiering van de begroting en jaarstukken, om de transparantie en vergelijkbaarheid te bevorderen. 6.2 Rentevergoeding over het eigen vermogen Het BBV staat toe dat een rentevergoeding wordt berekend over het eigen vermogen en voorzieningen en toegerekend aan taakvelden. Deze rente mag maximaal worden gebaseerd op het gewogen gemiddelde samenstel van externe rentelasten over de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen. Omwille van eenvoud en transparantie is ervoor gekozen om geen rente toe te rekenen aan het eigen vermogen, en bij voorzieningen uitsluitend wanneer deze tegen contante waarde zijn gewaardeerd. Deze keuze draagt bij aan eenvoud in de financiële administratie en voorkomt subjectieve toerekening van rentelasten. De beleidslijn wordt consequent gehanteerd en is in overeenstemming met de ruimte die het BBV biedt. Beleidskeuze: Gemeente Laarbeek rekent geen rente toe aan het eigen vermogen. 6.3 Rentecomponent in kapitaallasten (omslagrente) De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en rentekosten. De rentecomponent, ook wel omslagrente genoemd, vormt een vergoeding voor het gebruik van financieringsmiddelen voor de verwerving van activa. Deze rente wordt berekend over de boekwaarde van het actief aan het begin van het boekjaar. Het percentage wordt in overeenstemming met het BBV jaarlijks vooraf berekend aan de hand van rentelasten en rentebaten op respectievelijk opgenomen en verstrekte geldleningen. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. 7. Bijlagen Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Laarbeek van 6 november 2025. De raad voornoemd, de griffierM.L.M. van Heijnsbergen burgemeesterL.A.G.P. van der Aa 7.1 Begrippenlijst Activeren Het opnemen van uitgaven op de balans als activa, waarbij de lasten over meerdere jaren ten laste van de exploitatie worden gebracht. Dit in tegenstelling tot uitgaven die direct in het jaar van besteding als last worden verantwoord. De volgende activa worden onderscheiden: •Immateriële activa: kapitaaluitgaven waar geen bezittingen tegenover staan. •Materiële activa: kapitaaluitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheids-duur over meerdere jaren. •Financiële activa: activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen. Afschrijving Het jaarlijks tot uitdrukking brengen van de waardevermindering van de investering ten gevolge van (economische) veroudering. Afschrijving vindt plaats op basis van de historische kostprijs of aanschafwaarde. Afschrijvingsmethode Bij de overheid worden hoofdzakelijk twee verschillende afschrijvingsmethoden gebruikt, te weten lineair en annuïtair. Gemeente Laarbeek hanteert als hoofdregel de lineaire afschrijvingsmethode. De lineaire afschrijvingsmethode houdt in: afschrijven volgens een vast percentage van de aanschafprijs. Uitsluitend het tijdsverloop is bepalend voor de waardevermindering van het actief. Het jaarlijkse afschrijvingsbedrag is gelijk, terwijl de rentelasten jaarlijks afnemen. Dit laatste betekent dat de kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks een dalend verloop laten zien. De annuïtaire afschrijvingsmethode is erop gericht dat de kapitaallasten (afschrijving en rente) jaarlijks gelijk zijn. Daarbij neemt, in meerjarig perspectief, de afschrijvingscomponent toe en de rentecomponent af. De methode komt erop neer dat de afschrijvingsbedragen in de eerste jaren van de gebruiksduur lager zijn dan in de latere jaren. De boekwaarde daalt daardoor in vergelijking met de lineaire methode in een langzamer tempo. De rentelasten vallen daardoor hoger uit. Deze methode wordt vooral toegepast bij kostprijs- en tariefberekeningen om een gelijkmatig verloop daarvan te bevorderen. Boekwaarde De historische kostprijs of aanschafwaarde minus de reeds afgeschreven termijnen. Investering Een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Daarom worden de lasten niet in één keer ten laste van de begroting (exploitatie) gebracht, maar verspreid over meerdere jaren. Hoeveel jaren is afhankelijk van de verwachte economische en/of technische levensduur van het aangeschafte goed. Er is onderscheid in o.a. vervangings- en uitbreidingsinvesteringen. Een vervangingsinvestering is een vervanging van een eerdere (inmiddels afgeschreven) investering. Een uitbreidingsinvestering is een nieuwe investering, die past binnen het hier beschreven beleid. Kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn objecten met een meerjarig nut. Een relatief groot deel van het vermogen van gemeenten zit besloten in kapitaalgoederen. Kapitaallasten De som van afschrijvingslasten en toegerekende rentekosten aan vaste activa. Omslagrente De rente die wordt toegerekend aan de nog niet afgeschreven activa. Deze rente wordt berekend over de boekwaarde van de activa en vormt onderdeel van de kapitaallasten. Rente De kredietvergoeding die jaarlijks over investeringen wordt berekend. Het gaat daarbij om een vergoeding voor het beslag dat gelegd wordt op het vermogen. Verkrijgings- en vervaardigingsprijs De verkrijgingsprijs wordt gedefinieerd als zijnde inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs wordt gedefinieerd als zijnde de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorzichtigheidsprincipe Dit principe houdt in dat verliezen en kosten genomen moeten worden zodra deze te voorzien zijn en winsten pas als deze daadwerkelijk gerealiseerd zijn. 7.2 Beslisboom presentatie aankoop gronden 7.3 Afschrijvingstabel Activasoort/categorie Afschrijvingstermijn in jaren Toelichting Immateriële vaste activa Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen Niet activeren Afsluitprovisie, advieskosten, notariskosten of bemiddelingskosten worden niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie gebracht Agio en disagio van geldleningen > € 10.000 Looptijd lening Kosten van onderzoek en ontwikkeling 5 In geval van verkenning, onderzoek naar haalbaarheid en voorbereiding zonder krediet/projectbesluit: immaterieel actief. Na kredietbesluit overboeking naar materieel vast actief. Bij niet-doorgaan: afschrijven in max. 5 jaar of ineens afboeken (apart te besluiten) Materiele vaste activa Gronden en terreinen Gronden en terreinen (incl. sportvelden, woonwagen-terreinen/standplaatsen) Niet afschrijven Duurzame bezittingen zonder beperkte gebruiksduur Begraafplaatsen, aankoop grond en aanleg 30 Inclusief aanleg en inrichting Gebouwen en installaties Nieuwbouw gemeentelijk vastgoed 50 Gemeentehuis, gemeentewerf, sporthallen, schoolgebouwen, ontmoetingscentra, kleedlokalen sportparken (mits onderdeel van een sportaccommodatie en een duurzame gebruiksfunctie invullen) Renovatie/ingrijpende verbouwingen (levensduur verlengend) Max. 40 Levensduur verlengend; gekoppeld aan restlevensduur gebouw Semipermanente lokalen (onderwijs)/noodlokalen/tijdelijke huisvesting 10 Tijdelijke aard Milieustraat – civieltechnisch werk 40 Betreft grondwerk, fundering, verharding, riolering, keerwanden en overige civiele voorzieningen. Deze hebben een lange technische levensduur en zijn duurzaam van aard Milieustraat – inrichting 20 Vaste inrichting zoals weegbruggen, beveiligingsinstallaties, terreinverlichting, hekwerken en afvalscheidingsvoorzieningen. De gebruiksduur is technisch en functioneel beperkter dan de onderliggende infrastructuur. Milieustraat – modulaire deel 60 Onder meer prefab constructies of verplaatsbare units die vanwege hoogwaardige uitvoering en duurzame materialen voor lange termijn worden ingezet. Ondanks het modulaire karakter > afschrijving op basis van verwachte lange gebruiksduur. Verduurzaming – zonnepanelen 25 Bestemd voor duurzaam gebruik op gemeentelijk vastgoed. De afschrijvingstermijn is afgestemd op de verwachte gebruiksduur en opbrengst. Verduurzaming – overig Max. 40 Sprake van levensduur verlengende verbetering of duidelijke waardevermeerdering. Gekoppeld aan restlevensduur gebouw. Inrichting sporthal/kantine/gymlokalen 10 Inrichting en interieuraanpassingen Vaste sportinstallaties 20 Installaties die structureel onderdeel zijn van sportvelden of sporthallen Woningen Nieuwbouw woningen 50 Renovatie/ingrijpende verbouwingen (levensduur verlengend) Max. 40 Levensduur verlengend; gekoppeld aan restlevensduur gebouw Aankoop opstallen Max. 50 Wordt als een investering beschouwd. De afschrijvingstermijn is gelijk aan die van nieuwbouw, tenzij het gebouw een kortere resterende levensduur heeft. In dat geval wordt de afschrijving aangepast. Woonwagens/chalets 40 Kortere levensduur i.v.m. mobiel gebruik en lichtere constructie. Monumenten Restauratie 40 Enkel activeren als sprake is van duurzame verbetering of het gebouw functioneel inzetbaar wordt gemaakt voor (maatschappelijke) exploitatie Sportvelden Sportvelden eerste aanleg 30 Initieel aanleggen van het veld en basisvoorzieningen Renovatie sportvelden 15 Ingrijpende renovaties met kortere resterende levensduur Tractiemiddelen Rollend materieel 15 Vrachtauto's, bestelwagens, veegwagens, aanhangers, strooiwagens, tractoren, etc. Rolbezem 15 Kort gebruik, intensieve slijtage Zoutstrooier, sneeuwploeg, hulpwerktuigen 15 Seizoensgebonden gebruik Overige materiele vaste activa Meubilair/inventaris 40 Duurzaam kantoormeubilair Speeltoestellen en overige sport- en speelvoorzieningen 17 Slijtage en veiligheid Hekwerken e.d. 20 Buiteninrichting Huisvestingsvoorziening onderwijs 10 Inrichting onderwijsruimtes zoals meubilair en andere voorzieningen die specifiek zijn voor onderwijs. Beveiligingscamera’s/veiligheidsvoorzieningen gebouwen 15 Camera’s, toegangscontrolesystemen, brandmeldinstallaties en andere (gebouw gebonden) veiligheidsvoorzieningen ICT hardware, printers, servers etc. 4 ICT-apparatuur zoals computers, laptops, printers, servers en randapparatuur ICT-software 5 Mits lokaal op eigen servers geïnstalleerd. SaaS: niet activeren ICT-netwerkbekabeling 15 Fysieke bekabeling voor datanetwerken binnen gebouwen ICT-telefooncentrales 10 Vaste telefooninstallaties en centrale systemen voor interne en externe communicatie Verkiezingsborden 10 Evenementenkasten 20 Woonwagenterreininrichting 25 Voorzieningen op woonwagenterreinen zoals bestrating, nutsvoorzieningen, verlichting en andere infrastructuur Riolering en waterbeheer Riolen, putten en kolken (vrij vervalriolering) 70 Persleidingen riolering 60 Rioolgemalen, drukriolering en randvoorzieningen – bouwkundig 60 Bouwkundige onderdelen van rioolgemalen, zoals funderingen, pompkelders en behuizingen Rioolgemalen, drukriolering en randvoorzieningen – mechanisch/elektrisch 15 Pompen, motoren, elektrische installaties en besturingssystemen Wegen en terreininrichting Aanleg/reconstructie wegen/terreinverhardingen (infrastructurele werkzaamheden incl. ondergronden etc.) 40 Openbare verlichting – armaturen 20 Openbare verlichting – masten 40 Aanleg/reconstructie groenvoorziening 30 Aanleg speelplaatsen en -terreinen 10 Verkeers- en veiligheidsmaatregelen 25 O.a. verkeersdrempels, markeringen, borden en andere maatregelen die bijdragen aan de verkeersveiligheid Verkeersregelinstallaties (elektrische component) 20 Straatmeubilair 15 Bankjes, afvalbakken, fietsenrekken en andere voorzieningen in de openbare ruimte Bushaltes 20 Infrastructuur openbaar vervoer Aanleg visvijvers 40 Bruggen, stijgers en keerwanden Bruggen, steigers etc. met een (draag)constructie van hout 35 Bruggen, steigers etc. met een (draag)constructie van composietmateriaal 60 Bruggen, viaducten etc. met een (draag)constructie van staal of beton 80 Keerwanden, damwanden etc. van staal 50 Keerwanden van beton 60 Financiële vaste activa Niet afschrijven Bovenstaand overzicht is niet limitatief. Afwijkingen zijn mogelijk op basis van technische levensduur of beleidskeuzes.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Nota investeren, waarderen en afschrijven 2025"

APV

APV

Nadere regels subsidie decentrale politieke partijen Helmond 2026

Mededelingen

Mededelingen

Nota investeren, waarderen en afschrijven 2025

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Rectificatie ontwerp Omgevingsvisie Noord-Brabant voor inspraak ter inzage

Mededelingen

Mededelingen

Openbare Bekendmaking Algemeen Bestuur Waterschap Aa en Maas 13 november 2026

Mededelingen

Mededelingen

Kennisgeving over de verkiezing van de leden van de Provinciale Staten van Noord-Brabant op 17 maart 2027, inzake de registratie van nieuwe aanduidingen en logo’s met betrekking tot het nieuwe stembiljet

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor de intocht van Sinterklaas op zondag 15 november 2026 bij de passantenhaven aan Havenweg te Aarle-Rixtel

Mededelingen

Mededelingen

Publicatie voornemen tot uitgifte gronden 2027

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Rectificatie ontwerp Omgevingsvisie Noord-Brabant

Omgeving

Omgeving

Aanwijzingsbesluit Functionaris Gegevensbescherming 2026

APV

APV

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 september 2022 houdende regels omtrent het verstrekken van bijdragen voor gedeelde mobiliteit (Bijdrageregeling Gedeelde Mobiliteit Noord-Brabant)

Mededelingen

Mededelingen

Vaststelling definitieve volgordelijst woningbouwprojecten proces "Eerder Aanvragen" 2026

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond tot het aanwijzen van categorieën van bezwaarschriften waarbij het horen ambtelijk plaatsvindt