Notitie recreatieve initiatieven op particuliere woonerven in het buitengebied
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-10-19
Gepubliceerd door
Gemeente Montferland
Informatie
Notitie recreatieve initiatieven op particuliere woonerven in het buitengebied Inleiding De woonfunctie is de meest voorkomende functie in het buitengebied. Het aantal agrarische bedrijfslocaties is de laatste 10 jaar wederom aanzienlijk verminderd en door functieverandering naar wonen is het aantal burgerwoningen in het buitengebied de afgelopen 10 jaar behoorlijk toegenomen. Ook hebben er woningsplitsingen plaatsgevonden en zijn er tal van vergunningen verleend voor zelfstandige inwoningsituaties. Op een aantal locaties zijn nieuwe landgoederen tot stand gekomen, waarbij een woongebouw van allure is opgericht (wonen-landhuis) met daarin één of meerdere woningen (Landgoed Oortveld, Barthenhorst, Landgoed de Klauwenhof). We zien dat de woonwensen veranderen en dat mensen in toenemende mate hun eigen stempel willen drukken op de eigen woonlocatie in het buitengebied. Met enige regelmaat zien we de volgende aanvragen op ons afkomen: 1.Aanvragen voor een woning met een grotere inhoud dan nu maximaal is toegestaan 2.Aanvragen voor een grotere oppervlakte aan bijgebouwen/overkappingen op een woonlocatie dan nu maximaal toegestaan 3.Sloop en herbouw van bijgebouwen in afwijking van de geldende salderingsregeling voor bijgebouwen 4.Aanvragen voor gebruik van vrijgekomen gebouwen voor nevengeschikte bedrijfsfuncties in afwijking van de geldende regels 5. Aanvragen om bijgebouwen te mogen gebruiken als recreatiewoning of om een recreatiewoning bij de woning te mogen bouwen 6.Aanvragen voor de toevoeging van een woning op een locatie buiten de BOIL-begrenzing 7.Aanvragen voor het vergroten van de woonfunctie binnen de bestemming ‘agrarisch’ (privé-landgoed) Aanvragen tot recreatieve initiatieven op particuliere woonerven Steeds vaker ontvangt de gemeente verzoeken van particulieren die in het buitengebied een bijgebouw bij hun woning willen omvormen tot recreatiewoning of B&B, dan wel een solitaire recreatiewoning op hun erf willen plaatsen. Ook ontvangt de gemeente regelmatig verzoeken tot het mogelijk maken van kleinschalig kamperen of camperplaatsen op erven of agrarische grond bij woningen. Gelet op deze verzoeken is mede in relatie tot de nieuwe omgevingsvisie, het nieuwe recreatief beleid en het ontwikkelkader dag- en verblijfsrecreatie bekeken hoe de gemeente daar vooruitlopend op het programma Buitengebied mee om kan gaan. De gemeente Montferland wil de mogelijkheden voor verblijfsrecreatie verruimen. De hoofdlijnen daarvoor staan in de op 8 mei 2025 vastgestelde omgevingsvisie en het nieuwe recreatief beleid met ontwikkelkader. Een verdere ruimtelijke uitwerking vindt plaats via het programma Buitengebied. De gemeente wil ook de mogelijkheden voor het faciliteren van recreatieve voorzieningen op de particuliere woonlocaties (woonpercelen) verruimen. Daarbij is wel van belang dat de recreatieve functie in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt blijft aan de woonfunctie. Immers is anders geen sprake meer van een hoofdfunctie ‘wonen’. Op dit moment is op grond van het tijdelijke omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied) bij een bestemming ‘wonen’ uitsluitend B&B in de woning toegestaan, waarbij een kamer in de woning wordt verhuurd als logeermogelijkheid. Kleinschalig kamperen bij een bestemming ‘wonen’ is niet specifiek mogelijk. Er wordt echter ook met enige regelmaat gevraagd om: 1.bestaande bijgebouwen op een woonlocatie om te mogen vormen naar B&B of een recreatiewoning; 2.om een nieuwe recreatiewoning op het woonperceel te mogen plaatsen; 3.een minicamping bij de woonfunctie; 4.een camperplaats bij de woonfunctie Van belang daarbij is derhalve dat dit gebruik ruimtelijk en functioneel ondergeschikt blijft aan de woonfunctie. Dat is niet bij iedere woonlocatie gelijk. Of er sprake is van ondergeschiktheid is afhankelijk van de omvang van de oppervlakte aan bijgebouwen en de omvang van het woonvlak, maar ook van bijvoorbeeld het aantal te plaatsen kampeermiddelen/campers. Kleinschalig kamperen bij particulieren op een woonlocatie Het is niet gewenst om in alle gevallen medewerking te verlenen aan kleinschalig kamperen binnen een functievlak ‘wonen’ of op agrarische gronden aansluitend bij een functievlak ‘wonen’. Kleinschalige kampeerterreinen tot maximaal 10 plaatsen op particuliere woonlocaties kunnen via een bopa worden toegestaan mits: 1.Het gebruik naar aard en omvang ondergeschikt is aan de woonfunctie (daarbij wordt gekeken naar de omvang van het woonvlak en het bijbehorende erf bij de woning); 2.De recreatieve ontwikkeling qua gebruik, omvang en uitstraling past bij landschapskarakteristieken; 3.Niet in combinatie met een verzoek voor een recreatiewoning of in geval van een nevengeschikt bedrijf of agrarisch medegebruik; 4.Ingericht binnen het functievlak wonen; 5.De ontwikkeling geen hinder veroorzaakt voor de omgeving, zoals verkeers-/licht-geluidsoverlast en/of negatieve ecologische gevolgen. Het terrein is gelegen op ten minste 30 meter afstand van omliggende gevoelige bestemmingen; 6.Sanitaire voorzieningen in de bestaande bijgebouwen worden ondergebracht, waarbij de oppervlakte aan bijgebouwen niet mag toenemen; Wanneer de kampeerplaatsen zijn voorzien buiten het woonvlak dan gelden zwaardere voorwaarden en dient de agrarische functie te worden afgewogen. Aangetoond moet worden waarom het realiseren van kampeerplaatsen binnen het woonvlak niet doelmatig is. Er moet sprake zijn van een bijdrage aan opgaven/doelen. Kleinschalige camperplaats bij particulieren op of aansluitend aan een woonlocatie Het is niet gewenst om in alle gevallen medewerking te verlenen aan kleinschalige camperplaats binnen een functievlak ‘wonen’ of op agrarische gronden aansluitend bij een functievlak ‘wonen’. Kleinschalige camperplaatsen tot maximaal 10 plaatsen op particuliere woonlocaties kunnen via een afwijking worden toegestaan mits: 1.De behoefte voor de camperplaats op de plek moet worden aangetoond; 2.Het gebruik naar aard en omvang ondergeschikt is aan de woonfunctie (daarbij wordt gekeken naar de omvang van het woonvlak en het bijbehorende erf bij de woning); 3.De recreatieve ontwikkeling qua gebruik, omvang en uitstraling past bij landschapskarakteristieken en deze goed wordt ingepast; 4.Ingericht binnen het functievlak ‘wonen’; 5.Niet in combinatie met een verzoek voor een recreatiewoning of in geval van een nevengeschikt bedrijf of agrarisch medegebruik; 6.De infrastructuur rond de locatie moet de afwikkeling van de campers over het bestaande wegennet goed mogelijk maken; 7.De ontwikkeling geen hinder veroorzaakt voor de omgeving, zoals verkeers-/licht-geluidsoverlast en/of negatieve ecologische gevolgen. Het terrein is gelegen op ten minste 30 meter afstand van omliggende gevoelige bestemmingen; 8.Sanitaire voorzieningen in de bestaande bijgebouwen binnen het woonvlak, waarbij de oppervlakte aan bijgebouwen niet mag toenemen; Wanneer de camperplaatsen zijn voorzien buiten het woonvlak dan gelden zwaardere voorwaarden en dient de agrarische functie te worden afgewogen. Er moet dan ook sprake van een bijdrage aan opgaven/doelen. Aangetoond moet worden waarom het realiseren van kampeerplaatsen binnen het woonvlak niet doelmatig is. Indien er bepaalde opgaven spelen zoals wateroverlast mag er geen sprake zijn van een toename van verharding buiten het vlak met de functie ‘wonen’. Gebruik bestaand bijgebouw bij een woning voor B&B/recreatiewoning Het gebruik van een bestaand rechtens aanwezig vrijstaand of aangebouwd bijgebouw voor B&B of recreatiewoning is op grond van de geldende regels niet toegestaan. De gemeente wil hier wel mogelijkheden voor bieden en dit mogelijk maken voor zover dat gebruik in ruimtelijk en functioneel opzicht ondergeschikt blijft aan de woonfunctie. Het naar recreatiewoning of B&B om te vormen bijgebouw heeft ten einde in de gewenste (gebruiks)kwaliteit te kunnen voorzien een omvang van tenminste 50 m² en het (gedeelte van het) bijgebouw dat als recreatiewoning in gebruik mag worden genomen bedraagt maximaal 100 m². In relatie tot de totale oppervlakte aan bijgebouwen moet de oppervlakte van het gebouw dat als recreatiewoning in gebruik wordt genomen ondergeschikt zijn. Een recreatiewoning in een bijgebouw is naar oordeel van de gemeente naar aard en omvang ondergeschikt aan de woonfunctie wanneer op een locatie tenminste 300 m² aan bijgebouwen aanwezig moet zijn om een bestaand bijgebouw of een gedeelte daarvan om te mogen vormen naar een B&B of een recreatiewoning. De recreatiewoning moet wisselend worden verhuurd aan recreanten via een recreatieverhuurplatform. De verhuurbaarheid van de woning voor de recreatieve markt moet op voorhand worden aangetoond en eveneens moet worden onderbouwd hoe men daar invulling aangeeft. Daarbij kan eventueel worden ondersteund vanuit de afdeling R&T. Wanneer de oppervlakte aan bijgebouwen meer bedraagt dan 300 m², dan blijft de maximaal toegestane oppervlakte van een recreatiewoning 100 m². Enkel wanneer de oppervlakte > 800 m² kunnen maximaal 2 recreatiewoningen in bestaande bijgebouwen op een particuliere woonlocatie mogelijk worden gemaakt van maximaal 100 m² per recreatiewoning. Locaties waarbij de recreatiewoning wordt gesitueerd aan een recreatieve route hebben de voorkeur. De recreatiewoning is bij voorkeur zichtbaar vanaf de openbare weg. De volgende generieke voorwaarden zijn van toepassing bij de omvorming van een bestaand bijgebouw naar recreatiewoning. 1.Met het oog op de ondergeschiktheid aan de woonfunctie niet toegestaan op een particuliere woonlocatie waar al sprake is van: a.een flexwoning of een tijdelijke pre-mantelzorgwoning in een bestaand bijgebouw b.een kleinschalig kampeerterrein of een kleinschalige camperplaats c.van agrarisch medegebruik of een nevengeschikt bedrijf 2.Niet toegestaan op een particuliere locatie welke onderdeel is van een functieveranderingslocatie 3.De specifieke behoefte aan de recreatiewoning en de verhuurbaarheid daarvan moet worden aangetoond, alsmede de bedrijfsmatige exploitatie. De locatie moet een recreatieve belevingswaarde hebben (niet midden in een woonwijk) 4.De oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning bedraagt ten minste 300 m² en de oppervlakte aan bijgebouwen neemt als gevolg van omvorming van een bijgebouw naar recreatiewoning of B&B niet toe. De goot- en bouwhoogte van het bestaande bijgebouw worden niet vergroot 5.De oppervlakte van een recreatiewoning mag niet minder dan 50 m² én niet meer dan 100 m² bedragen. Voor een B&B is een kleinere oppervlakte dan 50 m2 ook toegestaan. De begripsbepaling is onder in deze notitie toegevoegd. 6.De recreatiewoning in het bijgebouw moet: a.direct bereikbaar zijn vanaf de openbare weg (hulpdiensten) b.voldoen aan bouwtechnische eisen voor de verblijfsfunctie of is hiervoor geschikt te maken binnen de bouwmogelijkheden van een bijgebouw c.geschikt zijn voor minder validen 7.De oppervlakte van het erf bij de recreatiewoning en de grond onder de recreatiewoning bedragen niet meer dan 25% van de totale oppervlakte van het woonvlak 8.De afstand van het bijgebouw dat (gedeeltelijk) wordt omgevormd naar recreatiewoning tot: a.de perceelsgrens van derden bedraagt ten minste op 2,5 meter b.(andere) gebouwen op eigen erf bedraagt ten minste 5 meter; c.gebouwen op erven van derden tenminste 10 meter 9.Niet strijdig met ETFAL. Dit betekent: a.de recreatiewoning mag geen hinder opleveren voor de omgeving of belemmering van omliggende functies veroorzaken b.voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein c.onderzoek moet aantonen dat de omvorming van het bijgebouw naar recreatiewoning niet op ruimtelijke hetzij milieutechnische belemmeringen stuit. 10.Er moet een verslag van de dialoog worden aangeleverd met de eigenaren en gebruikers van omliggende gronden Wanneer kan een nieuwe recreatiewoning op een particulier terrein bij een woning worden toegestaan? Bij een woonbestemming kan ook een nieuwe recreatiewoning worden geplaatst. Ook daarbij geldt dat de recreatiewoning bij voorkeur is gesitueerd aan een recreatieve route en bij voorkeur zichtbaar is vanaf de openbare weg. Voor een nieuwe recreatiewoning op een particulier terrein gelden de volgende generieke voorwaarden: 1.Met het oog op de ondergeschiktheid aan de woonfunctie niet toegestaan op een particuliere woonlocatie waar al sprake is van: a.een flexwoning of een tijdelijke pre-mantelzorgwoning in een bestaand bijgebouw; b.een kleinschalig kampeerterrein of een kleinschalige camperplaats; c.agrarisch medegebruik of een nevengeschikt bedrijf; 2.Niet toegestaan op een particuliere locatie welke onderdeel is van een functieveranderingslocatie; 3.Aangetoond wordt dat de bestaande bijgebouwen (qua goot- en bouwhoogte) niet geschikt zijn om daar een recreatiewoning in onder te brengen; 4.De specifieke behoefte aan de recreatiewoning en de verhuurbaarheid daarvan moet worden aangetoond, alsmede de bedrijfsmatige exploitatie. De locatie moet een recreatieve belevingswaarde hebben (niet midden in een woonwijk); 5.De oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning bedraagt ten minste 300 m² en de oppervlakte aan bijgebouwen neemt als gevolg van de plaatsing van de recreatiewoning niet toe. Voor de plaatsing van de recreatiewoning wordt een gelijke oppervlakte aan bijgebouwen op de locatie gesloopt; 6.De te plaatsen recreatiewoning/chalet: a.betreft een geheel of in delen verplaatsbare voorgefabriceerde woning; b.heeft een maximale hoogte van 4,5 meter; c.voldoet aan de bouwtechnische eisen voor een verblijfsfunctie; d.heeft een oppervlakte die niet meer bedraagt dan 25% van de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen én niet minder dan 50 m² én niet meer dan 100 m²; e.is niet aangesloten op het gasnet en zelfvoorzienend; f.is direct bereikbaar vanaf de openbare weg (hulpdiensten); g.is geschikt voor minder validen; 7.De gezamenlijke oppervlakte van het erf bij de recreatiewoning en de grond onder de recreatiewoning bedragen niet meer dan 25% van de totale oppervlakte van het woonvlak; 8.De afstand van de recreatiewoning tot: a.de perceelsgrens van derden bedraagt ten minste 2,5 meter; b.tot gebouwen op eigen erf bedraagt ten minste 5 meter; c.tot gebouwen op erven van derden bedraagt tenminste 10 meter; 9.Niet strijdig met een ETFAL. Dit betekent: a.de recreatiewoning mag geen hinder opleveren voor de omgeving of belemmering van omliggende functies veroorzaken; b.voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; c.onderzoek moet aantonen dat de plaatsing van de recreatiewoning niet op ruimtelijke hetzij milieutechnische belemmeringen stuit. 10.Er moet een verslag van de dialoog worden aangeleverd met de eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; In het geval de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen meer bedraagt dan 800 m² mogen maximaal 2 recreatiewoningen worden opgericht. De volgende voorwaarden gelden: 1.Met het oog op de ondergeschiktheid aan de woonfunctie niet toegestaan op een particuliere woonlocatie waar al sprake is van: a.een flexwoning of een tijdelijke pre-mantelzorgwoning in een bestaand bijgebouw; b.een kleinschalig kampeerterrein of een kleinschalige camperplaats; c.agrarisch medegebruik of een nevengeschikt bedrijf; 2.Niet toegestaan op een particuliere locatie welke onderdeel is van een functieveranderingslocatie; 3.Aangetoond wordt dat de bestaande bijgebouwen (qua goot- en bouwhoogte) niet geschikt zijn om daar een recreatiewoning in onder te brengen; 4.De specifieke behoefte aan de recreatiewoningen en de verhuurbaarheid daarvan moet worden aangetoond, alsmede de bedrijfsmatige exploitatie. De locatie moet een recreatieve belevingswaarde hebben (niet midden in een woonwijk); 5.De oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning bedraagt ten minste 800 m² en de oppervlakte aan bijgebouwen neemt als gevolg van de plaatsing van de recreatiewoningen niet toe. Voor de plaatsing van de recreatiewoning wordt een gelijke oppervlakte aan bijgebouwen gesloopt (minimaal 150 m² bij recreatiewoningen van maximaal 75 m² en minimaal 200 m² indien 2 recreatiewoningen van ieder 100 m²); 6.De te plaatsen recreatiewoningen/chalets: a.Betreffen geheel of in delen verplaatsbare voorgefabriceerde woningen; b.Hebben een maximale bouwhoogte van 4,5 meter; c.voldoen aan de bouwtechnische eisen voor een verblijfsfunctie; d.hebben een gezamenlijke oppervlakte die niet meer bedraagt dan 25% van de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen én niet minder dan 50 m² én niet meer dan 100 m²; e.zijn niet aangesloten op het gasnet en zelfvoorzienend; f.zijn in verband met bereikbaarheid voor hulpdiensten direct bereikbaar zijn vanaf de openbare weg; g.zijn geschikt zijn voor minder validen; 7.De gezamenlijke oppervlakte van het erf bij de recreatiewoningen met de grond onder de recreatiewoningen bedraagt niet meer dan 25% van de totale oppervlakte van het woonvlak; 8.De afstand van de recreatiewoningen tot: a.de perceelsgrens van derden bedraagt ten minste 2,5 meter; b.tot gebouwen op eigen erf en tot elkaar bedraagt ten minste 5 meter; c.tot gebouwen op erven van derden bedraagt tenminste 10 meter; 9.Niet strijdig met een ETFAL. Dit betekent: a.de recreatiewoningen mogen geen hinder opleveren voor de omgeving of belemmering van omliggende functies veroorzaken; b.voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; c.onderzoek moet aantonen dat de plaatsing van de recreatiewoning niet op ruimtelijke hetzij milieutechnische belemmeringen stuit. 10.Er moet een verslag van de dialoog worden aangeleverd met de eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; Uitbreidingsmogelijkheden bestaande recreatiewoningen Ter plaatse van het functievlak voor een particuliere recreatiewoning in het buitengebied mag het aantal recreatiewoningen volgens het geldende tijdelijke omgevingsplan niet meer bedragen dan één. De inhoud van een recreatiewoning, inclusief de inhoud van de daarbij behorende bijgebouwen mag niet meer dan 200 m³ bedragen, de goot- en bouwhoogte mag niet meer dan 3, resp. 5 m. bedragen. Indien de bestaande bebouwing voor wat betreft de maatvoering groter is, dan geldt de bestaande maatvoering als maximaal toegestaan. De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m, dan wel niet minder dan de bestaande afstand indien deze afstand minder dan 2,5 meter bedraagt. Bestaande recreatiewoningen krijgen de mogelijkheid om uit te breiden tot maximaal 100 m² voor zover deze daadwerkelijk recreatief wordt verhuurd en dit wordt aangetoond. Indien de bestaande hoogte groter is dan 4,5 meter, mag de bouwhoogte niet worden vergroot. Nieuwe recreatiewoningen in het kader van functieverandering Mogelijkheden voor een groter aantal recreatiewoningen bestaan in geval van functieverandering op agrarische bouwvlakken of wanneer sprake is van een omzetting van een niet-agrarisch, niet recreatief bedrijf naar een recreatief bedrijf. De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen dient in de nieuwe situatie met ten minste 25% worden gereduceerd. Bij een omzetting van een agrarisch bedrijf naar een recreatief bedrijf kan ook bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen goed verplicht worden gesteld. Er is dan immers sprake van een recreatief bedrijf. Recreatiewoningen kunnen in bestaande gebouwen worden ondergebracht dan wel kunnen er nieuwe recreatiegebouwen worden opgericht in geval van sloop. In plaats van een functieverandering naar wonen zijn op een daarvoor geschikte locatie wellicht meerdere recreatiewoningen denkbaar met bijvoorbeeld een gemeenschappelijke voorziening in een voormalig agrarisch gebouw. De nieuwe situatie voorziet in een duidelijke verbetering van de kwaliteit ten opzichte van de bestaande situatie. Er wordt bijgedragen aan de kwaliteitsdoelen en de ontwikkelingsdoelen voor het gebied en de omgevingskwaliteit wordt substantieel verbeterd. De nieuwe functie is naar aard, omvang en schaal passend op de locatie. De kwaliteitsmenukaarten en het ontwikkelkader dag- en verblijfsrecreatie vormen de basis voor de maatwerkbeoordeling. Gebruik recreatiewoning voor pre-mantelzorg Op 30 april 2024 heeft de gemeente beleidsregels vastgesteld welke onder voorwaarden een (pre-mantelzorg) flexwoning op een particulier terrein mogelijk maken. Een tijdelijke situatie (maximaal 15 jaar) staat daarbij centraal. Ook zijn daarin regels opgenomen waarbij een bijgebouw tijdelijk kan worden omgevormd naar een pre-mantelzorgwoning. De regels bieden in de basis geen mogelijkheid om een bestaande particuliere recreatiewoning aan te wenden als pre-mantelzorgwoning. Gelet op het principe van toelatingsplanologie bestaat er evenwel geen verplichting om een als zodanig bestemde recreatiewoning ook daadwerkelijk voor recreatieve verhuur beschikbaar te stellen. Een gebruik van een recreatiewoning als pre-mantelzorgwoning komt in beeld wanneer de eigenaar van de particuliere recreatiewoning zelf de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de wens bestaat om het nageslacht in de hoofdwoning te laten wonen. Van belang hierbij is wel dat de pre-mantelzorgwoning in de recreatiewoning niet groter is dan 100 m² (gelijk aan pre-mantelzorg in een bijgebouw). Er zijn in dat geval ook geen essentiële woonvoorzieningen op de verdieping toegestaan. De premantelzorgwoning die in de recreatiewoning wordt vormgegeven moet in dat geval beschikken over alle essentiële woonvoorzieningen op de begane grond. Het gebouw behoudt de bestemming recreatiewoning en mag volgens de nieuwe regels tot 100 m² uitbreiden indien beschikbaar gesteld voor recreatieve verhuur. Na afloop van de (pre-)mantelzorgsituatie wordt het gebouw opnieuw gebruikt als recreatiewoning. Medewerking aan een tijdelijk gebruik van een bestaande als zodanig bestemde recreatiewoning voor huisvesting in verband met pre-mantelzorg is mogelijk indien en voor zover: 1.er niet al een flexwoning dan wel al een mantelzorgwoning op de bijbehorende woonlocatie (vergund en/of) rechtens aanwezig is; 2.sprake is van pre-mantelzorg(situatie). Aangetoond wordt dat de pre-mantelzorgverlener gelet op de (nauwe) sociale relatie (op termijn) in de (intensieve) zorgbehoefte van pre-mantelzorgontvanger kan en zal voorzien; 3.de tijdelijke situatie in de recreatiewoning voorziet in de huisvesting van maximaal één huishouden (het huishouden van de pre-mantelzorgverlener of van de pre-mantelzorgontvanger); 4.ondanks de verbouwing in de nieuwe situatie (in juridische zin) onverminderd sprake blijft van een recreatiewoning. De inhoud, oppervlakte, goot en bouwhoogte mogen in de basis niet worden verruimd tenzij het bestaande gebouw < 100 m² en een voorziening benodigd is op de begane grond om deze voor pre-mantelzorg geschikt te maken; 5.het gebouw is ruimtelijk verbonden met het erf van de hoofdwoning op het naastgelegen vlak en functioneel verbonden met de hoofdwoning; 6.de recreatiewoning welke voor pre-mantelzorg in gebruik wordt genomen voldoet aan de noodzakelijke (bouw)technische eisen (Bbl) om in te wonen; 7.een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de tijdelijke woning is gegarandeerd, hetgeen wordt aangetoond; 8.het in gebruik nemen van de recreatiewoning voor huisvesting in verband met pre-mantelzorg mag niet in strijd zijn met een ETFAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Er mag geen sprake zijn van onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid of onaanvaardbare (externe) veiligheidsrisico’s; 9.in het geval het bijbehorende particulier terrein is voorzien van een agrarisch bouwvlak of een vlak dat functioneel bedoeld is voor een niet-agrarisch bedrijf, de hoofdbewoner van de tijdelijke woning de (oorspronkelijk) bedrijfseigenaar is, dan wel de hoofdbewoner uit het huishouden van de (oorspronkelijk) bedrijfseigenaar/hoofdbewoner van de bedrijfswoning afkomstig is. Een en ander met dien verstande dat van onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid geen sprake is; 10.tussen de recreatiewoning welke wordt gebruikt voor huisvesting in verband met pre-mantelzorg en de bestaande woning/bestaande bijgebouwen op het terrein bij voorkeur een bebouwingsvrije ruimte aanwezig is van 3 meter. In geval van een bestaande kleinere afstand tussen de gebouwen, worden maatregelen getroffen om het risico op brandoverslag te minimaliseren dan wel wordt aangetoond dat met de kleinere afstand geen risico daarop bestaat; 11.de recreatiewoning welke wordt gebruikt voor huisvesting in verband met pre-mantelzorg zich bij voorkeur bevindt op 2,5 meter afstand uit de perceelsgrens van derden. Een kleinere afstand tot de perceelsgrens is aanvaardbaar wanneer: a.geen sprake is van inbreuk op de privacy van eigenaren/gebruikers van het naastgelegen perceel; b.aanpassing en onderhoud van de gevels van het bijgebouw vanaf eigen terrein mogelijk is, dan wel de eigenaar van het aangrenzende terrein er via een ondertekende verklaring mee heeft ingestemd dat gedurende de verbouwing/onderhoud zijn terrein wordt betreden; c.maatregelen worden getroffen om het risico op brandoverslag naar eigendommen van derden te minimaliseren, dan wel wordt aangetoond dat hierop geen risico bestaat. 12.een veilige en beheersbare situatie in verband met calamiteiten is gegarandeerd. De pre-mantelzorgwoning moet bereikbaar zijn voor hulpdiensten; 13.de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen en geen afbreuk wordt gedaan aan een veilige verkeerssituatie; 14.de huisvesting in verband met pré-mantelzorg in de recreatiewoning niet leidt tot het beperken van gebruiksmogelijkheden van eigenaren/gebruikers van omliggende gronden. Omliggende functies mogen niet onevenredig worden belemmerd. Omzetten pre-mantelzorgsituatie in bestaand bijgebouw naar recreatiewoning Het geldende beleid biedt de mogelijkheid om een pre-mantelzorgsituatie te realiseren in een bestaand bijgebouw. Omzetting van een tijdelijke pre-mantelzorgsituatie in een bestaand bijgebouw naar een permanente recreatiewoning is mogelijk onder voorwaarde dat: 1.De (pre-)mantelzorgsituatie is beëindigd; 2.Omzetting naar een permanente recreatiewoning (met het oog op de ondergeschiktheid aan de woonfunctie) niet is toegestaan op een particuliere woonlocatie waar al sprake is van: a.een kleinschalig kampeerterrein of een kleinschalige camperplaats; b.agrarisch medegebruik of een nevengeschikt bedrijf; 3.De specifieke behoefte aan de recreatiewoning en de verhuurbaarheid daarvan moet worden aangetoond, alsmede de bedrijfsmatige exploitatie. De locatie moet een recreatieve belevingswaarde hebben (niet midden in een woonwijk); 4.De oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning bedraagt ten minste 300 m² en de oppervlakte aan bijgebouwen neemt als gevolg van de omvorming van pre-mantelzorgwoning in bestaand bijgebouw naar recreatiewoning of B&B in bestaand bijgebouw niet toe. De goot- en bouwhoogte worden niet vergroot; 5.De recreatiewoning mag niet minder dan 50 m² én niet meer dan 100 m² bedragen; 6.De recreatiewoning in het bijgebouw moet: a.direct bereikbaar zijn vanaf de openbare weg (hulpdiensten); b.voldoen aan bouwtechnische eisen voor de verblijfsfunctie of is hiervoor geschikt te maken binnen de bouwmogelijkheden van een bijgebouw c.geschikt zijn voor minder validen 7.De gezamenlijke oppervlakte van het erf bij de recreatiewoning en de grond onder de recreatiewoning bedragen niet meer dan 25% van de totale oppervlakte van het woonvlak; 8.De afstand van het bijgebouw dat (deels) wordt omgevormd naar recreatiewoning tot: a.de perceelsgrens van derden bedraagt ten minste op 2,5 meter; b.(andere) gebouwen op eigen erf bedraagt ten minste 5 meter; c.gebouwen op erven van derden tenminste 10 meter; 9.Niet strijdig met ETFAL. Dit betekent: a.de recreatiewoning mag geen hinder opleveren voor de omgeving of belemmering van omliggende functies veroorzaken; b.voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; c.onderzoek moet aantonen dat de omvorming van het bijgebouw naar recreatiewoning niet op ruimtelijke hetzij milieutechnische belemmeringen stuit. 10.Er moet een verslag van de dialoog worden aangeleverd met de eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; Begripsbepaling notitie recreatie bij woningen Agrarische bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren. Recreatiewoning: een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor zelfvoorzienend recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders heeft/hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning of een ander gebruik van niet-recreatieve aard door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; B&B: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie in een woning of bedrijfswoning zonder zelfstandige woonvoorziening (zoals een volledige keuken), gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed and breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. Kleinschalig kamperen: terrein of plaats met een niet-recreatieve hoofdfunctie, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting, bestemd om daarop in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van maximaal 25 kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. Bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bestemd voor (het huishouden van) één persoon (of twee indien er sprake is van een zelfstandige inwoningsituatie), wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. Bijgebouw: een bijbehorend bouwwerk, zijnde een bij de (bedrijfs)woning of wooneenheid behorend vrijstaand of aaneengebouwd gebouw, zoals een garage, berging of hobbyruimte niet zijnde een (tunnel)kas of daarmee gelijk te stellen bouwwerk, dat niet voor bewoning is bestemd en naar aard en omvang ondergeschikt is aan de (bedrijfs)woning of wooneenheid. Een bijgebouw kan tevens inpandig zijn. Bijlage 1 Gemeentelijk beleid nieuw Omgevingsvisie De omgevingsvisie laat zien waar de gemeente Montferland voor staat en welke doelen en ambities de gemeente heeft voor de fysieke leefomgeving. Montferland leeft, verbindt, zorgt en onderneemt. De gemeente hanteert de omgevingsprincipes veilige leefomgeving, gezonde leefomgeving en goede omgevingskwaliteit. Het bodem- en watersysteem is sturend bij nieuwe ontwikkelingen. De gemeente zet in op een groene, duurzame en klimaatbestendige leefomgeving in het algemeen. Gestreefd wordt naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ingezet wordt op het verbeteren en versterken van de omgevingskwaliteit: één van de centrale doelen van de Omgevingswet. Van belang is dat ruimtelijke ontwikkelingen rekening houden met de identiteit van de plek en haar omgeving. Behoud van de identiteit en het verbeteren en versterken van de kwaliteit van de leefomgeving staat centraal. Ontwikkelingen moeten naar aard en schaal aansluiten bij hun omgeving, bij de kenmerken en de kwaliteiten. Elke nieuwe ontwikkeling zorgt voor een verbetering in de biodiversiteit, klimaatadaptatie en groen. Op basis van de ontstaansgeschiedenis wordt Montferland ingedeeld in vijf hoofdgebieden met ieder zijn eigen kenmerken, ondergrond en waterhuishoudkundige situatie. Dit maakt de gebieden uniek: 1.Het westelijk gelegen open kommenlandschap dat is ontstaan onder invloed van de rivieren; 2.Het zandgebied rondom Didam dat is ontstaan toen er door de wind fijn zand als een deken over het landschap afgezet werd; 3.Het landelijk gebied tussen zand en berg dat zowel onder invloed van het dekzand als de stuwwal is ontstaan; 4.De hoger gelegen Montferlandse berg en dorpenring, ontstaan onder invloed van gletsjers en menselijke activiteiten; 5.De rivierterrassen van de Oude IJssel die ook onder invloed van de rivieren zijn ontstaan. De omgevingsvisie geeft ook de ambitie van de gemeente weer op het gebied van Recreatie en Toerisme. R&T levert een grote bijdrage aan de werkgelegenheid en de leefbaarheid van de gemeente. Qua recreatief aanbod wordt niet alleen ingezet op de bezoeker van buitenaf, maar ook op de eigen inwoners. Gestreefd wordt naar het vergroten van het aanbod kleinschalige recreatie, verspreid door de gemeente. De ambitie is om naast de 3 pijlers (Bergherbos, Stroombroek, en Kasteel Huis Bergh) ook in andere delen van de gemeente recreatie en toerisme te versterken. Met het ontwikkelkader dag- en verblijfsrecreatie wordt duidelijkheid geboden over waar welke vormen van recreatie passend zijn. De hoofdlijnen hiervan zijn al in de visie op de gebieden verwerkt door aanwijzing van de toeristische pijlers en de toeristische ontwikkelgebieden (Nevelhorst en Zeddam). Door de Nevelhorst ten westen van Didam en Zeddam recreatief en/of toeristisch verder te ontwikkelen worden bezoekers verleid om ook van de rest van de gemeente te genieten. Het thema recreatie en toerisme, zoals beschreven in het R&T-beleid, wordt verder uitgewerkt in een programma. Hierin worden de doelen en ambities concreet gemaakt. Daarin komen onder andere de spreiding van recreatieve druk over de gemeente, mogelijkheden voor kleinschalig recreatief aanbod en grotere recreatie-locaties aan bod. Met het ontwikkelkader worden initiatieven omarmd die onze recreatieve aantrekkingskracht benutten en versterken (faciliteren). Kaart Omgevingsvisie met legenda Ontwikkelkader Recreatie en nieuw beleid Uitgangspunt bij het ontwikkelkader is dat de omgeving leidend is voor de beoordeling van recreatieve initiatieven. Elk gebied heeft zijn eigen kernkwaliteiten en karakteristieken. Bij een initiatief voor een recreatieve ontwikkeling moet een businessplan worden aangeleverd en moeten de te verwachten effecten van het initiatief op de omgeving in beeld worden gebracht. Er moet worden aangesloten bij de uitgangspunten van de omgevingsvisie. In het buitengebied dient het landschap als onderlegger voor de beoordeling. De recreatieve ontwikkeling moet qua gebruik, omvang en uitstraling passen bij landschapskarakteristieken. Gebouwen moeten zorgvuldig in het landschap worden ingepast. De ontwikkeling mag geen hinder veroorzaken voor de omgeving, zoals verkeers-/licht-/geluidsoverlast en/of negatieve ecologische gevolgen. Initiatieven moeten voldoen aan wettelijke normen, bijvoorbeeld voor geluid en luchtkwaliteit. Door het hanteren van ‘open normen’ streeft de gemeente naar meer flexibiliteit en maatwerk voor toeristisch-recreatieve ontwikkelingen, wat ondernemers mogelijkheden biedt. Verblijfsrecreatie als nevenfunctie is alleen toegestaan wanneer deze ondergeschikt blijft aan de hoofdfunctie en voldoet aan de criteria voor kleinschaligheid. Ontwikkeling van toeristisch-recreatieve mogelijkheden sluiten aan bij de specifieke kernkwaliteiten van elk deelgebied. De gemeente streeft naar nieuwe ontwikkelingen die van hoge kwaliteit zijn en waarde toevoegen aan de samenleving. De gemeente wil ruimte bieden aan kleinschalige initiatieven. Deze zijn als volgt gedefinieerd: • Campings, verder uitgewerkt in: -(Mini)campings: tot maximaal 40 plekken als nevenactiviteit bij agrariërs zonder dat daar nieuwe bebouwing gerealiseerd wordt. Tijdelijke voorzieningen zijn wel toegestaan. Deze campings zijn seizoensgebonden, waarbij het kampeerseizoen van 1 maart tot 30 november loopt; -Camperplaatsen: tot maximaal 25 plekken als nevenactiviteit bij agrariërs en tot maximaal 10 plekken bij particulieren. •Verblijfsruimtes met service en/of maaltijden: -Hotels en pensions: tot maximaal 40 bedden; -B&B: 25-35% van het woonoppervlakte met een maximum van 60 m². Wanneer de gestelde grenzen voor een toeristisch-recreatieve nevenfunctie ontoereikend blijken voor een ondernemer, kan transformatie naar een volwaardige toeristisch-recreatieve onderneming onderzocht worden. Deze benadering biedt volwaardige toeristisch-recreatieve ondernemingen meer ruimte voor maatwerk en creatieve ontwikkelingen. Ontwikkelingen moeten aansluiten bij de ambities van de gemeente en bij de specifieke kwaliteiten van het gebied. Ontwikkelingen moeten toekomstbestendig zijn en meerwaarde hebben voor de leef- en woonomgeving. Initiatiefnemers worden uitgedaagd om bij te dragen aan duurzaamheid (energieneutraal en aardgasvrij vastgoed, circulaire bedrijfsvoering, klimaatbestendigheid, bevorderen biodiversiteit) Bij nieuwe ontwikkelingen, herontwikkelingen en uitbreidingen worden de duurzaamheidsthema’s meegenomen. Recreatief beleid 2020 ‘Mooi Montferland, de Groene Poort van Nederland' Dit beleid keek reeds met een 'ja, mits...' benadering naar nieuwe recreatieve initiatieven. De ondernemer moest onderbouwen waarom een bepaalde dienst of een bepaald product op een bepaalde locatie zou moeten worden aangeboden (marktonderzoek). Het was daarbij aan de gemeente om het maatschappelijke belang en het belang voor de omgeving daarbij niet uit het oog te verliezen. Afwijken van zonering (de pijlers) was in principe mogelijk als het goed onderbouwd was en wanneer nieuwe initiatieven of uitbreiding van functies wel in balans zouden blijven met de kwaliteit en identiteit van de fysieke en sociale omgeving. Het was aan de ondernemer om met gedegen marktonderzoek de meerwaarde van nieuwe initiatieven met verblijfsrecreatie aan te tonen. De gemeente zou vervolgens naar het bredere maatschappelijke belang kijken en een gedegen afweging maken. Of de uitbreiding mogelijk zou zijn, was derhalve afhankelijk van: 1.de concrete invulling van het plan en in relatie tot de marktbehoefte; 2.of de uitbreiding in balans zou blijven met de kwaliteit en identiteit van de fysieke en sociale omgeving; 3.de inpassing in het landschap en de bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit; 4.de ruimtelijke en milieutechnische randvoorwaarden (eventuele belemmeringen, waarden etc.) Bij een aanvraag voor een nieuwe ontwikkeling moest eveneens worden aangegeven hoe de omgeving via de dialoog bij het initiatief was betrokken. Via een ruimtelijke motivering moest worden aangetoond dat het initiatief niet op ruimtelijke en/of milieutechnische belemmeringen zou stuiten. Met het ontwikkelkader wordt het initiatief nu ook op kwaliteit beoordeeld en op de meerwaarde voor het gebied, waarin deze aan de orde is. Programma Buitengebied Het omgevingsprogramma Buitengebied betreft hét document waarin de in de omgevingsvisie genoemde doelen en ambities voor het buitengebied concreet worden gemaakt. Het vormt het geactualiseerde beleidskader voor het buitengebied en daarmee de brug tussen omgevingsvisie en omgevingsplan Buitengebied. Het invulling geven aan doelen, ambities, opgaven en behoeften in het buitengebied staat centraal bij de wijze waarop het omgevingsprogramma wordt ingericht. Bekeken wordt welke opgaven, behoeften, ontwikkelingen, kansen en uitdagingen zich concreet voordoen in het buitengebied (in het algemeen, bij de verschillende in het buitengebied voorkomende functies en in de verschillende te onderscheiden deelgebieden) én op welke wijze via bijgesteld beleid hier invulling aan kan worden gegeven. Daarbij wordt gekeken naar de reguliere woonfunctie in het buitengebied, de agrarische functie en de niet-agrarische bedrijfsfunctie (horeca, detailhandel, niet-agrarische bedrijvigheid) Het beleid wordt zodanig aangepast dat dit beter is afgestemd op de behoefte, en tegelijkertijd invulling geeft aan doelen en opgaven. Behoud en versterking van onze specifieke identiteit en kwaliteiten staat daarbij voorop. In het omgevingsprogramma wordt inhoud gegeven aan het generieke beleid zoals dat uiteindelijk in regels wordt doorvertaald naar het omgevingsplan, maar wordt ook beleid opgenomen dat duidelijkheid en rechtszekerheid geeft over wanneer van de generieke regels kan worden afgeweken (maatwerk). Het op substantiële, maar ook het in verhouding met de afwijking op evenredige wijze bijdragen aan doelen, opgaven, maar ook aan kwaliteitsdoelen en ontwikkelingsdoelen in deelgebieden staat bij het toepassen van maatwerk centraal. De deelgebieden zoals opgenomen in de omgevingsvisie worden in het kader van het programma (waar nodig) verder uitgewerkt in subdeelgebieden. Aan de hand van een beknopte beschrijving van de specifieke gebiedskenmerken, waarden, kwaliteiten, opgaven, kansen, (beleids-)doelen, functionele ontwikkeling en functionele behoeften in deelgebieden, worden per (sub)deelgebied ontwikkelingsdoelen en kwaliteitsdoelen geformuleerd die het vertrekpunt vormen voor de (ruimtelijke) ontwikkelingsmogelijkheden voor de verschillende functies. Daarmee wordt het accent van gebieden duidelijk hetgeen aanleiding geeft voor ruimere mogelijkheden als invulling wordt gegeven aan dat accent. Een en ander wordt beschreven in bondige overzichten, de zogenaamde kwaliteitsmenukaarten. De nader te formuleren ontwikkelingsdoelen en kwaliteitsdoelen geven richting/sturing aan de gewenste ontwikkeling van een (sub)deelgebied (gebiedsaccent). De overzichten bieden mogelijkheden om initiatieven te beoordelen op hun bijdrage aan doelen en opgaven. De kwaliteitsmenukaarten bieden tevens aanknopingspunten bij de herijking van het functieveranderingsbeleid, maar bijvoorbeeld ook voor aanpassingen bij het te versoepelen landgoederenbeleid. In het omgevingsprogramma wordt gezocht naar een juiste balans tussen enerzijds het bieden van rechtszekerheid dat tot uiting komt in de regels in het omgevingsplan en duidelijk generiek beleid, en anderzijds het mogelijk maken van maatwerk wanneer een initiatief op substantiële wijze bijdraagt aan doelen, opgaven en kwaliteiten van het deelgebied waarin de locatie zich bevindt.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Notitie recreatieve initiatieven op particuliere woonerven in het buitengebied"

Mededelingen
Notitie recreatieve initiatieven op particuliere woonerven in het buitengebied

Mededelingen
Beleidsregel toegangspoorten in het voorerfgebied bij vrijstaande woningen

Bestemmingsplan
Vaststelling artikelsgewijze toelichting bij Omgevingsverordening Gelderland wijziging 2025-2026

Mededelingen
Evenementenkalender 2027

Omgeving
Omgevingsvergunning verleend: kappen/rooien van 148 bomen staande op diverse locaties binnen de gemeente Doetinchem

Mededelingen
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2026

Mededelingen
Beleidsregels jeugdhulp Montferland 2026

Omgeving
Verlengen beslistermijn: wijzigen van brandcompartimentering aan de Terborgseweg 136, 7005 BD Doetinchem

Bestemmingsplan
Intrekking van regeling "Voorbeschermingsregels beperkingengebied stikstofemissie Gelderland"

Bestemmingsplan
Omgevingsverordening Gelderland

Evenementen
RTV de Zwaluwen, ATB en Gravel tocht, 13 december 2026, vergunning verleend.

APV
Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie Doetinchem 2023-2026

