Openstelling Programma Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 Noord-Nederland:   Innovatief ondernemerschap in Noord-Nederland 2021-2027 – verdere versterking dynamiek start-ups en scale-ups

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-06

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

RegionaalSamenwerkingsorgaan Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Informatie

Openstelling Programma Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 Noord-Nederland: Innovatief ondernemerschap in Noord-Nederland 2021-2027 – verdere versterking dynamiek start-ups en scale-ups De openstelling in het kort Met deze subsidie-openstelling roepen we relevante, samenwerkende partijen op om met een gezamenlijk initiatief en vanuit een integrale visie en programmatisch aanpak in te spelen op de verdere versterking en bestendiging van de dienstverlening voor start-ups en scale-ups in Noord-Nederland. Het beoogde resultaat van deze openstelling is het creëren van een sterke basis voor start-ups en scale-ups om hun innovatief ondernemerschap te ontwikkelen. Daarnaast dient de openstelling als investering in en bestendiging van het start-up- en scale-up-ecosysteem als samenhangend geheel. Met als resultaat meer succesvolle start-ups en scale-ups in Noord-Nederland. Waarom deze openstelling? Het Programma Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 Noord-Nederland (EFRO-programma) kent meerdere doelstellingen. De drie belangrijkste doelstellingen uit het EFRO-programma zijn: het benutten van kansen binnen de vier transities; het verbeteren van het innovatie-ecosysteem; het versterken van de randvoorwaarden voor het innovatie-ecosysteem. Deze openstelling is voornamelijk gericht op de tweede en derde doelstelling. Bij de tweede doelstelling gaat het om activiteiten die gericht zijn op het versterken en verbeteren van (netwerk) verbindingen (onder andere gericht op meer samenwerking), de dynamiek tussen innovaties en het verbeteren van het klimaat en proces waarin ondernemers en andere partijen continu worden getriggerd om innovatieve ondernemers-ideeën en kansen te herkennen en te benutten. De derde doelstelling is gericht op de randvoorwaarden die nodig zijn om een succesvol innovatie-ecosysteem in stand te houden of te ontwikkelen. Eén van die randvoorwaarden is innovatief ondernemerschap en deze randvoorwaarde staat, naast het verbeteren van het innovatie-ecosysteem, centraal in deze openstelling. In het EFRO-programma wordt gesproken over de ‘innovatiecompetentieladder’ of ‘innovatiepiramide’. Hierin zijn de verschillende doelgroepen binnen het noordelijke innovatieklimaat in beeld gebracht.   Figuur 1: Innovatiepiramide mkb De groep ondernemers in Noord-Nederland die zich bezighoudt met innovatie is klein. Met deze openstelling willen we de groep koplopers vergroten. Start-ups en scale-ups hebben het vermogen koploper te worden in hun specifieke niche. Dit is mogelijk door de (vaak disruptieve) innovaties die ze uitvoeren. Het aantal start-ups en scale-ups in Noord-Nederland is nog steeds relatief klein. Met een verdere versterking van het Noord-Nederlandse innovatie-ecosysteem rondom deze start-ups en scale-ups wordt er een sterke basis bestendigd en gecreëerd waarin meer start-ups en scale-ups succesvol kunnen doorgroeien en ontwikkelen. Meer start-ups en scale-ups in de economie van Noord-Nederland is tevens van invloed op het groeien en innovatiever worden van het gevestigde (mkb)bedrijfsleven. Want door meer samenwerking tussen enerzijds start-ups en scale-ups en anderzijds het gevestigde (mkb)bedrijfsleven, kan meer mkb doorgroeien naar de groep van innovatieve ondernemers (koplopers). Start-ups en scale-ups leveren hierom een belangrijke bijdrage aan het innovatieklimaat van Noord-Nederland. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Noord-Nederlandse Innovatie Monitor in 2019 (Deelrapport: Maatschappelijke oriëntatie van het Noord-Nederlandse mkb) dat startende bedrijven een sterkere maatschappelijke oriëntatie hebben, onder andere op het gebied van voedselzekerheid, duurzame landbouw en bio-economie, dan gevestigde bedrijven. Maatschappelijke oriëntatie heeft een invloed op de innovatiekracht van ondernemers; een sterkere oriëntatie leidt tot meer innovaties. Een versterkt innovatie-ecosysteem rondom start-ups en scale-ups kan daardoor bijdragen aan een slimmer (digitaler) en groener Noord-Nederland met meer impact. En tenslotte kan met een versterkt innovatie-ecosysteem rondom deze start-ups en scale-ups ook een beter klimaat worden gecreëerd voor toekomstig ondernemend talent. Daarnaast zijn er in het EFRO-programma een drietal uitgangspunten gedefinieerd:  Doelgroep-differentiatie: werk aan een systeem waarbij de ondersteuning effectief gekoppeld is aan de doelgroepen die we willen bereiken (van koplopers tot volgers);  Ketenaanpak: werk toe naar een situatie waarbij er een logische opvolging is van ondersteuningsmogelijkheden en follow-up;  Positionering: tracht de activiteiten daar te plaatsen waar de doelgroep het meest effectief kan worden bereikt.  Het pad van een start-up naar een scale-up en van een scale-up naar gevestigd mkb is complex en doorgaans lang. Er is een ketenaanpak nodig die verschil maakt tussen verschillende fases en rekening houdt met individuele behoeftes om volgende ontwikkelstappen te zetten. Door de inzet hierop af te stemmen wordt aan een structureel innovatiever ecosysteem gewerkt. De juiste combinatie van de factoren kapitaal, dienstverlening (zoals ondersteuningsprogramma’s) en toegang tot kennis en netwerken helpen start-ups en scale-ups verder. Het idee achter de ketenaanpak is enerzijds start-ups en scale-ups ondersteuning te bieden bij hun behoefte op dat moment, en anderzijds een verbinding te leggen met een volgende stap en de behoefte die daaruit volgt. Dit vraagt continuïteit en samenhang in het ondersteuningsaanbod, van EFRO en andere fondsen. Ook is het van belang dat de ondersteuning van dichtbij komt: gericht op netwerken en partijen die direct met de start-ups en scale-ups werken. In de afgelopen jaren is er in Noord-Nederland, onder de vlag van Founded, gewerkt aan het versterken van de start-up en scale-up dynamiek in Noord-Nederland en het faciliteren van de juiste voorwaarden om start-ups te laten doorgroeien naar scale-ups (en verder), en hiermee het vergroten van het aantal innovatieve ondernemingen in Noord-Nederland. Maar we zijn er nog niet, er zijn nog verdere stappen te zetten en daarnaast dienen verschillende zaken te worden bestendigd voor de lange termijn. De kwaliteit en innovativiteit van de dienstverlening (zoals ondersteuningsprogramma’s) en innovatieve oplossingen van start-ups en scale-ups kan verder worden verhoogd. Er kunnen verdere stappen worden gezet ten aanzien van de integrale aanpak door samenwerkende partijen. Aan de hand van data uit een gedegen, evidence-based monitoringssysteem kunnen de tot op heden geboekte resultaten en evaluaties inzichtelijk worden gemaakt. De vraag die nu voor ligt is: Hoe goed zijn de geboekte resultaten? Wat zijn de belangrijkste inzichten? En geeft dit aanleiding en richting voor een vervolg en voor verdere ontwikkeling en versterking van het innovatie-ecosysteem? Ook dient inzichtelijk te worden gemaakt of alle relevante (keten)partijen in de juiste mate zijn aangehaakt en gecommitteerd. Want alleen gezamenlijk kan er gewerkt worden aan een versterkt, dynamisch, creatief, open en op samenwerking gericht innovatie-ecosysteem voor innovatieve start-ups en scale-ups in Noord-Nederland. Daarnaast is het belangrijk dat er verdere stappen worden gezet in de afstemming en verbinding van activiteiten en ondersteuningsprogramma’s. Dit voorkomt fragmentatie, geeft invulling aan ontbrekende schakels en verbetert de onderlinge samenhang van het totale dienstaanbod. Ook het spreken van dezelfde taal en in gezamenlijkheid eenduidige data verzamelen blijft hier een belangrijk aspect. Voor de versterking van het innovatie-ecosysteem is het daarnaast van belang dat de opgedane kennis en leereffecten openlijk gedeeld blijven worden, zodat mogelijkheden tot bijsturen (op systeemniveau en/of binnen een specifiek ondersteuningsprogramma) en vervolgstappen voor innovatieve start-ups en scale-ups blijvend inzichtelijk gemaakt worden. Op deze wijze kan toegewerkt worden naar een verdere verbetering en bestendiging van een integrale aanpak waarmee economische en maatschappelijke impact kan worden gemaakt in de regio. Doelstellingen Met deze openstelling willen we investeren in de verdere bestendiging en verbetering van het Noord-Nederlandse start-up en scale-up-ecosysteem. Geboekte resultaten en ervaringen uit de afgelopen periode vormen een belangrijke onderbouwing voor en dienen aanleiding te geven tot de voorgestelde activiteiten. Verdere verbetering van de samenwerking en de samenhang van vraaggestuurde dienstverlening moet ertoe leiden dat resterende drempels en knelpunten worden weggenomen, verdere optimalisatie plaatsvindt en daardoor het ecosysteem (waar mogelijk) naar een hoger niveau wordt getild en verder wordt bestendigd voor de lange termijn. Wat maakt een project een goed project? Een goed project voor deze subsidie is gericht op het bestendigen en verbeteren van het start-up- en scale-up-ecosysteem en de bijbehorende dienstverlening, belangrijke elementen daarin zijn: Meer toegevoegde waarde voor start-ups en scale-ups. Het aanbod sluit nog beter aan bij de daadwerkelijke behoefte/vraag van de start-up of scale-up en neemt drempels en knelpunten weg. Activiteiten dienen goed op elkaar te worden afgestemd (ketenaanpak). Dit kan door meer samenwerking in en regie op de dienstverlening (zoals ondersteuningsprogramma’s). Er is sprake van regie, een duidelijke rolverdeling en de rollen zijn complementair aan elkaar, vanuit de behoefte/vraag van de start-up of scale-up met duidelijke en overzichtelijke loket(ten). Regionale en nationale dienstverlening is hierbij tevens goed onderling afgestemd en met elkaar verbonden. Er worden meer succesvolle start-ups en scale-ups gecreëerd. Er is sprake van een meerjarig programma met blijvende impact en business-gerichtheid, opgezet vanuit een sterke, strategische, evidence-based visie en integrale benadering. Commitment is uitermate belangrijk voor ons. We willen in zee gaan met een sterk projectconsortium dat wordt gevormd door professionele organisaties, waarbij sprake is van goede samenhang en samenwerking met breed draagvlak op Noord-Nederlandse schaal. Wij zoeken partijen die in staat zijn aan deze eisen te voldoen en daarnaast bereid zijn opgedane kennis en leereffecten op basis van gedegen, evidence-based monitoring openlijk te delen. Hierbij wordt onder andere de impact van de ondersteuningsprogramma’s gemeten, zo is er sprake van een ‘lerend systeem’. Wat bieden wij? De totale subsidie binnen deze openstelling bedraagt €6.000.000,- (EFRO & Rijkscofinanciering) voor de periode tot maximaal 31 juli 2029. Het maximale subsidiepercentage bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. Openstellingsperiode De subsidie wordt opengesteld van 26 november 2025 12:00 tot en met 1 maart 2026 12:00. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen. Let op: Alleen complete aanvragen waarbij alle verplichte documenten zijn aangeleverd worden beoordeeld. Lever daarom alle gevraagde en verplichte documenten op de juiste manier aan. De subsidieaanvraag dient u in via het EFRO-webportaal (klik hier). De verplichte documenten voor deze openstelling zijn: Projectplan; Begroting; Bewijs rechtsgeldig getekend penvoerder (getekend door een tekenbevoegd persoon (of personen bij gezamenlijke bevoegdheid)); o Bewijsvoering waaruit te herleiden is wie tekenbevoegd is. Bewijs rechtsgeldig getekend projectpartner (indien van toepassing, voor alle projectpartners, getekend door een tekenbevoegd persoon (of personen bij gezamenlijke bevoegdheid)); o Bewijsvoering waaruit te herleiden is wie tekenbevoegd is. U kunt ons helpen in het tijdig kunnen behandelen van uw aanvraag wanneer u ook de volgende stukken bij ons aanlevert: • De juridische organisatiestructuur van de deelnemende partijen; • De jaarrekeningen waarop de verklaringen financiële moeilijkheden gebaseerd zijn; • MKB-verklaring voor alle projectpartners die hebben aangegeven tot het MKB te behoren; • Verklaring (niet) in financiële moeilijkheden van alle deelnemende partijen; • Machtigingsformulier intermediair (als daar gebruik van wordt gemaakt) • Een toelichting op de aard van de activiteiten. Licht per werkpakket toe of er sprake is van economische of niet-economische activiteiten en/of in welke mate ondernemers economische steun ontvangen, etc. Maak hier bij voorkeur een koppeling met de staatssteunkaders en geef aan of de steun terecht komt bij projectpartners of bij deelnemers. Beoordeling Alle aanvragen waarbij alle verplichte documenten zijn aangeleverd worden parellel beoordeeld op ontvankelijkheid (onderdeel van de subsidie-technische toets) door het SNN en inhoudelijk beoordeeld door de Deskundigencommissie. De Deskundigencommissie bestaat uit onafhankelijke deskundigen. Zij adviseren het SNN over de toekenning van de subsidie. Dit doen zij op basis van de landelijk afgesproken selectiecriteria uit het beoordelingskader. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Dit betekent dat de projecten die als eerste compleet zijn ingediend als eerste in aanmerking komen voor subsidie. Er geldt een ondergrens van 70 punten. Projecten die minder dan 70 punten scoren, komen niet in aanmerking voor subsidie. Deze projecten dragen onvoldoende bij aan de doelstellingen van het subsidieprogramma. Daarnaast geldt dat voor elk criterium minimaal de helft van het maximaal aantal te behalen punten dient te worden gescoord. In de subsidie-technische toets wordt een aanvraag getoetst op beleidscriteria, harde afwijzingsgronden en maximale staatssteun. Wij kunnen u tijdens de subsidie-technische toets vragen om aanvullende informatie aan te leveren. Dit doen wij wanneer de verstrekte informatie nog onvoldoende is om te komen tot een beschikking. Wijze van projectselectie Aanvragen worden beoordeeld conform de beoordelingsmethodiek en beoordelingscriteria die gelden voor het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland. Aan projecten worden per criterium punten toebedeeld, waarbij per criterium vijf verschillende gradaties mogelijk zijn. Het maximumaantal punten verschilt per criterium. De te behalen punten per criterium en gradatie worden hieronder nader toegelicht. De projecten worden door de Deskundigencommissie op de volgende criteria beoordeeld: 1. De bijdrage van een project aan de doelstellingen van het EFRO-programma 2021-2027 en de openstelling. Bij het beoordelen van dit criterium wordt gevraagd om een kwalitatief oordeel te geven over het projectvoorstel in relatie tot wat met het EFRO-programma, de betreffende specifieke doelstelling en de openstelling wordt beoogd. Hierbij gaat het onder meer om: De mate waarin, aan de hand van een sterke, strategische onderbouwde visie en integrale benadering, door het consortium wordt gewerkt aan verdere stappen en bestendiging van een versterkt, dynamisch, creatief, open en op samenwerking gericht innovatie-ecosysteem voor innovatieve start-ups en scale-ups in Noord-Nederland. En daarmee de aanwas en pool innovatieve start-ups en scale-ups in Noord-Nederland verder te vergroten; De mate waarin verbinding tussen relevante ondersteuningsprogramma’s en -partijen voor innovatieve start-ups en scale-ups in Noord-Nederland verder wordt verbeterd. Hiermee wordt fragmentatie binnen het start-up en scale-up-ecosysteem voorkomen en wordt de samenhang – zowel op inhoud als op verbinding - verbeterd; De mate waarin relevante ondersteuningsprogramma’s en -partijen voor innovatieve start-ups en scale-ups denken én werken voor Noord-Nederland. Het tegengaan van overlap, onwenselijke regionale verschillen én het invullen van ontbrekende schakels in het systeem zijn daarbij belangrijke elementen; De mate waarin gunstige omstandigheden worden gecreëerd om kansen te gaan benutten binnen de vier RIS3-transities; De bijdrage aan de doelstellingen ten opzichte van de gevraagde bijdrage (‘value for money’). 2. De bijdrage van een project aan maatschappelijke impact en duurzame ontwikkeling. Bij dit criterium gaat het om de vraag in hoeverre het project erin slaagt economische en maatschappelijke doelstellingen met elkaar te verbinden en synergie weet te bewerkstelligen; dus in hoeverre een project inspeelt op maatschappelijke uitdagingen – de RIS3-transities –, daar economisch voordeel uit weet te creëren en tevens maatschappelijke impact genereert. In de beoordeling wordt meegenomen: De impact van een project hier en elders; De impact van een project nu en in de toekomst; De mate van kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de impact en de haalbaarheid hiervan. In bredere zin wordt bij dit criterium beoordeeld in hoeverre een project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en niet leidt tot onnodig negatieve effecten in termen van duurzame ontwikkeling (het ‘do no significant harm’-principe). Hierbij gaat het om: Ecologische duurzaamheid (‘planet’), hierbij valt te denken aan efficiënt gebruik van hulpbronnen, verhogen van de biodiversiteit, klimaatadaptie en mitigatie; duurzaam watergebruik en beheer; tegengaan van vervuiling van het milieu; verbetering van de luchtkwaliteit; en herstelvermogen voor rampen, risicopreventie en beheer; Sociale duurzaamheid (‘people’), hierbij valt te denken aan bevordering van gelijkheid van mannen en vrouwen en non-discriminatie, (sociale) participatie, verrijking cultuur, veiligheid, gezondheid en onderwijs; Economische duurzaamheid (‘profit’), hierbij valt te denken aan bevordering van kennis, kapitaalgoederen, vestigingsvoorwaarden, circulariteit van de economie en verbetering van de economische structuur. Dit dient in overeenstemming te zijn met de definitie in het Brundtland Rapport2: Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen. Alsmede dat het project positief bijdraagt aan de beginselen gendergelijkheid en non-discriminatie in brede zin.    3. Het financieel en economisch toekomstperspectief van een project. Bij dit criterium wordt een project beoordeeld op het perspectief en de potentiële economische en maatschappelijke impact op de langere termijn, dat wil zeggen, na afloop van de subsidieperiode. Het kan gaan om directe impact van een project of om het potentieel van een project om vervolginitiatieven te genereren, veranderingen teweeg te brengen en/ of andere partijen te enthousiasmeren en inspireren. Hierbij gaat het onder meer om: De mate waarin het consortium innovatieve start-ups en scale-ups ondersteunt op basis van hun actuele behoeften en hen vervolgens verbindt met de volgende stap in de keten. Belangrijk hierbij is een samenhangend en continu ondersteuningsaanbod dat aansluit bij de verschillende doelgroepen en hun specifieke behoeften; De mate waarin, door inzet van het consortium en de ondersteuningsprogramma’s, er sprake is van blijvende economische en maatschappelijke impact en business gerichtheid. Onderbouwing op basis van resultaten en evaluaties uit het verleden alsmede keuzes voor de toekomst spelen hierbij een belangrijke rol. Bijvoorbeeld in de vorm van aanpassingen en/of op- of afschaling van activiteiten van lopende ondersteuningsprogramma’s; De mate waarin er (inter)nationale verbindingen worden gelegd met netwerken en stakeholders op het terrein van innovatieve start-ups en scale-ups; De mate van (financieel) commitment binnen de projectperiode én daarna van het consortium en de regio voor dit project én de verwezenlijking van de lange termijnvisie. 4. De innovativiteit van een project. Bij dit criterium wordt een project beoordeeld op het vernieuwende karakter. Het gaat om vernieuwing in brede zin, binnen een project zelf en/of vernieuwing die een project teweegbrengt. Hierbij gaat het onder meer om: De mate waarin gunstige omstandigheden worden gecreëerd die samenwerking bevorderden tussen ondernemingen (onderling) en kennisinstellingen, zodat de afstand tussen kennisinstellingen en innovatieve start-ups en scale-ups wordt verkleind én actief koppeling plaatsvindt van aanwezige kennis en kunde in de regio; De mate waarin, met behulp van een geïntegreerde aanpak, de kwaliteit en innovativiteit van ondersteuningsprogramma én van de innovatieve oplossingen van innovatieve start-ups en scale-ups verder wordt verhoogd en geborgd. Ook hier speelt onderbouwing op basis van resultaten en evaluaties uit het verleden alsmede keuzes voor de toekomst een belangrijke rol. Bijvoorbeeld in de vorm van aanpassingen en/of op- of afschaling van activiteiten van lopende ondersteuningsprogramma’s; De mate waarin sprake is van bestendiging van een experimentele aanpak waardoor het consortium effectief kan samenwerken. Bijvoorbeeld door het spreken van één taal. En/of waardoor andere partijen (‘unusual suspects’ of verrassende combinaties van partijen) bij het project zijn betrokken.   5. De kwaliteit van een aanvraag. Bij dit criterium wordt beoordeeld op de kwaliteit van de aanvrager(s) en de kwaliteit van het projectplan. Bij de kwaliteit van de aanvrager gaat het onder meer om: Is het een aanvrager of een consortium toevertrouwd de geschetste projectdoelstellingen daadwerkelijk te realiseren en de risico’s, die met projectuitvoering gepaard gaan, weet te beheersen? Zijn de relevante (keten)partijen voor dit gezamenlijke initiatief, gericht op Noord-Nederland, betrokken? En vervult iedere partij een logische rol in het geheel? Bij de kwaliteit van het projectplan gaat het onder meer om: Is er sprake van en logisch geheel van activiteiten in relatie tot de beoogde resultaten? Bestaat er een logisch onderling verband tussen de activiteiten die zijn voorzien en het doel dat wordt beoogd? Is er sprake van gedegen, evidence-based monitoring op Noord-Nederlandse schaal? Impact en output van ondersteuningsprogramma’s -en organisaties voor innovatieve start-ups en scale-ups aan de hand van gedegen kwalitatieve en kwantitatieve evaluaties. Waarmee opgedane kennis en leereffecten openlijk worden gedeeld? Verdere bijsturing van een effectief en efficiënt noordelijk innovatie-systeem voor innovatieve start-ups en scale-ups mogelijk is? Waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke structurele verandering op ecosysteemniveau teweeg zijn gebracht. En waarmee zicht blijft op vervolgstappen van innovatieve start-ups en scale-ups. Puntenscore per beoordelingscriteria: Onderdeel 1 Onderdeel 2 Onderdeel 3 Onderdeel 4 Onderdeel 5 20 punten 20 punten 20 punten 20 punten 20 punten 15 punten 15 punten 15 punten 15 punten 15 punten 10 punten 10 punten 10 punten 10 punten 10 punten 5 punten 5 punten 5 punten 5 punten 5 punten 0 punten 0 punten 0 punten 0 punten 0 punten Besluitvorming en beschikking Vervolgens wordt de subsidieaanvraag met een zwaarwegend advies van de Deskundigencommissie ter besluitvorming voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur van het SNN (DB SNN). Na het besluit van het DB SNN volgt de subsidiebeschikking. De beslisperiode voor het geven van een beschikking is 26 weken. Deze tijd loopt vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend. De beslisperiode wordt opgeschort als aanvullende informatie wordt gevraagd. Nadere bepalingen Subsidie Subsidies die vanuit deze openstelling worden verstrekt worden gefinancierd vanuit het EFRO-programma, aangevuld met Rijkscofinanciering. Dit fonds wordt in Noord-Nederland ingezet via het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland. Als juridische grondslag op deze uitvoeringsregeling geldt de Regeling Europese EZ-subsidies (REES), de Uitvoeringswet EFRO, de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies, de GB-verordening en de Algemene wet bestuursrecht. Subsidie wordt alleen verstrekt wanneer: Er geen sprake is van staatssteun (waaronder de de-minimis-verordening); Of wanneer de steun op grond van artikel 107, lid 3 VWEU als verenigbaar met de interne markt wordt beschouwd; Of wanneer het project valt binnen de categorieën steun zoals bedoeld en gedefinieerd in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Kosten komen voor subsidie in aanmerking (subsidiabele kosten) als: Er een direct en logisch verband is tussen de activiteiten waarop de kosten betrekking hebben en de resultaten die met het project en het EFRO-programma worden beoogd; De kosten voldoen aan de beginselen van proportionaliteit. De kosten mogen niet onevenredig hoog zijn in verhouding tot de activiteiten en het doel waarop deze kosten betrekking hebben; Projectkosten zijn subsidiabel wanneer de verplichtingen die leiden tot werkzaamheden zijn aangegaan na de datum waarop het SNN de subsidieaanvraag heeft ontvangen. Ook moeten de werkzaamheden die tot de kosten leiden, zijn verricht op uiterlijk de einddatum van het project. Daarbij moeten de projectkosten betaald zijn binnen 13 weken na de einddatum van de projectperiode. Dit met uitzondering van eventuele accountantswerkzaamheden die verricht worden voor het verzoek tot definitieve vaststelling; Uit de GB-verordening, de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies, de REES volgt welke soorten kosten op welke wijze subsidiabel zijn; In het EFRO-Handboek worden deze regels nader toegelicht; In aanvulling hierop geldt dat de subsidiabele kostensoorten kunnen worden beperkt wanneer staatssteunregels daartoe verplichten. Penvoerderschap De penvoerder is voor het SNN het aanspreekpunt voor het project én de partij aan wie het SNN de subsidie uitkeert. De penvoerder is verantwoordelijk voor indienen van de aanvraag en het doorbetalen van de subsidie aan andere deelnemers. Afspraken hierover moeten in de samenwerkingsovereenkomst worden vastgelegd.   Begunstigden Deze subsidie is in de basis bedoeld voor samenwerkende partijen ter bevordering van de start-up en scale-up dienstverlening in Noord-Nederland. Samenwerkingsovereenkomst Bij een samenwerkingsverband wordt de subsidie aangevraagd door een deelnemer aan het samenwerkingsverband, waarbij het project de instemming draagt van alle deelnemers van het samenwerkingsverband. De samenwerking moet worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die door alle deelnemers wordt ondertekend.    Afwijzen van een aanvraag Een subsidieaanvraag wordt zonder meer afgewezen als het DB SNN door toewijzing niet zou voldoen aan verplichtingen gesteld in de GB-verordening, of andere geldende wet- en regelgeving. Dit houdt onder andere in dat een aanvraag in ieder geval wordt afgewezen als:   Er onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;   Door de aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel of op andere wijze obstakelvrij is;   Niet aannemelijk is dat het project kan worden afgerond binnen de periode die ligt tussen de indieningsdatum van de aanvraag en drie jaar na afgifte van de verleningsbeschikking;   De werkzaamheden in het subsidieproject zijn gestart vóór de ontvangst van de aanvraag;   De aanvraag niet voldoet aan de waarborging van gelijke kansen en voorkoming van discriminatie en/of het project geen negatieve effecten op het milieu kent;   De aanvrager in financiële moeilijkheden verkeert;  Er niet voor elk criterium minimaal de helft van het maximaal aantal te behalen punten wordt gescoord; Het project minder dan 70 punten heeft gescoord.   Projectperiode en kosten Subsidie wordt verstrekt voor de periode die nodig is voor de uitvoering van het project. De maximale projectperiode is tot uiterlijk 31 juli 2029. De kosten komen voor subsidie in aanmerking vanaf het moment dat de subsidieaanvraag is ingediend. Gaat het project later van start? Dan geldt dat de kosten voor subsidie in aanmerking komen vanaf de startdatum.   Doorgeven van wijzigingen Wijzigt er iets in het project? Dan moet u deze wijziging zo snel mogelijk melden bij het SNN. Rapportage en bevoorschotting De subsidieaanvrager moet minimaal een keer per jaar een voortgangsrapportage indienen. In deze voortgangsrapportage staat de financiële en inhoudelijke voortgang van het project over de voorafgaande periode. Voor deze rapportage moet het door het SNN verstrekte format gebruikt worden. Als er niet degelijk wordt gerapporteerd kan de subsidie worden ingetrokken of verlaagd.   Wanneer gestart is met de uitvoering van het project kan een voorschot van 20% van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt. Dit voorschot wordt niet verstrekt als het SNN een obstakel in de uitvoering van het project constateert.   Na het afronden van een voortgangsrapportage zal een extra voorschot worden uitbetaald. De hoogte van dat voorschot wordt bepaald op basis van de gemaakte en betaalde kosten. In totaal kan er voor maximaal 95% aan voorschotten worden uitbetaald. Het resterende subsidiebedrag wordt bij de projectvaststelling uitbetaald.   Vaststelling van de subsidie Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project moet een vaststellingsverzoek worden ingediend. Hiervoor moet het format van het SNN gebruikt worden. Een lijst van aan te leveren documenten bij de vaststelling wordt in de verleningsbeschikking opgenomen. Een rapport van bevindingen door een accountant kan hier onderdeel van zijn.   De subsidie wordt lager vastgesteld als de gerealiseerde kosten lager zijn dan begroot. Ook kan de subsidie lager worden vastgesteld wanneer niet aan de verplichtingen in de verleningsbeschikking is voldaan. Voor de berekening van de uiteindelijke subsidie wordt uitgegaan van het subsidiepercentage bij verlening.  Het SNN kan de uitbetaling van de subsidie opschorten als de financiering vanuit de Europese Commissie niet beschikbaar is. Wet-, regelgeving en algemene informatie GB-verordening nr. 2021/1060 (Klik hier).  Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (Klik hier).   Uitvoeringswet EFRO (Klik hier).  Algemene groepsvrijstellingsverordening nr. 651/2014 (Klik hier).   De-minimis steun Nr. 1407/2013 (Klik hier).   RIS3 (Klik hier).   Publiekssamenvatting EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland (Klik hier). Algemene wet bestuursrecht (Klik hier).   Dit bedoelen wij met de begrippen die wij gebruiken: GB-verordening: Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021. Deze bevat de gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006;   Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld;   Minister van EZK: Minister van Economische Zaken en Klimaat;   REES: Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat 8 oktober 2021, nr. WJZ/20222966. Hierin staat de wijziging van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 in verband met specifieke regels voor de subsidiabiliteit van uitgaven. Ook bevat de regeling andere wijzigingen in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Europese territoriale samenwerking en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur.   Programma EFRO 2021-2027: het programma als bedoeld in artikel 22 van de Verordening (EU) nr. 2021/1060. Dit programma is goedgekeurd door de Europese Commissie en geldt voor het landsdeel Noord-Nederland. RIS3 2021-2027: Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie en vier transities voor Noord-Nederland voor de periode 2021- 2027 worden toegelicht;   SNN: het Samenwerkingsverband Noord-Nederland;   Noord-Nederland: de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. Besluit tot vaststelling van de uitvoeringsregeling Deze uitvoeringsregeling is door het DB SNN vastgesteld. Dit heeft zij gedaan in haar hoedanigheid van beheerautoriteit Noord-Nederland. De uitvoeringsregeling wordt gepubliceerd en treedt in werking op 26 november 2025 en werkt terug tot deze datum voor zover bekendmaking plaatsvindt na 26 november 2025. De uitvoeringsregeling wordt aangehaald als: Innovatief ondernemerschap in Noord-Nederland 2021-2027 – verdere versterking dynamiek start-ups en scale-ups.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Openstelling Programma Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 Noord-Nederland:   Innovatief ondernemerschap in Noord-Nederland 2021-2027 – verdere versterking dynamiek start-ups en scale-ups"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving ontwerp Omgevingsverordening provincie Groningen - wijziging 4

Omgeving

Omgeving

Besluit erkenning bootliedenorganisatie

Mededelingen

Mededelingen

Openstelling Programma Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 Noord-Nederland:   Innovatief ondernemerschap in Noord-Nederland 2021-2027 – verdere versterking dynamiek start-ups en scale-ups

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor het uitdelen van voederbieten op 31 oktober 2026 en 7 november 2026 met een route door de binnenstad aan Hereweg, Zuiderdiep, Oosterstraat, Grote Markt en Vismarkt te Groningen

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor Sunnemeerten 2026 op 7 november 2026 met een route door de binnenstad aan Damsterplein, Steentilstraat, Zuiderdiep, Pelsterstraat, Nieuwstad, Folkingestraat, Vismarkt en Grote Markt te Groningen

Omgeving

Omgeving

Ontwerpbesluit voor het gebruik van een alcoholvergunning aan Stichting Tumult aan Sint Jansstraat 3 te Groningen

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving aanvraag omgevingsvergunning reguliere procedure, het vervangen gemetselde muur en houten latei, Oude Ebbingestraat 81 b, 9712 HG Groningen

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving aanvraag omgevingsvergunning reguliere procedure, het schilderen van de kozijnen/balken en het vervangen van de airco (Rijksmonument) , Zwanestraat 12, 9712 CM Groningen

APV

APV

Rectificatie: Verordening op de heffing en invordering van leges 2026

APV

APV

Besluit van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent waterschap Noorderzijlvest Reglement voor het waterschap Noorderzijlvest 2008

APV

APV

Besluit van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels voor het waterschap Hunze en Aa's Reglement voor het waterschap Hunze en Aa’s 2008

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking voorgenomen verkoop grond nabij Populierenlaan 1-1 te Groningen