Participatieverordening Zoeterwoude 2026
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-07-20
Gepubliceerd door
Gemeente Zoeterwoude
Informatie
Participatieverordening Zoeterwoude 2026 De gemeenteraad van de gemeente Zoeterwoude; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 mei 2026; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit; besluit vast te stellen de volgende verordening: Participatieverordening Zoeterwoude 2026 Hoofdstuk 1: algemene bepalingen Artikel 1: definities Deze verordening verstaat onder: -beleid: gedragslijn, project, programma of plan van een bestuursorgaan om een bepaald doel te realiseren; -bestuursorgaan: bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester van de gemeente Zoeterwoude; -college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoeterwoude; -indiener: inwoner, maatschappelijke organisatie of ondernemer die een verzoek voor de toepassing van overheidsparticipatie of het uitdaagrecht indient bij een bestuursorgaan; -inspraak: mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; -inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; -inwonersparticipatie: het als bestuursorgaan betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid op initiatief van het bestuursorgaan; -maatschappelijke organisaties: verenigingen, stichtingen en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente; -ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente gevestigd zijn of in hoofdzaak hun activiteiten verrichten; -overheidsparticipatie: het als bestuursorgaan ondersteunen van of deelnemen aan een plan van inwoners, maatschappelijke organisaties of ondernemers, op initiatief van die inwoner, maatschappelijke organisatie of ondernemer; -participatie: inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en uitdaagrecht; -uitdaagrecht: recht van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijk taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Hoofdstuk 2: kaders en uitgangspunten Artikel 2: doelstelling Het doel van deze verordening is: 1.heldere kaders stellen voor zorgvuldige, toegankelijke en eenduidige processen van participatie waarmee belangen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en de afwegingen die het bestuursorgaan moet maken in beeld komen en de verwachtingen en uitkomsten duidelijk zijn voor degenen die aan deze processen deelnemen; 2.regelen op welke manier een bestuursorgaan inwoners en andere belanghebbenden betrekt bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, van voorbereiding tot en met uitvoering en evaluatie; 3.regelen op welke manier een bestuursorgaan reageert op verzoeken om overheidsparticipatie van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en hoe zij deze plannen ondersteunt of eraan deelneemt; en 4.duidelijkheid bieden over de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is. Artikel 3: reikwijdte 1.Elk bestuursorgaan bepaalt ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden en taken of participatie plaatsvindt.2.Er vindt geen participatie plaats als: a.het gaat om een ondergeschikte of juridisch-technische herziening van eerder vastgesteld beleid; b.participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c.het gaat om interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; d.het gaat om de openbare orde en handhaving daarvan; e.het gaat om de begroting, tarieven voor gemeentelijke dienstverlening of gemeentelijke belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet. 3.Er vindt onder meer geen participatie plaats als naar oordeel van het bestuursorgaan: a.het beleid dermate spoedeisend is dat participatie redelijkerwijs niet kan worden afgewacht; b.het belang van participatie niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving; of c.het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van hogere regelgeving; 4.Als het bestuursorgaan geen participatie toepast, wordt dit bij de besluitvorming nadrukkelijk gemotiveerd onder verwijzing naar deze verordening. Artikel 4: zorgplicht bestuursorgaan Tijdens participatie draagt het verantwoordelijk bestuursorgaan zorg voor: 1.een open en transparant proces waarin de gemeente inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrekt en binnen een vooraf gestelde termijn reactie geeft op vragen of opmerkingen; 2.begrijpelijke, toegankelijke en betrouwbare communicatie; 3.een toelichting in begrijpelijke taal op het beleid en de wijze waarop degenen die aan participatie deelnemen daarbij betrokken worden; 4.inzicht in de voor het proces van participatie relevante documenten, met uitzondering van de documenten waarop een weigeringsgrond op grond van de Wet open overheid van toepassing is; 5.inzicht in de voortgang van het proces van participatie; 6.open en transparante verslaglegging over wat er met de inbreng en inzichten van degenen die aan participatie deelnemen is gebeurd en tot welk besluit dit heeft geleid; en 7.duidelijkheid over de rol en betrokkenheid van de gemeenteraad en het college in de voorbereiding op en uitvoering van het participatieproces. Artikel 5: participatie en de Omgevingswet 1.Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.2.Participatie over omgevingsvergunningen, waarbij de initiatiefnemer aan zet is voor het organiseren van participatie, vindt plaats volgens hetgeen bepaald is in de Omgevingswet en eventuele besluiten van de gemeenteraad over verplichte participatie, zoals bedoeld in artikel 16.55, zevende lid, van de Omgevingswet.3.Het college stelt een handreiking voor het organiseren van participatie beschikbaar aan initiatiefnemers die een omgevingsvergunning aanvragen. Hoofdstuk 3: inwonersparticipatie Artikel 6: proces van inwonersparticipatie 1.Als het bestuursorgaan in het kader van inwonersparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.2.Wanneer het bestuursorgaan inwonersparticipatie toepast, stelt het bestuursorgaan een plan voor de participatie vast. 3.Het plan voor de inwonersparticipatie bevat in ieder geval: a.het beoogde eindresultaat; b.inhoudelijke, financiële en procedurele kaders; c.de vraagstukken die aan degenen die deelnemen worden voorgelegd; d.een analyse van het krachtenveld, die inzicht geeft in de taken en rollen van betrokkenen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties; e.de doelgroepen van de inwonersparticipatie; f.de wijze waarop de inwonersparticipatie wordt vormgegeven; g.de wijze van communiceren; h.het voorziene tijdspad; en i.de wijze waarop uitkomsten worden betrokken bij de besluitvorming door het bestuursorgaan. 4.Het bestuursorgaan kiest bij de wijze waarop de uitkomsten van de inwonersparticipatie worden betrokken bij de besluitvorming uit de volgende mogelijkheden: a.informeren: het bestuursorgaan informeert inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, maar haalt geen inbreng op; b.raadplegen: het bestuursorgaan vraagt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om hun mening; c.adviseren: het bestuursorgaan vraagt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om advies en betrekt deze adviezen bij de besluitvorming; d.coproduceren: het bestuursorgaan voert zijn taak samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties uit; e.meebeslissen: de meerderheidsvoorkeur van de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bepaalt welk besluit het bestuursorgaan neemt; of f.een combinatie van deze mogelijkheden. 5.Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan voor de inwonersparticipatie op en informeert het de gemeenteraad over de inhoud, tenzij de gemeenteraad aangeeft zelf het plan te willen bespreken. 6.Het bestuursorgaan kan van de in het vierde lid bedoelde wijze van betrekken van de uitkomsten van de inwonersparticipatie afwijken, onder andere als dit sterk uiteenlopende visies opleverde, alle mogelijke betrokken belangen naar oordeel van het bestuursorgaan onvoldoende zijn meegewogen of de inwonersparticipatie leidde tot nieuwe ideeën en inzichten die op gespannen voet staan met de vooraf gestelde kaders.7.Als het naar oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is om gedurende de inwonersparticipatie het plan daarvoor aan te passen, stelt het bestuursorgaan een vernieuwd plan vast en communiceert hierover aan ten minste degenen die aan de participatie deelnemen met een beargumenteerde onderbouwing voor de wijziging. Artikel 7: ondersteuning bij inwonersparticipatie 1.Het college faciliteert, waar nodig, de deelname van inwoners met een ondersteuningsbehoefte aan inwonersparticipatie.2.Het college weegt af welke ondersteuning redelijkerwijs kan worden geboden. 3.Het college zorgt dat op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel 8: uitkomsten inwonersparticipatie 1.Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, stelt het bestuursorgaan binnen een vooraf gestelde termijn een terugkoppeling hiervan op en deelt dit ten minste met degenen die hebben deelgenomen.2.Deze terugkoppeling bevat in elk geval: a.een beschrijving van het proces dat is gevolgd, op basis van het plan dat voor de inwonersparticipatie is opgesteld; b.de uitkomsten van het proces; c.een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven of en zo ja hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en d.een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3.Als het bestuursorgaan afwijkt van de in artikel 6, vierde lid, bedoelde wijze van betrekken van de uitkomsten van de inwonersparticipatie, dan motiveert en communiceert het bestuursorgaan dit expliciet aan tenminste degenen die hebben deelgenomen en aan de gemeenteraad. Hoofdstuk 4: overheidsparticipatie Artikel 9: verzoek om overheidsparticipatie 1.Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen wanneer zij een plan hebben en willen dat de gemeente dit plan ondersteunt of hieraan meedoet.2.Het verzoek bevat in elk geval: a.een omschrijving van het onderwerp van de overheidsparticipatie; b.het resultaat dat de indiener beoogt; c.een toelichting op de maatschappelijke waarde van het plan van de indiener; d.wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is; e.de contactgegevens en rechtsvorm van de indiener; f.welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn; g.een beschrijving van het draagvlak voor het plan onder belanghebbenden; en h.de gewenste ondersteuning door het bestuursorgaan. 3.De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier.4.Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 10: ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie 1.Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend.2.Het college weegt af welke ondersteuning redelijkerwijs kan worden geboden. 3.Het college zorgt dat op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel 11: beoordeling verzoek overheidsparticipatie 1.Als het college niet bevoegd is om op een ingediend verzoek te reageren, zendt het college het verzoek door aan het bevoegde bestuursorgaan en informeert de indiener hierover. 2.Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie voor.3.In aanvulling op artikel 3, tweede en derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a.het verzoek ziet op een onderwerp of taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet; b.het verzoek in strijd is met door een bestuursorgaan vastgesteld beleid; of c.het verzoek niet voldoet aan de in artikel 9, tweede lid gestelde eisen. 4.Het bestuursorgaan reageert binnen 30 werkdagen op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn gemotiveerd eenmalig met 30 werkdagen verlengen en informeert de indiener wanneer dit het geval is.5.Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen 10 werkdagen openbaar, na het mededelen van de reactie aan de indiener. Artikel 12: uitvoering overheidsparticipatie Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener in ieder geval afspraken over: a.het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie; b.het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie; c.het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de overheidsparticipatie; d.de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en e.de evaluatie van de overheidsparticipatie. Hoofdstuk 5: uitdaagrecht Artikel 13: verzoek om toepassing uitdaagrecht 1.Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen wanneer zij van mening zijn dat zij een taak beter of goedkoper kunnen uitvoeren dan het bestuursorgaan.2.Het verzoek bevat in elk geval: a.een omschrijving van de gemeentelijke taak die de indiener wil overnemen; b.het resultaat dat de indiener beoogt; c.een toelichting op de maatschappelijke waarde van het plan; d.wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener ten aanzien van de taak is; e.de contactgegevens en rechtsvorm van de indiener; f.een omschrijving van de manier waarop de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak op langere termijn kan waarborgen; g.welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn; h.een beschrijving van het draagvlak voor het verzoek onder belanghebbenden; en i.de gewenste ondersteuning van en samenwerking met het bestuursorgaan. 3.Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 14: ondersteuning indiener verzoek om toepassing uitdaagrecht 1.Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om de toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of heeft ingediend.2.Het college weegt af welke ondersteuning redelijkerwijs kan worden geboden. 3.Het college zorgt dat op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel 15: beoordeling verzoek om toepassing uitdaagrecht 1.Als het college niet bevoegd is om op een ingediend verzoek te reageren, zendt het college het verzoek door aan het bevoegde bestuursorgaan en informeert de indiener hierover. 2.Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie voor.3.In aanvulling op artikel 3, tweede en derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a.het uitvoeren van de taak door een andere partij dan het gemeentebestuur in strijd met de wet is; b.het verzoek in strijd is met door een bestuursorgaan vastgesteld beleid; c.de opdrachtwaarde boven het drempelbedrag voor enkelvoudig onderhandse aanbestedingen als bedoeld in het geldende inkoopbeleid uitkomt; of d.het verzoek niet voldoet aan de in artikel 13, tweede lid, gestelde eisen. 4.Het bestuursorgaan reageert binnen 40 werkdagen op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn gemotiveerd eenmalig met 40 werkdagen verlengen en informeert de indiener wanneer dit het geval is.5.Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen 10 werkdagen openbaar, na het mededelen van de reactie aan de indiener. Deze reactie bevat in ieder geval een inhoudelijke toelichting op de keuze om het uitdaagrecht wel of niet toe te passen. Artikel 16: uitvoering uitdaagrecht Als het bestuursorgaan het verzoek om de toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a.het proces, het resultaat en de looptijd van het uitdaagrecht; b.het budget en de financieringswijze van het uitdaagrecht; c.het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het uitdaagrecht; d.de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het mogelijk tussentijds beëindigen van het uitdaagrecht; en e.de evaluatie van het uitdaagrecht. Hoofdstuk 6: slotbepalingen Artikel 17: evaluatie en monitoring 1.Het college evalueert de uitvoering van deze verordening elke twee jaar en brengt hierover verslag uit aan de gemeenteraad.2.Dit verslag bevat in elk geval: a.een overzicht van het aantal uitgevoerde trajecten van inwonersparticipatie, inclusief informatie over de vormen van participatie die zijn toegepast; b.een overzicht van het aantal ingediende, toegewezen en afgewezen verzoeken om overheidsparticipatie en uitdaagrecht; c.een weergave van de ervaring van deelnemers aan trajecten van inwonersparticipatie en indieners van verzoeken om overheidsparticipatie en uitdaagrecht, op basis van bekende gegevens; d.verantwoording over de budgetten voor het uitvoeren van inwonersparticipatie en het toekennen van overheidsparticipatie en het uitdaagrecht; e.succesfactoren en verbeterpunten naar aanleiding van de uitgevoerde participatieprocessen; en f.voorstellen om deze succesfactoren en verbeterpunten te implementeren. Artikel 18: intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.De Inspraakverordening Zoeterwoude wordt ingetrokken.2.De Inspraakverordening Zoeterwoude blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds participatie op grond van die verordening was gestart. Artikel 19: inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 9 juli 2026.2.Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Zoeterwoude 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 juli 2026, G.J. Buijsde griffier F.Q.A. van Trigtde voorzitter Toelichting Dit is de participatieverordening van de gemeente Zoeterwoude. Vanaf 1 januari 2027 moet elke gemeente, provincie en waterschap een participatieverordening te hebben. Dit staat in de Wet versterking participatie op decentraal niveau, die sinds 2025 geldt. In de participatieverordening staat hoe de gemeente inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrekt bij het maken, uitvoeren en evalueren van beleid. Dit noemen we inwonersparticipatie. De participatieverordening gaat ook over hoe de gemeente meedoet aan plannen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie en hoe ze deze plannen ondersteunt. Dit noemen we overheidsparticipatie. Een bijzondere vorm van overheidsparticipatie is het uitdaagrecht. Dat betekent dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties een taak van de gemeente kunnen overnemen als zij dit beter of goedkoper kunnen doen. Deze verordening is bedoeld voor iedereen die in Zoeterwoude te maken krijgt met een vorm van participatie. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties weten met deze verordening wat zij van de gemeente mogen verwachten. Het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en medewerkers van de gemeente gebruiken deze verordening om participatie zorgvuldig te organiseren. De participatieverordening sluit aan bij de visie op communicatie, participatie en dienstverlening die de gemeenteraad op 26 februari 2026 vaststelde. Hoofdstuk 1: algemene bepalingen Dit hoofdstuk omvat de definities van belangrijke begrippen. Per begrip staat uitgelegd wat we in deze verordening daaronder verstaan. Artikel 1: definities Hieronder staat een aantal definities verder toegelicht. Beleid Het begrip gaat over het beleid van een bestuursorgaan in brede zin. Hieronder vallen ook projecten, programma’s en plannen. Bij beleid gaat het niet om het nemen van concrete besluiten of maatregelen (zoals de beslissing of iemand een vergunning krijgt), maar om het beleid waarop deze besluiten of maatregelen worden gebaseerd. Bestuursorgaan In de verordening gebruiken we op veel plekken het begrip ‘bestuursorgaan’. Daarmee bedoelen we ‘wie er in de gemeente Zoeterwoude ergens over mag beslissen’. Dat kan de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester zijn. Inwonersparticipatie Bij inwonersparticipatie neemt de gemeente het initiatief om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om hun mening te vragen of mee te laten doen bij het maken van plannen. Maatschappelijke organisaties Onder maatschappelijke organisaties vallen organisaties die als doel hebben om een actieve bijdrage aan de samenleving in de gemeente te leveren, ongeacht de rechtsvorm waarin deze zijn georganiseerd. Er kan bij maatschappelijke organisaties onder meer worden gedacht aan lokale verenigingen of stichtingen, woongroepen, buurtpreventieteams, vrijwilligersorganisaties, buurtcomités en inwonerscollectieven. In deze verordening ligt de nadruk op maatschappelijke organisaties met een lokale binding. Het gaat om organisaties die een actieve bijdrage leveren aan onze lokale samenleving. Deze definitie sluit aan bij de Gemeentewet, artikel 150, lid 3. Daarin staat dat maatschappelijke organisaties ook gebruik mogen maken van het uitdaagrecht. Overheidsparticipatie Bij overheidsparticipatie nemen inwoners, maatschappelijke organisaties of ondernemers het initiatief om de gemeente bij hun plan te betrekken. Ze kunnen de gemeente bijvoorbeeld vragen om hun plan te ondersteunen of om hieraan mee te doen. Dit begrip is de tegenhanger van het begrip inwonersparticipatie. Participatie Deze verordening gaat over inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en het uitdaagrecht. Al deze vormen samen noemen we ‘participatie’. Daarmee bedoelen we dat het in principe niet uitmaakt wie het initiatief neemt: de gemeente of inwoners. De samenwerking staat voorop. Uitdaagrecht Voor de definitie van uitdaagrecht is aangesloten bij artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Op grond daarvan kunnen inwoners en maatschappelijke organisaties een verzoek doen om taken van de gemeente over te nemen. Hoofdstuk 2: kaders en uitgangspunten Dit hoofdstuk bevat de kaders en uitgangspunten die voor alle vormen van participatie gelden. Daarmee bedoelen we zowel inwonersparticipatie, waaronder ook inspraak, overheidsparticipatie en het uitdaagrecht. Artikel 2: doelstelling In dit artikel staat het doel van deze verordening. Het belangrijkste doel is om houvast te bieden bij de samenwerking tussen de gemeente en inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Een belangrijke voorwaarde voor een goede samenwerking is dat duidelijk is wat partijen over en weer van elkaar mogen verwachten en dat zij bewuste keuzes maken ten aanzien van het doel en de vorm van participatie. De verordening biedt een kader bij het maken van die keuzes. Daarnaast is het doel van de verordening om te regelen hoe de gemeente inwoners betrekt (inwonersparticipatie), hoe de gemeente plannen van inwoners ondersteunt (overheidsparticipatie) en hoe het uitdaagrecht kan worden toegepast. Artikel 3: reikwijdte In dit artikel staat wanneer inwonersparticipatie wel of niet mogelijk is. In het eerste lid staat dat het verantwoordelijk bestuursorgaan van de gemeente zelf besluit wanneer participatie wordt toegepast. Dat geldt voor inwonersparticipatie, overheidsparticipatie en het uitdaagrecht. In sommige gevallen is participatie niet passend. Daarom staat in het tweede en derde lid van dit artikel een aantal uitzonderingen. Het tweede lid gaat over situaties waarin participatie in ieder geval niet passend is. In het derde lid staan situaties waarin het bestuursorgaan per geval kan bepalen of participatie inderdaad niet passend is. In die gevallen maakt het bestuursorgaan een afweging van belangen en bepaalt het welke belangen het zwaarst wegen. Het vierde lid van het artikel geeft aan dat het bestuursorgaan het maken van een uitzondering duidelijk moet motiveren, zodat hier terughoudend mee wordt omgegaan. Artikel 4: zorgplicht bestuursorgaan Als gemeente vinden we het belangrijk dat participatie zorgvuldig en duidelijk gebeurt. Artikel 4 gaat over een aantal dingen waar het bestuursorgaan voor moet zorgen bij participatie. Zo geven we als gemeente duidelijkheid over hoe een proces van participatie werkt, hoe men mee kan doen en hoe de gemeente omgaat met de opbrengsten. Artikel 5: participatie en de Omgevingswet De Omgevingswet gaat over hoe we onze leefomgeving gebruiken en inrichten. Het gaat bijvoorbeeld over waar gebouwd mag worden en hoe we de natuur beschermen. In de Omgevingswet staan ook regels over participatie. In dit artikel staat hoe de participatieverordening aansluit op de regels over participatie in de Omgevingswet. Wanneer het bestuursorgaan zelf participatie organiseert bij onderdelen van de Omgevingswet (zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan of een programma), dan houdt het bestuursorgaan zich zoveel mogelijk aan de uitgangspunten uit deze participatieverordening. Met ‘zoveel mogelijk’ bedoelen we dat de verordening het uitgangspunt is, maar dat de Omgevingswet soms andere of extra stappen verplicht stelt – zoals de mogelijkheid van beroeps- en bezwaarprocedures. In die gevallen is de Omgevingswet leidend. Onder de Omgevingswet is de gemeente niet meer als enige verantwoordelijk voor participatie. Ook initiatiefnemers die een omgevingsvergunning aanvragen, moeten zelf participatie organiseren. Een voorbeeld hiervan is een projectontwikkelaar die nieuwe woningen wil bouwen. De participatieverordening gaat niet over deze vorm van participatie. Dat staat in het tweede lid. De gemeenteraad kan in sommige situaties bepalen dat participatie verplicht is, maar kan niet verplichten dat initiatiefnemers participatie op een bepaalde manier vormgeven. Het college geeft wel een handreiking aan deze initiatiefnemers. Deze handreiking helpt hen bij het organiseren van participatie en legt uit wat de gemeente van hen verwacht. Dat staat in het derde lid. Hoofdstuk 3: inwonersparticipatie Dit hoofdstuk bevat de spelregels die gelden bij inwonerparticipatie. Het regelt de manier waarop de gemeente inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrekt bij het maken, uitvoeren en evalueren van beleid. Artikel 6: proces van inwonersparticipatie Dit artikel legt uit hoe de gemeente een proces van inwonersparticipatie inricht. Het is belangrijk om goed na te denken over de het ontwerp van een proces. Zo wordt het proces duidelijk, toegankelijk en waardevol voor inwoners en andere belanghebbenden. Dit artikel helpt bij het maken van die keuzes. Het eerste lid gaat over inspraak. Dit is een speciale vorm van participatie. De regels hiervoor staan in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In sommige situaties is inspraak verplicht. Een bestuursorgaan kan er ook vrijwillig voor kiezen om inspraak te gebruiken als participatievorm. Let op: dit lid gaat niet over inwoners die in een raadsvergadering iets zeggen. Dat wordt ook 'inspreken’ genoemd, maar dat is iets anders. Het tweede, derde en vierde lid gaan over het plan voor participatie. In dit plan staan alle belangrijke keuzes voor het participatietraject. In het derde lid, onderdelen a tot en met i, staat welke onderwerpen in het participatieplan moeten worden opgenomen. Hoe deze onderdelen precies worden ingevuld, verschilt per traject, en soms zelfs per fase. Het participatieplan brengt de belangrijkste beslissingen en voorwaarden in beeld en zorgt voor duidelijkheid. Het bestuursorgaan kiest in het participatieplan ook hoe de resultaten van het traject worden gebruikt in de uiteindelijke besluitvorming. De keuzes die hiervoor mogelijk zijn, staan in lid vier. Lid zes beschrijft wanneer hiervan mag worden afgeweken. Tijdens een traject kan het nodig zijn om de aanpak bij te stellen. Lid zeven geeft het bestuursorgaan die mogelijkheid. Het bestuursorgaan moet zo'n wijziging wel duidelijk uitleggen aan alle betrokkenen bij het traject. Artikel 7: ondersteuning bij inwonersparticipatie Als gemeente vinden we het belangrijk dat iedereen kan meedoen met participatie. Soms is daar extra ondersteuning voor nodig, bijvoorbeeld als het gaat om (de toegankelijkheid van) de ruimte waarin een bijeenkomst wordt georganiseerd of om de manier waarop we informatie delen. In dit artikel staat dat het college zorgdraagt voor deze ondersteuning, voor zover dat mogelijk is. Niet alles kan immers altijd. Artikel 8: uitkomsten inwonersparticipatie Inwoners en andere belanghebbenden die meedoen aan een participatietraject steken daar tijd en energie in. Daarom is het belangrijk om duidelijk terug te koppelen wat er met hun inbreng gebeurt. Dit artikel legt uit hoe dat gebeurt. In het eerste lid staat dat alle deelnemers aan het participatietraject altijd horen wat er met hun inbreng is gedaan, binnen een vooraf bepaalde termijn. Hierbij heeft een individuele reactie de voorkeur, tenzij het passender is om op alle inbreng tegelijkertijd te reageren. Het tweede lid geeft aan wat er minimaal naar de betrokken deelnemers moet worden teruggekoppeld, namelijk: hoe het proces is verlopen, wat er is opgehaald, wat de gemeente met de inbreng heeft gedaan en hoe men terugkijkt op het proces. Het derde lid legt uit dat het bestuursorgaan de deelnemers (en de gemeenteraad) op de hoogte brengt als het uiteindelijk op een andere manier met de inbreng omgaat dan eerder was aangegeven. De deelnemers horen dan hoe er wel met hun inbreng wordt omgegaan en waarom er een andere keuze is gemaakt. Hoofdstuk 4: overheidsparticipatie Dit hoofdstuk bevat de spelregels voor overheidsparticipatie. Het regelt hoe de gemeente meedoet aan plannen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie en hoe ze deze plannen ondersteunt. Artikel 9: verzoek om overheidsparticipatie Dit artikel legt uit hoe het proces van overheidsparticipatie begint. In het eerste lid staat dat inwoners, maatschappelijke organisaties of ondernemers die een plan hebben een verzoek om overheidsparticipatie kunnen indienen. Zij sturen hun verzoek altijd aan het college, ongeacht welk bestuursorgaan bevoegd is. Dit zorgt ervoor dat het indienen van een verzoek makkelijk is en dat verzoeken op een centrale plek ontvangen worden. In het tweede lid staat welke informatie minimaal moet worden meegestuurd met het verzoek. Hierdoor wordt duidelijk: •wat iemand met het plan wil bereiken; •waarom het plan een goed idee is, •wie er betrokken zijn; •welke rol van de gemeente wordt gevraagd; en •hoeveel het plan kost. Hoe deze onderdelen worden ingevuld, kan per idee verschillen. Als het nodig is, kan het college om meer informatie vragen. Artikel 10: ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie Zie de toelichting bij artikel 7. Artikel 11: beoordeling verzoek overheidsparticipatie Het college ontvangt alle verzoeken om overheidsparticipatie. Daarna stuurt het college het verzoek door naar het bestuursorgaan dat hierover mag beslissen. Het bestuursorgaan beslist zelf of het verzoek wordt toegekend. In een aantal situaties is overheidsparticipatie niet passend en wenselijk. Die situaties taan in het derde lid. Een voorbeeld is wanneer het verzoek in strijd is met beleid dat de gemeente eerder heeft vastgesteld. In het artikel staat ook binnen welke termijn het bestuursorgaan moet reageren op het verzoek. Dit is de inhoudelijke reactie op het verzoek, zodat de indiener weet of het verzoek wel of niet wordt toegekend. Daarbij is het belangrijk dat altijd wordt geprobeerd om zo snel mogelijk te reageren. Het bestuursorgaan moet deze keuze goed uitleggen en deze openbaar maken. Artikel 12: uitvoering overheidsparticipatie Dit artikel gaat over het uitvoeren van overheidsparticipatie. Dit betekent dat inwoners of andere partijen samenwerken met de gemeente. Het bestuursorgaan en de initiatiefnemer maken samen afspraken over wat overheidsparticipatie precies inhoudt. Ze spreken af wat beide partijen willen bereiken en hoelang de samenwerking duurt. Ook maken ze afspraken over het budget en hoe dit wordt betaald. De ondersteuning door het bestuursorgaan is een belangrijk onderdeel van overheidsparticipatie. Daarom is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over wat deze ondersteuning precies inhoudt. Dat verschilt per plan. Daarnaast wordt vooraf afgesproken wat er gebeurt als er problemen ontstaan in de samenwerking. Tot slot wordt ook vooraf vastgelegd hoe de samenwerking later wordt geëvalueerd. Hoofdstuk 5: uitdaagrecht Het uitdaagrecht is een specifieke vorm van overheidsparticipatie. Het geeft inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers de mogelijkheid om een taak van de gemeente over te nemen als zij denken dat zij dit beter of goedkoper kunnen doen. Dit hoofdstuk bevat de spelregels voor het uitdaagrecht. Artikel 13: verzoek om toepassing uitdaagrecht Dit artikel legt uit hoe het proces van het uitdaagrecht werkt. Het artikel beschrijft welke informatie nodig is om zo’n verzoek goed te kunnen beoordelen. In het tweede lid staat welke onderwerpen een initiatiefnemer moet opnemen in zijn verzoek. Dit is nodig zodat duidelijk is: •welke taak de initiatiefnemer wil overnemen; •waarom hij denkt dat hij deze taak beter of goedkoper kan uitvoeren; •wat andere betrokkenen hiervan vinden; •hoeveel dit kost; en •welke ondersteuning van het bestuursorgaan nodig is. De initiatiefnemer moet ook laten zien dat hij de taak op een goede en verantwoorde manier kan uitvoeren. De manier waarop deze onderdelen worden ingevuld, verschilt per initiatief. Dit artikel zorgt er dus voor dat elk verzoek duidelijk, compleet en eerlijk beoordeeld kan worden. Artikel 15: beoordeling verzoek om toepassing uitdaagrecht Net als bij overheidsparticipatie ontvangt het college alle verzoeken om toepassing van het uitdaagrecht. Het college stuurt het verzoek door naar het bestuursorgaan dat hierover mag beslissen. Het bestuursorgaan beslist zelf of het verzoek wordt toegekend. In een aantal situaties is overheidsparticipatie niet passend en wenselijk. Die situaties staan in het derde lid. Een voorbeeld is wanneer de gemeente de enige is die een taak mag uitvoeren. Het uitdaagrecht kan alleen worden toegepast als dit niet meer dan een bepaald bedrag kost. Dat staat in lid 3, sub c. De gemeente voert niet alle taken zelf uit, maar geeft soms bedrijven een opdracht om iets voor de gemeente uit te voeren. Er zijn regels over hoe de gemeente bepaalt welk bedrijf welke taak mag uitvoeren. Deze regels staan in het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente en in de Aanbestedingswet 2012. Het uitdaagrecht gaat niet tegen deze regels in. Als een bedrijf bijvoorbeeld een opdracht van de gemeente niet krijgt, dan kan het bedrijf niet alsnog proberen om deze opdracht te krijgen door te vragen om toepassing van het uitdaagrecht. Het toepassen van het uitdaagrecht kan ook geen lopende contracten tussen de gemeente en een organisatie verbreken. In het artikel staat ook binnen welke termijn het bestuursorgaan moet reageren op het verzoek. Dit is de inhoudelijke reactie op het verzoek, zodat de indiener weet of het verzoek wel of niet wordt toegekend. Daarbij is het belangrijk dat altijd wordt geprobeerd om zo snel mogelijk te reageren. Het bestuursorgaan moet deze keuze goed uitleggen en deze openbaar maken. Artikel 16: uitvoering uitdaagrecht Dit artikel gaat over hoe de samenwerking wordt geregeld wanneer inwoners of andere partijen een taak van de gemeente overnemen via het uitdaagrecht. Het uitdaagrecht kan alleen goed werken als er duidelijke afspraken worden gemaakt. Dit artikel beschrijft welke afspraken nodig zijn, zodat zowel de initiatiefnemer als de gemeente weten wat zij van elkaar kunnen verwachten. Het bestuursorgaan en de initiatiefnemer spreken samen af wat het uitdaagrecht in dit geval precies betekent, hoelang de uitvoering duurt en welk budget nodig is en hoe dit wordt betaald. Deze afspraken zorgen ervoor dat de taak op een goede en verantwoorde manier kan worden uitgevoerd. Daarnaast worden vooraf afspraken gemaakt over hoe het contact tussen de gemeente en initiatiefnemer verloopt en wat er gebeurt als er problemen of knelpunten ontstaan tijdens de uitvoering van het uitdaagrecht. Dit voorkomt misverstanden en helpt om samen goede oplossingen te vinden. Tot slot spreken beide partijen af hoe er wordt geëvalueerd. Zo kan worden bekeken wat goed ging, wat beter kan en wat dit betekent voor toekomstige toepassingen van het uitdaagrecht. Hoofdstuk 6: slotbepalingen Artikel 17: evaluatie en monitoring Bij alle vormen van participatie is het essentieel om te blijven leren, zodat participatie steeds verder kan verbeteren. Daarom staat in dit artikel dat het college de participatieverordening elke twee jaar evalueert en de gemeenteraad hierover informeert. Het college moet in ieder geval informatie geven over hoe vaak en in welke vorm inwonersparticipatie is toegepast, hoeveel verzoeken er voor overheidsparticipatie en uitdaagrecht zijn ingediend, afgewezen en toegewezen en hoeveel dit heeft gekost. Ook moet het college aangeven wat er bekend is over hoe deelnemers en indieners van verzoeken participatie hebben ervaren. Daarnaast moet het college noemen wat er goed ging en wat er beter kon en een voorstel doen om hiermee aan de slag te gaan.
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Participatieverordening Zoeterwoude 2026"

APV
Subsidieregeling gebiedsgerichte uitwerking en samenwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland

APV
Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn

Mededelingen
Besluit subsidieplafond 2026 Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland 2025-2028

APV
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 30 juni 2026, houdende openstelling van de Subsidieregeling bestuurlijke ondersteuning regionale regietafels Spreidingswet voor kalenderjaar 2026 (Openstellingsbesluit bestuurlijke ondersteuning...

APV
Subsidieregeling bestuurlijke ondersteuning regionale regietafels Spreidingswet

Mededelingen
Aanwijsbesluit loco-secretarissen gemeente Zoeterwoude

Mededelingen
Richtlijn voor de beoordeling van verzoeken om inzage in of openbaarmaking van bouwtekeningen en bouwtechnische informatie van panden met een verhoogd veiligheidsrisico

APV
Participatieverordening Zoeterwoude 2026

APV
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 7 juli 2026, PZH-2026-893478838 (DOS-2023-0000342) tot gewijzigde vaststelling van het subsidieplafond voor de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland (Besluit subsidieplafond Regeling...

APV
Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 7 juli 2026, PZH-2026-893478838 (DOS-2023-0000342) tot openstelling van paragraaf 3 van hoofdstuk 2 van de Regeling Europese landbouwsubsidies voor niet-productieve investeringen groenblauwe...

APV
Subsidieregeling mobiliteit Zuid-Holland

Omgeving
Aanwijzing Functionaris voor de Gegevensbescherming voor de Rekenkamer Zoetermeer

