Participatieverordening Zuid-Holland
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-10-09
Gepubliceerd door
Provincie Zuid-Holland
Informatie
Besluit van provinciale staten van Zuid-Holland van 23 september, nr. 7849, tot wijziging van de Participatieverordening Zuid-Holland in verband met de aanpassing aan de Wet versterking participatie op decentraal niveau (Wijzigingsbesluit Participatieverordening Zuid-Holland 2026) Provinciale staten van Zuid-Holland, Gelezen het voorstel van gedeputeerde staten, van 23 juni 2026, met het besluitnummer PZH-2026-892429292; Gelet op de artikelen 147 en 216 van de Provinciewet; Overwegende dat: -het participatiebeleid van de provincie Zuid-Holland met de Herziening 2025 van het Omgevingsbeleid is geactualiseerd en het wenselijk is de Participatieverordening Zuid-Holland hiermee in overeenstemming te brengen; -het wenselijk is de Participatieverordening Zuid-Holland op onderdelen beter te laten aansluiten op de uitvoeringspraktijk; -het wenselijk is regels vast te stellen over het uitdaagrecht; Besluiten: Artikel I De Participatieverordening Zuid-Holland wordt als volgt gewijzigd: A. Aan artikel 1 wordt, onder verlettering van de onderdelen c tot en met j tot d tot en met k, een onderdeel ingevoegd, luidende: c.uitdaagrecht: recht van inwoners en maatschappelijke partijen om een verzoek in te dienen tot feitelijke uitvoering van een provinciale taak, als bedoeld in artikel 147, derde lid, van de Provinciewet; B. In artikel 1 komen de onderdelen e tot en met h en j (nieuw) te luiden: e.initiatiefgerechtigde: degene die een burgerinitiatief indient of gebruik maakt van het uitdaagrecht; g.participatievisie: participatievisie en participatieprincipes van de provincie, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en het Omgevingsprogramma Zuid-Holland; h.participatieplan: plan als bedoeld in artikel 12; j.participatieverslag: verslag over het gevoerde participatieproces zoals bedoeld in artikel 16; C. Artikel 2 komt te luiden: Artikel 2 Reikwijdte participatie en uitdaagrecht 1.Het bevoegde bestuursorgaan past participatie toe bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en besluiten die onder zijn verantwoordelijkheid vallen en behandelt verzoeken om toepassing van het uitdaagrecht, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid. 2.Participatie wordt in ieder geval niet toegepast en een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wordt afgewezen indien: a.het gaat om een ondergeschikte herziening van beleid; b.de uitkomst van participatie of toepassing van het uitdaagrecht vanwege spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; c.sprake is van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft ten aanzien van het voorgenomen beleid, besluit of de uitvoering daarvan; d.het om interne organisatorische aangelegenheden van de provincie gaat; e.het in strijd is met de door de provincie aangegane verbintenissen met betrekking tot het betreffende beleid of de voorbereiding van het betreffende besluit; f.het de vaststelling van tarieven voor provinciale dienstverlening en belastingen betreft, zoals bedoeld in de Provinciewet; g.het een aangelegenheid betreft die ziet op de voorbereiding van een besluit waarover binnen een jaar voorafgaand aan het verzoek om participatie reeds door provinciale staten is besloten of die binnen dat jaar in een vergadering van provinciale staten onderwerp van behandeling is geweest; h.redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat gerechtigden nauwelijks tot geen invloed kunnen uitoefenen op het betreffende voorgenomen beleid, besluit of de uitvoering daarvan; i.redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat de indiener van het uitdaagrecht niet beschikt over voldoende kennis en ervaring om de betreffende provinciale taak uit te voeren. D. Artikel 5 komt te luiden: Artikel 5 Initiatief tot participatie Participatie komt tot stand: a.op initiatief van gedeputeerde staten, nadat zij daartoe hebben besloten; b.naar aanleiding van een door een of meer initiatiefgerechtigden ingediend burgerinitiatief, nadat provinciale staten hebben besloten het burgerinitiatief in behandeling te nemen; c.naar aanleiding van een door een of meer initiatiefgerechtigden ingediend verzoek tot overname van de feitelijke uitvoering van een provinciale taak in het kader van het uitdaagrecht, nadat gedeputeerde staten hebben besloten het verzoek in behandeling te nemen. E. In artikel 7, tweede lid, wordt ‘duizend gerechtigden’ vervangen door ‘vijfhonderd gerechtigden’. F. Na paragraaf 2 wordt, onder vernummering van de paragrafen 3 tot en met 6 tot paragrafen 4 tot en met 7 en van de artikelen 9 tot en met 18 tot artikelen 12 tot en met 21, wordt na artikel 8 een paragraaf ingevoegd, luidende: Paragraaf 3 Uitdaagrecht Artikel 9 Vereisten uitdaagrecht 1.Initiatiefgerechtigden kunnen bij gedeputeerde staten een verzoek indienen tot de feitelijke uitvoering van een concrete provinciale taak in het kader van het uitdaagrecht. 2.Het verzoek wordt schriftelijk ingediend bij gedeputeerde staten. 3.Het verzoek bevat in ieder geval: a.een omschrijving van de provinciale taak waarop het verzoek betrekking heeft; b.de reden waarom de indiener het verzoek indient; c.het resultaat dat de indiener met het verzoek beoogt; 4.De indiener van het verzoek verstrekt daarnaast in ieder geval informatie over: a.de betrokkenheid van de indiener bij de taak en de kennis en ervaring waarover de indiener beschikt; b.de wijze waarop de indiener de taak beter, efficiënter, goedkoper of met meer maatschappelijke meerwaarde kan uitvoeren; c.welke kosten en middelen die volgens de indiener aan de uitvoering van de taak zijn verbonden; d.een begroting; e.de wijze waarop de indiener de kwaliteit en continuïteit van de uitvoering van de taak structureel wil waarborgen; f.de wijze waarop de veiligheid bij de uitvoering van de taak wordt geborgd; g.de rechtsvorm van de indiener. Artikel 10 Besluitvorming over uitdaagrecht door gedeputeerde staten 1.Gedeputeerde staten bevestigen de ontvangst van een verzoek schriftelijk en zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek. 2.Gedeputeerde staten beoordelen of het verzoek voldoet aan artikel 9 en of zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 2, tweede lid. 3.Indien het verzoek niet voldoet aan artikel 9, stellen gedeputeerde staten de indiener in de gelegenheid het verzoek binnen een door hen gestelde termijn aan te vullen. 4.Gedeputeerde staten wijzen het verzoek in ieder geval af voor zover toewijzing in strijd is met wet- of regelgeving, provinciaal beleid, bestaande contractuele verplichtingen of de publieke verantwoordelijkheid van de provincie voor de betreffende taak. 5.Het besluit wordt schriftelijk en gemotiveerd aan indiener bekendgemaakt. Artikel 11 Afspraken over de uitvoering van het uitdaagrecht 1.Indien gedeputeerde staten besluiten een verzoek als bedoeld in artikel 9 geheel of gedeeltelijk toe te wijzen, maken zij met de initiatiefnemer in ieder geval afspraken over: a.het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b.het budget en de financieringswijze van de uitvoering; c.het contact met en de ondersteuning door de provincie tijdens de uitvoering; d.welke taken en verantwoordelijkheden de provincie heeft en welke taken door de initiatiefnemer worden uitgevoerd; e.de stappen bij het niet nakomen van afspraken en de eventuele tussentijdse beëindiging; f.de evaluatie van de uitvoering van de taak; g.de wijze van verantwoording over de uitvoering en besteding van middelen; h.de wijze waarop wordt omgegaan met aansprakelijkheid, risico’s en verzekeringen. 2.De afspraken, bedoeld in het eerste lid, worden schriftelijk vastgelegd. G. Artikel 12 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: 1.Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende: h.de wijze waarop het participatieproces wordt geëvalueerd en gemonitord. 2.De aanhef in het tweede lid komt te luiden:In aanvulling op het eerste lid kunnen bij een burgerinitiatief in het participatieplan, in afstemming met de initiatiefgerechtigde, afspraken worden vastgelegd over onder meer: a.de looptijd van het burgerinitiatief; b.het te bereiken resultaat; c.het budget en de bestedingsverantwoording; d.de kwaliteitsbewaking; e.de ambtelijke ondersteuning. 3.Gedeputeerde staten kunnen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het eerste lid. H. Het opschrift van paragraaf 6 (nieuw) komt te luiden: Paragraaf 6 Afronding participatieproces I. Artikel 15 (nieuw) vervalt. J. Artikel 17, tweede lid, komt te luiden: 2.Gedeputeerde staten rapporteren over de uitvoering van deze verordening als onderdeel van de monitoring en evaluatie van participatiebeleid. Artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit wordt geplaatst. Artikel III Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsbesluit Participatieverordening Zuid-Holland 2026. Den Haag, 23 september 2026 Provinciale Staten van Zuid-Holland, griffier, B.S.M. Sepers voorzitter,mr. A.W. Kolff Toelichting op de wijziging van de Participatieverordening Zuid-Holland Algemeen De Participatieverordening Zuid-Holland wordt met dit wijzigingsbesluit op onderdelen aangepast. Aanleiding hiervoor is ten eerste de actualisatie van het participatiebeleid van de provincie Zuid-Holland in het kader van de Herziening 2025 van het Omgevingsbeleid. Om de verordening beter te laten aansluiten op het geactualiseerde participatiebeleid worden enkele bepalingen verduidelijkt en geactualiseerd. Daarnaast geven de sinds de inwerkingtreding van de Participatieverordening opgedane ervaringen in de uitvoeringspraktijk aanleiding om de verordening op onderdelen aan te passen. Het betreft verduidelijkingen en technische wijzigingen die bijdragen aan een beter uitvoerbare en meer consistente toepassing van de verordening. Tot slot wordt met dit wijzigingsbesluit invulling gegeven aan het uitdaagrecht, zoals bedoeld in artikel 147 van de Provinciewet. Het uitdaagrecht biedt inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid een verzoek in te dienen om de uitvoering van een provinciale taak over te nemen, indien zij aannemelijk maken deze taak beter, goedkoper, efficiënter of met meer maatschappelijke meerwaarde te kunnen uitvoeren. In de verordening worden regels opgenomen over de indiening, beoordeling en afhandeling van verzoeken in het kader van het uitdaagrecht en over de afspraken die worden gemaakt indien een verzoek geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen Artikelsgewijs Artikel I, onderdelen A en B In artikel 1 zijn enkele begripsbepalingen aangepast. Daarnaast is een definitie van het begrip “uitdaagrecht” opgenomen. Ook zijn enkele begripsbepalingen geactualiseerd naar aanleiding van de invoering van het uitdaagrecht en de gewijzigde verwijzingen binnen de verordening. Artikel I, onderdeel C Artikel 2 is opnieuw vastgesteld. In het artikel is verduidelijkt dat participatie betrekking heeft op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en besluiten. Daarnaast is geregeld in welke gevallen participatie niet wordt toegepast en verzoeken in het kader van het uitdaagrecht worden afgewezen. Artikel I, onderdeel D Artikel 5 is aangepast in verband met de invoering van het uitdaagrecht. Het artikel verduidelijkt op welke wijzen participatie tot stand kan komen. Artikel I, onderdeel E In artikel 7, tweede lid, is het aantal gerechtigden dat nodig is voor het indienen van een burgerinitiatief verlaagd van duizend naar vijfhonderd. Artikel I, onderdeel F Met dit onderdeel wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd waarin regels worden gesteld over het uitdaagrecht. Artikel 9 bevat regels over de vereisten waaraan een verzoek in het kader van het uitdaagrecht moet voldoen. Artikel 10 bevat regels over de beoordeling van verzoeken door gedeputeerde staten en over de afwijzingsgronden. Artikel 11 regelt welke afspraken in ieder geval worden gemaakt indien gedeputeerde staten besluiten een verzoek geheel of gedeeltelijk toe te wijzen. Artikel I, onderdeel G Artikel 12 wordt aangepast door aan het participatieplan toe te voegen op welke wijze het participatieproces wordt geëvalueerd en gemonitord. Daarnaast wordt de formulering van het tweede lid verduidelijkt. Artikel I, onderdeel H Het opschrift van paragraaf 6 wordt aangepast zodat dit beter aansluit bij de inhoud van de betreffende paragraaf. Artikel I, onderdeel I Artikel 15 vervalt. De inhoud van dit artikel wordt niet langer noodzakelijk geacht omdat Hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht voorziet in een algemene regeling voor de behandeling van klachten. Daarnaast bevat het Besluit behandeling bezwaarschriften administratief beroep en klachten provincie Zuid-Holland een nadere regeling voor de behandeling van klachten binnen de provincie Zuid-Holland. Artikel I, onderdeel J In de huidige Participatieverordening staat dat Gedeputeerde Staten ieder jaar verslag doen over de uitvoering van de verordening. In het nieuwe voorstel verdwijnt deze jaarlijkse verplichting. In plaats daarvan wordt over participatie gerapporteerd via de monitoring en evaluatie van het participatiebeleid. Provinciale Staten moeten goed kunnen controleren hoe participatie in de praktijk werkt. Daarom is het belangrijk dat PS ieder jaar apart inzicht krijgt in de uitvoering van de Participatieverordening. Zo blijft duidelijk hoeveel participatietrajecten, burgerinitiatieven en verzoeken via het uitdaagrecht er zijn geweest en welke problemen of verbeterpunten daarbij naar voren kwamen. Met dit amendement blijft de huidige jaarlijkse verslaglegging bestaan
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Participatieverordening Zuid-Holland"

Mededelingen
Aanwijzen lijst gevallen ‘Advies’ (BOPA)

Mededelingen
Aanwijzen lijst gevallen ‘Advies en Instemming’ (BOPA)

APV
Participatieverordening Zuid-Holland

Mededelingen
Oproep Provinciale Statenvergadering

Mededelingen
Besluit tot wijziging van CAR-UWO

Omgeving
Gemeente Altena - Voornemen vergunning verlenen (uitgebreide procedure) voor verstevigen fundering Oostbeer Woudrichem

Omgeving
Publicatie voornemen verlening begrotingssubsidie Proeftuin duurzame en innovatieve kringlooplandbouw Van Pallandtpolder

Mededelingen
Gemeente Altena - Mededeling voornemen tot uitgifte gemeentegrond

Bestemmingsplan
Kennisgeving Terinzagelegging Ontwerpbesluit Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Wet en Besluit versterking regie volkshuisvesting

Mededelingen
Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2027

Mededelingen
Beleidsregels Vermogen Werkzaak Rivierenland 2025

APV
Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland

