Recreëren bij Limburgse beken en dijken - Beleid Recreatief Medegebruik

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-29

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Waterschap Waterschap Limburg

Informatie

Recreëren bij Limburgse beken en dijken - Beleid Recreatief Medegebruik Het algemeen bestuur van Waterschap Limburg; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 10 februari 2026 gelet op het bepaalde in artikel 77 van de Waterschapswet; BESLUIT: het navolgende visiedocument Recreatief medegebruik, recreëren bij Limburgse beken en dijken vast te stellen. Voorwoord Met trots presenteren wij ons nieuwe beleid Recreëren bij Limburgse beken en dijken, een beleidsplan dat de basis legt voor de toekomstige ontwikkelingen en het beheer van recreatie langs de prachtige beken en dijken van Limburg. Dit document is het resultaat van samenwerking tussen verschillende partners, organisaties, en experts in de regio. Het weerspiegelt onze ambitie om zowel de recreatiebeleving te verbeteren als het behoud van de natuur en biodiversiteit in dit unieke gebied te waarborgen. Limburg kent een rijk netwerk van beken en dijken die van groot belang zijn voor de natuur en voor de recreanten die er van genieten. Met dit beleidsplan willen we de juiste balans vinden tussen recreatie, natuurbeheer en de andere functies van deze waterstaatkundige werken, zodat natuur, waterveiligheid en waterkwaliteit in harmonie kunnen bestaan en zich verder kunnen ontwikkelen. Het beleid gaat dieper in op de trends en ontwikkelingen rondom recreatie, met bijzondere aandacht voor de groeiende vraag naar natuurbeleving en de toenemende behoefte aan een divers en toegankelijk recreatieaanbod. Het biedt tevens inzicht in de kansen en uitdagingen die komen kijken bij het faciliteren van recreatief medegebruik in deze waardevolle gebieden. Bovendien wordt er aandacht besteed aan de rol van de lokale gemeenschap en andere stakeholders in het realiseren van dit beleid en de belangrijke taak die wij samen hebben in het behoud en de ontwikkeling van deze bijzondere landschappen. In de verschillende hoofdstukken van dit document worden de doelstellingen, richtlijnen en concrete initiatieven gepresenteerd die ons in staat stellen om dit beleid te realiseren. Er wordt gekeken naar de noodzakelijke randvoorwaarden, vanuit (water)veiligheid, beheerbaarheid en de bescherming van het milieu, en hoe we dit alles kunnen afstemmen op de wensen en behoeften van de recreanten. Dit beleidsplan staat niet stil. Het is dynamisch en moet voortdurend worden geëvalueerd en bijgesteld op basis van ervaringen en de veranderende omstandigheden. Het beleid is dan ook bedoeld als een levend document, dat met zorg en aandacht in de praktijk zal worden gebracht, met oog voor de lange termijn en voor de behoeften van toekomstige generaties. Wij zijn ervan overtuigd dat de uitvoering van dit beleid niet alleen zal bijdragen aan een verbetering van de recreatieve mogelijkheden in Limburg, maar ook aan het versterken van de verbinding tussen de bewoners, de natuur en de regio als geheel. Dit beleid is een belangrijke stap in het waarborgen van een gezonde balans tussen mens en natuur, en vormt de basis voor duurzame recreatie in onze prachtige Limburgse landschappen. Wij danken alle betrokkenen voor hun inzet en samenwerking in het tot stand komen van dit document en kijken uit naar de gezamenlijke inspanning die nodig is om de ambities die hierin zijn geformuleerd waar te maken. 1. Beleid voor recreëren bij Limburgse beken en dijken 1.1 Aanleiding voor nieuw beleid In de periode 2010-2019 is de Nederlandse toerismesector met bijna 45% gegroeid (CBS, 2021). Meer dan de helft van de vakanties is in eigen land. En ook buiten vakanties zien we een toenemende behoefte om in de eigen woonomgeving aan allerlei vormen van buitenrecreatie te doen. Buiten¬¬recreanten zoeken het liefst mooie natuurlijke plekken op, want de waardering voor natuur en biodiversiteit groeit. In ons intensief gebruikte land zijn de beek- en rivierdalen groene oases. Het zijn aantrekkelijke lintvormige landschapselementen die zich prima lenen voor recreatieve uitstapjes, buitensport en routes. Monumenten als kastelen en watermolens maken het extra aantrekkelijk. Waterschap Limburg stelt haar waterstaatswerken1 dan ook graag zo veel mogelijk open2 voor recreatief medegebruik. We noemen het bewust médegebruik, want het functioneren van het watersysteem, het beschermen van natuur en de hoogwaterveiligheid staan altijd voorop. Met het openstellen laten we inwoners en bezoekers meegenieten van al het moois dat we aanleggen en beheren. Dat geeft maatschappelijke meerwaarde en draagt bij aan de waardering van water, natuur en ons waterschapswerk en biedt kansen om mensen bewust te maken van de wateropgaven, de oplossingen en de rol die zij daar zelf in hebben. Deze ambitie van het waterschap is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Net als het voornemen om in een beleidsnota uit te werken hoe we daar invulling aan geven. Vanuit de omgeving en de eigen organisatie is er behoefte aan beleidskeuzes over de mate waarin het waterschap recreatief medegebruik faciliteert. Maar ook over het omgaan met risico’s en tegengestelde belangen zoals natuur, rust, veiligheid, privacy en schade. Want de groeiende trend in buiten-recreatie heeft ook keerzijden. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak waarvoor deze beleidsnota de richting geeft. 1.2 Doel van het beleid Met deze nota beschrijven we onze visie op de rol van het waterschap in het recreatielandschap van Limburg. We heroverwegen eerdere keuzes en spelen in op trends (zie hoofdstuk 2) die om nieuwe keuzes vragen. We geven aan waar we een actieve rol kiezen, waar we samenwerken en faciliteren en wanneer we terughoudender zijn. Daarmee geeft dit beleid duidelijke richting en eenduidige kaders voor iedereen die te maken heeft met buitenrecreatie bij beken en dijken. Omgevingspartners weten wat ze van het waterschap kunnen verwachten en onze eigen medewerkers kunnen het gebruiken in hun dagelijkse praktijk. Tot slot is een doel om met deze beleidsnota de kosten van recreatief medegebruik in beeld te brengen en structureel onder te brengen in de begroting. Overigens leidt deze heroverweging er niet direct toe dat we meer gebieden gaan openstellen dan voorheen. De waterkeringen en onderhoudspaden waar anno 2025 beperkingen gelden, gaan we niet openstellen aangezien de redenen voor de beperkingen nog steeds gelden. 1.3 Scope en afbakening Wandelen en fietsen zijn verreweg de meest voorkomende vormen van recreatief medegebruik van onze waterstaatswerken, maar zeker niet de enige. In deze nota geven we richtlijnen voor een breed scala aan bekende en minder bekende vormen: wandelen, fietsen (ook e-bikes en mountainbikes), rijden met motorvoertuigen, paardrijden, mennen, kanoën, roeien, varen met motorboten, surfen en suppen, sportvissen, magneetvissen, goudpannen, geocaching, sleeën, schaatsen, zwemmen, honden uitlaten en de voorzieningen hiervoor, zoals bruggen, steigers en vlonders, hondenlosloopgebieden, blotevoetenpaden en zwemstrandjes. Ook geven we kaders voor nieuwe vormen die zich in de toekomst aandienen. Een aparte categorie zijn de sportieve evenementen op of aan het water, zoals zwemmen, vissen, duckraces, single track, free riding, trailrun, survival en alles wat daarbij hoort, zoals tenten en tribunes. Jacht beschouwen we niet als recreatie, maar als een beheervorm die al voldoende is geregeld in ander beleid. Voor zwemmen op aangewezen zwemwaterlocaties verwijzen we vooral naar de bestaande regelgeving en informatiebronnen daarvoor, zoals zwemwaterindex.nl, zwemwater.nl en waterschaplimburg.nl. 1.4 Betrokken partners en organisaties In 2023 hebben we gemeenten, provincie, Rijkswaterstaat, recreatiebedrijven, route- en toeristenbureaus, terreinbeheerders, buitensportverenigingen, watermolenaars en/of hun belangenorganisaties uitgenodigd om mee te denken en praten over recreëren in Limburg, op, in of nabij het water. In een serie waardevolle bijeenkomsten hebben we wensen en ideeën opgehaald en gesproken over kansen en knelpunten. Dezelfde partijen en alle andere belanghebbenden hadden in de periode 25 juli t/m 4 september 2025 gelegenheid om in te spreken op de ontwerp beleidsnota. De zienswijzen zijn beantwoord in een Nota van Zienswijzen. De belangrijkste zienswijzen zijn gebruikt om de nota op onderdelen aan te vullen of aan te scherpen. 1.5 Status en looptijd Dit beleid voor recreatief medegebruik vervangt eerdere beleidsnota’s over dit thema van de voorgangers van Waterschap Limburg, te weten de nota ‘Recreatief Medegebruik’ (Waterschap Peel en Maasvallei, 6 oktober 2010) en ‘De beken zijn van ons allemaal – Nota recreatief medegebruik’ (Waterschap Roer en Overmaas, 30 juni 2008). Voorliggende nota biedt de kaders voor onze keuzes en ons handelen rond recreatief medegebruik van onze waterstaatswerken zoals watergangen, waterkeringen en regenwaterbuffers, inclusief de onderhoudspaden. Deze kaders zijn richtinggevend, waarbij er in de praktijk ook situaties zullen voorkomen waarin we met een goede motivatie afwijken van het beleid als dat nodig is. Het beleid is op onderdelen uitgewerkt in regelgeving: de Waterschapsverordening van Waterschap Limburg. Deze regels zijn bindend voor inwoners en bedrijven en ook voor onszelf en andere overheden. Deze nieuwe nota geeft aanbevelingen voor aanpassing van enkele regels en beleidsregels, zie 9.2. De looptijd van deze beleidsnota is onbepaald; dat wil zeggen: tot er behoefte ontstaat aan vervangend beleid of een actualisatie. Ook kan uit de evaluatie van het beleid blijken dat aanpassing nodig is. 1.6 Wat staat er in dit beleidsplan? Hoofdstuk 1 schetst de aanleiding, de doel en de afbakening van het beleid. Hoofdstuk 2 beschrijft enkele relevante trends en ontwikkelingen rond recreatie. Hoofdstuk 3 gaat over de rol die we als waterschap hebben en kiezen rond recreatie. In hoofdstuk 4 staan de hoofduitgangspunten van ons nieuwe beleid. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe we de balans houden tussen recreatie en andere functies. In hoofdstuk 6 gaan we dieper in op de bekende recreatievormen en hoe we er mee omgaan. Hoofdstuk 7 beschrijft onze samenwerking met partners. Hoofdstuk 8 gaat dieper in op het in goede banen leiden van recreanten. Hoofdstuk 9 beschrijft de implementatie en uitvoering van het beleid. Hoofdstuk 10 gaat over de kosten en hoe we die dekken. Tot slot geven we in hoofdstuk 11 een opzet voor het evalueren van het beleid. 2. Trends en ontwikkelingen rond recreatie In dit hoofdstuk beschrijven we een aantal ontwikkelingen die om een passend antwoord vragen in de manier waarop we als waterschap handelen rond recreatief medegebruik. 2.1 Meer recreatie in een kleinere groene ruimte De afgelopen decennia is de recreatiedruk in natuurgebieden fors toegenomen. Sinds 1900 is de groene ruimte per inwoner met 80% afgenomen en dat blijft dalen. Om het huidige niveau te handhaven, moet er tot 2050 63.000 ha recreatief groen bijkomen (ANWB, 2023). Want de behoefte neemt juist toe. Er is fors meer recreatieve activiteit door de vergrijzing en door meer vrije tijd. Ook in Limburg zien we in alle vormen van recreatie een toename en sommige worden snel populair, zoals suppen. Ook duiken gebruiksvormen op die we in Limburg nog niet kenden, zoals goudpannen. Door de Coronapandemie hebben veel mensen hun eigen woonomgeving herontdekt. 2.2 Meer waardering voor duurzaamheid, natuur en biodiversiteit Een andere trend is een groei in belangstelling voor natuur, duurzaamheid en biodiversiteit. Dat uit zich in meer buitenrecreatie, maar ook in wat mensen verwachten van overheden en bedrijven. ¬ Bezoekers verwachten dat Waterschap Limburg terreinen natuurvriendelijk onderhoudt om bij te dragen aan biodiversiteitsdoelen. Dat we zwerfafval en ander vrijkomend afval beperken om bij te dragen aan circulaire doelen. Dat als materialen ingekocht worden, dit op een zo duurzaam mogelijke manier gebeurt. Dat we educatie over natuur en duurzaamheid aanbieden, rustzones creëren, natuurinclusief onderhoud toepassen en beschermende maatregelen voor soorten nemen. Deze aanpak sluit aan bij de doelen uit de Nota Samen Duurzaam (Waterschap Limburg, 2020). Waar men vindt dat het anders moet, wordt dat ook bij ons gemeld of op sociale media geplaatst. 2.3 Minder begrip voor regels en voor elkaar We zien dat recreatievormen elkaar vaker in de weg zitten. Niet iedereen heeft begrip voor de beoefenaars van andere vormen van recreatie: wandelen, fietsen, mountainbiken, paardrijden, quadrijden etc. Bijna botsingen en loslopende honden wekken ergernis op. Verboden worden niet altijd gerespecteerd: mensen klimmen over hekken, knippen draden door, laten honden loslopen, laten afval achter of komen met motorvoertuigen waar dat niet mag. Vaak wordt gezegd dat meer handhaving nodig is, maar in de praktijk is dit niet realistisch door het uitgestrekte areaal en de schaarste aan personeel. 2.4 Mondig en vol verwachting Ons areaal en hoe we het beheren wordt kritisch bekeken. Sommige mensen verwachten dat alles toegankelijk en netjes is en storen zich aan hoog gras, afval, berenklauw of brandnetels. Over struinpaden krijgen we vaker de vraag om deze te verharden zodat er fietsen, rollators, kinderwagens of rolstoelen kunnen komen. Anderen vinden juist dat we meer “wilde natuur” moeten laten ontstaan en de bloemen niet moeten wegmaaien. Ook rond veiligheid zijn de verwachtingen hoog en gebeurt het vaker dat de beheerder aansprakelijk wordt gesteld na een ongeluk. In de volgende hoofdstukken schetsen we welk antwoord Waterschap Limburg heeft op deze trends. 3. Kansen en uitdagingen van recreatief medegebruik 3.1 Recreatief medegebruik als maatschappelijk functie Waterschappen hebben als wettelijke taak (Waterschapswet en Omgevingswet) het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Onder maatschappelijke functies wordt ook recreatie gerekend, waarmee dat gezien kan worden als een wettelijke taak3. Waterschap Limburg heeft als motto: ‘Leven met water’, wat gaat over alle manieren waarop levende wezens en water elkaar beïnvloeden, dus ook over het beleven van water als recreant. Met het aanleggen en onderhouden van waterkeringen en watergangen dragen we bij aan de groenblauwe dooradering van het Limburgse landschap en aan de regionale aantrekkelijkheid. Met het openstellen van onze waterstaatswerken geven we inwoners en bezoekers de mogelijkheden om te bewegen in de buitenlucht. Dat draagt bij aan een gezonde bevolking, natuurbeleving, bewustwording en de vrijetijdseconomie. Het belang van recreatief medegebruik is onder meer verwoord in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en in ‘Ruimtelijke kwaliteit Noordelijke Maasvallei. Visie & leidende principes’, waarin ‘Welkom op de dijk’ een van de toetsstenen is. Tegelijk hebben we ook een taak in het behouden en mede-ontwikkelen van natuur en biodiversiteit, zeker in het water, maar ook op het droge. We zijn als waterschap ook beheerder van natuur in en aan het water en net als iedereen gebonden aan de natuurwetgeving. Waterstaatswerken zijn voor sommige soorten een van de laatste gebieden waar ze nog levenskans hebben in een intensief gebruikt landschap. Dat betekent dat waar natuur en recreatie minder goed samengaan, we zorgvuldige keuzes moeten maken. Datzelfde geldt voor functies als rust en privacy. Daarom noemen we het consequent recreatief MEDEgebruik: we moeten meerdere functies faciliteren. Waterveiligheid, voldoende water, schoon water en ecologie staan daarbij voorop. 3.2 Wat recreanten en het waterschap voor elkaar betekenen: de kansen De Limburgse waterstaatswerken zijn ons visitekaartje en recreanten ontvangen is een uitgelezen kans om mensen mee te nemen in ons werk. We kunnen laten zien wat we doen en er over vertellen. Bekendheid met het werk van het waterschap vergroot het draagvlak. Inwoners van Limburg betalen waterschapsheffing maar weten vaak niet wat we er mee doen. Buiten kunnen we heel transparant laten zien waar we maatschappelijk geld aan uitgeven. We investeren in goed waterbeheer en in natuurkwaliteit. Dat willen we ook laten zien. Door recreatie te faciliteren komen mensen meer in de natuur en zijn ze zich bewust van hun omgeving en de rol van water. Het biedt de mogelijkheid om gerichte info over onze doelen en uitdagingen te geven zoals droogte en wateroverlast. Het helpt om natuur- en klimaatbewustzijn te bevorderen. Mensen maken kennis met een ander type natuur dan de bekende natuurgebieden. We kunnen onze projecten en werkwijzen laten zien en vertellen over de lokale cultuurhistorie en archeologie. Bovendien zijn recreanten een soort inspecteurs in het gebied doordat ze kunnen melden wat er wel en niet goed gaat: extra ogen en oren in het veld. Daarmee stimuleren ze ons om nog mooiere projecten te maken en nog harder te werken aan veilig, schoon en voldoende water. 3.3 Wat aandacht vraagt bij recreatie: de uitdagingen Waar intensief wordt gelopen of gereden kunnen waterstaatswerken beschadigd raken: de graskruidenbekleding van dijken, de onderhoudspaden langs beken, de oevers en onderwaterbodem van watergangen. De kans hierop is het grootst bij gebruik door mountainbikes, ruiters, motorvoertuigen en motorboten. Op dijken vergroot beschadiging de faalkans bij hoogwater: een kaal gelopen wandelpad, ruige begroeiing bij een raster, maar ook bankjes, prullenbakken en routebordjes kunnen het begin zijn van erosie als water tegen of over de dijk slaat. Planten kunnen lijden onder vertrapping of onder vermesting als er veel honden worden uitgelaten. Dieren kunnen door recreanten en hun (loslopende) honden worden verstoord bij het rusten, voedsel zoeken of als ze jongen hebben. Vee kan worden opgejaagd of ziek worden door de Neospora-parasiet in hondenpoep. Kanovaren kan de grindbanken beschadigen waar vissen hun eieren afzetten. Afval achterlaten zorgt voor vervuiling en kan dieren verstrikken. Bovendien wordt zwerfvuil door onze maaimachines nog verder verspreid en versnipperd. Met afval of hondenpoep willen boeren het maaisel niet meer hebben als hooi. Maaien is ook lastiger en duurder als er veel bordjes, banken en hekken staan. Aanwonenden zijn niet altijd blij met recreanten op de dijk of het onderhoudspad. Ze ervaren of vrezen inbreuk op hun rust en privacy, geluidsoverlast, hangjongeren, vernieling of diefstal. Veehouders benoemen het risico dat honden hun vee verstoren of veeziekten verspreiden. Openstellen trekt niet alleen recreanten aan, maar brengt soms vandalen op het idee om hekken, borden, bankjes, rattenvallen of meetapparatuur te vernielen. Waar we openstellen en mensen ontvangen, kunnen er ongelukken gebeuren. Wandelaars, fietsers en ruiters kunnen vallen, bijvoorbeeld door een beverhol of een instabiele oever, door een vallende tak worden geraakt, door loslopende honden worden aangevallen of botsen met andere recreanten. Zeker waar meerdere vormen van recreatie hetzelfde pad gebruiken, kan er op drukke dagen spanning ontstaan. Incidenteel gaat er ook wel eens iets mis met graasvee, als het zich bedreigd voelt. Op en in het water zijn er de gevaren van omslaan, door het ijs zakken, bacteriële besmetting en verdrinking. Naast de schade of het letsel zelf, is een gevolg van deze risico’s dat het waterschap aansprakelijk kan worden gesteld als men vindt dat ons iets te verwijten valt. Los van de juridische gevolgen, kan dit ook imagoschade geven. Algemeen geldt dat als je recreatie eenmaal gaat toelaten of faciliteren, je moeilijk weer terug kunt. Gebruikers verwachten dan dat een bepaald serviceniveau hetzelfde blijft of zelfs beter wordt. Openstelling wordt een gewoonterecht en later weer afsluiten leidt tot weerstand en negatieve publiciteit. Dat maakt dat elke nieuwe openstelling heel zorgvuldig moet worden afgewogen. 3.4 Het kiezen van de juiste balans Bovenstaande voorbeelden geven aan dat het openstellen van waterstaatswerken waterschap en bezoekers veel voordelen biedt, maar ons ook een verantwoordelijkheid geeft om het medegebruik veilig te laten plaatsvinden en om andere functies te beschermen. De uitdaging is om zo veel mogelijk de positieve kant te faciliteren met zo min mogelijk van de keerzijde. Dat is de balans die we zoeken en die we met dit beleidskader willen bereiken. Dat doen we vanuit deze basishouding: extensief recreatief medegebruik op onze waterstaatswerken maken we mogelijk, tenzij er redenen zijn om dit aan te passen, bij te sturen of te beperken. 4. De hoofduitgangspunten van ons beleid In onderstaand overzicht staan de hoofduitgangspunten van dit beleid, met een korte onderbouwing. Op enkele onderdelen gaan we in latere hoofdstukken dieper in. 4.1 Recreatie is belangrijk 1. Recreatief medegebruik is een waardevolle maatschappelijke functie van het waterbeheer en draagt bij aan waardering voor water, natuur, cultuurhistorie en het werk van het waterschap. Buitenrecreatie draagt bij aan het welzijn, de gezondheid en natuurbeleving van onze inwoners en bezoekers. We bezitten een fors areaal aan aantrekkelijke lintvormige landschapselementen die uitnodigen om te recreëren. De schaarste aan ruimte vraagt om combinaties van functies: meervoudig ruimtegebruik. We kunnen de recreanten op ons areaal betrekken bij waterbeheer en projecten en informatie delen over (lokale) natuur-, milieu- en klimaatthema’s. Zo laten we zien wat we met het opgehaalde belastinggeld doen. 4.2 Faciliterende rol in recreatief medegebruik 2. We kiezen in de basis een passief faciliterende rol rond recreatief medegebruik en een actievere rol waar dat meerwaarde heeft. Een passief faciliterende rol vraagt geen extra inzet en budget en gaat niet ten koste van onze kerntaken. In specifieke gevallen met een duidelijke meerwaarde, bijvoorbeeld rond een uitvoeringsproject, kunnen we recreanten actief en gericht faciliteren met routes, voorzieningen, informatie, activiteiten of evenementen. 4.3 Toegankelijk waar dat past 3. De door het waterschap beheerde waterstaatswerken zijn toegankelijk voor extensieve recreatie waar dat past binnen de omgeving en binnen de waterdoelen. Recreatief medegebruik mag geen negatief effect hebben op natuurwaarden, herstel van natuurlijke watersystemen, (behaalde) KRW-doelen of op andere functies, zoals de waterveiligheid en onderhoudbaarheid. In een groot deel van het areaal is extensieve recreatie goed inpasbaar. Toegankelijk als basisuitgangspunt past in de ‘ja, mits’-gedachte. 4.4 Kijken hoe het wél kan 4. We zoeken naar creatieve oplossingen in de voorkeursvolgorde ‘zoneren – omleiden – afsluiten’ waar recreatievormen elkaar, onze waterdoelen, natuurdoelen of eerder gemaakte afspraken in de weg zitten. Er zijn vaak oplossingen te vinden die zowel voor recreanten als andere functies of gebruikers goed uitpakken, bijvoorbeeld een omleiding, tijdelijke openstelling of zonering. De meerwaarde van openstellen met een creatieve oplossing weegt vaak op tegen de extra inspanning en kosten. 5. We beoordelen reeds beschikbare gegevens van ons areaal om kwetsbare locaties en soorten te bepalen en heroverwegen daarmee de openstelling. Met die kennis kunnen we het recreatief medegebruik afstemmen op de kwetsbaarheid van soorten of leefgebieden. Daarmee houden we rekening met zowel de natuurfunctie als de andere functies van onze waterstaatswerken. Dit biedt de mogelijkheid om de openstelling (deels of tijdelijk) bij te stellen als de situatie verandert, bijvoorbeeld qua soorten of beschermingsniveau. 6. Gewenste toegang en gewenst gebruik stimuleren we waar nodig door een logische inrichting, door heldere en uitnodigende aanwijzingen en door alternatieven te bieden. De ervaring leert dat gewenst gedrag eerder ontstaat door verleiden, uitleggen en uitnodigen dan door verbieden of bestraffen. Bij afgesloten trajecten op waterstaatswerken wordt een verbod beter nageleefd als er alternatieven zijn, zodat er toch doorgaande routes en ‘ommetjes’ mogelijk blijven. 7. Waar recreatief gebruik niet is toegestaan, kiezen we ervoor om te onderbouwen en uit te leggen. Naleving is beter als mensen weten waarom een waterstaatswerk niet is opengesteld. Een goede onderbouwing helpt in een discussie of onderhandeling over een openstelling. Dit doen we bij nieuwe afsluitingen en in bestaande situaties waar het verbod slecht wordt nageleefd. 4.5 Welke vorm past? 8. Onderhoudspaden en waterkeringen (indien geen openbare weg) zijn in principe alleen toegankelijk voor voetgangers en waar mogelijk ook voor fietsen en e-bikes. Paarden vertrappen de begroeiing en kunnen daarom niet op waterkeringen en slechts zeer beperkt op onderhoudspaden. Motorvoertuigen en voertuigen met meer dan twee wielen leiden tot onveilige situaties in combinatie met andere gebruikers, zijn verstorend voor dieren en andere recreanten en horen niet thuis in de natuur. Fietsen, mountainbikes en tweewielers met een elektrische hulpmotor lijken op elkaar qua impact op de omgeving en de begroeiing. 9. Kanoën, kajakken en suppen staan we onder voorwaarden toe in daarvoor aangewezen kanowateren. Motorvaartuigen staan we alleen toe in de stedelijke Roer en de Hambeek. Kanoën, kajakken en suppen is op een beperkt aantal watergangen mogelijk zonder grote risico’s voor de ecologie en de recreanten. Motorvaartuigen zijn verstorend voor dieren en begroeiing op, in en langs het water en ze veroorzaken golfslag die oevers en het onderwaterprofiel aantasten. Alleen de benedenstroomse delen van Roer en Hambeek (de stedelijk Roer) zijn breed en diep genoeg voor motorvaartuigen. 10. Vaartuigen in en uit het water halen mag alleen op hiervoor aangewezen plaatsen. Dit voorkomt schade aan taluds of beschoeiingen. Dit voorkomt onveilige situaties. Aangewezen in- en uitstapplaatsen en trailerhellingen zijn ingericht op veilig te water laten. 11. Zwemmen is het veiligst in officiële en goedgekeurde zwemwaterlocaties; daarbuiten gelden: eigen risico en de bepalingen onder de zorgplicht, waaraan iedereen moet voldoen. Aangewezen zwemlocaties hebben een beheer en kwaliteitscontrole die veilig zwemmen bevorderen. Op niet aangewezen zwemlocaties zijn er veiligheidsrisico’s, kan de waterkwaliteit slecht zijn en is er niets geregeld om het veilig te maken of houden. Daar nemen we geen verantwoordelijkheid voor de veiligheid. In alle wateren geldt dat recreanten zich moeten houden aan de algemene zorgplicht om schade en verstoring te voorkomen. Jaarlijks worden de zwemlocaties aangewezen en vermeld op de site www.zwemwater.nl. Bij deze zwemlocaties controleren we regelmatig de kwaliteit van het water. Daarnaast inspecteren we of de zwemlocaties veilig zijn om in te zwemmen (bijv. of het strand schoon is en of er geen obstakels onder water zijn). Als de zwemlocatie niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet of de locatie is niet veilig, geven we een negatief zwemadvies of stellen een zwemverbod in. Daarnaast zijn er nog een aantal niet aangewezen zwemlocaties waar een zwemverbod geldt, omdat de kwaliteit van het water niet goed is (bijv. de Geul) of de locatie niet veilig is (bijv. Sigrano groeve). Alle andere wateren worden niet gecontroleerd. 12. Onze terreinen zijn géén losloopgebied voor honden. Loslopende honden verstoren vee, vogels en wild. Veel andere gebruikers zijn niet gediend van loslopende honden. Hondenpoep moet worden opgeruimd om besmetting van het gras of hooi met Neospora te voorkomen. 13. Voor opkomende en minder bekende vormen van medegebruik bepalen we met criteria of we deze toestaan en of er nieuwe regels voor nodig zijn. Een afwegingsprocedure helpt om snel goed onderbouwde keuzes te maken. Vooraf inschatten hoe groot de risico’s van een nieuwe recreatievorm zijn en hoe die kunnen worden verkleind, voorkomt onnodige regelgeving. 4.6 Beoordelen van evenementen 14. Aanvragen voor evenementen op of aan het water of de waterkering beoordelen we op hun schadelijkheid voor het waterstaatswerk, de KRW-doelen (o.a. waterkwaliteit) en de mate van verstoring van ecologie, vee en aanwonenden. Doorgaans is er een melding of vergunning nodig. Dit zijn bestaande regels die in de praktijk goed functioneren. 4.7 Veiligheid van recreanten 15. Risico’s voor medegebruikers beheersen we door te handelen in de volgorde: a. voldoen aan zorgplicht b. eigen risico en waarschuwen c. zo veel als mogelijk wegnemen d. restrisico’s accepteren e. afsluiten en omleiden. We voldoen aan onze beheerderszorgplicht om opengestelde waterstaatswerken zo veilig mogelijk te maken en te houden. We kunnen nooit alle risico’s uitsluiten en houden er daarom rekening mee dat een incident kan optreden. Recreanten hebben ook een eigen verantwoordelijkheid, maar moeten geïnformeerd zijn over risico’s. Alleen grote risico’s zonder oplossing zijn reden om recreanten de toegang tot een heel traject te ontzeggen: er zijn vaak oplossingen waarmee het risico wordt verkleind en er toch recreatie mogelijk blijft, zoals omleiden en waarschuwen. 4.8 Recreatief medegebruik in projecten 16. Recreatief medegebruik, inclusief nieuwe en bestaande routes, nemen we in projecten zo vroeg mogelijk mee in planvorming, participatie, ontwerp en begroting. We maken met partners in het project en met onze eigen beheerafdeling afspraken over eigendom, beheer, onderhoud, veiligheid en kosten van voorzieningen en kijken of routes kunnen aansluiten op bestaande routestructuren. Recreatievoorzieningen kosten ruimte, geld en organisatie en er is draagvlak bij de omgeving voor nodig. Extra inspanning aan de voorkant verdient zich achteraf terug door soepeler samenwerking en duidelijkheid over rollen en taken. Aansluiten bij bestaande routenetwerken geeft duidelijkheid en herkenbaarheid, waarbij we streven naar overdragen van beheer en eigendom van voorzieningen aan gemeente, routebureau of belangenorganisatie. 4.9 Recreatie-initiatieven van anderen 17. Recreatie-initiatieven en -voorzieningen van anderen faciliteren we waar dat past in onze doelen en bij de locatie. Bij faciliteren denken we aan mogelijk maken en bijvoorbeeld een extra maaibeurt, zolang dit past binnen andere doelen, maar niet aan meefinancieren. Kerntaken van Waterschap Limburg zijn waterveiligheid, waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit; met recreatie houden we rekening. Waar recreatie onze doelen ondersteunt, ligt faciliteren voor de hand. Waar recreatie Waterschap Limburg -doelen benadeelt, zoeken we naar oplossingen of wijzen we het verzoek af. Bij het faciliteren maken we duidelijke afspraken over wie aanlegt, bezit, beheert, onderhoudt, betaalt en wie aansprakelijk is voor schade of letsel. 4.10 Recreatie-initiatieven van Waterschap Limburg 18. Waar zinvol en passend in ons beleid plaatsen we voorzieningen om recreatie te faciliteren of te geleiden, maar altijd in overleg met terreinbeherende organisaties, gemeenten, vrijwilligers en recreatieorganisaties en in overeenstemming met de andere uitgangspunten van dit beleid en passend in onze capaciteit. Afstemmen, samenwerken en overdragen bespaart kosten en zorgt voor uniformiteit en herkenbaarheid. In overleg kunnen we kansen verkennen over beheer en onderhoud van voorzieningen door een van de partners, bijvoorbeeld onze Waterwandelingen. 19. Waar nodig om het medegebruik in goede banen te leiden, maken we of vragen we (bouwkundige) voorzieningen, zoals taludtrappen, kano-instapplaatsen, trailerhellingen, poorten en hekken. Daar waar door recreanten schade of overlast optreden, bijvoorbeeld aan de vegetatiebekleding van een waterkering, kunnen voorzieningen soms helpen om dat te voorkomen. Door te investeren in zorgvuldige communicatie, zonering en geleiding, neemt de kans op gewenst gedrag toe. 20. We zorgen dat onze recreatieve en informatieve voorzieningen functioneel en up-to-date zijn en passend in het landschap. Het aantal borden, banken, hekken en rasters beperkt houden spaart het landschap (geen verrommeling). Eenvoudige en overzichtelijke bebording is prettig voor zowel onderhoud (bescherming grasmat op dijken) als voor de recreant. Actuele informatieborden, naamborden, website en QR-codes zorgen dat de informatie over thema’s, projecten en gebied functioneel blijft. 4.11 Middelen 21. We stroomlijnen meldingen van buiten die te maken hebben met recreatie door deze als zodanig te ‘labelen’ en te laten behandelen door een gespecialiseerde functionaris. Coördinatie door een gespecialiseerde functionaris zorgt dat vragen of kwesties rond recreatie deskundig en eenduidig worden behandeld. Omgevingspartners weten waar ze terecht kunnen voor het thema recreatie. 22. We benutten onze communicatiemiddelen om recreanten te informeren en te bevragen. Door te informeren over mogelijkheden en beperkingen kunnen we gewenst gebruik stimuleren en ongewenst gebruik ontmoedigen. Door af en toe behoeften te peilen kunnen we goed inspelen op wensen en ontwikkelingen. 23. We passen waar nodig onze regelgeving en beleidsregels aan om dit beleid te ondersteunen en bekrachtigen. Met de Waterschapsverordening kunnen we voorwaarden stellen aan het recreatief medegebruik volgens het ‘ja, mits-principe’. Borging in regels biedt duidelijkheid voor gebruikers en geeft vergunningverleners, inspecteurs en toezichthouders een basis voor hun activiteiten. 24. We hebben een begrotingspost voor kleine uitgaven rond recreatie buiten projecten. Daarmee kan de organisatie snel reageren wanneer geld nodig is voor eigen recreatievoorzieningen of voor meefinanciering van voorzieningen van derden. Dit bespaart de tijd om financiering te zoeken voor relatief kleine uitgaven. Binnen eigen projecten van Waterschap Limburg worden uitgaven voor recreatie opgenomen in de projectbegroting. 5. Recreëren in balans In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de inwoners en bezoekers van Limburg laten meegenieten van al het moois dat op en rond het water is te zien en hoe we omgaan met de uitdagingen die dat soms oplevert. 5.1 Faciliteren van medegebruik Uit de hoofduitgangspunten in hoofdstuk 4 blijkt dat Waterschap Limburg een bescheiden rol kiest in recreatief medegebruik. We maken het graag mogelijk, maar we zien het als medegebruik naast de hoofdfuncties van het waterstaatswerk. Onze kerntaken zijn het aanleggen en beheren van die werken voor de hoofdoelen van het waterbeheer: waterveiligheid, voldoende water en schoon water. Recreatie is een nevendoel en daarom is daarin investeren niet vanzelfsprekend. In eigen projecten zorgen we met betrokkenen naar een goede inpassing van recreatie. Als andere partijen een route of een andere recreatievoorziening willen realiseren, werken we graag mee om het mogelijk te maken, maar verwachten dat de vragende partij zelf de financiering en het onderhoud regelen. In geval van taken die we toch al doen, zoals maaien, kunnen we overwegen om bijvoorbeeld een extra maaibeurt in te passen in ons maaibestek. Maar ook dan verwachten we in de basis een tegenprestatie van de vragende partij. 5.2 Onderhoudspaden Om de water aan- en afvoerfunctie in goede staat te houden hebben we langs veel watergangen onderhoudspaden die we gebruiken voor de inspectie en voor maai- en baggermachines. De meeste paden zijn opengesteld voor extensief recreatief medegebruik en aantrekkelijk voor routes en ommetjes te voet of met de fiets. Als ze niet zijn opengesteld is daar een reden voor, zoals kwetsbare soorten of leefgebieden, gevaar of afspraken met aanwonenden. In de basis maaien we onderhoudspaden enkele keren per jaar, vaak tegelijk met maai- of baggeronderhoud van de watergang zelf. Langs watergangen met de status Natuurbeek ruimen we het maaisel op en voeren het af om een kruiden- en bloemrijke begroeiing te krijgen. Langs watergangen met de status Omgevingsgericht water blijft het maaisel meestal liggen. Daar kan het zijn dat wandelen een deel van het jaar lastig is door hopen maaisel. Voor enkele watergangen, waar veel wordt gewandeld, maaien we vaker dan nodig is voor het reguliere onderhoud, omdat hier in het verleden om is gevraagd. Of we laten in goed overleg de gemeente vaker maaien. Deze stroken zijn als ‘wandelpad’ gemarkeerd in ons beheerregister. In alle gevallen geldt dat we het onderhoud doen in overeenstemming met de Gedragscode soortenbescherming voor waterschappen. Deze extra inspanningen zijn uitzonderingen en geen algemene regel. In het nieuwe beleid zetten we oude afspraken door, maar bij nieuwe verzoeken gaan we met de initiatiefnemer in gesprek over de extra kosten. Als een gemeente of andere instantie wensen heeft om een onderhoudspad een (half)verharding te geven of om bijvoorbeeld bankjes te plaatsen dan kan het waterschap dat vergunnen na een zorgvuldige afweging van alle belangen, zoals onderhoudbaarheid, beheerbaarheid en effect op bodem en water. Wel moet vooraf duidelijk zijn wie betaalt, wie eigenaar is en wie het onderhoud doet of betaalt. Afspraken leggen we vast. Onze onderhoudspaden zijn niet toegankelijk voor ruiters, menwagens en motorvoertuigen. We zien dat deze de bodem zo kunnen beschadigen dat het de instandhouding moeilijk maakt. Waar veel bevers voorkomen, kunnen paden ondermijnd raken door oeverholen. Daar letten we bij de reguliere inspecties zo goed mogelijk op gevaarlijke situaties en markeren die met lint zodat wandelaars gewaarschuwd zijn en om de holen heen kunnen lopen. Door de recente toename van oeverholen, kunnen we niet garanderen dat alles gemarkeerd is. Aanleg en onderhoud van paden in de praktijk Op nieuwe waterkeringen wordt een halfverharding aangebracht op de kruin zodat de waterkering in geval van een calamiteit bereikbaar is voor groot materieel. Langs watergangen zijn onderhoudspaden meestal onverhard, maar op drassige plekken wordt soms ook halfverharding aangebracht. In de praktijk overgroeien de paden met grassen. Op de meeste plekken wordt het pad/de kruin alleen in de reguliere maaibeurten (mee)gemaaid. Dit is twee à drie keer per groeiseizoen. Voor enkele veel belopen trajecten zijn er afspraken dat het pad één of twee keer extra wordt gemaaid. Op zeer veel belopen of op begraasde trajecten is maaien vaak niet nodig omdat het gras vanzelf laag blijft. Het maaien van bermen van fietspaden laten we aan gemeente over, net als alle andere wegen en paden met een verkeersfunctie. Behalve langs beken met de functie Natuurbeek, blijft het maaisel na het maaien liggen. Dit bemoeilijkt het wandelen. Deze onderhoudspaden beschouwen we dan ook als struinpaden of laarzenpaden. Bij meanderende beken gebeurt het wel eens dat een buitenbocht een pad ondermijnt of wegslaat. Dan zorgen we voor een nieuw tracé dat weer enige tijd veilig is. Als daar grond van derden voor nodig is, kan dit wel enige tijd duren. Als voor een recreatieve route een brug nodig is, wordt het waterschap doorgaans niet de brugbeheerder en ligt de onderhoudsplicht bij de vergunninghouder. 5.3 Waterkeringen De belangrijkste functie van waterkeringen is betrouwbaar water keren. Alle andere functies zijn ondergeschikt. Naast de technische opbouw van een dijk, de breedte en de hoogte, is ook de dijkbekleding bepalend voor de faalkans als er bij hoogwater een grote massa water tegenaan staat en als er golven tegenaan of zelfs overheen slaan. Bij groene dijken is een stevige mat van verschillende grassen en kruiden de beste bescherming tegen golfslag, overslag en uitspoeling. Daarom zijn we er als waterschap op gebrand om die gras-kruidenmat in goede staat te houden en alles te weren dat het kan beschadigen. Zo bouwen we begrazing met vee helemaal af en zijn de meeste waterkeringen alleen opengesteld voor wandelen. Met klappoorten ontmoedigen we gebruik door ruiters, fietsers en gemotoriseerde verkeer. Alleen waar op de kruin van de dijk een halfverharding ligt, kunnen ook ongemotoriseerde voertuigen er gebruik van maken, maar geen ruiters en menners. Op plekken waar veel mensen op of van de dijk gaan, voorkomen we beschadiging door een taludtrap aan te leggen. Honden moeten altijd aan de lijn. Met hekken, bankjes, prullenbakken en informatieborden zijn we terughoudend omdat palen in de grond al een aangrijpingspunt voor het water kunnen zijn om de bovenlaag te eroderen. Ook maken ze goed maaionderhoud moeilijker. We hebben liever borden aan bestaande palen dan aan nieuwe. Bij hekken en rasters is een risico dat de maaimachine extra moet keren op de dijk en er rijschade ontstaat. Sommige delen zijn slecht bereikbaar en rasters verzamelen ook drijfvuil waaronder de begroeiing afsterft4. Daarom zorgen we in projecten voor een goed doordachte plaatsing, in nauw overleg met de beheerafdeling. 5.4 Natuurwaarden Het waterschap probeert met de inrichting en het beheer de biodiversiteit te verhogen en in stand te houden. Inrichtingsprojecten van beken hebben meestal als hoofddoel het realiseren van de ecologische waterdoelen uit het beleid, onder andere vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn Water. Maar ook de landnatuur naast het water versterken we waar dat kan. In beekdalen waar veel ruimte is en het waterpeil niet zo veel uitmaakt, kiezen we voor ‘rewilding’. Hier krijgen de natuurlijke processen de vrije hand en grijpen we alleen nog in als het echt nodig is. Paden in beekdalen en natte laagten zijn dan ook wel eens tijdelijk niet overal toegankelijk door overstroming of regenwaterplassen. Graag laten we de resultaten van onze inspanningen zien! Recreëren is extra aantrekkelijk als er interessante planten of dieren zijn te vinden. Om te zorgen dat diezelfde natuur niet te veel lijdt onder verstoring, vertrapping of vervuiling is het belangrijk om de recreatiedruk af te stemmen op de kwetsbaarheid van de soorten en habitats. Om dit goed te kunnen doen, gaan we de bestaande ecologische gegevens gebruiken om in kaart te brengen waar bijzondere soorten en habitats voorkomen. Van die locaties maken we een inschatting van de recreatie-intensiteit, zowel doordeweeks als in het weekend. Waar het aannemelijk is dat er significante negatieve effecten zijn, beoordelen we of en hoe we de recreanten kunnen sturen, omleiden of weghouden van de gevoelige locaties. Met een dergelijke zonering houden we beter rekening met gebieds- en soortbescherming dan voorheen. We kijken ook naar het onderhoud dat nodig is voor het medegebruik en of dit in overeenstemming is met de Gedragscode soortenbescherming voor waterschappen. Casus: kanovaren op Roer en Swalm Doordat we beeksystemen als de Swalm en de Roer steeds natuurlijker laten worden en ook door het knaagwerk van de bever, wordt het kanovaren op deze riviertjes steeds uitdagender. In de Swalm liggen inmiddels zo veel omgevallen bomen dat kanovaren onmogelijk is. Daarom gaan we de Swalm van de lijst kanowateren afhalen. In de Roer is kanovaren nog mogelijk, maar neemt het risico op aanvaringen met bomen en omslaan toe. We houden de Roer bevaarbaar door in de omgevallen boomstammen openingen te zagen. Waar dat onvoldoende is om het veilig te houden, proberen we boomstammen opzij te trekken en half op de oever te leggen. Een enkele keer gaan we met een kraan het gebied in om een boom geheel te verwijderen. Dit is echter kostbaar, vraagt uitgebreide procedures en brengt schade toe aan het Natura2000-gebied. Bovendien heeft dood hout in de beek een belangrijke ecologische functie. Het zorgt voor luwe plekken voor vis en is substraat voor micro-organismen die het water filteren en de voedselketen opbouwen. Ook is de Roer een van de weinige plekken in ons werkgebied waar enige rewilding mogelijk is. Omgevallen bomen horen daarbij. Daarom beperken we ons boomonderhoud tot een minimum: alleen als het echt niet anders kan. Zo werken we samen aan een goede balans tussen het kanovaren en de natuurlijke ontwikkeling van de Roer. Daarbij hoort ook het accepteren dat het misschien toch een keer misgaat. Daarbij geldt dat we veranderingen, bijvoorbeeld een geleidelijke toename van recreatie in een gebied, goed in de gaten houden. Zo voorkomen we dat de ecologische kwaliteit ongemerkt daalt door te hoge recreatiedruk. Om die reden zijn we ook terughoudend met het honoreren van verzoeken om recreatie gemakkelijker te maken of nieuwe vormen toe te laten. Zo voorkomen we dat wat nu een struinpad is, bijvoorbeeld uitgroeit tot een route voor quads. Indien er verzoeken zijn voor het openstellen van gebieden die nu niet toegankelijk zijn, vragen we een natuurtoets om het effect op soorten en habitats te beoordelen, ook de niet wettelijk beschermde. 5.5 Veilig recreëren en zwemmen Wie terreinen openstelt voor recreatief medegebruik heeft een zorgplicht om het recreëren veilig te houden voor zover dit redelijkerwijs verwacht kan worden. Dat betekent niet dat alles voor honderd procent veilig wordt gemaakt, maar dat voorzienbare risico’s worden beheerst door ze op te lossen, door er - zo specifiek mogelijk - voor te waarschuwen of door bezoekers om te leiden of weg te houden. Daarnaast geldt altijd dat bezoekers een eigen verantwoordelijkheid hebben om schade en letsel te voorkomen. Voor waterstaatswerken kunnen veiligheidsrisico’s ontstaan op plekken waar mensen diep kunnen vallen (regenwater­buffers, afkalvende oevers), waar onstabiele bomen staan (nabij paden of kanowater), waar gevaarlijke stromingen zijn (kanowater met omgevallen bomen en/of hoge afvoer), waar paden ondermijnd zijn (bevers), waar de zwemwater­kwaliteit onvoldoende is (E-coli, botulisme, blauwalgen), waar vee staat (begraasde terreinen) of waar irriterende planten (grote beren­klauw) of dieren (eiken­processie­rups) voorkomen. Om te voldoen aan deze zorgplicht zorgen we - in deze volgorde - dat: a)recreanten weten dat ze terreinen op eigen risico betreden; b)recreanten weten wat is toegestaan en wat niet (b.v. paarden en loslopende honden); c)we zelf weten welke specifieke risico’s er in dat terrein zijn; d)we waarschuwen voor de specifieke risico’s in dat terrein; e)we meldingen over gevaarlijke situaties van bezoekers of onze eigen inspecteurs beoordelen; f)we (bekende) gevaarlijke situaties oplossen of bezoekers van die plekken wegleiden; g)we restrisico’s accepteren; óf h)dat we het waterstaatswerk volledig afsluiten voor recreanten. Uit deze volgorde blijkt dat we openstellen belangrijker vinden dan alle risico’s en aansprakelijkheid proberen te voorkomen. Zeker voor de kleinere risico’s, zoals vallen en verstuiken, geldt dat die nu eenmaal horen bij het actief buiten zijn. Letsel of schade door loslopende honden is de verantwoordelijkheid van de hondeneigenaar. Er geldt immers een aanlijngebod op al onze terreinen. Voor stap b) en c) is het nodig dat we inspecteren en daarbij risico’s signaleren en vastleggen. Dit voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. We kunnen bijvoorbeeld niet dagelijks het gehele werkgebied aflopen. En niet alle risico’s zijn direct zichtbaar, zoals een oeverhol van een bever dat doorloopt tot onder een pad. De inspanning moet in verhouding staan tot het risico. Restrisco’s accepteren we. Voor het waarschuwen voor risico’s geldt dat dit zo specifiek mogelijk moet zijn. Voor een beverhol of een afkalvende oever is het onvoldoende om aan het begin van het pad een bord te plaatsen. In plaats daarvan markeren we zichtbare oeverholen en beversleuven nabij paden ter plekke met lint. Gezien de recente toename van oeverholen en de slechte zichtbaarheid ervan, kunnen we onmogelijk alle locaties markeren. We moeten steeds vaker vertrouwen op de eigen voorzichtigheid van de wandelaars. Wel wijzen we op informatieborden of in route-informatie op specifieke risico’s als die langdurig aanwezig zijn. Indien een veiligheidsrisico op een onderhoudspad ontstaat door bijvoorbeeld een zwakke boom op een aangrenzend terrein, zullen onze inspecteurs de eigenaar wijzen op zijn zorgplicht en afspraken maken over het veilig maken. Voor zwemwater is onze wettelijke zorgplicht geregeld in de Omgevingswet. De beheerder van de zweminrichting is verantwoordelijk voor de inrichting en veiligheidsvoorzieningen. Het waterschap controleert de waterkwaliteit en beoordeelt daaraan verwante risico’s als bacteriële besmetting, blauwalgen, botulisme en ongedierte. Buiten de officiële zwemwaterlocaties is het Limburgse oppervlaktewater niet geschikt voor water-recreatie: er zijn geen voorzieningen, er is geen bewaking en de waterkwaliteit wordt niet beoordeeld. Op enkele plekken waar toch vaker mensen het water in gaan, plaatsen we waarschuwingsborden dat het water niet veilig (Sigrano) of niet schoon (Geul) is. Daarbuiten vertrouwen we op het gezond verstand en verwijzen we via onze informatiekanalen naar de zwemwateren. Omdat kanovaren op de Roer riskant is bij hoge afvoeren is dit boven een bepaald waterpeil verboden. Dit is gemarkeerd met een rood-groene peilschaal bij de instapplaatsen, inclusief uitlegbord. Ook op de website waar het kanovaren moet worden gemeld waarschuwen we daarvoor, net als voor het risico dat omgevallen bomen opleveren. In de praktijk blijkt dat sommige recreanten deze informatie toch niet bewust zien. Daarom gaan we na hoe dit verbeterd kan worden. Als er ijs ligt dat onvoldoende sterk is om te schaatsen, verwachten we van de schaatsers dat ze zelf de situatie inschatten. Soms plaatst een eigenaar of beheerder van de plas waarschuwingsborden. 5.6 Privacy en overlast Zowel bij waterkeringen als bij onderhoudspaden komt het voor dat er dichtbij woningen liggen waarvan de bewoners zich zorgen maken over hun privacy of overlast vrezen als het waterstaatswerk is opengesteld voor recreanten. Voor dit soort situaties hebben we de beslisboom op de volgende pagina opgesteld. De instructie bij de beslisboom 1.Bepaal van de situatie of er een bijzonder gevaar bestaat voor wandelaars, bijvoorbeeld risico op vallen van hoogte, ondermijnde onderhoudspaden of onveilige bomen. De laatste is meestal oplosbaar door boomonderhoud. Bij niet veilig te maken situaties geldt: ga door naar 5. Bij geen gevaar: ga door naar 2. 2.Ga na of er afspraken gelden met de belanghebbenden over al dan niet openstellen. Zo ja, ga na of deze rechtsgeldig zijn, dat wil zeggen: door beide partijen bevestigd en liefst vastgelegd in een overeenkomst of notarieel of dat ze alsnog rechtsgeldig te maken zijn. Zo ja: ga door naar 5. Zo nee: ga door naar 3. 3.Bepaal of er een onevenredige aantasting is van de privacy van aanwonenden op basis van de criteria bij #. We zien aantasting van privacy als onevenredig als aan alle drie voorwaarden is voldaan. Zo ja: ga naar 4. Zo nee: openstelling is wel mogelijk. 4.Ga na of de privacy kan worden hersteld of verbeterd met bijvoorbeeld afschermende beplanting of een schutting. Zo ja: openstelling is mogelijk, mits met de belanghebbende afspraken worden gemaakt over (de kosten van) het aanbrengen van een privacy-verhogende maatregel. Zo nee: ga door naar 5. 5.Ga na of een doorgaande wandelroute is te maken door ter plekke van de woning(en) een omleiding te maken. Bij een dijk kan dit zijn het afleiden naar de voet van de dijk of halverwege het talud , mits het dijkontwerp dat toelaat, of via openbare paden en wegen. Bij een watergang is soms een route via de andere oever mogelijk. Ook kan door het waterschap of door de beheerder van de wandelroute een strook grond worden aangekocht om een pad op te situeren. Een voorwaarde is dat er overeenstemming is over de extra kosten. Zo ja: start de werkzaamheden om de omleidingsroute te realiseren. Zo nee: openstelling is niet mogelijk. Onderbouwing van de beslisboom Veiligheid voorop Denkbare onveilige situaties zijn valrisico bij hoogten, onstabiele bomen en onstabiele grond door verzakking of ondergraving. Eerst wordt gekeken of de onveilige situatie is op te lossen. Als dit niet kan, onderzoeken we of met een omleiding wel een veilige doorgaande wandelroute is te maken of te herstellen. Als laatste optie kiezen we voor niet openstellen of het afsluiten van de toegang. Afspraak is afspraak Indien er met bewoners of eigenaren afspraken worden gemaakt over het al dan niet openstellen van een locatie voor wandelaars, is het belangrijk dit traceerbaar vast te leggen. Dergelijk afspraken worden wel eens gemaakt bij grondverwerving voor een waterkering of beekherstel. Indien deze afspraken vastliggen in een overeenkomst of akte, houden wij ons daaraan. Soms is de afspraak alleen mondeling bevestigd, dan is het zaak om de afspraak alsnog vast te leggen. Daarbij is het van belang rekening te houden met eventuele toekomstige wisseling van eigenaar: is de afspraak gekoppeld aan de woning of aan de eigenaar? In situaties waarin een route alleen is te realiseren door passage over een privéterrein, is dit uiteraard pas mogelijk na overeenstemming met de eigenaar. Objectief toetsen van privacy claims De Omgevingswet stelt dat in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties het aspect privacy moet worden meegewogen in plannen. De wetgever is echter niet concreet over wanneer privacy in het geding is. Uit jurisprudentie blijkt dat bij bezwaren rond aantasting van privacy de bezwaarmaker zelden in het gelijk wordt gesteld. In veel gevallen oordeelt de rechtbank dat een openbaar belang prevaleert boven private privacybelangen. Daarbij is de afstand tussen woning en het pad waar gewandeld of gefietst gaat worden het belangrijkste criterium, naast de aan- of afwezigheid van afschermende beplanting of de mogelijkheid deze aan te brengen. Er zijn zaken waarin een afstand van 10 meter geen reden was om de bezwaarmaker in het gelijk te stellen. Er bestaat echter geen richtlijn of norm voor. Als Waterschap Limburg kiezen we voor een afstand van 25 meter als grens waarbinnen aantasting van privacy aan de orde kan zijn. We hanteren de volgende criteria: Er is sprake van onevenredige aantasting van privacy als door het openstellen van een waterschaps-werk ál deze drie omstandigheden gelden: – de nieuwe wandelplek ligt op minder dan 25 m van de woninggevel, niet zijnde de voorgevel, én – de nieuwe wandelplek geeft zicht op een privégedeelte van het perceel of een vertrek binnenshuis dat niet al van andere zijden in het zicht ligt, én – het privégedeelte grenst niet aan openbare ruimte. Onder woning verstaan we ook het woongedeelte van boerderijen, maar geen bedrijfsgebouwen. Onder ‘zicht op’ verstaan we dat er een rechtstreekse zichtlijn is van de nieuwe wandelplek op een privégedeelte van het perceel of een vertrek binnenshuis. Daarbij spelen eventuele hoogteverschillen mee, want bij een hoge waterkering is de kans op inkijk groter dan bij een (verlaagd) wandelpad langs een beek. Ook speelt in de afweging mee of er al afscherming aanwezig is door beplanting, schutting of bijgebouw. Onder ‘op een van andere kanten afgeschermd privégedeelte’ verstaan we terrassen, zwembaden, overkappingen en sauna’s. Privégedeelten moeten nabij de woning moeten liggen. In grote of diepe tuinen gaan we er van uit dat de bewoner voldoende ruimte heeft om zelf afschermende maatregelen te nemen. De voorwaarde ‘privégedeelte grenst niet aan de openbare weg’ moet voorkomen dat er discussie ontstaat over de privacy van een plek die al in het zicht ligt van gebruikers van een openbare weg. Situatieschets ter bepaling of sprake is van onevenredige aantasting van privacy Situatie waarin vanaf de waterkering direct zicht is op privégedeelten in huis en tuin a. b. c. Situaties zonder aantasting van privacy doordat er geen inkijk in woning of tuin is door: a. lage ligging van het wandelpad, b. bijgebouwen, c. een dichte heg Nadeelcompensatie In bezwaren wordt waardedaling van een woning wel eens genoemd als extra argument tegen openstelling. Planschade is de vermogensschade of inkomensschade die ontstaat na een verandering van de planologische situatie. Bijvoorbeeld wanneer iemand uitzonderlijk veel nadeel ondervindt doordat voor een dijkversterking een omgevingsplan wordt herzien of met een omgevingsvergunning wordt afgeweken van een omgevingsplan. Deze procedure loopt via de gemeente. Waterschap Limburg heeft een nadeelcompensatieregeling. Als partijen hier aanspraak op maken, zal in voorkomende gevallen de Commissie Nadeelcompensatie worden gevraagd een advies uit tr brengen waarna het waterschapsbestuur beslist op het verzoek. Zowel bij nadeelcompensatie als bij planschade geldt een zogeheten normaal maatschappelijk risico (NMR). Dat is een eigen risico of ondernemersrisico bij maatschappelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat het deel van de schade dat binnen het normaal maatschappelijk risico valt, voor rekening blijft van de aanvrager. In de wet is het NMR vastgesteld op minimaal 4%, maar het waterschap kan dit ook hoger vaststellen. De inschatting is dat een afname van privacy in de praktijk nooit zal leiden tot een waardedaling die hoger is dan het NMR. Desondanks zou schadevergoeding in bepaalde gevallen kunnen worden ingezet om een situatie op te lossen. Onderzoeken hoe het wel kan Uit het voorgaande kan blijken dat in een situatie sprake is van onevenredige aantasting van privacy door het openstellen van een waterstaatswerk. Dat is echter niet altijd voldoende reden om af te zien van openstelling. Het is in sommige gevallen mogelijk om met aanvullende maatregelen wel open te stellen. We onderzoeken alle mogelijkheden, aangezien openstellen voor recreatief medegebruik het vertrekpunt is in dit beleid. De maatregelen vallen uiteen in twee categorieën: a.privacy-verhogende maatregelen b.omleiden van wandelaars Privacy-verhogende maatregelen Indien uit de objectieve toetsing van de privacy-claim blijkt dat er sprake is van onevenredige aantasting van de privacy, onderzoeken we of met bijvoorbeeld beplanting of tuinschermen de privacy-gevoelige plek kan worden afgeschermd. Een aandachtspunt is dat dicht bij waterkeringen en watergangen beperkingen voor opgaande beplanting of constructies zijn opgenomen in de Waterschapsverordening. Dat kan er toe leiden dat de afscherming niet mogelijk is of dicht bij de privacy-gevoelige plek moet worden gesitueerd. Indien privacy-verhogende maatregelen mogelijk blijken, geven we de voorkeur aan openstellen van het waterschapswerk. Met de eigenaar van het gebouw of perceel maken we afspraken over de kosten en uitvoering van de maatregelen. In de praktijk zal het voorkomen dat de eigenaar geen afscherming wil om zelf vrij uitzicht te houden. In dat geval wordt geen andere vorm van genoegdoening aangeboden. Omleiden van wandelaars Indien uit de objectieve toetsing van de privacy-claim blijkt dat er sprake is van onevenredige aantasting van de privacy én privacy-verhogende maatregelen onvoldoende oplossing bieden, onderzoeken we of we de wandelaars op waterkering of onderhoudspad kunnen omleiden. Bij waterkeringen kan worden gedacht aan een pad of taludtrap naar beneneden die aansluit op een wandelstrook langs de buitenteen van de dijk, halverwege het talud of op een bestaande openbare weg. Een taludtrap is nodig om de erosiebestendigheid van de dijkbekleding te behouden. Bij watergangen kan worden gedacht aan het omleiden naar de andere oever of naar een openbare weg. Het is belangrijk dat de omleiding “logisch” is voor de wandelaars, zodat hij wordt gebruikt zoals bedoeld. Omleiding voor wandelaars aan de voet van een waterkering Overige overwegingen en afwijkende situaties Bovenstaande is de theoretische afwegingsinstructie voor besluiten rond openstellen. In praktijksituaties kunnen nog andere aspecten een rol spelen bij de besluitvorming. Deze zijn niet allemaal te vatten in een beslisboom, maar kunnen een extra argument zijn om een object wel of juist niet open te stellen, bijvoorbeeld: –of het aan te passen waterschapswerk in de huidige situatie al is opengesteld; –of de privacygevoelige locatie een geïsoleerd object is of een cluster van objecten; –of de wandelplek onderdeel is van een route; –of de wandelplek een doorgaande wandeling of ommetje mogelijk maakt; –etc. Ook kunnen situaties dermate afwijkend zijn dat ze niet passen in de beslisboom. Die gevallen worden individueel beoordeeld op basis van de specifieke belangen die er spelen. Grondaankoop Bij onderhandelingen over grondaankoop geldt in principe dat de bepalingen in de waterschapsverordening en de kaders in het waterschapsbeleid prevaleren boven het belang van de individuele grondtransactie. Andere aandachtspunten zijn: –Indien privacy-knelpunten te voorzien zijn, houdt dan bij de grondaankoop al rekening met extra ruimte om wandelaars alternatieven te bieden (buitenteen dijk, andere oever, afleiding naar openbare weg etc.). –Indien voorwaarden rond openstellen onderwerp van onderhandeling zijn, is het belangrijk om dit eerst intern (met het projectteam, maar ook met de beheerafdeling) te bespreken voordat toezeggingen worden gedaan. Het blijkt immers dat dit soort afspraken later tot discussie leiden. Het is belangrijk om in dit soort gevallen een goede integrale afweging te maken. –Leg eventuele afspraken rond openstellen goed vast in een akte of overeenkomst. –Maak duidelijk dat niet openstelling geen garantie biedt dat er geen mensen komen en dat handhaving lastig is en een lage prioriteit heeft. –Probeer per dijkvak of beektraject vergelijkbare afspraken te maken met de verschillende belanghebbenden, anders geldt de zwaarste restrictie voor het geheel en zijn doorgaande routes onmogelijk. 6. Recreatievormen en hoe we er mee omgaan 6.1 De regels rond recreatief medegebruik Voor alle activiteiten in, op of rond waterstaatswerken van het waterschap gelden zorgplichten of regels. Deze gelden dus ook voor iedereen die recreëert bij watergangen, waterkeringen of regenwaterbuffers. Onderstaand een beknopt overzicht van de regelgeving. In bijlage F staan de integrale teksten van de relevante artikelen. Algemene zorgplicht Omgevingswet We verwachten van recreanten dat ze respectvol omgaan met alles in het terrein: eigendommen, flora, fauna, maar ook grindbanken in beken, de grasmat op dijken en de stilte. En dat ze niets meenemen of achterlaten. Wettelijk is dit geregeld in de algemene zorgplicht die stelt dat iedereen voldoende zorg moet dragen voor de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, dan wel die activiteit achterwege te laten. Zorgplicht Waterschapsverordening Onze eigen verordening staat toe om handelingen in het watersysteem en de bijbehorende zones te verrichten, mits voldaan wordt aan enkele zorgplichtbepalingen. Degene die de handelingen verricht en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door die handeling nadelige effecten voor het watersysteem ontstaan of kunnen ontstaan, voorkomt die effecten voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verwacht. Onder het voorkomen van nadelige effecten voor het watersysteem vallen het voorkomen van: (grond)waterschaarste, (grond)wateroverlast, overstromingen of inundaties; aantasting van de bestaande staat van een waterkering; belemmering van de doorstroming in een oppervlaktewater; belemmering van de inspectie- of onderhoudswerkzaamheden aan het watersysteem, daaronder mede begrepen handelingen die de ontvangstplicht van specie en maaisel, krachtens artikel 10.3 van de Omgevingswet, belemmeren; verslechtering van de chemische en ecologische waterkwaliteit; negatieve effecten van wegzijging of kwel op de chemische en ecologische waterkwaliteit en waterkwantiteit; verzakkingen van de bodem of uitwisseling van grondwater tussen van elkaar gescheiden watervoerende pakketten als gevolg van grondwateronttrekkingen of grondboringen; belemmering van de vervulling van maatschappelijke functies van het watersysteem; en verslechtering van de grondwaterkwaliteit. Specifieke zorgplicht recreatief medegebruik Er is nog een specifieke zorgplicht recreatief medegebruik. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a.er geen schade wordt toegebracht aan het oppervlaktewater of de bijbehorende zones; b.er geen afval wordt achtergelaten; c.aanwezig vee op de aangrenzende percelen niet wordt verontrust; en d.de privacy van bewoners van huizen op de aangrenzende percelen wordt gerespecteerd. Voor waterkeringen betekent de specifieke zorgplicht recreatief medegebruik dat: a.voorkomen wordt dat de waterkering en bijbehorende zonering worden beschadigd als gevolg van het recreatief medegebruik; en b.paardrijden op een waterkering en in de kernzone alleen plaatsvindt op speciaal hiervoor ingerichte ruiterpaden. N.b. dit is een oude bepaling; we staan geen nieuwe ruiterpaden toe in de kernzone van waterkeringen. Algemene regels Voor diverse activiteiten bij waterstaatswerken geldt dat ze zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan algemene regels. Voor varen heeft Waterschap Limburg een aantal algemene regels over wáár mag worden gevaren en met welke vaartuigen. Voor kanovaart op de Roer is dit verder uitgewerkt in regels over aantallen, trajecten en melden vooraf. Voor motorvaartuigen op de Roer en Hambeek gelden algemene regels over de trajecten, de soorten vaartuigen en het aan- en afmeren (zie bijlage F). Voor waterkeringen bepalen algemene regels dat er geen activiteit plaatsvindt op de taluds en dat bij evenementen de dijkbekleding niet wordt beschadigd (zie bijlage F). Meldplicht Evenementen in de beschermingszone van een waterkering of in de kernzone van een watergang moeten minstens 4 weken vooraf worden gemeld. Ook kanovaren op de Roer moet vooraf worden gemeld. Vergunningplicht Een vergunning van het waterschap is nodig om in de kernzone van een primair of secundair water een parcours aan te leggen of in te richten voor recreatieve doeleinden. In de kernzone van een waterkering is het verboden om zonder vergunning: •een parcours aan te leggen of in te richten in de kernzone, •gebruik te maken van de kernzone voor gemotoriseerde vormen van recreatief medegebruik, •gebruik te maken van de beschermingszone voor gemotoriseerde vormen van recreatief medegebruik, •evenementen te houden. Ook het aanleggen bijvoorbeeld een (half)verharding is vergunningplichtig. Dat een activiteit in principe vergunbaar is, wil niet altijd zeggen dat de vergunning ook verleend wordt. Uit de toetsing kan blijken dat er gegronde redenen zijn om de aanvraag af te wijzen. Maatwerkvoorschrift Het waterschap kan met maatwerkvoorschriften specifieke eisen stellen aan een activiteit waarvoor algemene regels gelden. Indien sprake is van een vergunning staan die in vergunningvoorschriften. 6.2 Waar recreëren bij het waterschap Onderstaande matrix geeft weer welke vormen van recreatief medegebruik we kennen en onder welke hoofdvoorwaarden ze in principe toelaatbaar zijn, uitgaande van de beleidsuitgangspunten in deze nota en de geldende regels. Let op: als een vorm toelaatbaar is gelden nog steeds voor iedereen de algemene zorgplicht en de (algemene) regels zoals hierboven beschreven! Voor meld- of vergunningplichtige activiteiten gelden aanvullende voorwaarden. Recreatievorm toelaatbaar kleine beken # grote beken # waterkeringen plassen zwemlocaties regenw.bufferss te raadplegen weblink met voorwaarden Blotevoetenpad met vergunning (na toetsing) + + + + + + Evenementen * met vergunning (na toetsing) + + + + + + Fietsen en e-bikes op opengestelde w.s. werken + + + - - - Fietsen mountainbike op opengestelde w.s. werken + + + - - - Goudpannen met vergunning (na toetsing) - - - - - - Geocache plaatsen zonder vergunning, met richtlijnen + + + + + + Hengelsport met vispas van hengelsportvereniging + + + + + - VISplanner Honden uitlaten aangelijnd op opengest. w.s. werken + + + - - + Magneetvissen alleen vanaf bruggen + + - + - - Mennen met koetsen lokaal op bredere paden - + - - - - Motorvoertuigen niet toelaatbaar - - - - - - Naaktrecreatie op geschikte opengestelde plekken + + + + + + Website - NFN Paardrijden lokaal op brede opengestelde paden - + - - - - Packrafting op aangewezen kanowateren - + - - - - Kanoën in Limburg Schaatsen op opengestelde w.s. werken - + - + + - Sleeën op opengestelde w.s. werken + + + + + + Varen kano op aangewezen kanowateren - + - - - - Kanoën in Limburg Varen motorboot delen van de Roer en Hambeek - + - - - - Varen roeiboot op aangewezen kanowateren - + - - - - Varen surfplank / SUP op aangewezen kanowateren - + - - - - Wandelen op opengestelde w.s. werken + + + + + + Zwemmen op officiële zwemwaterlocaties - - - - + - Zwemwater #onder grote beken verstaan we de Niers, Groote Molenbeek, Tungeroysebeek, Kanaal van Deurne, Oude Helenavaart, Helenavaart, Uffelsebeek, Roer, Geul en Jeker. Onder kleine beken verstaan we alle overige watergangen +toegestaan (bij openstelling) onder voorwaarden als aangegeven in 2e kolom en op de weblink -niet toegestaan *voorbeelden van evenementen: zwemrace, vissen, duckraces, single track, free riding, trailrun, survival, inclusief tijdelijke voorzieningen als tenten, tribunes, toiletten, dranghekken etc. 6.3 Recreatieve voorzieningen Onderstaande matrix geeft voor enkele typen voorzieningen voor recreatief medegebruik aan hoe Waterschap Limburg daar mee om gaat. Voor vrijwel alle voorzieningen geldt dat er een vergunning van het waterschap nodig. Vergunning wordt alleen verleend als het past binnen de regels en als de waterschapsdoelen niet onevenredig worden geschaad. Onderdeel van een eventuele vergunning is dat er vooraf afspraken worden gemaakt over beheer en onderhoud. Recreatievoorziening hoofdrol waterschap aanleg, beheer en onderhoud door Waterschap Limburg Zwemstrandjes evt. vergunnen na toetsing alleen op officiële zwemwaterlocaties: controle Taludtrappen evt. vergunnen na toetsing incidenteel om dijkbekleding te beschermen Rasters en klaphekjes evt. vergunnen na toetsing indien waterschapseigendom afgerasterd wordt Vlonders en steigers evt. vergunnen na toetsing meestal niet Kano-uitstapplaatsen evt. vergunnen na toetsing incidenteel om oevers te beschermen Banken, prullenbakken evt. vergunnen na toetsing meestal niet Informatie-/routeborden evt. vergunnen na toetsing alleen bij eigen communicatiedoelen Hondenlosloopgebied evt. vergunnen na toetsing meestal niet 6.4 Openstelling voor voertuigen Onderstaande tabel toont verschillende categorieën voertuigen en of deze in principe toegang hebben tot opengestelde waterstaatswerken. Lokaal kunnen andere regels gelden. Voertuig/Vaartuig categorie * motor max. snelheid recreatieve toegang w.s.werken Waterschap Limburg Fiets - geen - ja Mountainbike - geen - Ja E-bike L1e-A max. 250 watt 25 km/u Ja Fatbike L1e-A max. 250 watt 25 km/u ja Speedpedelec L1e-B, max. 4000 watt 45 km/u nee Bromfiets op 2 of meer wielen L1e-B, L2, L6 max. 50 cc 45 km/u nee Snorfiets / E-step L1e 25 km/u nee Alle 3- en 4-wielers M, N, O, L3-L7, T, C, R, U min. 50 cc 45 km/u nee *Indeling op basis van de Regeling voertuigen 6.5 Openstelling voor vaartuigen Onderstaande tabel toont verschillende categorieën vaartuigen en of deze in principe toegang hebben tot watergangen. Lokaal kunnen andere regels gelden. Voor de ligging van de trajecten I t/m V zie bijlage B. Voertuig categorie lengte toegang watergangen Waterschap Limburg Kano, kajak en SUP spierkracht op aangewezen kanowater# Roeiboot spierkracht op Roer en Hambeek* traject I, II, III, IV en V Waterfiets spierkracht op Roer en Hambeek* traject I, II, III, IV en V Zeilplank windkracht op Roer en Hambeek* traject I, II, III, IV en V Kitesurfplank windkracht op Roer en Hambeek* traject I, II, III, IV en V Klein schip motor < 6 m op Roer en Hambeek* traject I, II, III, IV en V Klein schip motor 6 tot 9 m op Roer en Hambeek* traject I, II en III Klein schip motor 9 tot 20 m op Roer en Hambeek* traject I Groot schip motor > 20 m op Roer en Hambeek* traject I Waterscooter motor geen # Zie bijlage C. Extra voorwaarden in de Waterschapsverordening t.a.v. periode, tijdstippen, aantallen en gedrag * Zie extra voorwaarden in Waterschapsverordening t.a.v. breedte, hoogte, diepgang, snelheid, periode, tijdstip, aanleggen en perceeleigendom 6.6 Hengelsport Op een deel van de watergangen in Limburg kan worden gevist met de Vispas. Op andere delen met een jaarvergunning voor leden van een hengelsportvereniging of met een week- of dagvergunning voor niet-leden. Deze visrechten (juridisch: medegebruik met rechten) regelen we met visstandbeheercommissies en Sportvisserij Limburg. Het waterschap krijgt op verzoek een tegenprestatie in natura, zoals hulp van een hengelsportvereniging bij vismonitoring of het preventief wegvangen van vis bij werkzaamheden in een watergang of bij extreme droogte. Structureel is er samenwerking in visstandprojecten en in het terugbrengen van de zalm. Hengelsporters zijn ook onze oren en ogen langs de waterkant als ze ontwikkelingen zien, positief of negatief. Voor sommige wateren, zoals de Roer, geldt dat door de natuurlijke ontwikkeling het vissen steeds avontuurlijker wordt. We geven dan voorrang aan de rewilding en doen geen extra onderhoud voor de hengelsporters, tenzij er sprake is van zeer gevaarlijke situaties. Voor hengelsportplassen en stadsvijvers is het waterschap formeel alleen de waterkwaliteitsbeheerder, waarbij opgemerkt dat de eigenaar/gebruiker het dagelijkse beheer doet. Een deel van deze wateren is vaak niet in evenwicht en kwetsbaar voor algenbloei en zuurstofgebrek. Als waterschap adviseren we gemeenten en hengelsportverenigingen over het nemen van structurele verbeteringen. Bij acute problemen doen we ter plaatste onderzoek en adviseren over noodmaatregelen. Voor blauwalgen volgen we een landelijk toegepast protocol. 6.7 Nieuwe recreatievormen Voor opkomende vormen van recreatief medegebruik doorlopen we onderstaand beslisschema om te bepalen of we het medegebruik kunnen beoordelen met de bestaande regels of dat er aanvullende of nieuwe regels nodig zijn. Toelichting 1.Check of de nieuwe vorm van recreatief medegebruik toch onder bestaande regelgeving kan vallen. 2.Maak een inschatting of er significant negatieve effecten van de recreatievorm zijn te verwachten voor recreant, natuur, omgeving (o.a. privacy), KRW-doelen of waterstaatswerk: gevaar, beschadiging, verstoring, vervuiling, opstuwing, onderhoudbaarheid: a.Ja, afhankelijk van de verwachting over groei: regelgeving maken of gebruik met afspraken regelen b.Nee: toestaan, met inachtneming zorgplicht c.Onzeker: organiseer een kleinschalige pilot, inclusief monitoring 7. Initiatieven rond recreatie en educatie 7.1 Eigen initiatieven Waterschap Limburg ziet recreatief medegebruik als een nevenfunctie van waterstaatswerken. Het initiatief hiervoor ligt meestal bij anderen, maar voor sommige activiteiten nemen we zelf het initiatief. Zo is bij onze eigen aanlegprojecten een vast onderdeel om rekening te houden met recreatief medegebruik. We gebruiken het participatieproces om wensen vanuit de omgeving op te halen en onderzoeken hoe we die in het plan kunnen meenemen. Voor de realisatie maken we afspraken met lokale partners, belangenorganisaties en de recreatieve sector om die zo goed en efficiënt mogelijk te organiseren. We zorgen dat in een vroeg stadium duidelijk is welke partij verantwoordelijk is voor aanleg, beheer, onderhoud en financiering van de voorzieningen. Andere activiteiten vallen onder het educatiebeleid van het waterschap. Dat bestaat uit drie pijlers. In de pijler ‘persoonlijke aanpak’ organiseren we waterwandelingen met begeleiding van water­gidsen. Dit zijn vrijwilligers van onder andere IVN die op afspraak met groepen een wandelroute lopen waarin veel te vertellen is over het gebied, een project of het waterbeheer. Voor elke route organiseren we ook twee maal per jaar een wandeling waarvoor mensen zich kunnen aanmelden. Van deze wandelingen staan er vijf op de website: Waterwandelingen - Waterschap Limburg (zie ook bijlage D). De watergidsen houden ook op verzoek groepsrondleidingen op rioolwaterzuiveringsinstallaties. Jaarlijks in de Week van het Water geven medewerkers van het waterschap gastlessen op basisscholen over water en het werk van het waterschap. De pijler ‘online aanpak’ gaat over digitale mogelijkheden, zoals de waterwandelingen op onze website. Ook is er een Podcast Walk in Valkenburg over wateroverlast. We verkennen de mogelijkheid om meer Podwalks te maken en ook om games te ontwikkelingen rond het thema water. De pijler ‘allianties’ bevat samenwerking met andere organisaties (zie 7.2). 7.2 Initiatieven samen met anderen Waterschap Limburg werkt graag met andere partijen samen om het Limburgse recreatielandschap aantrekkelijk en in balans te houden. Om hier gezamenlijk goede keuzes in te maken, nemen we deel aan structurele overleggen met de recreatieve sector, belangenorganisatie, beheerders en vrijwilligers van watermolens en met terreinbeherende organisaties. Door samen zaken te organiseren benutten we optimaal elkaars expertise en kunnen we kosten besparen. Ook voor recreanten is het prettig als er in een regio eenduidigheid is qua communicatie, routes en bebording. Voor nieuwe recreatieroutes ligt het initiatief meestal bij derden. We denken en werken graag mee aan routes over waterstaatswerken. Daarbij benutten we naar kansen om in de routeinformatie gebiedsweetjes over een gebied of project op te nemen en eventuele waarschuwingen bij veiligheidsrisico’s. We maken vroegtijdig afspraken met de partners over aanleg, eigendom, beheer en onderhoud van de voorzieningen en de routeinformatie en de financiering ervan. Ook als een route vraagt om extra (maai)onderhoud, regelen we dit vooraf. 8. Onze visie op het sturen van recreatie In paragraaf 6.1 staat welke regels er gelden voor recreatief medegebruik. Veel waterstaatswerken zijn opengesteld, maar enkele ook niet. Extensief gebruik is meestal toegestaan, intensievere vormen vaak niet. Honden moeten aan de lijn. Bovendien geldt overal de algemene zorgplicht die van bezoekers vraagt dat ze geen schadelijke activiteiten uitvoeren. Om te zorgen dat recreanten en bezoekers zich aan deze uitgangspunten houden, zetten we de volgende instrumenten in, in volgorde van voorkeur: informeren, geleiden, alternatieven bieden, afsluiten, toezicht houden, handhaven. Van zachte instrumenten naar hardere. 8.1 Toezicht en Handhaving Toezicht en handhaving zetten we als laatste in omdat het niet de meest effectieve vorm is en het pas nodig is als andere manieren niet werken. Bovendien is ons beheerareaal groot en uitgestrekt, is het aantal toezichthouders en handhavers van het waterschap beperkt en zijn ze nodig voor allerlei activiteiten in, op en rond het water. Om ze zo efficiënt mogelijk in te zetten, prioriteren we op basis van risico. De kans dat er bij recreatief medegebruik iets mis gaat is relatief klein en de gevolgen zijn zelden groot. Daarbij speelt mee dat een handhaver alleen maar kan ingrijpen als de overtreding direct wordt gezien: een heterdaad. Die kans is erg klein, maar om hem te vergroten werken we in handhaving al jaren samen met de Groene Brigade, gemeenten en terreinbeherende organisaties. We verkennen een dergelijke samenwerking met Sportvisserij Limburg. Bovenstaande betekent niet dat opgemerkte of gemelde zaken niet worden opgepakt, maar wel dat er niet dagelijks en overal in het gebied toezichthouders en handhavers met recreatie bezig zijn. Overigens mogen niet alle toezichthouders en handhavers een proces-verbaal uitschrijven. Alleen aangewezen Buitengewone Opsporingsambtenaren (BOA’s) hebben die bevoegdheid. 8.2 Inspectie Onze inspecteurs zijn vaak in het werkgebied te vinden. Ze controleren onze waterstaatswerken en het onderhoudswerk. Daarbij letten ze ook op gebeurtenissen in het veld, spreken mensen aan als dat nodig is en kunnen ondersteuning van toezichthouders of BOA’s vragen. De inspecteurs zijn onze ogen en oren in het veld en zien ook trends in recreatief medegebruik. Deze informatie gebruiken we om waar nodig bij te sturen. 8.3 Afsluiten, geleiden en alternatieve bieden Indien er redenen zijn om een waterkering of onderhoudspad niet open te stellen, kiezen we zorgvuldig de maatregelen om af te sluiten. In de praktijk zijn hekwerken en verbodsborden soms niet voldoende om wandelaars te weren. Men klimt er overheen of knipt zelfs draden door. Daarom kiezen we voor een meerlaagse aanpak om het gewenst gedrag te stimuleren: –een afrastering plaatsen die echt niet uitnodigt om te passeren; –zorgen voor een logische alternatieve route, inclusief bebording; –indien een pad doodloopt, dit al aan het begin bekend maken met een bord; –goed uitleggen waarom een kering of pad niet is opengesteld (zie 8.4). Naast de bekende hekken van prikkeldraad of schapengaas onderzoeken we de inzet van doornstruiken. Op ecoducten werkt dit goed om wandelaars van de faunapassage te houden. Juridisch zijn er voor het ontzeggen van de toegang tot een dijk of onderhoudspad twee mogelijkheden: publiekrecht en privaatrecht. De zogenaamde doorkruisingsleer stelt echter dat een overheid eigendomsrecht niet mag gebruiken om zaken te regelen die je ook publiekrechtelijk zou kunnen regelen. Dat betekent dat we toegangsverboden in eerste instantie baseren op de taken die de wetgever ons toebedeelt. Waar recreatief medegebruik goed waterbeheer (veilige dijken, schoon water -inclusief natuurdoelen-, voldoende water) belemmert of schaadt, kunnen we op basis van publieksrecht de toegang beperken. Zo kan bijvoorbeeld een (tijdelijke) afsluiting voor een broedende ijsvogel worden onderbouwd met de natuurwetgeving als ondersteuning. In het geval dat privacy de reden van een afsluiting is, is daar geen publieksrechtelijke grond voor. Dan kunnen we als eigenaar alleen privaatrechtelijk een toegangsverbod plaatsen. Als eigenaar kan het waterschap dan de toegang verbieden met het bord ‘Verboden Toegang, art. 461 Wetboek van Strafrecht’. Daarop kunnen daarvoor aangewezen BOA’s van het waterschap, gemeente, natuurbeherende organisaties en politie dan handhaven op basis van het strafrecht. 8.4 Informeren Een afsluiting of omleiding maakt een grotere kans op naleving als bezoekers begrijpen wat de reden is. Daarom plaatsen we bij het verbodsbord een uitleg over de afsluiting, bijvoorbeeld: “Uit respect voor de privacy van aanwonenden is de waterkering voorbij dit bord niet opengesteld. Vriendelijk verzoek gebruik te maken van de omleiding” of “Hier broeden kwetsbare vogels. Neem tussen 1 april en 1 juli de omlooproute.” Ook borden met een vleugje humor kunnen goed werken: Ook verkennen we de mogelijkheid om op alle opengestelde waterkeringen en onderhoudspaden uitnodigende borden te plaatsen met bijvoorbeeld “Welkom op de dijk” of “Welkom langs de beek”. Zo weten mensen na verloop van tijd dat alleen gewandeld mag worden waar een dergelijk bord staat. Deze borden kunnen we dan ook benutten om er leefregels op te plaatsen waar bezoekers zich aan moeten houden, zoals: opengesteld uitsluitend voor wandelen, honden aan de lijn, niet met een paard, en toegang van zonsopkomst tot zonsondergang. Uiteraard is het belangrijk dat de borden op de juiste plekken staan, vooral waar recreanten hun tocht beginnen, en dat ze regelmatig herhaald worden. Als leefregels voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn, weten bezoekers wat ze kunnen verwachten en heeft een toezichthouder iets concreets om naar te verwijzen bij overtredingen. Vanuit veiligheid kan worden toegevoegd: “Betreden op eigen risico” en informatie over eventuele concrete risico’s. Bordteksten: wat werkt het beste? 9. Uitvoeren van het beleid 9.1 Bekendmaken en implementeren van het beleid Na vaststelling van het beleid door het algemeen bestuur van het waterschap, wordt het formeel gepubliceerd. Ook verspreiden we het actief via onze website en door het toe te zenden aan relaties, in het bijzonder de organisaties die we betrokken hebben bij het opstellen. Binnen het waterschap informeren we de medewerkers door publicatie op intranet en door interne bijeenkomsten. Ook bieden we aan dat de projectleider de eerste periode na de vaststelling meekijkt met praktijkcasussen om te ervaren of het beleid wordt geïnterpreteerd zoals het is bedoeld. 9.2 Bijstelling regelgeving Het opstellen van dit beleidsdocument heeft geleid tot het inzicht dat onze regelgeving rond recreatief medegebruik op een aantal punten kan worden aangescherpt. De aanbeveling is om dit bij een eerstvolgende wijziging van de legger of de Waterschapsverordening mee te nemen. Openstelling We overwegen om de openstelling van waterschapswerken te beperken tot het aanwezige pad in plaats van het gehele perceel zoals nu het geval is. Dit heeft als voordeel dat consequenties van openstellen, zoals onderhoud, veiligheid en aansprakelijkheid, alleen voor het pad gelden. Dit is de aanpak die andere terreinbeherende organisaties hanteren. Uiteraard nemen we bij de overweging mee wat dit betekent voor recreatievormen waarbij doorgaans het pad wordt verlaten, zoals hengelsport, en hoe dit kan worden opgelost. Analyse soortgegevens Een van de inzichten uit dit nieuwe beleid is dat we onvoldoende weten of soorten en habitats schade ondervinden van recreatief medegebruik. Daarom analyseren we de bestaande soortgegevens en maken een inschatting van de kwetsbaarheid van soorten en habitats voor verstoring, vertrapping en andere negatieve invloeden. Op locaties waar we schade verwachten zoeken we een oplossing in de vorm van zonering, omleiding of (tijdelijke) afsluiting. Specifieke recreatievormen Geocaches plaatsen is een activiteit waarvoor incidenteel toestemming aan het waterschap wordt gevraagd. Het is vrijgesteld van vergunningplicht, maar een aanbeveling is om de aanvrager enkele richtlijnen mee te geven om schade door de cachezoekers te voorkomen, zoals de afstand tot de openbare weg, de diepte van begraven en een opruimplicht. Voor suppen gelden nu dezelfde regels als voor kanovaart. Uit studies blijkt echter dat er wel een verschil is in het effect op weidevogels. De aanbeveling is om bij voorgestelde inventarisatie van soortgegevens (zie hierboven) te onderzoeken of er in Limburg gevoelige locaties zijn ten aanzien van weidevogels en of dit aanleiding is aparte regels voor suppen op te stellen. Voor kanovaren nemen we ons voor om de Swalm niet meer open te stellen omdat deze in de praktijk niet meer bevaarbaar is door omgevallen bomen. Voor kanovaren op de Roer gaan we na hoe we de recreanten nog beter kunnen informeren over de risico’s. Algemeen geldt dat de huidige regels redelijk abstract zijn en ruimte voor interpretatie geven (b.v. termen als parcours en straatmeubilair). Aanbeveling is om te overwegen meer zaken in de regels af te dekken. Evenementen In onze regelgeving zijn de regels voor evenementen en overig recreatief medegebruik apart van elkaar beschreven. Aanbeveling is om te bezien of dit niet gecombineerd kan worden om het gebruik gemakkelijker te maken. Vergunningen Een aanbeveling is om in vergunningen rond recreatief medegebruik ook aansprakelijkheid te regelen in de vergunningsvoorwaarden. 9.3 Functionarissen en rollen Het nieuwe beleid geeft geen grote veranderingen in de rollen van waterschapsmedewerkers. Een aanbeveling die voortkomt uit de hoofduitgangspunten van het beleid is dat alle meldingen die binnenkomen, die iets van doen hebben met recreatief medegebruik, duidelijk worden gelabeld en dat deze allemaal door dezelfde functionaris worden behandeld. Dit geeft uniformiteit in de wijze van uitvoering. De gebiedsadviseurs van het waterschap zorgen voor reguliere afstemming met organisaties in de recreatiesector en met terreinbeherende organisaties. Hiermee benutten we samenwerkingskansen en wisselen we praktijkervaringen rond recreatie uit. 10. Financieren van het beleid 10.1 Soorten kosten Openstellen van waterkeringen of onderhoudspaden is het uitgangspunt van het waterschap en draagt bij aan het motto ‘met de omgeving, voor de omgeving’. Daarbij wordt vaak gedacht dat dit de kosten van het waterbeheer verhoogd. Bij openstellen zijn er immers kosten om het waterstaatswerk toegankelijk en veilig te houden. Bij afsluiten echter, zijn er kosten voor hekwerken en het informeren en omleiden van de bezoekers. Maar ook bij openstellen voor wandelaars zijn vaak toch nog hekwerken nodig om te voorkomen dat er motorvoertuigen op de waterkering of het onderhoudspad gaan. Kortom, afsluiten is niet altijd goedkoper dan openstellen of andersom. Kosten rond recreatief medegebruik omvatten personeelskosten, investeringskosten en onderhoudskosten en kunnen onder meer bestaan uit: –plaatsen van afrasteringen, poorten, trappen, borden, bankjes, prullenbakken, etc. –inspectie en onderhoud van deze voorzieningen: maaien, snoeien, egaliseren (beverholen), vervangen, reinigen etc. –duurder maaionderhoud door meer ‘obstakels’ –bij omleidingen extra grondverwerving en voorzieningen –communicatie via borden, drukwerk en online –meldingen behandelen –vergunningaanvragen behandelen –toezicht en handhaving. 10.2 Kostenverdeling Het is niet vanzelfsprekend dat het waterschap al deze kosten op zich neemt. Voor het waterschap is recreatief medegebruik geen kerntaak. Daarom is het legitiem dat eventuele extra kosten voor rekening komen van de vragende partij, bijvoorbeeld een gemeente, een brancheorganisatie of een particulier. Te meer omdat het waterschap voor het realiseren van projecten grotendeels afhankelijk is van cofinanciering door Rijk of provincie en dat deze bijdragen vaak strikt geoormerkt5 zijn. Zo geldt voor dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma dat wel het terugbrengen van de oorspronkelijke situatie wordt gefinancierd, maar geen extra’s. Extra grondverwerving en taludtrappen om wandelroutes om te leiden moeten dan op een andere manier worden gedekt. Een basisuitgangspunt is dat afrastering tussen door ons opengesteld waterstaatswerk en de aangrenzende gronden voor de aangrenzende eigenaar zijn qua eigendom, aanleg en onderhoud. Voorzieningen voor wandelaars als taludtrappen, bankjes en prullenbakken zijn in principe voor de vragende partij, evenals een verharding voor fietsers. Bij het maken van omleidingen bij een privacy-knelpunt kan het nodig zijn om grond aan te kopen of een erfdienstbaarheid van overpad te regelen. Ook zijn er extra kosten voor rasters, bebording, trappen of bruggen. Voor privacy-verhogende maatregelen zijn er kosten voor beplanting of andere afscherming. Ook bij deze kosten gaan we in gesprek met de vragende partij. Indien het kunnen wandelen een verzoek van een andere partij is, ligt het in de rede dat die partij de kosten draagt. Bij wandel- en fietsroutes over onze terreinen bespreken we met de initiatiefnemer wat er nodig is en verkennen we welke meerwaarde we voor het waterschap kunnen toevoegen, bijvoorbeeld het informeren over ons werk. Alleen die meerwaarde is dan voor onze kosten. Alle (nieuwe) objecten op ons eigendom nemen we op in assetmanagementplannen, inclusief de afspraken over eigendom, beheer en onderhoud. Van hieruit worden ze opgenomen in het beheerregister en de legger. 10.3 Procedure kostendekking Waterschap Limburg doet pas toezeggingen voor het (mee)betalen van voorzieningen als dat intern geregeld is. In eigen projecten beschrijven we vroegtijdig de onderdelen voor recreatie in het projectplan, in de kostenraming én in het bijbehorende beheer- en onderhoudsplan. Zonder dat kan het project niet van start. Bij een kostenverdeling moet duidelijk zijn wie de begunstigde partij is, wie de aanleg betaalt en wie de terugkerende kosten voor het onderhoud draagt. Ook moet duidelijk zijn hoe de afspraken hierover worden vastgelegd. Hetzelfde geldt bij initiatieven van anderen. Ook als de initiatiefnemer de aanleg betaalt, is het zaak om na te gaan of het kostenverhogend werkt voor bijvoorbeeld het onderhoud. Ook daarvoor zijn vooraf afspraken nodig over dekking in geld en personeel. 10.4 Consequenties nieuw beleid De veranderingen die dit nieuwe beleid brengt, hebben beperkte financiële consequenties. –We behouden de begrotingspost voor kleine recreatieve uitgaven buiten projecten van circa € 33.000 per jaar. –Het inventariseren van bestaande soortgegevens op kwetsbare soorten en habitats kost circa € 15.000 of 120 mensuren schaal 10. –Het aanpassen van de regelgeving en beleidsregels in een eerstvolgende wijzigingsronde kost circa € 3.300 of 40 mensuren schaal 10. Het beleidsuitgangspunt om op locaties waar we de toegang willen beperken, te zoeken naar effectieve manieren om bezoekers te keren, te informeren en om te leiden, kan kostenverhogend werken, maar dit is niet vooraf te ramen. Bovendien komt dit in de praktijk slechts op enkele locaties voor. 11. Evalueren van het beleid Hoewel dit nieuwe beleid voor recreatief medegebruik geen grote koerswijzigingen inzet en een uitgebreide beleidsevaluatie niet zinvol is, bouwen we een ijkmoment in op drie jaar na de vaststelling. Daarvoor organiseren we dat in die periode alle informatie rond recreatief medegebruik, zoals meldingen, nieuwe ontwikkelingen, praktijkvraagstukken en verzoeken van derden, centraal worden verzameld en gebruikt om te beoordelen of (tussentijdse) beleidsaanpassingen zinvol zijn. Bij deze evaluatie leggen we de focus op het al dan niet goed samengaan van recreatief medegebruik met alle andere belangen die spelen rond onze waterstaatswerken, denk aan natuur, onderhoud, veiligheid, privacy, veehouderij en recreatievormen onderling. Eventuele knelpunten rond kwetsbare soorten of habitats hebben we al eerder in beeld door de bureaustudie van bestaande soortgegevens. Als daar noodzakelijke aanpassingen in de openstelling of zonering uit voortkomen, zetten we die al eerder in gang. Een hulpmiddel bij het goed verzamelen van informatie is het labelen van meldingen die zijn gerelateerd aan recreatief medegebruik, zodat die door dezelfde medewerker worden behandeld en jaarlijks specifiek kunnen worden geanalyseerd op trends en ontwikkelingen. Een andere aanbeveling is om een of enkele functionarissen als specifieke taak te geven deze informatie te verzamelen en te beoordelen. Door dit met taakverschuivingen binnen de bestaande formatie onder te brengen, hoeft het niet kostenverhogend te zijn. Een groot voordeel is dat de kennis en ervaring rond recreatief medegebruik gebundeld is. Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 25 maart 2026. De secretaris-directeur,ir. E.J.M. Keulers MMO De dijkgraaf,S.M.M. Borgers Bijlage A - Zwemwater Actuele informatie op: Zwemwater Limburg zwemindex.nl Bijlage B – Vaarwater Varen, anders dan met een kano of SUP, is binnen het beheerareaal van Waterschap Limburg alleen toegestaan op de trajecten op onderstaande kaarten van de Roer en Hambeek, waarbij de voorwaarden gelden zoals beschreven in paragraaf 6.5. Zie ook bijlage F. Regelgeving Traject I Traject II Traject III Traject IV Traject V Bijlage C – Kanovaart Kanovaart is alleen toegestaan op de watergangen op onderstaande kaart. Voor een toelichting zie paragraaf 6.2, bijlage F en Kanoën in Limburg. Bijlage D – Waterwandelingen Op onze website: Recreëer in, op of bij het Limburgse water - Waterschap Limburg Download wandelroute De Hambeek – Roermond Download wandelroute De IJzeren Man - Weert Download wandelroute Neer Download wandelroute Stadmoeras Hoensbroek Download wandelroute Wormdal tussen Baalsbruggermolen en Anna-Nöhlen-brug Bijlage E - Routenetwerken Limburg kent een veelheid aan routes voor wandelen, fietsen, mountainbiken, paardrijden en mennen. Veel daarvan lopen langs watergangen of over waterkeringen. Een compleet overzicht op een kaart van de provincie weergeven, zou niet meer leesbaar zijn. Om die reden volstaan we hier met een verwijzing naar handige websites6 waar routeinformatie is te vinden: Routes | Visit Noord-Limburg Wandelroutes in Limburg | Wandelen in Limburg Wandelrouteplanner in Limburg | VVV Hart van Limburg Routes in Zuid-Limburg Wandelroutes – Wandelgids Zuid-Limburg Wandelnet | Zoek wandelroute - Wandelnet Lange-Afstand-Wandelpaden (LAW's) - Wandelnet Lange afstandswandelingen Limburg - Wandelvrouw Routes | Limburg Cycling Routes - route.nl Pieterpad in etappes Knooppuntenroute Limburg | Fietsnetwerk.nl Ruiter- en menroutes IVN Natuurroutes app Bijlage F - Regelgeving rond recreatief medegebruik Relevante artikelen uit de Waterschapsverordening Waterschap Limburg Publicatiedatum: 09-11-2023 Een gebruiksvriendelijker inzicht voor concrete locaties is te krijgen via de Vergunningencheck op https://omgevingswet.overheid.nl/checken Paragraaf 1.3.1 Zorgplicht, algemene regels, vergunningplicht Artikel 1.12 Zorgplicht 1.Het is toegestaan om handelingen in het watersysteem en de bijbehorende beschermingszone, in een meanderzone en in een inundatiegebied, als ook in het door het dagelijks bestuur aan te wijzen profiel van vrije ruimte te verrichten of te laten verrichten, mits voldaan wordt aan de in dit hoofdstuk opgenomen zorgplichtbepalingen. 2.Degene die de in het eerste lid toegestane handelingen verricht of laat verrichten en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door die handeling nadelige effecten voor het watersysteem ontstaan of kunnen ontstaan, voorkomt die effecten voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verwacht. 3.Onder het voorkomen van nadelige effecten voor het watersysteem als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan het voorkomen van: a.(grond)waterschaarste, (grond)wateroverlast, overstromingen of inundaties; b.aantasting van de bestaande staat van een waterkering; c.belemmering van de doorstroming in een oppervlaktewater; d.belemmering van de inspectie- of onderhoudswerkzaamheden aan het watersysteem, daaronder mede begrepen handelingen die de ontvangstplicht van specie en maaisel, krachtens artikel 10.3 van de Omgevingswet, belemmeren; e.verslechtering van de chemische en ecologische waterkwaliteit; f.negatieve effecten van wegzijging of kwel op de chemische en ecologische waterkwaliteit en waterkwantiteit; g.verzakkingen van de bodem of uitwisseling van grondwater tussen van elkaar gescheiden watervoerende pakketten als gevolg van grondwateronttrekkingen of grondboringen; h.belemmering van de vervulling van maatschappelijke functies van het watersysteem; en i.verslechtering van de grondwaterkwaliteit. 4.Indien toch de nadelige effecten als bedoeld in het tweede lid optreden, is degene die de handelingen met deze effecten verricht, verplicht al hetgeen redelijkerwijs mogelijk is te doen om de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 5.Degene die handelingen met nadelige effecten verricht als bedoeld in het vierde lid, meldt die effecten zo spoedig mogelijk aan het dagelijks bestuur, als ook de maatregelen die hij van plan is te treffen of reeds heeft getroffen. Door of namens het dagelijks bestuur kunnen aanwijzingen worden gegeven voor de te treffen maatregelen, die stipt moeten worden opgevolgd. Paragraaf 2.1.7 Recreatief medegebruik in of nabij een oppervlaktewater Artikel 2.33 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiken van het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewater voor recreatieve doeleinden. Artikel 2.34 Specifieke zorgplicht recreatief medegebruik De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a.er geen schade wordt toegebracht aan het oppervlaktewater of de bijbehorende zones; b.er geen afval wordt achtergelaten; c.aanwezig vee op de aangrenzende percelen niet wordt verontrust; en d.de privacy van bewoners van huizen op de aangrenzende percelen wordt gerespecteerd. Artikel 2.35 Aanwijzing algemene regels 1.Bij het varen met een kano, kajak of stand-up paddle board in het gebied kanovaart Roer, wordt voldaan aan artikel 2.36. 2.Bij het varen met een kano, kajak of stand-up paddle board in het gebied kanovaart overig, wordt voldaan aan artikel 2.37. 3.Bij het recreëren met behulp van een gemotoriseerd vaartuig op de watergangen anders dan de trajecten I tot en met V van de Roer en Hambeek, wordt voldaan aan de artikelen 2.39 en 2.40. Artikel 2.36 Algemene regel varen met een kano, kajak of stand-up paddle board op de Roer 1.Kanovaart vindt alleen plaats in de periode van 1 juni tot 1 oktober. 2.Er wordt vertrokken tussen 10.00 en 12.00 uur en tussen 14.00 en 16.00 uur. 3.Er vertrekken maximaal 20 boten per vertrekmoment. 4.In- en uitstappen vindt alleen plaats op de volgende locaties: a.de trailerhelling benedenstrooms van de brug in Vlodrop; b.de rustplaats nabij de kerk in St. Odiliënberg; en c.de trailerhelling bovenstrooms van de brug van de Andersonweg te Roermond. 5.De in de Roer aanwezige grindbanken worden niet betreden. 6.Degene die de activiteit verricht heeft een exemplaar van de melding bij zich en kan deze op verzoek van een toezichthoudend ambtenaar tonen. Artikel 2.37 Algemene regel varen met een kano, kajak of stand-up paddle board op een ander oppervlaktewater dan de Roer 1.Aanwezige vangmiddelen voor het bestrijden van muskus- of beverratten worden niet beschadigd, los gemaakt of open gemaakt. 2.Tijdens het recreatief medegebruiken van een oppervlaktewater worden aanwezige stuwen, vistrappen, gemalen of in- of uitstroomopeningen niet betreden. 3.Meegebrachte huisdieren zijn te allen tijde aangelijnd. Artikel 2.38 Melding 1.Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 2.35, eerste lid, te verrichten zonder dit ten minste twee werkdagen voor het begin ervan te melden. 2.Wijzigingen van de gemelde gegevens worden voorafgaand aan de kanotocht doorgegeven aan het waterschap. Artikel 2.39 Algemene regel varen met een gemotoriseerde boot op de Roer en Hambeek a.Voor het varen met een gemotoriseerde boot op de Roer en Hambeek te Roermond gelden de volgende voorschriften: b.er wordt alleen gevaren door gebruikers van percelen die rechtstreeks grenzen aan de aangegeven trajecten varen op de Roer en Hambeek; c.varen vindt alleen plaats op traject I en op het traject waaraan het perceel van de melder direct grenst; d.er wordt alleen gevaren in het laagwaterseizoen van 15 maart tot en met 14 oktober, tussen zonsopgang en zonsondergang; e.per perceel wordt met maximaal één gemelde gemotoriseerde boot gevaren. f.de maximale vaarsnelheid op de trajecten II, III, IV en V bedraagt 5 kilometer per uur; g.afhankelijk van het traject heeft de boot de volgende afmetingen: 1. traject II: 9 meter lang, 3 meter breed, 1 meter diepgang en 1,75 meter hoog; 2. traject III: 9 meter lang, 3 meter breed, 1 meter diepgang en 3,5 meter hoog; en 3. traject IV en traject V: 6 meter lang, 2 meter breed, 0,5 meter diepgang, 1,75 meter hoog; en h.de bestuurder van de boot heeft een exemplaar van de melding bij zich en kan deze op verzoek van een toezichthoudend ambtenaar tonen. Artikel 2.40 Algemene regel aan- en afmeren met een gemotoriseerde boot op de Roer en Hambeek Voor het aanmeren of afmeren met een gemotoriseerde boot op de Roer en Hambeek gelden de volgende voorschriften: a.aan- en afmeren vindt alleen plaats door gebruikers van percelen die rechtstreeks grenzen aan de aangegeven trajecten varen op de Roer en Hambeek; b.aanmeren en afmeren vindt plaats bij het eigen perceel, met uitzondering van traject I; c.de boot wordt met de lange zijde deugdelijk en zo strak mogelijk tegen de aanmeervoorziening aangemeerd; d.boten worden niet geplaatst of gestald op de oevers, taluds of aanlegwallen van de trajecten II, III, IV en V; e.tijdens het hoogwaterseizoen van 15 oktober tot en met 14 maart is de boot verwijderd uit het water op de trajecten II, III, IV en V; en f.per perceel wordt met maximaal één gemelde gemotoriseerde boot aangemeerd. Artikel 2.41 Melding 1.Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 2.35, derde lid, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2.Ten minste tien werkdagen voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan. Artikel 2.42 Vergunningplicht Het is verboden zonder vergunning in de kernzone van een primair of secundair water een parcours aan te leggen of in te richten voor recreatieve doeleinden. Artikel 2.43 Absoluut verbod 1.Het is verboden in watergangen anders dan de trajecten I tot en met V van de Roer en Hambeek te recreëren met (behulp van) een gemotoriseerd voertuig of vaartuig. 2.Het is verboden met een kano, kajak of stand-up paddle board te varen op een traject dat niet is opgenomen op de kaarten kanovaren. Paragraaf 2.1.13 Evenement bij een oppervlaktewater Artikel 2.64 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het houden van een evenement in het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewater. Artikel 2.65 Specifieke zorgplicht evenementen De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat: a.er geen schade wordt toegebracht aan het oppervlaktewater of de bijbehorende zones; b.er geen afval wordt achtergelaten; c.aanwezig vee op de aangrenzende percelen niet wordt verontrust; en d.de privacy van bewoners van huizen op de aangrenzende percelen wordt gerespecteerd. Artikel 2.66 Melding 1.Het is verboden een evenement te houden in de kernzone van een primair of secundair water, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2.Zo spoedig mogelijk voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan. recreatieve doeleinden. Paragraaf 3.1.20 Recreatief medegebruik bij waterkeringen Artikel 3.82 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassen op het gebruiken van het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering voor recreatie. Artikel 3.83 Specifieke zorgplicht recreatief medegebruik De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a.voorkomen wordt dat de waterkering en bijbehorende zonering worden beschadigd als gevolg van het recreatief medegebruik; en b.paardrijden op een waterkering en in de kernzone alleen plaatsvindt op speciaal hiervoor ingerichte ruiterpaden. Artikel 3.84 Aanwijzing algemene regels 1.Bij recreatief medegebruik in de kernzone, wordt voldaan aan artikel 3.85, tenzij een parcours wordt aangelegd of ingericht. 2.Bij het aanleggen of inrichten van een parcours in de beschermingszone, wordt voldaan aan artikel 3.85. Artikel 3.85 Verbod recreatief medegebruik 1.Het is verboden de waterkering te gebruiken voor recreatieve doeleinden op plaatsen waar dit door het waterschap kenbaar is gemaakt. 2.Het is verboden de taluds van de waterkering te gebruiken voor recreatieve doeleinden, tenzij het gebruik plaatsvindt op de daarvoor ingerichte locaties. Artikel 3.86 Vergunningplicht 1.Het is verboden zonder vergunning een parcours aan te leggen of in te richten in de kernzone. 2.Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van de kernzone voor gemotoriseerde vormen van recreatief medegebruik. 3.Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van de beschermingszone voor gemotoriseerde vormen van recreatief medegebruik. Paragraaf 3.1.21 Evenementen bij waterkeringen Artikel 3.87 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het houden van een evenement in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering. Artikel 3.88 Specifieke zorgplicht evenementen De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat geen schade wordt toegebracht aan de waterkering en bijbehorende zoneringen. Artikel 3.89 Aanwijzing algemene regels Bij het houden van een evenement in de beschermingszone, wordt voldaan aan artikel 3.90. Artikel 3.90 Algemene regel evenementen 1.Er worden geen ontgravingen uitgevoerd. 2.Tijdelijke onderkomens en afrasteringen worden niet dieper dan 30 cm in de grond vastgesteld of verankerd. 3.Kabels en leidingen worden bovengronds aangebracht. Artikel 3.91 Melding 1.Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.89, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2.Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan. Artikel 3.92 Vergunningplicht Het is verboden zonder vergunning een evenement te houden in de kernzone. Bijlage G - Begrippen Areaal waterschap Alle eigendommen en beheerobjecten van het waterschap, inclusief watergangen in beheer, kunstwerken (stuwen, gemalen), oevers, kades en overige infrastructuur waarvoor het waterschap verantwoordelijk is. Duckrace Een evenement waarbij genummerde badeendjes te water worden gelaten in een rivier of kanaal. De eendjes racen naar een finishlijn, en de "adoptieouders" van de eendjes die als eerste over de finish komen, winnen prijzen. Het is een manier om geld in te zamelen voor een goed doel. Evenementen Georganiseerde activiteiten waarbij groepen recreanten samenkomen. Het is vrgunningsplichtig of meldingsplichtig afhankelijk van locatie en impact. Free riding Een vorm van mountainbiken op uitdagend terrein, zoals steile afdalingen en verre of hoge sprongen. Geocachen Een moderne schatzoektocht waarbij je met behulp van een GPS-ontvanger of smartphone en coördinaten een verborgen cache, een doosje met een logboek en soms ruilvoorwerpen, probeert te vinden. Goudpannen Een eenvoudige methode om deeltjes met een hogere soortelijke massa (vooral goud) uit grond of grind te scheiden door ze in een pan met water te wassen. Goudpannen Recreatieve activiteit waarbij sediment uit een beek of rivier wordt gezeefd of gewassen om gouddeeltjes te vinden. Om die reden niet toegestaan binnen het areaal. Handhaving Het toezicht houden door BOA’s of andere bevoegde functionarissen op naleving van de regels voor recreatief medegebruik, inclusief optreden bij overtredingen. Hondenlosloopgebied Locatie waar honden los mogen lopen. Wordt slechts toegestaan waar ecologische schade of verontreiniging van water beperkt is. Kwetsbare gebieden Gebieden met hoge ecologische waarde (bijv. Natura 2000, NNN), waar recreatie kan leiden tot verstoring. Deze krijgen prioriteit in zonering en handhaving. Magneetvissen Een vrijetijdsbesteding waarbij men met een sterke magneet naar metalen voorwerpen in buitenwateren zoekt. Monitoring Het systematisch verzamelen en analyseren van gegevens over recreatief gebruik, ecologische effecten en veiligheid, met als doel zonering en maatregelen tijdig bij te stellen. Naaktrecreatie Recreatievorm waarbij bezoekers ongekleed zonnebaden of zwemmen. Alleen toegestaan op daarvoor geschikte locaties binnen het areaal. Natuurwaarden De biodiversiteit en kwaliteit van flora en fauna, vastgesteld op basis van inventarisaties en wettelijke beschermingsstatus. Neospora Neosporosis wordt veroorzaakt door een infectie met de protozoa Neospora caninum. Momenteel is abortus door Neospora aangetoond bij runderen, schapen en paarden. De hond en andere hondachtigen (zoals vossen) zijn de uiteindelijke gastheer. Oeverholen Holen van bevers of andere zoogdieren in de oever van een watergang. Onderhoudspad Een pad of strook grond gelegen langs een waterstaatswerk ten behoeve van beheerdoeleinden. Openbare weg Weg (of pad) die geregistreerd staat in de wegenlegger. Iedereen mag er dan gebruik van maken. Openstellen Betekent juridisch gezien dat we de toegang niet beperken. Formeel zijn namelijk al onze waterstaatswerken opengesteld, behalve waar er beperkingen gelden ten aanzien van toegang. Quadrijden Ritten met een vierwielige motorfiets of brommer. Recreatiedruk De mate van gebruik van een gebied door recreanten, gemeten via veldwaarnemingen, telpunten, klachtenregistratie of andere monitoringinstrumenten. Recreatief medegebruik Het gebruik van watergangen, oevers, kades en overige eigendommen van het waterschap door recreanten, voor zover dit verenigbaar is met de primaire taken van het waterschap: waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit. Recreatieroute Een aangeduide route, vaak speciaal ontworpen voor recreatieve doeleinden zoals wandelen, fietsen of varen, en is bedoeld om mensen op een aantrekkelijke manier kennis te laten maken met de omgeving. Rewilding Een benadering van natuurherstel waarbij de nadruk ligt op het verminderen van menselijke controle en het laten herleven van natuurlijke processen in een gebied. Single track Een smal pad dat meestal wordt gebruikt voor mountainbiken. Het is typisch een technische trail die slingerend en vloeiend is, met vaak obstakels zoals boomwortels, rotsen en scherpe bochten. SUP-pen Afkorting van Stand-Up Paddling. Recreatieve activiteit waarbij men staand peddelt op een board. Alleen toegestaan op watergangen die zijn opengesteld voor kanovaart. Survival Een tocht of training waarbij de deelnemers midden in de natuur proberen te overleven met zo min mogelijk middelen. Trailrun Off-road hardlopen door de natuur, over smalle paadjes en natuurlijke hindernissen zoals heuvels/bergen, rotsen en beekjes. Wandelpad Infrastructuur, zowel verhard als onverhard, specifiek bestemd voor wandelen. Waterkering Een constructie of object dat dient om water tegen te houden en zo land of gebouwen te beschermen tegen overstromingen. In Nederland zijn er verschillende soorten waterkeringen, zoals dijken, duinen, dammen, stormvloedkeringen en keringen in muren van gebouwen. Waterstaatswerk Een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk in beheer bij een waterschap of Rijkswaterstaat. Zoneren Maatregelen gericht op het geleiden van recreanten om onderlinge hinder tussen recreatieactiviteiten te voorkomen en/of aanwezige natuur- en landschapswaarden te beschermen. Zonering Het indelen van gebieden in zones waarin recreatievormen wel, beperkt of niet zijn toegestaan. Criteria zijn onder andere ecologische waarde, waterveiligheid, beheerbaarheid en recreatieve behoefte. Zorgplicht recreant De verantwoordelijkheid van recreanten om zorgvuldig en respectvol om te gaan met natuur en waterstaatswerken, geen schade te veroorzaken en aanwijzingen van beheerder op te volgen.

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Recreëren bij Limburgse beken en dijken - Beleid Recreatief Medegebruik"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving ontwerpbesluit wijziging werkingsgebieden herinrichting Geleenbeek en Middelsgraaf in de gemeente Echt-Susteren

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels bij waterschapsverordening Waterschap Rivierenland

Mededelingen

Mededelingen

Recreëren bij Limburgse beken en dijken - Beleid Recreatief Medegebruik

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Temperatuur

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Temperatuur

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Temperatuur

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerpbesluit wijziging werkingsgebieden herinrichting Geleenbeek en Middelsgraaf in de gemeente Echt-Susteren

Omgeving

Omgeving

Verbod op het onttrekken van water uit de Twentekanalen

APV

APV

Nadere subsidieregels brede sociale basisinfrastructuur 2027 e.v.

Mededelingen

Mededelingen

PUBLICATIE VOORNEMEN TOT VERKOOP

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving ontwerpbesluit wijziging werkingsgebieden verlegging monding Milse Beeck in de gemeente Gennep

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking voornemen verhuur onroerende zaak als terras op plein winkelcentrum Molenhoek