Reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-14

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Provincie Drenthe

Informatie

Wijziging reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta Provinciale Staten van Drenthe en Provinciale Staten van Overijssel, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft; gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 16 juni 2026, kenmerk 25/5.6/2026000847; gelet op de artikelen 2 en 6 van de Waterschapswet; overwegende dat: –het op grond van de gewijzigde Waterschapswet noodzakelijk is om de samenstelling van het algemeen bestuur van het waterschap dienovereenkomstig aan te passen; –het op grond van de gewijzigde Waterschapswet, Waterwet en Algemene wet bestuursrecht noodzakelijk is om de zuiveringstaak van het waterschap dienovereenkomstig aan te passen; –er vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet enkele aanpassingen noodzakelijk zijn; –het wenselijk is de toelichting bij het reglement te actualiseren; BESLUITEN: ARTIKEL I Wijzigingen Het reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1 – Begripsomschrijvingen Dit reglement verstaat onder: –categorie natuurterreinen: categorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder c, van de wet; –categorie ongebouwd: categorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b van de wet; –Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Overijssel en van Drenthe, tenzij anders is bepaald; –wet: Waterschapswet. B. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: 2.De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat: a.het beheer van watersystemen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet; b.de zuivering van stedelijk afvalwater, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet. Hieronder wordt mede begrepen de zuivering van stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheergebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringtechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap. 1.Er wordt een derde lid toegevoegd luidende: 3.Het waterschap heeft daarnaast als taak het vaarwegbeheer van de Overijsselse Vecht in het gebied vanaf de monding van de Regge bij Ommen tot aan de monding van het Zwarte Water. C. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: 1.De eerste zin wordt vernummerd tot eerste lid. 2.Er wordt een tweede lid toegevoegd, luidende: ‘Het dagelijks bestuur kan worden aangeduid als college van dijkgraaf en heemraden en de leden daarvan, anders dan de dijkgraaf, als heemraad.’ D. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 1.In de eerste regel vervalt ‘Hiervan vertegenwoordigen:’ 2.Sub a. vervalt. 3.Sub b. vervalt. 4.Sub c. vervalt. 5.Sub d. vervalt. E. Artikel 7 komt te luiden: 1.Voor de categorie ongebouwd worden de vertegenwoordigers door Land- en Tuinbouworganisatie Noord benoemd. 2.Voor de categorie natuurterreinen worden de vertegenwoordigers door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren benoemd. F. Artikel 10 wordt als volg gewijzigd: 1.In het eerste lid wordt 'staten’ vervangen door Staten. 2.In het tweede lid wordt ‘dijkgraaf’ vervangen door ‘voorzitter’. G. Artikel 11, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd: 2.‘Het ontslag gaat’ wordt vervangen door ‘Behoudens het geval dat een lid van het dagelijks bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag’ . H. Artikel 12, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd: 1.‘dijkgraaf’ wordt vervangen door ‘voorzitter’. I. Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het derde lid wordt ‘gedeputeerde staten’ vervangen door ‘Gedeputeerde Staten’. 2.In het vierde lid wordt na ‘van de Koning’ toegevoegd ‘van Drenthe’. J. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het tweede lid wordt 'gedeputeerde staten’ vervangen door ‘Gedeputeerde Staten'. K. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: 1.In de aanhef wordt ‘Benoeming’ vervangen door ‘Aanwijzing’. 2.Artikel 18 komt als volgt te luiden: De aanwijzing van de secretaris geschiedt op voordracht van het dagelijks bestuur. L. Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het eerste lid wordt 'gedeputeerde staten’ vervangen door ‘Gedeputeerde Staten'. 2.In het tweede lid wordt 'staten’ vervangen door 'Staten'. M. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: 1.In het eerste lid, aanhef, wordt ‘gedeputeerde staten’ vervangen door ‘Gedeputeerde Staten'. 2.In het eerste lid, sub b. wordt ‘5.29, eerste lid, van de Waterwet’ vervangen door ’19.14, eerste lid, van de Omgevingswet’. 3.In het tweede lid wordt 'gedeputeerde staten’ vervangen door 'Gedeputeerde Staten’ en ‘5.2, eerste lid, van de Waterwet’ wordt vervangen door ‘2.41, eerste lid, van de Omgevingswet’. N. De toelichting bij het reglement wordt vervangen door de toelichting zoals opgenomen in dit wijzigingsbesluit. ARTIKEL II Wijzigingen Overgangsbepalingen A. Artikel 3 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. B. Artikel 4 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. C. Artikel 5 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. D. Artikel 6 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. E. Artikel 7 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. F. Artikel 8 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. G. Artikel 9 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. H. Artikel 10 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. I. Artikel 11 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. J. Artikel 12 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. K. Artikel 13 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. L. Artikel 14 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. ARTIKEL III Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2026. Provinciale Staten voornoemd, drs. A.H. Mulder, voorzitter mr. drs. S. Buissink, griffier Assen, 30 september 2026 Kenmerk WBM/2026001465 TOELICHTING BIJ HET WIJZIGINGSBESLUIT Het reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta wordt gewijzigd naar aanleiding van: •De wijziging van de Waterschapswet (Stb. 2022, 517) waarmee: ode geborgde zetels voor de categorie bedrijven zijn afgeschaft; oeen vaste verdeling van de geborgde zetels voor de categorieën natuurterreinen en ongebouwd is geïntroduceerd; ode verplichting dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur afkomstig is uit een geborgde categorie is komen vervallen. •De wijziging van de Waterschapswet, Waterwet en Algemene wet bestuursrecht (Stb. 2025, 63) waarmee de (zuiverings)taak van het waterschap gedeeltelijk wordt gewijzigd. •De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De wetswijzigingen werken door in de reglementen, die dienovereenkomstig moeten worden aangepast. Daarnaast is er van de gelegenheid gebruik gemaakt om naast inhoudelijke wijzigingen ook een aantal tekstuele wijzigingen aan te brengen. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder toegelicht. ARTIKEL I Onderdeel B. Op 1 januari 2026 treedt de Wet tot wijziging van de Waterschapswet, Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 2025, 63) in werking. Hiermee wordt de omschrijving van de taak van de waterschappen, zoals opgenomen in artikel 1 van de Waterschapswet, gewijzigd. Met de wijziging van artikel 4, tweede lid van het reglement wordt de taakomschrijving van het waterschap in overeenstemming gebracht met artikel 1, tweede lid van de Waterschapswet zoals deze komt te luiden op 1 januari 2026. Deze wijziging heeft betrekking op de omvang van de zuiveringstaak. Het blijft de taak van het waterschap om het stedelijk afvalwater te zuiveren dat via het rioolstelsel wordt geloosd op de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap. Het wordt ook uitdrukkelijk de taak van het waterschap om stedelijk afvalwater dat op een ander passend systeem in beheer van het waterschap wordt afgevoerd, welke in het beheer is van het waterschap, te zuiveren. De provinciale rol is slechts beperkt tot het in overstemming brengen van het reglement met de wetgeving. Het derde lid wordt aan het reglement toegevoegd, om het reglement in overeenstemming te brengen met de werkelijke taakuitoefening van het waterschap. In de Omgevingsverordening Overijssel 2009 is aan de Overijsselse Vecht de functie van vaarweg toegekend. In die zin is er sprake van afzonderlijk te onderscheiden vaarwegbeheer; deze taak hoort ook in het reglement te worden vastgelegd. De omissie wordt nu gecorrigeerd; er is geen sprake van een taakwijziging. ARTIKEL I Onderdeel C. Het waterschap heeft een verzoek ingediend om het reglement op dit onderdeel aan te passen. De voorzitter kan, in afwijking van de wettelijke term, ook geduid worden als watergraaf, een historische term. Met deze wijziging van het reglement wordt het ook mogelijk voor een lid van het dagelijks bestuur (anders dan de dijkgraaf) en voor het dagelijks bestuur om naast de wettelijke termen ook de termen ‘heemraad’ respectievelijk ‘college van dijkgraaf en heemraden’ te gebruiken. Het waterschap hecht eraan om deze aanspreektitels te gebruiken vanwege de historische context en de herkenbaarheid. ARTIKEL I Onderdeel D. en E. Op 17 december 2022 is de Waterschapswet gewijzigd in verband met het schrappen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, het schrappen van de eis dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur houder is van een geborgde zetel en het introduceren van een vaste verdeling van de resterende geborgde zetels. Met de wijziging van artikel 6 en 7 van het reglement wordt de samenstelling van het algemeen bestuur in overeenstemming gebracht met deze wijzigingen in de Waterschapswet. Vanwege de waterschapsverkiezingen in maart 2023 heeft de wetgever voorzien in tijdelijk overgangsrecht. Hierdoor is de huidige bestuurssamenstelling al in lijn gebracht met de Waterschapswet. Gelet op de waterschapsverkiezingen in 2027 is het noodzakelijk om de reglementen hierop tijdig aan te passen. Artikel 6 betreft de samenstelling van het algemeen bestuur. De omvang van het algemeen bestuur blijft gelijk. Naar aanleiding van het afschaffen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, komt onderdeel d te vervallen. Vanwege het introduceren van een vaste verdeling van de geborgde zetels, krijgen de categorieën ongebouwd en natuurterreinen elk twee zetels. De zetels die hierdoor vrijkomen komen terecht bij de categorie ingezetenen; de omvang van het algemeen bestuur wijzigt niet. Artikel 7 betreft de benoeming van de vertegenwoordigers van de geborgde zetels. Naar aanleiding van het afschaffen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, komt het onderdeel hierover te vervallen. Verder blijft de benoeming van de vertegenwoordigers van de categorieën ongebouwd (Land- en Tuinbouworganisatie Noord (hierna LTO Noord) en natuurterreinen (de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren) ongewijzigd. ARTIKEL I Onderdeel G. Artikel 11 over het ontslag op eigen initiatief van een lid van het dagelijks bestuur is gewijzigd. Met de wijziging is het artikel in lijn gebracht met de wijze waarop ditzelfde onderwerp is geregeld in artikel 42 van de Provinciewet en artikel 43 van de Gemeentewet. ARTIKEL I Onderdeel K. Op grond van artikel 53 van de Waterschapswet wordt de secretaris aangewezen door het algemeen bestuur en niet benoemd. Met deze wijziging wordt het reglement in overeenstemming gebracht met de terminologie van de Waterschapswet. ARTIKEL I Onderdeel M. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden waardoor onderdelen van de Waterwet zijn komen te vervallen. In artikel 21 van het reglement werd voor het calamiteitenplan verwezen naar artikel 5.29, eerste lid, van de Waterwet. Dit artikel is komen te vervallen. Het calamiteitenplan is nu opgenomen in artikel 19.14 van de Omgevingswet. ARTIKEL I Onderdeel N. Naast de hiervoor genoemde inhoudelijke wijzigingen is aanleiding gezien om de toelichting bij het reglement integraal te vervangen. De bestaande toelichting bevat diverse verwijzingen naar vervallen wetgeving en sluit op onderdelen niet meer aan bij de huidige wettelijke systematiek en terminologie, met name als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de recente wijzigingen van de Waterschapswet. Om de kenbaarheid, begrijpelijkheid en actualiteit van het reglement te waarborgen, is een geactualiseerde toelichting opgesteld die aansluit bij het gewijzigde reglement en de geldende wetgeving. Daarom wordt de toelichting bij het reglement vervangen door de toelichting zoals hierna opgenomen. ARTIKEL II Onderdeel A t/m L In het reglement waarmee het waterschap is ingesteld is overgangsrecht opgenomen om juridische lacunes te voorkomen. Op twee bepalingen na, hebben alle overgangsbepalingen hun werking verloren. Deze twee bepalingen regelen de rechtskracht van besluiten van de rechtsvoorgangers van waterschap Drents Overijsselse Delta en blijven van kracht. Het behoud van de overige overgangsbepalingen zou geen rechtsgevolgen meer hebben en draagt niet bij aan de actualiteit of duidelijkheid van het reglement. TOELICHTING OP HET REGLEMENT VOOR HET WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA ALGEMEEN Artikel 2 van de Waterschapswet bepaalt dat de bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun taken en inrichting en van de samenstelling van hun besturen en tot de verdere reglementering van waterschappen aan Provinciale Staten behoort en dat de uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening. Omdat hier sprake is van een interprovinciaal waterschap, worden de bevoegdheden, op grond van artikel 6 van de Waterschapswet, gemeenschappelijk door Provinciale Staten van Overijssel en Drenthe uitgeoefend. Het onderhavige reglement schept in aansluiting op de Waterschapswet het kader voor het waterschap. Het beperkt zich tot de essentiële aspecten betreffende de inrichting en het functioneren van het waterschap. De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld, zijn het gebied, de taak, het bestuur, de verdeling van de geborgde zetels over de specifieke belangencategorieën, het aanwijzen van de organisaties die de vertegenwoordigers voor de categorieën ongebouwd en natuurterrein mogen benoemen en het toezicht. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 2 NAAM, GEBIED, ZETEL EN TAAK VAN HET WATERSCHAP Artikel 2 Gebied van het waterschap Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op een kaart die deel uitmaakt van het reglement. Op de kaart zijn de grenzen van het waterschapsgebied zo eenduidig mogelijk vastgelegd. Er kunnen gebiedsspecifieke situaties zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Deze detailkaarten hebben in geval van onduidelijkheid voorrang op de kaart genoemd in lid 2. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan gedeputeerde staten. Artikel 3 Zetel van het waterschap Het waterschap heeft als (publieke) rechtspersoon een statutaire zetel nodig. Het waterschap heeft als vestigingsplaats gekozen voor de Meppel. Artikel 4 Taak van het waterschap In artikel 4 van het reglement is aangesloten bij de wet en de huidige situatie door aan het waterschap het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater op te dragen. Het beheer van watersystemen omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding, waaronder ook de zorg voor de waterkwaliteit. Onder de zorg voor de waterhuishouding moet ook het regelen van de grondwaterstanden via het peilbeheer van het oppervlaktewater worden gerekend. Het gebruik van de term "beheer van watersystemen" benadrukt dat de tot op heden afzonderlijk benoemde taken een nauwe onderlinge samenhang kennen en als één integrale taak moeten worden uitgevoerd. De toekenning van "het beheer van watersystemen" aan het waterschap impliceert overigens niet dat alle zorg voor het watersysteem of de watersystemen in het waterschapgebied aan het waterschap wordt toegekend. Ook andere overheden oefenen taken ter zake uit. In het eerste lid van artikel 4 is daarom aangegeven dat het waterschap verantwoordelijk is voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet bij andere publiekrechtelijke lichamen berust. Artikel 4, eerste lid kent een duidelijke relatie met artikel 3:4, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 3:4, eerste lid Awb is namelijk geregeld dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. Wanneer een bestuursorgaan van het waterschap derhalve een besluit of handeling overweegt, dient het over te gaan tot een afweging van alle bij de concrete beslissing of handeling betrokken belangen. Met artikel 4, eerste lid wordt aangegeven dat het waterschap zich bij de belangenafweging primair moet laten leiden door de waterhuishoudkundige belangen. Het zijn deze belangen die de doorslag moeten geven bij de besluitvorming. In artikel 4, tweede lid is de zuivering van stedelijk afvalwater aan het waterschap opgedragen. Het is de taak van het waterschap om het stedelijk afvalwater te zuiveren dat via het openbaar vuilwaterriool wordt geloosd op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap. Het is uitdruk-kelijk ook de taak van het waterschap om stedelijk afvalwater dat op een ander passend systeem in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd, te zuiveren. Artikel 4, derde lid gaat over het vaarwegbeheer. Aan de Overijsselse Vecht is de functie van vaarweg toegekend. In die zin is er sprake van afzonderlijk te onderscheiden actief vaarwegbeheer. Hiermee wordt de taakomschrijving zoals opgenomen in het reglement van de rechtsvoorganger van waterschap Drents Overijsselse Delta gecontinueerd. Vaarwegbeheer houdt in: de aanleg en het in stand houden van de infrastructurele voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van het water door de scheepvaart. Daarom is in het reglement de zorg voor het vaarwegbeheer van de Overijsselse Vecht als taak opgenomen. Deze taak is gebaseerd op de laatste volzin van artikel 1, tweede lid, van de wet. HOOFDSTUK 3 DE SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN HET WATERSCHAPSBESTUUR Artikel 5 Benaming bestuursorgaan. In artikel 5 is bepaald dat de voorzitter van het waterschap de titel dijkgraaf kan dragen. Een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, kan de titel heemraad dragen. Het dagelijks bestuur kan de titel college van dijkgraaf en heemraden dragen. Het bezigen van deze titels past goed bij de historische context en vergroot de herkenbaarheid van de bestuursleden. Ook in een aantal naastgelegen waterschappen worden deze titels gebruikt. Artikel 6 Omvang algemeen bestuur In de Waterschapswet is, uit oogpunt van uniformering, maar ook vanwege doelmatigheid en slagvaardigheid, de minimale en maximale omvang van het algemeen bestuur vastgelegd. Het waterschapsbestuur kan bestaan uit minimaal achttien en maximaal dertig leden. Artikel 7 Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels Voor de categorie ongebouwd is het aan de provincie overgelaten de organisaties aan te wijzen die de benoeming doen. Bij de aanwijzing van de organisaties is rekening gehouden met de verschillende te vertegenwoordigen belangen, de organisatiegraad, representativiteit en dekkingsgraad. Uit een oogpunt van transparantie en eenvoud is gekozen voor één organisatie. Land- en Tuinbouworganisatie Noord (LTO Noord) is de agrarische ondernemersorganisatie in de negen provincies boven de Maas. Hier speelt dat de LTO Noord het grootste dekkingspercentage kent in het waterschapsgebied. Ook zijn vrijwel alle sectoren hierin vertegenwoordigd. Derhalve is de LTO Noord aangewezen als benoemende instantie. De selectie van de vertegenwoordigers is een verantwoordelijkheid van LTO Noord. Voor de categorie natuurterreinen is de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren (VBNE) bevoegd de kandidaten te benoemen. De VBNE is in 2013 opgericht door Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten, de Federatie Particulier Grondbezit, De 12 Landschappen en het Nederlandse Ministerie van Defensie. Artikel 8 Reglement van orde De Waterschapswet geeft in de artikelen 35 tot en met 39 een aantal bepalingen over openbare en besloten vergaderingen en over geheimhouding. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast. Voor de invulling van dat reglement verdient het aanbeveling zo veel mogelijk aan te sluiten bij de regelingen die de Gemeentewet en de Provinciewet kennen omtrent onderwerpen van vergaderorde. Met name wordt hierbij gedacht aan het vergaderquorum, het besluitquorum, de wijze van uitschrijven van een nieuwe vergadering en het opstellen van de agenda, het stemrecht van de leden, stemprocedures en het bepalen van de stemuitslag. Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur Ten aanzien van de omvang van het dagelijks bestuur kan het reglement alleen bepalen hoeveel leden het dagelijks bestuur ten minste en ten hoogste telt. In verhouding tot de omvang van het algemeen bestuur en ter voorkoming van versnippering van bestuurstaken is gekozen voor minimaal drie en maximaal vijf bestuursleden (exclusief de voorzitter). Artikel 10 Benoeming leden dagelijks bestuur In artikel 41, tweede lid, van de Waterschapswet is bepaald dat de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur plaatsvindt uit het algemeen bestuur. Gedeputeerde staten kunnen hiervan ontheffing verlenen indien het reglement die mogelijkheid biedt. In het tweede lid is deze mogelijkheid aan Gedeputeerde Staten gegeven. Dit maakt het mogelijk om geschikte kandidaten te vinden buiten de kring van het algemeen bestuur. Voor de leden van het dagelijks bestuur die niet tot het algemeen bestuur behoren, gelden op grond van artikel 45 van de wet wel de eisen die aan de verkiesbaarheid van leden van het algemeen bestuur worden gesteld alsmede de incompatibiliteiten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Ook de verplichting tot het afleggen van de eed of de belofte is op deze leden van toepassing. Daarbij dient expliciet te worden opgemerkt dat de leden van het dagelijks bestuur die via de ontheffing van artikel 41, tweede lid, van de wet in het dagelijks bestuur zijn terecht gekomen alleen lid zijn van het dagelijks bestuur. Zij mogen dus alleen de bevoegdheden uitoefenen die horen bij dit bestuur. Ze zijn geen lid van het algemeen bestuur (dat zou immers leiden tot een wijziging van het aantal zetels van het algemeen bestuur) en kunnen dan ook geen bevoegdheden uitoefenen van het algemeen bestuur. De invulling van een opengevallen plek in het dagelijks bestuur geschiedt zo spoedig mogelijk. Dit kan anders zijn indien het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen. Artikel 11 Ontslag op eigen initiatief Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 41 van de wet, waarin het ontslag van de leden summier wordt geregeld. Leden die hun ontslag nemen, geven hiervan, om bewijsrechtelijke redenen, schriftelijk kennis aan het algemeen bestuur. Deze bepaling komt overeen met de artikelen 42 en 43 van respectievelijk de Provinciewet en de Gemeentewet. De Waterschapswet bevat terzake geen bepalingen. Uit de aard van de rechtshandeling vloeit voort dat opzegging niet met terugwerkende kracht mogelijk is (vergelijk artikel 43 Gemeentewet en 42 Provinciewet) Artikel 12 Vervanging leden dagelijks bestuur Leden van het dagelijks bestuur kunnen bij langdurige afwezigheid worden vervangen door leden van het algemeen bestuur. De vervanging kan door het algemeen bestuur worden geregeld op verzoek van het dagelijks bestuur, het betreffende lid van dat bestuur, of uit eigen beweging. Bepalend is of de vervanging nodig is voor een goed functioneren van het betreffende bestuursorgaan. Het tweede lid regelt de vergoeding bij vervanging van een lid van het dagelijks bestuur. Artikel 13 Reglement van orde Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Een verschil tussen de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is, dat de vergaderingen van dit college met gesloten deuren worden gehouden, tenzij dit bestuur anders heeft bepaald. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven over de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur, artikel 42 van de wet. Met de toevoeging van de woorden "en andere werkzaamheden" wordt aangesloten bij wat daaromtrent in de praktijk is gegroeid en hetgeen is bepaald in de Provinciewet en de Gemeentewet. In de reglementen van orde worden meer activiteiten geregeld dan alleen de vergaderingen. Andere werkzaamheden kunnen betrekking hebben op de bekendmaking van besluiten, de schriftelijke afdoening van zaken en de procedurele voorbereiding van de in het dagelijks bestuur te bespreken nota's. Artikel 14 Intrekking beroepen of bezwaren Deze bepaling laat onverlet de bevoegdheid van het dagelijks bestuur ten aanzien van beroepen en bezwaren. Artikel 15 Benoeming voorzitter Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd. Een open sollicitatie omvat in elk geval een bekendmaking in de daarvoor geëigende kranten en/of vakbladen. De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning van Drenthe. Artikel 16 Woonplaats voorzitter Voor het eerste lid van dit artikel inzake de bepaling van de woonplaats van de voorzitter is aansluiting gezocht bij artikel 71, eerste lid uit de Gemeentewet. Op grond van het tweede lid kan het algemeen bestuur ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Het algemeen bestuur kan zelf bepalen of en voor welke periode ontheffing wordt verleend. Artikel 18 Aanwijzing secretaris Op grond van artikel 53 van de wet wijst het algemeen bestuur de secretaris aan. De secretaris zelf is geen bestuursorgaan. Hij is de eerste adviseur van het algemeen en dagelijks bestuur. In verband met die functie is het verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen, dat geldt voor leden van het algemeen bestuur, ook van toepassing verklaard op de secretaris. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast omtrent de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Hierbij is aansluiting gezocht bij artikel 103 lid 2 Gemeentewet en artikel 100 lid 2 Provinciewet. HOOFDSTUK 4 TOEZICHT Artikel 20 Toezichtbevoegdheid In verband met het interprovinciale karakter van het waterschap moet op grond van artikel 164 van de wet in het reglement een bepaling over toezicht worden opgenomen. In dit artikel is bepaald dat het toezicht gezamenlijk door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Drenthe wordt uitgeoefend. Artikel 21 Meldingen Het reglement vult de wettelijke opsomming aan met enkele categorieën die van wezenlijk belang zijn en waarvan derhalve op provinciaal niveau kennis dient te bestaan. Dat betreft besluiten tot oprichting van of deelneming in een rechtspersoon. Daarnaast wordt toezending van het (ontwerp)calamiteitenplan bepaald vanwege het belang van dit plan gelet op de grote gevolgen die situaties van gevaar in de sfeer van de waterstaatszorg kunnen hebben en vanwege het belang van afstemming van dit plan op soortgelijke plannen van andere overheden. Toezending van een peilbesluit en het ontwerp ervan wordt van belang geacht vanwege het feit dat bij het nemen van een peilbesluit de – door de provincie aangegeven functie van de desbetreffende oppervlaktewateren leidend is. In het licht van die functie moet een afweging plaatsvinden van alle bij het waterbeheer betrokken belangen. Vanwege die belangenafweging die bij de uitwerking van de functietoekenning aan de orde is en die zeer breed kan zijn, is het wenselijk dat gedeputeerde staten van (ontwerp)peilbesluiten kennisnemen. TOELICHTING OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 2 Rechtskracht van voorschriften en uitoefening van bevoegdheden Het eerste lid van dit artikel beoogt een soepele overgang mogelijk te maken van de oude naar de nieuwe situatie door de besluiten van de op te heffen waterschappen van kracht te laten blijven. Hierbij wordt gedoeld op algemeen verbinden voorschriften en besluiten van algemene strekking, zoals peilbesluiten. Zo spreekt het als vanzelf dat bijvoorbeeld besluiten tot het verlenen van een vergunning door de fusie niet worden aangetast. Het tweede lid bepaalt wie bevoegd gezag is ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden zoals genoemd in het eerste lid. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de overgang van rechten en verplichtingen van de op te heffen waterschappen naar het nieuw te vormen waterschap is geregeld in artikel 5b van de wet.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta"

APV

APV

Reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta

Mededelingen

Mededelingen

Ruimte voor drie nieuwe coffeeshops in Groningen

APV

APV

Reglement voor het Waterschap Vechtstromen

APV

APV

Reglement voor het waterschap Noorderzijlvest

Mededelingen

Mededelingen

Omgevingsprogramma Warmte

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Omgevingsprogramma Warmte, gemeente Groningen

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving ontvangst aanvraag omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op de locatie provincie Drenthe

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel financiële zekerheid provincie Groningen 2026

APV

APV

Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Drenthe

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor de Kerstmarkt Hoornse Meer 2026 op 12 december 2026 aan S. Allendeplein te Groningen

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Gebouwd Erfgoed Groningen

Omgeving

Omgeving

Kennisgeving definitief besluit omgevingsvergunning reguliere procedure (verleend), het realiseren van een dakopbouw (wijziging op verleende vergunning), G. Pirestraat 8, 9728 WL Groningen