Reglement voor het Waterschap Vechtstromen
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-10-14
Gepubliceerd door
Provincie Drenthe
Informatie
Wijziging reglement voor het waterschap Vechtstromen Provinciale Staten van Drenthe en Provinciale Staten van Overijssel, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft; gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 16 juni 2026, kenmerk 25/5.6/2026000847; gelet op de artikelen 2 en 6 van de Waterschapswet; overwegende dat –het op grond van de gewijzigde Waterschapswet noodzakelijk is om de samenstelling van het algemeen bestuur van het waterschap dienovereenkomstig aan te passen; –het op grond van de gewijzigde Waterschapswet, Waterwet en Algemene wet bestuursrecht noodzakelijk is om de zuiveringstaak van het waterschap dienovereenkomstig aan te passen; –er vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet enkele aanpassingen noodzakelijk zijn; –het wenselijk is de toelichting bij het reglement te actualiseren; BESLUITEN: ARTIKEL I Wijzigingen Het reglement voor het waterschap Vechtstromen wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit reglement verstaat onder: –categorie natuurterreinen: categorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder c, van de wet; –categorie ongebouwd: categorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b van de wet; –Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Overijssel en van Drenthe, tenzij anders is bepaald; –wet: Waterschapswet. B. Artikel 4, tweede lid, komt te luiden: 2.De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat: a.het beheer van watersystemen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet; b.de zuivering van stedelijk afvalwater, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet. Hieronder wordt mede begrepen de zuivering van stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheergebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap. C. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: ‘Watergraaf’ wordt vervangen door ‘watergraaf’. D. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 1.In de eerste regel vervalt ‘Hiervan vertegenwoordigen:’ 2.Sub a. vervalt. 3.Sub b. vervalt. 4.Sub c. vervalt. 5.Sub d. vervalt. E. Artikel 7 komt te luiden: 1.Voor de categorie ongebouwd worden de vertegenwoordigers door Land- en Tuinbouworganisatie Noord benoemd. 2.Voor de categorie natuurterreinen worden de vertegenwoordigers door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren benoemd. F. Artikel 12, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd: 2.‘Het ontslag gaat’ wordt vervangen door ‘Behoudens het geval dat een lid van het dagelijks bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag’. G. Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het derde lid vervalt. 2.Het vierde lid wordt vernummerd tot lid 3. 3.Het vijfde lid wordt vernummerd tot lid 4 en in dat lid wordt ‘commissaris van de Koningin in de provincie Overijssel’ vervangen door ‘Commissaris van de Koning van Overijssel’. H. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: 1.In de aanhef wordt ‘Benoeming’ vervangen door ‘Aanwijzing’. 2.Artikel 18 komt als volgt te luiden: De aanwijzing van de secretaris geschiedt op voordracht van het dagelijks bestuur. I. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: 4.Het eerste lid, sub b., vervalt. 5.Het eerste lid, sub c., wordt vernummerd tot sub b, en in dat lid wordt ‘5.29, eerste lid, van de Waterwet’ vervangen door ’19.14, eerste lid, van de Omgevingswet. 6.In het tweede lid wordt ‘5.2, eerste lid, van de Waterwet’ vervangen door ‘2.41, eerste lid, van de Omgevingswet’. J. Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd: 1.'artikel 5, tweede lid, van de wet' wordt vervangen door 'artikel 5 van de wet'. K. De toelichting bij het reglement wordt vervangen door de toelichting zoals opgenomen in dit wijzigingsbesluit. ARTIKEL II Wijzigingen overgangsbepalingen A. Artikel 3 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. B. Artikel 4 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. C. Artikel 5 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. D. Artikel 6 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. E. Artikel 7 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. F. Artikel 8 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. G. Artikel 9 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. H. Artikel 10 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. I. Artikel 11 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. J. Artikel 12 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. K. Artikel 13 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. L. Artikel 14 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. M. Artikel 15 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. N. Artikel 16 van de Overgangsbepalingen komt te vervallen. ARTIKEL III Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2026. Provinciale Staten voornoemd, drs. A.H. Mulder, voorzitter mr. drs. S. Buissink, griffier Assen, 30 september 2026 Kenmerk WBM/2026001465 TOELICHTING BIJ HET WIJZIGINGSBESLUIT Het reglement voor het waterschap Vechtstromen wordt gewijzigd naar aanleiding van: •De wijziging van de Waterschapswet (Stb. 2022, 517) waarmee: ode geborgde zetels voor de categorie bedrijven zijn afgeschaft; oeen vaste verdeling van de geborgde zetels voor de categorieën natuurterreinen en ongebouwd is geïntroduceerd; ode verplichting dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur afkomstig is uit een geborgde categorie is komen vervallen. •De wijziging van de Waterschapswet, Waterwet en Algemene wet bestuursrecht (Stb. 2025, 63) waarmee de (zuiverings)taak van het waterschap gedeeltelijk wordt gewijzigd. •De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De wetswijzigingen werken door in de reglementen, die dienovereenkomstig moeten worden aangepast. Daarnaast is er van de gelegenheid gebruik gemaakt om naast inhoudelijke wijzigingen ook een aantal tekstuele wijzigingen aan te brengen. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder toegelicht. ARTIKEL I Onderdeel B. Op 1 januari 2026 treedt de Wet tot wijziging van de Waterschapswet, Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 2025, 63) in werking. Hiermee wordt de omschrijving van de taak van de waterschappen, zoals opgenomen in artikel 1 van de Waterschapswet, gewijzigd. Met de wijziging van artikel 4, tweede lid van het reglement wordt de taakomschrijving van het waterschap in overeenstemming gebracht met artikel 1, tweede lid van de Waterschapswet zoals deze komt te luiden op 1 januari 2026. Deze wijziging heeft betrekking op de omvang van de zuiveringstaak. Het blijft de taak van het waterschap om het stedelijk afvalwater te zuiveren dat via het rioolstelsel wordt geloosd op de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap. Het wordt ook uitdrukkelijk de taak van het waterschap om stedelijk afvalwater dat op een ander passend systeem in beheer van het waterschap wordt afgevoerd, te zuiveren. ARTIKEL I Onderdeel D. en E. Op 17 december 2022 is de Waterschapswet gewijzigd in verband met het schrappen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, het schrappen van de eis dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur houder is van een geborgde zetel en het introduceren van een vaste verdeling van de resterende geborgde zetels. Met de wijziging van artikel 6 en 7 van het reglement wordt de samenstelling van het algemeen bestuur in overeenstemming gebracht met deze wijzigingen in de Waterschapswet. Vanwege de waterschapsverkiezingen in maart 2023 heeft de wetgever voorzien in tijdelijk overgangsrecht. Hierdoor is de huidige bestuurssamenstelling al in lijn gebracht met de Waterschapswet. Gelet op de waterschapsverkiezingen in 2027 is het noodzakelijk om de reglementen hierop tijdig aan te passen. Artikel 6 betreft de samenstelling van het algemeen bestuur. De omvang van het algemeen bestuur blijft gelijk. Naar aanleiding van het afschaffen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, komt onderdeel d te vervallen. Vanwege het introduceren van een vaste verdeling van de geborgde zetels, krijgen de categorieën ongebouwd en natuurterreinen elk twee zetels. De zetels die hierdoor vrijkomen komen terecht bij de categorie ingezetenen; de omvang van het algemeen bestuur wijzigt niet. Artikel 7 betreft de benoeming van de vertegenwoordigers van de geborgde zetels. Naar aanleiding van het afschaffen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, komt het onderdeel hierover te vervallen. Verder blijft de benoeming van de vertegenwoordigers van de categorieën ongebouwd (Land- en Tuinbouworganisatie Noord; LTO Noord) en natuurterreinen (de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren) ongewijzigd. ARTIKEL I Onderdeel F. Artikel 12 over het ontslag op eigen initiatief van een lid van het dagelijks bestuur is gewijzigd. Met de wijziging is het artikel in lijn gebracht met de wijze waarop ditzelfde onderwerp is geregeld in artikel 42 van de Provinciewet en artikel 43 van de Gemeentewet. ARTIKEL I Onderdeel G. De bevoegdheden als bedoeld in artikel 46, derde en vijfde lid van de Waterschapswet waren uitsluitend toegekend aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. In dit proces bestond derhalve geen mogelijkheid voor Gedeputeerde Staten van Drenthe om zich uit te laten over de aanbeveling van het algemeen bestuur van het waterschap. Met de voorgestelde wijziging wordt dit proces in overeenstemming gebracht met de procedure die geldt bij het waterschap Drents Overijsselse Delta. ARTIKEL I Onderdeel H. Op grond van artikel 53 van de Waterschapswet wordt de secretaris aangewezen door het algemeen bestuur en niet benoemd. Met de wijziging is het artikel in lijn gebracht met de terminologie van de Waterschapswet. ARTIKEL I Onderdeel I. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden waardoor er onderdelen van de Waterwet zijn komen te vervallen. In artikel 21 van het reglement werd voor het calamiteitenplan verwezen naar artikel 5.29, eerste lid, van de Waterwet. Dit artikel is komen te vervallen. Het calamiteitenplan is nu opgenomen in artikel 19.14 van de Omgevingswet. ARTIKEL I Onderdeel K. Naast de hiervoor genoemde inhoudelijke wijzigingen is aanleiding gezien om de toelichting bij het reglement integraal te vervangen. De bestaande toelichting bevat diverse verwijzingen naar vervallen wetgeving en sluit op onderdelen niet meer aan bij de huidige wettelijke systematiek en terminologie, met name als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de recente wijzigingen van de Waterschapswet. Om de kenbaarheid, begrijpelijkheid en actualiteit van het reglement te waarborgen, is een geactualiseerde toelichting opgesteld die aansluit bij het gewijzigde reglement en de geldende wetgeving. Daarom wordt de toelichting bij het reglement vervangen door de toelichting zoals hierna is opgenomen. ARTIKEL II Wijzigingen overgangsbepalingen In het reglement waarmee het waterschap is ingesteld is overgangsrecht opgenomen om juridische lacunes te voorkomen. Op drie bepalingen na, hebben alle overgangsbepalingen hun werking verloren. Deze drie bepalingen regelen de rechtskracht van besluiten van de rechtsvoorgangers van waterschap Vechtstromen en de mogelijkheid om de meeste bepalingen van het reglement te wijzigen voor de provincie Drenthe en Overijssel, zonder Gelderland, en blijven van kracht. Het behoud van de overige overgangsbepalingen zou geen rechtsgevolgen meer hebben en draagt niet bij aan de actualiteit of duidelijkheid van het reglement. TOELICHTING OP HET REGLEMENT VOOR HET WATERSCHAP VECHTSTROMEN ALGEMEEN Artikel 2 van de Waterschapswet bepaalt dat de bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun taken en inrichting en van de samenstelling van hun besturen en tot de verdere reglementering van waterschappen aan Provinciale Staten behoort en dat de uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening. Omdat hier sprake is van een interprovinciaal waterschap, worden de bevoegdheden, op grond van artikel 6 van de Waterschapswet, gemeenschappelijk door Provinciale Staten van Overijssel, Drenthe en Gelderland uit-geoefend. In het reglement is vervolgens bepaald dat wijzigingen door Provinciale Staten van Overijssel en Drenthe gezamenlijk kunnen worden doorgevoerd. Het onderhavige reglement schept in aansluiting op de Waterschapswet het kader voor het waterschap. Het beperkt zich tot de essentiële aspecten betreffende de inrichting en het functioneren van het waterschap. De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld, zijn het gebied, de taak, het bestuur, de verdeling van de geborgde zetels over de specifieke belangencategorieën, het aanwijzen van de organisaties die de vertegenwoordigers voor de categorieën ongebouwd en natuurterreinen mogen benoemen en het toezicht. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 2 NAAM, GEBIED, ZETEL EN TAAK VAN HET WATERSCHAP Artikel 2 Naam en gebied van het waterschap Bij het bepalen van het gebied van het waterschap is acht geslagen op het uitgangspunt voor de bestuurlijke organisatie van de waterstaatszorg, dat bij de vorming van waterschappen zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de waterstaatkundige eenheden. Een waterstaatkundige eenheid bestaat uit een samenhangend stelsel van oppervlaktewateren en gronden (inclusief gebruikers, bewoners en gebouwen), die belang hebben bij de instandhouding van dat stelsel. Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op de kaart die deel uitmaakt van het reglement. Op de kaart zijn de grenzen van het waterschapsgebied zo eenduidig mogelijk vastgelegd. Er kunnen gebiedsspecifieke situaties zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen om voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan Gedeputeerde Staten. Artikel 3 Zetel van het waterschap Het waterschap heeft als (publieke) rechtspersoon een statutaire zetel nodig. Aangezien het grootste deel van het waterschap in Overijssel ligt, is gekozen voor Almelo. Deze keuze staat los van de mogelijkheid om meer vestigingen aan te houden. Artikel 4 Taak van het waterschap In artikel 4 van het reglement is aangesloten bij de wet en de huidige situatie door aan het waterschap het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater op te dragen. Het beheer van watersystemen omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding, waaronder ook de zorg voor de waterkwaliteit. Onder de zorg voor de waterhuishouding moet ook het regelen van de grondwaterstanden via het peilbeheer van het oppervlaktewater worden gerekend. Het gebruik van de term "beheer van watersystemen" benadrukt dat de tot op heden afzonderlijk benoemde taken een nauwe onderlinge samenhang kennen en als één integrale taak moeten worden uitgevoerd. De toekenning van "het beheer van watersystemen" aan het waterschap impliceert overigens niet dat alle zorg voor het watersysteem of de watersystemen in het waterschapsgebied aan het waterschap wordt toe-gekend. Ook andere overheden oefenen taken ter zake uit. In het eerste lid van artikel 2.3 is daarom aangegeven dat het waterschap verantwoordelijk is voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet bij andere publiekrechtelijke lichamen berust. Artikel 4, eerste lid kent een duidelijke relatie met artikel 3:4, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 3:4, eerste lid Awb is namelijk geregeld dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. Wanneer een bestuursorgaan van het waterschap derhalve een besluit of handeling overweegt, dient het over te gaan tot een afweging van alle bij de concrete beslissing of handeling betrokken belangen. Met artikel 4, eerste lid wordt aangegeven dat het waterschap zich bij de belangenafweging primair moet laten leiden door de waterhuishoudkundige belangen. Het zijn deze belangen die de doorslag moeten geven bij de besluitvorming. In artikel 4, tweede lid is de zuivering van stedelijk afvalwater aan het waterschap opgedragen. Het is de taak van het waterschap om het stedelijk afvalwater te zuiveren dat via het openbaar vuilwaterriool wordt geloosd op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap. Het is ook uitdrukkelijk de taak van het waterschap om stedelijk afvalwater dat op een ander passend systeem in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd, te zuiveren. Artikel 4, derde lid gaat over het vaarwegbeheer Vaarwegbeheer houdt in: de aanleg en het in stand houden van de infrastructurele voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van het water door de scheepvaart. Daarom is in het reglement de zorg voor het vaarwegbeheer van de Overijsselse Vecht als taak opgenomen. Deze taak is gebaseerd op de laatste volzin van artikel 1, tweede lid, van de wet. HOOFDSTUK 3 DE SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN HET WATERSCHAPSBESTUUR Artikel 5 Titel van de voorzitter De voorzitter kan de titel watergraaf dragen. Vanouds wordt de voorzitter van waterschappen in Oost-Nederland watergraaf genoemd. Artikel 6 Omvang algemeen bestuur In de Waterschapswet is, uit oogpunt van uniformering, maar ook vanwege doelmatigheid en slagvaardigheid, de minimale en maximale omvang van het algemeen bestuur vastgelegd. Het waterschapsbestuur kan bestaan uit minimaal achttien en maximaal dertig leden. Artikel 7 Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels Voor de categorie ongebouwd is het aan de provincie overgelaten de organisaties aan te wijzen die de benoeming doen. Bij de aanwijzing van de organisaties is rekening gehouden met de verschillende te vertegenwoordigen belangen, de organisatiegraad, representativiteit en dekkingsgraad. Uit een oogpunt van transparantie en eenvoud is gekozen voor één organisatie. Land- en Tuinbouworganisatie Noord (LTO Noord) is de agrarische ondernemersorganisatie in de negen provincies boven de Maas. Hier speelt dat LTO Noord een dekkingspercentage kent van circa 50% in het waterschapsgebied. Ook zijn vrijwel alle sectoren hierin vertegenwoordigd. Derhalve is LTO Noord aangewezen als benoemende instantie. De selectie van de vertegenwoordigers is een verantwoordelijkheid van de LTO Noord. Voor de categorie natuurterreinen is de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) bevoegd de kandidaten te benoemen. De VBNE is in 2013 opgericht door Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten, de Federatie Particulier Grondbezit, De 12 Landschappen en het Nederlandse Ministerie van Defensie, Artikel 8 Reglement van orde De Waterschapswet geeft in de artikelen 35 tot en met 39 een aantal bepalingen over openbare en besloten vergaderingen en over geheimhouding. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast. Voor de invulling van dat reglement verdient het aanbeveling zo veel mogelijk aan te sluiten bij de regelingen, die de Gemeentewet en de Provinciewet kennen omtrent onderwerpen van vergaderorde. Met name wordt hierbij gedacht aan het vergaderquorum, het besluitquorum, de wijze van uitschrijven van een nieuwe vergadering en het opstellen van de agenda, stemrecht van de leden, stemprocedures en het bepalen van de stemuitslag. Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur Ten aanzien van de omvang van het dagelijks bestuur kan het reglement alleen bepalen hoeveel leden dit college, afgezien van de voorzitter, minimaal en maximaal telt. In verhouding tot de omvang van het algemeen bestuur en ter voorkoming van versnippering van bestuurstaken is gekozen voor minimaal twee en maximaal vijf andere bestuursleden. Artikel 10 Benoeming leden van het dagelijks bestuur In artikel 41, tweede lid, van de Waterschapswet is bepaald dat de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur plaatsvindt uit het algemeen bestuur. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan ontheffing verlenen indien het reglement die mogelijkheid biedt. In het tweede lid is deze mogelijkheid aan Gedeputeerde Staten gegeven. Dit maakt het mogelijk om geschikte kandidaten te vinden buiten de kring van het algemeen bestuur. Voor de leden van het dagelijks bestuur die niet tot het algemeen bestuur behoren, gelden op grond van artikel 45 van de wet wel de eisen die aan de verkiesbaarheid van leden van het algemeen bestuur worden gesteld alsmede de incompatibiliteiten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Ook de verplichting tot het afleggen van de eed of de belofte is op deze leden van toepassing. Daarbij dient expliciet te worden opgemerkt dat de leden van het dagelijks bestuur die via de ontheffing van artikel 41, tweede lid, van de wet in het dagelijks bestuur zijn terecht gekomen alleen lid zijn van het dagelijks bestuur. Zij mogen dus alleen de bevoegdheden uitoefenen die horen bij dit bestuur. Ze zijn geen lid van het algemeen bestuur (dat zou immers leiden tot een wijziging van het aantal zetels van het algemeen bestuur) en kunnen dan ook geen bevoegdheden uitoefenen van het algemeen bestuur. De invulling van een opengevallen plek in het dagelijks bestuur geschiedt zo spoedig mogelijk. Dit kan anders zijn indien het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen. Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur In dit artikel wordt het aanvangstijdstip van de benoeming van de leden geregeld alsmede de opvolging van het gehele dagelijks bestuur (met uitzondering van de voorzitter) na de verkiezingen. Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 41 van de wet, waarin het ontslag van de leden summier wordt geregeld. Leden die hun ontslag nemen, geven hiervan, om bewijsrechtelijke redenen, schriftelijk kennis aan het algemeen bestuur. Deze bepaling komt overeen met de artikelen 42 en 43 van respectievelijk de Provinciewet en de Gemeentewet. De Waterschapswet bevat terzake geen bepalingen. Uit de aard van de rechtshandeling vloeit voort dat opzegging niet met terugwerkende kracht mogelijk is (vergelijk artikel 43 Gemeentewet en 42 Provinciewet). Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur Leden van het dagelijks bestuur kunnen bij langdurige afwezigheid worden vervangen door leden van het algemeen bestuur. De vervanging kan door het algemeen bestuur worden geregeld op verzoek van het dagelijks bestuur, het betreffende lid van dat bestuur, of uit eigen beweging. Bepalend is of de vervanging nodig is voor een goed functioneren van het betreffende bestuurs-orgaan. Het tweede lid regelt de vergoeding bij vervanging van een lid van het dagelijks bestuur. Artikel 14 Reglement van orde Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Een verschil tussen de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is, dat de vergaderingen van dit college met gesloten deuren worden gehouden, tenzij dit bestuur anders heeft bepaald. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven over de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur (artikel 42 Waterschapswet). Met de toevoeging van de woorden "en andere werkzaamheden" wordt aangesloten bij wat daaromtrent in de praktijk is gegroeid en hetgeen is bepaald in de Provinciewet en de Gemeentewet. In de reglementen van orde worden meer activiteiten geregeld dan alleen de vergaderingen. Andere werkzaamheden kunnen betrekking hebben op de bekendmaking van besluiten, de schriftelijke afdoening van zaken en de procedurele voorbereiding van de in het dagelijks bestuur te bespreken nota's. Artikel 16 Benoeming voorzitter Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd. Een open sollicitatie omvat in elk geval een bekendmaking in de daarvoor geëigende kranten en of vakbladen. De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning van Overijssel. Artikel 17 Woonplaats voorzitter Voor het eerste lid van dit artikel inzake de bepaling van de woonplaats van de voorzitter is aansluiting gezocht bij artikel 71, eerste lid uit de Gemeentewet. Op basis van het tweede lid kan het algemeen bestuur ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Het algemeen bestuur kan zelf bepalen of en voor welke periode ontheffing wordt verleend. Artikelen 18 en 19 Aanwijzing, taken en bevoegdheden secretaris De aanwijzing van de secretaris wordt geregeld door het algemeen bestuur. De secretaris zelf is geen bestuursorgaan. Hij is eerste adviseur van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In verband met die functie is het verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen, dat geldt voor leden van het algemeen bestuur, ook van toepassing verklaard op de secretaris. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast omtrent de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Hierbij is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet (artikel 103 lid 2) en de Provinciewet (artikel 100 lid 2). HOOFDSTUK 4 TOEZICHT Artikel 20 Toezichtbevoegdheid In verband met het interprovinciale karakter moet op grond van artikel 164 van de wet in het reglement een regeling over toezicht worden opgenomen. In dit artikel is bepaald dat het toezicht gezamenlijk wordt uitgeoefend door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Drenthe. Het waterschap is voor het grootste gedeelte in de provincie Overijssel gelegen. In de provincie Drenthe is echter een zodanig substantieel gedeelte gelegen met een zodanige economische waarde en een zodanig aantal ingezetenen dat gezamenlijk toezicht met die provincie gerechtvaardigd is. Dat geldt niet voor de provincie Gelderland, omdat het waterschap slechts voor een zeer gering gedeelte in die provincie is gelegen. In verband hiermee dienen meldingplichtige besluiten aan zowel Gedeputeerde Staten van Overijssel als Gedeputeerde Staten van Drenthe te worden toegezonden. Artikel 21 Meldingen Het reglement vult de wettelijke opsomming aan met enkele categorieën die van wezenlijk belang zijn en waarvan derhalve op provinciaal niveau kennis dient te bestaan. Dat betreft in de eerste plaats besluiten tot oprichting van of deelneming in een rechtspersoon. Toezending van het calamiteitenplan en het ontwerp ervan is voorgeschreven vanwege het belang van dit plan gelet op de grote gevolgen die situaties van gevaar in de sfeer van de waterstaatszorg kunnen hebben en vanwege het belang van afstemming van dit plan op soortgelijke plannen van andere overheden. Toezending van een peilbesluit en het ontwerp ervan (tweede lid) wordt van belang geacht vanwege het feit dat de door de provincie aangegeven functie van de desbetreffende oppervlaktewateren leidend is. In het licht van die functie moet een afweging plaatsvinden van alle bij het waterbeheer betrokken belangen. Vanwege die belangenafweging die bij de uitwerking van de functietoekenning aan de orde is en die zeer breed kan zijn, is het wenselijk dat Gedeputeerde Staten van (ontwerp)peilbesluiten kennisnemen. Artikel 22 Wijzigingen van beperkte strekking Artikel 6, tweede volzin, van de wet maakt het mogelijk bij een interprovinciaal waterschap om bij reglement te bepalen dat reglementswijzigingen van beperkte strekking kunnen worden opgedragen aan één of twee van de drie Provinciale Staten. Dit artikel voorziet hierin. TOELICHTING OP BIJLAGE II OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 2 Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden Het eerste lid van dit artikel beoogt een soepele overgang mogelijk te maken van de oude naar de nieuwe situatie door de besluiten van de op te heffen waterschappen van kracht te laten blijven. Hierbij wordt gedoeld op algemeen verbindende voorschriften en besluiten van algemene strekking, zoals peilbesluiten. Zo spreekt het als vanzelf dat bijvoorbeeld besluiten tot het verlenen van vergunning door de fusie niet worden aangetast. Het tweede lid beoogt buiten twijfel te stellen wie bevoegd is ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden als aangegeven in de in het eerste lid bedoelde voorschriften en besluiten. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de overgang van rechten en verplichtingen van de op te heffen waterschappen naar het nieuw te vormen waterschap is geregeld in artikel 5b van de Waterschapswet.
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Reglement voor het Waterschap Vechtstromen"

APV
Reglement voor het waterschap Drents Overijsselse Delta

Mededelingen
Ruimte voor drie nieuwe coffeeshops in Groningen

APV
Reglement voor het Waterschap Vechtstromen

APV
Reglement voor het waterschap Noorderzijlvest

Mededelingen
Omgevingsprogramma Warmte

Bestemmingsplan
Omgevingsprogramma Warmte, gemeente Groningen

Omgeving
Kennisgeving ontvangst aanvraag omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op de locatie provincie Drenthe

Mededelingen
Beleidsregel financiële zekerheid provincie Groningen 2026

APV
Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Drenthe

Evenementen
Toestemming voor de Kerstmarkt Hoornse Meer 2026 op 12 december 2026 aan S. Allendeplein te Groningen

Bestemmingsplan
Gebouwd Erfgoed Groningen

Omgeving
Kennisgeving definitief besluit omgevingsvergunning reguliere procedure (verleend), het realiseren van een dakopbouw (wijziging op verleende vergunning), G. Pirestraat 8, 9728 WL Groningen

