Subsidieregeling amateurkunst Leiden 2027

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-09

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Leiden

Informatie

Subsidieregeling amateurkunst Leiden 2027 Het college van burgemeester en wethouders van Leiden, gelet op artikelen 2 eerste lid, aanhef en onder f en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2026, besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling amateurkunst Leiden 2027 TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a.aanvrager: verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk die in hun vrije tijd een creatieve activiteit beoefenen/organiseren op het gebied van amateurkunst; b.amateurkunst: het in de vrije tijd beoefenen van een creatieve activiteit, waarbij kwaliteit en professionaliteit kan worden nagestreefd. Amateurkunst is gericht op de ontwikkeling van creatieve talenten en persoonlijke groei en draait in eerste plaats om plezier in het creatieve proces. Amateurkunst vormt geen primaire bron van inkomsten en wordt niet op beroepsmatige basis beoefend, in tegenstelling tot professionele kunst; c.ASV: de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2026 en eventueel daaropvolgende wijzigingen; d.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden; e.concours: Een in of buiten Leiden plaatsvindende wedstrijd op het gebied van amateurkunst waarbij deelnemers strijden om te laten zien of horen dat ze het beste zijn in hun discipline; f.culturele evenementen amateurkunst: publiektoegankelijke initiatieven waarbij amateurkunstenaars hun werk uitvoeren en presenteren, zonder commerciële doelen; g.deelnemer: aan een organisatie op het gebied van de amateurkunst verbonden natuurlijk persoon, die zich door een contributiebijdrage en door deelname aan activiteiten aan de organisatie verbindt; h.evenement: een georganiseerde, vaak grootschalige en publieke gebeurtenis op een specifieke locatie en tijdstip, zoals een festival; i.festival: een openbaar toegankelijk cultureel evenement dat onder één noemer wordt gepresenteerd, waarbij diverse presentaties worden gegeven op diverse binnen- en/of buitenlocaties, die met elkaar zijn verbonden of op loopafstand van elkaar zijn gesitueerd; j.huurkostensubsidie: aanvullende uitvoeringssubsidie voor optredens in de Pieterskerk, de Hooglandse Kerk, de Leidse Schouwburg of de Stadsgehoorzaal; k.instandhoudingssubsidie: een per kunstcategorie vastgestelde algemene subsidie ter tegemoetkoming in de vaste lasten van een organisatie; l.jeugdledensubsidie: aanvullende instandhoudingssubsidie voor leden van organisaties, die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt; m.kunstcategorieën: de verschillende werkvormen van de amateurkunst; n.openbaar optreden: een optreden op Leids grondgebied dat al dan niet tegen betaling voor iedereen toegankelijk is en dat als zodanig van tevoren publiekelijk wordt aangekondigd; o.organisatie: een in Leiden gevestigde vereniging, stichting of groep personen die zich, blijkens de statuten en feitelijke werkzaamheden, de amateurkunst ten doel stelt; p.raad: raad van de gemeente Leiden; q.richtbedrag: standaard subsidiebedrag waarop op grond van dreigende overschrijding van het subsidieplafond een korting kan worden toegepast; r.subsidieplafond: het maximaal beschikbare subsidiebudget gedurende een bepaald tijdvak voor een subsidie die op basis van een subsidieregeling wordt verstrekt; s.uitvoeringssubsidie: subsidie in (een deel van) het nader gespecificeerde tekort van de door de organisaties gehouden openbare optredens; t.werkgroep Amateur Kunst (WAK): de Leidse koepelorganisatie ten dienste van de sector amateurkunst. Artikel 2 Doel van de subsidie Deze subsidieregeling is van toepassing op door het college te verstrekken subsidies voor activiteiten op het gebied van Leidse amateurkunst. Deze regeling heeft de volgende doelstellingen: (1)het bijdragen aan het in stand houden van Leidse amateurkunstorganisaties, (2)het bevorderen van activiteiten door bij die organisaties aangesloten amateurkunstenaars in Leiden en (3)het verstrekken van eenmalige subsidies aan culturele evenementen die bijdragen aan een laagdrempelig, inclusief en divers amateurkunstaanbod met een breed bereik in de stad Leiden. Het gaat om kunst en cultuur die in de vrije tijd wordt gemaakt, zoals muziek-, theater-, dans-, literatuur- evenementen of festivals, tentoonstellingen, kunstroutes, en beeldende kunst exposities. Artikel 3 Reikwijdte Voor zover in deze subsidieregeling niet anders is bepaald, zijn de begripsomschrijvingen en bepalingen van de ASV van toepassing. Artikel 4 Voorwaarden subsidieaanvraag De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden: 1.De aanvraag wordt schriftelijk en bij voorkeur digitaal ingediend via Eherkenning bij het college via het betreffende aanvraagformulier via de website van de gemeente www.leiden.nl/subsidies. 2.Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens; a.Voor een instandhoudingssubsidie amateurkunst: •Ledental per 1 september (inclusief jeugdleden); •Aantal jeugdleden per 1 september; •Aantal oefenweken per jaar (alleen bedoeld voor projectorkesten en projectkoren). b.Voor een uitvoeringssubsidie amateurkunst: •Een begroting met inkomsten en uitgaven; •Locatie geplande activiteit; •Datum geplande activiteit; •Gebruikmaking van Pieterskerk, Hooglandse Kerk, Leidse Schouwburg of Stadsgehoorzaal; •Deelneming aan een nationaal of internationaal concours of festival. c.Voor een cultureel evenement amateurkunst: •Een projectplan waarin het volgende staat omschreven: i.een beschrijving van het evenement waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; ii.de doelen en resultaten welke met het evenement worden nagestreefd, en hoe de activiteit(en) daaraan bijdraagt; iii.waar en wanneer het evenement plaatsvindt. •Een sluitende begroting: i.met inkomsten en uitgaven voor het evenement; ii.met een opgave van aangevraagde of al toegekende subsidies of vergoedingen voor dezelfde evenementen, en de stand van zaken daarvan. Artikel 5 Procedure vooraanvraag 1.Een vooraanvraag, wordt ingediend voor of op uiterlijk 1 januari van het te subsidiëren kalenderjaar. 2.Een vooraanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze binnen de in het eerste lid genoemde termijn is ontvangen en vergezeld gaat van de in artikel 4 genoemde gegevens. 3.Als de in artikel 4 genoemde gegevens ontbreken, dan wordt een hersteltermijn van 7 dagen gegeven voor het aanleveren van de ontbrekende gegevens. Artikel 6 Indieningstermijn De volledige subsidieaanvraag wordt ingediend uiterlijk 8 januari van het te subsidiëren kalenderjaar. Artikel 7 Beslistermijn Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie binnen uiterlijk 13 weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag. Artikel 8 Doelgroep Deze regeling is bedoeld voor verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk die in hun vrije tijd een creatieve activiteit beoefenen/organiseren op het gebied van amateurkunst die laagdrempelig is en voor een breed publiek toegankelijk is. Artikel 9 Verplichtingen van de subsidieontvanger In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 12, 13 en 14 van de ASV heeft de subsidieontvanger in ieder geval de verplichting: a.De activiteit wordt in hetzelfde kalenderjaar uitgevoerd. b.Een organisatie die besloten heeft zich op te heffen en/of zijn activiteiten te beëindigen, is verplicht het college onmiddellijk van deze hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. Een dergelijke organisatie wordt niet langer beschouwd als toegelaten tot deze regeling. Artikel 10 Weigeringsgronden Een subsidie op grond van deze regeling wordt, behalve volgens het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht of de ASV, geweigerd indien niet voldaan is aan de voorwaarden en criteria genoemd in deze regeling: a.de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van een naar aanleiding van de aanvraag toe te kennen subsidie, onvoldoende worden geacht om de te subsidiëren activiteit(en) te verrichten; b.het subsidieplafond van titels II en/of III zoals bedoeld in artikelen 14 en 17 wordt overschreden; c.de aanvrager voor hetzelfde culturele evenement amateurkunst al subsidie heeft ontvangen vanuit deze of een andere Leidse subsidieregeling; TITEL II. INSTANDHOUDINGS- EN UITVOERINGSSUBSIDIE AMATEURKUNST Artikel 11 Toelating aanvrager 1.De instandhoudings- en uitvoeringssubsidie is bedoeld voor organisaties die op advies van de WAK zijn toegelaten tot het doen van een aanvraag voor deze regeling.2.Enkel toegelaten organisaties kunnen aanspraak maken op een instandhoudingssubsidie (inclusief eventuele jeugdledensubsidie) en/of uitvoeringssubsidie (inclusief eventuele huurkostensubsidie) zoals omschreven in deze regeling. Daartoe gelden de volgende voorwaarden. De organisatie dient: a.Rechtspersoonlijkheid te bezitten en als zodanig ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel; b.Gedurende een periode van tenminste drie jaar door de uitvoering van activiteiten en het in stand houden van een organisatie haar bestaansrecht te hebben bewezen; c.Een minimaal aantal deelnemers hebben van: 10 deelnemers voor toneelgezelschappen en theatergroepen; 16 deelnemers voor koren; 20 deelnemers voor harmoniekorpsen, brassbands en fanfares; 10 deelnemers voor drumbands en trommelgroepen; 15 deelnemers voor orkesten; 7 deelnemers voor zigeunerorkesten; 18 deelnemers voor operette- en musicalgezelschappen; 25 deelnemers voor volksdansverenigingen; 13 deelnemers voor majoretteverenigingen; 10 deelnemers voor verenigingen op het gebied van audiovisuele mediakunst; 10 deelnemers voor verenigingen op het gebied van literaire kunst; 7 deelnemers voor popmuzikantenverenigingen; d.Haar oefenruimte binnen het grondgebied van de gemeente Leiden te hebben; e.Tenminste éénmaal per jaar in Leiden op te treden, door voor de betreffende kunstcategorie voortvloeiende wijze van uitvoeren; f.Op advies van de WAK te zijn toegelaten tot het doen van een aanvraag voor deze regeling. 3.Het maximaal aantal organisaties dat jaarlijks is toegelaten tot het doen van een aanvraag voor deze regeling:Orkesten: 12; Harmoniekorpsen, brassbands drumfanfares, showkorpsen en trommelgroepen: 7; Koren: 35;Toneelgezelschappen en theatergroepen: 6; Operette- en musicalgezelschappen: 1;Volksdansverenigingen: 1; Majoretteverenigingen: 1; Verenigingen op het gebied van audiovisuele mediakunst: 2; Diverse muziekgroepen: 3;Verenigingen op het gebied van literaire kunst: 1; Popmuzikantenverenigingen: 1; 4.Jeugd- en overige onderafdelingen van organisaties kunnen in aanmerking komen voor een zelfstandige instandhoudingssubsidie als zij als zelfstandig rechtspersoon ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel. Hierbij geldt dat het aantal organisaties genoemd in het derde lid niet wordt overschreden. 5.Organisaties die al financieel worden ondersteund door overheden (waaronder de gemeente Leiden), de Universiteit Leiden en/of het bedrijfsleven, komen niet in aanmerking voor een instandhoudingssubsidie (inclusief eventuele jeugdledensubsidie) en/of uitvoeringssubsidie (inclusief eventuele huurkostensubsidie) zoals omschreven in deze regeling.6.Op grond van de jaarlijkse subsidieaanvragen en de inhoudelijke en financiële verantwoording van de toegelaten organisaties zal jaarlijks worden beoordeeld of deze organisaties hebben voldaan c.q. voldoen aan de bepalingen van deze regeling. 7.Wanneer het college aanleiding ziet om op grond van het niet of onvoldoende nakomen van de bepalingen uit deze regeling de subsidie voor een bepaalde organisatie te beëindigen of te verminderen, zal alvorens daartoe te besluiten, de WAK worden gehoord. Artikel 12 richtbedragen voor instandhoudingssubsidie amateurkunst 1.De richtbedragen voor een instandhoudingssubsidie voor de verschillende kunstcategorieën zijn als volgt: A.ORKESTEN Een jaarlijkse bijdrage van € 860,00 voor reguliere volwassenenorkesten, met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 740,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 490,00 met een ledenaantal van 50 of meer. Een jaarlijkse bijdrage van € 1.730,00 voor jeugdorkesten, met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 1.480,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 990,00 met een ledenaantal van 50 of meer. Voor projectorkesten een percentage van de genoemde instandhoudingssubsidie berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar. B.HARMONIE, BRASSBANDS, (DRUM)FANFARES, SHOWKORPSEN EN TROMMELGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 860,00 bij een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 740,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 490,00 met een ledenaantal van 50 of meer. De jaarlijkse bijdrage wordt vermeerderd met een bijdrage van € 14,00 per lid. Onder een lid wordt verstaan een spelend lid en/of een lid van de bij de muziekvereniging behorende majorettegroep. C.KOREN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor reguliere koren met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. Voor projectkoren een percentage van de genoemde instandhoudingssubsidie berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar. D.TONEELGEZELSCHAPPEN EN THEATERGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor toneelgezelschappen en theatergroepen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. E.OPERETTE- EN MUSICALGEZELSCHAPPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 1.750,00 voor operette- en musicalgezelschappen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 1.500,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 1.000,00 met een ledenaantal van 50 of meer. F.VOLKSDANSVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor volksdansvereniging met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. G.MAJORETTENVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 300,00 voor majoretteverenigingen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 260,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 170,00 met een ledenaantal van 50 of meer. De jaarlijkse bijdrage wordt vermeerderd met een bijdrage van € 14,00 per lid. H.VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN AUDIOVISUELE MEDIAKUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor verenigingen op het gebied van audiovisuele mediakunst met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer. I.DIVERSE MUZIEKGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 956,00 voor diverse muziekgroepen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 820,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 550,00 met een ledenaantal van 50 of meer. J.VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN LITERAIRE KUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 770,00 voor verenigingen op het gebied van literaire kunst met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,00 met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,00 met een ledenaantal van 50 of meer.” 2.Voor jeugdleden van organisaties wordt een aanvullende instandhoudingssubsidie beschikbaar gesteld van € 27,00 per actief lid, per jaar. De jeugdledensubsidie dient te worden gebruikt voor extra activiteiten voor de jeugdleden. Jeugdorkesten in categorie A kunnen geen gebruik maken van de aanvullende instandhoudingssubsidie. Artikel 13 Criteria en voorwaarden uitvoeringssubsidie amateurkunst 1.De uitvoeringssubsidie bedraagt 80% van het te verwachten tekort van de activiteit(en) waarvoor het wordt toegekend met een richtbedrag van maximaal € 2.000,00 per kalenderjaar. 2.Het te verwachten tekort van de activiteit wordt gedefinieerd als het verschil tussen de aan de activiteit gerelateerde te verwachten opbrengsten (artikel 20 en 21) en de subsidiabele uitgaven (artikel 14 vierde lid). 3.Een organisatie kan voor meer dan één openbaar optreden, dan wel voor meer dan één project voor uitvoeringssubsidie in aanmerking komen, maar de totaal te ontvangen uitvoeringssubsidie is nooit hoger dan de in deze regeling genoemde maximum richtbedragen voor uitvoeringssubsidie. 4.Het college kan in de hieronder te noemen gevallen, het in het eerste lid van dit artikel genoemde richtbedrag, verhogen met een richtbedrag van maximaal € 1.280,00 voor onderstaande gevallen: a.voor uitvoeringen waarbij begeleiding door een orkest en/of beroepssolist(en) onontbeerlijk is; b.voor uitvoeringen waarbij een als zodanig geregistreerde beroepsdirigent onontbeerlijk is; c.in geval van uitvoeringen van toneelverenigingen en theatergroepen en van operette- en musicalgezelschappen waarbij voor de regie een als zodanig geregistreerde beroepsregisseur onontbeerlijk is; d.in andere gevallen, afzonderlijk te beoordelen door het college, gehoord de WAK. 5.Bij gebruik van de Pieterskerk, de Hooglandse Kerk, de Leidse Schouwburg of de Stadsgehoorzaal zal het in het eerste lid van dit artikel genoemde richtbedrag, verhoogd worden met een richtbedrag van maximaal € 800,00 op de dag(en) van de uitvoering alsmede maximaal € 800,00 op de dag van de generale repetitie (voor zover van toepassing) tot een totaalbedrag van maximaal € 2.400,00 per kalenderjaar. 6.Voor organisaties die aan een nationaal of internationaal concours dan wel nationaal of internationaal festival deelnemen zal het in het eerste lid van dit artikel genoemde richtbedrag, verhoogd worden met een richtbedrag van maximaal € 550,00 per kalenderjaar. Deze bepaling is niet van toepassing op concours of festivals die reeds als zodanig door de gemeente worden gesubsidieerd, waaronder het Leids Amateurkunst Festival (LAF). 7.Als blijkt dat bij twee of meer organisaties binnen een kunstcategorie voor een belangrijk deel dezelfde deelnemers zijn betrokken en de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd in hoge mate met elkaar overeenkomen, dan kan het college bepalen, dat de betreffende organisaties gezamenlijk slechts éénmaal gebruik mogen maken van de in de regeling genoemde subsidiemogelijkheden. Artikel 14 Subsidieplafond, hoogte subsidie en verdeling 1.Het college stelt voor de subsidieverlening op grond van deze titel jaarlijks een subsidieplafond vast en maakt deze bekend via officielebekendmakingen.nl. 2.Als het subsidieplafond voor titel II niet is bereikt, wordt het restant aan het subsidieplafond voor titel III toegevoegd.3.Tot de subsidiabele kosten van deze titel behoren in ieder geval niet: a.de afschrijving op uniformen, kleding en instrumenten die tot de vaste uitrusting van de organisatie behoren; b.de kosten van de feestelijkheden na afloop van de activiteit; c.de consumpties van genodigden en bezoekers. 4.Indien het totaal aan subsidiebedragen op basis van deze titel meer bedraagt dan het door het college vastgestelde subsidieplafond zullen de beschikbaar te stellen subsidiebedragen in het betreffende jaar naar rato worden aangepast. TITEL III. CULTURELE EVENEMENTEN AMATEURKUNST Artikel 15 Beoordelingscriteria Culturele evenementen Een aanvraag, als bedoeld in artikel 4 wordt beoordeeld aan de hand van de hiernavolgende criteria en bijlage I van deze regeling. a.de mate waarin de activiteit bijdraagt aan een breed bereik in Leiden (aantal bezoekers); b.de mate waarin de activiteit bijdraagt aan een divers amateurkunstaanbod in Leiden (aantal deelnemende kunstenaars); c.de mate waarin de aanvrager zelf co financiert en/of middelen genereert bij derden; d.de mate waarin de aanvrager het evenement promoot in de stad. Artikel 16 Subsidiabele activiteiten Culturele evenementen 1.De subsidie wordt verstrekt voor een activiteit die: a.beoefend/georganiseerd wordt door amateurkunstenaars; b.toegankelijk is voor publiek, met geen tot een lage toegangsprijs; c.gericht is op een opkomst/bezoek van minimaal 200 personen; d.een duidelijk cultureel karakter heeft; e.geen commerciële hoofddoelstelling heeft; f.plaatsvindt in Leiden. Artikel 17 Subsidieplafond, hoogte subsidie en verdeling 1.Het college stelt voor de subsidieverlening op grond van deze titel jaarlijks een subsidieplafond vast en maakt deze bekend via de officiële bekendmakingen. 2.Als het subsidieplafond voor titel III niet is bereikt, wordt het restant aan het subsidieplafond voor titel II toegevoegd.3.Het maximaal te verstrekken bedrag voor culturele evenementen bedraagt € 5.000 per aanvrager.4.Subsidiabele uitgaven zijn de binnen redelijke grenzen te maken kosten voor: a.zaalhuur (inclusief generale repetitie), plus extra's, zoals suppoosten, pianohuur, kaartverkoop; b.zaalversiering; c.medewerking van een begeleidend orkest en solisten, voor zover die medewerking gezien de aard van de uit te voeren werken noodzakelijk is; d.honorarium van een beroepsdirigent op de dag(en) van de uitvoering en de generale repetitie, voor zover die gezien de aard van de uitvoering noodzakelijk is; e.programmablad, affiches, uitnodigingen; f.(huur) decor, rekwisieten en kleding (echter niet de kleding voor de koren); g.huur van audiovisuele apparatuur, aanschaf van beeld- en/of geluidsdragers en kosten verbonden met opname en montage; h.(huur) bladmuziek, teksten, kosten arrangementen, mits speciaal voor het concert of de voorstelling waarvoor uitvoeringssubsidie is gevraagd, aangeschaft of gehuurd; i.verzekeringspremies; j.vervoer van instrumenten, decors etc. en van vervoer van orkestleden bij koorbegeleiding; k.een beroepsregisseur, voor zover die gezien de aard van de uit te voeren voorstelling noodzakelijk is; l.grimeerkosten; m.consumpties voor leden en medewerkers op de dag van de uitvoering en de generale repetitie; n.bumarechten en auteursrechten. 5.Tot de subsidiabele kosten van deze titel behoren in ieder geval niet: a.de afschrijving op uniformen, kleding en instrumenten die tot de vaste uitrusting van de organisatie behoren; b.de kosten van de feestelijkheden na afloop van de activiteit; c.de consumpties van genodigden en bezoekers. d.jubileumvieringen; e.kosten van voorzieningen met een langere gebruiksduur dan de duur van het evenement; Artikel 18 Rangschikkingsprocedure Culturele evenementen 1.De aanvragen op grond van deze titel worden beoordeeld en er worden punten toegekend aan de hand van de beoordelingscriteria uit artikel 13 en bijlage I van deze regeling.2.De beoordeelde aanvragen worden door het college gerangschikt op volgorde van het aantal punten tot het subsidieplafond volledig is verdeeld.3.Als bij honorering van alle aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, is de mate waarin naar het oordeel van het college aan een of meerdere criteria wordt voldaan, bepalend voor prioriteitstelling en de hoogte van de subsidietoekenning. TITEL IV. BEVOORSCHOTTING, VERANTWOORDING EN VASTSTELLING Artikel 19 Bevoorschotting subsidie 1.Het college bevoorschot de subsidie in zijn geheel. De uitbetaling vindt plaats op het moment van de verlening van de subsidie. 2.Het subsidiebedrag wordt definitief vastgesteld na verantwoording. Artikel 20 Verantwoording subsidies tot en met € 5.000 1.Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college: a.direct vastgesteld of; b.ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, vanaf de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3.Het college zal bij subsidies die direct worden vastgesteld, steekproefsgewijs controleren of de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de subsidieaanvraag en eventuele overige verplichtingen zijn gerealiseerd.In dat geval bevat de aanvraag tot subsidievaststelling: a.een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b.een financieel verslag, waaruit de aan de verrichte activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven blijken. -De subsidie van gemeente is in het financieel verslag duidelijk weergegeven. -De inkomsten waarop verantwoord moet worden in het financieel verslag zijn: *de inkomsten uit de verkoop van plaatsbewijzen, abonnementen, programmablad e.d.; *donateursinkomsten, voor zover deze kunnen worden beschouwd als betaling van entreegeld voor optredens; *uitkoopsommen gedurende een periode tot één jaar na de première; *bijdragen die direct verband houden met het optreden. Niet tot de inkomsten worden gerekend de opbrengsten van verlotingen, tombola’s, sponsorbijdragen en subsidies. Deze inkomsten dienen echter wel in de jaaropgaafformulieren te worden vermeld. Artikel 21 Verantwoording subsidies vanaf € 5.001 1.Bij subsidies vanaf € 5.001 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college: a.bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b.bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar. 2.Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in het eerste lid. 3.De aanvraag tot subsidievaststelling bevat: a.een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b.een financieel verslag, waaruit de aan de verrichte activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven blijken. De subsidie van gemeente is in het financieel verslag duidelijk weergegeven. De inkomsten waarop verantwoord moet worden zijn: *de inkomsten uit de verkoop van plaatsbewijzen, abonnementen, programmablad e.d.; *donateursinkomsten, voor zover deze kunnen worden beschouwd als betaling van entreegeld voor optredens; *uitkoopsommen gedurende een periode tot één jaar na de première; *bijdragen die direct verband houden met het optreden. Niet tot de inkomsten worden gerekend de opbrengsten van verlotingen, tombola’s, sponsorbijdragen en subsidies. Deze inkomsten dienen echter wel in de jaaropgaafformulieren te worden vermeld. Artikel 22 Vaststelling subsidie 1.Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling dan wel, indien geen aanvraag vereist is, na het indienen van de verantwoording, de subsidie vast. 2.Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling dan wel de verantwoording. 3.Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in het eerste lid van artikel 21 (of indien van toepassing in het tweed lid) genoemde termijn is ontvangen, gaat het college 6 weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling en het terugvorderen van het toegekende bedrag. TITEL V. INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL Artikel 23 Inwerkingtreding 1.De subsidieregeling Amateurkunst Leiden wordt ingetrokken.2.Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 24 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: ‘Subsidieregeling amateurkunst Leiden 2027’ BIJLAGE I: Beoordelingsformulier TITEL III Culturele evenementen Amateurkunst Naam cultureel evenement Amateurkunst Naam organisatie en/of aanvrager Datum activiteit/cultureel evenement Amateurkunst Aangevraagd subsidiebedrag Eindscore Opmerkingen Stap 1: Checkvragen voorwaarden artikel 4 en artikel 14 Subsidiabele activiteiten Voldoet aan alle onderstaande criteria: Cultureel evenement Amateurkunst is: a. de aanvrager heeft niet meer dan één subsidieaanvraag ingediend; b. beoefend/georganiseerd wordt door amateurkunstenaars; c. toegankelijk is voor publiek met geen tot een lage toegangsprijs; d. gericht is op een opkomst/bezoek van minimaal 200 personen; e. een duidelijk cultureel karakter heeft; f. geen commerciële hoofddoelstelling heeft; g. plaatsvindt in Leiden. Cultureel evenement Amateurkunst is geen: a. jubileumvieringen; Niet-subsidiabele kosten: a. kosten van voorzieningen met een langere gebruiksduur dan de duur van het evenement; b. afschrijving op uniformen, kleding en instrumenten die tot de vaste uitrusting van de organisatie behoren; c. kosten van de feestelijkheden na afloop van het evenement; d. consumpties van genodigden en bezoekers. Stap 2: Score op basis van criteria artikel 13 Beoordelingsonderdeel Score Toelichting 1. de mate waarin het evenement bijdraagt aan een breed bereik in Leiden; (aantal bezoekers) Maximaal 30 punten 200-300: redelijk 300 –600: goed > 600: zeer goed 2. de mate waarin het evenement bijdraagt aan een divers amateurkunstaanbod in Leiden; (aantal deelnemende kunstenaars) Maximaal 30 punten 5-10: redelijk 11-20: goed > 20: zeer goed 3. De mate waarin de aanvrager zelf co financiert en/of middelen genereert bij derden. Maximaal 10 punten 0% - 25%: redelijk 25% - 50%: goed > 50%: zeer goed 4. Hoe en de mate waarin de aanvrager het evenement promoot in de stad. Maximaal 10 punten Beschrijf de media uitingen (krant, social media, radio etc.) in een communicatieplan (maximaal 1 A4). We beoordelen het communicatieplan en meten het bereik van de uitingen. Maximaal totaal te behalen 80 punten Score relatief ten opzichte van elkaar -> prioriteren. De beste die krijgen tot aan het subsidieplafond. Toelichting op de scoreschaal: Bij maximaal 10 punten: Score Omschrijving 0 Te weinig 3 Redelijk 7 Goed 10 Zeer goed Bij maximaal 30 punten: Score Omschrijving 0 Te weinig 5 Redelijk 15 Goed 30 Zeer goed

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Subsidieregeling amateurkunst Leiden 2027"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Wijziging Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur

APV

APV

Subsidieregeling amateurkunst Leiden 2027

Mededelingen

Mededelingen

Najaarsschouw 2026

APV

APV

Participatieverordening Zuid-Holland

Mededelingen

Mededelingen

Oproep Provinciale Statenvergadering

Omgeving

Omgeving

Publicatie voornemen verlening begrotingssubsidie Proeftuin duurzame en innovatieve kringlooplandbouw Van Pallandtpolder

Mededelingen

Mededelingen

Notulen Raad en Raadscommissie 24 september 2026

Mededelingen

Mededelingen

Notulen raadscommissie 16 en 17 september 2026

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor het organiseren van Big Air Contest op één dag in de periode tussen augustus en november 2027 aan het Valkenburgse Meer te Valkenburg

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving Terinzagelegging Ontwerpbesluit Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Wet en Besluit versterking regie volkshuisvesting

APV

APV

Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland

APV

APV

Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard