Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet-actiegebieden gemeente Eindhoven
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-07-17
Gepubliceerd door
Gemeente Eindhoven
Informatie
Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet-actiegebieden gemeente Eindhoven Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend dat het op 23 juni 2026, heeft besloten, gelet op de ASV Eindhoven en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; vast te stellen de subsidieregeling gebiedsgericht werken in actiegebieden gemeente Eindhoven Artikel 1 Definities In aanvulling op ASV Eindhoven wordt in deze subsidieregeling verstaan onder: -bewoner: inwoner van een statistische buurt die als zodanig staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP); -bewonersorganisatie: stichting of vereniging van vrijwillige bewoners binnen een statistische buurt die de belangen van de bewoners van die buurt vertegenwoordigt; -buurtpreventieteam: team bestaande uit minimaal acht vrijwilligers, die op eigen initiatief actief zorg dragen voor het informele toezicht in de eigen woon- en leefomgeving met als oogmerk vergroting van de subjectieve en objectieve veiligheid; -gebiedscoördinator: een gemeentelijke functionaris werkzaam in een van de buurten in Eindhoven, die als eerste aanspreekpunt fungeert voor bewoners, ondernemers en andere betrokkenen voor collectieve vraagstukken in een specifiek gebied -inwoneraantal: aantal bewoners in een statistische buurt op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar; -ondernemersorganisatie: rechtspersoon die de belangen van ondernemers op het niveau van een stadsdeel of statistische buurt vertegenwoordigt; -stadsdeelorganisatie: stichting of vereniging van vrijwillige bewoners voor meerdere statistische buurten die de belangen van bewoners in die buurten vertegenwoordigt; -statistische buurt: gebied, dat conform de statistische indeling van Eindhoven, als buurt betiteld wordt en dat niet behoort tot de gebieden die door het college zijn aangewezen vanuit het actiegebiedenbeleid; -steunpunt: kleinschalige voorziening die wordt geëxploiteerd voor het behoud en de verbetering van de leefbaarheid in de statistische buurt, waar bewoners kunnen vergaderen, ontmoeten, wijk- en buurtinformatie halen en leefbaarheidssignalen afgeven. Artikel 2 Doel Deze subsidieregeling heeft als doel het faciliteren en stimuleren van initiatieven voor, door en met bewoners ten behoeve van het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de buurten van Eindhoven. Artikel 3 Subsidieverlening 1. Het college kan uitsluitend op aanvraag een jaarlijkse subsidie verstrekken: a.aan een bewoner of een bewonersorganisatie voor de kosten van een buurtpreventieteam; b.aan een bewonersorganisatie of rechtspersoon die zich primair bezighoudt met de leefbaarheid in de desbetreffende buurt voor de huisvestingskosten van een steunpunt, zijnde huur, gas, water, elektra, kosten voor klein onderhoud, huur van opslagruimten of een garagebox, lokale heffingen en verplichte verzekeringen; c.aan een bewonersorganisatie, stadsdeelorganisatie, of ondernemersorganisatie voor activiteiten die bijdragen aan het doel uit artikel 2 en voor organisatiekosten van de desbetreffende organisatie, zijnde administratiekosten, verzekeringen, kantoorartikelen, kosten voor het gebruik van internet, drukwerk, communicatiekosten, abonnementen, verplichte contributieafdrachten, vrijwilligerswaardering, bankkosten, kosten voor beheer, licentiekosten, koffie en thee; 2. Het college kan uitsluitend op aanvraag een subsidie verstrekken: a.aan een bewoner of een bewonersorganisatie voor activiteiten die bijdragen aan het doel uit artikel 2; b.aan een bewonersorganisatie voor notariële kosten verband houdend met statutenwijzigingen als gevolg van wetswijzigingen, en aan een bewonersorganisatie of ondernemersorganisatie in oprichting in het opstartjaar voor de kosten van het opstarten van een nieuwe bewonersorganisatie of ondernemersorganisatie; c.aan natuurlijke personen of rechtspersonen als waardering voor hun buitengewone vrijwillige inzet voor de leefbaarheid en sociale cohesie in ten minste een van de buurten in Eindhoven indien zij voldoen aan de vereisten uit artikel 4, vierde lid. Artikel 4 Subsidievereisten 1. Om in aanmerking te komen voor subsidie is vereist dat: a.de activiteiten gericht zijn op het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de straat of buurt in Eindhoven; b.de activiteiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, en tweede lid, onder a, toegankelijk zijn voor iedereen uit het gebied die behoort tot de doelgroep van de activiteit; en c.de activiteiten worden uitgevoerd in gebieden die niet door het college zijn aangewezen vanuit het actiegebiedenbeleid. 2. In aanvulling op het eerste lid is voor subsidie voor activiteiten van een stadsdeelorganisatie vereist dat de activiteiten plaatsvinden in meerdere statistische buurten. 3. Om in aanmerking te komen voor subsidie voor de kosten van een buurtpreventieteam is vereist dat de leden van het buurtpreventieteam met goed gevolg hebben deelgenomen aan een van gemeentewege georganiseerde training. 4. Om in aanmerking te komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c wordt, in afwijking van het eerste lid, de aanvrager genomineerd door een gebiedscoördinator op basis van de volgende vereisten: a.de aanvrager is aantoonbaar ten minste 6 maanden actief in de stad; b.de aanvrager heeft in de afgelopen 5 jaar geen waarderingssubsidie op grond van deze subsidieregeling ontvangen; c.de aanvrager levert een bijzondere bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie in de stad, bijvoorbeeld in welzijn, leefbaarheid, sport of sociale initiatieven. Artikel 5 Hoogte van de subsidie 1. Een subsidie bedraagt voor organisatiekosten zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van €1.500,- 2. Een subsidie bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,-; 3. De hoogte van de subsidie voor buurtpreventie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, wordt op jaarbasis bepaald door een vergoeding per inwoner en een vergoeding per buurtprevent, namelijk: a.een bedrag van € 0,10 per inwoner in een statistische buurt met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar; en b.een bedrag van € 10,- per buurtprevent met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar; met dien verstande dat de subsidie voor onderdelen a en bgezamenlijk nooit minder bedraagt dan €450,-, tenzij de aanvrager een lager bedrag heeft aangevraagd. 4. Een subsidie bedraagt voor huisvestingskosten zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 6.000, - 5. Een subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, bedraagt; a. voor een bewonersorganisatie € 3,- per bewoner vermenigvuldigd met het inwoneraantal dat wordt vertegenwoordigd door de desbetreffende bewonersorganisatie, met dien verstande dat de subsidie nooit minder bedraagt dan €1000,-, tenzij de aanvrager een lager bedrag heeft aangevraagd; b. voor een stadsdeelorganisatie 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 7.000,- c. voor een ondernemersorganisatie op jaarbasis 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 3.000,-. 6. Een subsidie bedraagt voor notariële kosten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.000,-; 7. Een subsidie bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, €1.000,-. 8. In aanvulling op het vijfde lid, onder a, kan het college, indien binnen een statistische buurt meerdere bewonersorganisaties actief zijn, om het inwoneraantal dat door de bewonersorganisatie daadwerkelijk wordt vertegenwoordigd te bepalen, een bewonersorganisatie verplichten een wijkraadpleging te houden, op basis waarvan het draagvlak voor de bewonersorganisatie bepaald kan worden. Artikel 6 Subsidieplafond en wijze van verdeling 1. Het college stelt jaarlijks voor aanvang van het tijdvak waar de activiteiten van deze subsidieregeling betrekking op hebben, het subsidieplafond vast binnen de door de raad vastgestelde begroting. Deelplafonds worden vastgesteld voor: a.activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid; b.activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder a en b; c.activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c. 2. Indien het bedrag waarvoor op grond van deze regeling subsidie zou moeten worden verleend, groter is dan het op grond van het eerste lid vastgestelde subsidieplafond, verdeelt het college het subsidieplafond: a.voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, evenredig over de ingediende aanvragen; b.voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgesteld subsidieplafond is bereikt; 3. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag door het college is ontvangen. 4. Indien het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst en het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag door het college wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt. 5. In het geval dat het deelplafond zoals genoemd in het eerste lid, onder a, na beoordeling van de tijdig ingediende aanvragen niet bereikt is, kan het college besluiten het restant subsidieplafond te publiceren voor nieuwe aanvragen of deze toe te voegen aan een ander deelplafond. Wordt het restant subsidieplafond voor nieuwe aanvragen voor jaarlijkse subsidie vastgesteld dan is de aanvraagtermijn uit artikel 8, derde lid, en de beslistermijn uit artikel 9, tweede lid, van toepassing. Artikel 7 Subsidieaanvraag 1. Een aanvraag om subsidie gaat, in afwijking van artikel 6, tweede lid, van de ASV Eindhoven, en in aanvulling op artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht vergezeld van: a.een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.de doelen en resultaten die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder hoe de activiteiten bijdragen aan de leefbaarheid van het gebied waarin de activiteiten plaatsvinden; c.een begroting van de kosten. 2. Een aanvraag om subsidie op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel c wordt in afwijking van artikel 6, tweede lid, van de ASV Eindhoven ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 8 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om subsidie op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV Eindhoven, tenminste 1 week voor aanvang van de activiteiten ingediend. 2. Een aanvraag om een subsidie zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c kan, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV Eindhoven doorlopend worden ingediend. 3. Indien het college, op grond van artikel 6, vijfde lid, een subsidieplafond voor nieuwe aanvragen voor jaarlijkse subsidie vaststelt, wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV Eindhoven, een subsidieaanvraag uiterlijk 1 maart, van het betreffende subsidiejaar, ingediend. Artikel 9 Beslistermijn 1. Het college beslist, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van de ASV Eindhoven, op een aanvraag voor een subsidie op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel a binnen vier weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ontvangen. 2. Indien het college, op grond van artikel 6, vijfde lid, een subsidieplafond voor nieuwe aanvragen voor jaarlijkse subsidies vaststelt, beslist het college, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV Eindhoven, op een aanvraag uiterlijk op 1 mei, van het betreffende subsidiejaar. Artikel 10 Verplichtingen In aanvulling op de ASV Eindhoven is de subsidieontvanger verplicht: a.bij een subsidiebedrag hoger dan € 15.000 euro een zodanige boekhouding te voeren dat op basis daarvan een deugdelijke verantwoording mogelijk is en desgevraagd de verantwoording onverwijld te overleggen aan het college; b.de met subsidie aangeschafte materialen ter beschikking van de bewonersorganisatie en bewonersinitiatieven gericht op het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de statistische buurt te houden; c.om desgevraagd samen met de gebiedscoördinator een tussentijdse evaluatie te houden van het lopende jaar, zowel financieel als inhoudelijk, waarbij op grond van de uitkomsten van deze evaluatie de bevoorschotting kan worden aangepast. Artikel 11 Verantwoording Een subsidie op grond van artikel 3, tweede lid, wordt direct vastgesteld. Artikel 12 Overgang naar niet actiegebied Indien een actiegebied zijn status verliest, wordt in overleg met de subsidieontvanger de subsidie in maximaal een jaar of indien mogelijk eerder evenredig afgebouwd naar het niveau van de nieuwe status van niet actiegebied. Artikel 13 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen een artikel of artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan voor de subsidieaanvrager of -ontvanger leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 14 Slotbepalingen 1. De subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet actiegebieden 2024, Gemeenteblad 2026, 57991, wordt ingetrokken zodra deze is uitgewerkt. 2. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en geldt voor activiteiten vanaf 1 januari 2027. 3. Op aanvragen om subsidie die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend, op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend en op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip. 4. Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als “Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet actiegebieden gemeente Eindhoven”. Eindhoven, 23 juni 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,burgemeester,secretaris Mij bekend De gemeentesecretaris van Eindhoven
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet-actiegebieden gemeente Eindhoven"

APV
Subsidieregeling OCO Eindhoven 2026

APV
Subsidieregeling gebiedsgericht werken in niet-actiegebieden gemeente Eindhoven

APV
Subsidieregeling gebiedsgericht werken in actiegebieden gemeente Eindhoven

Mededelingen
Beleidsregel multifunctioneel gebruik sportaccommodaties

Mededelingen
Bekendmaking verbod op onttrekken van oppervlaktewater Waterschap De Dommel

Omgeving
Besluit op een aanvraag voor een omgevingsvergunning, Erica, Ringweg en Rijksweg A58 in Best

Mededelingen
Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 29 juni 2026 tot intrekking van een reglement van een adviescommissie en twee instellingsbesluiten van doelgebonden depositiebanken

Mededelingen
Besluit aanwijzing geprioriteerde evenementen voor het kalenderjaar 2027

Mededelingen
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 houdende regels omtrent de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Omgevingswet (Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)

Omgeving
Ontvangen aanvraag voor een omgevingsvergunning, industrieterrein Breeven in Best

APV
Subsidieregeling Samen Beter in Waterbeheer

Mededelingen
Besluit beperking openbaarheid over te brengen archief provinciaal bestuur 2000-2010, bestuursorgaan Gedeputeerde Staten, onderdeel uitvoering Wet Bodembescherming naar het BHIC ten aanzien van de gemeenten Asten, Bergeijk, Cranendonck, Deurne, Gemert,...

