Subsidieregeling voorschoolse educatie en reguliere peuter-opvang 2027
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-10-06
Gepubliceerd door
Gemeente Huizen
Informatie
Subsidieregeling voorschoolse educatie en reguliere peuter-opvang 2027 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen; Overwegende dat: 1.De gemeenteraad van Huizen in zijn vergadering van 23 september 2026 heeft besloten tot intrekking van de deelverordening de ‘Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Huizen houdende regels omtrent subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie (Deelverordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie)’ met ingang van 1-1-2027; 2.Ons college op grond van artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidie-verordening bevoegd is subsidieregelingen vast te stellen; 3.Ter vervanging en actualisering van de onder 1 genoemde deelverordening een nieuwe subsidieregeling gewenst is teneinde kinderopvangorganisaties in staat te stellen peuter- en VE-programma’s tegen een gereduceerd tarief aan te bieden; Gelet op: •artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Huizen 2025; •titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; •Wet kinderopvang; •Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang; •Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Besluit vast te stellen: de Subsidieregeling voorschoolse educatie en reguliere peuter-opvang 2027. Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: ASV Algemene subsidieverordening Huizen 2025 College Burgemeesters en wethouders van de gemeente Huizen. Doelgroeppeuter Een peuter van 2,5 tot moment dat het kind naar de basisschool gaat, die risico loopt op een taal- en ontwikkelingsachterstand en daardoor in aanmerking komt voor voorschoolse educatie (VE). De indicatie hiervoor wordt afgegeven door Jeugd en Gezin van de GGD Gooi en Vechtstreek. Bij uitzondering kan, in het kader van deze subsidieregeling en na overleg met de gemeente, een doelgroeppeuter ook jonger zijn dan 2,5 jaar (vanaf 2 jaar). Gemeente De gemeente Huizen Houder De rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een locatie die in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) is opgenomen als kinderdagverblijf met VE-registratie. Inkomensverklaring De Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI, voorheen IB60-verklaring genoemd). Dit is een officiële verklaring van de Belastingdienst met inkomensgegevens van de ouders over een bepaald belastingjaar. Kinderopvang De opvang van kinderen in de zin van de Wet kinderopvang. Kinderopvangtoeslag (KOT) De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via Dienst Toeslagen aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een in het LRK geregistreerde kinderopvangvoorziening. Opslagtarief De kosten voor VE die het maximaal uurtarief voor de kinderopvang, zoals jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst, overschrijden. Dit is het verschil tussen het maximum uurtarief en het subsidiabel uurtarief. Landelijk Register Kinderopvang (LRK) Register waarin alle geregistreerde kindercentra, gastouderbureaus en voorzieningen voor gastouderopvang zijn opgenomen. Ouder De juridische ouder of wettelijk verzorger van de peuter. Ouderbijdrage Inkomensafhankelijke financiële bijdrage die de ouder(s)/verzorger(s) aan de houder moet(en) betalen voor de deelname van hun kind aan de voorschoolse educatie of reguliere peuteropvang met gemeentelijke bijdrage. Ouderbijdragetabel De tabel zoals jaarlijks vastgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onder de naam ‘Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’, die als richtlijn dient voor het bepalen van de ouderbijdrage in de peuteropvang. Ouderverklaring geen recht op kinderopvangtoeslag. Een document waarop de ouder verklaart geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag. Maximumuurtarief kinderopvang Het maximale uurtarief zoals vastgelegd in het (landelijke) Besluit kinderopvangtoeslag. Peuter Een kind van 2 jaar tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat. Reguliere peuteropvang met gemeentelijke bijdrage De gesubsidieerde opvang van peuters zonder indicatie VE voor 8 uur per week, in een voorschoolse voorziening, verdeeld over minimaal twee dagdelen. Subsidiabel uurtarief VE Maximum uurtarief + opslagtarief Voorschoolse educatie (VE) De gesubsidieerde opvang van doelgroeppeuters in een voorschoolse voorziening. In de voorschoolse voorziening wordt de doelgroeppeuter een gestructureerd VE-programma aangeboden ter voorbereiding op de basisschool. Het programma is gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal emotionele ontwikkeling. Voorschoolse voorziening Kinderdagverblijven, die met een VE-registratie zijn opgenomen in het LRK. VE-registratie Een registratie in het LRK waaruit blijkt dat de houder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VE. VVE-indicatie Indicatie afgegeven door jeugd en gezin van GGD Gooi- en Vechtstreek die recht geeft op voor- en vroegschoolse educatie. Artikel 2 Algemene subsidieverordening en deze regeling Op de subsidie voorschoolse educatie en reguliere peuteropvang 2027 is de Algemene Subsidieverordening 2025 (ASV) van toepassing, tenzij in deze subsidieregeling voorschoolse educatie en reguliere peuteropvang anders bepaald. Deze subsidieregels moeten dan ook in samenhang gelezen worden met de ASV. In hoofdstuk 1 zijn aanvullende bepalingen opgenomen, in hoofdstuk 2 bepalingen die afwijken van de ASV. Hoofdstuk 1 Aanvullende bepalingen subsidieregeling Artikel 3 Doel van de subsidieregeling Het doel van de subsidieregeling is het bieden van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van voorschoolse educatie (VE) en reguliere gesubsidieerde peuteropvang in Huizen. Binnen voorschoolse voorzieningen in Huizen worden peuters opgevangen met en zonder VVE-indicatie. Voor zowel VE als reguliere peuteropvang mag de financiële situatie geen belemmering zijn voor ouders om hun kind deel te laten nemen. De gemeente draagt via deze subsidieregeling bij in de kosten, zodat deelname voor alle kinderen mogelijk is. Binnen de voorschoolse voorzieningen, zoals bedoeld in deze regeling, worden peuters opgevangen volgens drie verschillende financieringswijzen: reguliere peuteropvang waarbij ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag, reguliere peuteropvang met gemeentelijke bijdrage en VE voor doelgroeppeuters. Voor reguliere peuteropvang waarbij ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag, is deze regeling niet van toepassing. Voor peuters met een VVE-indicatie geldt dat, ongeacht of ouders kinderopvangtoeslag ontvangen, het 3e en 4e dagdeel gratis zijn voor ouders. Ouders betalen zo evenveel voor een reguliere peuteropvang plek als voor een VE-plek. Door naast VE reguliere peuteropvang te subsidiëren, kan een evenwichtige groepssamenstelling ontstaan. De gemeente kiest voor deze gemengde groepen omdat kinderen hierdoor meer vooruitgang boeken en hun taalvaardigheid versterkt wordt. Daarnaast stimuleren gemengde groepen ontmoeting en diversiteit, waardoor de sociale ontwikkeling en onderlinge verbondenheid van kinderen (en hun ouders) groeit. Artikel 4 Algemene voorwaarden voorschoolse voorzieningen Om in aanmerking te komen voor subsidie voor voorschoolse educatie (VE) en reguliere peuteropvang met gemeentelijke bijdrage, moet de voorziening voldoen aan de volgende voorwaarden: 1.De voorziening is gevestigd in de gemeente Huizen. Incidenteel en na overleg met de gemeente kan ook een kindplaats in een omliggende gemeente in aanmerking komen voor subsidie, Voorwaarde is dat de houder een subsidierelatie met de gemeente heeft voor een voorziening binnen de gemeente en dat het kind woonachtig is in Huizen. 2.De voorziening is ingeschreven als kinderdagverblijf in het LRK, voldoet aan de eisen van de Wet kinderopvang, beschikt over een VE registratie in het LRK en maakt gebruik van een erkend VE programma conform het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Indien het een voorziening betreft die recent een wijziging in het LRK heeft aangevraagd om een VE-registratie te krijgen, laat de gemeente eerst een incidenteel onderzoek uitvoeren door de GGD (toezicht kinderopvang). Als de houder aan alle door de GGD getoetste voorwaarden voldoet, verstrekt de gemeente de subsidie. 3.De voorziening biedt zowel VE als reguliere peuteropvang aan in gemengde groepen, waarbij wordt gestreefd naar een samenstelling met maximaal 50% doelgroeppeuters; 4.De voorziening stimuleert maximale deelname van doelgroeppeuters aan de VE; 5.De voorziening spant zich in om voor peuters een passende plaats te vinden in de eigen organisatie of daarbuiten, indien de voorziening zelf geen (passende) plek voor de betreffende aangemelde peuter beschikbaar heeft. 6.De voorziening verschaft op verzoek informatie aan gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van OCW, de GGD Gooi en Vechtstreek of aan andere door het college aangewezen instanties. Dit inclusief deelname aan monitoring ten behoeve van de kwaliteit van het onderwijsachterstandenbeleid. 7.De voorziening vaardigt iemand af voor de werkgroep voorschoolse en vroegschoolse educatie van de gemeente Huizen en helpt mee om de binnen deze werkgroep gestelde doelen te realiseren, zoals doelen voor het bereik, de aansluiting met onderwijs en de verwijzing naar andere voorzieningen in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente. Artikel 5 Subsidiabele activiteiten De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie: 1.Een aanbod van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters woonachtig in Huizen van 16 uur per week, minimaal 960 uur in anderhalf jaar; 2.Een aanbod van reguliere peuteropvang aan peuters woonachtig in Huizen van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag op grond van afdeling 2 van de Wet kinderopvang, waarbij de gemeente maximaal 8 uur per week en 320 uur per jaar subsidieert. 3.De inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo-niveau in de voorschoolse educatie voor 10 uur per jaar per doelgroeppeuter geplaatst op de voorziening in januari van het betreffende jaar. Artikel 6 Te subsidiëren kosten 1.De gemeente subsidieert voor alle geplaatste doelgroeppeuters voorschoolse educatie het opslagtarief. Voor 2026 was het tarief €4,01 per uur. Het opslagtarief wordt jaarlijks geïndexeerd conform de indexering van het maximumuurtarief kinderopvangtoeslag, tenzij het college anders besluit. 2.Voor doelgroeppeuters waarvan ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag, subsidieert de gemeente aanvullend het maximumuurtarief kinderopvangtoeslag voor het 3e en 4e dagdeel. De houder moet de ouders er op wijzen dat zij voor het 3e en 4e dagdeel geen kinderopvangtoeslag aanvragen. 3.Voor doelgroeppeuters waarvan ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, subsidieert de gemeente alle dagdelen minus de door de houder in rekening gebrachte ouderbijdrage. 4.De gemeente subsidieert voor reguliere peuters, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, het maximumuurtarief kinderopvang minus de ouderbijdrage.5.Het te vergoeden uurtarief voor de pedagogisch beleidsmedewerker wordt berekend op basis van schaal 9, hoogste trede van de geldende cao Kinderopvang, vermeerderd met werkgeverslasten en gedeeld door het aantal productieve uren per jaar (1692 uur). Artikel 7 Ouderbijdrage 1.Voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke bijdrage per uur op basis van de ‘VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang van het betreffende jaar’ voor de eerste twee dagdelen (totaal 8 uur per week). Dit geldt voor zowel reguliere peuteropvang met gemeentelijke bijdrage als VE. 2.Ouders van een doelgroeppeuter betalen geen ouderbijdrage over het 3e en 4e dagdeel.3.Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage zorgt de houder ervoor dat de ouder een ondertekende ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een recente inkomensverklaring overlegt aan de houder. De houder verplicht de ouder wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie die van invloed zijn op de kinderopvangtoeslag per omgaande te melden bij de aanbieder. De houder past het contract aan en verwerkt de wijzigingen in de verantwoording aan de gemeente. De houder draagt zorg voor het bewaren van deze gegevens voor de subsidieverantwoording. 4.Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie vallen, kunnen ouders een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.5.Indien de ouder(s) geen inzicht wenst/wensen te verschaffen in de hoogte van het inkomen, middels een Inkomensverklaring of overige documenten waarmee de hoogte van het inkomen kan worden bepaald, kan een kind wel geplaatst worden. De houder ontvangt subsidie voor deze peuter. De ouder valt automatisch in de hoogste inkomenscategorie.6.Geen ouderbijdrage wordt geheven: a)Indien ouders of de ouder een inkomen heeft dat is overgebleven na aftrek van verplichte inhoudingen voor beslag, WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) of minnelijke schuldenregeling door een gecertificeerd schuldbemiddelaar. b)Voor peuters zonder Burgerservicenummer. Hiervoor volstaat de doorverwijzing van jeugd en gezin van de GGD Gooi en Vechtstreek. 7.Indien ouders om andere dan de in lid 1 tot en met 6 van dit artikel genoemde redenen niet de juiste documenten kunnen aanleveren, kan in overleg met de gemeente een uitzondering gemaakt worden bij het bepalen van de ouderbijdrage. 8.De houder int zelf de ouderbijdragen en brengt deze in mindering op de subsidieaanvraag;9.De houder is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers, met uitzondering van de in lid 6a van dit artikel genoemde ouderbijdrage. Artikel 8 Tolkkosten 1.Tolkkosten, indien noodzakelijk voor de uitvoering van VE, tot een maximum van 10 uur per doelgroeppeuter gedurende de plaatsing van de betreffende peuter worden vergoed door de gemeente. 2.De vergoeding vindt alleen plaats indien de houder gebruik maakt van de tolkregeling via de gemeente. Indien voor het eerst een tolk ingeschakeld moet worden, geeft de houder dit aan bij de gemeente. Hierna volgt een toelichting over de huidige procedure. Artikel 9 Subsidieplafond 1.Voor reguliere peuteropvang met gemeentelijke bijdrage geldt een subsidieplafond. Deze is gelijk aan het in de gemeentebegroting vastgestelde budget. Houders worden hierover geïnformeerd in de subsidiebeschikking. 2.Indien het subsidieplafond is bereikt, worden houders hierover geïnformeerd door de gemeente. 3.Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt het beschikbare budget evenredig verdeeld over de goedgekeurde aanvragen. Het totale aantal gerealiseerde plaatsingsmaanden van de peuters binnen de aanvraag is hierbij de verdeelsleutel, zodat het subsidiebedrag per peuter per maand voor alle houders met een gelijk percentage wordt gekort. Artikel 10 Hardheidsclausule Het college kan in uitzonderlijke situaties afwijken van de regels in deze regeling. Dit kan alleen als het strikt volgen van de regels leidt tot een situatie die onredelijk of onrechtvaardig is. Hoofdstuk 2 Bepalingen die afwijken van de Algemene Subsidieverordening Huizen 2025 (ASV) Artikel 11 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In afwijking van artikel 9, tweede en derde lid ,van de ASV, overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende gegevens: a.Het pedagogisch werkplan, waarin ook wordt beschreven hoe voldaan wordt aan de kwaliteitseisen VE. b.Het ingevulde aanvraagformulier ‘prognose subsidieaanvraag’. Dit formulier is op te vragen bij de gemeente. Artikel 12 Aanvraagtermijn In afwijking van artikel 10 van de ASV geldt dat de aanvraag uiterlijk 1 oktober van het voorafgaande jaar moet worden ingediend. Dit geldt ook voor nieuwe aanvragen. Indien een houder subsidie wil aanvragen voor een deel van een kalenderjaar dient de aanvraag 3 maanden voorafgaand aan de gewenste startdatum van de subsidie ingediend te worden. Artikel 13 Betaling en bevoorschotting In afwijking van artikel 14 van de ASV wordt de subsidie als voorschot betaald op basis van gespecificeerde facturen, naar keuze van de houder per maand, kwartaal of jaar. Artikel 14 lid 4 en 5 van de ASV blijven van toepassing. Artikel 14 Verantwoording en vaststelling subsidie 1.De houder dient conform de ASV een verzoek tot vaststelling in voor 1 april van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd. In afwijking van artikel 21 van de ASV bevat de aanvraag tot vaststelling de volgende specifieke gegevens: a.Een evaluatieverslag over de uitvoering van het pedagogisch beleidsplan betreffende VE conform artikel 4a lid 2 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit en voorschoolse educatie. Naast de uitvoering van het pedagogisch beleidsplan wordt in het verslag ook kort ingegaan op de bijdrage aan- en interne voortgang van de acties aangaande onderwijsachterstanden in de op dat moment geldende lokale educatieve agenda. b.Een overzicht van het aantal doelgroeppeuters in januari volgens de Peutermonitor. Dit overzicht dient als basis voor het vaststellen van de subsidie voor de pedagogisch beleidsmedewerker. c.Een getekende accountantsverklaring bij een totaal subsidiebedrag boven de €10.000. d.De gemeente kan aanvullend om een subsidieverklaring van een accountant vragen. Dit verzoek kan door de gemeente gedaan worden voor afloop van het betreffende kalenderjaar of na het inleveren van de overige verantwoording indien de gemeente oordeelt dat daar aanleiding voor is. Voor deze verklaring wordt in overleg een redelijke termijn afgesproken. 2.De houder legt gedeeltelijk verantwoording af over het gebruik van de subsidie via een upload in de Peutermonitor. Hiervoor levert de aanvrager voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende kwantitatieve gegevens aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod en het aantal uren aanvullend aanbod. Artikel 15. Inwerkingtreding, duur en citeertitel 1.Deze subsidieregeling treedt in werking op 1-1-2027.2.Deze subsidieregeling wordt ingetrokken op het moment dat er geen rijksmiddelen meer beschikbaar worden gesteld en de activiteit daarmee geen gemeentelijke taak meer vormt.3.Deze regeling kan worden aangehaald als Subsidieregeling voorschoolse educatie en reguliere peuteropvang 2027. Aldus vastgesteld op 23 september 2026 De gemeentesecretaris De burgemeester
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Subsidieregeling voorschoolse educatie en reguliere peuter-opvang 2027"

Bestemmingsplan
Kennisgeving ontwerp wijziging werkingsgebieden en bijlagen Omgevingsverordening NH2022 2026-II

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit toezichthouder bomen gemeente Huizen 2026

Omgeving
Aanvraag vergunning voor het doen van constructieve wijzigingen op de locatie Lepelaar 3, 1261RN te Blaricum, ingekomen 1 oktober 2026 (zaaknummer OMG 2026-0485)

APV
Subsidieregeling voorschoolse educatie en reguliere peuter-opvang 2027

Bestemmingsplan
Omgevingsverordening NH2022 wijziging werkingsgebieden en bijlagen ronde 2026-II

APV
Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

Mededelingen
Besluit van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek tot wijziging van de lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (Reiskosten)

Mededelingen
Privacyprotocol ‘Bestuurlijke aanpak ondermijnende criminaliteit gemeente Huizen 2026

Omgeving
Aanvraag vergunning voor het onderhouden en verduurzamen van het dak en het inrichten van een tijdelijke bouwplaats op de locatie de Noord 5, 1261DR te Blaricum, ingekomen 29 september 2026 (zaaknummer OMG 2026-0476)

APV
Uitvoeringsregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Holland 2016-2021 (SVNL 2016-2021)

Mededelingen
Beleidsregel veilige jaarwisseling Huizen 2026/2027

Omgeving
Voornemen verlenen begrotingssubsidie 2027-2030 aan energiecoöperatie HuizenDuurzaam

