Subsidieregeling Welzijn en Preventie Gemeente Rheden 2027 - 2032

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-24

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Rheden

Informatie

Subsidieregeling Welzijn en Preventie Gemeente Rheden 2027 - 2032 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden; gelet op Titel 4.2, in het bijzonder afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Rheden, in het bijzonder artikelen 2 en 3; gelet op het door de gemeenteraad op 24 februari 2025 vastgestelde Verrijkt Beleidskader Welzijn & Preventie; Besluit vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling Welzijn en Preventie Gemeente Rheden 2027 - 2032 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.Activiteitenplan: het jaarlijkse door de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie op te stellen plan waarin per deelnemer de concrete inzet, activiteiten, prioriteiten, prestaties, begroting en leer- en ontwikkelopgaven voor het betreffende subsidiejaar zijn opgenomen zoals uitgewerkt in artikel 10 van deze regeling; b.Agenda Welzijn en Preventie: de als Bijlage 1 bij deze regeling gevoegde agenda, als bedoeld in artikel 5 lid 1 van deze regeling; c.Awb: Algemene wet bestuursrecht; d.Beleidskader: het op 24 februari 2025 door de gemeenteraad vastgestelde Verrijkt Beleidskader Welzijn & Preventie; e.Boekjaar: het boekjaar van de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 2:10 van het Burgerlijk Wetboek; f.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden; g.De-minimisverklaring: een ondertekende schriftelijke verklaring, waarin wordt aangegeven hoeveel steun de deelnemer in de afgelopen drie belastingjaren heeft ontvangen op grond van de Europese De-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 1407/2013), en waarin wordt bevestigd dat het totaal aan ontvangen en aangevraagde steun het in deze verordening genoemde maximum niet overschrijdt; h.Deelnemer: een rechtspersoon zonder winstoogmerk, verankerd in de gemeente, die zich bezighoudt met Welzijn & Preventie en die deelneemt aan de maatschappelijke alliantie; i.Gemeente: gemeente Rheden; j.Impulsgebieden: de gebieden Rheden-West, Velp-Zuid en Dieren-Stenfert, waarin verhoogde inzet plaatsvindt vanwege hogere concentratie van kwetsbaarheid; k.Inwonersinitiatief: een initiatief van, voor, door inwoners, al dan niet gesubsidieerd op basis van de Nadere regels subsidieverlening inwonersinitiatieven sociaal domein Rheden gesubsidieerde activiteit; l.Koersdocument Samen leven in Rheden: het op 28 mei 2024 door de gemeenteraad vastgestelde Koersdocument Samen leven in Rheden; m.Maatschappelijke alliantie: een samenwerkingsverband zonder winstoogmerk van ten minste drie deelnemers, dat in onderlinge samenhang uitvoering geeft aan Welzijn & Preventie in de gemeente overeenkomstig deze regeling; n.Meerjarenplan: het in artikel 11 bedoelde door de maatschappelijke alliantie op te stellen plan voor de beoogde subsidieperiode, waarin ten minste de uitgangspunten, doelen, beoogde resultaten, activiteiten op hoofdlijnen, wijze van onderlinge samenwerking door de deelnemers, monitoring en een indicatieve meerjarenbegroting zijn opgenomen; o.Subsidiabele activiteiten: de activiteiten als bedoeld in artikel 5 van deze regeling waarvoor het college subsidie op grond van deze regeling kan verlenen; p.Subsidie: de aan een deelnemer aan de maatschappelijke alliantie toegekende subsidie; q.Subsidieontvanger: de deelnemer aan de maatschappelijke alliantie aan wie subsidie op grond van deze regeling is verleend; r.Subsidiejaar: een jaar, te rekenen vanaf het moment waarop het subsidiejaar aanvangt, welk moment in de subsidiebeschikking wordt bepaald; s.Subsidieplafond: het bedrag dat per subsidiejaar ten hoogste beschikbaar is voor subsidieverlening op grond van deze regeling, vast te stellen door het college bij afzonderlijk besluit vóór aanvang van elk subsidiejaar; t.Verordening: Algemene subsidieverordening Rheden; u.Welzijn & Preventie: het geheel van activiteiten en inzet dat bijdraagt aan de doelen en bewegingen uit het Beleidskader, zoals nader omschreven in de Agenda Welzijn en Preventie. Artikel 2. Doel van de regeling 1.Deze regeling heeft tot doel om door middel van subsidieverlening deelnemers aan de maatschappelijke alliantie in staat te stellen uitvoering te geven aan Welzijn & Preventie in de gemeente, overeenkomstig het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie. 2.Subsidie wordt verleend aan een deelnemer aan de maatschappelijke alliantie voor activiteiten op het terrein van Welzijn & Preventie ten behoeve van de inwoners van de gemeente gericht op de volgende beleidsdoelen, zoals benoemd in het Koersdocument Samen leven in Rheden en uitgewerkt in het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie: a.Verbonden gemeenschappen: het bevorderen van veerkrachtige en weerbare verbonden gemeenschappen; b.Vrijwillige inzet: het ondersteunen en waarderen van vrijwillige inzet en mantelzorg; c.Welzijn, sport en cultuur vormen samen de sociale basis van de gemeente: het bevorderen van de aanwezigheid bij en ondersteuning op het gebied van welzijn, sport en cultuur als bijdragers aan ontmoeting, meedoen, talentontwikkeling en omzien naar elkaar en ondersteunen inwoners – van jong tot oud – bij maatschappelijke en persoonlijke vraagstukken en het bevorderen en versterken van sociale netwerken, beschermende factoren en veerkracht, zodat inwoners zo veel mogelijk kunnen meedoen en zich kunnen ontwikkelen; d.Anders denken, anders doen: het bevorderen van (het organiseren van) samenwerking rondom de ondersteuningsvraag van de inwoners van de gemeente en de beweging naar verbonden en veerkrachtige gemeenschappen (normaliseren). 3.Indien de betekenis van begrippen of de strekking van bepalingen op basis van deze regeling onvoldoende duidelijk is, dient voor uitleg aansluiting te worden gezocht bij het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie. Artikel 3. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Rheden en afdeling 4.2.8 Awb 1.Op de subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn de bepalingen van de Verordening van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.2.Op de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is afdeling 4.2.8 van de Awb van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Subsidievoorwaarden Artikel 4. Duur en hoogte van de subsidie 1.Het college kan een deelnemer aan de maatschappelijke alliantie op grond van deze regeling subsidie verlenen voor subsidiabele activiteiten voor de periode van 1 juli 2027 tot 1 januari 2033. 2.De hoogte van de subsidie wordt jaarlijks bepaald aan de hand van de in de subsidieaanvraag opgenomen begroting van de subsidiabele activiteiten en bedraagt ten hoogste het jaarlijkse subsidieplafond als bedoeld in lid 5. Daartoe worden door de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie uiterlijk op 1 juli van een subsidiejaar voor het daaropvolgende subsidiejaar gezamenlijk ingediend de in artikel 9 leden 3 en 4 genoemde stukken. Voor zover die stukken niet zijn aangepast ten opzichte van de stukken van enig voorafgaand subsidiejaar, kan naar laatstbedoelde stukken worden verwezen. Voor het eerste subsidiejaar (van 1 juli 2027 tot 1 januari 2028) worden de in dit artikellid genoemde stukken bij de aanvraag ingediend als bedoeld in artikel 9.3.Op verzoek van de maatschappelijke alliantie kan de hoogte van de aan de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie toegekende subsidies lopende een subsidiejaar gelijktijdig door het college worden aangepast, mits het in lid 5 bedoelde subsidieplafond daardoor niet wordt overschreden. 4.Het college kan een op grond van deze regeling verleende subsidie verhogen indien gedurende de looptijd van de subsidie incidentele middelen van andere overheden of derden beschikbaar komen en deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en de doelstellingen van deze regeling. Het college kan aan de verhoging van de subsidie nadere verplichtingen of verantwoordingsvereisten verbinden.5.Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast als bedoeld in artikel 4 van de Verordening. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voordat de aanvraagperiode aanvangt. Indien het plafond wordt vastgesteld voordat de gemeentelijke begroting is vastgesteld, worden de subsidies verleend onder het voorbehoud dat de begroting voldoende ruimte biedt om een bedrag gelijk aan het subsidieplafond te subsidiëren. Volgt uit de begroting een noodzaak tot verlaging van het subsidieplafond, dan worden reeds toegekende subsidies overeenkomstig artikel 4:28 Awb naar rato van de verlaging van het subsidieplafond eveneens verlaagd. Artikel 5. Subsidiabele activiteiten 1.Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten op het gebied van Welzijn & Preventie die bijdragen aan een of meer van de volgende opgaven, zoals nader uitgewerkt in het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie: Verbonden gemeenschappen a.Het aanwezig zijn in de buurten van de gemeente, met verhoogde inzet in de impulsgebieden, gericht op het opbouwen van partnerschap en vertrouwen met inwoners en lokale partners; b.Het opstellen en uitvoeren van een buurtagenda in samenwerking met inwoners, waarbij de aard en intensiteit van de inzet per buurt worden afgestemd op de lokale behoeften en de opgaven van de gemeente; c.Het vergroten, verbreden en versterken van inwonersinitiatieven en informele netwerken zodat verbonden gemeenschappen veerkrachtig en weerbaar zijn, waarbij wordt ingezet op het versterken van beschermende factoren, de pedagogische gemeenschap en een veilige leefomgeving; d.Het samenbrengen en verbinden van verenigingen, buurtinitiatieven, vrijwilligersorganisaties informele netwerken en andere partners op dorps- en buurtniveau, gericht op het bevorderen van onderlinge samenwerking rondom gedeelde uitdagingen. Vrijwillige inzet e.Het organiseren van een vrijwilligersservicepunt dat ondersteuning, advies en waardering van vrijwilligers, vrijwillige inzet en verbonden gemeenschappen toegankelijk maakt; f.Het organiseren van structurele professionele ondersteuning bij inwonersinitiatieven zodat zij hun subsidieafspraken met de gemeente kunnen nakomen; g.Het bevorderen van maatschappelijke participatie zodat inwoners in een kwetsbare situatie gemakkelijker vrijwilligerswerk kunnen doen; h.Het bevorderen van samenhang in de ondersteuning van vrijwillige inzet op het gebied van Welzijn & Preventie, sport en cultuur. Ondersteuning van inwoners i.Het bieden van laagdrempelige ondersteuning dicht bij de inwoner bij het dagelijks functioneren, het behouden van structuur, het onderhouden van sociale contacten, het vinden van een passende dag invulling, opvoeden en opgroeien, het voorkomen van achteruitgang als onderdeel van de sociale basis; j.Het samenwerken en verbinden met de sociale omgeving, informele netwerken, verenigingen, inwonersinitiatieven en professionele ondersteuning zodat samengewerkt wordt aan de ondersteuningsvraag van de inwoner. Hierbij worden inwoners, hun netwerk en betrokken professionals gezamenlijk ondersteund om de eigen kracht en beschermende factoren te versterken en waar nodig tijdig specialistische expertise te betrekken; k.Het bieden van zichtbare aanwezigheid in de leefomgeving, actief contact onderhouden en verantwoordelijkheid nemen voor blijvende betrokkenheid. De ondersteuning kenmerkt zich daarom door een outreachende en proactieve werkwijze, zodat beroepskrachten vroegtijdig kunnen signaleren, signalen kunnen duiden en samen met inwoners en betrokken partners passende vervolgstappen kunnen organiseren, ook wanneer er nog geen directe hulpvraag is. Anders denken, anders doen l.Het bevorderen en organiseren van structurele samenwerking tussen de sociale basis en specialistische kennis en kunde; m.Het versterken van de eigen kracht van inwoners en het vergroten, versterken en verbreden van het sociaal netwerk en de algemene voorzieningen, als alternatief voor of ter voorbereiding op geïndiceerde hulp. De activiteiten richten zich op inwoners van de gemeente. De activiteiten sluiten aantoonbaar aan bij de transformatieopgave van het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie en worden uitgewerkt in een meerjarenplan en jaarlijkse activiteitenplannen. 2.De activiteiten richten zich op inwoners van de gemeente.3.De activiteiten sluiten aantoonbaar aan bij de transformatieopgave van het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie en worden uitgewerkt in een meerjarenplan en jaarlijkse activiteitenplannen. Artikel 6. Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen uitsluitend noodzakelijke, redelijke en rechtstreeks aan de subsidiabele activiteiten toe te rekenen kosten in aanmerking.2.Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening en in de subsidieperiode door de subsidieontvanger zijn gemaakt voor uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend3.Subsidiabele kosten zijn in ieder geval: a.Personeelskosten die rechtstreeks verband houden met de gesubsidieerde activiteiten; b.Kosten voor de inzet, ondersteuning, training en begeleiding van vrijwilligers; c.Reiskosten; d.Kosten voor monitoring, evaluatie, leren en doorontwikkeling; e.Noodzakelijke overheadkosten, voor zover redelijk en proportioneel; f.Kosten voor coördinatie, bedrijfsvoerder en governance van de subsidieontvanger. 4.Niet subsidiabele kosten zijn in ieder geval: a.Kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd; b.Boetes, dwangsommen, rente en gerechtelijke kosten; c.Winstopslagen of uitkeringen aan bestuurders of derden die naar het oordeel van het college niet passen bij het maatschappelijke doel van de subsidie. Artikel 7. Maatschappelijke alliantie 1.De subsidie wordt uitsluitend verleend aan deelnemers aan de maatschappelijke alliantie.2.De maatschappelijke alliantie is een samenwerkingsverband van ten minste drie deelnemers en heeft geen winstoogmerk.3.Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de maatschappelijke alliantie aantoonbaar te voldoen aan de volgende voorwaarden: a.Haar deelnemers dienen aantoonbaar bereid en in staat te zijn om gezamenlijk alle in artikel 5 genoemde subsidiabele activiteiten te verrichten; b.Zij werkt vanuit een gedeelde visie op Welzijn & Preventie die aansluit bij het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie; c.Zij stimuleert gedeeld eigenaarschap tussen de deelnemers en werkt als lerende alliantie, waarin kennis, expertise en ervaringen structureel worden gedeeld om de kwaliteit van de ondersteuning en de sociale basis voortdurend te versterken; d.Zij beschikt over een duidelijke governance, besluitvorming en rolverdeling; e.Zij profileert zich als één herkenbaar en eenduidig geheel naar buiten richting inwoners; f.Zij is in staat om integraal, gebiedsgericht en adaptief te werken; g.Zij borgt continuïteit, kwaliteit, toegankelijkheid, inclusie, veiligheid en doelmatige besteding van publieke middelen; h.Zij organiseert structureel leren, monitoren, reflecteren en bijstellen. i.Zij committeert zich aan een strategisch partnerschap met de gemeente, inhoudende dat op meerdere niveaus, zowel inhoudelijk als bestuurlijk, wordt samengewerkt. Aanvraagprocedure Artikel 8. Aanvrager 1.De subsidie wordt aangevraagd door de maatschappelijke alliantie namens haar deelnemers.2.In de gezamenlijke aanvraag worden per deelnemer gespecificeerd de te verrichten subsidiabele activiteiten en de subsidiabele kosten. Artikel 9. Aanvraag subsidie 1.Een aanvraag kan worden ingediend vanaf de inwerkingtreding van deze regeling tot uiterlijk 1 december 2026. Aanvragen die buiten dat tijdvak worden ingediend, worden afgewezen.2.De subsidie wordt schriftelijk aangevraagd door een e-mail met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website van de gemeente en de gevraagde bijlagen te sturen naar subsidiesociaal@rheden.nl.3.In aanvulling op het bepaalde in artikel 5, tweede en derde lid van de Verordening overlegt de maatschappelijke alliantie bij de aanvraag om subsidie: a.Een overzicht van de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie, inclusief hun rechtsvorm, kernactiviteiten, lokale verankering, rol en beoogde inzet binnen de maatschappelijke alliantie; b.Een meerjarenplan voor de beoogde subsidieperiode, dat voldoet aan de vereisten als bedoeld in artikel 11, waarin ook de rol van alle deelnemers wordt toegelicht; c.Een beschrijving van de wijze van besluitvorming binnen de maatschappelijke alliantie; d.Een beschrijving van de wijze waarop de financiële ruimte wordt bewaakt en zo nodig tot voorstellen wordt gekomen overeenkomstig artikel 4 lid 3. 4.Voorts overlegt de maatschappelijke alliantie in aanvulling op het bepaalde in artikel 5, tweede en derde lid van de Verordening bij de aanvraag om subsidie per deelnemer: a.Een activiteitenplan voor het eerste subsidiejaar, dat voldoet aan de vereisten als bedoeld in artikel 10; b.Een sluitende begroting voor het eerste subsidiejaar en een indicatieve meerjarenbegroting; c.De laatst vastgestelde jaarrekening; d.Een De-minimisverklaring. 5.Het college stelt een model of format vast voor het meerjarenplan en het activiteitenplan.6.Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.7.Indien een aanvraag onvolledig is ingediend kan deze binnen tien werkdagen worden aangevuld. Deze termijn gaat in op de eerste werkdag na verzending van het verzoek om aanvulling door het college. Artikel 10. Activiteitenplan 1.Het activiteitenplan bevat: a.Een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen, alsmede de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan het realiseren van één of meer van de in artikel 2, tweede lid, genoemde doelstellingen en de in artikel 5 genoemde opgaven, mede in relatie tot het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie; b.Per activiteit de benodigde personele en materiële middelen; c.Een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten, waaruit blijkt welke kosten worden gedekt door de subsidie, een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten en andere financieringsbronnen; d.De wijze waarop de maatschappelijke alliantie de inwoners van de gemeente wil bereiken, in het bijzonder (structureel) kwetsbare inwoners, jeugdigen en inwoners in de Impulsgebieden; e.Een gebiedsanalyse met in ieder geval aandacht voor de Impulsgebieden; f.Een omschrijving van de wijze waarop inwoners, vrijwilligers, informele netwerken, inwonersinitiatieven en formele partners worden ondersteund, gefaciliteerd en verbonden, en van de samenwerking met formele partners; g.Een monitorings- en evaluatieplan; h.Een risicoanalyse, inclusief beheersmaatregelen; i.Een beschrijving van de wijze waarop privacy, gegevensbescherming, sociale veiligheid en integriteit worden geborgd. 2.Het activiteitenplan wordt opgesteld in samenspraak met de andere deelnemers aan de maatschappelijke alliantie en wordt goedgekeurd door de maatschappelijke alliantie. Behoudens het activiteitenplan voor het eerste subsidiejaar, komt het activiteitenplan tot stand in samenspraak met de gemeente.3.Het activiteitenplan voor het eerste subsidiejaar wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd. Voor opvolgende subsidiejaren wordt het activiteitenplan voor het opvolgende subsidiejaar telkens door de maatschappelijke alliantie voor alle deelnemers uiterlijk op 1 juli in het voorafgaande subsidiejaar toegestuurd aan subsidiesociaal@rheden.nl, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2. Artikel 11. Meerjarenplan 1.Het meerjarenplan bevat ten minste: a.Een omschrijving van de visie van de maatschappelijke alliantie op Welzijn & Preventie in de gemeente en de aansluiting bij het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie; b.De beoogde maatschappelijke doelen en effecten voor de subsidieperiode die aansluiten bij het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie; c.De activiteiten op hoofdlijnen per opgave als bedoeld in artikel 5 en de Agenda Welzijn en Preventie; d.Een beschrijving van de verhouding tussen activiteiten die de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie in het betreffende subsidiejaar zelf uitvoeren en activiteiten waarbij de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie inwonersinitiatieven stimuleren, versterken, ondersteunen of begeleiden; e.Een beschrijving van de organisatiestructuur van de maatschappelijke alliantie, inclusief de wijze van besluitvorming, ontwikkeling, verbetering, rolverdeling en betrokkenheid van deelnemers als mede de wijze waarop dit is vastgelegd; f.Een beschrijving van de wijze waarop de maatschappelijke alliantie lokaal is verankerd en actief samenwerkt met inwoners, vrijwilligers, informele netwerken, dorps- en wijkinitiatieven, inwonersinitiatieven en/of andere relevante partners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van haar activiteiten; g.Een beschrijving hoe de maatschappelijke alliantie aansluit bij verbonden gemeenschappen en informele netwerken; h.Een beschrijving hoe de maatschappelijke alliantie invulling geeft aan de transformatieopgave zoals beschreven in het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie. Omschrijf de wijze waarop gewerkt wordt aan een sterke sociale en pedagogische basis, verbonden gemeenschappen en omzien naar elkaar, zodat verbonden gemeenschappen en informele netwerken zich versterken, verbreden en zich ontwikkelen; i.Een beschrijving hoe continuïteit, kwaliteit, toegankelijkheid, inclusie, veiligheid en doelmatige besteding van publieke middelen wordt geborgd; j.Een beschrijving hoe de maatschappelijke alliantie structureel leren, monitoren, reflecteren en bijstellen organiseert met indicatoren voor de te realiseren maatschappelijke doelen; k.Een indicatieve meerjarenbegroting. Artikel 12. Beoordeling 1.De subsidie wordt aan de deelnemers aan één maatschappelijke alliantie verstrekt.2.Indien deelnemers aan meerdere maatschappelijke allianties in aanmerking komen voor de subsidie, wordt een maatschappelijke alliantie op basis van een vergelijkende toets (subsidietender) geselecteerd, waarbij aanvragen worden beoordeeld op de wijze als uiteengezet in artikel 13. Uitsluitend de deelnemers aan de geselecteerde maatschappelijke alliantie komen in aanmerking voor subsidie.3.Het college laat zich bij de beoordeling adviseren door een ambtelijke of externe adviescommissie.4.Het college kan een maatschappelijke alliantie die namens haar deelnemers een aanvraag heeft ingediend uitnodigen voor een presentatie. Een presentatie strekt uitsluitend tot verduidelijking van de aanvraag en mag niet leiden tot wezenlijke wijziging van de aanvraag na afloop van de aanvraagperiode.5.Een aanvrager wordt niet uitgenodigd voor de presentatie indien uit de beoordeling van de aanvraag blijkt dat, ook bij het behalen van de maximale score voor de presentatie, geen totaalscore van 60 punten kan worden bereikt, dan wel indien ook bij het behalen van de maximale score voor de presentatie, geen hogere score kan worden behaald dan de score van de andere aanvragers. 6.Het college legt de beoordeling schriftelijk vast. Artikel 13. Beoordelingscriteria 1.Een aanvraag kan maximaal 100 punten behalen.2.Het college beoordeelt de aanvraag op de wijze als neergelegd in Bijlage 2 bij deze regeling. Voor de beoordeling van de aanvraag stelt de gemeente een beoordelingscommissie in. Alle leden van de commissie beschikken over specifieke deskundigheid op het gebied van de sociale basis, subsidiebeoordeling en financiële beoordeling.3.Niet voor rangschikking in aanmerking komen aanvragen die minder dan 60 punten hebben behaald. Die aanvragen worden afgewezen. De aanvraag wordt – ongeacht het totaal aantal behaalde punten – ook afgewezen als de aanvraag op criterium a lager dan 18 punten heeft gescoord en op criterium c lager dan 18 punten heeft gescoord.4.Het college verstrekt de subsidie aan de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie met het hoogste puntenaantal. Indien meerdere maatschappelijke allianties dezelfde (hoogste) totaalscore hebben gehaald, verstrekt het college de subsidie aan de maatschappelijke alliantie die de meeste punten heeft gescoord op de criteria a en c (bij elkaar opgeteld). Indien meerdere maatschappelijke allianties dezelfde totaalscore op criteria a en c hebben gehaald, wordt de subsidie verstrekt na een door een notaris uitgevoerde loting tussen deze aanvragen. Artikel 14. Weigeringsgronden 1.In aanvulling op de in artikel 8 van de Verordening genoemde weigeringsgronden kan de subsidieverstrekking tevens worden geweigerd indien: a.Onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de activiteiten, bedoeld in artikel 5, zijn gericht op het realiseren van het doel van de regeling, bedoeld in artikel 2, het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn en Preventie; b.Het subsidieplafond als bedoeld in artikel 4 lid 5, is bereikt c.Onvoldoende aannemelijk is dat de activiteiten uitvoerbaar zijn; d.Onvoldoende aannemelijk is dat de subsidie doelmatig en rechtmatig wordt besteed; e.De aanvraag onvoldoende inzicht geeft in de besluitvorming en taakverdeling binnen de maatschappelijke alliantie; f.Sprake is van een onaanvaardbaar risico op belangenverstrengeling, discontinuïteit, onrechtmatige besteding of onvoldoende verantwoording; g.Uit de beschikbare financiële informatie blijkt dat de maatschappelijke alliantie en/of één of meer van haar deelnemers financieel instabiel is, een structureel negatief resultaat of vermogen heeft of anderszins onvoldoende financieel draagvlak biedt voor een verantwoorde uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 15. Subsidieverplichtingen 1.Naast de in hoofdstuk 6 van de Verordening en in afdeling 4.2.8 van de Awb genoemde verplichtingen, gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger: a.De subsidieontvanger voert de activiteiten uit overeenkomstig de subsidieverlening, het meerjarenplan, het activiteitenplan en de aan de subsidie verbonden verplichtingen; b.De subsidieontvanger handhaaft gedurende de gehele subsidieperiode haar rechtspersoonlijkheid en inschrijving in het handelsregister, en voldoet aan de vereisten als bedoeld in artikel 7; c.De subsidieontvanger neemt deel aan het ambtelijk overleg als bedoeld in artikel 7 lid 3; d.De subsidieontvanger creëert een herkenbare naam en huisstijl voor inwoners die past bij de doelstellingen als bedoeld in artikel 2 van de regeling; e.Overeenkomstig artikel 11 van de Verordening dient de subsidieontvanger op verzoek van het college een tussentijdse rapportage te verstrekken die inzichtelijk maakt of en in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente; f.De subsidieontvanger voert een deugdelijke administratie waaruit te allen tijde de besteding van de subsidie, de uitvoering van de activiteiten en de verdeling van middelen binnen de organisatie blijken; g.De subsidieontvanger zorgt voor naleving van toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder regels over privacy en gegevensbescherming, arbeidsrecht, vrijwilligersbeleid, sociale veiligheid, toegankelijkheid en non-discriminatie; h.De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard. Artikel 16. Verlening en voorschot 1.Het college verleent de subsidie binnen de grenzen van het voor het betreffende subsidiejaar vastgestelde subsidieplafond.2.Het college bevoorschot de verleende subsidie overeenkomstig artikel 10, tweede en derde lid, van de Verordening. In de beschikking tot subsidieverlening worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. Artikel 17. Verantwoording en vaststelling 1.De subsidieontvanger vraagt jaarlijks, overeenkomstig artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het boekjaar, vaststelling van de subsidie aan.2.De aanvraag tot vaststelling bevat: a.Een inhoudelijk (jaar)verslag als bedoeld in artikel 4:80 van de Awb, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, aan de verplichtingen is voldaan en de met de subsidie beoogde doelen zijn verwezenlijkt; b.Een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) dat voldoet aan het bepaalde in artikel 18; c.Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d.Een geactualiseerd activiteitenplan voor het komende subsidiejaar dat voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 10. 3.Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote uitgaven en inkomsten doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan het college onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.4.De subsidie wordt overeenkomstig artikel 18 van de Verordening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling door het college vastgesteld. Artikel 18. Financieel verslag 1.Het financieel verslag voldoet aan de vereisten als bedoeld in artikel 4:76 van de Awb.2.De subsidieontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.3.De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is.4.De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het financiële verslag.5.De aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 17 gaat vergezeld van de in het vierde lid bedoelde verklaring. Artikel 19. Meldingsplicht 1.In aanvulling op de artikelen 12 en 13 van de Verordening meldt de subsidieontvanger onverwijld schriftelijk alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten of de naleving van de subsidievoorwaarden. 2.Een wijziging, of afwijking van de subsidieverleningsbeschikking behoeft de schriftelijke goedkeuring van het college, indien de wijziging of afwijking betreft: a.De subsidieontvanger; b.De te realiseren doelstellingen; c.De financiering van de (gesubsidieerde) activiteiten; d.De planning of looptijd; e.De deelname aan de maatschappelijke alliantie. Artikel 20. Wijziging van de maatschappelijke alliantie 1.Een wijziging van de samenstelling van de deelnemers aan de maatschappelijke alliantie behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming van het college. 2.De maatschappelijke alliantie c.q. een deelnemer behoeft de schriftelijke toestemming van het college voor: a.De opheffing, ontbinding of fusie van de maatschappelijke alliantie of een van de deelnemers; b.Een wezenlijke wijziging van de statuten of het doel van de maatschappelijke alliantie of een van de deelnemers; c.De benoeming of het ontslag van bestuurders indien daardoor de continuïteit of de lokale verankering van de deelnemer of maatschappelijke alliantie in het geding kan komen; d.Het in eigendom of gebruik nemen of vervreemden van registergoederen, gefinancierd met subsidiegelden; e.Het aangaan van kredietovereenkomsten of zekerheidstellingen ten laste van de gesubsidieerde activiteiten. 3.Het college kan aan de toestemming voorschriften verbinden.4.Het college weigert de toestemming indien na de wijziging niet langer wordt voldaan aan deze regeling, de Verordening of de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Slotbepalingen Artikel 21. Hardheidsclausule Het college kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.2.Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Welzijn & Preventie gemeente Rheden 2027-2032. Vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders d.d 15 september 2026. De Steeg, 15 september 2026 Burgemeester en wethouders voornoemd, Burgemeester, Carol van Eert. Secretaris, Bart Drewes. Algemene toelichting op de subsidieregeling Welzijn en Preventie 2027 – 2032 De gemeente Rheden wil een samenleving waarin inwoners naar vermogen meedoen, naar elkaar omzien en ondersteuning dichtbij, laagdrempelig en in de eigen leefomgeving wordt georganiseerd. Die ambitie is vastgelegd in het Koersdocument Samen Leven in Rheden en verder uitgewerkt in het Verrijkt Beleidskader Welzijn & Preventie, dat de gemeenteraad op 24 februari 2025 heeft vastgesteld. Het Koersdocument richt zich op vier samenhangende opgaven: bestaanszekerheid, gezond en vitaal leven, het versterken van de sociale basis en een integrale wijkaanpak. Welzijn, sport en cultuur vormen daarin de sociale basis van de gemeente als dragers van ontmoeting, meedoen en verbinding. De gemeente zet in op een verschuiving van individuele naar collectieve oplossingen waar mogelijk, het versterken van beschermende factoren en het vroegtijdig beschikbaar maken van expertise. Uitgangspunten zijn: normaliseren waar het kan, ondersteunen waar het moet en tijdig passende hulp bieden. De gemeente vervult daarbij vooral een faciliterende rol, met ruimte voor lokale initiatieven, samenwerking met maatschappelijke organisaties en vertrouwen als uitgangspunt. Om uitvoering te geven aan deze opgaven stelt het college van burgemeester en wethouders de Subsidieregeling Welzijn & Preventie gemeente Rheden 2027–2032 vast. Subsidies kunnen worden aangevraagd door een maatschappelijke alliantie: een samenwerkingsverband van minimaal drie lokale organisaties die gezamenlijk de welzijns- en preventieopgave uitvoeren. Deze organisaties werken gebiedsgericht, sluiten aan bij bestaande initiatieven van inwoners en lokale netwerken, versterken het eigenaarschap van buurten en dorpen en dragen bij aan een sterke sociale basis door integrale samenwerking en kennisdeling. De inhoudelijke kaders voor de uitvoering zijn neergelegd in de Agenda Welzijn en Preventie (Bijlage 1 bij deze regeling). De Agenda Welzijn en Preventie beschrijft de opgaven, de gewenste inzet en de rollen die daarvoor nodig zijn. Bijlage 1 Agenda welzijn en preventie SUBSIDIEREGELING WELZIJN EN PREVENTIE INLEIDING In het Koersdocument Samen leven in Rheden heeft de gemeente haar visie op welzijn en preventie beschreven. In het vastgestelde Verrijkt beleidskader Welzijn beschrijft de gemeente Rheden hoe zij, samen met inwoners en maatschappelijke partners, wil bouwen aan sterke, verbonden en veerkrachtige gemeenschappen en hulp- en ondersteuning dicht bij de inwoner, als onderdeel van de samenleving, te organiseren. De uitvoering van het verrijkt beleidskader Welzijn vraagt om een nieuwe manier van samenwerken, die beter aansluit bij verbonden gemeenschappen, het versterken van vrijwillige inzet en ondersteuning dichtbij. Uitgangspunt is de visie uit het koersdocument Samen Leven in Rheden, waarin leefbaarheid, samenredzaamheid en omzien naar elkaar centraal staan. De gemeente wil een samenleving stimuleren waarin inwoners naar vermogen deelnemen en ondersteuning zoveel mogelijk dichtbij, laagdrempelig en in de leefomgeving wordt georganiseerd. Het Koersdocument en het Verrijkt beleidskader Welzijn richten zich op vier samenhangende opgaven: bestaanszekerheid, gezond en vitaal leven van –10 maanden tot 100+ jaar, het versterken van de sociale basis en een integrale wijkaanpak. Daarbij ligt de nadruk op samenwerking tussen inwoners, vrijwilligers, verenigingen, welzijnsorganisaties en professionele partners. Welzijn, sport en cultuur worden gezien als belangrijke pijlers waar ondersteuning op natuurlijke wijze kan aansluiten. De aanpak vraagt om een andere manier van werken: minder gericht op doorverwijzen en controle, meer op vertrouwen, partnerschap en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Professionals werken dichtbij inwoners en sluiten aan op wat per buurt nodig is. De gemeente kiest daarbij voor een faciliterende en flexibele rol, waarbij ruimte wordt gegeven aan lokale initiatieven, innovatie en samenwerking en ontmoeting. Daarnaast neemt de gemeente de regie op het verbinden van informeel en formeel. In het Verrijkt beleidskader Welzijn beschrijven we de kaders hoe we onze opgaves uit het Koersdocument Samen leven in Rheden gaan verwezenlijken. In de agenda Welzijn en Preventie, welke hoort bij de Subsidieregeling Welzijn en Preventie, beschrijven we wat nodig is en om welke rollen dit vraagt. Deze rollen zijn inhoudelijk beschreven taken die in een later stadium in functieprofielen kunnen worden gezet. De in deze agenda beschreven rollen en activiteiten geven richting aan de gewenste inhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Ze zijn niet bedoeld als uitputtende voorschriften voor de manier waarop de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteiten uitvoert. VISIE EN OPGAVE De gemeente Rheden wil bouwen aan een samenleving waarin inwoners zo veel mogelijk onderdeel zijn van verbonden gemeenschappen en waarin mensen naar elkaar omzien enerzijds. Anderzijds bouwt de gemeente aan een samenleving waarin ondersteuning zo veel als mogelijk onderdeel is van het gewone leven van de inwoners. Bouwen aan welzijn en preventie gaat daarmee niet alleen om de organisatie van hulp voor een inwoner, het gaat met name ook om het proces van de verbonden gemeenschappen en wat maakt dat men naar elkaar wil omzien, en dat dit groeit. De gemeente wil de hulp uit de leefwereld en de systeemwereld zo organiseren dat ze op elkaar aansluiten, elk vanuit hun eigen rol. Zowel verbonden gemeenschappen als hulp dichtbij de inwoners zijn onderdeel van de ‘sociale basis’. ONDERSTEUNING NABIJ We bouwen aan een samenleving waarin inwoners prettig leven met elkaar. Dit is een samenleving waarin mensen elkaar ontmoeten, meedoen, naar elkaar omzien en waar ondersteuning niet alleen wordt gevonden in professionele voorzieningen, maar ook in de gemeenschap waarvan inwoners deel uitmaken. Daarbij erkennen we dat niet iedere inwoner hetzelfde vertrekpunt heeft en dat sommige inwoners langdurig ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen blijven doen. De gemeente ziet ondersteuning aan inwoners niet als een scherp onderscheid tussen welzijn en zorg. Voor veel inwoners lopen vragen rondom meedoen, sociale contacten, daginvulling, dagelijks functioneren en het behouden van stabiliteit door elkaar heen. Juist voor inwoners met een langdurige kwetsbaarheid zijn deze onderdelen vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden. De gemeente beschouwt ondersteuning bij het dagelijks functioneren, het behouden van structuur, het onderhouden van sociale contacten, het vinden van een passende daginvulling en het voorkomen van achteruitgang als een integraal onderdeel van de sociale basis. Voor inwoners met een (langdurige) kwetsbaarheid vormen deze functies vaak de kern van de ondersteuning die nodig is om onderdeel te blijven van het gewone leven. Wij zien welzijn, sport en cultuur als belangrijke dragers van deze ontwikkeling. Samen vormen zij een belangrijk onderdeel van de sociale basis van de gemeente Rheden. Het zijn plekken waar inwoners elkaar ontmoeten, talenten ontwikkelen, sociale relaties opbouwen en betrokken raken bij hun omgeving. Tegelijkertijd zien wij de sociale basis niet uitsluitend als een plek voor ontmoeting en preventie. Ook ondersteuning bij het dagelijks leven, het behouden van sociale contacten, het vinden van een passende daginvulling en het behouden van stabiliteit kan onderdeel zijn van een sterke sociale basis. In deze agenda verstaan we onder de sociale basis ook de pedagogische basis: de dagelijkse leefomgeving waarin kinderen, jongeren en gezinnen opgroeien en waarin inwoners, ouders, onderwijs, kinderopvang, verenigingen, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en professionals gezamenlijk bijdragen aan gezond, veilig en kansrijk opgroeien. De gemeente kiest er daarom voor om deze ondersteuning niet uitsluitend te organiseren vanuit individuele voorzieningen, maar nadrukkelijk te verbinden aan de leefwereld van de inwoner. Voor inwoners met een (langdurige) kwetsbaarheid vormen deze functies vaak de kern van de ondersteuning die nodig is om onderdeel te blijven van het gewone leven. Dit vraagt om een sterke basis van welzijn, sport en cultuur, waarin ondersteuning nabij, laagdrempelig en langdurig beschikbaar is. NORMALISEREN WAAR HET KAN, ONDERSTEUNEN WAAR NODIG Wanneer aanvullende deskundigheid nodig is, wordt specialistische expertise zo vroeg mogelijk beschikbaar gemaakt en waar nodig tijdelijk toegevoegd aan al aanwezige ondersteuning. Een goede samenwerking tussen welzijn en de gemeentelijke teams is hier essentieel. Het uitgangspunt is daarbij niet dat de ondersteuning wordt overgenomen door een specialistische voorziening, maar dat expertise beschikbaar komt om inwoners, hun netwerk, vrijwilligers en professionals in de sociale basis te versterken. Expertise wordt vroegtijdig ingezet om signalen te herkennen, te duiden en daarnaar te handelen, handelingsvaardigheid van inwoners, vrijwilligers en professionals te vergroten, beschermende factoren te versterken en passende ondersteuning zo licht, nabij en tijdig mogelijk te organiseren. Specialistische kennis ondersteunt daarmee het normaliseren waar dat kan en het bieden van passende ondersteuning waar dat nodig is. Door kennis te delen, samen te werken en gezamenlijk te leren, wordt de sociale basis steeds sterker. De sociale basis blijft daarbij het vertrekpunt én het fundament van de ondersteuning. Daarom wil de gemeente een beweging maken naar vormen van ondersteuning die sterker verbonden zijn met het dagelijks leven van inwoners en met de gemeenschappen waar zij onderdeel van uitmaken. Niet iedere vraag vraagt om een individuele voorziening en niet iedere oplossing ligt in een collectieve activiteit. Het uitgangspunt is steeds dat wordt gekeken wat nodig is om inwoners te ondersteunen en welke rol de sociale omgeving, informele netwerken, verenigingen, inwonersinitiatieven en professionele ondersteuning daarin gezamenlijk kunnen spelen. Daarbij staan normaliseren waar het kan en ondersteunen waar het moet centraal. De inzet is gericht op het versterken van beschermende factoren, het vroegtijdig signaleren, duiden en handelen bij zorgen, het verbinden van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk en het voorkomen dat lichte ondersteuningsvragen uitgroeien tot zwaardere problematiek. VERSTERKEN VERBONDEN GEMEENSCHAPPEN Het versterken van verbonden gemeenschappen vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt. De opgave is in de eerste plaats het versterken van wat er al is, samen met de gemeenschap. Het ondersteunen van inwonersinitiatieven en vrijwillige inzet, het verbinden van netwerken, het vergroten van de veerkracht van gemeenschappen en het toegankelijk maken van kennis en ondersteuning zijn daarbij minstens zo belangrijk als het organiseren van activiteiten of aanbod. De Subsidieregeling Welzijn en Preventie 2027 – 2032 vraagt daarom om een alliantie die kan werken vanuit de leefwereld van inwoners, die verbindingen kan leggen tussen verbonden gemeenschappen en ondersteuning dichtbij. En die samen met inwoners, vrijwilligers, verenigingen, maatschappelijke partners en de gemeente verder bouwt aan een sterke sociale basis. Een sociale basis die niet alleen bijdraagt aan ontmoeting en participatie, maar ook een belangrijke rol vervult in het tijdelijk of langdurig ondersteunen van inwoners. Dat vraagt om beroepskrachten die zichtbaar en benaderbaar zijn en die zelf naar inwoners toe gaan. Zij signaleren vroeg, duiden wat zij zien en handelen daarnaar. Zij ondersteunen inwoners vanuit hun eigen kracht en netwerk, en versterken zo de sociale en pedagogische basis. VERBONDEN GEMEENSCHAPPEN Verbonden gemeenschappen zijn veerkrachtig en weerbaar, de leefwereld van inwoners staat centraal. Verbonden gemeenschappen zijn in staat om tegenslag samen op te vangen. In deze gemeenschappen bouwen wij, samen met partners, vanuit aanwezigheid en vertrouwen aan sterke lokale netwerken. Gemeenschappen bestaan uit buurten en inwoners weten wat er nodig is in de buurt. We sluiten aan bij de behoefte van de inwoner. Tegelijkertijd hebben wij als gemeente ook opgaven zoals sterke sociale basis, integrale wijkaanpak, bestaanszekerheid, gezond en vitaal van –10 maanden tot 100+ en opgaven in de leefomgeving. Samen met inwoners maken we van de behoeftes uit de buurt en de gemeentelijke opgaven een gezamenlijke buurtagenda. Samen met elkaar zijn we de gemeente Rheden en versterken we stap voor stap het partnerschap met de buurt. Iedereen heeft een plek en zo vergroten we de energie en eigenaarschap bij inwoners. Om uitvoering te geven aan het eerste punt van het verrijkt beleidskader Welzijn – Verbonden gemeenschappen – is een samenhangend pakket aan inzet nodig waarin nabijheid, vertrouwen en eigenaarschap van inwoners centraal staan. De nadruk ligt hierbij op het versterken van de gemeenschap: ontmoeting, meedoen en onderlinge verbinding tussen inwoners. Verbonden gemeenschappen dragen bij aan het versterken van beschermende factoren, zoals sociale verbondenheid, omzien naar elkaar, talentontwikkeling en een positief leef-, opvoed- en opgroeiklimaat. Daarmee vormen zij een belangrijke basis voor het voorkomen van zwaardere ondersteuningsvragen en het versterken van de veerkracht van inwoners en gemeenschappen. Verbonden gemeenschappen dragen daarmee ook bij aan een veilige leefomgeving, waarin inwoners naar elkaar omzien, signalen vroegtijdig worden herkend, geduid en waar nodig gezamenlijk worden opgepakt. Zo worden problemen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt of tijdig aangepakt en wordt de sociale veiligheid in buurten versterkt. Omdat er al zoveel aanwezig is in de verbonden gemeenschappen is het belangrijk hierbij aan te sluiten. Dit vraagt om een andere manier van werken dan dat we tot nu toe gewend zijn: •Zichtbaar, herkenbaar en benaderbaar aanwezig zijn in de buurten; •Werken vanuit partnerschap, inwonersinitiatieven ondersteunen waar nodig; •Niet overnemen wat er al is, maar naast de gemeenschap staan; •Ruimte geven aan initiatieven van inwoners en eigenaarschap versterken; •Stimuleren van ontmoeting, samenwerking en verbinding tussen inwoners, vrijwilligers en maatschappelijke partners; •Expertise delen; •Het vergroten van de sociale leefbaarheid in wijken waar de veerkracht onder druk staat; •Het vergroten van de kansen voor jeugdigen in een kwetsbare situatie; •Vroegtijdig signalering van problematiek ‘achter de voordeur’; •Signalen kunnen duiden en waar nodig handelend optreden; Daarnaast zien we dat kinderen en jongeren zich bewegen tussen verschillende leefwerelden, zoals thuis, school, kinderopvang, buurt, online en verenigingen. De activiteiten en inzet van de alliantie is gericht op het opbouwen van vertrouwen, het versterken van beschermende factoren, het vroegtijdig signaleren, duiden en waar nodig handelen bij signalen, het ondersteunen van positief opgroeien en het voorkomen dat vragen of zorgen onnodig uitgroeien tot zwaardere problematiek. Hierbij is ook aandacht voor het voorkomen en verminderen van overlast en het versterken van de verbinding tussen jongeren en hun leefomgeving. Dit vraagt om een goede samenwerking met de buurt, het gezin, onderwijs, kinderopvang en andere maatschappelijke partners. STERKE BUURTEN VANUIT PARTNERSCHAP EN VERTROUWEN Bouwen aan sterke buurten en wijken waar inwoners prettig samenleven vraagt om fysieke aanwezigheid en zichtbaarheid die aansluit bij de verschillende inwoners zoals jeugdigen, ouderen, inwoners in kwetsbare situaties. Om aan te kunnen sluiten vanuit partnerschap en vertrouwen is het van belang dat de alliantie de inwoners, de wijk en de buurt kent. Om inwoners te ondersteunen met vragen en samen met hen andere initiatieven of meer ondersteuning te organiseren/faciliteren wanneer dat nodig is, is kennis van de lokale netwerken van belang. De alliantie stimuleert dat vragen waar mogelijk binnen de gemeenschap worden opgepakt door het versterken van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk en met expertise hierop aan te sluiten. Er is een nauwe samenwerking tussen deelnemers van de alliantie onderling en met vrijwilligers bij o.a. buurt- en dorpshuizen, cultuur- en sportverenigingen en andere lokale initiatieven. De deelnemers van de alliantie zijn te vinden op vaste fysieke plekken in de buurt, bijvoorbeeld bij een dorpshuis en zijn dichtbij en bereikbaar voor inwoners, elkaar en andere partijen. De samenwerking is gericht op een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor sterke en veerkrachtige gemeenschappen, waarin beroepskrachten, vrijwilligers en maatschappelijke partners elkaar aanvullen vanuit hun eigen rol en expertise. ONDERSTEUNING DICHTBIJ Inwoners hebben soms ondersteuning nodig om hun vragen en ideeën om te zetten in actie of praktische drempels te overwinnen. Dit kan gaan om activiteiten, verbinding, vraagstukken die spelen in de wijk of hulpvragen waar meerdere inwoners tegenaan lopen. Deze ondersteuning is dichtbij en gemakkelijk bereikbaar en ondersteunt inwoners in hun eigenaarschap. Dit betekent aanwezigheid in de buurt, meedenken, ondersteunen, verbinden van inwoners en het wegnemen van praktische drempels. Wie dichtbij is, verlaagt de drempel: inwoners stappen makkelijker naar buiten, vinden makkelijker contact met hun buurt en merken eerder wat die buurt voor hen kan betekenen en andersom. Daarmee faciliteert de alliantie inwoners zelf aan de slag te gaan. Specifieke aandacht is nodig voor jeugdigen en gezinnen. Dit vraagt aanwezigheid op de plekken waar jeugdigen en hun ouders zijn zoals school, buurt, online, verenigingen, kinderopvang 0 tot 4 en buitenschoolse opvang. Vanuit deze aanwezigheid wordt gewerkt aan het opbouwen van duurzame relaties, het versterken van beschermende factoren en een positief opvoed- en opgroeiklimaat. Jeugdigen worden ondersteund bij hun ontwikkeling, het benutten van hun talenten, participatie en het nemen van eigen initiatief en verantwoordelijkheid. Ook ouders en andere opvoeders worden passend ondersteund en verbonden aan informele opvoednetwerken. Dit vraagt om professionals die zichtbaar en benaderbaar zijn, zodat contact gelegd kan worden, gesignaleerd kan worden wat er speelt en verbindingen versterkt worden. Het uitgangspunt normaliseren waar het kan en ondersteunen waar het moet is hier van belang. Wanneer individuele of gezinsproblematiek wordt gesignaleerd, voert de beroepskracht het gesprek met de inwoner en – waar passend – met het gezin en het sociale netwerk. Wanneer nodig wordt contact opgenomen met de lokale teams van de gemeente en vroegtijdig specialistische expertise betrokken, waarbij het uitgangspunt blijft dat ondersteuning zoveel mogelijk plaatsvindt vanuit de sociale basis. Er wordt op de jeugdigen afgestapt zodat het gesprek aangegaan kan worden. De jeugdige is onderdeel van het gezin waarin de jeugdige opgroeit. Het gezin is een onderdeel van de verbonden gemeenschap. De gemeenschap heeft betekenis bij het ontplooien van initiatieven voor hun jeugd. Om ouders hun ervaring te kunnen laten delen is het versterken van informele oudernetwerken en de pedagogische gemeenschap waardevol. Ouders ondersteunen elkaar en dragen gezamenlijk bij aan een positief opvoed- en opgroeiklimaat. Dit vraagt om passende aansluiting bij de jeugd en het gezin, waar nodig ook naschools, in de avond en/of het weekend. De alliantie beschikt over de kennis en vaardigheden om signalen rondom ontwikkeling, veiligheid, opvoeden en opgroeien te herkennen, bespreekbaar te maken en – samen met ouders, jeugdigen en betrokken partners denk aan sport, cultuur, ondernemers, religieuze instellingen – passende vervolgstappen te zetten. Er wordt aangesloten bij de sociale basis, het eigen netwerk en collectieve ondersteuning. Wanneer de situatie daarom vraagt, wordt zonder onnodige vertraging passende specialistische ondersteuning ingezet. Het is belangrijk dat jeugdigen de kans krijgen zelf eigen initiatieven te ontplooien en te ontwikkelen, zoals activiteiten of een ontmoetingsplek in hun buurt. Waar nodig kunnen zij ondersteund worden, maar worden ook weer losgelaten wanneer dat kan. En ook voor ouders moet er ruimte zijn voor ontmoeting, informele oudernetwerken, het delen van ervaringen en het ondersteunen van elkaar, zodat zij gezamenlijk bijdragen aan een positief opgroei- en opvoedklimaat. De deelnemers van de alliantie zijn zichtbaar en herkenbaar op straat en durven contact te maken met groepen jeugdigen, geïsoleerde groepen of inwoners en inwoners in een kwetsbare situatie, ook als zij niet altijd zelf een ondersteuningsvraag stellen. Door de zichtbaarheid en het opbouwen van vertrouwen is de aansluiting bij de leefwereld en het herkennen van de context eenvoudiger. Een goede relatie opbouwen en onderhouden met deze groepen inwoners is belangrijk. Vanuit deze relatie kunnen ontwikkelingen vroegtijdig worden gesignaleerd, signalen snel worden geduid en samen met de betrokkenen passende vervolgstappen bepaald en gezet worden. VERSTERKEN LOKALE NETWERKEN De alliantie faciliteert, ondersteunt en verbindt sterke lokale netwerken zodat inwoners, vrijwillige inzet, inwonersinitiatieven elkaar kunnen vinden en het netwerk versterkt wordt en partners in het lokale veld elkaar kennen en samenwerken. Hierbij wordt actief gewerkt aan het versterken van beschermende factoren en het vergroten van de veerkracht van inwoners en gemeenschappen. Dit betekent ook dat inwoners, ouders, vrijwilligers en maatschappelijke partners elkaar weten te vinden en elkaar kunnen ondersteunen. Het is daarom belangrijk dat zowel de deelnemers van de alliantie als de lokale netwerken zichtbaar en bekend zijn. AANSLUITEN OP EN VERSTERKEN VAN INWONERS Inwoners weten wat belangrijk is in de buurt om fijn samen te leven en om te zien naar elkaar. Veel buurten hebben inwoners die initiatief nemen of willen nemen om fijn samenleven beter te maken. Deze kracht en eigenaarschap is de basis of het vertrekpunt. De alliantie stimuleert, ondersteunt en versterkt inwonersinitiatieven door dichtbij te zijn, mee te helpen en oren en ogen in de wijk te zijn. Daarnaast stimuleert, ondersteunt en versterkt de alliantie het ontwikkelen van lokale netwerken zodat verbinding en samenwerking tussen initiatieven en eventueel lokale partners vorm krijgt. De inzet vanuit de alliantie is niet alleen relationeel, maar ook inhoudelijk: informele netwerken, inwonersinitiatieven worden niet slechts benaderd, maar ook toegerust, begeleid en erkend in hun bijdrage. De handelingsvaardigheid van inwoners, vrijwilligers en informele netwerken worden versterkt door kennis, advies en expertise toegankelijk te maken. Zo worden inwonersinitiatieven en informele netwerken nog beter toegerust om vragen rondom samenleven, opvoeden en opgroeien vroegtijdig te signaleren en waar mogelijk zelf op te pakken. De alliantie ondersteunt bestaande netwerken, verenigingen en initiatieven zonder deze te formaliseren of over te nemen en zorgt voor een verbinding tussen vrijwilligers, informele netwerken en professionele ondersteuning. De professionele ondersteuning sluit aan op informeel en neemt niet over. Het is belangrijk om te weten welke kwaliteiten in welke buurt aanwezig zijn om de samenwerking tussen verschillende buurten en hun inwoners te stimuleren. Onderdeel hiervan is het samenbrengen van ouders gericht op het versterken van opvoeden en opgroeien van kinderen. Dit gaat in afstemming met de reguliere plaatsen waar ouders elkaar ontmoeten. Denk aan onder meer kinderopvang, scholen, verenigingen, religieuze instellingen. Om verbinding, samenwerking en ontmoeting te stimuleren zijn fysieke plekken in en van de buurt beschikbaar waar inwoners samen kunnen komen. Inwoners houden hierbij zelf de regie, procedures en systemen moeten geen onnodige drempels vormen voor eigenaarschap en regie. BUURTAGENDA SAMEN MET INWONERS De aanpak en prioriteiten voor de buurtagenda verschillen per buurt en sluiten aan op wat er is. De gemeente heeft specifiek oog voor de drie impulswijken, maar ook in de andere wijken wordt aan verbonden gemeenschappen gewerkt. In de buurtagenda komen de behoeftes van inwoners uit de buurt samen met de opgaven van de gemeente en geeft daarmee richting aan de samenwerking. De buurtagenda vraagt om specifieke kennis over zowel de leefwereld van de buurt als de systeemwereld. De alliantie coördineert en ondersteunt bij het ophalen van ideeën, signalen en vraagstukken uit de buurt en verbindt deze vraagstukken met de gemeentelijke opgaven zodat een gezamenlijke buurtagenda ontstaat. Hierbij wordt ook verbinding gelegd met plekken waar jeugdigen zich buiten hun buurt bevinden, zoals school, online en verenigingen, om signalen en initiatieven goed aan te laten sluiten bij hun leefwereld. Kinderen, jongeren en ouders worden – passend bij hun mogelijkheden – betrokken bij het signaleren van behoeften en het ontwikkelen van initiatieven voor de buurt. De buurtagenda ontstaat samen met of vanuit inwoners en partners en deze kan per buurt verschillen. De gemeenschappelijke deler is de samenwerking tussen inwoners, verenigingen, inwonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en andere partners voor de buurtagenda. REGELBUDGET De gemeente organiseert een regelbudget dat beschikbaar is voor de buurt. Dit stelt inwoners en beroepskrachten in staat direct te handelen en laagdrempelig initiatieven en ondersteuning te organiseren. Het regelbudget biedt ook ruimte om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of signalen uit de buurt en kleinschalige preventieve initiatieven mogelijk te maken, zonder onnodige administratieve drempels. Hierdoor kunnen inwoners en professionals samen experimenteren, leren en doen wat op dat moment nodig is voor de buurt. Het regelbudget verlaagt drempels en maakt snel handelen mogelijk. Het budget is gekoppeld aan de buurtagenda en komt ten goede aan de inwoners in de buurt. Het budget kent heldere en eenvoudige randvoorwaarden en heeft een beperkte verantwoording. De gemeente bewaakt de afstemming en consensus over de inzet van het budget. Inwoners beslissen en denken mee over de inzet van dit budget. De buurtagenda is een dynamisch instrument dat periodiek samen met inwoners en partners wordt geëvalueerd en bijgesteld op basis van ervaringen, ontwikkelingen en signalen uit de buurt. Zo ontstaat een lerende werkwijze waarin de inzet blijvend aansluit bij wat inwoners nodig hebben. ROLLEN Opbouwer/Verbinder Type persoon Een sociaal professional die werkt vanuit relatie en aanwezigheid, kan schakelen tussen bewoners, vrijwilligers en beroepskrachten en niet aanbodgericht werkt, maar ophaalt en aansluit op wat nodig is. Concrete taken Deze rol is zichtbaar aanwezig in de buurt en bouwt actief relaties op met zowel betrokken als minder zichtbare inwoners, verenigingen, lokale partners, inwonerinitiatieven. Hij of zij ondersteunt inwoners bij het ontwikkelen en uitvoeren van initiatieven, onder meer door te verbinden, te organiseren en te helpen bij het inzetten van beschikbare middelen. Daarnaast brengt hij of zij inwoners, organisaties, verenigingen en netwerken samen en zorgt voor samenwerking en afstemming tussen en met initiatieven. Signalen, ideeën en behoeften uit de wijk worden opgehaald en samengebracht in een buurtagenda, gekoppeld aan gemeentelijke opgaven. Waar nodig schakelt deze rol extra ondersteuning in en spreekt inwoners of groepen aan op hun rol en verantwoordelijkheid. Beroepskracht Jeugd Type persoon Sociaal professional gespecialiseerd in jeugdigen, hun ontwikkeling en hun leefwereld, met sterke verbindende en signalerende rol. Concrete taken Deze rol is zichtbaar aanwezig en benaderbaar in de leefwereld van jeugdigen, zowel op school, in de wijk, bij verenigingen als online, en bouwt duurzame relaties op met jongeren en onderhoudt de verbinding met ouders en andere opvoeders. Vanuit deze relatie ondersteunt hij of zij jongeren bij hun ontwikkeling, het ontdekken en benutten van talenten, het versterken van sociale vaardigheden, participatie en het nemen van eigen initiatief en verantwoordelijkheid. Hij of zij ondersteunt jongeren bij het ontwikkelen van initiatieven en organiseert passende activiteiten, bij voorkeur samen met jongeren, vrijwilligers en buurtbewoners. Daarmee draagt deze rol bij aan het versterken van verbonden gemeenschappen waarin jongeren, ouders, inwoners en organisaties elkaar weten te vinden en naar elkaar omzien. Daarnaast verbindt deze rol jeugdigen aan voorzieningen op het gebied van sport, cultuur en welzijn. Door vroegtijdig signalen op te vangen en te bespreken, draagt hij of zij bij aan passende ondersteuning en werkt daarbij nauw samen met onderwijs, verenigingen, ondernemers, religieuze instellingen, informele netwerken en waar nodig veiligheidspartners. Waar nodig biedt hij of zij zelf ondersteuning, verbindt jongeren aan passende ondersteuning of vraagt advies aan specialistische expertise. De begeleiding loopt waar passend door vanaf de overgang naar het voortgezet onderwijs tot en met de middelbare schoolleeftijd. Beroepskracht Jeugd+ Type persoon Sociaal professional met een stevige en benaderbare houding, gespecialiseerd in het werken in outreachend werken met jeugdigen en jongeren in de openbare ruimte. Concrete taken Deze rol is zichtbaar aanwezig in de leefwereld van jeugdigen, zowel fysiek als online, en werkt outreachend op momenten en plekken waar jongeren zich bevinden en heeft kennis van de wijk waar hij of zij werkt. Hij of zij bouwt contact op, durft groepen jongeren aan te spreken, signaleert tijdig ontwikkelingen, spanningen en eventuele problemen en gaat met hen aan de slag in de buurt en leefomgeving van de jongeren. Daarbij heeft deze rol specifiek aandacht voor groepsdynamiek en het voorkomen van escalatie. Daarbij verbindt deze jeugdigen en hun gezinnen aan passende ondersteuning en werkt nauw samen met andere beroepskrachten en waar nodig veiligheidspartners. De inzet van de beroepskracht jeugd+ is aanvullend op de reguliere pedagogische en ontwikkelingsgerichte inzet van de beroepskracht jeugd. VRIJWILLIGE INZET Vrijwillige inzet is van grote waarde in de gemeente Rheden. Het is de sleutel voor een prettige samenleving, waarin inwoners kunnen omzien naar elkaar. Het is dichtbij, vaak een warm contact en laagdrempelig. Vrijwillige inzet vindt plaats bij verenigingen, buurtinitiatieven, tussen inwoners onderling (mantelzorg) en vrijwilligersorganisaties. Vrijwillige inzet vindt plaats bij verenigingen, buurtinitiatieven, tussen inwoners onderling (mantelzorg)en bij vrijwilligersorganisaties. De ondersteuning, waardering en advies voor al deze vrijwilligers en mantelzorgers is van belang. De focus ligt daarbij op meer samenhang en samenwerking tussen welzijn, sport en cultuur, samenbrengen van vrijwillige inzet in de buurt en het verbinden van formele organisaties met verenigingen, buurtinitiatieven en vrijwilligersorganisaties. Vrijwilligers dragen vanuit hun eigen rol ook bij aan sterke, veerkrachtige en pedagogische gemeenschappen. De inzet is erop gericht vrijwilligers toe te rusten, te ondersteunen, te waarderen te verbinden, zodat zij een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan verbonden gemeenschappen, ontmoeting, omzien naar elkaar, vroegsignalering en het versterken van beschermende factoren. ONDERSTEUNING, ADVIES EN WAARDERING VOOR MANTELZORGERS Het waarderen, ondersteunen, adviseren van mantelzorgers wordt primair uitgevoerd door de lokale vrijwilligersorganisatie Mantelzorg en Vrijwillige Thuishulp Rheden/Rozendaal (MVT). Met het bestuur van MVT wordt afgestemd welke inzet en samenwerking aanvullend nodig is voor een goede ondersteuning, waardering en advisering aan mantelzorgers. ONDERSTEUNING, ADVIES EN WAARDERING VOOR VRIJWILLIGERS Ondersteuning, advies en waardering voor vrijwilligers komt samen in een laagdrempelig, zichtbaar en benaderbaar vrijwilligersservicepunt. Dit servicepunt organiseert zich samen met lokale inwonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties, verenigingen en andere partners uit welzijn, sport en cultuur. Samen dragen zij zorg voor een toegankelijke ondersteuningsstructuur. Jaarlijks wordt een waarderingsevenement georganiseerd waar alle vrijwilligers van de gemeente Rheden welkom zijn. Daarnaast is het van belang dat de zichtbaarheid en erkenning van vrijwillige inzet gedurende het jaar georganiseerd wordt. •Het vrijwilligersservicepunt voorziet in advies en ondersteuning voor vrijwilligers, inwonersinitiatieven, vrijwillige besturen en verenigingen. •Het servicepunt organiseert scholing, trainingen en deskundigheidsbevordering voor vrijwilligers, verenigingen, vrijwillige besturen en inwonersinitiatieven. De deskundigheidsbevordering omvat waar passend ook thema's als signaleren, omgaan met mentale gezondheid, positief opvoeden en opgroeien, inclusie, veiligheid en weten wanneer en hoe professionele ondersteuning betrokken kan worden. •Het vrijwilligersservicepunt ondersteunt vrijwilligers en vrijwillige besturen oa. bij subsidie- en fondsaanvragen/trajecten, bij werving en behoud van vrijwilligers, bij organisatieontwikkeling (bijvoorbeeld rondom rechtspersonen vormen), bij financiële-, bestuurlijke- en accommodatie vraagstukken, bij communicatievraagstukken en zichtbaarheid van de inwonersinitiatieven, vrijwillige inzet en verenigingen (sociale kaart, nieuwsbrief, persbericht, etc). •Het vrijwilligersservicepunt draagt zorg voor een overzicht in randvoorwaarden voor vrijwillige inzet of activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan een ondersteuningspunt voor onder andere: ○modeldocumenten (verkeersplannen, AVG, protocollen); ○overzicht van beschikbare ruimtes; ○overzicht van verkeersregelaars en vrijwilligers; ○VOG- en trainingscoördinatie; ○inzicht in fondsen en subsidiemogelijkheden. •Het vrijwilligersservicepunt coördineert de ontwikkeling van een fondsenstructuur of een expertpool die vrijwilligersorganisaties, inwonersinitiatieven en verenigingen ondersteunt bij: ○het vinden van passende fondsen; ○het opstellen van aanvragen en begrotingen; ○het organiseren van co-financiering; ○verantwoording achteraf. •Het vrijwilligersservicepunt koppelt vrijwilligers aan passende plekken. •Het vrijwilligersservicepunt heeft een coördinerende rol in het organiseren van de inhoud en communicatie van de sociale kaart (Wegwijs in Rheden). In afstemming met het Netwerk Informele Ondersteuning wordt de inzet hierop aanvullend vormgegeven. Het platform van de sociale kaart wordt gefaciliteerd door de gemeente. De coördinatie van het vrijwilligersservicepunt wordt uitgevoerd door een of meerdere beroepskrachten vanuit de alliantie. Deze beroepskracht kent de verenigingen, inwonersinitiatieven, vrijwilligers en andere lokale partners als ondernemers, religieuze instellingen, bedrijven, zorgaanbieders, etc. en weet wat er speelt, werkt actief met lokale partners samen, is zichtbaar en aanwezig op plekken waar vrijwilligers actief zijn. Het vrijwilligersservicepunt speelt met het aanbod proactief in op de behoefte die er is en bouwt aan vertrouwen en een duurzame relatie met vrijwilligersinitiatieven, verenigingen en inwonersinitiatieven. Dit betekent dat kennis en expertise actief worden ingezet bij de ondersteuning bij complexe vraagstukken, maar ook bij het uitvoeren en besturen van vrijwilligerswerk. BEGELEIDING NAAR MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE Vrijwilligerswerk is voor inwoners in een kwetsbare situatie meer dan een vorm van maatschappelijke inzet. Het kan een belangrijke bijdrage leveren aan participatie, persoonlijke ontwikkeling, gezondheid en het ervaren van zingeving. Door deelname aan vrijwilligerswerk kunnen inwoners sociale contacten opbouwen, talenten ontwikkelen, zelfvertrouwen versterken en actief deelnemen aan de samenleving. Daarmee levert vrijwilligerswerk een bijdrage aan zowel het persoonlijk welzijn van inwoners als aan sterke, inclusieve en verbonden gemeenschappen. Sommige inwoners hebben extra ondersteuning nodig om maatschappelijk te kunnen participeren. Het vrijwilligersservicepunt begeleidt inwoners in een kwetsbare situatie en vrijwilligersorganisatie, inwonersinitiatief of vereniging hierin. Het vrijwilligersservicepunt onderzoekt samen met de inwoner wat passend vrijwilligerswerk is en matcht deze vraag met een vrijwilligersorganisatie. Daarbij wordt aangesloten bij de talenten, mogelijkheden en wensen van inwoners en wordt waar mogelijk gewerkt aan duurzame deelname aan de samenleving en het versterken van sociale netwerken. Het vrijwilligersservicepunt is regelmatig (op persoon afgestemd) op de werkvloer aanwezig om de voortgang en evt. knelpunten in de gaten te houden en indien nodig hierop te acteren. Het vrijwilligersservicepunt draagt zorg voor: •Het vergroten van diversiteit in het aanbod van vrijwilligerswerk en daarmee van het bereik (meer inwoners in kwetsbare situaties zetten de stap naar vrijwilligerswerk) •Het laagdrempeliger maken van vrijwilligerswerk voor inwoners in kwetsbare situaties (door bemiddeling en begeleiding aan zowel vrijwilliger als organisatie) •Het vergroten van duurzaamheid vrijwilligerswerk (voorkomen uitval) door verwachtingsmanagement en begeleiding aan vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties en verenigingen. •Monitoren van evt. ontwikkeling of veranderende behoeften van inwoners en hierover schakelen met consulent werk en inkomen (gemeente). Primair richt het vrijwilligersservicepunt zich op de inwoner in een kwetsbare situatie en de vrijwilligersorganisaties, inwonersinitiatieven en verenigingen. In het besef dat een basisstructuur in de samenleving helpend is om deze groep te versterken. Het betrekken van ondernemers en werkgevers in de maatschappelijke participatie van inwoners in kwetsbare situaties is een ontwikkelpunt wat gedurende de looptijd van de subsidieregeling doorontwikkeld wordt. SAMENHANG IN ONDERSTEUNING AAN VRIJWILLIGE INZET Ondersteuning van vrijwillige inzet vindt plaats binnen welzijn, sport en cultuur omdat vrijwilligers veelal vergelijkbare ondersteuningsvragen hebben. Samenhang en samenwerking organiseren tussen deze ondersteuning vanuit welzijn, sport en cultuur voorkomt versnippering en maakt de ondersteuning overzichtelijk en toegankelijk. Welzijn vormt samen met Sport en Cultuur het vrijwilligersservicepunt. Samen richten zij de ondersteuning in en geven zij uitvoering hieraan . De ondersteuning geldt, op termijn, ook voor de verbonden gemeenschappen. De ondersteuning is gericht op de groei en doorontwikkeling van deze vorm in het kader van een toename van de samenredzaamheid. De ondersteuningsvraag is latent en sluit aan/wordt afgestemd met de beroepskrachten die werkzaam zijn voor de verbonden gemeenschappen. Het vrijwilligersservicepunt organiseert dat vrijwilligers weten waar zij terecht kunnen voor advies, ondersteuning en waardering en welke ondersteuning beschikbaar is voor vrijwilligers in de domeinen cultuur, sport en welzijn. SAMENBRENGEN VAN VERENIGINGEN, BUURTINITIATIEVEN EN VRIJWILLIGERSORGANISATIES OP DORPSNIVEAU Het vrijwilligersservicepunt organiseert in afstemming met het platform voor informele organisaties en faciliteert dat verenigingen, buurtinitiatieven en vrijwilligersorganisaties elkaar ontmoeten en kennis en kunde kunnen uitwisselen zodat sterke lokale netwerken ontstaan. Bijvoorbeeld door het, in afstemming met het platform voor informele organisaties, ondersteunen en faciliteren van dorpsgerichte netwerkbijeenkomsten, thematisch en doelgericht. Deze zijn: •Gericht op praktische samenwerking; •Eventueel gecombineerd met workshops of kennissessies; De netwerkvorming draagt ook bij aan het versterken van de pedagogische en sociale basis doordat vrijwilligers, verenigingen en maatschappelijke partners elkaar beter weten te vinden, kennis delen en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor een sterke gemeenschap. PROFESSIONELE ONDERSTEUNING AAN INWONERSINITIATIEVEN De gemeente Rheden kent vele inwoners en vrijwilligersinitiatieven die de basis vormen van de informele infrastructuur. Deze informele infrastructuur is in ontwikkeling en in beweging. Het eigenaarschap van inwoners en gemeenschappen staat hierbij voorop. Informele ontmoetingsplekken en initiatieven blijven primair van en voor inwoners en vormen geen verlengstuk van formele zorgstructuren. Soms vraagt de doorontwikkeling of stabiel houden van deze informele infrastructuur om professionele ondersteuning bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van een nieuwe functie of activiteiten, bij het plotseling wegvallen van vrijwillige inzet of anderszins. Voor het informele loket voor hulpvragen en mantelzorg, het informele loket gericht op ouderen en voor het platform voor informele organisaties is het van belang dat structurele professionele ondersteuning georganiseerd is opdat zij hun jaarlijkse subsidieafspraken met de gemeente na kunnen komen. Beide informele loketten en het platform hebben een eigen professionele coördinator daarnaast hebben de informele loketten professionele administratieve ondersteuning. Voor de vrijwillige besturen van de informele loketten en het platform geldt dat zij de opdrachtgeversrol op zich nemen en functioneel leidinggeven aan deze coördinator en administratieve ondersteuning. ROLLEN Coördinator Vrijwillige inzet Type persoon Senior professional met overzicht, netwerkvaardigheden en kennis van vrijwillige inzet. (In samenwerking met bestaande uitvoerende partijen voor sport en cultuur, zoals Sport in Rheden en Zoomerij waar deze rol ook aanwezig is). Concrete taken Deze rol coördineert het vrijwilligersservicepunt en is het centrale aanspreekpunt voor vrijwillige inzet, waarbij hij of zij nauw samenwerkt met welzijns-, sport-, cultuur- en (informele) maatschappelijke organisaties en inwonersinitiatieven. Deze rol bewaakt de samenhang in de ondersteuning van vrijwilligers en zorgt voor de doorontwikkeling van aanbod zoals training, advies en matching. Daarnaast ondersteunt en adviseert hij of zij inwonersinitiatieven, verenigingen en vrijwilligersorganisaties bij onder meer werving, behoud, fondsenwerving, governance, communicatie en organisatieontwikkeling. Ook stimuleert deze rol samenwerking tussen organisaties en ondersteunt deze bij maatschappelijke en organisatorische veranderingen. Daarbij is de professional zichtbaar, toegankelijk en aanwezig op de plekken waar vrijwilligers actief zijn. Begeleider inclusieve vrijwillige inzet Type persoon Mensgerichte uitvoerend professional met oog voor diversiteit. Concrete taken Deze rol beheert het vacaturepunt en ondersteunt inwoners bij het vinden en behouden van passend vrijwilligerswerk door middel van intake, matching, begeleiding en nazorg. Daarbij is er specifieke aandacht voor inwoners in kwetsbare situaties of met belemmeringen, zodat vrijwilligerswerk voor iedereen toegankelijk blijft. Deze rol werkt nauw samen met organisaties, bedrijven, buurtwerk, zorg- en welzijnspartners en ondersteunt organisaties bij het creëren van geschikte vrijwilligersplekken. Coördinator informeel loket Type persoon In afstemming met informeel loket voor hulpvragen en mantelzorg, informeel loket gericht op ouderen en platform voor informele organisaties. Concrete taken In afstemming met informeel loket voor hulpvragen en mantelzorg, informeel loket gericht op ouderen en platform voor informele organisaties. Administratieve ondersteuning informeel loket Type persoon In afstemming met informeel loket voor hulpvragen en mantelzorg, informeel loket gericht op ouderen. Concrete taken In afstemming met informeel loket voor hulpvragen en mantelzorg, informeel loket gericht op ouderen. WELZIJN, SPORT EN CULTUUR ALS BASIS Welzijn, sport en cultuur zijn dragers voor ontmoeting, omzien naar elkaar en een besteding van de dag. Plekken zoals dorpshuizen, sport- en cultuurverenigingen, scholen en bibliotheken zijn laagdrempelige plekken waar mensen elkaar ontmoeten, meedoen naar vermogen en zich onderdeel voelen van een gemeenschap. Welzijn vormt de eerste schil van beroepskrachten. Zij ondersteunen gemeenschappen, vrijwilligers èn organisaties waarin inwoners verenigd zijn. Welzijn gaat over alle levensgebieden, denk aan opvoeden en opgroeien, daginvulling en meedoen, vragen over geld, mentale gezondheid en meer. Juist in de omgeving van sport, cultuur en welzijn kan ondersteuning op een natuurlijke manier aansluiten: niet als een aparte, formele stap, maar als een onderdeel van het dagelijks leven. Door aanwezig te zijn op deze ontmoetingsplekken en samen te werken met lokale initiatieven en partners, wordt ondersteuning toegankelijker, minder stigmatiserend en eerder ingezet. Zo voorkomen we problemen of pakken ze vroegtijdig aan. De ondersteuning aan inwoners kan gaan over, het versterken van het sociale netwerk, het versterken van de veerkracht, mentale gezondheid, zingeving, meedoen, dagelijks functioneren etc. en wordt zonder Wmo of jeugdwet-indicatie voornamelijk collectief in de wijk georganiseerd. Ondersteuning voor volwassen inwoners en gezinnen met een structurele kwetsbaarheid maakt ook onderdeel uit van het bredere palet aan welzijnsinzet. Het gaat dan om een specifieke groep inwoners voor wie de ondersteuningsbehoefte een langdurig karakter heeft en die vaak beperkt in staat zijn om zelf regie te voeren over het dagelijks functioneren. Voor deze inwoners is ondersteuning primair gericht op stabiliteit, structuur en het voorkomen van achteruitgang. De inzet is gericht op het versterken van beschermende factoren, het vergroten van veerkracht, het bevorderen van gezond en kansrijk opgroeien en het voorkomen dat lichte vragen uitgroeien tot zwaardere ondersteuningsvragen. Deze ondersteuning onderscheidt zich van regulier welzijnswerk doordat zij niet tijdelijk of primair ontwikkelgericht is, maar langdurig en stabiliserend van aard. Zij maakt structureel onderdeel uit van de welzijnsinzet en betreft nadrukkelijk ook inwoners die niet altijd goed in staat zijn om zelfstandig hun ondersteuningsvraag te formuleren. Waar meerdere inwoners vergelijkbare vragen of ondersteuningsbehoefte hebben, wordt waar mogelijk gekozen voor een collectieve aanpak of groepsgerichte ondersteuning, zodat inwoners elkaar kunnen ontmoeten, van elkaar kunnen leren en de kracht van de gemeenschap wordt versterkt. Binnen de gemeente Rheden is Sport in Rheden de organisatie die zich volledig richt op sport en de Zoomerij het cultuurbedrijf die culturele partners met elkaar verbindt en het cultuurbeleid voor de gemeente uitvoert. Een nauwe samenwerking is dan ook noodzakelijk, zodat zowel sport als cultuur ingezet kunnen worden als middel voor ondersteuning aan inwoners. ONDERSTEUNING IS DICHTBIJ Voor inwoners met een structurele kwetsbaarheid geldt dat ondersteuning niet afhankelijk is van het expliciet formuleren van een hulpvraag. Juist voor deze groep is het vermogen om tijdig signalen te herkennen en zelf ondersteuning te organiseren vaak beperkt. De ondersteuning kenmerkt zich daarom door een outreachende en proactieve werkwijze, waarbij beroepskrachten zichtbaar aanwezig zijn in de leefomgeving, actief contact zoeken en onderhouden en verantwoordelijkheid nemen voor blijvende betrokkenheid. De beroepskracht sluit met de ondersteuning aan op het oplossend vermogen van de lokale samenleving. Stabiliteit en continuïteit zijn hierbij leidend, ook wanneer er op dat moment geen duidelijke ontwikkelstappen zichtbaar zijn. Dit betekent dat het noodzakelijk is om in de buurt aanwezig te zijn, zodat inwoners zonder drempels terecht kunnen met een hulp of ondersteuningsvraag. De deelnemers van de alliantie hebben een brede expertise voor hulpvragen over sociaaljuridische zaken, financiën, mentale gezondheid, gedragsproblemen, opvoeden, opgroeien, maatschappelijke vraagstukken, zingeving etc. Zij zijn alert op het signaleren van mantelzorg en het voorkomen van overbelasting, hierin wordt de verbinding en samenwerking met vrijwilligersorganisatie Mantelzorg en Vrijwillige Thuishulp Rheden/Rozendaal (MVT) opgepakt. Voor hulp en ondersteuning aan ouderen wordt de verbinding gezocht met STOER. Voor jeugdigen en het gezin wordt samengewerkt met betrokken partners in het gezin en bewegen de beroepskrachten zich zowel in de buurten als op plekken buiten de buurt waar jeugdigen dagelijks aanwezig zijn, zoals scholen en kinderopvang. De inzet van ondersteuning rondom jeugdigen varieert in de praktijk, waarbij in de vroege levensfase vaker preventief en structureel wordt gewerkt, terwijl de inzet op latere leeftijd vaker vraaggericht en situationeel plaatsvindt. In overleg met ouders en partners in de buurt wordt opvoedondersteuning georganiseerd en gefaciliteerd, zodat ouders zich gesterkt worden bij de opvoeding van hun kind. Daarbij wordt ook gewerkt aan het versterken van informele opvoednetwerken en de pedagogische gemeenschap rondom kinderen en gezinnen. De lerende weg zal op termijn invulling geven aan het begrip partners in de buurt. Naar verwachting zullen dat ook meer en meer informele partners zijn en zal de ondersteuning meer plaatsvinden binnen de verbonden gemeenschap. Samen met de verbonden gemeenschap wordt besproken hoe de verbinding tussen informeel en formeel tot stand komt. Dit is met name ook van belang wanneer oplossingen voor inwoners bestaan uit zowel informele als formele componenten. Beroepskrachten pakken hulpvragen op in samenhang met gezin, buurt/gemeenschap, school, sport, religieuze instellingen, cultuur en welzijn. Bij iedere ondersteuningsvraag wordt zorgvuldig afgewogen welke ondersteuning het beste aansluit bij de aard en ernst van de situatie. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de eigen kracht, de verbonden gemeenschap, het sociale netwerk en de sociale basis. Wanneer de situatie daarom vraagt, wordt zonder onnodige vertraging passende specialistische ondersteuning ingezet. Dit kan inzet vanuit welzijnswerk zijn, waarbij collectief de norm is en individueel kan waar dit nodig is. Is dit niet voldoende wordt via de lokale teams van de gemeente specifieke expertise ingezet, bijvoorbeeld binnen de eigen context van de jeugdige. Specialistische expertise wordt niet alleen ingezet bij complexe situaties, maar ook vroegtijdig beschikbaar gemaakt om professionals, vrijwilligers, vrijwilligersorganisaties, inwonersinitiatieven, verenigingen en maatschappelijke partners te ondersteunen en hun handelingsvaardigheid te vergroten. Informeel en formeel werkt zoveel mogelijk naast elkaar. De ondersteuning wordt waar mogelijk geclusterd en gecollectiviseerd. De ondersteuning is gericht op: •Vroegtijdige signalering en preventie, waardoor hulpvragen tijdig worden gesignaleerd en opgepakt, ook wanneer de inwoner/het gezin zelf geen hulpvraag heeft; •Sociaaljuridische ondersteuning; •Psychosociale ondersteuning individueel of in groepsverband voor inwoners; •Ondersteuning bij het versterken en vergroten van het netwerk; •Opvoed- en opgroeiondersteuning; •Ondersteunen en activeren van groepen kinderen/jongeren; •Lichte tot middelzware vormen van individuele en groepsbegeleiding. Deze ondersteuning aan inwoners is structureel, tijdelijk of incidenteel en levensbreed. Behoeften van kwetsbare inwoners betreffen: het ontlasten van de mantelzorger, dagstructuren, passende daginvulling (werk, opleiding, vrijetijd), sociale contacten aangaan, organiseren van de administratie, het netwerk vergroten/versterken, hulp bij opvoedvragen van ouders; •Wanneer oplossingen bestaan uit zowel formele als informele componenten is afstemming met de verbonden gemeenschap over hoe de verbinding en samenwerking tot stand komt van belang zodat informeel haar karakter behoudt en formeel hier op aan kan sluiten. •Collectieve ondersteuning en groepsgerichte aanpakken, waarbij inwoners met vergelijkbare vragen elkaar ontmoeten, ervaringen delen en elkaar versterken. VOOR INWONERS MET EEN STRUCTURELE KWETSBAARHEID Sommige (volwassen) inwoners en gezinnen in de gemeente Rheden hebben ondersteuning nodig vanwege een structurele kwetsbaarheid. Kenmerkend voor de inzet van ondersteuning voor deze doelgroep is dat deze in veel gevallen een langdurig karakter heeft, primair gericht is op stabilisatie en het voorkomen van achteruitgang en beperkt gericht is op afbouw van de ondersteuning. Deze ondersteuning kent een aantal uitgangspunten: De ondersteuning: •is duurzaam en langdurig beschikbaar, passend bij de aard van de doelgroep, waarbij continuïteit en nabijheid centraal staan; •is laagdrempelig en nabij georganiseerd, zonder afhankelijkheid van formele toegang of expliciete hulpvragen; •kent een sterk outreachende werkwijze, waarbij actief contact wordt gelegd en signalen vroegtijdig worden opgepakt; •richt zich niet uitsluitend op het individu, maar ook op het versterken, activeren en, waar nodig, opbouwen van het sociale netwerk rondom de inwoner; •is gericht op stabiliteit en het voorkomen van escalatie, waarbij kleine verstoringen tijdig worden opgevangen; •wordt geboden vanuit een vaste, herkenbare aanwezigheid in de wijk, waardoor vertrouwen en continuïteit kunnen ontstaan. Deze ondersteuning is bedoeld als dragend en continu ondersteuningsniveau binnen de gesubsidieerde inzet, met als doel te voorkomen dat structurele ondersteuningsvragen onnodig verschuiven naar geïndiceerde maatwerkvoorzieningen. De ondersteuning voor deze doelgroep vraagt om een andere invulling dan zowel klassiek welzijnswerk als traditionele vormen van geïndiceerde begeleiding. Kenmerkend voor de gewenste ondersteuning is dat deze: •zich beweegt tussen zorg en welzijn in en elementen van beide combineert; •niet primair is gericht op methodische trajecten of vooraf gedefinieerde resultaten, maar op voortdurende betrokkenheid en aanwezigheid; •ruimte biedt voor praktische, concrete ondersteuning in het dagelijks leven, naast sociale en activerende interventies; •aansluit bij het tempo, het begripsniveau en de leefwereld van de inwoner, waarbij overvraging wordt voorkomen; •rekening houdt met beperkingen in zelfregie, reflectievermogen en probleemoplossend vermogen; •ook toegankelijk en passend is voor inwoners die minder goed aansluiten bij collectieve of groepsgerichte activiteiten; Daarmee vraagt deze vorm van ondersteuning om een professionaliteit die verder gaat dan het faciliteren van activiteiten of het stimuleren van participatie alleen en die nadrukkelijk ook het bieden van begeleiding en ondersteuning omvat. Van de alliantie wordt verwacht dat zij in staat is om deze ondersteuning duurzaam en structureel in te vullen. Dit vraagt om deskundigheid op het gebied van licht verstandelijke beperkingen en psychische kwetsbaarheid, handelingsruimte om langdurig betrokken te blijven en de mogelijkheid om ondersteuning te bieden zonder vooraf vastgestelde einddoelen. De alliantie neemt verantwoordelijkheid voor deze doelgroep als onderdeel van de (gesubsidieerde) inzet en zet ondersteuning niet primair in vanuit doorverwijzing, maar vanuit nabijheid, relatie en continuïteit. KENNIS VAN DE BUURT EN DE GEMEENSCHAP Goede ondersteuning vraagt om actuele kennis van de buurt, het netwerk en het lokale aanbod. De alliantie is onderdeel van de buurt en de beroepskrachten bewegen zich actief in lokale structuren. Ze hebben een actieve verbinding met lokale netwerken en partners en werken met hen samen. Bijvoorbeeld verenigingen, ondernemers, religieuze instellingen, zorgverleners en informele initiatieven. Er zijn wijkgerichte en gemeente brede structuren om signalen en aanbod te delen, bijvoorbeeld via digitale platformen, nieuwsbrieven of informele overlegvormen. ‘Sociaal verwijzen’ moet mogelijk zijn voor eerstelijns-zorgverleners. Op dit moment wordt hiervoor Welzijn op recept ingezet. Hiermee wordt een eenduidige en simpele vorm van samenwerking met eerstelijnszorg georganiseerd, in plaats van alle activiteiten en mogelijkheden in het sociaal domein voor eerstelijns zorgverleners continu actueel en in beeld te willen brengen. Ook onderwijs, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, veiligheidspartners en andere maatschappelijke organisaties worden gestimuleerd om sociaal te verwijzen en signalen in samenhang op te pakken. De inzet van beroepsmatige expertise wordt afgestemd op de problematiek in de buurt. Inwonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en verenigingen weten waar zij terecht kunnen voor advies of doorverwijzing en als het gaat om ondersteunen van vrijwilligers, trainers, coaches en begeleiders in sport en cultuur bij het omgaan met bijzonder gedrag. Beroepskrachten versterken daarnaast de handelingsvaardigheid van trainers, coaches, vrijwilligers en andere betrokken inwoners, zodat zij signalen vroegtijdig herkennen, weten hoe zij kunnen handelen en wanneer professionele expertise nodig is. PASSEND WONEN VOOR OUDEREN Meer dan een kwart van de inwoners van de gemeente Rheden heeft de leeftijd van 65plus bereikt. Een deel van hen woont in een woning, die niet geschikt is als zij mobiliteits- of andere problemen krijgen. Ook kan de woning of tuin ineens te groot zijn of ze ervaren eenzaamheid als ze alleen achterblijven in de woning. Allemaal redenen om in te zetten op passend wonen voor ouderen. Dat kan betekenen dat de huidige woning wordt aangepast, maar ook het verhuizen naar een levensloopgeschikte woning. De alliantie helpt bij het vergroten van de bewustwording en biedt hulp bij de stappen, die genomen moeten worden. Zij heeft inzicht in het beschikbare aanbod aan levensloopgeschikte woningen in de gemeente. En ze heeft een breed netwerk van partners, die professioneel of vrijwillig bezig zijn met wonen, zorg en welzijn. Hierdoor is zij een belangrijke schakel bij het vormen van zorgzame buurten. Het is van belang dat de alliantie samenwerkt met Vivare op dit vlak. Woningcorporatie Vivare richt zich op advies aan ouderen, die in de sociale huursector wonen of er naartoe willen verhuizen. Ze brengt aanbod in de sociale huur voor ouderen in beeld. De alliantie richt zich op bewustwording, netwerk en op de ouderen, die naar de particuliere sector (huur of koop) willen verhuizen. Zij brengt ook het aanbod in de particuliere sector voor ouderen in beeld. Deze samenwerking heeft naar verwachting effect op: •Het behouden van de eigen regie van de inwoner zodat de omstandigheden en derden niet hoeven te gaan bepalen wat een passende woonsituatie is en voorkoming van noodverhuizingen. •Minder beroep op de Wmo /zorg doordat inwoners op tijd in actie komen voor het regelen van passende huisvesting voor zichzelf. •Het op gang brengen van doorstroming met lange verhuisketens, waardoor meerdere huishoudens (ouderen, gezinnen, starters) een passende woning kunnen vinden. •Verbinding met de lokale informele samenleving (niet alleen gericht op de individuele woonsituatie maar ook op de zich waarschijnlijk voordoende vraag in de toekomst en het besef wat er in de lokale samenleving mogelijk kan worden opgelost). ROLLEN Opbouwer/verbinder Type persoon Zie rol Opbouwer/verbinder Verbonden gemeenschappen. Concrete taken Zie rol Opbouwer/verbinder Verbonden gemeenschappen. Beroepskracht jeugd Type persoon Zie rol Beroepskracht jeugd Verbonden gemeenschappen. Concrete taken Zie rol Beroepskracht jeugd Verbonden gemeenschappen. Beroepskracht jeugd + Type persoon Zie rol Beroepskracht jeugd + Verbonden gemeenschappen. Concrete taken Zie rol Beroepskracht jeugd + Verbonden gemeenschappen. Beroepskracht generalistisch Type persoon Breed inzetbare professional met integrale blik, met expertise op het gebied van sociaal raadsliedenwerk, maatschappelijk werk, lichte hulpverlening en ondersteuning Concrete taken Deze voert laagdrempelige gesprekken met inwoners van alle leeftijden en biedt lichte ondersteuning bij praktische, sociale en lichte hulpvragen, met speciale aandacht voor inwoners in een kwetsbare situatie. Hij of zij is zichtbaar en toegankelijk aanwezig in de wijk en werkt samen met inwoners, gezinnen en lokale partners. Daarnaast stimuleert en organiseert deze rol collectieve vormen van ondersteuning en versterkt het sociale netwerk rondom inwoners, zodat mensen elkaar meer kunnen ondersteunen. In samenwerking met opbouwwerk wordt gewerkt aan sterke netwerken, onderlinge verbinding en een kansrijke leef- en opvoedomgeving. De ondersteuning kan zowel kortdurend als structureel van aard zijn. Beroepskracht onderwijs Type persoon Professional met ervaring op het snijvlak van onderwijs, kinderopvang en het sociaal domein, met een verbindende en signalerende rol rondom jeugdigen en gezinnen. Concrete taken Deze rol is zichtbaar aanwezig in de leefwereld van kinderen, jeugdigen en hun ouders, met het onderwijs als belangrijke vindplaats. Hij of zij signaleert vroegtijdig vragen en zorgen, verbindt betrokken partijen zoals onderwijs, ouders, welzijn, sport en cultuur, en organiseert passende ondersteuning dichtbij het gezin. Daarbij wordt zowel collectieve als individuele ondersteuning ingezet om problemen te voorkomen of tijdig aan te pakken. Deze rol werkt nauw samen met partners rondom het kind en gezin en brengt specifieke expertise in op het gebied van kinderen in de basis- en middelbare schoolleeftijd. Beroepskracht kinderopvang Type persoon Professional met ervaring op het snijvlak van onderwijs, kinderopvang en het sociaal domein, met een verbindende en signalerende rol rondom jeugdigen en gezinnen. Concrete taken De beroepskracht is zichtbaar aanwezig op de kinderdagverblijven en VVE groepen, zodat ouders en pedagogisch medewerkers laagdrempelig vragen kunnen stellen. Hij of zij signaleert vroegtijdig vragen en zorgen, verbindt betrokken partijen zoals ouders, welzijn, sport en cultuur, en biedt ook zelf passende (opvoed)ondersteuning dichtbij het gezin. Daarbij wordt zowel collectieve als individuele ondersteuning ingezet om problemen te voorkomen of tijdig aan te pakken. De beroepskracht werkt nauw samen met partners rondom het kind en gezin, organiseert zorgoverleggen en brengt specifieke expertise in op het gebied van jonge kinderen (0-4). Financieel Deze beroepskracht wordt volledig gefinancierd vanuit de Specifieke Uitkering (SPUK) van het Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB). Hiervoor is een bedrag van € 62.500,- beschikbaar en dient volledig ingezet te worden voor deze specifieke taken. Het bedrag zal specifiek benoemd worden in de beschikking en dient ook specifiek verantwoord te worden. ANDERS DENKEN EN ANDERS DOEN We hebben ervaren dat de beoogde transformatie vraagt om met de verschillende partners een gedeelde blik te hebben over wat passende ondersteuning is en wat normaliseren betekent. Ook hebben we ervaren dat we samenwerken anders vorm moeten geven: niet doorverwijzen naar elkaar maar samenwerken naast de inwoner rondom de ondersteuningsvraag en de beweging naar normaliseren. Het gaat om samenwerken (en het organiseren daarvan) tussen de buurt en zorgprofessionals. Juist niet het op- en afschaalmodel. Nabijheid van professionals zorgt voor draaglijk eigenaarschap bij vrijwillige voorzieningen. Samen starten en elkaar informeren is belangrijk. Essentieel is hierbij de reden te onderscheiden waarom je de samenwerking aangaat. Vanuit de informele rol is dat altijd gebaseerd op intrinsieke motivatie. Aansluiten op wat er al is, aanvullen wat nodig is. Dit is een cultuurverandering die vraagt om vertrouwen, gedeelde verantwoordelijkheid en actief betrekken van inwoners en ruimte geven aan de gemeenschap bij het maken van keuzes. SAMENWERKEN IN PLAATS VAN DOORVERWIJZEN EN OP- EN AFSCHALEN Verbinding en samenwerking tussen de buurt en (zorg-) professional vraagt om structurele netwerkvorming, waarin lokale partners gezamenlijk werken aan maatschappelijke doelen. Nabijheid van (zorg-) professionals zorgt voor draaglijk eigenaarschap bij inwonersinitiatieven, vrijwillige voorzieningen en welzijn. Samen starten, elkaar informeren en afstemmen is belangrijk, met erkenning van de ieders rol. Door samenwerken kunnen formele partijen aansluiten op niet alleen de hulpvraag van de inwoner, maar ook hoe zij deze samen met de gemeenschap het best voor die inwoner kunnen beantwoorden. Hierdoor vergroot de handelingsvaardigheid van professionals, vrijwilligers en maatschappelijke partners, zodat signalen vroegtijdig worden herkend, geduid en er passend op wordt gehandeld. Door het naar voren brengen van specialistische expertise, zodat deze niet alleen beschikbaar is bij complexe casuïstiek, maar ook vroegtijdig, worden de sociale basis, vrijwilligers, onderwijs, kinderopvang en andere maatschappelijke partners versterkt. De alliantie positioneert zich als lerende samenwerking, waarin de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen, ervaringen delen, leren van de praktijk en sturen op maatschappelijke effecten in plaats van alleen op processen of individuele organisaties. Zodat inwoners zoveel mogelijk op eigen kracht en binnen hun netwerk kunnen functioneren, met passende ondersteuning wanneer dat nodig is, als gezamenlijk uitgangspunt van de alliantie: normaliseren waar het kan, ondersteunen waar nodig. VERBINDEN INFORMEEL EN FORMEEL VRAAGT OM EEN NETWERK Het laten ontstaan van veel inwonersinitiatieven in een wijk is niet een doel op zich. Voor de samenredzaamheid is het veel belangrijker dat die in verhouding en in verbinding staan met bestaande initiatieven, oftewel met inwonersenergie. Om deze energie te behouden moeten inwoners met initiatieven op het gebied van hulp en ondersteuning direct weten bij wie en waar ze in hun buurt moeten zijn. Samen kunnen we dan afwegen wat de betekenis van het initiatief voor de samenredzaamheid kan zijn en met welke inwonersinitiatieven de betreffende inwoners het best contact op kunnen nemen. ‘Een samenleving die samenredzaam is, zet ook in op de verbinding van inwoners onderling’ Een netwerk stimuleert verbindingen, daarom is een netwerk voor informele initiatieven nodig. Onderling kunnen inwoners dit netwerk sterk maken om daarna verbinding te zoeken met het formele veld. Het is belangrijk dat het informele netwerk eerst onafhankelijk en sterk op zichzelf staat. Het is nog een zoektocht hoe de buurtnetwerken, die sterk gericht zijn op kernen en alle inwoners, zich verhouden tot zo’n informeel netwerk. Voor vraagstukken die een gemeenschappelijke deler hebben lijkt het interessant om samen op te trekken. Denk hierbij aan een gezamenlijke informele sociale kaart, campagnes en cursussen voor vrijwilligers. De samenredzaamheid is een groeimodel vanuit het inwonersperspectief. Daar waar er geen structuren zijn, of nog in ontwikkeling zijn, kunnen professionals worden benaderd. Deze verbinding tussen het informele en formele veld is een lastige. Want anders dan bij een zorgvraag is de samenleving niet alleen gericht op de kwetsbaren in de samenleving, maar op alle inwoners. De motivatie komt niet voort om problemen vanuit een zorgvraag op te lossen, maar om voor elkaar klaar te staan. Professionals doen iets voor een inwoner vanuit hun beroepsethiek en de kennis en kunde die zij hebben op hun vakgebied, vrijwilligers willen iets betekenen voor een inwoner. De verbinding tussen formele zorg en informele hulp en ondersteuning kan beschreven worden als een LAT-relatie, living apart together. De regels in de systeemwereld zijn anders dan de regels in de leefwereld. Die verbinding leggen, ook rekening houdend met het juridische aspect, gaat met vallen en opstaan. Door ‘trial and error’ bouwen we de verbinding tussen informele en formele organisaties verder. Dit vraagt om een lokaal netwerk van partijen die samen verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning aan inwoners, bestaande uit welzijn, sport, cultuur, vertegenwoordigers van informele netwerken en de gemeente. Waar relevant sluiten ook partners rondom jeugd, gezin en onderwijs, zorg, ouderen, psychische kwetsbaarheid, bestaanszekerheid, etc aan, zodat ondersteuning kan plaatsvinden in samenhang met de leefwereld van inwoners. Dit lokale netwerk moet vormgegeven worden. Het is denkbaar dat er wordt gestart met kleinere netwerken op basis van de gemeenschappelijke deler. Opdat de verbonden gemeenschappen in oprichting en de formele partijen met dezelfde informatie van start gaan. De gemeente vervult als netwerkpartner de regierol hierin met focus op onderlinge samenwerking, gezamenlijke doelen voortgang. Het lokale netwerk kent heldere samenwerkingsafspraken en een heldere organisatiestructuur met vaste overleg momenten, duidelijke rolverdeling en een afspraken over gezamenlijke besluitvorming. Voor samenwerking is het van belang dat partners elkaar weten te vinden. Dit betekent dat in ieder geval de beroepskrachten van de alliantie zichtbaar en bereikbaar zijn en laagdrempelig en dichtbij benaderbaar voor uitvoerende partners. Samenwerking vraagt om ruimte om informatie te kunnen delen waar dat behulpzaam is voor goede ondersteuning. Er is ruimte voor inzet van de expertise van (zorg-) professionals in buurt en informele netwerken. Zorgprofessionals kunnen aanwezig zijn op informele ontmoetingsplekken of deelnemen aan overlegstructuren zonder dat er direct sprake is van individuele toeleiding. Dit maakt het mogelijk om eerder samen te werken, signalen te delen en ondersteuning in samenhang vorm te geven. Met name in het domein van jeugd, onderwijs en mentale gezondheid vraagt dit om overzichtelijke en herkenbare rollen. We werken met een beperkt aantal kernfuncties die door meerdere zorgprofessionals en/of organisaties samen ingevuld worden, afhankelijk van de context en de behoefte. ZICHTBAARHEID Voor inwoners is het van belang dat ondersteuning herkenbaar en vindbaar is, los van welke deelnemer wat uitvoert. De Rhedense alliantie voor welzijn en preventie kent één overkoepelende naam zodat herkenbaar is waar inwoners terecht kunnen met een hulpvraag, initiatief of idee. Aan de alliantie wordt een communicatieregisseur gekoppeld. De communicatieregisseur zorgt voor zichtbaarheid en aandacht voor informele netwerken wanneer dat gewenst is en voor een gezamenlijke communicatie rond jeugd en gezin, vrijwillige inzet, normaliseren en andere brede maatschappelijke thema’s. DE ROL VAN DEELNEMERS BINNEN DE ALLIANTIE De beweging naar verbonden gemeenschappen, ondersteuning van vrijwilligers en hulp en ondersteuning dichtbij vraagt van alle deelnemers aan de alliantie een actieve bijdrage. Samenwerken is geen vrijblijvende keuze, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De deelnemers dragen vanuit hun eigen expertise, netwerk en maatschappelijke opdracht bij aan de doelen van de alliantie. Dit betekent dat zij niet uitsluitend handelen vanuit de belangen van de eigen organisatie, maar ook vanuit het gezamenlijke belang van inwoners en gemeenschappen. Van deelnemers aan de alliantie wordt verwacht dat zij: •actief bijdragen aan de gezamenlijke maatschappelijke doelen van de alliantie; •zichtbaar, bereikbaar en toegankelijk zijn voor inwoners en andere partners; •kennis, expertise en ervaringen delen; •vroegtijdig signaleren en samenwerken rondom opgaven die inwoners raken; •aansluiten bij bestaande inwonersinitiatieven en gemeenschapskracht; •bijdragen aan het versterken van de sociale basis; •bereid zijn om te leren, te experimenteren en werkwijzen gezamenlijk door te ontwikkelen; •sturen op maatschappelijke resultaten en niet uitsluitend op organisatiebelangen. De deelnemers aan de alliantie nemen daarmee gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het functioneren van de lokale infrastructuur rondom welzijn, preventie, vrijwillige inzet en ondersteuning. ROLLEN Buurtaanspreekpunt / Frontoffice professional Type persoon Generalistische uitvoerend professional met mandaat. Deze rol kan ook ondergebracht worden of verdeeld worden onder rollen bij verbonden buurten, advies en waardering van vrijwillige inzet en welzijn, sport en cultuur als basis. Concrete taken Deze rol is het eerste aanspreekpunt voor inwoners in de buurt of het dorp en brengt samen met hen de hulpvraag in kaart. Hij of zij schakelt direct met partners binnen de alliantie en het lokale netwerk en kan waar nodig direct handelen. Communicatie regisseur Sociale Basis Type persoon Communicatieprofessional met strategisch en uitvoerend vermogen en gevoel voor zichtbaarheid en herkenbaarheid. Concrete taken De communicatieregisseur zorgt voor herkenbaarheid en zichtbaarheid van vrijwillige inzet, inwonersinitiatieven, informele netwerken en verenigingen binnen de gemeente. Daarnaast ondersteunt deze functie de communicatie rondom thema’s als vrijwilligerswerk, jeugd, samenleven en normaliseren, ten behoeve van de gehele alliantie. DE GEMEENTE ALS PARTNER De gemeente heeft binnen deze ontwikkeling een faciliterende, verbindende en regisserende rol. Het college stimuleert de beweging naar verbonden gemeenschappen door ruimte te bieden aan inwonersinitiatieven, samenwerking tussen partners te ondersteunen en duidelijke kaders te stellen waar dat nodig is. In de opstart- en ontwikkelfase vervult de gemeente een actieve regierol. Zij brengt partijen bijeen, stimuleert de vorming van netwerken, bewaakt de voortgang en ondersteunt de ontwikkeling van gezamenlijke afspraken, werkwijzen en structuren. De gemeente vervult daarbij niet alleen de rol van subsidieverstrekker, maar ook die van samenwerkingspartner. Zij stimuleert ontmoeting, neemt regie op het ontwikkelen van verbindingen tussen formele en informele netwerken en draagt bij aan het creëren van de randvoorwaarden die nodig zijn voor succesvolle samenwerking. Transparantie, eenduidigheid, toegankelijkheid en afstemming vormen belangrijke uitgangspunten. Juist wanneer nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan, heeft de gemeente een verantwoordelijkheid om duidelijkheid te bieden over rollen, verantwoordelijkheden en kaders. Daarnaast zorgt de gemeente voor: •het faciliteren van de vorming en versteviging van de alliantie; •het ondersteunen van informele netwerken; •het indiceren van specialistische hulp en ondersteuning aan inwoners; •het organiseren van juridische ondersteuning, waaronder rondom privacyvraagstukken; •het stimuleren van een gezamenlijke sociale kaart en gezamenlijke communicatie; •het opnemen van procesverantwoordelijkheid voor nabijheid en samenwerking in subsidies, opdrachten en overeenkomsten; •het monitoren van voortgang, samenhang en maatschappelijke effecten. Naarmate de alliantie zich verder ontwikkelt en deelnemers aan de alliantie meer gezamenlijk eigenaarschap nemen, verschuift de regierol geleidelijk naar faciliteren, verbinden en bewaken van de gezamenlijke koers. Zo ontstaat een duurzame samenwerking waarin inwoners, gemeenschappen, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en overheid gezamenlijk werken aan een sterke en samenredzame samenleving. De gemeente maakt afspraken met formele partners over de aansluiting op en de samenwerking met de gemeenschap en informele vrijwillige inzet. Coördinatie en sturing op deze afspraken vindt plaats door een beroepskracht, zodat formele organisaties met hun dienstverlening aansluiten op dat wat de gemeenschap zelf organiseert en kennis en kunde van formele partners beschikbaar is voor de gemeenschap ter ondersteuning van vrijwillige inzet. Denk hierbij aan: •Regie op samenwerking, in plaats van op- en afschalen vanuit formele zorgpartijen in de gemeente. •Informeel en formeel met elkaar verbinden. De gemeente regisseert dat betrokken professionals met dezelfde grondhouding omzien naar elkaar en naast de inwoner of informele organisaties gaan staan. We staan er als gemeente voor om de hulp vanuit de leefwereld en het zorgaanbod van de systeemwereld zo te organiseren dat deze werelden met elkaar zijn verbonden. Want dit is bij uitstek bepalend voor groei en verbinding met en tussen de buurt en hun inwoners. •De ontwikkeltafel is een gezamenlijke plek waar signalen uit de praktijk worden besproken en vertaald naar passende oplossingen voor inwoners. Het uitgangspunt is om niet direct vanuit zorg te denken, maar vanuit wat past bij het gewone leven. Samen met de alliantie, afvaardiging van informele netwerken en de gemeente wordt verkend welke ondersteuningsvragen kunnen worden genormaliseerd of collectief georganiseerd. Daarbij gaat het niet alleen om samenwerking, maar ook om het transformeren van bestaand aanbod. Zo kan een individuele ondersteuningsvraag bijvoorbeeld leiden tot een collectief initiatief. De betrokken partners zijn verantwoordelijk voor het inbrengen van signalen en het agenderen van ontwikkelvraagstukken. De gemeente neemt regie voor de ontwikkeltafel en denkt mee over de benodigde veranderingen in het aanbod. Daarbij blijft het uitgangspunt steeds dat we naast de inwoner staan, diens eigen kracht en netwerk versterken en ondersteuning niet onnodig overnemen. Bijlage 2 – Wijze van beoordelen 1.Het college beslist op de subsidieaanvraag, met inachtneming van het advies van de beoordelingscommissie en op basis van de volgende criteria: Criterium Maximale score a.Visie op en bijdrage aan de maatschappelijke opgave zoals benoemd in het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn & Preventie 30 b.Lokale verankering en samenwerking in dorpen, buurten en netwerken 30 c.Kwaliteit en uitvoerbaarheid van de aanpak 30 d.Presentatie 10 Totaal 100 Hieronder volgt een nadere toelichting per criterium: Voor criterium a. ‘Visie op en bijdrage aan de maatschappelijke opgave’ wordt beoordeeld de mate waarin de maatschappelijke alliantie: •aansluit bij het Koersdocument Samen leven in Rheden, het Beleidskader en de Agenda Welzijn & Preventie; •invulling geeft aan verbonden gemeenschappen; •invulling geeft aan ondersteuning van vrijwillige inzet; •invulling geeft aan organiseren van hulp en ondersteuning dichtbij; •aannemelijk maakt dat en hoe deze maatschappelijke transformatie gedurende de subsidieperiode wordt gerealiseerd. Score: cijfer van 0 – 10 Voor criterium b. ‘Lokale verankering en samenwerking’ wordt beoordeeld de mate waarin de maatschappelijke alliantie: •duurzaam verbonden is met inwoners, vrijwilligersorganisaties, inwonersinitiatieven, verenigingen en lokale netwerken; •samenwerkt met lokale formele en informele partners; •eigenaarschap van inwoners stimuleert; •gebiedsgericht werkt en aansluit bij de verschillen tussen buurten, dorpen en impulsgebieden; •laat zien dat de deelnemende organisaties als één maatschappelijke alliantie samenwerken. Score: cijfer van 0 – 10 Voor criterium c. ‘Kwaliteit en uitvoerbaarheid van de aanpak’ wordt beoordeeld de mate waarin: •de voorgestelde aanpak uitvoerbaar, realistisch en samenhangend is; •inwoners tijdig passende ondersteuning ontvangen; •voldoende deskundigheid, capaciteit en expertise beschikbaar zijn; •de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van deze regeling; •de governance, organisatie, monitoring en kwaliteitsborging voldoende zijn uitgewerkt; •de maatschappelijke alliantie in staat is de continuïteit van de uitvoering te borgen. Score: cijfer van 0 – 10 Voor criterium d. ‘Presentatie’ wordt beoordeeld: •de mate waarin de deelnemers van de maatschappelijke alliantie een gezamenlijke en gedragen visie uitdragen; •de wijze waarop de deelnemers invulling geven aan de samenwerking binnen de maatschappelijke alliantie; •de mate waarin de maatschappelijke alliantie laat zien als één samenhangende organisatie te opereren; •de uitvoeringskracht van de maatschappelijke alliantie en de wijze waarop wordt omgegaan met vraagstukken en veranderingen in de uitvoering. Aanvullende informatie voor de presentatie: •De presentatie van uw aanvraag maakt onderdeel uit van de beoordeling en dient uitsluitend ter verduidelijking van de aanvraag. Het is niet toegestaan om tijdens de presentatie nieuwe of aanvullende informatie aan te dragen die niet in de schriftelijke aanvraag is opgenomen. •Indien tijdens de presentatie nieuwe inhoudelijke informatie wordt verstrekt, blijft deze buiten beschouwing bij de beoordeling. •De presentatie mag maximaal 60 minuten duren. •De presentatie moet gegeven worden door minimaal 2 en maximaal 5 personen vanuit de alliantie, waarvan tenminste 1 uitvoerende beroepskracht. •U dient er rekening mee te houden dat de presentatie in week 50 ingepland worden. Exacte datum en tijdstippen volgen op een later moment. Score: cijfer van 0 – 10 2.De leden van de beoordelingscommissie beoordelen de criteria afzonderlijk. Per criterium wordt door de beoordelaar een score van 0, 2, 4, 6, 8 of 10 toegekend. De beoordelingscommissie motiveert de scores per criterium aan de hand van de hieronder genoemde aandachtspunten. De beoordelingscommissie zal op basis van een unaniem eindoordeel per criterium de uiteindelijke score bepalen. 3.Uw aanvraag wordt hoger gewaardeerd als deze: •Concreet onderbouwd is; •Realistisch en duidelijker is; •De mate waarop de aanpak onderscheidende (relevante), feitelijke informatie bevat. Daar onder verstaan wij: 1.SMART geformuleerd: niet weerlegbaar/niet betwistbaar; 2.Accuraat; 3.Vertaald naar de specifieke doelstellingen en uitgangspunten van deze regeling. 4.Bij de toekenning van het cijfer per criterium wordt de volgende beoordelingsschaal gehanteerd: Schaal Score Beschrijving Uitstekend 10 De aanvraag voldoet volledig aan de gestelde criteria en getuigt van zodanige ervaring, deskundigheid en uitwerking dat de beantwoording zeer overtuigend is en uitstekend aansluit op Beleidskader en de Agenda Welzijn & Preventie van de gemeente Rheden. Goed 8 De aanvraag voldoet volledig aan de gestelde criteria en de aanvrager geeft een heldere, concrete en op de situatie toegespitste onderbouwing. Voldoende 6 De aanvraag voldoet in hoofdzaak aan de gestelde criteria. De onderbouwing is overwegend helder en relevant, maar mist op onderdelen nog uitwerking, scherpte of overtuigingskracht. Onvoldoende 4 De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de gestelde criteria. Enkele punten komen niet of onvoldoende aan de orde, of de onderbouwing is beperkt concreet of onvoldoende overtuigend. Slecht 2 De aanvraag voldoet niet aan de gestelde criteria. Het antwoord is onduidelijk, summier of niet overtuigend. Geen antwoord 0 De aanvrager geeft geen antwoord op het betreffende criterium. 5.De volgende formule wordt gehanteerd om de punten per onderdeel te bepalen: (toegekende score/10) x maximaal te behalen punten = behaalde aantal punten per onderdeel. Het totaal aantal punten is de som van de behaalde punten.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Subsidieregeling Welzijn en Preventie Gemeente Rheden 2027 - 2032"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving Ontwerp Omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2034 - PRG003

Mededelingen

Mededelingen

Wijzigingsbesluit Tweede besluit subsidieplafonds EFRO 2026

Mededelingen

Mededelingen

Algemeen ondermandaat-, ondervolmacht- en ondermachtigingsbesluit gemeentesecretaris gemeente Arnhem 2023

APV

APV

Subsidieregeling Welzijn en Preventie Gemeente Rheden 2027 - 2032

Mededelingen

Mededelingen

Kennisgeving voorgenomen grondverkoop

APV

APV

Wijziging Subsidieplafond Burgerkracht 2026

Omgeving

Omgeving

Provincie Gelderland Omgevingsverordening Gelderland, locatie provinciale weg N308, N322, N795, N309, N785 en N830 in de provincie Gelderland

Mededelingen

Mededelingen

BEGROTING 2027

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerp Omgevingsprogramma Water en Riolering 2026-2034 - PRG003

Mededelingen

Mededelingen

JAARSTUKKEN 2025

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026

Mededelingen

Mededelingen

Voorlopige volgordelijst aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Rheden 2026