TOEZICHT- EN HANDHAVINGSBELEID KINDEROPVANG GEMEENTE BRUMMEN 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-19

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Brummen

Informatie

TOEZICHT- EN HANDHAVINGSBELEID KINDEROPVANG GEMEENTE BRUMMEN 2026 Kenmerk Z129638 / D490139 HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BRUMMEN, Hebben besloten: 1.Het Beleid Toezicht en Handhaving Kinderopvang 2026-2030 vast te stellen. Toezicht & Handhaving Kinderopvang – Gemeente Brummen 2026 1. Besluit, toepassing, citeertitel en definities 1.1 Besluit Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen besluit het Beleid Toezicht & Handhaving Kinderopvang 2026-2030 vast te stellen. Dit besluit is gebaseerd op: - artikel 4:81 Awb - artikelen 1.61, 1.65, 1.66 en 1.72 Wko - VNG Modelleidraad Toezicht & Handhaving Kinderopvang (2024/2025) 1.2 Toepassing Dit beleid os van toepassing op: -toezicht op kinderopvangvoorzieningen (kdv, bso, gob, vgo); -afhandeling van aanvragen tot exploitatie, houderwijzigingen en verhuizingen; - handhaving bij overtreding van wettelijke kwaliteitseisen; - toezicht op wettelijke VVE-eisen (bovenwettelijke eisen vallen onder OAB-beleid). 1.3 Citeertitel Dit document wordt aangehaald als: “Afwegingsmodel Toezicht- en handhavingsbeleid Gemeente Brummen 2026”. 1.4 Definities Alle definities volgens de Wko, waaronder: - afwegingsmodel - kinderopvangvoorziening - gastouderbureau - voorziening voor gastouderopvang - toezichthouder - herstelaanbod - risicoprofiel - exploitatieverbod - recidive (volgens Brummen: binnen 2-3 jaar dezelfde overtreding) 2. Inleiding 2.1 Waarom beleid Met dit handhavingsbeleid geeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen richting aan de wijze waarop de gemeente haar wettelijke taken op het gebied van toezicht en handhaving in de kinderopvang uitvoert. Het beleid vormt het kader waarbinnen het college besluiten neemt en draagt bij aan een consistente, transparante en rechtvaardige uitvoering daarvan. De gemeente Brummen hecht grote waarde aan veilige, gezonde en kwalitatief goede kinderopvang. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kinderen worden opgevangen in een omgeving die hun ontwikkeling stimuleert en beschermt. Kinderopvang speelt een belangrijke rol in de brede ontwikkeling van kinderen, in het voorkomen van achterstanden en in het bevorderen van gelijke kansen. Daarom is het van belang dat houders vanaf de start én structureel voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Dit handhavingsbeleid is een beleidsinstrument dat inzichtelijk maakt welke afwegingen het college maakt bij het inzetten van handhavingsmaatregelen, welke ruimte er is voor maatwerk en onder welke voorwaarden daarvan kan worden afgeweken. Het ondersteunt de uitvoering door de gemeentelijke organisatie, de samenwerking met de GGD Noord- en Oost-Gelderland en de communicatie met houders, ouders en andere betrokken partijen. Door het vaststellen van dit beleid geeft het college duidelijkheid over de gemeentelijke koers: zorgvuldig en doortastend. Het college kiest voor een aanpak waarin herstel van overtredingen centraal staat, maar waarin stevig wordt ingegrepen wanneer de kwaliteit structureel tekortschiet of wanneer de veiligheid en gezondheid van kinderen in het geding is. Het belang van het kind staat daarbij altijd voorop. Kinderopvang is een verantwoordelijkheid van de houder, maar toezicht en handhaving zijn noodzakelijk om de kwaliteit te borgen. De gemeente Brummen verwacht dat houders actief investeren in de kwaliteit van hun opvang, transparant zijn over hun werkwijze en tijdig maatregelen nemen wanneer tekortkomingen worden geconstateerd. Dit beleid maakt inzichtelijk hoe het college omgaat met overtredingen, welke instrumenten worden ingezet en hoe de gemeente zorgt voor een voorspelbare, proportionele en effectieve handhavingspraktijk. Dit beleid sluit aan op: - de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving; - de VNG Modelleidraad Toezicht & Handhaving Kinderopvang (2024-2025); - de VNG-oplegnotities en werkinstructies (evenredigheid, motivering, herstelaanbod, flexibele inspectieactiviteit); - het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) 2024-2026 van de gemeente Brummen; - het afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang Brummen; - de regionale samenwerking binnen de GGD-regio Noord- en Oost-Gelderland. Samen vormen deze documenten het fundament voor een zorgvuldig, professioneel en toekomstbestendig toezicht- en handhavingsstelsel in de gemeente Brummen. Dit vernieuwde beleid voegt daaraan toe: 1. Aansluiting op VNG-modelleidraad; 2. Integratie met OAB-doelen (VVE-kwaliteit, toeleiding, ouderbetrokkenheid); 3. Actualisatie van handhavingsinstrumenten en hersteltermijnen. Deze zijn volledig verwerkt in dit vernieuwde beleid. 2.2 Jaarlijkse rapportage kwaliteit kinderopvang Het college van Brummen brengt jaarlijks een rapportage uit over toezicht en handhaving kinderopvang. Hierin wordt onder meer opgenomen: - Het aantal inspecties; - Het aantal ingezette handhavingsinstrumenten; - De aard van overtredingen; - Trends en risico’s; - aanbevelingen voor beleid en uitvoering. Deze rapportage helpt het college om zicht te houden op de staat van de kinderopvang in Brummen en waar nodig bij te sturen. De bevindingen kunnen leiden tot aanscherping van werkwijzen, nieuwe speerpunten of aanbevelingen richting de sector of wetgever. 3. Kader, visie, ambitie en speerpunten 3.1 Kader Kinderopvang heeft een belangrijke plaats in de Brummense samenleving. Kwalitatief goede kinderopvang draagt bij aan een gezonde ontwikkeling, een veilige omgeving en gelijke kansen voor alle kinderen. Kinderen moeten zich veilig voelen en de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen-sociaal-emotioneel, cognitief en taalvaardig. Dit sluit aan bij de landelijke doelen van de Wet kinderopvang, waarin het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen centraal staat. De houder van een kinderopvangvoorziening is verantwoordelijk voor het leveren van kwalitatief goede opvang. Vanaf de start moet een voorziening voldoen aan alle wettelijke kwaliteitseisen, zodat ouders erop kunnen vertrouwen dat hun kind wordt opgevangen in een veilige, gezonde en vertrouwde omgeving. In het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staan alle voorzieningen die toestemming hebben gekregen om kinderopvang aan te bieden. Het LRK bevat contactgegevens, inspectierapporten en handhavingsmaatregelen, zodat ouders inzicht hebben in de kwaliteit van opvanglocaties. De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in: - Wko - AMvB’s - Ministeriële regelingen - Beleidsregels bestuurlijke boete kinderopvang - VNG-modelleidraad 3.2 Visie op handhaving De eerste levensjaren zijn bepalend voor de latere ontwikkeling van kinderen. Daarom wil de gemeente Brummen dat alle kinderen toegang hebben tot kwalitatief goede kinderopvang waarin zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Kinderopvang draagt bij aan het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen-een belangrijk onderdeel van het Brummens OAB-beleid. Het college: - stimuleert houders om de kwaliteit van opvang te verbeteren; - spreekt houders aan op hun eigen verantwoordelijkheid; - werkt samen met GGD, scholen en partners om signalen en ontwikkelingen te delen; - Zet stevig in op naleving van kwaliteitseisen. Kwalitatief goede kinderopvang in Brummen betekent: - Structurele naleving van kwaliteitseisen; - Een veilige en gezonde omgeving; - Vaste en vertrouwde beroepskrachten; - Aandacht voor persoonlijke en sociale ontwikkeling; - Een pedagogisch klimaat dat normen en waarden overdraagt. De gemeente Brummen hanteert het beleidsprincipe dat handhaving primair gericht is op herstel, met bestraffing als aanvullend middel wanneer noodzakelijk. Dit betekent: - Herstel staat centraal; - Boete wordt ingezet bij ernstige of herhaalde overtredingen; - Handhaving is proportioneel en transparant; - Samenwerking met GGD is essentieel. 3.3 Ambitie De gemeente streeft naar een kwalitatief sterke, transparante en goed samenwerkende kinderopvangketen. Om dit te realiseren richten we ons op de volgende ambities: 1. Behoud van de A-status van de Inspectie van het Onderwijs. We blijven investeren in een stabiele, betrouwbare uitvoering van toezicht en handhaving, zodat de hoge kwaliteitsbeoordeling wordt vastgehouden. 2. Actuele en begrijpelijke webpagina’s over kinderopvang. Informatie voor ouders, aanbieders en partners moet duidelijk, toegankelijk en up-to-date zijn. We zorgen voor regelmatige actualisatie en een logische structuur. 3. Volledige uitvoering van Streng aan de Poort. Nieuwe aanbieders worden zorgvuldig getoetst voordat zij kunnen starten. Hiermee waarborgen we kwaliteit vanaf het eerste moment. 4. Intensivering van het toezicht op gastouderopvang. Door gerichter en frequenter toezicht verstreken we de kwaliteit en veiligheid binnen deze vorm van opvang. Toegevoegd in het vernieuwde beleid: 5. Integratie met OAB-doelen, waaronder het versterken van VVE-kwaliteit, ouderbetrokkenheid en de doorgaande lijn tussen opvang en onderwijs. Kinderopvang en OAB worden meer als één samenhangend geheel benaderd. 6. Versterking van de samenwerking met scholen en JGZ. Door structurele afstemming en gezamenlijke kwaliteitsdoelen verbeteren we de ondersteuning van kinderen en gezinnen. 7. Extra aandacht voor nieuwe VVE-locaties. Nieuwe locaties krijgen intensieve begeleiding en monitoring om een goede start te garanderen en snel aan de kwaliteitsstandaarden te voldoen. 3.4 Wettelijke Kader en gemeentelijke invulling Het toezicht- en handhavingsbeleid van de gemeente Brummen is gebaseerd op de Wet kinderopvang (Wko) en de onderliggende regelgeving, waaronder het Besluit kwaliteit kinderopvang, de Regeling Wet kinderopvang en het Besluit kwaliteit gastouderopvang. Deze wet- en regelgeving bevat de kwaliteitseisen waaraan kinderopvangvoorzieningen moeten voldoen. Het gaat onder meer om eisen op het gebied van pedagogisch klimaat, personeel en groepsgrootte, veiligheid en gezondheid, accommodatie, ouderrecht, administratie en registratie, en – waar van toepassing – voorschoolse educatie. De gemeente Brummen is verantwoordelijk voor het verlenen van toestemming tot exploitatie, het registreren van voorzieningen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), het toezicht op naleving van de kwaliteitseisen en het handhaven wanneer overtredingen worden geconstateerd. De GGD Noord- en Oost‑Gelderland voert het toezicht uit namens de gemeente. De toezichthouder beoordeelt de kwaliteit van de opvang, onderzoekt of aan de wettelijke eisen wordt voldaan en adviseert het college over eventuele handhaving. Wanneer de toezichthouder een overtreding vaststelt, is het college in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Dit beleid beschrijft hoe de gemeente Brummen invulling geeft aan deze verantwoordelijkheid en welke afwegingen worden gemaakt bij het inzetten van handhavingsinstrumenten. Daarbij is ruimte voor maatwerk, maar afwijking van het beleid moet altijd zorgvuldig worden gemotiveerd. Dit Brummens toezicht- en handhavingsbeleid is gebaseerd op: - de Wet kinderopvang (Wko); - de Algemene wet bestuursrecht (Awb); - het Besluit kwaliteit kinderopvang; - de Regeling Wet kinderopvang; - het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; - het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; - het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang. Vanaf de start moet een kinderopvangvoorziening volledig voldoen aan deze eisen. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kind vanaf dag één veilig, gezond en pedagogisch verantwoord wordt opgevangen. 3.5 Begrippen (Brummen) De belangrijkste begrippen zijn vastgelegd in de Wko. Hieronder staan de definities zoals de gemeente Brummen deze hanteert: Begrip Betekenis in Brummen Afwegingsmodel Overzicht van hersteltermijnen, boetebedragen en dwangsommen per domein. Het Brummens afwegingsmodel is gebaseerd op de landelijke categorieën en lokale keuzes. College Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Brummen. Gemeente Brummen De bestuursorganisatie die verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving kinderopvang binnen de gemeentegrenzen. GGD Noord en Oost-Gelderland De toezichthouder kinderopvang Brummen. Inspectieonderzoek Onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 Wko. LRK Landelijk Register Kinderopvang Toezichthouder Door de GGD aangewezen inspecteur kinderopvang. Houder De aanbieder van kinderopvang zoals gedefineerd in de Wko. 4. Starten van een kinderopvangvoorziening in Brummen 4.1 Toestemming tot exploitatie Een kinderopvangvoorziening mag pas starten wanneer het college toestemming heeft verleend. Deze toestemming wordt vastgelegd in een besluit waarin ook de startdatum staat vermeld. De aanvraag wordt ingediend via het landelijke formulier op rijksoverheid.nl of landelijkregisterkinder-opvang.nl. 4.2 Streng aan de Poort (Brummen) De gemeente Brummen hanteert de werkwijze Streng aan de Poort (onderzoek voor registratie): • De GGD beoordeelt vooraf alle kwaliteitsaspecten. • De houder moet aantonen dat vanaf de start aan alle eisen wordt voldaan door het aanleveren van: • Als iemand anders namens de eigenaar of bestuurder tekent, stuur dan mee: - een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de eigenaar of bestuurder; - een ondertekende machtiging van de eigenaar of bestuurder; - een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de gemachtigde. • Een kopie van het bewijs van inschrijving van de houder in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. • Een kopie van het bewijs van inschrijving van de opvangvoorziening in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (indien aanwezig). • Een kopie van het veiligheids- en gezondheidsbeleid. • Een kopie van het pedagogisch beleidsplan. • Een kopie van de plattegrond van de opvanglocatie (indien aanwezig). • Een kopie van het e-mailbericht met de titel: ‘De bevestiging van uw aansluiting’. (Tenzij in het LRK al geregistreerd staat dat u bent aangesloten bij de Geschillencommissie Kinderopvang. • De GGD beoordeelt beleid, accommodatie, personeel, organisatie-inrichting en bedrijfsvoering. • De kwaliteit van andere voorzieningen van dezelfde houder wordt meegewogen. • Bij eerdere handhaving op andere locaties kan toestemming worden geweigerd totdat herstel is aangetoond. Brummen verleent alleen toestemming wanneer de toezichthouder concludeert dat de houder vanaf dag één verantwoorde en kwalitatief goede opvang kan bieden. 4.3 Onderzoek na registratie Binnen drie maanden na registratie voert de GGD een onderzoek uit om te beoordelen of de opvang in de praktijk voldoet aan de kwaliteitseisen. 4.4 Overige vergunningen Naast de Wko eisen beoordeelt het college: • Bouwtechnische eisen; • Brandveiligheid; • Bestemmingsplan; • Gebruik van binnen- en buitenruimtes. Alle relevante stukken moeten aanwezig en in orde zijn. Niet voldoen aan deze eisen kan directe gevolgen hebben voor de veiligheid van kinderen. 4.5 Termijnen Het college beslist binnen 10 weken op een aanvraag. Deze termijn kan worden verlengd. Na toestemming wordt de voorziening direct geregistreerd in het LRK. 4.6 Illegale kinderopvang Het exploiteren zonder toestemming is een economisch delict. Bij niet gemelde kinderopvang: • Moet de locatie direct sluiten; • Kan een bestuurlijke boete worden opgelegd; • Kan aangifte worden gedaan bij het Openbaar Ministerie. 4.7 Wijzigingen in registratiegegevens Houders zijn verplicht om wijzigingen in hun gegevens direct aan de gemeente door te geven. Het gaat bijvoorbeeld om wijzigingen in contactgegevens, het aantal kindplaatsen, de rechtsvorm, de houder, een verhuizing of het beëindigen van de exploitatie. Niet of te laat melden kan leiden tot een bestuurlijke boete. Een wijziging van de houder of rechtsvorm wordt behandeld als een nieuwe aanvraag. Ook hierbij past de gemeente Brummen de werkwijze Streng aan de Poort toe. De GGD beoordeelt opnieuw of de nieuwe houder aan alle kwaliteitseisen kan voldoen. De beslistermijn bedraagt tien weken. Bij een verhuizing van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of voorziening voor gastouder-opvang moet een nieuwe aanvraag worden ingediend, aangevuld met een wijzigingsverzoek. Voor gastouderbureaus volstaat een wijzigingsformulier. Wijzigingen moeten minimaal tien weken voor de gewenste ingangsdatum worden gemeld. Het college beslist binnen acht weken op het wijzigingsverzoek. 4.8 Toezicht en aanspreken op verantwoordelijkheid Toezicht is noodzakelijk om te waarborgen dat kinderopvang veilig, gezond en pedagogisch verantwoord wordt aangeboden. Inspecties vinden doorgaans onaangekondigd plaats, zodat de toezichthouder een realistisch beeld krijgt van de dagelijkse praktijk. De toezichthouder werkt dia-looggericht: er wordt geluisterd, doorgevraagd en samen met de houder gekeken naar verbeter-punten. De inspecteur beoordeelt niet alleen de naleving van afzonderlijke kwaliteitseisen, maar ook de wijze waarop de houder de kwaliteit van de opvang borgt. De toezichthouder past risico gestuurd toezicht toe op zowel de kwaliteit van de kinderopvang als de naleving van de geldende kwaliteitseisen. Dit houdt in dat locaties zonder signalen of zorgen minder uitgebreid worden geïnspecteerd, terwijl locaties waar wél risico’s of zorgen bestaan intensiever en op meer onderwerpen worden onderzocht. Het uitgangspunt is: minder waar het kan, meer waar het moet. Voor alle kindercentra en gastouderbureaus stelt de toezichthouder risicoprofielen op die richting geven aan de intensiteit van het toezicht. 4.9 Onderzoeken door de toezichthouder De GGD Noord- en Oost Gelderland voert verschillende soorten onderzoeken uit om de kwaliteit van kinderopvang in Brummen te beoordelen. Deze onderzoeken vormen de basis voor het toezicht en de handhaving. De toezichthouder onderzoekt onder meer nieuwe voorzieningen vóór registratie, beoordeelt kort na registratie of de opvang in de praktijk voldoet aan de kwaliteitseisen, voert jaarlijkse inspecties uit en verricht incidentele onderzoeken wanneer signalen of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Ook kan de toezichthouder nader onderzoek doen wanneer overtredingen zijn geconstateerd, om te beoordelen of herstel heeft plaatsgevonden. In Brummen bezoekt de toezichthouder jaarlijks alle kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang-locaties en gastouderbureaus. Daarnaast wordt ten minste de helft van de gastouderlocaties jaarlijks bezocht, zodat iedere gastouderlocatie minimaal eens per drie jaar wordt geïnspecteerd. Deze werkwijze sluit aan bij de landelijke toezichtsystematiek. Inspecties vinden doorgaans onaangekondigd plaats bij de Kinderopvang, zodat de toezichthouder een realistisch beeld krijgt van de dagelijkse praktijk. Tijdens een inspectie maakt de toezichthouder gebruik van observaties, gesprekken met medewerkers en de houder, documentonderzoek en contact met de oudercommissie. 4.10 Flexibele inspectieactiviteit Sinds de invoering van de flexibele inspectieactiviteit kan de toezichthouder inspecties meer op maat uitvoeren. De toezichthouder beoordeelt altijd de onderdelen die direct samenhangen met veiligheid, betrouwbaarheid en pedagogische kwaliteit, zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag, registratie in het Personenregister Kinderopvang, pedagogische kwaliteit en – waar van toepassing – voorschoolse educatie. Afhankelijk van het risicoprofiel, signalen en lokale speerpunten onderzoekt de toezichthouder aanvullende kwaliteitseisen. De toezichthouder houdt daarbij rekening met locatiekenmerken, eerdere inspectiehistorie en eventuele meldingen. Deze risicogestuurde aanpak is ook in Brummen leidend. 4.11 Speerpunten in het toezicht Jaarlijks stelt de gemeente Brummen samen met de GGD een uitvoeringsplan op waarin de accenten voor het toezicht worden vastgelegd. In dit jaarplan staat welke kwaliteitseisen extra aandacht krijgen en welke thema’s centraal staan in eventuele themaonderzoeken. De keuze voor speerpunten is afhankelijk van landelijke ontwikkelingen, lokale signalen, inspectieresultaten en prioriteiten uit het Brummens OAB beleid. Speerpunten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op pedagogische kwaliteit, inzet van beroepskrachten, veiligheid en gezondheid, of op specifieke VVE eisen. Door jaarlijks speerpunten vast te stellen, kan de toezichthouder gericht aandacht besteden aan onderdelen waar risico’s worden verwacht of waar kwaliteitsverbetering wenselijk is. 4.12 Herstelaanbod Wanneer de toezichthouder tijdens een inspectie een overtreding constateert, kan zij onder voorwaarden een herstelaanbod doen. Dit houdt in dat de houder de mogelijkheid krijgt om de overtreding binnen de onderzoeksperiode op te heffen, vóórdat het conceptrapport wordt opgesteld. Het doel van het herstelaanbod is om tekortkomingen snel en structureel te herstellen. Een herstelaanbod wordt alleen gedaan wanneer de toezichthouder verwacht dat herstel binnen korte tijd mogelijk is en wanneer de overtreding zich leent voor deze aanpak. Het herstelaanbod wordt niet gedaan wanneer de overtreding te ernstig is, wanneer er te veel overtredingen zijn, wanneer sprake is van recidive of wanneer directe handhaving noodzakelijk is. De toezichthouder legt vast welke maatregelen moeten worden genomen en binnen welke termijn. Na afloop beoordeelt de toezichthouder of de overtreding structureel is opgeheven. Het resultaat van het herstelaanbod wordt opgenomen in het inspectierapport en meegewogen in het advies aan het college. 4.13 Schriftelijk bevel Wanneer de kwaliteit van de opvang zodanig tekortschiet dat de veiligheid of gezondheid van kinderen direct in gevaar is, kan de toezichthouder een schriftelijk bevel opleggen. Dit is een ingrijpende maatregel die alleen wordt ingezet wanneer onmiddellijke actie noodzakelijk is. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen en bevat een duidelijke omschrijving van de overtreding, de te nemen maatregelen en de termijn waarbinnen deze moeten worden uitgevoerd. Wanneer de overtreding na zeven dagen niet of onvoldoende is hersteld, kan het college het bevel verlengen. In Brummen wordt deze maatregel alleen ingezet wanneer de veiligheid of gezondheid van kinderen direct in het geding is en wanneer andere maatregelen onvoldoende effect hebben. 4.14 Signalen en meldingen De gemeente Brummen vindt het belangrijk dat ouders, beroepskrachten, omwonenden en andere betrokkenen signalen over de kwaliteit van kinderopvang kunnen melden. Signalen kunnen betrekking hebben op incidenten, misstanden, terugkerende tekortkomingen of andere zorgen. Deze signalen vormen een belangrijke bron van informatie voor het toezicht en kunnen aanleiding zijn voor een extra onderzoek of voor extra aandacht tijdens een reguliere inspectie. De toezichthouder reageert op signalen via signaalgestuurd toezicht. Ook worden signalen gedeeld met andere toezichthouders, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of toezichthouders in andere gemeenten wanneer dat relevant is. Deze samenwerking draagt bij aan een breed en effectief toezichtstelsel. 4.15 Gastouderopvang Gastouderopvang is een kleinschalige en persoonlijke vorm van opvang die plaatsvindt in de woning van de gastouder of in de woning van de ouders. Ook in Brummen moet deze opvang een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde omgeving bieden. De wettelijke kwaliteitseisen voor gastouderopvang wijken op enkele punten af van die voor kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang. Zo geldt er geen vierogenprincipe en is de dagelijkse praktijk minder zichtbaar voor de toezichthouder. Daarnaast zijn de verantwoordelijkheden verdeeld tussen de gastouder en het gastouderbureau dat bemiddelt en begeleidt. Deze kenmerken maken de gastouderopvang tot een kwetsbare sector. In de gemeente Brummen zijn gastouders actief die worden begeleid door gastouderbureaus binnen én buiten de regio van GGD Noord- en Oost Gelderland. Wanneer een gastouderbureau buiten de regio is gevestigd, heeft de toezichthouder minder zicht op de kwaliteit van dat bureau. Daarom neemt de toezichthouder bij inspecties van gastouderlocaties ook contact op met het gastouderbureau en, indien nodig, met toezichthouders in andere regio’s. Deze werkwijze sluit aan bij de landelijke toezichtsystematiek. Inspecties bij gastouders vinden zoveel mogelijk onaangekondigd plaats. Wanneer de toezichthouder bij een gastouder een overtreding constateert die betrekking heeft op het gastouderbureau, wordt deze overtreding vastgelegd in een inspectierapport en gedeeld met de toezichthouder die verantwoordelijk is voor het betreffende bureau. Ook signalen die Brummen ontvangt over gastouderbureaus worden altijd onderzocht. Gastouderbureaus dragen een belangrijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van gastouder-opvang. Zij moeten hun gastouders meerdere keren per jaar bezoeken en zorgen voor een goede begeleiding en bemiddeling. De gemeente Brummen verwacht dat gastouderbureaus tijdig alle relevante wijzigingen melden, zoals de start of beëindiging van bemiddelingsrelaties. Niet gemelde wijzigingen kunnen leiden tot bestuurlijke boetes, omdat goed zicht op de opvanglocaties essentieel is voor de veiligheid en kwaliteit van de opvang. 4.16 Voorschoolse Educatie (VE) De gemeente Brummen is verantwoordelijk voor een voldoende en goed gespreid aanbod van voorschoolse educatie. Dit aanbod wordt gerealiseerd via subsidies aan kinderopvangorganisaties die VE aanbieden. Voorschoolse educatie richt zich op het stimuleren van de ontwikkeling van peuters, met een nadruk op taalontwikkeling, en bereidt kinderen voor op een goede start in het basisonderwijs. Voor VE locaties gelden aanvullende wettelijke kwaliteitseisen, zoals eisen aan het aantal uren aanbod, de opleiding van beroepskrachten en de uitvoering van het pedagogisch beleid. De toezichthouder beoordeelt deze eisen tijdens het jaarlijkse onderzoek. De toezichthouder heeft daarbij een signaalfunctie richting de Inspectie van het Onderwijs, die toezicht houdt op de gehele voor- en vroegschoolse educatie. Wanneer de toezichthouder een overtreding van de wettelijke VE eisen constateert, zet het college de handhavingsinstrumenten in die in dit beleid zijn beschreven. Als een aanwijzing niet wordt opgevolgd, treedt het college eerst op binnen de subsidierelatie. Overtredingen kunnen leiden tot het weigeren van een subsidieaanvraag of tot een lagere subsidievaststelling. Bij overtredingen van aanvullende gemeentelijke VE eisen treedt het college direct op binnen de subsidierelatie. 5. Handhaving: gericht op structureel herstel Houders zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van de opvang die zij aanbieden. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de gemeente Brummen ingrijpt wanneer de kwaliteit tekortschiet. Of de kwaliteit tekortschiet, blijkt doorgaans uit inspectierapporten van de toezichthouder, maar kan ook door de gemeente zelf worden vastgesteld. De gemeente verwacht dat houders structurele maatregelen nemen om overtredingen op te heffen en herhaling te voorkomen. Het college maakt gebruik van verschillende handhavingsinstrumenten, zoals de aanwijzing, de last onder dwangsom, het exploitatieverbod, de bestuurlijke boete en – in uitzonderlijke gevallen – de intrekking van de toestemming tot exploitatie. Bij de keuze voor een handhavingsinstrument weegt het college de ernst van de overtreding, de omstandigheden, de handhavingsgeschiedenis en het advies van de toezichthouder. Handhaving is altijd maatwerk, maar het belang van het kind staat daarbij centraal. 5.1 Recidive Wanneer een houder een overtreding herhaalt, is sprake van recidive. Recidive wordt zwaar meegewogen in de handhavingsafweging. Bij herhaling van een overtreding binnen drie jaar na een aanwijzing legt het college doorgaans direct een last onder dwangsom op. Wanneer een overtreding wordt herhaald na het opleggen en invorderen van een dwangsom of na het opleggen van een bestuurlijke boete, verhoogt het college het sanctiebedrag. In beginsel wordt het bedrag bij iedere herhaling met vijftig procent verhoogd. Wanneer binnen drie jaar twee keer voor dezelfde overtreding een last onder dwangsom is opgelegd en ingevorderd, kan het college overgaan tot een exploitatieverbod. Dit is een ingrijpende maatregel, maar noodzakelijk wanneer de kwaliteit structureel tekortschiet en eerdere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad. 5.2 Handhaving op organisatieniveau Hoewel handhaving in beginsel plaatsvindt op locatieniveau, houdt het college rekening met overtredingen bij andere locaties van dezelfde houder. Het college verwacht dat houders verbeter-maatregelen organisatiebreed doorvoeren, zodat tekortkomingen niet alleen op de locatie van de overtreding worden hersteld, maar ook op andere locaties. Dit draagt bij aan een structurele verbetering van de kwaliteit en voorkomt herhaling van overtredingen. 6. Handhavingsmaatregelen Wanneer de toezichthouder een overtreding vaststelt, is het college in beginsel verplicht om handhavend op te treden. De gemeente Brummen beschikt over verschillende handhavingsinstrumenten die kunnen worden ingezet afhankelijk van de aard, ernst en context van de overtreding. Het college kiest altijd voor een maatwerkbenadering, maar het belang van het kind staat daarbij centraal. De inzet van handhavingsmaatregelen is gericht op het herstellen van de kwaliteit en het voorkomen van herhaling. 6.1 Aanwijzing Een aanwijzing is een schriftelijke opdracht aan de houder om een overtreding binnen een bepaalde termijn op te heffen. De aanwijzing is het meest gebruikte instrument en wordt ingezet wanneer herstel mogelijk is en wanneer de veiligheid van kinderen niet direct in gevaar is. In de aanwijzing staat duidelijk omschreven welke overtreding is geconstateerd, welke maatregelen moeten worden genomen en binnen welke termijn deze moeten zijn uitgevoerd. De gemeente Brummen verwacht dat houders na ontvangst van een aanwijzing direct beginnen met herstel. De toezichthouder beoordeelt na afloop van de hersteltermijn of de overtreding daadwerkelijk is opgeheven. Wanneer herstel uitblijft, volgt een zwaardere maatregel. 6.2 Last onder dwangsom Een last onder dwangsom wordt opgelegd wanneer een aanwijzing niet is opgevolgd, wanneer herstel dringend noodzakelijk is of wanneer de overtreding zodanig ernstig is dat een aanwijzing onvoldoende effect zal hebben. De dwangsom is een financiële prikkel om de overtreding binnen de gestelde termijn op te heffen. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald op basis van het Brummens afwegingsmodel. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van de overtreding, de risico’s voor kinderen en de handhavingsgeschiedenis van de houder. De dwangsom wordt verbeurd wanneer de overtreding niet binnen de gestelde termijn is opgeheven. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een nader onderzoek. 6.3 Last onder bestuursdwang Bestuursdwang is een ingrijpend instrument dat wordt ingezet wanneer de veiligheid of gezondheid van kinderen direct in gevaar is of wanneer andere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad. Bij bestuursdwang neemt de gemeente zelf maatregelen om de overtreding op te heffen, bijvoorbeeld door de opvang tijdelijk stil te leggen. De kosten van bestuursdwang worden verhaald op de houder. 6.4 Exploitatieverbod Wanneer de kwaliteit structureel tekortschiet en eerdere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad, kan het college een exploitatieverbod opleggen. Dit betekent dat de houder de opvang tijdelijk of volledig moet staken. Een exploitatieverbod wordt alleen ingezet wanneer de veiligheid van kinderen niet langer kan worden gegarandeerd of wanneer sprake is van ernstige recidive. 6.5 Intrekken toestemming tot exploitatie In uitzonderlijke gevallen kan het college besluiten de toestemming tot exploitatie in te trekken. Dit gebeurt wanneer de houder structureel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, wanneer de veiligheid van kinderen ernstig in gevaar is of wanneer sprake is van herhaalde overtredingen ondanks eerdere handhaving. Intrekking is een ultimum remedium en wordt alleen toegepast wanneer alle andere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad. 6.6 Bestuurlijke boete Een bestuurlijke boete wordt opgelegd bij overtredingen die direct raken aan de veiligheid, gezondheid of betrouwbaarheid van de opvang, zoals overtredingen van het Personenregister Kinderopvang of het niet melden van wijzigingen. De hoogte van de boete is vastgelegd in de landelijke Beleidsregels bestuurlijke boete kinderopvang. Bij recidive wordt het boetebedrag verhoogd. 6.7 Hersteltermijnen Hersteltermijnen worden bepaald op basis van de aard en ernst van de overtreding. De gemeente Brummen hanteert de volgende uitgangspunten: • Directe risico’s voor (emotionele) veiligheid of gezondheid: Overtredingen met directe gevolgen voor veiligheid of gezondheid moeten in beginsel binnen zeven dagen worden hersteld. • Beleid, administratie of organisatie-inrichting: herstel binnen maximaal 6 weken. • Overige overtredingen: herstel binnen maximaal drie maanden. De toezichthouder beoordeelt na afloop van de hersteltermijn of de overtreding daadwerkelijk is opgeheven. Wanneer herstel uitblijft, volgt een zwaardere maatregel. 6.8 Dwangsommen (herstelsanctie) De hoogte van een dwangsom wordt bepaald op basis van het Brummense afwegingsmodel. De gemeente Brummen hanteert het uitgangspunt dat de dwangsom voldoende prikkel moet bieden om herstel af te dwingen. Bij herhaalde overtredingen wordt de dwangsom verhoogd. Wanneer een dwangsom wordt verbeurd, kan het college besluiten een nieuwe, hogere dwangsom op te leggen. 6.9 Handhaving bij gastouderopvang Bij gastouderopvang wordt handhaving toegepast op zowel de gastouder als het gastouderbureau. Wanneer een overtreding betrekking heeft op de gastouder, wordt deze vastgelegd in een inspectierapport en gedeeld met het gastouderbureau. Wanneer een overtreding betrekking heeft op het gastouderbureau, wordt deze gedeeld met de toezichthouder die verantwoordelijk is voor dat bureau. De gemeente Brummen verwacht dat gastouderbureaus hun gastouders actief begeleiden en dat zij overtredingen organisatiebreed herstellen. Bij ernstige overtredingen kan het college besluiten de bemiddelingsrelatie te beëindigen of een boete op te leggen. 6.10 Handhaving bij voorschoolse educatie (VE) Voor VE locaties gelden aanvullende wettelijke kwaliteitseisen. Wanneer de toezichthouder een overtreding van deze eisen constateert, zet het college de handhavingsinstrumenten in die in dit beleid zijn beschreven. Wanneer een aanwijzing niet wordt opgevolgd, treedt het college eerst op binnen de subsidierelatie. Overtredingen kunnen leiden tot het weigeren van een subsidieaanvraag of tot een lagere subsidievaststelling. Bij overtredingen van aanvullende gemeentelijke VE eisen treedt het college direct op binnen de subsidierelatie. De gemeente Brummen verwacht dat houders VE kwaliteit organisatiebreed borgen en dat zij tijdig maatregelen nemen wanneer tekortkomingen worden geconstateerd. 6.11 Publicatie van handhavingsbesluiten Handhavingsbesluiten worden gepubliceerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Hierdoor hebben ouders inzicht in de kwaliteit van opvanglocaties en kunnen zij een weloverwogen keuze maken. De gemeente Brummen vindt transparantie belangrijk en publiceert handhavingsbesluiten daarom volledig en tijdig. 6.12 Hardheidsclausule Hoewel dit beleid zorgvuldig is opgesteld, kunnen zich situaties voordoen waarin strikte toepassing van het beleid leidt tot onredelijke gevolgen. In dergelijke gevallen kan het college afwijken van het beleid. Afwijking moet altijd zorgvuldig worden gemotiveerd en worden vastgelegd in het besluit. De hardheidsclausule biedt ruimte voor maatwerk, maar wordt alleen toegepast wanneer omstandigheden dat rechtvaardigen. Deze meerwaarde is vooral gelegen in de kenbaarheid van de afwijkingsmogelijkheid en niet zozeer in een uitbreiding van de juridische bevoegdheden van het college. 6.13 Vaststellingsbesluit Dit toezicht- en handhavingsbeleid kinderopvang wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen. Met dit besluit geeft het college formeel richting aan de wijze waarop de gemeente haar wettelijke taken op het gebied van toezicht en handhaving uitvoert. Het beleid vormt daarmee het kader waarbinnen besluiten worden genomen over aanwijzingen, dwangsommen, boetes, exploitatieverboden en intrekking van toestemming tot exploitatie. Het college benadrukt dat dit beleid is opgesteld met het belang van het kind als uitgangspunt. De gemeente Brummen wil dat alle kinderen in een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde omgeving worden opgevangen. Dit beleid draagt bij aan een voorspelbare, transparante en rechtvaardige uitvoering van toezicht en handhaving, zodat houders weten waar zij aan toe zijn en ouders kunnen vertrouwen op de kwaliteit van opvang in Brummen. 6.14 Inwerkingtreding Het beleid treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking. Vanaf deze datum worden alle handhavingsbesluiten genomen op basis van dit beleid. Voor lopende handhavingsprocedures beoordeelt het college per geval of toepassing van dit beleid passend en redelijk is. Waar nodig wordt maatwerk toegepast, met inachtneming van het belang van het kind en de beginselen van behoorlijk bestuur. Citeertitel Dit document wordt aangehaald als: “Toezicht- en handhavingsbeleid Kinderopvang gemeente Brummen 2026”. Dit besluit is genomen tijdens de vergadering van het College van Burgemeester en Wethouders van 06 oktober 2026. Het college B&W van de gemeente Brummen,Burgemeester Ir. J.N. Rozendaal

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "TOEZICHT- EN HANDHAVINGSBELEID KINDEROPVANG GEMEENTE BRUMMEN 2026"

Mededelingen

Mededelingen

TOEZICHT- EN HANDHAVINGSBELEID KINDEROPVANG GEMEENTE BRUMMEN 2026

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling 2025 Humanitas

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling 2025 Stichting Vriendendiensten

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling 2025 Stichting Mens en Welzijn

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling 2025 MEE Samen

Omgeving

Omgeving

Gemeente Voorst - Subsidievaststelling 2025 Stichting Veilig Thuis Noord Oost Gelderland (NOG)

Omgeving

Omgeving

Bekendmaking van het voornemen tot het verlenen van een begrotingssubsidie aan NewTechPark

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Vaststelling artikelsgewijze toelichting bij Omgevingsverordening Gelderland wijziging 2025-2026

Omgeving

Omgeving

Aanvraag Omgevingsvergunning Buitengebied Zuid (2026) Apeldoorn, het kappen van 20 bomen (bomen met een verhoogd risico)

Mededelingen

Mededelingen

BELEIDSREGEL VEILIGE JAARWISSELING, GEMEENTE BRUMMEN

Omgeving

Omgeving

Bekendmaking van het voornemen tot het verlenen van een begrotingssubsidie aan Stichting Welzijn Lochem

Omgeving

Omgeving

Intrekken aanvraag omgevingsvergunning Deelsum nabij nummer 11, Loenen, het plaatsen van een chalet