Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2026 – 2029 Gemeente Westerveld
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-08-17
Gepubliceerd door
Gemeente Westerveld
Informatie
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2026 – 2029 Gemeente Westerveld BESLUIT 1.De Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2026-2029 vaststellen, inclusief de prioritering; 2.Het uitvoeringsprogramma juni 2026 – december 2027 vaststellen; 3.Het jaarverslag VTH 2025 vaststellen; 4.De documenten, genoemd in besluitpunt 1. t/m 3. ter informatie naar de raad sturen. Inleiding Voor u ligt de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) 2026-2029 van de gemeente Westerveld. Dit beleid is een actualisatie en evaluatie van voorgaand VTH-beleid. In deze strategie beschrijft het college van burgemeester en wethouders het kader waarbinnen de uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving plaatsvindt. De UHS vormt het strategische uitgangspunt voor de uitvoering van de VTH-taken en geeft richting aan de wijze waarop deze taken planmatig, samenhangend en transparant worden uitgevoerd. De UHS vormt onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus zoals vastgelegd in het Omgevingsbesluit. Op basis van deze strategie stelt het college jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast. Daarnaast wordt jaarlijks gerapporteerd over de uitvoering en de mate waarin de gestelde doelen zijn bereikt. De uitkomsten van deze evaluatie vormen aanleiding om, indien nodig, de UHS bij te stellen. Daarmee wordt invulling gegeven aan een sluitende beleidscyclus voor uitvoering en handhaving. Deze UHS vormt het centrale strategische kader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de gemeente. Met de vaststelling van deze UHS wordt voldaan aan de procescriteria zoals opgenomen in het Omgevingsbesluit. De gemeente maakt hiermee inzichtelijk wat zij doet, waarom zij deze werkzaamheden verricht, welke keuzes daarbij worden gemaakt en hoe de uitvoering van de VTH-taken is georganiseerd. Deze UHS heeft betrekking op de uitvoering van de VTH-taken op grond van het omgevingsrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening en bijzondere wetten. De milieutaken maken geen onderdeel uit van deze strategie. Hoewel de gemeente Westerveld bevoegd gezag is voor deze taken, zijn zij belegd bij de omgevingsdienst Drenthe. De UHS is tot stand gekomen in afstemming met interne en externe partijen, waaronder de Veiligheidsregio Drenthe, de OD Drenthe, de GGD en het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De strategie is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad en de provincie Drenthe. De systematiek van de “BIG8” De UHS is opgebouwd volgens de BIG-8-cyclus uit het omgevingsrecht. Deze cyclus vormt de basis voor een samenhangende sturing op beleid en uitvoering en borgt dat vergunningverlening, toezicht en handhaving strategisch en programmatisch plaatsvinden. De BIG-8 bestaat uit een beleidsvormende en een uitvoerende fase, die gezamenlijk zorgen voor een continue cyclus van uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling. Om te benadrukken dat beleid en uitvoering geen hiërarchische volgorde kennen maar elkaar wederzijds beïnvloeden, is de BIG-8 gekanteld weergegeven. Beleidskeuzes geven richting aan de uitvoering, terwijl ervaringen uit de uitvoering en evaluatie direct worden benut voor beleidsmatige bijstelling. Daarmee sluiten beleid en uitvoering voortdurend op elkaar aan. Figuur 1 BIG8-cyclus 1. Omgevingsanalyse De omgevingsanalyse beschrijft de interne en externe factoren die van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken. De analyse vormt de context voor de uitvoerings- en handhavingsstrategie en biedt de inhoudelijke basis voor het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelen en het maken van keuzes in de uitvoering. De omgevingsanalyse bestaat uit: •een terugblik op de vorige beleidscyclus; •een beschrijving van de gemeentelijke context (gebiedsanalyse); •een duiding van bestuurlijke ambities binnen het fysieke domein; •relevante juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen. De uitkomsten van deze omgevingsanalyse vormen input voor de risicoanalyse, prioritering en doelstellingen in de volgende hoofdstukken. Terugblik vorige beleidscyclus In de voorgaande beleidscyclus (2019–2026) heeft de gemeente Westerveld zich met name gericht op het anticiperen op en aanpassen aan de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). In deze periode zijn werkprocessen aangepast, nieuwe werkwijzen verkend en is ervaring opgedaan met de veranderingen die deze wetgeving met zich meebrengt voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). In de afgelopen jaren is zichtbaar geworden dat de uitvoering van VTH-taken grotendeels reactief plaatsvindt. Hierdoor is ook de behoefte gegroeid om toe te werken naar een meer risicogestuurde en programmatische aanpak, zodat een solide basis kan worden gelegd voor de doorontwikkeling van de VTH-taken. Beoordeling Interbestuurlijk Toezicht (IBT) Binnen het interbestuurlijk toezicht is gebleken dat de gemeente in toenemende mate voldoet aan de gestelde procescriteria. De gestelde kwaliteitscriteria zijn een punt van ontwikkeling waar de gemeente in goed overleg met het IBT de komende periode aan werkt. De beleids- en uitvoeringscyclus is in de basis op orde en de gemeente geeft invulling aan de vereisten uit wet- en regelgeving. Tegelijkertijd heeft het IBT ook inzicht gegeven in ontwikkelpunten, met name op het gebied van verdere borging, uniformiteit en actualiteit van beleid. Deze inzichten zijn door de gemeente benut als waardevolle input voor verbetering en verdere professionalisering. Verbeterpunten uit de evaluatie Uit de evaluatie van de vorige beleidscyclus zijn diverse verbeterpunten naar voren gekomen. Deze verbeterpunten worden nadrukkelijk gezien als ontwikkelkansen en worden in verderop in deze UHS meegenomen als ambities en doelstellingen: • Verdieping van prioritering en sturing: er is behoefte aan een scherpere prioritering van werkzaamheden, zodat beschikbare capaciteit gerichter en efficiënter kan worden ingezet en keuzes beter onderbouwd kunnen worden in plaats het reactief en ad hoc oppakken van werkzaamheden. Ook aangeven wat niet wordt gedaan. • Versterken van integraliteit: de samenwerking tussen beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving kan verder worden versterkt, evenals de afstemming met andere interne afdelingen en externe partners. • Verbeteren van processen en systemen: het verder uniformeren en optimaliseren van werkprocessen, informatie en werkvoorraad, en de ondersteuning daarvan in systemen draagt bij aan een efficiëntere, gestructureerde en voorspelbare uitvoering. • Consistentie in uitvoering en handhaving: er is behoefte aan meer eenduidigheid en voorspelbaarheid in het optreden, zodat inwoners en bedrijven weten waar zij aan toe zijn en het vertrouwen in de overheid wordt versterkt. • Versterken van zichtbaarheid en communicatie: een meer zichtbare en toegankelijke VTH-organisatie die actief communiceert draagt bij aan naleefgedrag en begrip bij inwoners en ondernemers. Gebiedsanalyse De gemeente Westerveld kenmerkt zich als een overwegend landelijke en ruimtelijk uitgestrekte plattelandsgemeente met een sterke nadruk op natuur, landschap en kleinschalige dorpskernen. De bevolkingsdichtheid is relatief laag en de fysieke leefomgeving wordt gekenmerkt door grote afstanden, verspreide bebouwing en een duidelijke scheiding tussen kernen en buitengebied. De gemeente heeft een sterk dorps karakter, waarbij sociale cohesie en het principe van noaberschap een belangrijke rol spelen. Tegelijkertijd leidt dit ook tot een relatief hoge meldingsbereidheid en een toename van signalen en klachten, wat impact heeft op de inzet van toezicht en handhaving. Westerveld beschikt over een hoogwaardig en kwetsbaar landschap met veel natuurwaarden. Grote delen van de gemeente vallen binnen beschermde gebieden, zoals Natura 2000-gebieden, en recent aangewezen UNESCO-werelderfgoed. Daarnaast kent de gemeente meerdere beschermde dorpsgezichten en een groot aantal monumenten. Deze kenmerken maken dat ruimtelijke ontwikkelingen vaak complex zijn en vragen om zorgvuldige afwegingen binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente is daarnaast sterk te typeren als een recreatieve en toeristische gemeente. Met een groot aantal recreatieparken en een aanzienlijke toestroom van toeristen is recreatie een belangrijke economische drager. Dit leidt tot specifieke vraagstukken, zoals toezicht op recreatiewoningen, (illegale) bewoning en tijdelijke piekbelasting op de openbare ruimte en vergunningverlening, bijvoorbeeld bij evenementen en in de openbare ruimte. De fysieke leefomgeving wordt verder gekenmerkt door een overwegend agrarisch gebruik van het buitengebied, waarin ook actuele ontwikkelingen spelen zoals schaalvergroting, functieverandering en druk op de ruimte door onder andere de energietransitie en landbouwontwikkelingen (zoals bollenteelt). Dit leidt tot spanningen tussen economische activiteiten, natuurwaarden en leefbaarheid, zoals discussies met omwonenden en milieu- en natuurbelangenorganisaties over mountainbikeroutes, sierteelt en agrarische vergunningen/stikstofruimte. Gemeenten hebben een beperkte ambtelijke capaciteit in verhouding tot het grote grondgebied en de diversiteit aan opgaven. De uitgestrektheid van het gebied en de reistijden maken toezicht en handhaving in de praktijk complexer en vragen om expliciete, onderbouwde keuzes. Tot slot is Westerveld te typeren als een gemeente waarin ontwikkelingen kleinschalig en gefaseerd plaatsvinden, zoals bij woningbouw. Nieuwe ontwikkelingen worden vaak aansluitend aan bestaande kernen gerealiseerd. Tegelijkertijd vraagt de combinatie van beperkte beleidsactualiteit (zoals verouderde bestemmingsplannen) en nieuwe wetgeving om extra afstemming en maatwerk in de uitvoering. Deze kenmerken maken dat de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving in Westerveld plaatsvindt binnen een context waarin ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid, natuurwaarden en uitvoerbaarheid continu in balans moeten worden gebracht. Bestuurlijke ambities In het coalitieakkoord “Bouwen aan de toekomst gemeente Westerveld 2022-2026” ligt de nadruk op het behouden en versterken van de kwaliteit van de leefomgeving, met specifieke aandacht voor veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en economische vitaliteit. De gemeente wil zich positioneren als een betrouwbare en dienstverlenende overheid, die ruimte biedt aan initiatieven, maar tegelijkertijd duidelijke kaders stelt en handhaaft waar nodig. Een belangrijk thema is het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en het beschermen van het landschap en erfgoed. Gezien de aanwezigheid van Natura 2000-gebieden, UNESCO-werelderfgoed en beschermde dorpsgezichten vraagt dit om zorgvuldige vergunningverlening en actief toezicht op ontwikkelingen die deze waarden kunnen aantasten. Voor VTH betekent dit dat er nadrukkelijk aandacht is voor uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van regels, en dat prioriteit wordt gegeven aan activiteiten met impact op natuur, landschap en cultuurhistorie. Daarnaast zet het bestuur in op een sterke recreatieve en economische ontwikkeling, waarbij toerisme en evenementen belangrijke pijlers zijn. Dit leidt tot een toename van vergunningaanvragen en vraagt om een professionele en consistente aanpak binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Tegelijkertijd vraagt dit om balans met leefbaarheid en veiligheid, met name bij recreatieparken, evenementen en horeca. Ook de woningbouwopgave en ruimtelijke ontwikkelingen vragen bestuurlijke aandacht. De gemeente wil ruimte bieden aan woningbouw en herontwikkeling, met nadruk op passende ontwikkelingen bij de dorpen. Voor VTH betekent dit dat vroegtijdige betrokkenheid bij initiatieven essentieel is, zodat plannen uitvoerbaar zijn en vertraging in latere fasen wordt voorkomen. Een ander belangrijk speerpunt is de aanpak van ondermijning en het versterken van veiligheid en openbare orde. Hoewel de zichtbaarheid van ondermijning relatief beperkt is, wordt het belang onderkend om signalen beter op te vangen en integraal samen te werken met ketenpartners. Voor VTH betekent dit onder andere aandacht voor instrumenten zoals de Wet Bibob en integrale controles. Tot slot zet het bestuur nadrukkelijk in op professionalisering van de organisatie en een meer consistente uitvoering van beleid. Er is behoefte aan duidelijke kaders, betere prioritering en een eenduidige werkwijze, zodat inwoners en ondernemers weten waar zij aan toe zijn. Voor VTH betekent dit een versterking van de uitvoeringspraktijk, met meer nadruk op voorspelbaarheid, transparantie en consequent handelen. Deze bestuurlijke ambities vormen daarmee een belangrijke basis voor de keuzes die in deze UHS worden gemaakt en geven richting aan de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de komende beleidsperiode. Juridische ontwikkelingen Dit onderdeel beschrijft de juridische ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken in de komende beleidsperiode. Deze ontwikkelingen vormen randvoorwaarden voor de inzet van capaciteit, de inrichting van werkprocessen en de prioriteiten binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Omgevingswet De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden en heeft geleid tot een bundeling en herziening van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. In de voorgaande periode lag de focus op de implementatie van nieuwe en aangepaste werkprocessen die voortvloeien uit deze wet. Ook in de huidige periode vraagt de aanpassing naar de Omgevingswet veel van onze uitvoering. In de komende beleidsperiode vindt verdere doorontwikkeling plaats, met name door de gefaseerde uitwerking van het omgevingsplan. Bestaande bestemmingsplannen worden in de periode t/m 2032 geïntegreerd in één samenhangend omgevingsplan en waar nodig inhoudelijk geactualiseerd. Het huidige tijdelijke omgevingsplan bestaat grotendeels uit oudere bestemmingsplannen, wat risico’s met zich meebrengt voor de eenduidigheid en uitvoerbaarheid van regelgeving. Daarnaast leiden verouderde plannen vaker tot afwijkingsprocedures, waardoor tijdelijk een groter capaciteitsbeslag ontstaat op vergunningverlening en interne advisering. De ontwikkeling naar het nieuwe omgevingsplan vraagt van de VTH-organisatie een actieve betrokkenheid bij de totstandkoming van nieuwe en aangepaste regels, met specifieke aandacht voor uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Daarnaast is het van belang om te bezien of bestaande werkprocessen blijven aansluiten bij gewijzigde regelgeving. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is per 1 januari 2024 in werking getreden voor nieuwbouw gevolgklasse 1. Binnen dit stelsel is de technische toetsing van bouwwerken belegd bij private kwaliteitsborgers. De gemeente behoudt haar rol als bevoegd gezag voor toezicht en handhaving en ontvangt in dat kader meldingen en informatie die relevant zijn voor deze taken. De gemeentelijke inzet richt zich met name op het toezicht op het stelsel, het controleren of de juiste procedures worden gevolgd en of de benodigde meldingen en documenten tijdig en volledig worden ingediend. Daarnaast houdt de gemeente toezicht op signalen of risico’s die kunnen duiden op mogelijke overtredingen of situaties die gevolgen kunnen hebben voor veiligheid, gezondheid of de leefomgeving. Wanneer sprake is van strijd met regelgeving of wanneer de informatiepositie daartoe aanleiding geeft, kan de gemeente handhavend optreden. Hoe de gemeente omgaat met Wkb-meldingen is opgenomen in de vergunningenstrategie in deze UHS. De gemeente bevindt zich momenteel in een overgangsfase waarin ervaring wordt opgedaan met het nieuwe stelsel. De werkwijze rond de behandeling van Wkb-meldingen en de invulling van toezicht en handhaving wordt daarom nog verder ontwikkeld en zal in de komende periode nader worden uitgewerkt en vastgelegd in beleid en werkprocessen. De verdere uitbreiding van het stelsel naar andere gevolgklassen is op dit moment uitgesteld. De verdere invoering van de Wkb zal dus weer gevolgen hebben voor de inrichting van werkprocessen, de taakverdeling binnen de organisatie en de inzet van capaciteit binnen VTH. Overige relevante wet- en regelgeving Naast de Omgevingswet en de Wkb kunnen andere juridische ontwikkelingen van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Wet BIBOB Binnen de gemeente Westerveld wordt de Wet Bibob momenteel met name toegepast binnen het APV-domein, bijvoorbeeld bij horeca- en evenementenvergunningen. Tegelijkertijd bestaat de wens om de toepassing van Bibob in de komende beleidsperiode verder door te ontwikkelen en breder te verankeren binnen de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden om Bibob ook aan de voorkant van ruimtelijke en omgevingsrechtelijke vergunningverlening gerichter toe te passen. De gemeente ziet ondermijning als een relevant aandachtspunt, mede vanwege de aanwezigheid van recreatieparken, het uitgestrekte buitengebied en ontwikkelingen in omliggende regio’s. Criminele activiteiten kunnen zich verplaatsen naar gebieden waar toezicht en regelgeving als minder zichtbaar of streng worden ervaren. Dit vraagt om alertheid binnen de VTH-organisatie en een goede samenwerking tussen veiligheid, vergunningverlening, toezicht en handhaving. In de komende beleidsperiode wordt ingezet op het actualiseren van het Bibob-beleid en het versterken van de samenwerking tussen VTH, Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en externe partners. Daarnaast wordt gewerkt aan het vergroten van de signalerende functie van medewerkers, zodat mogelijke integriteitsrisico’s vroegtijdig worden herkend en besproken. De inzet van Bibob blijft daarbij risicogericht en proportioneel, waarbij de gemeente bewust afweegt bij welke activiteiten en branches een aanvullende integriteitstoets noodzakelijk is. Wet goed verhuurderschap Voor de gemeente Westerveld heeft de Wet goed verhuurderschap momenteel een beperkte directe impact, mede vanwege het relatief kleinschalige karakter van de woningmarkt en het beperkte aantal signalen van structurele verhuurproblematiek. Tegelijkertijd vraagt de wet wel om alertheid binnen de uitvoering van VTH, met name bij signalen van strijdig gebruik, kamerverhuur, recreatieve bewoning en de huisvesting van arbeidsmigranten of andere kwetsbare doelgroepen. De wet kan leiden tot een toename van meldingen en verzoeken om handhaving, waarbij samenwerking tussen VTH, het sociaal domein en openbare orde en veiligheid van belang is. Daarnaast vraagt de uitvoering om duidelijke afspraken over signalering, opvolging en verantwoordelijkheden binnen de organisatie. In de komende beleidsperiode volgt de gemeente de verdere ontwikkelingen rondom de uitvoering van de Wet goed verhuurderschap en wordt bezien in hoeverre aanvullend beleid, werkafspraken of toezicht noodzakelijk zijn. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar proportionaliteit, beschikbare capaciteit en de aard en omvang van de problematiek binnen de gemeente. Algemene plaatselijke verordening (APV) De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten vormen een belangrijk juridisch kader voor het waarborgen van openbare orde, veiligheid, leefbaarheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving binnen de gemeente Westerveld. De praktijk laat zien dat de huidige APV op onderdelen actualisatie behoeft. Bestaande bepalingen sluiten niet altijd meer aan op actuele ontwikkelingen, gewijzigde wetgeving of de uitvoeringspraktijk. Daarnaast blijkt dat bepaalde onderwerpen en bevoegdheden beperkt of niet zijn uitgewerkt, terwijl andere bepalingen in de praktijk nauwelijks meer worden toegepast. Binnen de uitvoering bestaat daarnaast behoefte aan duidelijkere prioriteiten en kaders voor toezicht en handhaving binnen het APV-domein. Door de beperkte beschikbare capaciteit is het niet mogelijk om op alle onderwerpen gelijktijdig actief toezicht te houden. Dit vraagt om bestuurlijke keuzes in prioritering en een duidelijke afweging welke thema’s en overtredingen actief worden opgepakt. De gemeente zet binnen het APV-domein in op een benadering waarin gastheerschap, zichtbaarheid en preventie centraal staan. BOA’s zijn zichtbaar aanwezig in de kernen en het buitengebied en hebben nadrukkelijk ook een signalerende en preventieve rol. Tegelijkertijd wordt waar nodig handhavend opgetreden om de leefbaarheid, veiligheid en rechtsgelijkheid te waarborgen. Gastheerschap betekent niet dat de gemeente vrijblijvend is in haar toezicht en handhaving, de gemeente denkt mee waar dit kan, maar is duidelijk in haar grenzen en grijpt in waar nodig. Binnen het APV-domein wordt daarnaast samengewerkt met externe partners en omliggende gemeenten. De BOA’s van de gemeente Westerveld werken samen met de gemeente Meppel en kunnen op basis van het samenwerkingsconvenant Meppel–Westerveld gebruikmaken van elkaars inzet en ondersteuning. Daarnaast is de gemeente aangesloten bij het Drents BOA-convenant uit 2020, waarin regionale samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd. Dit convenant zal in de komende periode worden geactualiseerd. Ook wordt samengewerkt met de politie op basis van een handhavingsarrangement, waarin afspraken zijn gemaakt over samenwerking, afstemming en inzet binnen toezicht en handhaving. In de komende beleidsperiode wordt gewerkt aan het actualiseren van de APV, het versterken van de samenwerking tussen BOA’s, juristen en openbare orde en veiligheid (OOV), en het verder professionaliseren van de uitvoering. Daarbij wordt ook rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen, zoals het landelijke BOA-bestel, en de mogelijke gevolgen daarvan voor taken, bevoegdheden en capaciteit binnen de gemeente Westerveld. Uitvoeringsregels evenementen In 2025 zijn nieuwe uitvoeringsregels opgesteld met betrekking tot evenementen, omdat de gemeente de kwaliteit van de evenementen wil stimuleren en nieuwe initiatieven mogelijk wil maken. De uitvoeringsregels hebben dus als doel de organisatoren van evenementen zo goed mogelijk te faciliteren en het organiseren makkelijker te maken. Bij het opstellen van deze uitvoeringsregels is vastgesteld dat de meeste evenementen strijdig gebruik opleveren met de Omgevingswet en het tijdelijk omgevingsplan. Bij het opstellen van het omgevingsplan wordt gekeken op welke wijze evenementen en bijbehorende aspecten een plek krijgen. Boa Bestel 2028 In de komende beleidsperiode houdt de gemeente Westerveld nadrukkelijk rekening met de ontwikkelingen rondom het toekomstige landelijke BOA-bestel. Landelijk wordt gewerkt aan wijzigingen in de positionering, taken, bevoegdheden en samenwerking van BOA’s. Op dit moment bestaat echter nog onvoldoende duidelijkheid over de definitieve vormgeving en de gevolgen hiervan voor gemeenten. Naast inhoudelijke onzekerheid over de toekomstige inrichting van het BOA-bestel, is ook nog onduidelijk in hoeverre gemeenten structureel financieel worden gecompenseerd voor eventuele aanvullende taken, bevoegdheden of kwaliteitseisen die voortvloeien uit deze ontwikkelingen. De mogelijke impact op capaciteit, opleiding, samenwerking en organisatie is daardoor op dit moment nog lastig volledig te overzien. De gemeente volgt deze landelijke ontwikkelingen daarom actief en blijft in de komende periode monitoren welke gevolgen het toekomstige BOA-bestel heeft voor de uitvoering binnen Westerveld. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de inhoudelijke en financiële consequenties, wordt bezien op welke wijze beleid, werkprocessen en capaciteit hierop moeten worden aangepast. Daarmee blijft de gemeente flexibel inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen De gemeente staat in de komende beleidsperiode voor maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Ontwikkelingen zoals woningbouw, verduurzaming en een toenemende druk op de leefomgeving leiden tot complexere vergunningaanvragen en vragen om een integrale benadering van toezicht en handhaving. Deze ontwikkelingen maken dat VTH-werkzaamheden in toenemende mate samenhangen met andere beleidsvelden. Een goede afstemming tussen beleid, uitvoering en handhaving is daarbij essentieel om de kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid van de fysieke leefomgeving te waarborgen. Duurzaamheidsopgave Duurzaamheidsopgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en natuurbehoud, hebben invloed op de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze opgaven sluiten aan bij landelijke en regionale afspraken en worden lokaal vertaald naar beleid en initiatieven die bijdragen aan een toekomstbestendige gemeente. De gemeente Westerveld zet in op een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, waarbij ruimte wordt geboden aan initiatieven, maar tegelijkertijd wordt gestuurd op kwaliteit, veiligheid en ruimtelijke inpassing. Met name de energietransitie vraagt om integrale afwegingen bij vergunningverlening, bijvoorbeeld bij initiatieven voor zonnepanelen in het buitengebied. Dit leidt in de praktijk tot spanningen tussen verduurzaming en behoud van het karakteristieke landschap. Voor vergunningverlening betekent dit dat aanvragen integraal worden beoordeeld, waarbij duurzaamheid een belangrijke, maar niet enige afwegingsfactor is. Voor toezicht en handhaving betekent dit dat keuzes worden gemaakt in prioritering, waarbij niet alle overtredingen direct worden aangepakt, maar de focus ligt op situaties met de grootste impact op veiligheid en leefomgeving. Ook natuur- en biodiversiteitsbescherming spelen een belangrijke rol, mede door de aanwezigheid van Natura 2000-gebieden. Dit vraagt om afstemming met andere bevoegde gezagen, zoals de provincie, en een zorgvuldige beoordeling van effecten op de leefomgeving. Ook klimaatadaptatie en duurzaam gebruik van de ruimte zijn relevante thema’s. Denk hierbij aan waterbeheer, bodembescherming en het omgaan met veranderingen in het buitengebied, bijvoorbeeld door landbouwontwikkelingen of functieveranderingen. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot nieuwe vormen van gebruik en daarmee tot nieuwe toezicht- en handhavingsvraagstukken. De duurzaamheidsopgave heeft daarmee directe gevolgen voor de uitvoering van VTH-taken. Er is sprake van een toenemende complexiteit in vergunningverlening, waarbij meerdere belangen integraal moeten worden afgewogen. Tegelijkertijd vraagt dit om een duidelijke en consistente lijn in toezicht en handhaving, waarbij prioritering noodzakelijk is om de beschikbare capaciteit effectief in te zetten. Woningbouwopgave De woningbouwopgave leidt tot een toename van vergunningaanvragen en toezichtactiviteiten en legt daarmee extra druk op de VTH-capaciteit. Naast nieuwbouwontwikkelingen kan ook hergebruik en transformatie van bestaande bebouwing onderdeel zijn van deze opgave. Dit vraagt om een zorgvuldige toepassing van regelgeving en een integrale afweging van ruimtelijke en maatschappelijke belangen. De gemeente Westerveld staat voor een woningbouwopgave die zich kenmerkt door kleinschalige, gefaseerde ontwikkelingen, voornamelijk aansluitend aan bestaande dorpskernen. De inzet is gericht op het realiseren van een evenwichtige woningvoorraad, met aandacht voor zowel (sociale) huurwoningen als koopwoningen. Daarnaast wordt ingezet op woningaanpassingen en -splitsing om beter aan te sluiten bij de lokale behoefte en de bestaande woningvoorraad efficiënter te benutten. Hoewel de omvang van de woningbouwopgave in absolute zin beperkt is ten opzichte van stedelijke gemeenten, heeft deze wel een duidelijke impact op de uitvoering van de VTH-taken. Het aantal vergunningaanvragen neemt toe en initiatieven worden diverser en complexer, mede doordat ontwikkelingen vaak plaatsvinden in een omgeving met hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De uitvoering van woningbouwprojecten wordt beïnvloed door verschillende ruimtelijke en juridische belemmeringen. Een belangrijk knelpunt is de aanwezigheid van verouderde bestemmingsplannen, met name in het buitengebied. Deze plannen sluiten niet altijd aan op de huidige ontwikkelingen en beleidsdoelen, waardoor relatief vaak moet worden afgeweken van het planologisch kader. Dit leidt tot extra afstemming, langere doorlooptijden en een grotere druk op vergunningverlening en juridische capaciteit. Daarnaast spelen natuur- en milieubeperkingen een belangrijke rol. De aanwezigheid van Natura 2000-gebieden en andere beschermde landschappen maakt dat woningbouwontwikkelingen zorgvuldig moeten worden getoetst. Dit kan leiden tot aanvullende onderzoeken, complexe afwegingen en in sommige gevallen juridische procedures, wat de uitvoerbaarheid en doorlooptijd van projecten beïnvloedt. Ook de organisatie van het proces rondom woningbouwinitiatieven vormt een aandachtspunt. In de praktijk blijkt dat de VTH-organisatie nog niet altijd in een vroeg stadium wordt betrokken bij nieuwe ontwikkelingen. Dit kan ertoe leiden dat plannen in een later stadium moeten worden aangepast, wat extra tijd en capaciteit kost. Het vroegtijdig betrekken van vergunningverlening, toezicht en handhaving is daarom een belangrijk verbeterpunt. Tot slot speelt de beperkte capaciteit binnen de organisatie een rol bij de uitvoering van de woningbouwopgave. De combinatie van een groeiende vraag naar vergunningverlening, complexe ruimtelijke afwegingen en beperkte personele inzet maakt dat scherpe prioritering en efficiënte werkprocessen noodzakelijk zijn. De woningbouwopgave vraagt daarmee om een integrale en goed afgestemde aanpak, waarbij vroegtijdige betrokkenheid, actuele planologische kaders en duidelijke keuzes in prioritering bijdragen aan een efficiënte en uitvoerbare inzet van de VTH-taken. Dit gebeurt in samenhang met natuur- en duurzaamheidsafspraken en in samenhang met de daarbij betrokken partijen. Ondermijning Ondermijning is een relevant thema binnen de gemeente Westerveld, waarbij met name de situatie op recreatieparken en vakantieparken bijzondere aandacht vraagt. De combinatie van toerisme, tijdelijke bewoning en beperkte zichtbaarheid maakt deze locaties kwetsbaar voor ongewenste en mogelijk ondermijnende activiteiten. De gemeente heeft de ambitie om hier de komende beleidsperiode gerichter en integraler op in te zetten. De rol van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is hierbij tweeledig. Enerzijds heeft VTH een signalerende functie, waarbij toezichthouders en vergunningverleners alert zijn op signalen van ondermijning, zoals onduidelijke eigendoms- of gebruikssituaties, afwijkend gebruik van recreatiewoningen of activiteiten die niet passen binnen de geldende bestemming. Anderzijds levert VTH een actieve bijdrage aan de aanpak door middel van integrale controles en handhavend optreden waar nodig. Een belangrijk instrument in dit kader is de toepassing van de Wet Bibob, met name bij vergunningverlening voor risicovolle activiteiten zoals horeca en evenementen. Hoewel de toepassing van Bibob op dit moment nog beperkt is, bestaat de wens om dit instrument gerichter en breder in te zetten, in afstemming met regionale partners. De aanpak van ondermijning vraagt nadrukkelijk om samenwerking met ketenpartners, zoals het RIEC, de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij bestaande beleidskaders, zoals het Integraal Veiligheidsplan, waarin ondermijning als prioriteit is benoemd. De praktijk laat zien dat gerichte controles effect hebben op het naleefgedrag. Eerdere integrale controles op recreatieparken hebben geleid tot verbeteringen in naleving, wat onderstreept dat een zichtbare en consistente aanpak bijdraagt aan het terugdringen van ongewenste situaties. Voor de komende beleidsperiode ligt de nadruk op het vergroten van inzicht in de situatie op recreatieparken, het versterken van de signaleringsfunctie en het verder ontwikkelen van een integrale en structurele aanpak. Dit vraagt om duidelijke keuzes in prioritering, gezien de beperkte capaciteit, en om een nauwe samenwerking tussen VTH en veiligheidspartners. Opvang en huisvesting van arbeidsmigranten en ontheemden Binnen de gemeente Westerveld speelt de opgave rondom de opvang en huisvesting van arbeidsmigranten en ontheemden in beperkte mate, maar het is wel een thema dat impact heeft op de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De maatschappelijke en bestuurlijke aandacht voor deze doelgroep neemt toe, met name in relatie tot veiligheid, leefbaarheid en kwaliteit van huisvesting. Voor VTH ligt de nadruk op het waarborgen dat huisvesting plaatsvindt binnen de geldende planologische kaders en kwaliteits- en veiligheidseisen. Dit betreft onder andere het gebruik van panden conform het omgevingsplan, het voldoen aan bouw- en brandveiligheidseisen en het voorkomen van ongewenste situaties zoals overbewoning of strijdig gebruik van recreatiewoningen en bedrijfsgebouwen. De rol van VTH is hierbij zowel toetsend als toezichthoudend. Bij vergunningverlening wordt beoordeeld of initiatieven passen binnen de geldende regelgeving en beleidskaders. In het toezicht ligt de nadruk op het controleren van bestaande situaties, vaak naar aanleiding van signalen of meldingen. In de praktijk blijkt dat situaties rondom huisvesting niet altijd volledig in beeld zijn, waardoor het versterken van het inzicht en de informatiepositie een belangrijk aandachtspunt is. De benodigde inzet van VTH is momenteel beperkt, mede doordat er relatief weinig signalen en acute problematiek zijn. Tegelijkertijd vraagt het thema om alertheid en flexibiliteit, omdat ontwikkelingen zich snel kunnen voordoen, bijvoorbeeld bij toenemende vraag naar huisvesting of veranderingen in landelijke regelgeving. Indien de omvang of aard van de opgave verandert, zal ook de inzet van VTH hierop worden aangepast Belangrijke aandachtspunten in de uitvoering zijn: •het voorkomen van strijdig gebruik, zoals bewoning op locaties waar dit niet is toegestaan; •het waarborgen van brandveiligheid en bouwkundige kwaliteit, met name bij tijdelijke of collectieve huisvesting; •het versterken van de samenwerking met interne en externe partners, zoals sociale teams, veiligheidsketen en regionale samenwerkingsverbanden; •het verbeteren van het zicht op feitelijke situaties, zodat tijdig kan worden ingegrepen wanneer dat nodig is. Organisatorische ontwikkelingen Dit onderdeel beschrijft organisatorische ontwikkelingen binnen de gemeente die van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Deze ontwikkelingen raken de wijze van samenwerken, de beschikbare capaciteit en de inrichting van werkprocessen en vormen daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering van de werkzaamheden. Integraliteit en samenwerking De uitvoering van de VTH-taken vindt steeds meer plaats in samenhang met andere beleidsvelden en organisaties. Dit vraagt om een meer integrale werkwijze, waarbij afstemming plaatsvindt tussen verschillende gemeentelijke teams en externe ketenpartners. Binnen de uitvoering van de VTH-taken is deze samenwerking van belang voor het komen tot zorgvuldige, gedragen besluiten en een effectieve uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente Westerveld geeft invulling aan integraal werken door het versterken van de samenwerking tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), beleid en andere betrokken disciplines binnen en buiten de organisatie. Gezien de omvang van de organisatie en het brede takenpakket is een goede afstemming essentieel om effectief en consistent te kunnen opereren. De gemeente werkt aan het verder structureren van overlegmomenten en werkprocessen, zodat casuïstiek integraal kan worden besproken en afgestemd. Hierbij wordt onder andere gebruikgemaakt van overlegvormen zoals intake- en omgevingstafels, waarin verschillende disciplines vroegtijdig betrokken worden bij initiatieven. Dit draagt bij aan een betere beoordeling aan de voorkant en voorkomt knelpunten in latere fasen van vergunningverlening en handhaving. In de uitvoering wordt steeds meer ingezet op integrale controles en gezamenlijke werkwijzen, waarbij verschillende toezichtdomeinen – zoals bouwen, openbare orde en milieu – waar mogelijk gecombineerd worden. Dit gebeurt onder andere in samenwerking met externe partners, zoals de omgevingsdienst en de veiligheidsregio. Deze aanpak draagt bij aan een efficiëntere inzet van capaciteit en een vollediger beeld van situaties in het veld. Daarnaast wordt gewerkt aan het verbeteren van de samenwerking met externe partners, zoals politie, Openbaar Ministerie en regionale samenwerkingsverbanden. Deze samenwerking is met name van belang bij complexe vraagstukken, zoals ondermijning, veiligheid en milieuthema’s. De samenwerking vindt momenteel deels ad hoc plaats, met de ambitie om deze in de komende periode verder te structureren en te formaliseren. De gemeente werkt toe naar een situatie waarin integraal werken niet alleen projectmatig, maar structureel is verankerd in de organisatie en werkwijze. Capaciteit en arbeidsmarkt De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats binnen de context van een structureel krappe arbeidsmarkt. De beschikbaarheid van voldoende en gekwalificeerd personeel staat onder druk en dit heeft invloed op de continuïteit en uitvoerbaarheid van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Personele wisselingen en inwerktijden kunnen daarnaast leiden tot tijdelijke kwetsbaarheden in de uitvoering. Deze omstandigheden vragen om bewuste keuzes in de inzet van capaciteit en het stellen van prioriteiten. De beschikbare personele middelen vormen daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering van deze UHS. In de verdere uitwerking van deze strategie en in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s wordt daarom expliciet aandacht besteed aan de relatie tussen ambities, prioriteiten en beschikbare capaciteit. Digitalisering van werkprocessen Binnen de gemeente Westerveld zijn er ontwikkelingen gaande op het gebied van digitalisering en automatisering van VTH-processen. Deze ontwikkelingen zijn gericht op het verbeteren van de dienstverlening, het efficiënter inrichten van werkprocessen en het beter ondersteunen van medewerkers in de uitvoering van hun taken. Een belangrijk onderdeel hiervan is het gebruik van digitale systemen voor vergunningverlening en zaakgericht werken. In de praktijk blijkt echter dat deze systemen nog niet optimaal functioneren of onvoldoende aansluiten op de werkprocessen. Dit leidt tot extra handelingen, beperkte uniformiteit in werkwijzen en een hogere administratieve belasting voor medewerkers. Ook het ontbreken van goed ingerichte standaarddocumenten en sjablonen bemoeilijkt een efficiënte en consistente uitvoering. Daarnaast biedt digitalisering kansen voor informatiegestuurd werken, bijvoorbeeld door beter gebruik te maken van beschikbare data, meldingen en signalen. Dit kan bijdragen aan gerichtere inzet van toezicht en handhaving, met name in een uitgestrekt gebied zoals Westerveld. Deze ontwikkeling staat echter nog in de beginfase en vraagt om verdere doorontwikkeling van systemen en datakwaliteit. Voor vergunningverlening speelt ook de verdere ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) een rol. Hoewel het DSO ondersteuning biedt bij het indienen en behandelen van aanvragen, blijkt in de praktijk dat het systeem nog niet gebruiksvriendelijk is voor zowel initiatiefnemers als medewerkers. Hierdoor blijft aanvullende begeleiding en communicatie noodzakelijk. De gevolgen voor de uitvoering van VTH zijn tweeledig. Enerzijds biedt digitalisering duidelijke kansen voor efficiëntie, betere informatievoorziening en meer uniforme werkwijzen. Anderzijds vraagt de huidige stand van systemen en processen om investeringen in inrichting, gebruik en ondersteuning. Dit betekent dat digitalisering op korte termijn nog niet volledig leidt tot tijdswinst, maar juist ook inzet vraagt van de organisatie. Voor de komende periode ligt de focus op het verbeteren van de aansluiting tussen systemen en werkprocessen, het versterken van de gebruiksvriendelijkheid en het beter benutten van beschikbare data. Hiermee kan digitalisering op termijn een belangrijke bijdrage leveren aan een meer effectieve en toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken. Monitoren op basis van data Binnen de gemeente Westerveld bestaat de ambitie om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) beter te monitoren en evalueren. Op dit moment is de beschikbaarheid van stuurinformatie echter beperkt. Met name binnen toezicht en handhaving ontbreken op dit moment voldoende betrouwbare naleefcijfers en uniforme registraties om structureel inzicht te geven in naleefgedrag, trends en effectiviteit van toezicht. Voor bepaalde taakvelden, zoals milieutoezicht, zijn naleefcijfers beter beschikbaar doordat controles en bevindingen gestandaardiseerd worden geregistreerd. De aard van de werkzaamheden, de diversiteit aan casussen en de huidige inrichting van systemen maken het moeilijk om op consistente wijze naleefgegevens te verzamelen en te analyseren. Dit beperkt de mogelijkheden om volledig informatie- en risicogestuurd te werken en om de effecten van toezicht en handhaving kwantitatief inzichtelijk te maken. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan beter inzicht in naleefgedrag, prioriteiten en de effectiviteit van de inzet van capaciteit. Dit is onder meer van belang voor bestuurlijke verantwoording, evaluatie van beleid en het maken van onderbouwde keuzes in prioritering. In de komende beleidsperiode wordt daarom ingezet op het verbeteren van registraties, monitoring en datakwaliteit binnen de VTH-organisatie. Daarbij wordt onderzocht hoe toezichtresultaten beter en meer uniform kunnen worden vastgelegd, zodat op termijn meer inzicht ontstaat in naleefgedrag en de effectiviteit van toezicht en handhaving binnen verschillende taakvelden. 2. Visie & doelstellingen Een effectieve uitvoering van de VTH-taken vraagt om een duidelijke en gedragen visie. Deze visie geeft richting aan de uitvoering van VTH-taken en zorgt voor samenhang tussen beleid, uitvoering en evaluatie. In dit hoofdstuk wordt de visie op VTH uiteengezet en worden de bijbehorende doelstellingen voor de beleidsperiode beschreven. De visie en doelstellingen zijn gebaseerd op bestaande strategische kaders van de gemeente Westerveld waaronder het coalitieakkoord, de Omgevingsvisie gemeente Westerveld en de Woonvisie gemeente Westerveld 2026 – 2030. Bij het opstellen van deze UHS is aangesloten bij de daarin opgenomen kernwaarden en uitgangspunten. De visie vormt het uitgangspunt voor de uitvoering van de VTH-taken en wordt vertaald naar een samenhangend geheel van meetbare doelstellingen voor de beleidsperiode. Deze doelstellingen geven richting aan de inzet van capaciteit en werkzaamheden en worden nader uitgewerkt en gemonitord via de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties. Per doelstelling wordt in dit hoofdstuk ingegaan op: • wat wordt nagestreefd (beoogd resultaat); • hoe dit wordt bereikt (hoofdlijnen van activiteiten); Hiermee worden doelen ook SMART 1 geformuleerd zodat zij goed kunnen worden gemonitord. Visie De gemeente Westerveld streeft naar een veilige, gezonde en leefbare fysieke leefomgeving, waarin ruimte is voor ontwikkeling binnen duidelijke en eerlijke kaders. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) dragen hieraan bij door initiatieven mogelijk te maken én toe te zien op naleving van regels. Als landelijke gemeente met waardevolle natuur, landschap en dorpskernen vraagt dit om een zorgvuldige balans tussen ontwikkeling en bescherming. De gemeente werkt daarbij dienstverlenend aan de voorkant: initiatiefnemers worden begeleid en plannen worden vroegtijdig afgestemd. Tegelijkertijd wordt consequent opgetreden wanneer regels worden overtreden, zodat duidelijkheid en rechtsgelijkheid worden gewaarborgd. De inzet van VTH is risico- en prioriteitgestuurd. Door de omvang van het gebied en beperkte capaciteit worden bewuste keuzes gemaakt, met focus op thema’s die de grootste impact hebben op veiligheid, leefbaarheid en omgevingskwaliteit, zoals bouwveiligheid, recreatie, ondermijning en bescherming van natuur en erfgoed. De gemeente zet in op verdere professionalisering en integraliteit, met duidelijke werkwijzen, betere samenwerking en meer zichtbaarheid in het veld. Daarmee ontwikkelt Westerveld zich tot een betrouwbare, toegankelijke en consistente overheid, die bijdraagt aan naleefgedrag en vertrouwen bij inwoners en ondernemers. Doelstellingen De visie vertaalt zich naar een samenhangend geheel van meetbare doelstellingen. Per doelstelling beschrijft dit hoofdstuk de beoogde resultaten en de benodigde (hoofd)activiteiten. Deze doelstellingen worden jaarlijks uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma in de vorm van concrete activiteiten. De voortgang wordt jaarlijks geëvalueerd in het jaarverslag. Deze evaluatie biedt inzicht in de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd en vormt de basis voor bijsturing, mede op grond van behaalde resultaten, ontwikkelingen in de omgeving en signalen van betrokken stakeholders. Onderstaande 4 doelstellingen dragen bij aan de visie en algemene doelstelling om de kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid van de fysieke leefomgeving te blijven beschermen bij ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Doelstelling 1: Tijdens de komende beleidsperiode is de capaciteit van VTH en APV op orde en zijn de zichtbaarheid en bereikbaarheid van de organisatie vergroot. • Wat: Om de ambities uit deze strategie waar te maken, moet de personele capaciteit op orde zijn en de continuïteit in de dienstverlening geborgd. Tegelijkertijd is de zichtbaarheid en bereikbaarheid van VTH en APV voor inwoners, ondernemers en ketenpartners een aandachtspunt. Door capaciteit structureel in lijn te brengen met het takenpakket en de zichtbaarheid te vergroten, wordt het fundament gelegd waarop de andere doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. • Hoe: 1.Uitvoeren van een capaciteitsanalyse en deze actueel houden in het kader van de P&C -cyclus en strategische personeelsplanning. 2.Borgen van voldoende bezetting door werving, opleiding en kennisborging. 3.Opstellen van een opleidings- en ontwikkelplan voor het VTH-team en het APV-team. 4.Vergroten van de zichtbaarheid van VTH en APV richting inwoners en ondernemers (bijv. via website, sociale media, gebiedsgerichte aanwezigheid). 5.Verbeteren van de bereikbaarheid en het klantcontact. Doelstelling 2: Voor 01-01-28 zijn integrale afspraken gemaakt over de aanpak van ondermijning en risicovolle situaties. • Wat: Ondermijning en risicovolle situaties vragen om een gerichte, integrale aanpak die verder gaat dan regulier toezicht en handhaving. Denk aan illegale bewoning, drugsgerelateerde activiteiten, en het misbruik van vergunningen. Dit vraagt om bestuurlijk toewijding, goede informatie-uitwisseling en samenwerking met politie, OM, omgevingsdiensten en andere partners. Door dit als aparte doelstelling te benoemen, wordt geborgd dat het onderwerp structureel aandacht krijgt en niet ondersneeuwt in de dagelijkse werkzaamheden. • Hoe: 1.In kaart brengen van de belangrijkste ondermijningsrisico's in de gemeente. 2.Vaststellen van een integrale aanpak ondermijning in samenwerking met relevante partners (politie, OM, Belastingdienst, RIEC). 3.Maken van bestuurlijke en ambtelijke afspraken over rolverdeling, informatiedeling en escalatieroutes. 4.Inrichten van een signaalgerichte werkwijze binnen VTH (herkennen en melden van signalen). 5.Periodiek evalueren van de aanpak en bijstellen waar nodig. Doelstelling 3: Voor 01-06-28 zijn de processen en samenwerkafspraken vastgelegd en is de kwaliteit van de dienstverlening geborgd • Wat: De kwaliteit van de vergunningverlening en de bredere dienstverlening van VTH en APV moet structureel worden verbeterd. Op dit moment zijn processen onvoldoende vastgelegd, zijn samenwerkafspraken met interne adviseurs en externe ketenpartners niet geformaliseerd, en ontbreken heldere adviestermijnen. Dit leidt tot termijnoverschrijdingen, onduidelijkheid en wisselende kwaliteit. Door processen te beschrijven, samenwerking te formaliseren en de professionaliteit van de organisatie te versterken, wordt een solide basis gelegd voor de overige doelstellingen. • Hoe: 1.VTH-processen en APV-processen vastleggen in procesbeschrijvingen (vergunningverlening, toezicht, handhaving). 2.Optimaliseren van werkprocessen en formats voor o.a. standaardbrieven en -besluiten. 3.Interne samenwerkafspraken en adviestermijnen vastleggen en afstemmen met betrokken afdelingen en adviseurs. 4.Externe samenwerkafspraken en adviestermijnen vastleggen en afstemmen met ketenpartners (OD, VRG, etc.). 5.Opstellen van een productenboek dat tevens dient als inwerkdocument voor nieuw personeel. 6.Kwaliteitscriteria en werkwijzen periodiek evalueren en bijstellen. 7.Het vast aanstellen van een senior/coördinator. Doelstelling 4: Voor 01-01-2029 werken we volledig prioriteitgestuurd en is het naleefgedrag in de gemeente aantoonbaar verbeterd. • Wat: Toezicht en handhaving worden nog onvoldoende prioriteitgestuurd opgepakt, waardoor urgente zaken te lang blijven liggen en minder belangrijke zaken onevenredig veel capaciteit vragen. Daarnaast ontbreekt vastgesteld beleid op onderdelen als dwangsommen en begunstigingstermijnen. Door handhavingsprioriteiten vast te stellen, een prioritaire werkwijze te implementeren en het naleefgedrag actief te bevorderen — onder meer door preventieve communicatie en voorlichting — wordt de effectiviteit van toezicht en handhaving structureel vergroot. • Hoe: 1.Actualiseren van handhavingsprioriteiten op basis van de risicoanalyse. 2.Ontwikkelen en implementeren van een prioritaire werkwijze voor toezicht en handhaving. 3.Opstellen en vaststellen van beleidsregels dwangsommen en begunstigingstermijnen. 4.Ontwikkelen van een communicatiestrategie gericht op het bevorderen van naleefgedrag (voorlichting, preventie). 5.Periodiek monitoren van naleefniveaus bij prioritaire thema's. 3. Risicoanalyse en prioritering Waarom prioriteren? Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan het naleven van regels in de leefomgeving. Omdat het niet mogelijk is om overal tegelijk aanwezig te zijn en de beschikbare middelen beperkt zijn, is het noodzakelijk om toezicht en handhaving risicogestuurd in te zetten. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan situaties waarin slecht naleefgedrag de grootste impact heeft. Dit vraagt om een zorgvuldige risicoanalyse en prioritering van de werkzaamheden. In dit hoofdstuk wordt beschreven op basis van welke methodiek prioriteiten worden gesteld en hoe dit richting geeft aan de inzet van capaciteit. Uitleg risicoanalyse en prioritering Bij vergunningverlening is er minder mogelijkheid tot prioriteren, aangezien er aan de wettelijke termijnen moet worden voldaan en alle aanvragen moeten worden behandeld. Wel zit er een natuurlijke prioritering in de werkvoorraad. Eenvoudige aanvragen met lage risico’s worden marginaal beoordeeld, terwijl complexe(re) aanvragen diepgaander worden beoordeeld, al dan niet met input van in- en externe adviseurs. Verder kan bijvoorbeeld bij horeca-gerelateerde aanvragen de keuze gemaakt worden om een aanvullend onderzoek naar de integriteit van de aanvrager, exploitant en/of leidinggevenden uit te voeren. De wijze waarop deze keuzes in de werkwijze zijn vormgegeven, wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4. Deze prioritering richt zich voornamelijk op toezicht en handhaving. Bij toezicht en handhaving is een duidelijke prioritering van groot belang. Onze capaciteit kunnen wij namelijk maar één keer inzetten, terwijl er wel een beginselplicht tot handhaving geldt. Een handhavingsverzoek moet daarom altijd resulteren in een besluit of er wel of niet gehandhaafd wordt. Afzien van handhaving mag alleen in zeer bijzondere omstandigheden. Uit vaste jurisprudentie blijkt verder dat een prioritering de mogelijkheid biedt om niet urgente handhavingszaken op een later moment op te pakken. De prioritering dient hier dus een essentieel onderdeel van de motivering om direct of op een later moment, al dan niet projectmatig, tot handhaving over te gaan. Werkwijze risicoanalyse Om de prioritering te bepalen heeft een ambtelijke werkgroep een analyse gemaakt van alle toezichts- en handhavingsactiviteiten. Hierbij zijn risico’s in kaart gebracht volgens een vaste methodiek en aan de hand van verschillende beoordelingscriteria. Bij de risicoanalyse zijn de volgende vier risicocategorieën in overweging genomen: • Veiligheid: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die de fysieke veiligheid van mens en/of dier kunnen aantasten (bijv. pijn, letsel of schade). Hieronder vallen ook brandveiligheid en constructieve veiligheid. • Volksgezondheid: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid, met mogelijke ziekte- en/of sterftegevallen bij mens en/of dier, onder meer door aantasting van natuur en milieu. • Kwaliteit van de leefomgeving: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die de kwaliteit en beleving van de leefomgeving kunnen aantasten (bijv. ruimtelijke uitstraling, cultuurhistorische waarden of verpaupering). • Bestuurlijk imago: Risico’s als gevolg van slecht naleefgedrag die het imago, de geloofwaardigheid en het vertrouwen in het bestuur en de besluitvorming kunnen schaden. Aan de hand van deze vier risicocategorieën is iedere toezichts- en handhavingsactiviteit beoordeeld. Per risicocategorie is beoordeeld: • De effectscore: de gemiddelde ernst van het effect indien dit optreedt (op een schaal van 1 tot 3); • De kansscore: de kans dat dit effect zich voordoet (op een schaal van 1 tot 3). Per risicocategorie is de ernst vermenigvuldigd met de kans. De scores van de vier risicocategorieën zijn bij elkaar opgeteld en gedeeld door vier, wat resulteert in een gemiddelde risicoscore. Risicoscore = Het gemiddelde effect van slecht naleefgedrag * de kans dat dit effect optreedt. De hoogte van de risicoscore bepaalt de prioriteit. Prioriteitsscores binnen een bepaalde bandbreedte vallen dus onder de prioriteit laag, gemiddeld of hoog. Werkwijze prioritair werken Uit de risicoanalyse komt dus een prioriteit per activiteit. De prioritering kent wel de nodige flexibiliteit. Mocht er om een specifieke reden ergens opgetreden moeten worden, dan kan er meer prioriteit aan gegeven worden. Bijstelling van prioriteiten wordt geduid via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en deze wordt bestuurlijk vastgesteld. Deze prioriteitsscores vallen binnen drie typen scenario’s: lage prioriteit waarbij activiteiten uitsluitend projectmatig worden uitgevoerd, gemiddelde prioriteit waarbij activiteiten projectmatig of direct worden opgepakt of een hoge prioriteit waarbij activiteiten direct worden opgepakt. Met projectmatig wordt bedoeld dat er over een langere periode de toestand van bepaalde activiteiten en signalen wordt gemonitord. Wanneer er tijd beschikbaar is of actie noodzakelijk is, wordt er een project opgezet. Dit wordt jaarlijks bekeken en meegenomen in het uitvoeringsprogramma. Als de gemeente niet direct handhavend optreedt, dan krijgt de overtreder in de meeste gevallen eerst een waarschuwing. Tevens informeert de gemeente de melder over het feit dat de gemeente handhaving uitstelt. Later wordt de situatie alsnog opgepakt. Bij handhavingsverzoeken wordt wel altijd een inhoudelijke beoordeling verricht, ongeacht de prioriteit van de overtreding. De uitkomst van die beoordeling kan wel beïnvloed worden door de prioritering, mits dit goed wordt gemotiveerd. Prioriteit Wijze van Toezicht & Handhaving Scenario 1 Laag Uitsluitend projectmatig Scenario 2 Gemiddeld Projectmatig of verzoek tot handhaving of directe aanleiding Scenario 3 Hoog Volgens de handhavingsstrategie Tabel 1 Scenario's prioritair werken Bij lage geprioriteerde categorieën wordt dus projectmatig opgetreden. Een voorbeeld van een lage prioriteit in Westerveld is Handhaving start werkzaamheden zonder bouwmelding (gevolgklasse 1) en Handhaving illegale ingebruikname (m.b.t. gezondheid, duurzaamheid, toegankelijkheid, bouwwerkinstallaties en bruikbaarheid). Wanneer een categorie gemiddeld is geprioriteerd wordt er per situatie bekeken of het op een later moment via een project opgetreden kan worden of dat directe actie noodzakelijk is. In deze categorie wordt dus sneller overgegaan tot handhavend optreden, bijvoorbeeld bij herhaalde overtredingen of wanneer handhaving bijdraagt aan het voorkomen van escalatie. Bij hoog geprioriteerde categorieën wordt er ongeacht de situatie direct op afgegaan volgens vaste werkwijzen en regels. Dit kan ongeprogrammeerd of geprogrammeerd. Geprogrammeerd betekent in dit geval dat een bestuurlijke wens is om slecht naleefgedrag van een bepaalde categorie aan te pakken en dat proactief handhaving plaatsvindt. De volledige risicoanalyse en prioritering is te vinden in bijlage 1. Hieronder volgt een overzicht van de hoogste en laagste prioriteiten toezicht en handhavingstaken of thema's binnen het Omgevingsrecht en de APV/BW voor de komende beleidsperiode. Top 5 hoogste prioritering Handhaving Omgevingsrecht Score Zonder of in afwijking van omgevingsvergunning: Wijzigen of verstoren monument (gebruik en technisch), dorps- en stadsgezicht, UNESCO erfgoed / welstandsexcessen Hoog Handhaving op staat van bestaand gebouwen en bouwwerken - strijdigheid met Bbl/Niveau bestaande bouw Hoog Handhaving op staat van bestaande monumenten Hoog Handhaving bij illegale ingebruikname (m.b.t. constructieve veiligheid en brandveiligheid) Gemiddeld Afval dumpen / illegale stort (milieu) / asbest Hoog Top 5 laagste prioritering Handhaving Omgevingsrecht Score Handhaving start werkzaamheden zonder bouwmelding (gevolgklasse 1) Laag Handhaving Wkb tijdens bouw (gebreken die door kwaliteitsborger worden gemeld) m.b.t. gezondheid, duurzaamheid, toegankelijkheid, bouwwerkinstallaties en bruikbaarheid Laag Handhaving illegale ingebruikname (m.b.t. gezondheid, duurzaamheid, toegankelijkheid, bouwwerkinstallaties en bruikbaarheid) Laag Handhaving Wkb tijdens bouw (gebreken die door kwaliteitsborger worden gemeld) m.b.t. constructieve veiligheid en brandveiligheid Laag Zonder of in afwijking van omgevingsvergunning: Strijdig gebruik met omgevingsplan (ruimtelijk, uitritten, aanleg, kap, landschappelijke inpassing,) Laag Tabel 2: Prioritering omgevingsrecht APV/Bijzondere Wetten Voor de taken binnen het domein APV en Bijzondere Wetten is in deze beleidsperiode geen integrale prioritering van afzonderlijke handhavingscategorieën vastgesteld op basis van een risicoanalyse. Dit betekent echter niet dat alle onderwerpen een gelijke mate van aandacht krijgen. Naast de uitvoering van de wettelijke en reguliere taken richt de gemeente zich deze beleidsperiode op een aantal specifieke thema’s die vanuit maatschappelijke ontwikkelingen, bestuurlijke ambities en lokale signalen extra aandacht vragen. Deze thema’s vormen een aanvulling op de reguliere werkzaamheden en krijgen, waar nodig, voorrang bij de inzet van beschikbare capaciteit. De prioritaire thema’s worden jaarlijks betrokken bij de uitvoeringsprogrammering en kunnen, indien ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, worden bijgesteld. Op deze wijze blijft de inzet binnen het domein APV en Bijzondere Wetten flexibel en aansluitend bij de actuele opgaven binnen de gemeente. Het betreft de volgende 5 thema’s: 1.Leefbaarheid in de openbare ruimte 2.Evenementen en recreatie 3.Ondermijning en Bibob 4.Zichtbaarheid en preventieve aanwezigheid van BOA's 5.Actualisatie APV en professionalisering uitvoering 4. Strategieën, uitgangspunten en werkwijzen In dit hoofdstuk worden de strategieën, uitgangspunten en werkwijzen beschreven die worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-taken. Deze strategieën geven richting aan de wijze waarop vergunningverlening, toezicht en handhaving worden uitgevoerd en vormen het uitvoerend kader bij de in hoofdstuk 2 geformuleerde visie en doelstellingen. De beschreven strategieën zijn afgestemd op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Zij bieden houvast voor een consistente en transparante uitvoering van de VTH-taken. In de onderstaande figuur is een overzicht opgenomen van de gehanteerde strategieën. De toepassing van de strategieën wordt gedurende de beleidsperiode gemonitord en geëvalueerd. Waar nodig worden zij bijgesteld. De wijze waarop monitoring en evaluatie plaatsvinden, is beschreven in hoofdstuk 5. Figuur 2: Overzicht strategieën Preventiestrategie De preventiestrategie beschrijft hoe de gemeente inzet op het voorkomen van overtredingen binnen de uitvoering van de VTH-taken. Uitgangspunt daarbij is dat het merendeel van het naleefgedrag voortkomt uit duidelijke regels, heldere communicatie en het tijdig informeren van inwoners en bedrijven over wat van hen wordt verwacht. Binnen de preventiestrategie kan de gemeente verschillende instrumenten inzetten om naleefgedrag te bevorderen en overtredingen te voorkomen. De keuze en inzet van deze instrumenten sluiten aan bij de aard van de activiteit, het risico en de doelgroep. Binnen de Omgevingswet wordt nadrukkelijk ingezet op eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemers. De verantwoordelijkheid voor het naleven van wet- en regelgeving ligt in eerste instantie bij inwoners en bedrijven zelf. De rol van de gemeente Westerveld is daarbij ondersteunend, kaderstellend en faciliterend: door tijdig te informeren, verwachtingen helder te communiceren, laagdrempelige dienstverlening te realiseren en waar mogelijk ruimte te bieden voor overleg, wordt naleving bevorderd. Preventie draagt daarmee bij aan een betere kwaliteit van de leefomgeving, voorkomt dat plannen in een later stadium moeten worden aangepast, vermindert de toezicht- en handhavingsdruk en draagt bij aan efficiëntere inzet van gemeentelijke capaciteit. Een belangrijk onderdeel van de preventiestrategie is het versterken van de voorkant van het proces. Initiatiefnemers worden gestimuleerd om vroegtijdig in contact te treden met de gemeente, bijvoorbeeld via intake- en omgevingstafels of informele vooroverleggen. In deze fase wordt actief meegedacht over de haalbaarheid van plannen en wordt duidelijk gemaakt welke regels gelden en waar aandachtspunten liggen. Dit draagt aantoonbaar bij aan een betere kwaliteit van aanvragen en minder herstelwerk in latere fases. Daarnaast wordt ingezet op gerichte communicatie en voorlichting. De gemeente maakt gebruik van bestaande kanalen, zoals de gemeentelijke website, en werkt aan het verder ontwikkelen van toegankelijke informatievoorziening. Er is de ambitie om dit uit te breiden met meer persoonlijk contact, de vorm wordt nader uitgewerkt. Ook bij specifieke thema’s, zoals evenementen en alcoholverstrekking, wordt ingezet op voorlichting en bewustwording richting organisatoren en initiatiefnemers. In de uitvoering wordt ook gebruikgemaakt van instrumenten zoals de verklaring vergunningvrij, waarbij initiatiefnemers vooraf duidelijkheid krijgen over de vergunningplicht van hun plannen. Dit voorkomt onduidelijkheid en draagt bij aan het voorkomen van onbewuste overtredingen. Tegelijkertijd wordt ingezet op het verbeteren van de begrijpelijkheid van regels en het verminderen van afhankelijkheid van complexe systemen, zodat inwoners beter zelf hun weg kunnen vinden. De preventiestrategie richt zich daarnaast op het vergroten van de zichtbaarheid en benaderbaarheid van de gemeente. Door aanwezigheid in het veld, contact met inwoners en ondernemers en een open houding wordt het vertrouwen in de overheid versterkt en naleefgedrag gestimuleerd. Toezichthouders en vergunningverleners vervullen hierin ook een rol als gesprekspartner en adviseur. De gemeente zet hiermee in op een benadering waarin overtredingen zoveel mogelijk worden voorkomen door duidelijke kaders, goede communicatie en actieve begeleiding, waarbij handhaving het sluitstuk vormt wanneer naleving uitblijft. Vergunningsstrategie De vergunningsstrategie beschrijft het kader waarbinnen vergunningaanvragen en meldingen worden behandeld. Vergunningverlening is een belangrijk instrument om activiteiten in de fysieke leefomgeving te reguleren en vormt het startpunt voor een zorgvuldige uitvoering door initiatiefnemers. Binnen deze strategie wordt vastgelegd hoe vergunningverlening plaatsvindt, welke uitgangspunten daarbij worden gehanteerd en op welke wijze wordt getoetst aan wet- en regelgeving. De vergunningsstrategie sluit aan op de visie, doelstellingen en prioriteiten uit deze UHS en vormt samen met toezicht en handhaving een samenhangend geheel binnen de uitvoering van de VTH-taken. In dit onderdeel worden achtereenvolgens de algemene uitgangspunten voor vergunningverlening beschreven, gevolgd door het wettelijke kader en de werkwijzen voor vergunningverlening binnen het omgevingsrecht en binnen de APV en bijzondere wetten. Uitgangspunten Bij vergunningverlening worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: •vergunningaanvragen en meldingen worden beoordeeld op basis van de geldende wet- en regelgeving en vastgestelde beleidskaders; •de behandeling van aanvragen vindt plaats binnen de wettelijke termijnen; •bij complexe aanvragen kan gebruik worden gemaakt van interne en externe advisering; •gedurende het proces wordt duidelijk gecommuniceerd over procedure, vereisten en besluitvorming; •initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het indienen van een volledige en juiste aanvraag; •de gemeente hanteert een dienstverlenende houding (“ja, mits”), waarbij initiatieven waar mogelijk worden gefaciliteerd binnen de gestelde kaders; •aanvragen worden integraal beoordeeld, waarbij afstemming plaatsvindt met interne disciplines en externe partners; •onvolledige aanvragen worden actief teruggekoppeld en, indien nodig, buiten behandeling gelaten conform de wettelijke mogelijkheden; •de gemeente handelt consistent en voorspelbaar, zodat rechtsgelijkheid wordt gewaarborgd. Deze uitgangspunten bieden een uniform en transparant kader voor de behandeling van vergunningaanvragen en meldingen. Wet- en regelgeving Bij de beoordeling van vergunningaanvragen en de afhandeling van meldingen wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Deze toetsing vindt plaats op basis van wettelijke bepalingen, algemene regels en (waar van toepassing) vastgestelde beleidsregels en verordeningen. Het wettelijk kader vormt het uitgangspunt voor de behandeling van aanvragen en meldingen en biedt de randvoorwaarden waarbinnen vergunningverlening plaatsvindt. In onderstaand figuur is een overzicht opgenomen van de belangrijkste wet- en regelgeving die hierbij een rol spelen. Dit overzicht is niet uitputtend. Omgevingsrecht APV en Bijzondere Wetten •Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) •Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) •Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) •Omgevingsbesluit (Ob) •De Omgevingsregeling •Het invoeringsbesluit (met daarin de bruidsschat) •Omgevingsplan •Beleidslijn Wet Bibob •Erfgoedverordening •Algemene Plaatselijke Verordening •Alcoholwet •Wet op de kansspelen •Winkeltijdenwet •Opiumwet •Omgevingsplan (tijdelijk) •Huisvestingswet •Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) •Leegstandwet •Telecommunicatiewet •Wegenverkeerswet •Evenementenbeleid •Afvalstoffenverordening Figuur 3: overzicht wet- en regelgeving Planologische toetsing Omgevingsvergunningaanvragen worden getoetst aan de geldende planologische kaders. Deze kaders zijn vastgelegd in het omgevingsplan, waaronder begrepen het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De planologische toetsing is gericht op het borgen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), zoals bedoeld in de Omgevingswet, en daarmee op een zorgvuldige inrichting van de fysieke leefomgeving. Indien een aanvraag niet past binnen de geldende planologische regels, kan in daarvoor aangewezen gevallen worden beoordeeld of afwijking van deze regels mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van binnenplanse afwijkingsmogelijkheden of door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij deze beoordeling wordt getoetst aan de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en, waar van toepassing, vastgestelde beleidskaders. Ruimtelijke kwaliteit en welstand Plannen worden, naast de planologische toetsing, beoordeeld aan redelijke eisen van welstand. Voor de welstandstoetsing wordt gebruikgemaakt van vastgestelde gemeentelijke kaders, zoals de welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen. In deze documenten zijn de criteria opgenomen die worden gehanteerd bij de beoordeling van het uiterlijk en de ruimtelijke inpassing van bouwwerken. Omgevingsrecht Werkwijze en proces vooroverleg Voorafgaand aan het indienen van een omgevingsvergunningaanvraag kan een initiatiefnemer gebruikmaken van vooroverleg. Dit vooroverleg is gericht op het vroegtijdig verkennen van de haalbaarheid van een initiatief in relatie tot de geldende wet- en regelgeving en beleidskaders. Bij complexe, grootschalige of maatschappelijk gevoelige initiatieven kan het vooroverleg plaatsvinden via een integrale overlegvorm, zoals een intake- of omgevingstafel. Binnen deze werkwijze worden relevante disciplines en, waar nodig, externe partijen betrokken. Het doel van het vooroverleg is het verkrijgen van duidelijkheid over randvoorwaarden, aandachtspunten en het vervolgproces voorafgaand aan een formele aanvraag. Werkwijze en proces vergunningverlening Na ontvangst van een vergunningaanvraag wordt deze behandeld volgens vastgestelde standaardwerkwijzen. Deze werkwijzen zijn vastgelegd in de gemeentelijke werkprocessen en ondersteund door het VTH-zaaksysteem. Het verloop van de behandeling wordt hierin geregistreerd en gevolgd. De beoordeling van vergunningaanvragen vindt plaats aan de hand van de geldende wet- en regelgeving en relevante beleidskaders. De diepgang van de toetsing is afhankelijk van de aard, omvang en complexiteit van het initiatief. Als algemene leidraad geldt dat uit de ingediende gegevens voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de toepasselijke regelgeving wordt voldaan. # Processtap 1 Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag 2 Sturen ontvangstbevestiging 3 Casemanager omgevingsvergunning bepaalt: a.Bevoegd gezag; b.Uitgebreide of reguliere procedure; c.Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen; d.Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang. 4 De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van deaanvraag: a.Toets volledigheid en ontvankelijkheid; b.(Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders; c.Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; d.Bewaken van de termijn; e.Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; f.Opstellen (concept)beschikking; g.Registratie. 5 Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal) 6 Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening Figuur 4 proces vergunningverlening omgevingsrecht Werkwijze en proces meldingen Voor activiteiten waarvoor geen vergunningplicht geldt, maar waarvoor een meldingsplicht van toepassing is, worden meldingen beoordeeld op basis van de geldende wettelijke kaders, waaronder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bij meldingen wordt in beginsel een beoordeling op volledigheid uitgevoerd. Indien een melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen en wordt de melder hierover geïnformeerd. Meldingen worden ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Meldingen kunnen worden afgehandeld door de gemeente of door ketenpartners zoals de Veiligheidsregio of de Omgevingsdienst. De afhandeling van meldingen vindt risicogericht plaats. De prioriteit en eventuele vervolgacties worden bepaald op basis van een risicoanalyse. Indien nodig wordt inhoudelijk advies ingewonnen bij interne of externe adviseurs. De opvolging van meldingen vindt plaats conform de toezichtstrategie in dit UHS. Wkb-meldingen (bouw- en gereedmelding) Met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het stelsel voor toezicht op bouwactiviteiten gewijzigd. De Wkb is per 1 januari 2024 in werking getreden voor nieuwbouw in gevolgklasse 1. Voor bouwwerken buiten gevolgklasse 1 nieuwbouw is de gemeente nog verantwoordelijk voor het bouwtoezicht. De gemeente blijft bevoegd gezag voor het bouwdomein en verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en op de bouw- en sloopveiligheid. De gemeente ontvangt en behandelt de bouwmelding en gereedmelding binnen het Wkb-stelsel. Bij de bouwmelding beoordeelt de gemeente of het borgingsplan is aangeleverd en of deze voldoet aan de wettelijke indieningsvereisten. Dit borgingsplan vormt de basis voor het toezicht binnen het Wkb-stelsel. Bij de gereedmelding beoordeelt de gemeente het aangeleverde dossier op volledigheid en ontvankelijkheid, mede in relatie tot het eerder ingediende borgingsplan. Indien het dossier bevoegd gezag onvolledig is, of niet in lijn is met het borgingsplan, wordt de gereedmelding in lijn met de wet niet geaccepteerd en wordt geen toestemming gegeven voor ingebruikname van het bouwwerk. De gemeente houdt risicogericht toezicht op Wkb-bouwactiviteiten en bewaakt de naleving van de wettelijke verplichtingen. Indien sprake is van het niet naleven van de meldingsplicht, het ontbreken van een (voldoende) borgingsplan, een onvolledig dossier bevoegd gezag of het in gebruik nemen van een bouwwerk zonder geaccepteerde gereedmelding, treedt de gemeente handhavend op. Hierbij maakt zij gebruik van de beschikbare bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten, waaronder het stilleggen van werkzaamheden of het opleggen van een gebruiksverbod. Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid Onder de Omgevingswet zijn regels gesteld voor het waarborgen van bouw- en sloopveiligheid tijdens bouw- en sloopwerkzaamheden. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn hiervoor onder andere informatie- en meldingsplichten opgenomen. De Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN) heeft hiervoor de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid opgesteld. Deze richtlijn biedt een landelijk uniform kader voor het beoordelen van de risico’s voor de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving van bouw- en sloopwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 7.2a van het Bbl. In artikel 7.15, tweede lid, van het Bbl wordt bij het bepalen van veiligheidsafstanden verwezen naar deze richtlijn. De richtlijn ondersteunt gemeenten bij het beoordelen van de benodigde veiligheidsmaatregelen in de uitvoeringsfase van bouw- en sloopactiviteiten. Voor onderdelen die niet rechtstreeks door het Bbl worden aangestuurd, past de gemeente de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid toe. APV en Bijzondere wetten Werkwijze en proces vergunningverlening Naast vergunningverlening binnen het omgevingsrecht kan vergunningverlening ook plaatsvinden op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten. Deze regelingen bieden gemeenten de mogelijkheid om activiteiten in de leefomgeving te reguleren ter bescherming van onder andere de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het milieu. Voor een aantal activiteiten geldt op grond van de APV of bijzondere wetgeving een vergunning-, ontheffings- of meldingsplicht. De behandeling van deze aanvragen en meldingen vindt plaats op basis van de geldende wettelijke bepalingen en vastgestelde lokale regels. Vergunningaanvragen en meldingen worden behandeld volgens vastgestelde werkprocessen en geregistreerd in de daarvoor ingerichte systemen. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de toepasselijke regelgeving en, waar relevant, in afstemming met interne en externe adviseurs. In grote lijnen volgt de vergunningverlening op grond van de APV en bijzondere wetten een vergelijkbaar proces als beschreven voor vergunningverlening binnen het omgevingsrecht. De specifieke processtappen en toetsingskaders zijn afhankelijk van het type activiteit en de van toepassing zijnde regelgeving. # Processtap 1 Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag 2 Sturenontvangstbevestiging 3 Casemanager bepaalt: a.Bevoegd gezag; b.Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang. 4 De casemanager is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a.Toets volledigheid en ontvankelijkheid; b.Risicoclassificatie; c.(Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders; d.Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; e.Indien nodig: Bibob-toets; f.Bewaken van de termijn; g.Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; h.Opstellen beschikking; i.Registratie. 5 Archiveren beschikkingen (analoog en digitaal) 6 Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening 7 Evaluatie Figuur 5 proces vergunningverlening APV & BW Risicogestuurde beoordeling De diepgang van de beoordeling van vergunningaanvragen is risicogestuurd. Afhankelijk van de aard, omvang en mogelijke effecten van de aangevraagde activiteit wordt bepaald in welke mate en met welke intensiteit de aanvraag wordt getoetst. Op basis van een risicoclassificatie kan onderscheid worden gemaakt in de behandeling van aanvragen. Dit kan onder meer van invloed zijn op de volgorde van behandeling, met inachtneming van de geldende wettelijke termijnen en beginselen van zorgvuldige besluitvorming. Werkwijze en proces meldingen Voor activiteiten waarvoor geen vergunningplicht geldt, maar waarvoor een meldingsplicht van toepassing is op grond van de APV of bijzondere wetgeving, worden meldingen beoordeeld aan de hand van de geldende wettelijke kaders. Bij meldingen vindt in beginsel een beoordeling op volledigheid plaats. Indien een melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen en wordt de melder hierover geïnformeerd. De afhandeling van meldingen kan, afhankelijk van het risico en de aard van de activiteit, aanleiding geven tot vervolgacties binnen toezicht en handhaving. Toezichtstrategie De toezichtstrategie beschrijft hoe de gemeente toezicht houdt op de naleving van wet- en regelgeving binnen het fysieke domein. Toezicht vormt een essentieel onderdeel van de uitvoering van de VTH-taken en draagt bij aan het voorkomen van overtredingen, het bevorderen van naleefgedrag en het tijdig signaleren van risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Het toezicht wordt uitgevoerd op basis van prioriteiten en risico’s, zoals vastgesteld in deze UHS. De toezichtstrategie sluit aan op de risicoanalyse en prioritering en vormt samen met vergunningverlening en handhaving een samenhangend uitvoeringskader. Soorten toezicht De gemeente onderscheidt de volgende vormen van toezicht: • Toezicht op vergunningen en meldingen: Toezicht tijdens of na de uitvoering van vergunde of gemelde activiteiten. De diepgang en momenten van toezicht worden bepaald op basis van risico’s, bijvoorbeeld met behulp van vastgestelde risicomatrices. • Thematisch en projectmatig toezicht: Toezicht gericht op specifieke thema’s, gebieden of doelgroepen die bestuurlijk of maatschappelijk prioriteit hebben. Deze inzet wordt vastgelegd in het uitvoeringsprogramma en verantwoord in het jaarverslag. • Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen: Klachten en verzoeken om handhaving worden beoordeeld conform de Algemene wet bestuursrecht. De prioritering uit deze UHS is leidend bij de afhandeling. Waar mogelijk wordt eerst ingezet op informele oplossingen, zoals mediation of bemiddeling. Anonieme meldingen worden in beginsel niet in behandeling genomen, tenzij sprake is van een ernstig of acuut risico. • Signaaltoezicht (ambtshalve constateringen): Toezicht waarbij toezichthouders signalen doorgeven over mogelijke overtredingen buiten hun eigen taakveld. Deze vorm van toezicht draagt bij aan een integrale uitvoering van de VTH-taken. Algemene uitgangspunten Bij de uitvoering van toezicht hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: •toezicht vindt plaats op basis van vastgestelde prioriteiten, risico’s en beschikbare informatie (risico- en informatiegestuurd toezicht); •de inzet en diepgang van toezicht is proportioneel; •toezicht wordt waar mogelijk integraal uitgevoerd, in samenhang met andere VTH-taken en in samenwerking met ketenpartners; •toezichthouders hebben een signalerende functie en dragen bij aan het tijdig herkennen van nieuwe of veranderende risico’s; •het naleefgedrag van inwoners en bedrijven wordt betrokken bij de keuze voor toezichtvorm en controlefrequentie; •bij signalen van acute onveiligheid, ernstige overtredingen of ernstige klachten wordt altijd actie ondernomen, ongeacht vastgestelde prioriteiten; •toezicht wordt situationeel ingezet, waarbij per activiteit of gebied wordt bepaald welke vorm van toezicht het meest effectief is (aanloopcontrole, tussentijdse controle of eindcontrole); •de gemeente zet in op zichtbaarheid, waarbij toezichthouders actief aanwezig zijn en in contact staan met inwoners en ondernemers; •toezicht richt zich nadrukkelijk op risicovolle thema’s en prioritaire opgaven, zoals bouw- en brandveiligheid, ondermijning en bescherming van natuur en erfgoed; •er wordt ingezet op integrale controles, waarbij samenwerking wordt gezocht met partners zoals de omgevingsdienst, veiligheidsregio en politie, natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Drents landschap. Uitvoering van toezicht Voorbereiding van toezicht Toezicht wordt voorbereid op basis van beschikbare informatie, zoals vergunninggegevens, meldingen, eerdere toezichtresultaten, klachten, signalen en de risicoanalyse zoals opgenomen in bijlage 1 van dit UHS. Op basis hiervan wordt bepaald welke toezichtvorm wordt ingezet en welke aandachtspunten van toepassing zijn. Frequentie van routinematig toezicht De frequentie van routinematig toezicht wordt bepaald op basis van risico’s en naleefgedrag van de gecontroleerde activiteiten. Activiteiten met een hoger risicoprofiel of een lager naleefgedrag worden vaker gecontroleerd dan activiteiten met een laag risicoprofiel en een goed naleefgedrag. Deze risico- en prioriteitsstelling worden waar nodig vertaald in concrete acties in het uitvoeringsprogramma VTH. Voor de frequentie van routinematig toezicht volgt de gemeente in de basis het toezichtsprotocol bouw van de vereniging Bouw- en Woningtoezicht. Deze is te vinden op de website van de vereniging BWT. Niet-routinematig toezicht en reactietermijnen Bij ernstige klachten, ernstige overtredingen of ernstige ongewone voorvallen wordt niet-routinematig toezicht ingezet. De gemeente hanteert vaste termijnen waarbinnen toezicht plaatsvindt, afhankelijk van de aard en ernst van de situatie. Bij signalen van acute onveiligheid, ernstige overtredingen of ernstige klachten wordt altijd actie ondernomen, ongeacht de vastgestelde prioriteit. Handhavingsacties worden afgestemd op de ernst en risico’s voor de fysieke leefomgeving. Voor de gehanteerde handhavingsinstrumenten wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) gevolgd (zie ook de handhavingsstrategie). Rapportage en vastlegging toezicht De resultaten van toezicht worden systematisch vastgelegd in daarvoor bestemde systemen (zoals informatiesystemen voor toezicht en handhaving). Per toezichtactie wordt vastgelegd: •wat is gecontroleerd; •welke bevindingen zijn gedaan; •of sprake is van naleving of overtreding; •welke vervolgacties worden ingezet. Deze informatie vormt de basis voor handhaving, evaluatie en verantwoording. De jaarlijkse monitoring en evaluatie van de uitvoering van toezicht en handhaving vormen eveneens een integraal onderdeel van de UHS-cyclus en worden opgenomen in het jaarverslag. Toezicht APV & Bijzondere wetten Het toezicht op de naleving van de Algemene Plaatselijke Verordening en bijzondere wetten heeft een ander karakter dan het toezicht binnen het omgevingsrecht. Dit toezicht is veelal persoons-, gedrags- en situatiegericht en richt zich vaak op tijdelijke, seizoensgebonden of incidentele activiteiten. Het toezicht vindt zowel planmatig als naar aanleiding van meldingen, klachten en incidenten plaats en vraagt om flexibiliteit in de inzet van capaciteit. Bij APV-toezicht ligt het accent veelal op toezicht tijdens de uitvoering van activiteiten, bijvoorbeeld bij evenementen of andere publieksgerichte activiteiten, waarbij afhankelijk van risico’s en omstandigheden direct kan worden bijgestuurd of ingegrepen. Bij structurele activiteiten, zoals horeca, wordt het naleefgedrag nadrukkelijk betrokken bij de frequentie en intensiteit van het toezicht. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele overtredingen en structureel of herhaald overtredend gedrag. Vanwege de nauwe samenhang met de openbare orde en veiligheid vindt APV-toezicht plaats in afstemming met politie, BOA’s en andere ketenpartners. In voorkomende gevallen kan direct optreden noodzakelijk zijn om risico’s voor de openbare orde, veiligheid of leefbaarheid te beperken. Bij toezicht dat raakt aan de openbare orde en veiligheid wordt gehandeld binnen de geldende rolverdeling tussen college en burgemeester. Bij signalen die kunnen duiden op ondermijnende activiteiten heeft toezicht primair een signalerende functie. Verdere opvolging vindt plaats in afstemming met de daarvoor aangewezen ketenpartners. De inzet en diepgang van het toezicht worden risicogestuurd bepaald, waarbij de prioriteiten uit deze UHS leidend zijn. Gelet op het karakter van toezicht op grond van de APV en bijzondere wetten kan toezicht in deze gevallen sneller overgaan in handhavend optreden, conform de handhavingsstrategie. Handhavingsstrategie De handhavingsstrategie beschrijft het kader waarbinnen de gemeente handhavend optreedt bij overtredingen van wet- en regelgeving binnen het fysieke domein. Handhaving is gericht op het beëindigen van overtredingen, het voorkomen van herhaling en het beschermen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De handhavingsstrategie sluit aan op de risicoanalyse en prioritering zoals beschreven in deze UHS en vormt samen met vergunningverlening en toezicht een samenhangend geheel binnen de uitvoering van de VTH-taken. Algemene uitgangspunten • Proportioneel en zorgvuldig optreden: Bij de inzet van handhavingsinstrumenten wordt een zorgvuldige afweging gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met de aard en ernst van de overtreding, de omstandigheden van het geval en de geldende wettelijke kaders. Handhaving is primair gericht op het herstellen van de rechtmatige situatie en het voorkomen van herhaling. Bij ernstige overtredingen, of indien sprake is van risico’s voor veiligheid, gezondheid of de leefomgeving, wordt direct handhavend opgetreden. • Programmatisch en risicogestuurd handhaven: Handhaving wordt ingezet wanneer overtredingen niet vrijwillig worden beëindigd of wanneer informele interventies niet toereikend zijn. Waar mogelijk wordt voorafgaand aan formele handhaving ingezet op herstelgerichte maatregelen, zoals het geven van aanwijzingen of het bieden van gelegenheid tot herstel. Indien herstel uitblijft of niet mogelijk is, wordt overgegaan tot het formele handhavingstraject. • Geprioriteerd handhaven en beginselplicht: De gemeente past bij overtredingen de beginselplicht tot handhaving toe. Daarbij wordt per overtreding beoordeeld of handhavend optreden noodzakelijk en evenredig is. De prioritering op basis van risico’s ondersteunt deze afweging en maakt het mogelijk om de beschikbare capaciteit doelgericht in te zetten. Het hanteren van prioriteiten betekent niet dat sprake is van gedogen. Indien niet actief handhavend wordt opgetreden, blijft handhaving mogelijk, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten, verzoeken om handhaving of signalen uit toezicht. Overtredingen door de eigen organisatie of andere overheden Indien sprake is van overtredingen door de eigen organisatie of andere overheden, hanteert de gemeente hetzelfde handhavingskader als bij overtredingen door inwoners en bedrijven. Ook in deze gevallen wordt de beginselplicht tot handhaving toegepast en vindt een zorgvuldige en transparante afweging plaats. De gemeente heeft hierbij een voorbeeldfunctie. Dat betekent dat overtredingen door de eigen organisatie of medeoverheden actief worden opgepakt en niet anders worden behandeld dan vergelijkbare overtredingen door derden. Waar nodig wordt handhavend opgetreden. Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Om te komen tot een uniforme en consistente handhavingsaanpak maakt de gemeente gebruik van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO biedt een afwegingskader voor het bepalen van de zwaarte en vorm van handhavend optreden en ondersteunt een eenduidige toepassing van handhavingsinstrumenten. Door het toepassen van de LHSO wordt tevens aansluiting gezocht bij de werkwijze van ketenpartners, zoals de politie en het Openbaar Ministerie. De LHSO is hiermee integraal onderdeel van deze handhavingsstrategie. De LHSO is naast deze UHS ook als beleidsregel vastgesteld door de gemeente. Richtlijn dwangsombedragen en begunstigingstermijnen Bij het toepassen van bestuursrechtelijke sancties beschikt de gemeente over beleidsvrijheid ten aanzien van de hoogte van dwangsommen en de lengte van begunstigingstermijnen. Met het oog op rechtszekerheid, gelijkheid en transparantie hanteert de gemeente een uniforme richtlijn voor dwangsombedragen en begunstigingstermijnen voor veelvoorkomende overtredingen. Deze richtlijn is vastgesteld als bijlage 2 bij deze UHS en wordt toegepast bij de inzet van handhavingsinstrumenten, tenzij de specifieke omstandigheden van het geval aanleiding geven om gemotiveerd af te wijken. Gedoogstrategie Gedogen houdt in dat het bevoegd gezag, ondanks de aanwezigheid van een overtreding en de bevoegdheid om handhavend op te treden, besluit om tijdelijk of onder voorwaarden niet handhavend op te treden. Uitgangspunt: handhaven, tenzij Het uitgangspunt van de gemeente is dat overtredingen worden gehandhaafd. Gedogen is een uitzondering op dit uitgangspunt en wordt terughoudend toegepast. Het doel van de gedoogstrategie is om te voorkomen dat gedogen een structureel of onbedoeld karakter krijgt. Gedogen kan uitsluitend aan de orde zijn in uitzonderlijke situaties. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer: •handhavend optreden leidt tot onevenredige gevolgen in verhouding tot het te beschermen belang; •sprake is van een tijdelijke of overgangssituatie; •sprake is van overmacht; •nieuwe wet- of regelgeving op korte termijn in werking treedt; •het te beschermen belang aantoonbaar beter wordt gediend door tijdelijk niet handhavend op te treden. In alle gevallen wordt beoordeeld of het belang van gedogen zwaarder weegt dan het belang van handhaving, met inachtneming van andere betrokken belangen. Indien wordt besloten tot gedogen, wordt dit besluit gemotiveerd vastgelegd. Gedogen vindt plaats onder duidelijke en concrete voorwaarden en is tijdelijk van aard. Waar nodig wordt het besluit vastgelegd in een gedoogbeschikking, waarin onder meer de duur van het gedogen, de voorwaarden en de wijze van toezicht en evaluatie zijn opgenomen. Het gedogen wordt actief gemonitord en beëindigd zodra de omstandigheden die aanleiding gaven tot het gedogen niet langer aanwezig zijn. Het toepassen van gedogen staat los van de prioritering binnen toezicht en handhaving. Het niet actief handhaven vanwege prioritering of capaciteitskeuzes wordt niet aangemerkt als gedogen. In die gevallen blijft handhavend optreden mogelijk, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten, verzoeken om handhaving of nieuwe signalen. Niet-handhaven in uitzonderlijke situaties In sommige situaties kan het voorkomen dat de gemeente niet handhavend kan optreden, terwijl wel sprake is van een overtreding. Dit kan het geval zijn wanneer handhavend optreden juridisch niet mogelijk is, bijvoorbeeld door het ontbreken van een handhavingsbevoegdheid, door lopende procedures of door het ontbreken van een toereikende wettelijke grondslag. Dit niet-handhaven wordt nadrukkelijk onderscheiden van gedogen en laat de beginselplicht tot handhaving onverlet. Gedoogplichten Gedoogplichten, zoals bedoeld in de Omgevingswet, betreffen situaties waarin een rechthebbende verplicht is bepaalde rechtmatige activiteiten tijdelijk te dulden. Gedoogplichten maken geen onderdeel uit van de handhavingsstrategie en worden niet aangemerkt als gedogen in de zin van deze UHS. 5. Borging van de uitvoering Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeente de uitvoering van de VTH-taken borgt. Daarbij wordt ingegaan op de organisatie, de inzet van middelen, de samenwerking met partners en de wijze waarop monitoring en evaluatie plaatsvinden. Hiermee wordt invulling gegeven aan een sluitende beleidscyclus, zoals bedoeld in het Omgevingsbesluit. De uitvoering van deze UHS vindt plaats via jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en wordt verantwoord in jaarverslagen. Deze cyclus maakt het mogelijk om doelgericht te sturen, tijdig bij te sturen en transparant verantwoording af te leggen. Organisatie en middelen Financiële middelen Voor de uitvoering van de VTH-taken op grond van het omgevingsrecht, de APV en bijzondere wetten zijn financiële middelen beschikbaar. Deze middelen zijn geborgd in de gemeentelijke programmabegroting in hoofdstuk 1 Veiligheid en hoofdstuk 8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing. Onder financiële middelen vallen ook de financiering van de samenwerkingsverbanden en de legesinkomsten vanuit bouwleges. Ook dit is opgenomen in programma 8 van de begroting. Binnen de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s wordt inzichtelijk gemaakt hoe deze middelen worden ingezet in relatie tot de vastgestelde prioriteiten en werkzaamheden. Personele middelen Ook is inzichtelijk gemaakt wat de benodigde capaciteit is voor de uitvoering van de VTH-taken. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd en opgenomen in het Uitvoeringsprogramma. Het blijkt dat de huidige capaciteit een knelpunt vormt voor de uitvoering van de VTH-taken. Daarnaast stelt het Omgevingsbesluit eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Deze eisen zijn uitgewerkt in de landelijke kwaliteitscriteria (3.1), bestaande uit procescriteria en eisen aan de kritieke massa. De procescriteria borgen een samenhangende beleids- en uitvoeringscyclus. Daarnaast worden eisen gesteld aan de kritieke massa (vakmanschap, kennis, ervaring en inzetbaarheid van medewerkers). Deze eisen zijn uitgewerkt per deskundigheidsgebied en vormen het uitgangspunt voor de inrichting en inzet van de VTH-organisatie. De gemeente toetst periodiek of de uitvoering voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria en borgt de benodigde stappen om te (blijven) voldoen aan de kwaliteitscriteria. Kwaliteitsverordening De gemeente beschikt over een verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht), waarin is vastgelegd hoe de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken wordt geborgd. De verordening heeft betrekking op zowel de basistaken als de thuistaken. Voor de basistaken is het vaststellen van deze verordening wettelijk verplicht; voor de thuistaken committeert de gemeente zich eveneens aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze kwaliteitscriteria hebben betrekking op proces, inhoud en kritieke massa. In de verordening is vastgelegd: •aan welke kwaliteitscriteria voor de uitvoering van de basis- en thuistaken wordt voldaan; •hoe toezicht wordt gehouden op de naleving van deze criteria; •en op welke wijze afwijkingen worden gemotiveerd, verantwoord en waar nodig bijgestuurd. Daarmee vormt de kwaliteitsverordening een belangrijk kader voor de verantwoording richting het IBT en over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Scheiding van functies Om de objectiviteit van de uitvoering te waarborgen en te voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur, hanteert de gemeente een duidelijke functiescheiding binnen de VTH-keten. Dit betekent onder meer dat: •de behandelaar van een vergunningaanvraag geen toezicht houdt op de uitvoering daarvan; •toezichthouders geen sanctiebesluiten nemen. Samenwerking en kennisdeling tussen de verschillende rollen wordt wel actief gestimuleerd om de kwaliteit van de uitvoering te versterken. Afstemming interne en externe partners De uitvoering van VTH-taken vindt plaats in samenwerking met interne afdelingen en externe ketenpartners. Deze samenwerking is van belang voor een consistente uitvoering, een eenduidige werkwijze en een effectieve aanpak van complexe vraagstukken. Voor deze samenwerking zijn werkprocessen en werkafspraken vastgelegd. Afstemming en adviesmomenten maken hier integraal onderdeel van uit. Waar multidisciplinaire controles niet mogelijk zijn, wordt gebruikgemaakt van signaaltoezicht. De onderdelen van deze UHS die betrekking hebben op strafrechtelijke handhaving zijn afgestemd met de politie en het Openbaar Ministerie. Een overzicht van de belangrijkste externe ketenpartners en de wijze van samenwerking is opgenomen in hoofdstuk 6. Bereikbaarheid Conform artikel 13.9, tweede lid, onder d, van het Omgevingsbesluit is de gemeente ook buiten reguliere kantooruren bereikbaar voor het melden en afhandelen van acute situaties en incidenten. Hiervoor zijn piketregelingen ingericht, onder meer voor: 1.Milieucalamiteiten: de provincie Drenthe heeft hiervoor een noodnummer beschikbaar, namelijk 0592-365303. 2.Openbare ruimte: meldingen met betrekking tot de openbare ruimte kunnen 24/7 gedaan worden via het meldingsformulier op de website. Bij spoedeisende calamiteiten is zowel binnen- als buiten kantooruren een telefoonnummer beschikbaar (binnen kantooruren: 0521-349-349, buiten kantooruren: 06-55763037). 3.Bouwen: als een lopend bouwproject buiten kantooruren voor een acute gevaarlijke situatie in de openbare ruimte zorgt is het piket nummer beschikbaar via 06-55763037. 4.Bij acute misdrijven of levensgevaar is uiteraard 112 bereikbaar. Monitoring en evaluatie Uitvoeringsprogramma Jaarlijks wordt deze UHS uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma bevat onder meer: •de werkvoorraad; •prioriteiten en doelen; •concrete activiteiten en werkwijzen; •de inzet van personele en financiële middelen. Het uitvoeringsprogramma fungeert als operationeel actieplan en wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad en toegezonden aan de provincie in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Jaarlijkse evaluatie Jaarlijks wordt in het jaarverslag gerapporteerd over de uitvoering van het uitvoeringsprogramma en de voortgang op de doelen uit deze UHS. Op basis daarvan wordt de UHS jaarlijks geëvalueerd. Daarbij wordt in ieder geval beoordeeld: •of de voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd; •in hoeverre de uitvoering heeft bijgedragen aan de beleidsdoelen uit het UHS; •of ontwikkelingen in de omgeving, signalen uit toezicht en handhaving of beschikbare capaciteit aanleiding geven tot bijstelling in het UHS. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, wordt de UHS geactualiseerd. Op deze wijze blijft de UHS actueel en sluit deze aan op de uitvoeringspraktijk en de belangrijkste ontwikkelingen. Evaluatie van de uitvoerings- en handhavingsstrategie Naast de jaarlijkse evaluatie wordt de UHS na afloop van de beleidsperiode integraal herijkt. Deze herijking vormt de basis voor het opstellen van een nieuwe of geactualiseerde UHS en kan aanleiding geven tot aanpassing van de risicoanalyse, prioriteiten en doelstellingen. 6. Samenwerking met ketenpartners De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats in samenwerking met diverse externe ketenpartners. Deze samenwerking is noodzakelijk voor een zorgvuldige, integrale en effectieve uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de belangrijkste externe ketenpartners waarmee de gemeente samenwerkt en de wijze waarop deze samenwerking is ingericht. De samenwerking ziet onder meer op advisering, toezicht, uitvoering en afstemming binnen de verschillende onderdelen van het VTH-domein. In de onderstaande tabel is per ketenpartner beschreven wat het doel van de samenwerking is en op welke wijze deze is vormgegeven. Externe partners Doel samenwerking Hoe Veiligheidsregio Drenthe De veiligheidsregio werkt aan de publieke veiligheid en gezondheid. Zij bestaat uit de Brandweer, GGD, GHOR, Ambulancezorg en Veilig Thuis. De veiligheidsregio adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen, ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik en gezondheid. Ook voert de veiligheidsregio op deze gebieden toezicht uit. Daarnaast ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel. De samenwerking met de Veiligheidsregio Drenthe vindt momenteel grotendeels plaats op basis van informele werkafspraken en directe afstemming. In de praktijk verloopt deze samenwerking goed, maar niet alle afspraken zijn formeel vastgelegd. In de komende beleidsperiode wordt gewerkt aan het verder formaliseren en actualiseren van deze samenwerkingsafspraken. Omgevingsdienst Drenthe De omgevingsdienst voert de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit namens de gemeente. Zo adviseert de omgevingsdienst de gemeente bij vergunningverlening en meldingen op het gebied van milieuaspecten. Ook voert zij toezicht uit op de milieuaspecten. Ook voert zij de taken met betrekking tot sloopmeldingen (controle en toezicht) uit. Tot slot ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel. De gemeente en de omgevingsdienst hebben een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Hier is eveneens een mandaatbesluit voor genomen. De contactpersoon vanuit de gemeente heeft nauw contact met diverse contacten binnen de omgevingsdienst en zorgt voor afstemming van de belangen en wensen. Politie en Openbaar Ministerie Afstemming over strafrechtelijke handhaving. Zie Handhavingsarrangement en LHSO. Welstand en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) Deze commissie is belast met het beoordelen van initiatieven, bouwplannen en aanvragen die gaan over Rijksmonumenten en welstandsaspecten. Deze commissie (en haar leden) wordt benoemd door de gemeenteraad via een verordening Gemeentelijke adviescommissie. Tweewekelijks komt de commissie in een openbare vergadering bijeen en behandelt zij de zaken. De commissie behandelt alle relevante aanvragen voor een omgevingsvergunning en ruimtelijke plannen. De commissie geeft haar oordeel in een advies aan het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist dan of een omgevingsvergunning wordt afgegeven of niet. Provincie Drenthe Bij een aantal ruimtelijke afwegingen wordt afgestemd met/advies ingewonnen bij de Provincie. Voor de complexe initiatieven vindt omgevingsoverleg plaats met de ketenpartners, waaronder de Provincie. Hiernaast ziet de provincie toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. Over de afstemming met de provincie zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Deze afspraken staan o.a. in het provincie-brede Samenwerkingsprogramma. Dit programma komt tot stand in overleg met de leden van het ambtelijk Provinciaal Milieuoverleg (PMO) en de onderliggende werkgroepen. De vergunningverlener/behandelaar is afhankelijk van de externe en interne samenwerking. Voor de integrale afweging worden specialisten gevraagd om hun advies over de aanvraag te geven. Dat kunnen interne of externe specialisten zijn (veiligheidsregio, waterschappen of provincie). Waterschap Drents Overijsselse Delta Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit Hoofdstuk 4) stemmen wij af met het waterschap Drents Overijsselse Delta. Daarnaast ondersteunt het waterschap de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en omgevingstafel. Bij activiteiten in of nabijheid van het watersysteem en keringen (beschermingszones) en bij onttrekkingen van grondwater verleent het waterschap zelfstandig de omgevingsvergunning water. Hier geeft de gemeente advies. Met het waterschap zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Eventuele adviezen vragen wij rechtstreeks op. Het waterschap heeft een accountmanager in dienst die verantwoordelijk is voor het contact met de gemeente. Incidentele ketenpartners (o.a. Rijksoverheid) Op ad hoc-basis hebben we contact met incidentele ketenpartners aangaande specialistische kennis of specifieke vergunningaanvragen. Hierbij maken wij specifieke werkafspraken op basis van het betreffende project. Dit vindt onder andere zijn uiting in het samenwerkingsconvenant met de gemeente Meppel voor de inzet van de Boa’s. Tabel 3: samenwerking ketenpartners Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Westerveld, Datum: 30 juni 2026 Burgemeester en wethouders F.F. Veldman Secretaris J. Spoelstra Burgemeester Bijlage 1 | Risicoanalyse en prioritering Bijlage 2 | Richtlijn dwangsombedragen en begunstigingstermijnen Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen | Informatiepunt Leefomgeving De onderstaande tabel vermeldt de meest voorkomende overtredingen, de indicatieve dwangsomhoogten en de daaraan verbonden indicatieve herstel- c.q. begunstigingstermijn. Deze bedragen en termijnen moeten worden gezien als leidraad. De in de dwangsombeschikking gekozen hoogte van de dwangsom moet steeds voldoende onderbouwd zijn. In de beschikking kan dan in het algemeen worden volstaan met een verwijzing naar deze beleidsregel. Echter, in specifieke situaties is maatwerk noodzakelijk. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan (naar boven of beneden) worden afgeweken van de hoogte van de dwangsom, begunstigingstermijn en/of het maximumbedrag in de tabellen in de bijlage. In deze bijzondere gevallen moet in de beschikking de afwijking goed worden gemotiveerd. Voor overtredingen die niet in de tabel zijn opgenomen, wordt aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval bekeken wat redelijke dwangsomhoogten en termijnen zijn. Onderstaande tabel is niet limitatief. Taakveld Overtreding Sanctie Richtlijn hoogte Richtlijn begunstigings- termijn Ruimtelijke inrichting en bouw [i] Bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning Dwangsom Licht: € 5.000 Min. 6 weken Dwangsom Middel: € 10.000 Min. 6 weken Dwangsom Zwaar: € 50.000 Min. 6 weken Verandering aan, op, in of bij een monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning Dwangsom Licht: € 10.000 12 weken Dwangsom Middel: € 20.000 12 weken Dwangsom Zwaar: € 50.000 12 weken Bouw-/sloop-/aanlegstop Dwangsom € 25.000 Per direct Bouw-/sloop-/ aanlegstop waarbij een monument of beschermd stadsgezicht wordt aangetast Dwangsom € 50.000 Per direct Illegaal terras Dwangsom € 5.000 1 week Illegale standplaats Dwangsom € 10.000 1 week Reclamebord en uitstallingen Dwangsom € 5.000 1 week Gebruik gemeentegrond Dwangsom € 10.000 6 weken Welstandsexces Dwangsom € 15.000 12 weken Inrit/uitrit Dwangsom € 2.500 6 weken Maatwerkvoorschrift Dwangsom € 10.000 situationeel Strijdig gebruik Gebruik in strijd met het omgevingsplan voor bewoning van (bij)gebouwen (niet zijnde kamerverhuur) Dwangsom € 25.000 12 weken Gebruik in strijd met het omgevingsplan voor kamerverhuur Dwangsom € 50.000 12 weken Illegaal huisvesten van arbeidsmigranten Dwangsom € 75.000 4 weken Overig illegaal gebruik Dwangsom € 15.000 Min. 6 weken Slopen Slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning of een melding zonder asbest Dwangsom € 5.000 1 week Slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning of een melding met asbest Dwangsom € 10.000 1 week Aanleggen Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning categorie laag, zoals kabels en leidingen, ophogen etc. Dwangsom € 5.000 4 weken Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning categorie gemiddeld, zoals bodem verlagen, gronden afgraven etc. Dwangsom € 10.000 4 weken Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning categorie hoog, zoals watergangen, oppervlakteverhardingen van wegen, binnen een beschermd stadsgezicht of monument etc. Dwangsom € 20.000 4 weken Besluit bouwwerken leefomgeving Bouwen in strijd met het Besluit bouwwerken leefomgeving, eisen t.a.v. veiligheid en gezondheid Dwangsom € 15.000 Min. 6 weken Bouwen in strijd met het Besluit bouwwerken leefomgeving, eisen t.a.v. bruikbaarheid, energiezuinigheid en duurzaamheid Dwangsom € 5.000 Min. 6 weken maatwerkvoorschrift Dwangsom € 20.000 situationeel Brandveiligheid Geen (actuele) gebruiksmelding Dwangsom € 10.000 6 weken Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen [ii] Dwangsom Licht: € 1.500 per overtreding 4 weken Dwangsom Middel: € 2.500 per overtreding 4 weken Dwangsom Zwaar: € 20.000 - € 50.000 12 weken De brandmeldinstallatie (BMI)/ontruimingsalarminstallatie (OAI) en/of een op basis van gelijkwaardigheid vereiste andere installatie (zoals sprinkler of RWA) ontbreekt of is wel aanwezig maar functioneert niet Dwangsom € 25.000 12 weken De brandmeldinstallatie (BMI)/ontruimingsalarminstallatie (OAI) en/of een op basis van gelijkwaardigheid vereiste andere installatie (zoals sprinkler of RWA) is aanwezig en functioneert, maar beschikt niet over een gelding CCV-certificaat Dwangsom € 10.000 12 weken maatwerkvoorschrift Dwangsom € 20.000 situationeel Geluid en trillingen Overschrijding geluidsniveau (incidenteel) Dwangsom € 2.500 1 week Overschrijding geluidsniveau (structureel) Dwangsom € 5.000 1 week Overlast, in werking buiten vergunde uren Dwangsom € 10.000 1 dag Niet meten Dwangsom € 2.500 4 weken Voorzieningen niet aangebracht Dwangsom € 15.000 4 tot 12 weken Voorschriften m.b.t. gedrag niet naleven Dwangsom € 10.000 1 dag Niet voldoen aan voorschriften m.b.t. trilling Dwangsom € 15.000 4 tot 12 weken Maatwerkvoorschrift Dwangsom € 20.000 situationeel
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2026 – 2029 Gemeente Westerveld"

Mededelingen
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2026 – 2029 Gemeente Westerveld

Bestemmingsplan
Wijzigingsbesluit Waterschapsverordening Wetterskip Fryslân 2026-2

Mededelingen
Besluit beweidingsverbod Wetterskip Fryslân voor regionale keringen augustus 2026

Water
Aanvraag omgevingsvergunning wateractiviteit WF-1019224 onttrekken van oppervlaktewater voor het beregenen van aardappelen uit watergangen ten noordoosten van Ravenswoud

Mededelingen
Onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater ten aanzien van het wateraanvoergebied Ankersmit

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit toezichthouders FUMO 2026 voor de Provincie Fryslân

Mededelingen
Aanwijzingsbesluit toezichthouders FUMO voor de gemeentelijke deelnemers 2023

Evenementen
Kennisgeving besluit op aanvraag Evenementenvergunning, Bosberg nabij nr. 3 te Appelscha

APV
Kennisgeving besluit op aanvraag APV-vergunning, Appelscha, Ravenswoud

Omgeving
Kennisgeving ontvangst aanvraag Omgevingsvergunning, Gruun 1, 8426NA Appelscha

Evenementen
Kennisgeving ontvangst aanvraag Evenementenvergunning, Bosberg nabij nr. 3 te Appelscha

Omgeving
Kennisgeving ontvangst aanvraag Omgevingsvergunning, Terwisscha 6A, 8426SJ Appelscha

