Uitvoeringsregeling belonen Veiligheidsregio Zeeland
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-07-27
Gepubliceerd door
RegionaalSamenwerkingsorgaan Veiligheidsregio Zeeland
Informatie
Uitvoeringsregeling belonen Veiligheidsregio Zeeland Het Dagelijks Bestuur van Veiligheidsregio Zeeland besluit: -gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet; [De grondslag bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: gelet op artikel 14 van de Ambtenarenwet;] -gelet op artikel 160 van de Gemeentewet; -gelet op hoofdstuk 3 van de CAR (-UWO) Veiligheidsregio’s; -na overeenstemming in de commissie voor Georganiseerd Overleg; tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de arbeidsvoorwaardenregeling van de Veiligheidsregio Zeeland Uitvoeringsregeling belonen Veiligheidsregio Zeeland Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Functie De functie zoals bedoeld in artikel 1:1, onder b van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Functieschaal De functieschaal zoals bedoeld in artikel 1:1, onder ss van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Maximumsalaris Het hoogste bedrag van de salarisschaal behorend bij een betreffende functie. Medewerker De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, onder a van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Periodiek De periodiek als bedoeld in artikel 1:1, onder tt van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Personeelsbeoordeling De eindbeoordeling voortvloeiende uit de jaarlijkse gesprekscyclus van POP-, functionerings- en beoordelingsgesprekken. Salaris Het salaris als bedoeld in artikel 1:1 onder qq van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Salarisschaal De schaal als bedoeld in artikel 1:1, onder uu van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Sararistoelagen De toelagen als bedoeld in artikel 1:1, onder rr van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Uitloopschaal (optioneel) De uitloopschaal is de salarisschaal die één schaal hoger dan de functieschaal, zoals bedoeld in artikel 1:1 onder ss van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s, ligt. Volledige betrekking De betrekking als bedoeld in artikel 1:1, onder mm van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Artikel 2 Functies en functiewaardering In aanvulling op het bepaalde in artikel 3:1 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s wordt binnen onze organisatie het functiewaarderingssysteem HR21 gebruikt. Nadere regels over de toepassing van het systeem zijn opgenomen in de procedureregeling HR21. Artikel 3 Recht op salaris Gelet op het gestelde in artikel 3:2 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s gelden de volgende aanvullende bepalingen. Lid 1 Een medewerker heeft recht op salaris vanaf de dag waarop het dienstverband (aanstelling of arbeidsovereenkomst) van de medewerker ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit of de arbeidsovereenkomst geen ingangsdatum is opgenomen, vangt het recht op salaris aan op de dag waarop de medewerker feitelijk werkzaamheden is gaan vervullen. Lid 2 Het salaris wordt gebaseerd op de gemiddelde arbeidsduur per week en uitbetaald per maand. Lid 3 Wanneer het salaris of een salaristoelage moet worden berekend over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag naar evenredigheid vastgesteld. Lid 4 Het recht op salaris eindigt in geval van ontslag met ingang van de dag waarop het einde van het dienstverband in gaat. Artikel 4 Vaststelling salaris In aanvulling op het gestelde in artikel 3:3 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt een aanloopschaal voor de medewerker die nog niet voldoet aan de in zijn functiebeschrijving opgenomen functie-eisen. Artikel 5 Bevordering tot de functieschaal In aanvulling op het gestelde in artikel 3:3 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt ten aanzien van bevordering tot de functieschaal het volgende: Lid 1 Bevordering tot de functieschaal vindt plaats als de ambtenaar volledig: a.alle bestanddelen van de functie vervult en b.voldoet aan de eisen ten aanzien van opleiding, ervaring, kennis en vaardigheden die aan de functievervulling worden gesteld. Lid 2 Aangenomen wordt dat de functie volledig wordt vervuld na een minimale diensttijd van 1 jaar. Met de ambtenaar worden afspraken gemaakt over de termijn en te ondernemen activiteiten. Lid 3 Aan de hand van een personeelsbeoordeling is verlenging of verkorting van de in lid 2 bedoelde termijn mogelijk. Artikel 6 Bevordering tot de uitloopschaal Lid 1 Bevordering tot de uitloopschaal vindt plaats als de medewerker: a.5 jaren het maximumsalaris van de functieschaal heeft genoten en gedurende deze tijd; b.zijn functie volledig heeft vervuld en; a.c. voor wat betreft de functievervulling in opvallende mate is uitgegaan boven de hieraan gestelde eisen. Lid 2 Geen uitloopschaal is verbonden aan de functies ingedeeld in de schalen boven 11a. Lid 3 Aan de hand van een personeelsbeoordeling is verlenging of verkorting van de in lid 1 bedoelde termijn mogelijk. Artikel 7 Salarisverhoging In aanvulling op het gestelde in artikel 3:4 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt ten aanzien van het toekennen van een salarisverhoging het volgende: Lid 1 Een mogelijke salarisverhoging wordt voor de eerste maal met ingang van 1 januari na de datum van indiensttreding toegekend. Lid 2 Een verhindering wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s is niet van invloed op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen. Lid 3 Aan de medewerker, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris van de voor hem geldende schaal worden toegekend op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en inzet of andere door de werkgever van voldoende belang geachte omstandigheden. Lid 4 Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge lid 1 een salarisverhoging zou moeten worden toegekend onverlet, tenzij door de werkgever anders wordt bepaald. Lid 5 Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid of inzet van de medewerker kunnen salarisverhogingen als bedoeld in lid 1 achterwege worden gelaten. Lid 6 Zolang ten aanzien van de medewerker het vorige lid toepassing vindt, wordt jaarlijks bekeken deze toepassing voort te zetten. Nadien kan bepaald worden, dat de salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend. Lid 7 Het functioneren dat ten grondslag ligt aan de hiervoor genoemde periodieke salarisverhoging(-en) wordt bepaald aan de hand van een recente personeelsbeoordeling. Artikel 8 Inpassing in hogere schaal In aanvulling op het gestelde in artikel 3:6 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt ten aanzien van de inpassing in een hogere schaal het volgende: Lid 1 Wanneer voor de medewerker een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op een bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris, dat de medewerker in de oude schaal zou hebben genoten en indien mogelijk vermeerderd met één periodiek. Lid 2 Indien de medewerker in de te verlaten schaal nog periodieken kan maken en de datum van bevordering naar de naast hoger gelegen salarisschaal samenvalt met de datum waarop de periodieke verhoging plaatsvindt, wordt eerst een periodieke verhoging toegekend in de te verlaten salarisschaal. Vervolgens vindt salariëring in de naast hoger gelegen salarisschaal plaats overeenkomstig het eerste lid. Artikel 9 Functioneringstoelage In aanvulling op het gestelde in artikel 3:8 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt ten aanzien van het toekennen van een functioneringstoelage het volgende: Lid 1 Aan de medewerker kan alleen een functioneringstoelage worden toegekend indien deze meerdere jaren direct aansluitend zeer goed of uitstekend functioneert. Een dergelijke toekenning vindt plaats op basis van een personeelsbeoordeling. Lid 2 De hoogte van de functioneringstoelage bedraagt maximaal 10% van het voor de medewerker geldende salaris met dien verstande dat de som van dat salaris en de toelage het hoogste bedrag van de naast hogere gelegen salarisschaal niet overschrijdt. Lid 3 Het recht op de functioneringstoelage eindigt van rechtswege, indien de - schriftelijk vastgelegde - gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij de werkgever van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven. Artikel 10 Arbeidsmarkttoelage In aanvulling op het gestelde in artikel 3:9 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt ten aanzien van het toekennen van een arbeidsmarkttoelage het volgende: Lid 1 De hoogte van de arbeidsmarkttoelage bedraagt maximaal 10% van het voor de medewerker geldende salaris met dien verstande dat de som van dat salaris en de toelage het hoogste bedrag van de naast hoger gelegen salarisschaal niet overschrijdt. Lid 2 Wanneer de situatie van de arbeidsmarkt waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid worden toegekend. Lid 3 Het recht op de arbeidsmarkttoelage eindigt van rechtswege indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij de werkgever van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven. Artikel 11 Waarnemingstoelage In aanvulling op het gestelde in artikel 3:10 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt ten aanzien van het toekennen van een waarnemingstoelage het volgende: Voor het bepalen van de hoogte van de waarnemingstoelage geldt de inpassingsregels conform het bepaalde van artikel 8 van deze regeling. Artikel 12 Garantietoelage In aanvulling op het gestelde in artikel 3:15 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s geldt ten aanzien van het toekennen van een garantietoelage het volgende: Lid 1 De medewerker die een garantietoelage ontvangt, zoals bedoeld in artikel 3:15 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s, blijft deze toelage ontvangen, zolang de grond hiervoor aanwezig is. Lid 2 De toegekende garantietoelagen worden aangepast aan algemene trendmatige salarisaanpassingen zoals deze worden voorgesteld voor het personeel. Lid 3 Bij bevordering naar een hogere salarisschaal wordt het bedrag van de garantietoelage geïncorporeerd in het toe te kennen salarisbedrag en vervalt gelijktijdig de garantietoelage. Artikel 13 Individuele gratificatie In aanvulling op het gestelde in artikel 3:20 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s gelden de volgende bepalingen: Lid 1 Indien een medewerker een uitstekende kortdurende of eenmalige prestatie heeft geleverd, kan de werkgever een gratificatie toekennen. Lid 2 De gratificatie wordt bruto uitgekeerd. De hoogte hangt af van de geleverde prestatie en de mate en/of tijdsduur waarin deze prestatie geleverd is. Bij de toekenning kan worden bepaald dat een medewerker die in deeltijd werkt de gratificatie naar evenredigheid van de omvang van de dienstbetrekking ontvangt. Lid 3 Voor de toekenning van een eenmalige gratificatie zijn de volgende bedragen vastgesteld: € 250,- / € 500,- / € 750,- netto per medewerker/team. -De leidinggevende motiveert een eventuele extra beloning in het Leidinggevendeoverleg (LGO). -Bij een positieve reactie van het LGO legt de leidinggevende een onderbouwd voorstel (inclusief conceptbrief) voor aan een tijdelijke commissie, bestaande uit 3 leidinggevenden en een adviseur HRM. -De commissie beoordeelt of de voorgestelde beloning past bij de geleverde bijzondere prestatie dan wel het uitstekend functioneren van betreffende medewerker of betreffend team. -Na positieve besluitvorming doet de commissie een voorstel aan de directeur. Het voorstel betreft de hoogte en de motivering van de gratificatie. -Wanneer het een voorstel tot het toekennen van een gratificatie aan teamleider en/of clustercommandant betreft, zullen MT-leden (m.u.v. de directeur) hiertoe de commissie vormen. -Voorstellen voor een gratificatie van een Mt-lid legt de directeur met advies van de businesscontroller voor aan de voorzitter VRZ. -Nadat de directeur het voorstel en de conceptbrief heeft geaccordeerd zal de salarisadministratie overgaan tot betaling. -Uit oogpunt van transparantie en effectiviteit is het uitgangspunt dat over alle gratificaties wordt gecommuniceerd (nieuwsbrief HRM). Artikel 15 Groepsgratificatie In aanvulling op het gestelde in artikel 3:20 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s gelden de volgende bepalingen. Lid 1 Indien een groep medewerkers als collectief een uitstekende kortdurende of eenmalige prestatie heeft geleverd, kan de werkgever een gratificatie toekennen. Lid 2 De groepsgratificatie wordt bruto uitgekeerd. De hoogte hangt af van de geleverde prestatie en de mate en/of tijdsduur waarin deze prestatie geleverd is. Bij de toekenning kan worden bepaald dat een medewerker die in deeltijd werkt de gratificatie naar evenredigheid van de omvang van de dienstbetrekking ontvangt. Lid 3 Voor de toekenning van een eenmalige gratificatie zijn de volgende bedragen vastgesteld: € 250,- / € 500,- / € 750,- netto per medewerker/team. -De leidinggevende motiveert een eventuele extra beloning in het Leidinggevendeoverleg (LGO). -Bij een positieve reactie van het LGO legt de leidinggevende een onderbouwd voorstel (inclusief conceptbrief) voor aan een tijdelijke commissie, bestaande uit 3 leidinggevenden en een adviseur HRM. -De commissie beoordeelt of de voorgestelde beloning past bij de geleverde bijzondere prestatie dan wel het uitstekend functioneren van betreffende medewerker of betreffend team. -Na positieve besluitvorming doet de commissie een voorstel aan de directeur. Het voorstel betreft de hoogte en de motivering van de gratificatie. -Wanneer het een voorstel tot het toekennen van een gratificatie aan teamleider en/of clustercommandant betreft, zullen MT-leden (m.u.v. de directeur) hiertoe de commissie vormen. -Voorstellen voor een gratificatie van een Mt-lid legt de directeur met advies van de businesscontroller voor aan de voorzitter VRZ. -Nadat de directeur het voorstel en de conceptbrief heeft geaccordeerd zal de salarisadministratie overgaan tot betaling. -Uit oogpunt van transparantie en effectiviteit is het uitgangspunt dat over alle gratificaties wordt gecommuniceerd (nieuwsbrief HRM). Artikel 16 Toelage bereikbaar- en beschikbaarheidsdienst Crisispiket Lid 1 Aan de medewerker die is aangewezen op grond van art. 15:1:11 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s en op wie de verplichting rust zich op grond van art. 2:1B lid 2 onder c. van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s buiten de voor zijn functie vastgestelde werktijden bereikbaar en beschikbaar te houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend volgens art. 20:1:3 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Lid 2 De toelage als genoemd in het eerste lid wordt volgens de Regeling berekening pikettoelage berekend over het maximum van salarisschaal 9. Lid 3 Indien de maandelijkse toelage als bedoeld in het tweede lid naar het oordeel van de werkgever niet kan worden verrekend middels een maandelijkse vaste toelage, wordt een toelage toegekend op declaratiebasis die maandelijks achteraf wordt verrekend. Artikel 17 Overwerk De vergoeding voor overwerk dat voortvloeit uit de op grond van art. 15:1:11 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s opgelegde verplichting, bedraagt: Lid 1 150 % van het uurloon voor elk uur waarop de medewerker is betrokken bij een daadwerkelijke inzet buiten de voor hem geldende werktijd. Lid 2 Voor de functies HOVD, AGS, WVD, ACGZ, IM-ROT en voorlichter crisiscommunicatie (of gelijkwaardig) wordt de inzet vergoeding berekend over het uurloon behorende bij het maximum van schaal 11. Lid 3 Voor de functies OVDB,OVDG,HIN, HON, IM COPI (of gelijkwaardig) wordt de inzet vergoeding berekend over het uurloon behorende bij het maximum van schaal 9. Lid 4 Voor de functies SABZ, SAGZ en Regionaal Operationeel leider (of gelijkwaardig) bestaat de vergoeding uit tijd voor tijd zonder toeslag. Lid 5 De medewerker op wie niet de verplichting rust om zich buiten de voor hem geldende werktijden ter beschikking te houden voor de dienst heeft recht op een vergoeding over het uurloon behorende bij het maximum van schaal 6. Lid 6 De medewerker die is aangewezen in de vastgestelde repressieve dagbezetting: bij repressieve inzet die op werkdagen aanvangt tussen 8:00 uur en 17:00 uur worden de uren vanaf 17:00 uur uitbetaald volgens het salaris van de medewerker. Deze medewerkers hebben de keuzemogelijkheid om het te laten uitbetalen als vrijwilliger van de brandweer (uitruktarief) of op een vergoeding volgens artikel 3:18 CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s lid 4. Artikel 18 Doorbetaling salaris en salaristoelagen bij ziekte Lid 1 De hoogte van de doorbetaling salaris en salaristoelagen van een zieke medewerker wordt bepaald op grond van de artikelen 7:3 en 7:4 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. Lid 2 Het bedrag als bedoeld in artikel 7:3 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s wordt vastgesteld door het salaris te vermeerderen met het bedrag aan salaristoelagen dat de medewerker gemiddeld over een periode van 1 jaar voorafgaande aan de eerste ziektedag heeft aan toelage onregelmatige dienst, de bereikbaar- en beschikbaarheidstoelage, en de structurele persoonlijke toelage. Voor zover de medewerker op de eerste ziektedag minder dan 1 jaar zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand of week is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest. Lid 3 Het in artikel 7:8:1 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s genoemde referte tijdvak voor de vaststelling van de gemiddelde hoogte van de toelage onregelmatige dienst, de overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning, ten behoeve van de vaststelling van het bedrag zoals bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s bedraagt één jaar. Artikel 19 Module coördinatie tot 1 januari 2016 Lid 1 Aan de toekenning van de module coördinatie aan de ambtenaar tot 1 januari 2016 is de volgende toelage verbonden. Lid 2 De hoogte van de toelage wordt bepaald op basis van een percentage van het bruto maandsalaris dat de ambtenaar ontvangt. De volgende tabel dient te worden gevolgd: 1 t/m 3 fte 4% 4 t/m 12 fte 6% 13 en meer fte 8% Lid 3 De toelage wordt toegekend tot een bedrag dat het maximumsalaris van de naast hoger gelegen schaal niet overschrijdt. Lid 4 Aan de ambtenaar die is aangesteld in een functie die gewaardeerd is in schaal 11 of hoger, wordt geen toelage toegekend, omdat de zwaarte van de taakcomponenten van de module coördinatie niet boven de reguliere taakcomponenten uitstijgen. Lid 5 Indien de toekenning buiten toedoen van de ambtenaar eindigt, behoudt de ambtenaar de toelage gedurende een maand voor elk jaar dat de toekenning heeft geduurd tot een maximum van 3 maanden. Artikel 20 Module coördinatie vanaf 1 januari 2016 Lid 1 Aan de toekenning van de module coördinatie aan de ambtenaar vanaf 1 januari 2016 is de volgende toelage verbonden. Lid 2 De hoogte van de toelage wordt bepaald op basis van de volgende voorwaarden: -Het oplegprofiel coördinatie kan worden toegekend bij coördinatie van 4 fte en meer -Inschaling vindt plaats in het naast hogere loon plus één periodiek. Lid 3 Aan de ambtenaar die is aangesteld in een functie die gewaardeerd is in schaal 11 of hoger, wordt geen toelage toegekend, omdat de zwaarte van de taakcomponenten van de module coördinatie niet boven de reguliere taakcomponenten uitstijgen. Lid 4 Indien de toekenning buiten toedoen van de ambtenaar eindigt, behoudt de ambtenaar de toelage gedurende een maand voor elk jaar dat de toekenning heeft geduurd tot een maximum van 3 maanden. Artikel 21 Stageregeling 1.Een stagiair is een student die dagonderwijs volgt bij een reguliere instelling op VMBO, MBO, HBO of WO-niveau en in het kader van opleiding, studie of onderzoek een stageplaats aangeboden krijgt op basis van een stage-overeenkomst.2.De stagiair die een oriënterende stage van maximaal 6 weken bij ons heeft, ontvangt geen vergoeding.3.De stagiair die een praktijk- of afstudeerstage van langer dan 6 weken bij ons heeft, ontvangt een vergoeding van € 450,- per maand bruto naar rato.4.Bij ziekte langer dan twee weken wordt de vergoeding stop gezet.5.De stagevergoeding is een onkostenvergoeding voor lunchkosten, reiskosten en andere kleine uitgaven.6.Als de stagiair andere onkosten maakt die voortvloeien uit de stage, dan kunnen deze na overleg met de stagebegeleider worden gedeclareerd.7.Een stagiair moet voor de start van de stage een verklaring omtrent het gedrag kunnen overhandigen, met uitzondering van de stagiairs die een oriënterende stage lopen. De kosten van deze verklaring kunnen worden gedeclareerd met bewijs van betaling.8.Er wordt een stage-overeenkomst opgesteld tussen de stagiair, onderwijsinstelling en Veiligheidsregio Zeeland over, waarin afspraken vastgelegd worden over de: a.Aard, doel en duur van de stage; b.Begeleiding van de stagiair bij de onderwijsinstelling en Veiligheidsregio Zeeland; c.Stageopdracht; d.Werktijden en werkplek; e.Maandelijkse vergoeding; f.Reis- en onkostenvergoedingen. Artikel 22 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen. Artikel 23 Citeertitel en inwerkingtreding Deze regeling kan worden aangehaald als de “Uitvoeringsregeling belonen” en treedt in werking met ingang van 1 juni 2025. Vanaf de inwerkingtredingdatum van deze regeling vervalt de Bezoldigingsregeling Veiligheidsregio Zeeland d.d. 20 december 2013. Namens het Dagelijks Bestuur van Veiligheidsregio Zeeland vastgesteld op 22 mei 2025, voorzitterPierre van LeentCNV SecretarisArmine StepanyanFNV
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Uitvoeringsregeling belonen Veiligheidsregio Zeeland"

Omgeving
Aanvraag omgevingsvergunning, Slotstraat 2, 4435AN Baarland

Mededelingen
Besluit tot vaststellen van maatwerkvoorschriften voor TotalEnergies

APV
Uitvoeringsregeling belonen Veiligheidsregio Zeeland

Mededelingen
Publicatie voornemen tot 5-jarige verpachting (Tholen)

Bestemmingsplan
Zeeuwse Omgevingsvisie

Mededelingen
Publicatie voornemen tot uitgifte in geringe pacht voor de duur van 5 jaar (Sint Philipsland)

Omgeving
Wijziging omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit aan Wageningen University & Research voor wetenschappelijk onderzoek naar wilde flora en fauna in geheel Zeeland

Mededelingen
Publicatie voornemen tot 5-jarige verpachting (Noord-Beveland)

Mededelingen
Publicatie voornemen tot uitgifte in geringe pacht voor de duur van 5 jaar (Aardenburg)

Mededelingen
Kennisgeving kavelruil Rondweg Oud-Vossemeer

Omgeving
Aanvraag omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit van Faunabeheereenheid Zeeland voor het uitvoeren van faunabeheer vos in diverse Natura 2000-gebieden in Zeeland

Omgeving
Aanvraag omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit van Faunabeheereenheid Zeeland voor het uitvoeren van beheer rat in diverse Natura 2000-gebieden

