Vaststelling Verordening Adviesraad Sociaal Domein Den Haag 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-19

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente 's-Gravenhage

Informatie

Vaststelling Verordening Adviesraad Sociaal Domein Den Haag 2026 de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 7 juli 2026, gelet op: - artikel 47 van de Participatiewet, - artikel 2.1.3, derde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en - artikel 2.10 van de Jeugdwet, besluit vast te stellen de Verordening Adviesraad Sociaal Domein Den Haag 2026: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - Adviesraad: overkoepelende benaming voor de Agendacommissie, de Participatie Raad, de Wmo Raad, de Jeugd Raad en de Brede Raad; - Agendacommissie: commissie waarin de verdeling van de vergaderonderwerpen in de raden wordt vastgesteld; - ambtelijk secretaris: ambtenaar die door het college als secretaris is aangewezen voor de Adviesraad; - Brede Raad: een raad die adviseert en signaleert over onderwerpen die beleidsterreinen raken die onder verschillende raden van de Adviesraad vallen. Onderwerpen die reeds in een andere raad zijn besproken worden niet aan de orde gesteld; - cliënten: inwoners van Den Haag die een beroep doen op de genoemde wetten in deze verordening; - cliëntenparticipatie: vertegenwoordiging door cliënten of vertegenwoordigers van cliënten in één van de genoemde raden; - college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; - deskundigheids- bevordering: (al dan niet extern) advies ingewonnen door de voorzitters van de verschillende raden om hun taken, waaronder advisering, afdoende te kunnen uitoefenen; - extern advies: advies van ingeschakelde externe deskundigen betaald uit een door het college toegekende budget; - integer handelend in de zin van het Integriteitsplan Gemeente Den Haag Vanzelfsprekend integer RIS302520; - Jeugd Raad: een raad die signaleert en adviseert over de uitvoering van de Jeugdwet; - mantelzorger: iemand die vrijwillig zorg verleent aan een persoon in zijn omgeving; - Participatie Raad: een raad die signaleert en adviseert over de uitvoering van de participatiewetten; - participatiewetten: de Participatiewet, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inburgering 2021, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet Sociale Werkvoorziening; - platform JONG doet Mee!: een apart overleg bestaande uit jongeren uit de regio Haaglanden met ervaring op het gebied van jeugdzorg, jeugd Ggz, licht-verstandelijke beperkingen of dakloosheid; - regio Haaglanden: de regio die bestaat uit de gemeenten Den Haag, Zoetermeer, Delft, Rijswijk, Leidschendam Voorburg, Wassenaar, Midden Delfland, Westland, Pijnacker en Nootdorp; - signaal: gedeelde ervaringen over de dienstverlening van de uitvoering van de wetten binnen het sociale domein; - sociaal domein: publieke taken rondom werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd die uitgevoerd worden op basis van de Wmo, de participatiewetten en de Jeugdwet; - Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; - Wmo Raad: een raad die signaleert en adviseert over de uitvoering van de Wmo. Artikel 1:2 Doel van de raden binnen de Adviesraad De raden binnen de Adviesraad (de Participatie Raad, de Wmo Raad, de Jeugd Raad en de Brede Raad) waarborgen de belangen van cliënten in de beleidsvoorstellen van het college en de uitvoering hiervan ten aanzien van de participatiewetten, de Wmo en de Jeugdwet. Artikel 1:3 Taken van de raden binnen de Adviesraad 1.De raden binnen de Adviesraad vertegenwoordigen de belangen van cliënten of cliëntengroepen door het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over: a.de uitvoering van de in artikel 1:2 genoemde wetten; b.voorgenomen beleid; c.evaluaties van beleid; d.lacunes in beleid; en e.knelpunten bij de uitvoering van beleid. 2.De raden binnen de Adviesraad adviseren niet over: a.privaatrechtelijke rechtshandelingen die de gemeente als rechtspersoon verricht; b.onderwerpen aangaande het werkgeverschap van de gemeente; en c.onderwerpen die betrekking hebben op individuele cliënten. Hoofdstuk 2 Vereisten voor deelname aan de raden binnen de Adviesraad Artikel 2:1 Selectie van organisaties die vertegenwoordigd zijn in de raden binnen de Adviesraad 1.Het college stelt minimaal eens per drie jaar een lijst vast van organisaties die de belangen van cliënten of hun mantelzorgers in Den Haag behartigen in minimaal één van de raden binnen de Adviesraad.2.Het college hanteert bij het opstellen van de in het eerste lid bedoelde lijst de volgende criteria: a.de organisatie behartigt belangen van cliënten of hun mantelzorgers. Dit blijkt uit de doelstelling en werkwijze van de organisatie; en b.de organisatie kan een persoon afvaardigen die deel neemt aan de Adviesraad en die voldoet aan de eisen als opgenomen in artikel 3:2. 3.Het college hanteert bij de selectie tussen organisaties die eenzelfde cliëntengroep vertegenwoordigen de volgende criteria: a.organisaties die in hun statuten als doelstelling hebben opgenomen om de belangen van cliënten te vertegenwoordigen, hebben de voorkeur boven andere organisaties; en b.stedelijke of regionaal opererende organisaties hebben de voorkeur boven landelijk opererende organisaties; 4.Organisaties die subsidie ontvangen voor werkzaamheden die verband houden met de taken van de Adviesraad, worden niet opgenomen op de lijst van deelnemende organisaties, tenzij: a.de subsidie geen betrekking heeft op de wetten en onderwerpen waarover de raden binnen de Adviesraad adviseren; b.de subsidie is verstrekt ten behoeve van de behartiging van cliëntbelangen met betrekking tot de wetten en onderwerpen waarover de raden binnen de Adviesraad adviseren; of c.de betreffende cliëntengroepen en -belangen anders niet vertegenwoordigd kunnen worden binnen de raden van de Adviesraad. Hoofdstuk 3 Organisatie van de raden binnen de Adviesraad Artikel 3:1 Taken en eisen voorzitter 1.Elke raad binnen de Adviesraad heeft een eigen voorzitter.2.De voorzitter van een raad: a.leidt als technisch voorzitter de interne overleggen van de eigen raad; b.leidt als technisch voorzitter de vergaderingen die zijn raad heeft met het college; c.laat de inbreng van de leden van zijn raad terugkomen in standpunten, aanbevelingen en adviezen; d.ziet erop toe dat leden van de betreffende raad een constructieve bijdrage leveren en spreekt zo nodig leden hierop aan; en e.heeft de competentie om bovengenoemde taken te vervullen. Artikel 3:2 Taken en eisen leden en plaatsvervangende leden 1.De leden en plaatsvervangende leden van de raden binnen de Adviesraad: a.vertegenwoordigen een organisatie die gezien haar doelstelling en werkwijze betrokken is bij de behartiging van belangen van cliënten of hun mantelzorgers; b.beschikken over voldoende kennis over en inzicht in de effecten van de uitvoering van de in artikel 1:2 genoemde wetten; c.spreken vanuit de belangen van cliënten of hun mantelzorgers of zijn representatief voor in ieder geval een deel van hun cliënten of hun mantelzorgers; d.adviseren vanuit het perspectief van cliënten of hun mantelzorgers en vanuit een overstijgend perspectief; e.beschikken over voldoende advies- en uitdrukkingsvaardigheden om de belangen van cliënten of hun mantelzorgers te kunnen verwoorden en te vertegenwoordigen; f.beschikken over een relevante achterban van cliënten of hun mantelzorgers en weten deze achterban effectief te gebruiken om signalen te inventariseren; en g.zijn in staat beleids- en uitvoeringsvoorstellen te beoordelen op de impact voor hun cliënten of hun mantelzorgers. 2.De leden en plaatsvervangende leden die zitting nemen in de Brede Raad hebben aanvullend op de eisen uit het vorige lid: a.ruime kennis van alle in artikel 1:2 genoemde wetten; en b.voldoende inzicht in de onderlinge samenhang van onderwerpen samenhangend met de in artikel 1:2 genoemde wetten om hun taken te kunnen uitoefenen. Artikel 3:3 Integriteit en geheimhouding 1.Een lid of voorzitter van een raad binnen de Adviesraad: a.mag geen lid zijn van de gemeenteraad van Den Haag, van een raadscommissie of van een adviesorgaan van de gemeenteraad van Den Haag; b.is niet in tijdelijke of vaste dienst bij de gemeente Den Haag. 2.Leden en voorzitters melden functies die mogelijk kunnen leiden tot belangenverstrengeling aan het college. 3.Leden en voorzitters stellen zich integer op en gaan zorgvuldig om met bevoegdheden, middelen en informatie waarover zij ten behoeve van hun functie beschikken.4.Leden, voorzitters en de ambtelijk secretaris gaan vertrouwelijk om met het besprokene tijdens vergaderingen.5.Leden en voorzitters nemen geen deel aan vergaderingen als zij een functioneel, persoonlijk of organisatiebelang hebben bij een onderwerp wat tijdens die bespreking besproken wordt.6.De leden en voorzitters van de raden binnen de adviesraad verspreiden geen stukken die door het college als vertrouwelijk geclassificeerd zijn. Artikel 3:4 De Agendacommissie De Agendacommissie: a.bestaat uit de voorzitters van de raden binnen de Adviesraad en de ambtelijk secretaris; b.heeft een roulerend voorzitterschap; c.bewaakt de samenhang tussen de raden; d.bereidt de overleggen van de raden voor daarbij ondersteund door de ambtelijk secretaris; e.bewaakt de taakverdeling tussen de verschillende raden; f.legt signalen met betrekking tot knelpunten in het gemeentelijk beleid of in de uitvoering van dat beleid via de ambtelijk secretaris voor aan het college en koppelt de reactie van het college terug; g.evalueert het functioneren van de raden en voert wijzigingen door op basis van deze evaluatie; h.adviseert het college over de op te nemen organisaties in de lijst van deelnemende organisaties als bedoeld in artikel 2:1; en i.adviseert het college over het aanstellen van een nieuwe voorzitter voor één van de raden. Artikel 3:5 Overige werkvormen De Agendacommissie kan naar eigen inzicht aanvullende werkvormen instellen, een werkgroep opstarten of een themabijeenkomst houden. Hierbij wordt zorgvuldig bekeken hoe deze toegankelijk en uitnodigend zijn voor alle leden, zoals jongeren en mensen met een beperking. Artikel 3:6 De overlegvergadering 1.Het college overlegt het volgende een aantal keren per jaar met de raden binnen de adviesraad: a.met de Brede Raad minimaal drie en maximaal vijf keer per jaar; b.met de Participatie Raad en de Wmo Raad minimaal vijf en maximaal tien keer per jaar; en c.met de Jeugd Raad twee maal per jaar tijdens een grote bijeenkomst met alle colleges in de regio Haaglanden. 2.Een extra overleg kan op verzoek van zowel de betrokken raad als het college worden gehouden.3.De overleggen zijn niet openbaar.4.Het overleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de desbetreffende raad.5.De organisaties die deelnemen aan een raad binnen de Adviesraad worden tijdens de overleggen van die raad vertegenwoordigd door minimaal één lid of één plaatsvervangend lid. 6.Aan de overleggen van de Brede Raad nemen naast de voorzitter, de geselecteerde leden en plaatsvervangende leden, ook de voorzitters van de andere raden deel.7.Het overleg van de raden bestaat uit een intern en een extern gedeelte: a.in het interne gedeelte worden de volgende onderwerpen besproken: i.nieuwe signalen die de leden vanuit hun werkveld en achterban inbrengen; ii.de terugkoppeling van de reactie van het college op in een eerder overleg ingediende signalen zoals opgenomen in de actiepuntenlijst; iii. de standpunten van de leden van de betrokken raad over het onderwerp van het externe overleg; en iv.de inhoud van het advies of aanbeveling na afloop van het externe gedeelte van het overleg. b.in het externe gedeelte wordt met het college een onderwerp besproken waarover de betrokken raad een standpunt heeft ingenomen. Hoofdstuk 4 Benoeming, schorsing, ontslag en zittingsduur Artikel 4:1 Benoeming van de leden van de raden binnen de Adviesraad 1.De raden binnen de Adviesraad hebben elk minimaal zes en maximaal twaalf leden en minimaal zes en maximaal twaalf plaatsvervangende leden.2.Een lid van een raad fungeert niet als voorzitter van één van de raden binnen de Adviesraad.3.Het college toetst of de door de geselecteerde organisaties als bedoeld in artikel 2:1 voorgedragen leden en plaatsvervangende leden voldoen aan de in artikel 3:2 opgenomen criteria.4.Pas na een positief advies van de voorzitters van de raden binnen de Adviesraad, benoemd het college de voorgedragen leden en plaatsvervangende leden voor een periode van drie jaar met uitzondering van de jongeren van de Jeugd Raad.5.De benoeming wordt automatisch met drie jaar verlengd, tenzij de organisatie die het lid heeft voorgedragen een andere kandidaat voordraagt.6.In aanvulling op het vierde lid kan het college, na een positief advies van de voorzitters van de raden binnen de Adviesraad, na de tweede benoemingstermijn van drie jaar, de termijn met maximaal twee maal één jaar verlengen.7.De jongeren van de jeugdraad worden geselecteerd door de organisatie zelf. Artikel 4:2 Schorsing en ontslag van de leden van de raden binnen de Adviesraad 1.Een lid van één van de raden binnen de Adviesraad kan tussentijds aftreden. Het lid meldt dit schriftelijk een maand voorafgaand aan het aftreden aan de voorzitter van de desbetreffende raad en het college.2.Op verzoek van de organisatie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen kan het college een lid van de Adviesraad tussentijds gemotiveerd schorsen of ontslaan.3.Het college ontslaat een lid van de Adviesraad tussentijds als de organisatie niet meer is opgenomen in de lijst die is vastgesteld door het college als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid.4.Het college besluit na drie maanden of de schorsing wordt opgeheven of wordt omgezet in ontslag, na een gemotiveerd advies over het functioneren van het lid van de voorzitter van de desbetreffende raad. Artikel 4:3 Benoeming van voorzitters 1.Het college benoemt de voorzitters op voordracht van de Agendacommissie. Het college kan alleen gemotiveerd van de voordracht afwijken.2.Het college benoemt zelf een voorzitter indien de Agendacommissie niemand heeft voorgedragen.3.De benoeming tot voorzitter geldt voor een periode van vier jaar.4.Het college kan de zittende voorzitter eenmaal voor een nieuwe periode van vier jaar herbenoemen, na advies van de betrokken raad. Artikel 4:4 Schorsing en ontslag van voorzitters 1.Het college kan een voorzitter van één van de raden binnen de Adviesraad op zijn verzoek tussentijds ontslaan.2.De voorzitter informeert de betrokken raad en de Agendacommissie.3.Het college kan een voorzitter van een van de raden van de Adviesraad tussentijds gemotiveerd schorsen of ontslaan, na een verzoek van minimaal tweederde van de leden van de betrokken raad.4.Het college besluit na drie maanden of de schorsing wordt opgeheven of wordt omgezet in ontslag, na een gemotiveerd advies over het functioneren van de voorzitter van minimaal tweederde van de leden van de betrokken raad. Hoofdstuk 5 Procesregels rondom advisering Artikel 5:1 Advisering 1.Het college draagt zorg voor een tijdige en afdoende informatieverstrekking, zodat de raden binnen de Adviesraad het college inhoudelijk kunnen adviseren of aanbevelingen kunnen geven.2.De ambtelijke secretaris plant een overleg in tussen de desbetreffende raad en het college wanneer die raad een mondelinge toelichting wenselijk acht met betrekking tot haar advies of aanbeveling. Hoofdstuk 6 Faciliteiten Artikel 6:1 Ambtelijke ondersteuning 1.Het college wijst een ambtelijk secretaris aan die het secretariaat van de overleggen binnen de Adviesraad verzorgt.2.Tot de taken van de ambtelijk secretaris behoren onder andere: a.het initiëren van overleggen; b.het uitnodigen van de leden en het college voor overleggen; c.het in overleg met de Agendacommissie opstellen van een agenda voor de overleggen van de raden; d.het versturen van vergaderstukken aan de raden en het college; e.het zorgen voor vergaderfaciliteiten voor de raden binnen de Adviesraad; f.het bijwonen van overleggen, het bijhouden van de presentielijst en het zorgdragen voor het conceptverslag en de actiepuntenlijst; g.het op verzoek van de voorzitter van de betrokken raad opstellen van conceptadviezen en het verzorgen van andere correspondentie; h.het zo spoedig mogelijk schriftelijk aanbieden van adviezen en aanbevelingen van de raden binnen de Adviesraad aan het college; i.het bewaken van en rapporteren over de voortgang en afhandeling van actiepunten en uitgebrachte adviezen en andere correspondentie; j.het verstrekken aan de leden van gepubliceerde, bestuurlijke stukken die het sociale domein betreffen; k.het ondersteunen van de Adviesraad bij het opstellen van het jaarverslag; l.het namens de Adviesraad leggen van contact met cliënten en andere partijen. Artikel 6:2 Vergoedingen 1.Het college stelt jaarlijks een budget vast voor de Adviesraad. Dit budget is bedoeld voor het inwinnen van (extern) advies, het bekostigen van de vergoeding, zoals bedoeld in het vierde lid, en de beloning voor de activiteiten van het platform JONG doet Mee!.2.De Agendacommissie kan eenmaal per jaar het college gemotiveerd verzoeken om een eenmalige verhoging van het in het eerste lid bedoelde budget. 3.Indien het college het verzoek als bedoeld in het tweede lid afwijst, informeert zij de Adviesraad hier zo spoedig mogelijk gemotiveerd over.4.De Verordening geldelijke vergoedingen aan commissieleden niet zijnde raadsleden is van toepassing op de leden en voorzitters van de raden binnen de Adviesraad, met uitzondering van de leden in de Jeugd Raad die verbonden zijn aan het platform JONG doet Mee!.5.Leden in de Jeugd Raad die verbonden zijn aan het platform JONG doet Mee! worden jaarlijks beloond in de vorm van een (individuele) training, een passende activiteit of een tegoed voor educatieve of persoonlijke ontwikkelingsdoeleinden. Artikel 6:3 Extern deskundige 1.De Agendacommissie kan het college verzoeken zich bij advisering te laten ondersteunen door een extern deskundige.2.De Agendacommissie vraagt hiervoor toestemming aan het college middels het indienen van een offerte voor de werkzaamheden van die extern deskundige wanneer de beoogde inschakeling leidt tot overschrijding van het jaarlijks vastgestelde budget als bedoeld in artikel 6:2, eerste lid.3.Indien het college het verzoek als bedoeld in het tweede lid afwijst, informeert zij de Adviesraad hier zo spoedig mogelijk gemotiveerd over. Hoofdstuk 7 Verslaglegging Artikel 7:1 Verslaglegging 1.De Adviesraad brengt jaarlijks vóór 1 juni aan het college verslag uit over de overleggen, aanbevelingen en adviezen uit het daaraan voorafgaande kalenderjaar. 2.Het college zendt dit jaarverslag, voorzien van een reactie, ter kennisneming aan de gemeenteraad. Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 8:1 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie in het gemeenteblad. Artikel 8:2 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Adviesraad Sociaal Domein Den Haag 2026. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 24 september 2026.De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Vaststelling Verordening Adviesraad Sociaal Domein Den Haag 2026"

APV

APV

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018

APV

APV

Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag

APV

APV

Vaststelling Verordening Adviesraad Sociaal Domein Den Haag 2026

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 16 december 2025, PZH-2025-883864343 tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2026 voor de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland (Besluit subsidieplafond 2026 Subsidieregeling wonen Zuid-Holland)

Omgeving

Omgeving

Voornemen tot verlenen begrotingssubsidie aan Stichting Hulp en Opvang Prostitutie en Mensenhandel (SHOP)

APV

APV

Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Zuid-Holland 2016

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van 6 oktober 2026, kenmerk PZH-2026-897240632, tot vaststelling van de deelplafonds, aanvraagperioden en de tarieven voor het begrotingsjaar 2027 voor de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Zuid-Holland 2016...

Mededelingen

Mededelingen

Bekendmaking van voornemen tot het in bruikleen geven van percelen grond (gedeeltelijk) ten behoeve van een slagboominstallatie en opvangpaal op diversen adressen te ’s-Gravenhage

Omgeving

Omgeving

Voornemen verlening begrotingssubsidie Stichting RockArt

Omgeving

Omgeving

Voornemen verlening begrotingssubsidie Stichting Oude en Nieuwe Kerk Delft

Omgeving

Omgeving

Voornemen verlening begrotingssubsidie Probiblio

Omgeving

Omgeving

Voornemen verlening begrotingssubsidie Stichting molenviergang Aarlanderveen