Verkeersbesluit voor het instellen van een periodieke geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen aan schoolstraat en Oranjestraat te Westerhaar-Vriezenveensewijk
Locatie
Soort
verkeer
Gepubliceerd op
2026-03-18
Gepubliceerd door
Gemeente Twenterand
Informatie
Verkeersbesluit voor het instellen van een periodieke geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen aan schoolstraat en Oranjestraat te Westerhaar-Vriezenveensewijk Het college van burgemeester en wethouders van Twenterand heeft besloten, gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW). Overwegende: dat de Oranjestraat is gelegen binnen de bebouwde kom van Westerhaar-Vriezenveensewijk, in de gemeente Twenterand; dat deze weg in beheer is bij de gemeente Twenterand als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder d van de Wegenverkeerswet 1994; dat op grond van dit artikel het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand bevoegd is verkeersbesluiten te nemen; dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Twenterand is gemandateerd aan de medewerker verkeer; dat de Oranjestraat is gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, waarop een maximumsnelheid van 30 km/h geldt en waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie van de weg; dat aan de Oranjestraat de scholen OBS De Fontein, CBS De Blokstoeke en kinderdagopvang De Kleine Wereld zijn gevestigd; dat het betreffende deel van de Oranjestraat naast deze onderwijs- en opvanglocaties ontsluiting biedt aan nog een perceel die via dit deel wordt ontsloten; dat de bewoners van adres 12a van de Leidijk het recht houden tot toegang van hun perceel via de Oranjestraat; dat de genoemde scholen op breng- en haalmomenten (tweemaal per dag circa 45 minuten) aanzienlijke verkeersdruk veroorzaken, waaronder gemotoriseerd verkeer; dat hierdoor onveilige situaties kunnen ontstaan voor voetgangers en fietsers, met name schoolgaande kinderen; dat het daarom wenselijk is om tijdens de breng- en haalmomenten gemotoriseerd verkeer te weren, zodat voetgangers en fietsers veilig en ongehinderd gebruik kunnen maken van de openbare ruimte; dat hiermee de verkeersveiligheid vermoedelijk zal toenemen en tevens gezonde, ruimte‑efficiënte en milieuvriendelijke mobiliteit wordt gestimuleerd; dat het betreffende deel van de Oranjestraat tijdens de afsluiting wordt aangewezen als Schoolstraat en dat sprake is van een tijdelijke maatregel in pilot‑vorm om de effecten op verkeersveiligheid en doorstroming te beoordelen; dat de geslotenverklaring wordt ingesteld door middel van verkeersbord C12, met onderbord OB211c, waarop de venstertijden van de afsluiting staan vermeld; dat ter ondersteuning van de afsluiting tijdens de venstertijden een fysiek hekwerk wordt geplaatst; dat er overleg heeft plaatsgevonden met de schooldirecties en de verkeersouders, die de maatregel ondersteunen; dat in het kader van de pilot twee varianten worden getest, waarbij iedere variant een testperiode van vier weken kent; dat voor variant 1 de schoolstraat wordt aangeduid met de RVV‑borden G15 en G16, op het traject van de Oranjestraat vanaf de noordoosthoek tot de zuidwesthoek van het Maximaplein, en dat het eenrichtingsverkeer in de Oranjestraat daarbij wordt verlengd, aangeduid met verkeersbord C2 en onderbord OB52; dat voor variant 2 de schoolstraat eveneens wordt aangeduid met de RVV‑borden G15 en G16, op het traject van de Oranjestraat vanaf de Leidijk tot de zuidoosthoek en zuidwesthoek van het Maximaplein; dat op korte afstand van de scholen voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, zodat parkeren buiten de afsluiting kan plaatsvinden; dat voor het verwijderen en plaatsen van de verkeersborden van bijlage 1 van het RVV 1990 met bijbehorende onderborden een verkeersbesluit is vereist; dat de maatregel wordt genomen ter bevordering van de verkeersveiligheid als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994; dat de maatregel noodzakelijk is voor de bescherming van voetgangers en fietsers, in het bijzonder schoolgaande kinderen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, WVW 1994; dat de maatregel bijdraagt aan een ordelijke en veilige verkeersafwikkeling en daarmee het belang dient zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, WVW 1994; dat de ingestelde geslotenverklaring leidt tot een beperking van de vrijheid van het verkeer, maar dat deze beperking volgens artikel 2 WVW 1994 ondergeschikt wordt geacht aan de bovengenoemde belangen van verkeersveiligheid en bescherming van kwetsbare weggebruikers; dat door het weren van gemotoriseerd verkeer tijdens piekmomenten tevens hinder en overlast worden beperkt, overeenkomstig artikel 2, eerste lid, onder f, WVW 1994. dat het op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994, vereist is om geen verkeersbesluit te nemen voor de plaatsing of verwijderen van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens en ook voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd; dat het op grond van artikel 15, tweede lid, van de WVW 1994, tijdelijke maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer geschieden krachtens een verkeersbesluit; dat de in dit verkeersbesluit genoemde maatregel niet leidt tot een toename van geluidsbelasting van het wegverkeerslawaai, zoals bedoeld in artikel 21a van het BABW, op geluidsgevoelige gebouwen; dat de in dit verkeersbesluit opgenomen maatregel in eerste instantie wordt uitgevoerd in de vorm van een pilot, bestaande uit twee varianten die ieder een testperiode van vier weken kennen, om de effecten op verkeersveiligheid, gedrag van weggebruikers en doorstroming te kunnen beoordelen; dat het voor de uitvoering van zowel de pilot als een eventuele definitieve invoering noodzakelijk is dat de in dit besluit opgenomen verkeerstekens worden geplaatst op basis van één verkeersbesluit, zodat zowel de tijdelijke (pilot) als de daaropvolgende definitieve regeling op grond van hetzelfde besluit kunnen plaatsvinden; dat, na afronding van de totale pilotperiode van acht weken, een evaluatie wordt opgesteld op basis waarvan het college kan besluiten de in dit besluit opgenomen verkeersmaatregel ongewijzigd, aangepast of niet definitief in te voeren; dat indien het college na evaluatie besluit tot definitieve invoering, de in dit besluit opgenomen maatregel van kracht blijft en geen nieuw verkeersbesluit hoeft te worden genomen, aangezien dit verkeersbesluit zowel de pilotfase als de eventuele definitieve situatie omvat. dat conform artikel 24 van het BABW overleg heeft plaatsgevonden met de gemandateerde verkeersadviseur van de politie; dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel; Het besluit: Het college van burgemeester en wethouders van Twenterand besluit: 1.Een periodieke geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen in te stellen op het aangewezen deel van de Oranjestraat, door plaatsing van verkeersbord C12 met onderbord OB211c met daarop de venstertijden, welke gedurende de pilotperiode en – na besluitvorming hierover – ook in de definitieve situatie gelden; 2.De maatregel eerst uit te voeren als pilot, bestaande uit twee varianten die ieder een testperiode van vier weken kennen, zoals omschreven in de overwegingen; 3.De Schoolstraat visueel te markeren met de RVV‑borden G15 (begin) en G16 (einde); 4.Bij variant 1 aanvullend eenrichtingsverkeer in te stellen, door plaatsing van verkeersbord C02 met onderbord OB52; 5.Tijdens de afsluitmomenten een fysiek hekwerk te plaatsen ter ondersteuning van de verkeersregeling; Te bepalen dat dit verkeersbesluit tevens de juridische basis vormt voor een eventuele definitieve invoering van de Schoolstraat, waarbij deze – na positieve besluitvorming van het college op basis van de evaluatie – zonder nieuw verkeersbesluit voortgezet kan worden. Een en ander overeenkomstig met onderstaande situatie schetsen Situatieschets variant 1: Situatieschets variant 2: Bent u het niet eens met dit besluit? Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit bezwaar maken. In een bezwaarschrift noemt u uw naam, adres en telefoonnummer. Geef duidelijk aan tegen welk besluit u bezwaar maakt. U legt uw bezwaar uit, noemt de datum en ondertekent het. Zorg ervoor dat u uw bezwaarschrift op tijd indient. Een bezwaarschrift richt u aan: Het college van burgemeester en wethouders van Twenterand Postbus 67 7670 AB Vriezenveen Een bezwaarschrift kunt u ook digitaal indienen via www.twenterand.nl/bezwarenprocedure Daarnaast kan er bij dringende spoed een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel, afdeling Bestuursrecht, Postbus 10067, 8000 GB Zwolle. Voor de behandeling van een verzoek brengt de rechtbank kosten in rekening. Aldus vastgesteld op 6 maart 2026 te Vriezenveen, Johan Brand Namens burgemeester en wethouders van Twenterand.
Categorie: verkeer
In de categorie 'verkeer' worden verkeersbesluiten getoond, en ook gehandicaptenparkeervergunningen en in- en uitritvergunningen

Extra details
Categorie
verkeer
Gepubliceerd op
18 mrt 2026
Melding-ID
8445464
Meer meldingen zoals "Verkeersbesluit voor het instellen van een periodieke geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen aan schoolstraat en Oranjestraat te Westerhaar-Vriezenveensewijk"

