Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-10-06
Gepubliceerd door
Gemeente Noordoostpolder
Informatie
Eerste wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 juli 2026, No. 26.0001215, gelet op: -artikel 147, eerste lid, artikel 149 en artikel 154 van Gemeentewet; -artikel 3.16 van de Erfgoedwet; -artikel 2.1, 2.4, 2.7, 2,8, 5.1 en 22.8 van de Omgevingswet; -artikel 2.1 en 2.1a van het Omgevingsbesluit, en -artikel 22.7 van het omgevingsplan. B E S L U I T: vast te stellen de: Eerste wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Artikel I De Verordening fysieke leefomgeving wijzigt als volgt: Artikel 1.1.1 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.bebouwde kom: gebied binnen de grens die is vastgesteld zoals bedoeld in artikel 20a, eerste lid van de Wegenverkeersweg 1994; b.beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c.bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders of, waar het om een omgevingsvergunning gaat, het bestuursorgaan dat bevoegd is om te besluiten of te handelen vanuit de Omgevingswet met daaraan verbonden AmvB’s; d.bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e.bedrijventerrein: gebied dat in het omgevingsplan de functie ‘bedrijventerrein’ heeft; f.bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e van de Wegenverkeerswet 1994; g.college: het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder; h.evenement: evenement zoals bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder i.evenementenvergunning: vergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder; j.gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; k.motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; l.omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; m.openbaar: voor publiek toegankelijk; n.openbare plaats of openbare ruimte: openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; o.parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; p.rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; q.uitweg: weg of uitrit die een particulier terrein bereikbaar maakt vanaf de openbare weg; r.voertuig: middel om personen of goederen te vervoeren, waaronder in ieder geval: s.weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; t.werken: een constructie, of werkzaamheden, niet zijnde een gebouw, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; u.werkzaamheden: handmatige en mechanische (graaf)werkzaamheden in openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen. Artikel 1.1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.bebouwde kom: gebied binnen de grens die is vastgesteld zoals bedoeld in artikel 20a, eerste lid van de Wegenverkeersweg 1994; b.beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c.bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders of, waar het om een omgevingsvergunning gaat, het bestuursorgaan dat bevoegd is om te besluiten of te handelen vanuit de Omgevingswet met daaraan verbonden AmvB’s; d.bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e.bedrijventerrein: gebied dat in het omgevingsplan de functie ‘bedrijventerrein’ heeft; f.bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e van de Wegenverkeerswet 1994; g.college: het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder; h.evenement: evenement zoals bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder i.evenementenvergunning: vergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder; j.gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; k. ligplaats: een openbaar gedeelte van het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, waar een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt drijvend object kan afmeren. l.motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m.omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; n.openbaar: voor publiek toegankelijk; o.openbare plaats of openbare ruimte: openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; p.parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; q.rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; r.uitweg: weg of uitrit die een particulier terrein bereikbaar maakt vanaf de openbare weg; s.voertuig: middel om personen of goederen te vervoeren, waaronder in ieder geval: t.weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; u.werken: een constructie, of werkzaamheden, niet zijnde een gebouw, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; v.werkzaamheden: handmatige en mechanische (graaf)werkzaamheden in openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen De definitie ligplaats toegevoegd onder k. zodat er beter gehandhaafd kan worden op ‘zwerfboten’ of andere objecten in of op het water. Artikel 3.1.1 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 3.1.1 (Omgevings)vergunning voor het veranderen of aanleggen van een weg of uitweg 1.Het is verboden om zonder omgevingsvergunning: a.een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg; b.een uitweg te maken naar de weg; c.van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; d.verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als dat niet strijdig is met het belang van: a.de bruikbaarheid van de weg; b.het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d.de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 3.Het verbod uit het eerste lid, onder b, c en d geldt alleen voor uitwegen die buiten de bebouwde kom liggen en voor uitwegen op bedrijventerreinen. 4.Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 5.Het verbod is ook niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 3.1.1 (Omgevings)vergunning voor het veranderen of aanleggen van een weg of uitweg 1.Het is verboden om zonder omgevingsvergunning: a.een weg aan te leggen, in stand te laten, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg; b.een uitweg te maken naar de weg; c.van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; d.verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als dat niet strijdig is met het belang van: a.de bruikbaarheid van de weg; b.het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d.de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 3.Het verbod uit het eerste lid, onder b, c en d geldt alleen voor uitwegen die buiten de bebouwde kom liggen en voor uitwegen op bedrijventerreinen. 4.Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 5.Het verbod is ook niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Het eerste lid onder a. 'in stand te laten’ toegevoegd aan de verbodsbepaling zodat er beter gehandhaafd kan worden op illegale en onveilige inritten. Artikel 3.1.3 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 3.1.3 Voertuigen op een openbare plaats 1.Het is verboden om een voertuig zo op een openbare plaats te plaatsen dat het gevaar, schade of hinder oplevert of de openbare ruimte anders gebruikt dan overeenkomstig de openbare functie ervan. 2.Onder dit verbod vallen in ieder geval: a.een fiets, bromfiets of soortgelijk voertuig tegen een raam, gevel of in de ingang plaatsen als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker ervan of als daardoor de ingang versperd wordt; b.op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode; c.een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren; d.een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op de weg te parkeren, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving; e.een voertuig langer dan zesenvijftig dagen stil laten staan, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving, en f.op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 3.Het college kan nadere regels stellen. Artikel 3.1.3 Voertuigen op een openbare plaats 1.Het is verboden om een voertuig zo op een openbare plaats te plaatsen dat het gevaar, schade of hinder oplevert of de openbare ruimte anders gebruikt dan overeenkomstig de openbare functie ervan. 2.Onder dit verbod vallen in ieder geval: a.een fiets, bromfiets of soortgelijk voertuig tegen een raam, gevel of in de ingang plaatsen als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker ervan of als daardoor de ingang versperd wordt; b.op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode; c.een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren; d.een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op de weg te parkeren, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving; e.een voertuig langer dan zesenvijftig dagen stil laten staan, tenzij hierin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving, en f.op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 3. Het is verboden zonder ontheffing van het college een voertuig in de openbare ruimte te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 4.Het college kan nadere regels stellen. Op verzoek van de Boa's dit artikel aangevuld met het te koop aanbieden van auto's in de openbare ruimte Artikel 4.2.1 wijziging als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 4.2.1 Gebruik consumentenvuurwerk 1.In dit artikel wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. 2.Het is verboden om consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college aangewezen plaats. 3.Het college wijst de in het tweede lid bedoeld plaatsen aan in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast. 4.Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 5.De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 4.2.1 Gebruik consumentenvuurwerk vervallen De bepaling ten aanzien van consumentenvuurwerk wordt geschrapt omdat per 1 augustus 2026 de Wet veilige jaarwisseling en het Besluit veilige jaarwisseling in werking zijn getreden. Artikel 8.3.2. wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 8.3.2 Verbod op anders aanbieden 1.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen voor inzameling aan te bieden op een wijze die strijdig is met de regels die het college krachtens artikel 8.3.1, vierde, vijfde en zesde lid, heeft gesteld. 2.Het is verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan aan inzamelaars die krachtens artikel 8.2.1 zijn aangewezen of daarvan krachtens deze verordening zijn uitgezonderd. 3.Het is verboden om huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via de inzamelvoorziening die voor dat perceel is aangewezen krachtens artikel 8.3.1, vierde lid, onder a. Artikel 8.3.2 Verbod op anders aanbieden 1.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a.voor inzameling aan te bieden op een wijze die strijdig is met de regels die het college krachtens artikel 8.3.1, vierde, vijfde en zesde lid, heeft gesteld. b.ter inzameling aan te bieden aan een ander dan aan inzamelaars die krachtens artikel 8.2.1 zijn aangewezen of daarvan krachtens deze verordening zijn uitgezonderd. c.anders aan te bieden dan via de inzamelvoorziening 2.Het is verboden de bestanddelen van metalen verpakkingen en drankkartons anders aan te bieden dan met het huishoudelijk restafval. 3.Het college kan nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Dit artikel is opgenomen conform het VNG model. Door dit artikel kan er gehandhaafd worden op het anders aanbieden van afval dan is toegestaan. Tot op heden werd er gehandhaafd op grond van artikel 8.4.1. Met deze wijziging sluiten we beter aan bij het VNG model en kunnen we eventuele nieuwe wijzigingen gemakkelijker overnemen. Artikel 8.3.4 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 8.3.4 Opslag van afvalstoffen 1.Het is verboden om afvalstoffen op een voor publiek zichtbare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben. 2.Het verbod is niet van toepassing op een activiteit waarvoor regels voortvloeiend uit het Besluit activiteiten leefomgeving gelden of waarvoor voorwaarden zijn gesteld in een omgevingsvergunning. 3.Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4.Het verbod is niet van toepassing op: a.het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen conform de regels uit deze verordening; b.het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben; c.het ter inzameling aanbieden van bedrijfsmatige of gevaarlijke afvalstoffen conform regels die daarvoor zijn gesteld bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet bodembescherming of andere wetgeving. Artikel 8.3.4 Opslag van afvalstoffen 1.Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. 2.Het verbod is niet van toepassing op een activiteit waarvoor regels voortvloeiend uit het Besluit activiteiten leefomgeving gelden of waarvoor voorwaarden zijn gesteld in een omgevingsvergunning. Geen inhoudelijke wijziging maar een vereenvouding van het artikel. De ontheffingsmogelijkheid uit het voormalige artikel is opgenomen in artikel 8.4.1. Artikel 8.4.1 wijzigt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging Artikel 8.4.1 Zwerfafval 1.Het is verboden om afval achter te laten buiten een inzamelvoorziening. 2.Het verbod is niet van toepassing op een activiteit waarvoor regels voortvloeiend uit het Besluit activiteiten leefomgeving gelden of waarvoor voorwaarden zijn gesteld in een omgevingsvergunning. 3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het thuis composteren van groente-, fruit- en tuinafval; 4.Het college kan regels stellen om te voorkomen dat zwerfafval ontstaat. 5.Het is verboden om in strijd te handelen met de regels die het college krachtens het derde lid heeft gesteld. Artikel 8.4.1 Dumpingsverbod 1.Het is verboden zonder ontheffing van het college, buiten een inrichting, een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen, indien daardoor hinder of nadelige gevolgen voor het milieu worden veroorzaakt of kunnen worden veroorzaakt. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op: a.het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b.het composteren van huishoudelijke bioafval op het perceel waar dit is ontstaan; c.het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d.activiteiten waarop regels van toepassing zijn bij of krachtens de Omgevingswet. 3.Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel. Het voormalige zwerfafval artikel had eigenlijk betrekking op het dumpen van afval. Daarom is dit artikel conform het VNG model opgenomen als het dumpingsverbod. Het dumpingsverbod gaat over het achterlaten van afval dan is toegestaan (dumpen). Er is een nieuw artikel voor zwerfafval opgenomen ook conform het VNG model. Het voormalige lid 4 van het dumpingsverbod is nu opgenomen in het nieuwe artikel over zwerfafval. Door beter aan de sluiten bij het VNG model kunnen we eventuele nieuwe wijzigingen gemakkelijker overnemen. De ontheffingsmogelijkheid die is opgenomen in dit artikel is eventueel voor het inzamelen van kleding voor het goede doel of andere uitzonderingen. Artikel 8.4.3. wordt toegevoegd en luidt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging nvt Artikel 8.4.3. Zwerfafval in de openbare ruimte 1.Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2.Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3.Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. 4.Het college kan regels stellen om te voorkomen dat zwerfafval ontstaat. Dit artikel is opgenomen conform het VNG model en op verzoek van de Boa's. Hierdoor ontstaat een passende grondslag om op te treden tegen het achterlaten van klein afval in de openbare ruimte en tegen het verstoren van ter inzameling aangeboden afvalstoffen. Artikel 8.4.4. wordt toegevoegd en luidt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Motivatie voor de wijziging nvt Artikel 8.4.4 Zwerfafval rondom inrichtingen Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. Op verzoek van de Boa's en conform het VNG model opgenomen. Artikel II Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 september 2026. De griffier, De voorzitter,
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder"

APV
Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder

APV
Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder

Mededelingen
Onderzoeksprotocol onderzoek vermoeden integriteitsschending, ongewenst gedrag of misstand GGD IJsselland 2026

Mededelingen
Regeling melden vermoeden integriteitsschending, intern ongewenst gedrag of misstand GGD IJsselland 2026

Evenementen
Verleende evenementenvergunning in Kampen

Mededelingen
Bekendmaking van voornemen tot het verlenen van een begrotingspostsubsidie aan Stichting Sail Kampen.

APV
Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen

APV
Arbeidsvoorwaarden

Mededelingen
Beleidsregel financiële zekerheid Overijssel 2026

APV
Subsidieregeling klimaatadaptatie maatregelen van de DUN-gemeenten 2026- 2028

Mededelingen
Rectificatie: Beleidsregels Waterkeringen Waterschap Zuiderzeeland

Mededelingen
Beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer van Waterschap Zuiderzeeland 2027

