Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Westland 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-20

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Westland

Informatie

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Westland 2026 De raad van de gemeente Westland gelet op de te dezer zake relevante wet- en regelgeving gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; gehoord de reacties van de raadsfracties; besluit: De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Westland 2026 vast te stellen. Artikel 1. Definitiebepalingen: In deze verordening wordt verstaan onder: a.raadslid: lid van de gemeenteraad; b.commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, door een fractie aangesteld persoon, die als lid van een commissie de fractie vertegenwoordigt en de fractie anderszins bijstaat in het werk ten behoeve van de raad. c.griffier: de griffier of diens plaatsvervanger, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt maandelijks aan de raadsleden uitgekeerd. Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie (en bijzondere commissie) 1.Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een maandelijkse toelage toegekend. De hoogte van deze toelage is tweemaal de hoogte van de toelage, zoals genoemd in artikel 3.1.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. (De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.)2.Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend die gelijk is aan het maximale bedrag per maand, zoals genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, zulks voor de duur van de activiteiten. Artikel 3a. Toelage vaste voorzitter raadscommissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet 1.Een raadslid dat als vaste voorzitter van een raadscommissie of agendacommissie, als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, fungeert en waarvan de bijkomende belasting en het tijdsbeslag niet tot het reguliere werk van een raadslid behoren, krijgt voor de duur van de activiteiten van die commissie een maandelijkse toelage toegekend, ten laste van de gemeente. Deze toelage bedraagt maximaal het in artikel 3.1.4, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers genoemde bedrag per maand. Artikel 4: Reiskosten raads- en commissieleden voor reizen binnen de gemeente 1.De reiskostenvergoeding, die raadsleden ontvangen op grond van artikel 3.1.7, eerste lid onder a en b genoemd, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en die commissieleden ontvangen op grond van artikel 3.4.3, eerste lid onder a en b genoemd, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt als volgt berekend: kortste afstand woonadres van raads- en commissielid naar Verdilaan 7 (gemeentekantoor) Naaldwijk visa versa x 55 vergaderingen op jaarbasis (als volgt berekend: 11 raadsvergaderingen; 11 commissievergaderingen, 20 fractievergaderingen en 13 andere vergaderingen/bijeenkomsten gemaakt voor de uitoefening van de functie) x het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2.Het bedrag van de reiskostenvergoeding, zoals onder 1 genoemd, wordt gedeeld door 12 maanden en wordt maandelijks met de raadsvergoeding uitgekeerd. Artikel 5: Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b.bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2.Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.3.Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.4.De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel 6. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1.Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag, voor akkoord ondertekend door de fractievoorzitter, in bij de griffier.2.Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.3.De maximale vergoeding van de scholing bedraagt: a.€ 1.500 per jaar voor een raadslid; b.€ 750 per jaar voor een commissielid. 4.De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid. Artikel 7. Informatie- en communicatievoorzieningen 1.Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.2.Een raads- of commissielid levert [termijn twee maanden na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.3.Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk na schoning en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.2.Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964. Artikel 9. Betaling vaste vergoedingen voor het bijwonen van commissievergaderingen 1.Een commissielid ontvangt een vaste maandvergoeding, met een maximum van 11 maanden per kalenderjaar, welke per kwartaal achteraf wordt uitgekeerd.2.De uitkering over het 3e kwartaal is gemaximeerd tot 2 maandvergoedingen.3.De vergoeding wordt aangemerkt als fiscaal onbelaste vrijwilligersvergoeding en volgt in hoogte de jaarlijks bij ministeriële regeling vast te stellen bedragen, zoals gebaseerd op artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.4.De vergoeding wordt alleen uitgekeerd indien een commissielid in de betreffende maand ook daadwerkelijk een commissievergadering (of een bijeenkomst gerelateerd aan een commissievergadering) heeft bijgewoond. Hiertoe tekent het commissielid de desbetreffende presentielijst.5.Het bijwonen van meerdere commissievergaderingen (of bijeenkomsten gerelateerd aan commissievergaderingen) per maand leidt niet tot een hogere vergoeding. Artikel 10. Betalingen en wijze van declareren van onkosten 1.Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur of b.betaling vooruit uit eigen middelen; 2.Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel geschiedt onder overlegging van bewijsstukken.3.De aanvraag wordt binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier4.Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen vier weken naar het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 11. Intrekking oude regeling en overgangsrecht De verordening rechtspositie raads- en commissieleden van de gemeente Westland 2022 wordt op de dag van de effectieve inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. Artikel 12. Inwerkingtreding Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking. Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden van de gemeente Westland 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Westland van 23 september 2026, de griffier, P. van Oosten de voorzitter,B.R. Arends Toelichting Verordening rechtspositie raads- en commissieleden van de gemeente Westland 2026 ALGEMEEN DEEL Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden alsmede de financiele voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nadere regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018), betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen, zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal bij verordening van wettelijke regelingen af te wijken. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke verordening. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdrager te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen. De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor een fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een optingin verklaring bij de Belastingdienst. Als de raads- en commissieleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan geldt dat de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten moeten worden verantwoord en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid moeten verantwoorden in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst doorgeven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden op persoonlijke titel worden gekozen, zijn zij niet aan te merken als (fiscaal) ondernemer. Er hoeft dan ook geen VAR-verklaring / Modelovereenkomst ZZP overlegd te worden aan de gemeente. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is niet van toepassing op raads- en commissieleden. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 2. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De hoogte van de raadsvergoeding is verplichtend bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse. Vanaf de dag van beëdiging hebben de raasleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid. Het raadslid kan de vergoeding niet weigeren en de gemeente is verplicht de raadsvergoeding aan het raadslid over te maken op zijn of haar bankrekeningnummer. Het raadslid mag zelf (een deel) van de raadsvergoeding afdragen aan de politieke partij, maar is in beginsel juridisch niet verplicht mee te werken aan een overdracht van (een deel) van zijn of haar raadsvergoeding. Een akte van cessie waarbij de raadsvergoeding direct aan een politieke groepering wordt overgemaakt is juridisch niet toegestaan. De reden hiervoor is dat het raadslid een onafhankelijke positie heeft en niet financieel afhankelijk mag zijn van de politieke groepering. Artikel 3. Toelage lid onderzoekscommissie (en bijzondere commissies) Deze artikelen betreffen de toelagen voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde ‘zware commissies’. Hiermee wordt gedoeld op de vertrouwenscommissie en de onderzoekscommissie, zoals deze in de Gemeentewet specifiek zijn omschreven. De vaststelling dat er sprake is van een dergelijke bijzondere commissie, met deze financiële gevolgen, moet bij verordening plaatsvinden. Daarbij moet gemotiveerd worden dat het lidmaatschap van deze commissies duidelijk meerwerk is naast het reguliere lidmaatschap van de gemeenteraad. Voor de hoogte van de toelage voor het werk in de eerdergenoemde twee zware commissies wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de vertrouwenscommissie en anderzijds de onderzoekscommissie. Wat betreft de hoogte van de toelage voor het lidmaatschap van de vertrouwenscommissie geldt een vast (belast) bedrag van € 153,33. Het bedrag wordt naar rato van de duur van de activiteiten toegepast. Zolang de commissie <<slapend>> is, althans niet actief, ontvangen de leden geen toelage: niet de duur van het lidmaatschap is van belang, maar de duur van de activiteiten. Artikel 3a. Toelage vaste voorzitter raadscommissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet Deze artikelen betreffen de toelagen voor de vaste voorzitter van de raadscommissies en agendacommissie, als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. Deze toelage bedraagt maximaal het in artikel 3.1.4, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers genoemde bedrag per maand. Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen binnen de gemeente Op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maken raadsleden en commissieleden aanspraak op vergoeding van reiskosten van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies en reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie. Uit het oogpunt van efficiënte uitvoering van de regeling is er voor gekozen om maandelijks de reiskosten uit te keren middels een bepaalde formule, die zoveel mogelijk recht doet aan de feitelijk situatie. Uitvoering op declaratiebasis leidt tot een toename van administratieve handelingen, wat niet in verhouding staat tot de bedragen die uitgekeerd zullen worden. Artikel 5. Reis- en verblijfskosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente Ingevolge van artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers kunnen kosten voor (dienst)reizen buiten het grondgebied van de gemeente alleen op basis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In deze bepaling is bij verordening geregeld dat raads- en commissieleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente kunnen krijgen ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. Onder reizen “buiten de gemeentegrenzen” kunnen ook de buitenlandse dienstreizen worden geschaard. De naar redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd komen ook voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfskosten is niet nader ingevuld en is een lokale aangelegenheid per gemeente. Omdat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers verder geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, kan aansluiting worden gezocht bij de vergoedingsregelingen voor wethouders. Artikel 6. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georienteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente. Er is ruimte voor lokale accenten. Op grond van het tweede lid kan de raad nadere regels stellen voor de scholing van zijn leden. Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan komen te staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele scholingsverzoeken worden opgenomen als ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat dienen bij toetsing van individuele scholingsaanvragen. Het beoordelen van en/of fiatteren van scholingsaanvragen kan worden gemandateerd aan de griffier. Artikel 7 Informatie- en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raads- en commissieleden voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Er mag slechts een één computer verstrekt worden. Een computer is laptop of tablet. De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Dit geeft de gemeente ook de mogelijkheid om dit ICT-middel te schonen. Als het middel is geschoond, dan is het aan de gemeente of het dit desbetreffende ICT-middel wil hergebruiken. Als dat niet zo is, dan kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is dus geen recht van de ambtsdrager maar het gevolg van een keuze van de gemeente. In dit geval is er bereidheid het ICT-middel af te stoten. Een circulaire vereist in dat geval dat de gemeente ervoor zorgt dat het ICT-middel door of namens de gemeente is geschoond. Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICT-middel op grond van de circulaire een vergoeding te betalen. Deze vergoeding dient gelijk te zijn aan de resterende waarde van het ICT-middel in het economisch verkeer. Artikel 8. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihilwaarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte – tot 1,2% fiscale loonsom – onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen. Artikel 9. Betaling vaste vergoedingen voor het bijwonen van commissievergaderingen. In dit artikel wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid, die de ministeries van BZK en Financien naar aanleiding van signalen uit de praktijk, in de circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers van 10 december 2019 bieden, om deze vergoeding als vrijwilligersvergoeding aan te merken en daarmee als onbelaste vergoeding te verstrekken. De vrijwilligersvergoeding wordt gebaseerd op feitelijke deelname aan één vergadering per maand. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van de raad om de bestaande vergoeding nagenoeg in stand te houden. Anderzijds is de vergoeding gemaximeerd tot één vergadering per maand om te voorkomen dat de vergoeding onbedoeld oploopt. Artikel 10. Betaling en wijze van declareren van kosten. Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van onkosten wordt voorgeschoten uit eigen middelen en later gedeclareerd of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Raads- en commissieleden declareren hun kos-ten bij de griffier.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Westland 2026"

APV

APV

Subsidieregeling toegankelijke stad Den Haag 2024

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Wijzigingsbesluit werkingsgebieden Waterschapsverordening Delfland 2026-1

APV

APV

Subsidieregeling inclusief samenleven Den Haag 2025

APV

APV

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2026

APV

APV

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Westland 2026

APV

APV

Subsidieregeling deelauto’s Zuidwest Den Haag 2026

APV

APV

Subsidieregeling impuls nachtcultuur Den Haag 2025

APV

APV

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018

APV

APV

Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag

APV

APV

Vaststelling Verordening Adviesraad Sociaal Domein Den Haag 2026

Mededelingen

Mededelingen

Gladheidbestrijdingsplan seizoen 2026-2030

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 16 december 2025, PZH-2025-883864343 tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2026 voor de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland (Besluit subsidieplafond 2026 Subsidieregeling wonen Zuid-Holland)