Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-10-06

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Vaals

Informatie

Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals De raad van de gemeente Vaals; -gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 augustus 2026; -gelet op de artikelen 18.20, derde lid, en 18.23, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals; Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -betrokken wetten: de Omgevingswet en de Wet milieubeheer, voor zover paragraaf 18.3.3 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing is verklaard. -basistaken: taken die in ieder geval door een omgevingsdienst worden uitgevoerd. -kwaliteitscriteria: de in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde vigerende kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast; Artikel 2. Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders. Artikel 3. Betrokkenheid van de raad De raad ziet toe op de hoofdlijnen van het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten. Artikel 4. Kwaliteitsdoelen 1.Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor door hen gestelde doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie. 2.De doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie hebben in ieder geval betrekking op: a.de dienstverlening; b.de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; c.de financiën. Artikel 5. Kwaliteitsborging 1.Op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders zijn, voor zover het de basistaken betreft, de actuele kwaliteitscriteria van toepassing die in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen zijn ontwikkeld en beschikbaar gesteld voor de beschikbaarheid en deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van die wetten zijn belast. 2.Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de raad. 3.Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave. Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 september 2026 Toelichting Algemeen Deze verordening regelt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht door en in opdracht van het college van burgemeester en wethouders Achtergrond en aanleiding Enkele jaren geleden kwamen de VNG en het IPO met een uniforme modelverordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Deze verordening is opgesteld omdat gemeenten, provincies en de gemeenschappelijke diensten die in hun opdracht werken, zich voor een gezamenlijke opgave gesteld zagen. De opgave was om in landelijk verband de kwaliteit van de uitvoering en handhaving te bevorderen, te borgen en te beoordelen bij de gedeelde zorg voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving (zie VNG ledenbrief Lbr. 15/055 van 7 juli 2015). De grondslag van deze verordening was destijds gelegen in de artikelen 5.4 en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Sindsdien zijn de kwaliteitscriteria 2.1, en later per 1 juli 2019, kwaliteitscriteria 2.2, voor de uitvoering van de Wabo ontwikkeld en beschikbaar gesteld in brede samenwerking tussen bevoegde gezagen. Inmiddels is versie 3.1. van de Kwaliteitscriteria beschikbaar. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) is de Wabo als grondslag voor de verordening vervallen. Deze ‘Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht’ heeft thans de artikelen 18.20 en 18.23 van de Ow als grondslag. Deze verplichten de gemeente om bij verordening regels vast te stellen met betrekking tot de kwaliteit van de zogenaamde basistaken, die in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (hierna: ODZL). Gelet op deze wettelijke verplichting uit de Omgevingswet, die ook al gold op basis van de Wabo, dient de verordening (opnieuw) te worden vastgesteld. Onderhavige verordening vervangt daarmee de “Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals” uit 2016. Reikwijdte: een minimale wettelijke variant In de modelverordening van de VNG zijn de kwaliteitscriteria van toepassing verklaard op alle taken van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH1), dus zowel de op basistaken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd als op de overige taken van de gemeente op het gebied van uitvoering en handhaving. De onderhavige door de gemeenteraad vast te stellen verordening volgt de VNG-modelverordening, met uitzondering van de passage waarbij de kwaliteitscriteria ook van toepassing worden verklaard op de overige taken (de zogenoemde “thuistaken”). Het voorstel is om de verordening vast te stellen ten behoeve van de basistaken en de kwaliteit van de uitvoering van de overige (thuis)taken vast te leggen in een beleidsplan (zie ook hierna). Dit is in overeenstemming met de wettelijke verplichting uit de Omgevingswet en met de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals’ uit 2016. De eisen die de verordening stelt aan de in opdracht van het gemeentebestuur handelende omgevingsdienst, berusten op het vertrekpunt van de kwaliteitscriteria. Omgevingsdiensten zijn opgericht om de uitvoering van de basistaken op een hoog ambitieniveau te waarborgen. Het ligt dan ook in die lijn om binnen dit basistakenpakket geen concessies te doen aan de kwaliteit. De basistaken die zijn belegd bij de omgevingsdienst dienen te worden uitgevoerd conform de geldende kwaliteitscriteria. Dit uitgangspunt volgt tevens uit het “Uitvoerings- en handhavingsbeleid Omgevingsdienst Zuid-Limburg 2027-2030”, dat in 2026 door de Zuid-Limburgse gemeenten wordt vastgesteld. Het ambitieniveau voor de overige (thuis)taken is maatwerk. Het is aan iedere individuele organisatie om het ambitieniveau van deze taken vast te leggen in een beleidsplan. Dit kan door ook op deze taken de kwaliteitscriteria van toepassing te verklaren of door aan te geven waarom het voor bepaalde activiteiten niet nodig is om aan de kwaliteitscriteria te voldoen (‘comply or explain’). In 2026 wordt onderzocht in hoeverre de organisatie momenteel voldoet c.q. kan voldoen aan de Kwaliteitscriteria. Het kwaliteitsaspect zal vervolgens geactualiseerd worden uitgewerkt in het VTH-beleid. Deze verordening stelt regels die voor alle gemeenten en provincies gelijk zijn. In alle gevallen zullen burgemeester en wethouders beleid moeten voeren over de kwaliteit. Dit beleid komt tot uitdrukking in de uitvoerings- en handhavingsstrategie, bedoeld in artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit. Deze verordening regelt waarover de doelen van dit beleid ten minste moeten gaan. Deze verordening regelt bovendien dat de verrichtingen van de gemeentelijke organisaties en de omgevingsdiensten, waar het de uitvoerings- en handhavingstaken betreft, in het licht van die doelen worden beoordeeld. Tot slot regelt de verordening dat de raad, in het kader van het horizontale toezicht, inhoudelijk debat voert over de hoofdlijnen van het meerjarige kwaliteitsbeleid dat burgemeester en wethouders voeren. Samenhang met andere domeinen Onderwerpen die tot het bereik van de verordening behoren, kunnen onderdeel blijven uitmaken van andere thema's dan die van de fysieke leefomgeving alleen. De verordening belemmert bijvoorbeeld niet dat onderwerpen met betrekking tot fysieke veiligheid ook aan de orde kunnen komen in beoordelingen of rapportages op andere domeinen. Zoals bij de openbare orde en veiligheid binnen gemeenten, waar raakvlakken bestaan tussen bijvoorbeeld de Ow en de Alcoholwet, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur en andere bijzondere wetten. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities In dit artikel zijn geen begrippen opgenomen die al zijn gedefinieerd in de Ow. Als betrokken wetten worden aangemerkt de Ow zelf, en de Wm, voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat paragraaf 18.3.3 van de Ow van overeenkomstige toepassing is. Dat de Wm van toepassing is, is bepaald in artikel 18.1a van de Wm. Op de uitvoering of handhaving van een geheel andere wet, zoals bijvoorbeeld de Alcoholwet, is deze verordening niet van toepassing (wat onverlet laat dat over overlappende onderwerpen elders wordt gerapporteerd, zie het algemeen deel van de toelichting). Onder het begrip basistaken worden de taken bedoeld die in ieder geval door een omgevingsdienst worden uitgevoerd. Een belangrijk begrip in deze verordening is kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria waar het hier om gaat zijn - thans - de alom bekende Kwaliteitscriteria (momenteel: versie 3.1) voor VTH, die in brede samenwerking door de bevoegde gezagen zijn ontwikkeld en beschikbaar gesteld voor de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving, op het gebied van de beschikbaarheid en de deskundigheid van de daarmee belaste organisaties. Deze liggen aan de basis van het VTH-stelsel. Het ligt in de rede dat van deze kwaliteitscriteria in de loop van de jaren verder verbeterde en geactualiseerde versies beschikbaar zullen worden gemaakt. Vanwege deze verdere ontwikkeling van de kwaliteitscriteria is in de begripsbepaling een dynamische verwijzing opgenomen, zodat bij de ontwikkeling en beschikbaarstelling van een volgende versie niet tot aanpassing van de verordening hoeft te worden overgegaan. Het begrip omgevingsdienst is niet apart gedefinieerd omdat hiervoor is aangesloten bij de omgevingsdiensten waarvan melding wordt gemaakt in artikel 18.21 van de Ow. Artikel 2. Reikwijdte De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke afbakening en een afbakening naar bevoegd gezag. Het moet gaan om de uitvoering of handhaving van de betrokken wetten. De terminologie “uitvoering en handhaving” duidt op de uitvoerings- en handhavingstaak bedoeld in artikel 18.20 van de Omgevingswet. “Uitvoering en handhaving” betekent dan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat wil zeggen alle taken tot uitvoering of handhaving van de Omgevingswet en de Wet milieubeheer, voor zover dat in die wet (nog) is bepaald. Ten tweede moet het gaan om de uitvoering of handhaving door of in opdracht van burgemeester en wethouders. De verordening is dus van toepassing als het gaat om de uitvoering van de betrokken wetten in opdracht van door burgemeester en wethouders zelf of in opdracht van burgemeester en wethouders door de ODZL. Uitvoering van de Omgevingswet of de Wet milieubeheer door andere bevoegde gezagen, zoals het provinciebestuur en andere gemeentebesturen die hun verordeningen op basis van hetzelfde model vaststellen, het waterschapsbestuur of de minister van Infrastructuur en Waterstaat of de minister van Economische Zaken en Klimaat, valt buiten het bereik van deze verordening. Waar hier wordt gesproken over de uitvoering of handhaving van taken in opdracht van het bevoegd gezag wordt gedoeld op de uitvoering van basistaken door de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL). Artikel 3. Betrokkenheid van de raad Dit artikel is van belang in verband met de rolverdeling tussen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders. Ingevolge de systematiek van afdelingen 13.2. en 13.3. van het Omgevingsbesluit, is de jaarlijkse beoordeling van en rapportage over kwaliteit een taak voor het bevoegd gezag. Dat wil zeggen: burgemeester en wethouders. Bezien vanuit de Gemeentewet is kaderstelling juist de taak van de gemeenteraad. De kaderstellende rol krijgt allereerst gestalte door de vaststelling van deze verordening als geheel. Daarnaast is het echter, gelet op de samenhang met afdeling 13.2. van het Omgevingsbesluit, van belang uitdrukking te geven aan het feit dat de raad vooral vanuit de hoofdlijnen betrokken is bij het beleid en zal toezien op de continuïteit van de kwaliteit over meerdere jaren. Het horizontale toezicht door de gemeenteraad op het (regionale) uitvoerings- en handhavingsbeleid door burgemeester en wethouders, zal daarom plaatsvinden in het licht van het strategische beleid dat op hoofdlijnen wordt gevoerd voor de fysieke leefomgeving, zoals omgevingsvisies, milieubeleidsplannen en structuurvisies. Artikel 3 richt zich tot de gemeenteraad. Indirect is het eveneens van belang voor burgemeester en wethouders en de omgevingsdiensten die in hun opdracht werken, omdat de rol van de gemeenteraad zich juist bij de meerjarenprogrammering en hoofdlijnen laat gelden. Voor het waarmaken van deze rol, beschikt de gemeenteraad reeds over de mogelijkheden die de organieke wetgeving hen biedt en de kaders die zijn op strategisch niveau voor de fysieke leefomgeving in plannen en visies hebben vastgelegd. Om deze rol waar te kunnen maken is het vanzelfsprekend van belang dat het college de raad daartoe door tijdige informatieverstrekking in staat stelt. Dat daarvoor eveneens informatie van de omgevingsdienst van belang kan zijn, spreekt voor zich en is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de opdrachten aan de omgevingsdiensten voldoende gewaarborgd. Artikel 4. Kwaliteitsdoelen Afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit verplicht burgemeester en wethouders om beleid te formuleren voor de kwaliteit van de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaken. Er is dan sprake van een uitvoeringsbeleid en handhavingsbeleid, waarover onderlinge afstemming plaats dient te vinden tussen de bevoegde gezagen op het niveau van de omgevingsdienst. Welk beleid moet worden geformuleerd laat het Omgevingsbesluit open. Dit artikel strekt ertoe een inhoudelijke ambitie te geven aan de procesverplichting om kwaliteitsbeleid te vormen. Ten eerste door voor te schrijven dat burgemeester en wethouders naar de kwaliteit van de uitvoering en handhaving kijken in het licht van het geformuleerde (regionale) beleid, waarbij de doelen van dat beleid betrekking moeten hebben op een aantal voorgeschreven inhoudelijke thema's. Het gaat er daarbij telkens om die doelen te zien, niet vanuit elke mogelijke factor die daaraan kan bijdragen, maar vanuit het perspectief van de prestaties en kwaliteit van de uitvoering van de eigen organisaties. Het gaat dan in ieder geval om dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van producten en diensten en financiën. Er is voor gekozen in deze verordening geen voorschriften te geven over de te gebruiken indicatoren. Dat is in de eerste plaats een taak voor de bevoegde gezagen, die daarmee in de praktijk al ruime ervaring hebben. In dit kader verwijzen wij tevens naar het eerder genoemde Uitvoerings- en handhavingsbeleid van de ODZL. Artikel 5. Kwaliteitsborging basistaken Dit artikel geeft een verankering aan de kwaliteitscriteria 2.2 en de opvolgers daarvan. De kwaliteitscriteria worden door bevoegde gezagen in brede samenwerking opgesteld. De kwaliteitscriteria hebben betrekking op de deskundigheid van de uitvoerende en handhavende organisaties. De meest actuele versie van de kwaliteitscriteria worden door de VNG en het IPO (en andere organisaties) bekendgemaakt. Vanwege de verdere ontwikkeling van de kwaliteitscriteria wordt in de verordening dynamisch naar de actuele versie verwezen, zodat deze bij een volgende versie van de kwaliteitscriteria niet hoeft te worden aangepast. Artikel 5 strekt ertoe te regelen dat van die kwaliteitscriteria voor de uitvoering van uitvoerings- en handhavingstaken in de praktijk gebruik gemaakt wordt door de in opdracht werkende omgevingsdienst. Het gaat immers om kwaliteitscriteria waaraan zorgvuldig en met grote deskundigheid is gewerkt door de betrokken bevoegde gezagen. Van belang is dat deze kwaliteitscriteria relevante input leveren voor de kwaliteit. Dat geeft vanzelfsprekend geen garantie dat de doelen die door burgemeester en wethouders zijn gesteld op grond van artikel 4 ook zonder meer in alle gevallen worden gehaald. Het bereiken van deze doelen zal immers niet alleen afhankelijk zijn van de goede verrichtingen van de uitvoerende organisaties. Van de naleving van de kwaliteitscriteria zal daarom jaarlijks mededeling gedaan moeten worden aan de raad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit op te stellen documenten. Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de kwaliteitscriteria (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen overlaat. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten worden waarom de kwaliteitscriteria niet toegepast zijn, of konden worden, en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. De kwaliteitscriteria zijn derhalve een cruciaal richtsnoer waarvoor, op grond van het derde lid, geldt: pas toe of leg uit, “comply or explain”. Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Overgangsrecht is niet nodig gelet op de aard van de gestelde regels.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals"

Mededelingen

Mededelingen

PUBLICATIE VOORNEMEN TOT VERKOOP

APV

APV

Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Vaals

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Rott 31 te Vijlen

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Bekendmaking vaststelling TAM-IMRO-omgevingsplan Rott 31 te Vijlen (Hoofdstuk 22e)

Mededelingen

Mededelingen

Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2026

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor het evenement “St. Maartensoptocht Lemiers” op 18 november 2026 te Vaals

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor het evenement “St. Maartensoptocht Vijlen” op 15 november 2026 te Vaals

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor het evenement “Bear trail & Grizzly 100” doorkomst op het Drielandenpunt op 24 oktober 2026 te Vaals

Evenementen

Evenementen

Toestemming voor het evenement “St. Maartensoptocht Vaals” op 8 november 2026 te Vaals

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Verzamelbesluit definitieve besluiten wijziging werkingsgebieden behorende bij de Waterschapsverordening Waterschap Limburg

Omgeving

Omgeving

Aanvraag vergunning voor het realiseren van 2 pergola's, Pater Gelissenstraat 36 te Vijlen, kadastraal bekend gemeente Vaals, sectie A nummer 11141

APV

APV

Nadere subsidieregels leefbaarheidsaanpak kleinschalige inwoners- en gemeenschapsinitiatieven 2025-2026