Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek (Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam)
Locatie
Soort
APV
Gepubliceerd op
2026-10-09
Gepubliceerd door
Gemeente Amsterdam
Informatie
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek (Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 augustus 2026, gelet op artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet en artikel 147, eerste lid, en artikel 154 van de Gemeentewet, gezien het participatieverslag, de zienswijzen over het ontwerp van de Verordening, de adviezen van de dagelijks besturen van de bestuurscommissie van de stadsdelen en stadsgebied Weesp, en de Nota van beantwoording van 18 augustus 2026, besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - bouwactiviteit: activiteit inhoudende het bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in de Omgevingswet; - kring van partijen: natuurlijke personen, ondernemingen (micro,- kleine,- en middelgrote ondernemingen; in het havengebied ten westen van de A10 tevens grote ondernemingen), gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen, provincies, gevestigd in de nabije omgeving van de installatie en binding hebbend met de gemeente Amsterdam of een direct aan Amsterdam grenzende gemeente; - nabije omgeving: oIn het geval van elektriciteitsopwek door zonne-energie: binnen de postcoderoos rond de installatie. oIn het geval van elektriciteitsopwek door windenergie: binnen een straal van 10 keer de tiphoogte van de windturbine, gemeten vanaf de voet van de turbine. - lokaal eigendom: het juridisch en economisch in (mede-)eigendom hebben van een installatie en de opwek die met die installatie wordt gerealiseerd door de kring van partijen in de nabije omgeving van die installatie. - postcoderoos: het 4-cijferige postcodegebied waarin de installatie zich bevindt of in één van de direct aangrenzende 4-cijferige postcodegebieden. Artikel 2 Toepassingsbereik 1.Deze verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.2.Onder een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt verstaan: a. een zonnepark met een capaciteit van ten minste 250 kWp; of b. een windturbine met een capaciteit van ten minste 2 MW. Hoofdstuk 2 Motiveringsplicht lokaal eigendom Artikel 3 Inspanningsverplichting lokaal eigendom 1.Bij de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen geldt er voor de producent een inspanningsverplichting om 50 procent lokaal eigendom te bereiken. 2.Er is in ieder geval niet voldaan aan de inspanningsverplichting als: a.er geen aantoonbaar en verifieerbaar contact is geweest met natuurlijke personen of ondernemingen uit de kring van partijen, danwel met een bestaande georganiseerde vorm van personen of ondernemingen uit de kring van partijen; b.er niet meer dan één bijeenkomst met die partijen is geweest waarin de mogelijkheden voor lokaal eigendom zijn voorgelegd en/of zijn verkend; of c.er geen reële termijn is gegeven aan de omgeving om lokaal eigendom te bereiken. d.de financiële voorwaarden voor deelname onredelijk zijn geweest. Artikel 4 Motivering inspanningsverplichting lokaal eigendom 1.De producent motiveert uiterlijk voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van de installatie: a.welke inspanningen hij heeft verricht om mede-eigendom ten aanzien van de voorgenomen installatie en de exploitatie daarvan door een kring van partijen te bevorderen; b.welk percentage mede-eigendom is overeengekomen. 2.Voor zover minder dan 50 procent mede-eigendom is overeengekomen, wat de redenen daarvan zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn overeengekomen. 3.Indien ook geen andere vormen van financiële participatie als bedoeld in het tweede lid zijn overeengekomen, motiveert de producent dat hij in overleg is getreden met in Amsterdam gevestigde energiegemeenschap(en) of deze in aanmerking kan/kunnen komen voor mede-eigendom. Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering 1.Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, lid 1 onder a, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent aan het college verstrekt: a.de methoden gebruikt voor de communicatie over het project; b.welke informatie is gedeeld en hoe deze informatie beschikbaar is gesteld; en c.ten aanzien van de kring van partijen: 1°Hoe deze is gedefinieerd; 2°Op welke wijze deze partijen bij het project zijn betrokken; 3°Op welke wijze de wensen van deze partijen zijn verkend; en 4°Hoe deze partijen de mogelijkheid hebben gehad om te participeren 2.Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, lid 1 onder b, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent verstrekt: a.welke afspraken met deze partijen zijn gemaakt; b.hoe de afspraken met deze partijen zijn vastgelegd; c.een getekende overeenkomst tussen de producent en de kring van partijen, al dan niet vertegenwoordigd door de lokale energiegemeenschap, waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd; d.een projectstructuurbeschrijving met daarin opgenomen de financiële- en eigendomsstructuur van het project; e.een overzicht van de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding binnen het project; en f.een overzicht van de taakverdeling. 3.Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, tweede lid, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent verstrekt: a.een overzicht van de andere vormen van financiële participatie die zijn toegepast; en b.de redenen waarom 50 procent lokaal eigendom niet haalbaar is; c.indien energiegemeenschap(pen) buiten de nabije omgeving van de installatie binnen de gemeentegrens van Amsterdam na het overleg als bedoeld in artikel 4, derde lid, zijn benaderd, op welke wijze deze zijn betrokken, hoe de wensen zijn verkend en hoe deze de mogelijkheid hebben gehad om te participeren. Artikel 6 Energiegemeenschap als bedoeld in de Energiewet 1.Indien de producent een energiegemeenschap is, wordt in afwijking van artikel 3, verondersteld dat deze aan de inspanningsverplichting heeft voldaan als 50% of meer van haar leden, vennoten of aandeelhouders bestaan uit de kring van partijen zoals gedefinieerd in deze verordening.2.In die gevallen als bedoeld in het eerste lid, overlegt de producent in afwijking van de artikelen 4 en 5, voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van de installatie, een verklaring van een accountant of de leden vennoten of aandeelhouders voor 50% of meer bestaan uit de kring van partijen zoals gedefinieerd in deze verordening. Hoofdstuk 3 Overige bepalingen Artikel 7 Strafbepaling Overtredingen van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde kunnen gestraft worden met een geldboete van de tweede categorie. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking van de vaststelling in het Gemeenteblad.2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam. Artikel 9 Overgangsbepaling Het voorafgaand aan deze Verordening, door deelnemende gemeenten vastgestelde projectbeleid omtrent financiële participatie bij een grootschalig, de gemeentegrens van Amsterdam-overschrijdend project voor een zonne-installatie, wordt geacht in overeenstemming te zijn met deze verordening. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 oktober 2026 de plaatsvervangend voorzitterJudith Krom de raadsgriffierJolien Houtman Bijlage Toelichting 1.1 Algemene toelichting De grondslag van deze verordening is artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. De begripsbepalingen uit artikel 1.1 van de Energiewet zijn dan ook van toepassing op deze verordening en worden daarom niet herhaald. De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat inwoners in brede zin mee kunnen doen met grootschalige elektriciteitsopwek die wordt gerealiseerd in hun omgeving. De ambitie voor het lokaal eigenaarschap kent als uitgangspunt een zo hoog mogelijk percentage per project, bij voorkeur 100 procent. Deze hoge ambitie boven de 50% laat de gemeente Amsterdam meewegen voor zover zij een grondpositie heeft bij het betreffende project. De Energiewet biedt de grondslag om het streven naar 50 procent lokaal eigendom bij elektriciteitsopwek uit hernieuwbare bronnen juridisch te borgen door middel van deze verordening. Voor warmtenetten stelt de Wet collectieve warmtevoorzieningen regels over de oprichting van (publieke) warmtebedrijven en lokale warmtegemeenschappen. Het kunnen meedoen met grootschalige energieopwek wordt ook wel financiële participatie genoemd. De Participatieverordening gemeente Amsterdam regelt onder andere de wijze van participeren in het kader van ruimtelijke besluiten. Financiële participatie is daar niet onder begrepen. Deze verordening en de participatieverordening sluiten dus op elkaar aan. Deze verordening biedt geen toetsingskader bij (de procedure voor) het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet. 1.2 Participatie 1.3 Over de concept-Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek is participatie geweest. Het verslag van de participatie d.d. 23 januari 2026 is als bijlage bij deze toelichting gevoegd, alsmede een overzicht van de wijzigingen die in het ontwerp van deze verordening verwerkt zijn. 1.4 Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Definities In de definitie van de kring van partijen is aangesloten bij mogelijke leden van een energiegemeenschap, zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Energiewet. In de begrippenlijst art. 1.1 van de Energiewet is gedefinieerd wat onder een micro, kleine of middelgrote onderneming verstaan wordt. Die begrippen zijn in lijn met aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003. In het havengebied ten westen van de A10 is het tevens mogelijk dat een grote onderneming deel uitmaakt van de kring van partijen; daar zijn mogelijk initiatieven voor grootschalige opwek met windenergie op eigen bedrijfsterreinen en is de kring van partijen iets ruimer, nu dat gebied de voorkeur heeft ten opzichte van andere gebieden in Amsterdam en in dat gebied, in verhouding tot de rest van Amsterdam, meer grotere bedrijven zijn gevestigd en minder kleinere bedrijven en bewoners. Om duidelijk te maken dat de kring van partijen geen betrekking heeft op brievenbusfirma's, is een extra eis toegevoegd te weten ‘binding hebbend met de betreffende (buur)gemeente(n).’ Onder ‘binding hebbend met’ wordt verstaan: bedrijven die hun verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen én toegevoegde waarde bieden aan de sociaaleconomische structuur/voorzieningen. Ingeval van twijfel kan bij de beoordeling of een partij "binding heeft met" de betreffende gemeente aansluiting worden gezocht bij het begrip nabijheid zoals uitgewerkt in NEN 9192:2026 (Energiegemeenschappen). Deze norm hanteert nabijheid als een navolgbare en objectief onderbouwde afbakening, gebaseerd op ruimtelijke kenmerken, gedeelde infrastructuur, functionele relaties met de energieactiviteit, of aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid bij het gebied. Het begrip binding in deze verordening wordt in lijn met die benadering niet uitsluitend ruimtelijk opgevat, maar omvat ook een functionele of maatschappelijke relatie met het werkgebied van het project, zodanig dat sprake is van een reëel gebiedsgebonden belang. De binding kan op die manier navolgbaar en objectief worden onderbouwd. Bewoners, ondernemers en/of lokale overheden (zoals beschreven bij de ‘kring van partijen’) kunnen zelfstandig of door middel van een energiegemeenschap (mede-)eigenaar worden van de installatie. Daarbij kan het voorkomen dat een bewoner of een onderneming in een aan Amsterdam grenzende gemeente binnen een straal van 10 keer de tiphoogte gemeten vanaf de voet van de windturbine woont/gevestigd is. In dat geval worden zij op grond van artikel 1 ook gerekend tot de kring van partijen. Met de straalhoogte van 10 keer de tiphoogte van een windturbine wordt aangesloten bij de jurisprudentie van het begrip belanghebbende in het omgevingsrecht: gevolgen van enige betekenis kunnen aanwezig worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine (ABRvS, 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, Windpark de Drentse Monden en Oostermoer, r.o. 7; ABRvS, 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4198, Windpark Zeewolde, r.o. 7). Bij een installatie voor de opwek van zonne-energie is voor de invulling van het begrip ‘nabije omgeving’ aangesloten bij de zogenaamde postcoderoosregeling (Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking). De ‘nabije omgeving’ betreft het 4-cijferige postcodegebied waarin de installatie zich bevindt of in één van de direct aangrenzende 4-cijferige postcodegebieden: dezelfde postcoderoos dus. Buiten de postcoderoos is niet te verwachten dat er gevolgen van enige betekenis zijn vanwege een zonnepaneleninstallatie op de omgeving. Lokaal eigendom is gedefinieerd als het juridisch en economisch (mede-)eigenaarschap van de installatie en het juridisch bezitten van een energieproject en de daarmee gegenereerde elektriciteit. Dit houdt in dat economisch bezien zowel de lusten als de lasten worden gedragen en dat er zeggenschap over de installatie is. Deze definiëring sluit aan bij de definitie opgesteld door het ministerie van Klimaat en Groene Groei in de monitor Financiële Participatie Hernieuwbare Energie op Land. Lokaal eigendom kan bestaan uit omwonenden of lokaal gevestigde ondernemingen die deelnemen in de Ontwikkelings B.V. door middel van bijvoorbeeld een lokale energiegemeenschap of een directe investering door grondeigenaren of lokale overheden. Artikel 2 Toepassingsbereik Dit artikel regelt het toepassingsbereik van de regels uit deze verordening. De verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit uit de hernieuwbare bronnen. De facultatieve bepaling in lid 2 benoemt specifiek zonneparken en windturbines als hernieuwbare bron. De Energiewet hanteert een bredere definitie. In de Regionale Energiestrategie (hierna:RES) zijn specifieke afspraken gemaakt omtrent zon en wind, om meer betrokkenheid bij de energietransitie te bevorderen. In Amsterdam zijn momenteel geen andere hernieuwbare energiebronnen dan zonne-energie of windenergie voor de opwek van elektriciteit voorzien. Wat onder grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit wordt verstaan is nader ingevuld. Met het invoeren van een drempel worden kleinere windturbines of kleinere zonnevelden die zijn aangelegd voor eigen gebruik uitgesloten van het toepassingsbereik van deze verordening. Het gaat dan bijvoorbeeld om de voetbalvereniging die met zon-op-dak elektriciteit voor grotendeels eigen gebruik opwekt. In die situatie is al sprake van 100% lokaal eigendom. Zon op dak is meestal omgevingsvergunningsvrij voor bouwen (mits aan de voorwaarden wordt voldaan en het niet een monument betreft), er is doorgaans een breed draagvlak voor en voorziet doorgaans in de eigen behoefte van het betreffende gebouw. Uiteraard is het mogelijk om partijen te benaderen voor lokaal eigendom van de installatie, maar de verordening heeft hier geen verplichtingen willen stellen aan de producent omdat de energietransitie dan mogelijk juist gefrustreerd zou worden door dergelijke extra vereisten. Voor zonnepanelenparken onder de gekozen drempel van 250 kW (dit komt ongeveer overeen met 500 zonnepanelen), geldt dat dit marktsegment voor een commerciële leverancier niet interessant is, maar dat hier juist energiegemeenschappen een belangrijke rol spelen (als producent van elektriciteit). Dergelijke energiegemeenschappen zullen vaak al voldoen aan de inspanningsverplichtingen uit deze verordening. Met de gekozen drempel is beoogd te voorkomen dat extra obstakels opgelegd worden aan energiegemeenschappen. Voor die gevallen dat de drempel van artikel 2 wel overschreden wordt én een energiegemeenschap producent is, is in artikel 6 een vereenvoudigde onderbouwing van de inspanningsverplichting voorzien indien meer dan de helft van de leden aandeelhouders of vennoten bestaat uit de kring van partijen zoals omschreven in deze verordening. Artikel 3 Inspanningsverplichting lokaal eigendom Eerste lid In het eerste lid is een inspanningsverplichting opgenomen: bij de aanleg of uitbreiding van de installatie, bedoeld in artikel 1, moet de producent streven naar 50 procent lokaal eigendom. Er wordt geen resultaatsverplichting opgelegd, omdat niet kan worden afgedwongen dat de lokale omgeving mede-eigenaar wil zijn van een dergelijke installatie. De producent moet echter wel aantonen dat hij zich voldoende heeft ingespannen om 50 procent lokaal eigendom te realiseren. De verordening belet niet dat ook buiten nabije omgeving partijen deelnemen teneinde een hoger percentage dan 50% mede-eigendom te behalen. De verordening ziet alleen op de inspanningen van de producent in de nabije omgeving van de installatie. Tweede lid Van de producent wordt een aantoonbare inspanning verwacht. Het opmerken dat bij een informatieavond met omwonenden geen animo was voor lokaal eigendom volstaat bijvoorbeeld niet. De producent moet een deugdelijke motivering aanleveren waaruit blijkt dat ondanks de verrichte inspanningen, niet genoeg interesse was vanuit de lokale omgeving. Bij het benaderen van de lokale omgeving kan de producent het programma Energiegemeenschappen benaderen via: energiegemeenschappen@amsterdam.nl. De gemeentelijke medewerkers binnen dit team zullen invulling helpen geven aan hoe de ondersteuningsvraag opgepakt kan worden. Daarbij dient rekening gehouden te worden met bestaande producten en handvatten om inclusieve participatie actief te stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld voor mensen met verschillende taal- en digivaardigheden. Bij een georganiseerde vorm van personen en ondernemingen zoals genoemd in dit lid onder a, kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een wijk- of dorpsraad of een bestaande lokale energiecoöperatie of energiegemeenschap. Verder is in het tweede lid een niet limitatieve opsomming opgenomen van voorbeelden wanneer er in ieder geval geen sprake is van gegronde redenen waardoor lokaal eigendom niet haalbaar zou zijn geweest. Daarbij kan worden gedacht aan een onrealistische termijn voor de instap van één of twee weken. Ook dient het instapbedrag niet te hoog te zijn voor gemiddelde huishoudens in de nabijheid van de installatie. Artikel 4 Motivering inspanningsverplichting lokaal eigendom De producent is verplicht voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit zonne- of windenergie aan het college te motiveren hoe is voldaan aan de inspanningsverplichting tot het streven naar lokaal eigendom. Het momentum ‘voorafgaand aan de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding’ van de installatie is gekozen omdat het begrip start bouw door de jurisprudentie is ingevuld. Zon-op-dak is veelal omgevingsvergunningvrij zodat bijvoorbeeld de aanvraag omgevingsvergunning geen werkbaar momentum zou zijn. Opgemerkt wordt dat het een uiterste moment is dat de inspanningsverplichting gemotiveerd moet worden, een eerder moment wordt niet verhinderd door deze verordening. Het ligt voor de hand dat het college de producent informeert of aan de inspanningsverplichting is voldaan. Deze bepaling sluit aan bij artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet (Kamerstukken II 2023-2023, 36378, nr. 23, Amendement lid Rooderkerk). Het artikel biedt geen grondslag voor het verzwaard afleggen van verantwoording als wél 50 procent lokaal eigendom is behaald (zie artikel 6.12, derde lid, sub c Energiewet en artikel 3, sub c van deze verordening). Indien ook geen andere vormen van financiële participatie als bedoeld in het tweede lid zijn overeengekomen, treedt de producent in overleg met de gevestigde energiegemeenschap(en) in Amsterdam. Het heeft dan de voorkeur als in eerste instantie de meest nabij gelegen energiegemeenschap betrokken wordt. Om te komen tot welke in Amsterdam gevestigde energiegemeenschap(pen) in aanmerking komt kan de APEC (Amsterdamse Producerende Energie Coöperaties) geraadpleegd worden. Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden de producent moet aanleveren aan het college voor de motivering van de inspanningsverplichting. Dit kan via het mailadres energiegemeenschappen@amsterdam.nl. In het eerste lid wordt opgesomd welke stukken nodig zijn om de inspanning te motiveren die de producent heeft geleverd voor het streven naar lokaal eigendom. Daarbij kan een geografische kaart als hulpmiddel dienen om de lokale omgeving die benaderd is af te bakenen. Verder kunnen gegevens door middel van onderstaand tabel gestructureerd worden aangeleverd: In lid 2 is opgenomen welke stukken de producent moet aanleveren om het percentage lokaal eigendom te onderbouwen. Deze verplichting geldt ook als 50 procent lokaal eigendom wél wordt behaald. De vereiste stukken zijn een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt met de lokale omgeving in de vorm van een samenwerkings- of omgevingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd. Daarnaast wordt een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur en de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding aangeleverd. Hierin is ook opgenomen wie de zeggenschap heeft over (welk deel van) de geproduceerde stroom. Verder bevat het een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt over welke kosten door wie worden gedragen, een overzicht van de taakverdeling en de overeenkomst tussen de producent en de kring van partijen. Lokaal eigendom houdt in dat de kring van partijen in alle opzichten betrokken kan zijn bij de ontwikkeling, dat is dus niet puur financieel. Het is van belang dat de kring van partijen onderdeel is van het besluitvormingsproces en de ontwikkeling van het park. De gevraagde stukken geven inzicht in de onderlinge verhouding tussen de kring van partijen en de producent. In het geval dat de producent niet 50 procent lokaal eigendom heeft behaald, wordt in lid 3 stukken gevraagd ter onderbouwing waarom 50 procent lokaal eigendom niet is behaald en welke andere vormen van financiële participatie zijn toegepast. Uit de stukken over de haalbaarheid van 50 procent lokaal eigendom moet de producent deugdelijk motiveren dat deze ondanks alle verrichte inspanningen niet haalbaar was. Artikel 6 Energiegemeenschap als bedoeld in de Energiewet Voor die gevallen dat een project de drempelwaarden van artikel 2 overschrijdt én een energiegemeenschap de producent is, is in artikel 6 een vereenvoudigde onderbouwing van de inspanningsverplichting geregeld. Indien meer dan de helft van de leden, aandeelhouders of vennoten van de energiegemeenschap bestaat uit de kring van partijen zoals omschreven in deze verordening volstaat namelijk een verklaring van de accountant daarover. Deze verordening beoogt met dit artikel te voorkomen dat extra regels opgelegd worden aan energiegemeenschappen die in feite al voldaan hebben aan de inspanningsverplichting. Mocht minder dan 50% van de leden, aandeelhouders of vennoten uit de kring van partijen zijn zoals omschreven in deze verordening, dan zijn de artikelen 3, 4 en 5 wel van toepassing. Artikel 7 Sanctiebepaling Deze bepaling is gebaseerd op artikel 154 van de Gemeentewet. Deze sanctie kan opgelegd worden naast de bestuursrechtelijke bevoegdheden van de gemeente voor het eventuele toepassen van een last onder dwangsom als bedoeld in titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht (een herstelsanctie). Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel De wettelijke grondslag voor deze verordening is opgenomen in artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. De Energiewet is in werking getreden op 1 januari 2026 (zie Koninklijk Besluit 17 februari 2025, Stb. 2025/40). In een verordening wordt bepaald wanneer deze in werking treedt. Artikel 9 Overgangsbepaling In het kader van het OER project voor een zonne-installatie langs de rijksweg zijn reeds beleidsmatig afspraken gemaakt met de deelnemende gemeenten hoe omgegaan wordt met lokaal eigendom. Omdat deze afspraken reeds gemaakt zijn voordat deze verordening in procedure was gebracht en er meerdere gemeenten betrokken zijn, is het niet zinvol dat dat traject opnieuw doorlopen zou moeten worden. De gemaakte afspraken worden daarom geacht aan deze verordening te voldoen.
Categorie: APV
In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer over deze regio

Meer meldingen zoals "Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek (Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam)"

Bestemmingsplan
Wijziging Waterschapsverordening de Rijnlandse Keur

Bestemmingsplan
Kennisgeving ontwerp wijziging omgevingsplan gemeente Amstelveen Legmeerdijk 276

Omgeving
Kennisgeving aanvraag ingetrokken Z2026-00007418, Amsterdamseweg 520, 1181BX Amstelveen

Omgeving
Aanvraag vergunning toegekend voor het plaatsen van een puincontainer in een parkeervak van 10/10 t/m 7/11/26, Graaf Willemlaan 45, 1181EE Amstelveen

Omgeving
Aanvraag omgevingsvergunning voor het vervangen van de vrijstaande woning, Amsterdamseweg 481A, 1181BR Amstelveen

Omgeving
Aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een afvalcontainer van 30-11-2026 t/m 11-01-2027, Gijsbrecht van Amstellaan 67, 1181EK Amstelveen

Omgeving
Aanvraag vergunning geweigerd voor het tijdelijk verhuren van een leegstaande woning, Baljuwenlaan 1, 1181BA Amstelveen

APV
Verordening op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019

APV
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over trainingsaanbod voor mbo-instellingen schoolveiligheid (Verordening Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid Mbo 2024)

APV
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot vaststelling van het budget voor de uitvoering van de Voorziening Training deskundigheidsbevordering schoolveiligheid 2024 en de Verordening Training...

APV
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek (Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam)

Mededelingen
Najaarsschouw 2026

