Beleidsregel bekostiging leerlingenververvoer gemeente Beesel 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-08-03

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Beesel

Informatie

Beleidsregel bekostiging leerlingenververvoer gemeente Beesel 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel; -gelet op het bepaalde in: -artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht -de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beesel 2021 overwegende dat: •In de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beesel 2021 de regels staan voor bekostiging van vervoersvoorzieningen voor leerlingen naar de scholen; •Die regels ruimte geven voor interpretatie in de uitvoering en hiervoor een beleidsregeling is vastgesteld •Het college deze regeling wil actualiseren. besluit 1.Vast te stellen de beleidsregel: Beleidsregel bekostiging leerlingenververvoer gemeente Beesel 2026 2.Intrekken de beleidsregel: Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beesel 2024, vastgesteld op 1 oktober 2024 Inleiding De beleidsregels in dit document geven aan hoe de bevoegdheden van het college binnen de regels van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beesel worden uitgevoerd. Het zijn zowel handvatten voor de uitvoering als leidraad voor de eenduidige motivering van besluiten. Hierbij zijn de uitgangspunten: •Ouders zijn verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind(eren); •De zelfstandigheid en mogelijkheden van de leerling en ouders worden benut en gestimuleerd; •De taak van de gemeente betreft uitsluitend een wettelijke zorgplicht om, onder bepaalde voorwaarden, een passende regeling te bieden waarmee aanspraak kan worden gemaakt op een voorziening voor leerlingenvervoer. In beginsel is de gemeente alleen verantwoordelijk voor de bekostiging van het leerlingenvervoer. Onder specifieke omstandigheden draagt de gemeente echter ook zorg voor het regelen van een vervoersvoorziening. •Het college bepaalt het recht op een voorziening leerlingenvervoer, ouders ontvangen hiervoor een besluit. •Waar mogelijk wordt het zelfstandig reizen per fiets of met het openbaar vervoer gestimuleerd, omdat dit de autonomie en het welbevinden van de leerling vergroot; het college of een onafhankelijke medische adviseur beoordeelt in hoeverre de leerling hiertoe in staat is—al dan niet met begeleiding—en kijkt daarbij tevens naar mogelijkheden om de zelfredzaamheid verder te ontwikkelen, met als uiteindelijk doel dat de leerling zo zelfstandig mogelijk naar school reist. Er wordt vanuit gegaan dat iedere ouder een eigen inzet kan leveren bij het vervoer van en naar school. Daarbij wordt ten minste uitgegaan van een verplichte minimale eigen inzet van 2 momenten per week. Artikel 1. Begripsomschrijvingen 1.In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. Aanvrager: Ouder(s), verzorger(s) of voogd(en) van de leerling welke in aanmerking wenst te komen voor bekostiging leerlingenvervoer; b. BO: Basisonderwijs c. BSO: Buitenschoolse opvang: Voorziening die bestemd is voor schoolgaande kinderen en die geopend is voor en/of na schooltijd en eventueel tussen de middag. Vaak ook tijdens de schoolvakanties. d. College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel. e. Dichtstbijzijnde: de kortste, voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. f. Dichtstbijzijnde toegankelijke school: de school die ofwel in afstand de dichtstbijzijnde toegankelijke school is, of – wanneer het speciaal basisonderwijs betreft – de dichtstbijzijnde toegankelijke school binnen het samenwerkingsverband Noord-Limburg. g. Draagkrachtafhankelijke bijdrage: eigen bijdrage van de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt. Ouders zijn verantwoordelijk voor een bepaald deel van de (werkelijk gemaakte) kosten van het vervoer, hiermee wordt de zogenaamde drempel bedoeld. De eerste 6km dienen zelf bekostigd te worden op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor zover deze kosten boven het inkomen gaan. h. Drempelbedrag: Dit bedrag is bedoeld voor de kosten van het vervoer wanneer de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer is dan twintig kilometer. Deze bijdrage kan alleen worden gevraagd wanneer het een school voor basisonderwijs betreft. De bijdrage is afhankelijk van de financiële draagkracht van de ouders. i. Feitelijk verblijf: De plaats waar iemand daadwerkelijk verblijft, ongeacht waar diegene officieel staat ingeschreven. j. Gastouder: Iemand die tegen betaling kinderen opvangt bij de gastouder thuis. Deze persoon moet geregistreerd staan in het Landelijk Register Kinderopvang. k. Loosmelding: Een bericht van de vervoerder aan het college met de mededeling dat een leerling niet is meegereisd zonder afmelding. Eén loosmelding betreft één enkele rit. l. Ouders: Ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling, waaronder pleegouders en groepsleiders in een gezinsvervangend tehuis, groepsopvoeders in een internaat en verder alle meerderjarige handelingsbevoegde personen die op hetzelfde adres verblijven als de leerling. m. PO: Praktijk Onderwijs n. Proefplaatsing: Een tijdelijke plaatsing van een leerling op een school voor (voortgezet) speciaal (basis) onderwijs, met als doel te onderzoeken of deze school passend en geschikt is voor de leerling, gelet op diens onderwijs- en ondersteuningsbehoeften. o. Reiskoffer: Reis-ondersteunende producten om zelfstandig te leren reizen. p. SO: Speciaal Onderwijs q. S(B)O: Speciaal (Basis) Onderwijs r. Schoolvervoer: Vervoer van thuis naar school en andersom. s. Structureel: Een periode van minimaal 3 maanden; t. Toegankelijk: De school van de gevraagde richting en onderwijssoort die, gelet op de mogelijkheden en beperkingen van de leerling, feitelijk bereikbaar en bruikbaar is. u.“Thuis”: In het kader van leerlingenvervoer is “thuis” de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. v. TLV: Toelaatbaarheidsverklaring: Document dat aangeeft dat een leerling recht geeft op speciaal onderwijs en de bijbehorende ondersteuning w. Verordening: Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beesel 2021; x. V(S)O: Voorgezet (Speciaal) Onderwijs; y. WEC: Wet op de expertisecentra; z. Woning: De woning waar de leerling structureel en feitelijk verblijft; aa. WPO: Wet op het primair onderwijs. bb. WVO: Wet op het voortgezet onderwijs. 2.Alle andere begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de WPO, de WVO, de WEC, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening. Artikel 2. Algemene bepalingen en wijzigingen leerlingenvervoer 1.Een aanvraag voor het bekostigen van het leerlingenvervoer kan worden toegekend voor de duur van de schoolperiode tot en met groep 8, dan wel tot het jaar van verwachte uitstroom. De toekenning geldt voor een maximale periode van vier jaar. Na afloop van deze periode moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.2.Een aanvraag, vergoeding of wijziging wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.3.Het college is bevoegd ambtshalve een besluit te nemen indien dit noodzakelijk wordt geacht en in het belang van de leerling is.4.Het college kan een onafhankelijk deskundige inschakelen wanneer specifieke deskundigheid noodzakelijk wordt geacht. De deskundige brengt advies uit over de individuele situatie van de leerling en diens netwerk. Ouders en leerling verlenen medewerking aan het onderzoek dat door de deskundige wordt uitgevoerd.5.Ouders melden wijzigingen die van directe invloed zijn op de verstrekte voorziening leerlingenvervoer zo spoedig mogelijk aan het college.6.Wijzigingen waarvoor een nieuwe aanvraag vereist is: •Wijziging van het woonadres van de leerling; •Verandering van school; •Wijziging in de gezinssituatie die invloed heeft op het kunnen begeleiden van de leerling; •Wijziging van het adres van de school; 7.De volgende wijzigingen kunnen worden doorgegeven via een wijzigingsformulier: •Wijziging in het inkomen van ouders; •Wijziging in de mogelijkheden van de leerling; •Wijziging in de eigen inzet zoals bedoeld in artikel 13 (wederkerigheid). 8.Voor een aanvraag voor leerlingenvervoer tijdens een proefplaatsing gelden dezelfde voorwaarden als voor een reguliere aanvraag voor leerlingenvervoer. De duur van de proefperiode speelt hierbij geen rol. Artikel 3. Afwijzingsgronden 1.Het college wijst de aanvraag af wanneer het geen schoolvervoer betreft. Er is in elk geval geen sprake van schoolvervoer in de volgende gevallen: a.Vervoer tijdens schoolvakanties; b.Vervoer op afwijkende schooltijden, bijvoorbeeld door lesuitval, schoolreisje, sportdag, proefwerkweek, studiedag; c.Vervoer voor incidentele verzoeken/wijzigingen; d.Vervoer tussen schoolgebouwen onderling; e.Vervoer tussen school en zwembad of gymnastieklokaal; f.Vervoer voor medisch of paramedische behandelingen/therapie zoals huisarts, tandarts, revalidatiecentrum, dagbehandeling, ziekenhuis e.d.; g.Vervoer naar logeerhuizen en dagcentrum; h.Vervoer voor andere doeleinden dan schoolonderwijs, zoals vervoer naar huiswerkbegeleiding, remedial teaching, sportvereniging, e.d. i.Vervoer naar zorginstellingen, medische kinderdagverblijven en andere instellingen waar geen onderwijs wordt geboden. 2.Ouders zijn in dergelijke situaties zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind. Artikel 4. Bekostiging 1.Het college bekostigt het schoolvervoer naar de dichtstbijzijnde, toegankelijke school.2.Indien de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is voor de leerling, blijft de aanspraak op vervoer naar de verder gelegen school in beginsel bestaan ook als de wachtlijst is opgelost, tenzij ouders ervoor kiezen om de leerling op de dichtstbijzijnde toegankelijke school te plaatsen. 3.Wanneer de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is en de ouder kan dit kenbaar maken met een niet-toegankelijkheidsverklaring of er staat een specifieke school benoemd in de TLV, dan komt de leerling toch in aanmerking voor leerlingenvervoer naar een verder weggelegen school.4.Indien de dichtstbijzijnde toegankelijke school niet naar wens is dan zijn ouders vrij om het kind naar de school van hun keuze te laten gaan. Aanvullende kosten voor vervoer naar de verder weggelegen school zijn voor rekening van de ouders. In de situatie waarin gekozen wordt voor een verder weggelegen school dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school, is de voorziening in de vorm van aangepast vervoer niet mogelijk Artikel 5. Vervoersvoorziening tijdelijke beperking of handicap 1.Waar in de Verordening gesproken wordt over een handicap, wordt een structurele handicap bedoelt. Het college verzorgt geen vervoer vanwege tijdelijke medische redenen, bijvoorbeeld een gebroken been. 2.Het college is verantwoordelijk voor vervoer van leerlingen die een blijvende lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap hebben. Het kan echter voorkomen dat een leerling een groot gedeelte van het schooljaar niet zelfstandig school kan bereiken vanwege herstel of revalidatie. In dat geval kan een leerling, indien noodzakelijk, wel een beroep doen op het leerlingenvervoer. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a.Het betreft een tijdelijke beperking van drie maanden of langer. Dit moet bij de aanvraag worden onderbouwd met bewijsstukken. Het college kan een deskundige inschakelen om over de aanvraag te adviseren. b.De beschikking kan alleen afgegeven worden voor de duur van het herstel of de revalidatie. Als de noodzaak voor het vervoer verdwijnt heeft de leerling geen recht meer op leerlingenvervoer. c.Het college kan deze beschikking tussentijds evalueren en herzien of intrekken. Artikel 6. Aanvraag schoolvervoer in verband met hoogbegaafdheid 1.Een leerling komt alleen in aanmerking voor een vervoersvoorziening in verband met hoogbegaafdheid indien de ouders aantonen dat de leerling voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs nodig heeft. 2.Bij de aanvraag dienen de volgende documenten te worden bijgevoegd: a.Documenten en verslagen van deskundigen ter onderbouwing van de noodzaak tot voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs; b.Indien sprake is van een verder weg gelegen school, dient een verklaring van de boven schoolse ondersteuningscoördinator te worden overgelegd waaruit blijkt waarom voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs niet kan worden aangeboden op de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Artikel 7. Medische zorg en behandeling 1.Wanneer een leerling onderwijs volgt op of in de directe nabijheid van zijn medische zorg- of behandelingslocatie, kan het in aanmerking komen voor leerlingenvervoer. Dit geldt uitsluitend indien meer dan 50% van het onderwijs op deze locatie wordt gevolgd.2.De schooltijden zoals opgenomen in de schoolgids van de betreffende school zijn leidend voor het leerlingenvervoer.3.Wanneer een kind voor of na schooltijd zorg of behandeling ontvangt, kan voor deze momenten geen aanspraak worden gemaakt op leerlingenvervoer. Artikel 8. Twee adressen 1.Een leerling kan twee adressen hebben. Beide ouders moeten afzonderlijk, in de eigen woongemeente, een aanvraag indienen voor de dagen dat de leerling tijdens een week bij hen verblijft. 2.Het betreft vaste dagen in de week of per twee weken. 3.Indien het drempelbedrag en de draagkracht afhankelijke bijdrage van toepassing zijn, zoals bedoeld in de Verordening, dan wordt dit berekend naar verhouding tot het aantal dagen dat de leerling bij de betrokken ouder verblijft.4.Er kan rekening worden gehouden met twee adressen bij de bepaling wat de dichtstbijzijnde toegankelijke school is, op voorwaarde dat de twee adressen binnen 25 km van elkaar zijn gelegen. Artikel 9. Vervoer crisissituatie/acute noodsituatie 1.De hoofdregel is dat de ouders een aanvraag indienen bij de gemeente waar de leerling feitelijk verblijft.2.Wanneer een leerling vanwege een crisissituatie tijdelijk of voor langere tijd wordt opgevangen in een pleeggezin, bij familie of in een opvangvoorziening in een andere gemeente, komt deze in principe niet in aanmerking voor leerlingenvervoer als de bezochte school, vanuit de verblijfsgemeente, niet als de dichtstbijzijnde school wordt beschouwd. a.Wanneer er al sprake is van inzet vanuit het leerlingenvervoer in onze gemeente dan vergoeden we de eerste drie maanden het vervoer van en naar de huidige school. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: i.We nemen het belang van het kind als uitgangspunt. ii.De betrokken professionals adviseren het college en nemen naast de zorginhoud ook de te verwachten duur van het verblijf mee in hun advies. iii.De ouders van de leerling kunnen de periode van drie maanden benutten om in de nieuwe gemeente een geschikte school te vinden, aangezien het leerlingenvervoer na deze termijn wordt beëindigd b.Wanneer er geen inzet vanuit het leerlingenvervoer is op het moment van de crisissituatie, dan dient de leerling zich te melden bij de andere gemeente voor een eventuele aanvraag voor het leerlingenvervoer. Artikel 10. Opstapplaats 1.Bij aangepast vervoer haalt de vervoerder de leerling op bij een aangewezen opstapplaats en worden zij hier ook in de middag afgezet.2.De opstapplaats mag maximaal 1200 meter van de woning liggen.3.Ouders zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van en naar de opstapplaats en dienen toezicht te houden op het in- en uitstappen van de leerling. Deze verantwoordelijkheden kunnen de ouders niet op- of overdragen aan het college. 4.Wanneer ouders de begeleiding naar de opstapplaats niet zelf kunnen bieden, gaan ze zelf op zoek naar andere passende oplossingen waaronder gebruikelijke hulp van gezinsleden, hulp van andere personen uit het sociaal netwerk of voorliggende andere voorzieningen.5.Het college kan alleen afwijken van het gebruik van een opstapplaats bij hoge uitzondering, de vervoerder haalt en brengt de leerling dan vanuit de eigen woning. 6.Er is sprake van een hoge uitzondering wanneer: a.Een leerling volledig rolstoelafhankelijk is. b.Ouders aantonen dat ouders en/of de leerling door fysieke beperkingen of (over)belasting belemmeringen ervaren bij het gebruik van de opstapplaats, en er geen andere oplossingen zijn om deze beperkingen weg te nemen en het gezin hierdoor ernstig en meer dan anderen in een vergelijkbare situatie, wordt benadeeld. De consulent kan daarbij besluiten nader onderzoek te doen, bijvoorbeeld door informatie op te vragen bij betrokken hulpverleners of door onafhankelijk medisch advies aan te vragen. 7.Het college wijkt niet af van het gebruik van een opstapplaats in de volgende gevallen: a.Het hebben van meerdere (schoolgaande) kinderen. b.Het hebben van (vrijwilligers)werk. c.Wanneer het een eenoudergezin betreft. d.Wanneer het een combinatie van bovenstaande betreft. 8.De locatie van een opstapplaats wordt bepaald door de vervoerder en wordt vóór het begin van het nieuwe schooljaar gecommuniceerd door vervoerder aan de ouders van de leerling. 9.Wanneer er structureel gebruik wordt gemaakt van een ander adres, niet zijnde een verblijfsadres, kan worden gekozen voor een andere bestaande opstapplaats op de route.10.De locatie van een opstapplaats kan gedurende het schooljaar worden gewijzigd door de vervoerder. Artikel 11. Extra opstapplaats 1.Om ouders tegemoet te komen, kunnen ouders één extra opstapplaats aanvragen voor het gebruik maken van een BSO of gastouder. 2.Bekostiging van het vervoer naar een tweede opstapplaats is mogelijk als dit een structureel adres betreft, waarbij de volgende criteria gelden: a.Het dient te gaan om een BSO of gastouder. b.Er dient sprake te zijn van een vast, wekelijks terugkeren patroon voor een minimale periode van 3 maanden; c.De extra opstapplaats moet in de gemeente Beesel liggen; d.Het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere start- en eindtijd van de school volgens de schoolgids; 3.Per route mogen er maximaal twee extra opstapplaatsen voor BSO of gastouder zijn. Bij meer extra opstapplaatsen voor BSO/gastouder, kan het zijn dat een route wordt aangepast. Artikel 12. Eigen inzet 1.We gaan ervan uit dat iedere ouder een eigen inzet kan leveren bij het vervoer van en naar school.2.Het vervoer van leerlingen van huis naar school en terug en de eventuele noodzakelijke begeleiding van de leerling in het vervoer van huis naar school en terug is een verantwoordelijkheid van de ouders. Deze verantwoordelijkheden kunnen de ouders niet op- of overdragen aan het college.3.Als uit onderzoek blijkt dat leerling school kan bereiken met de fiets of het openbaar vervoer én begeleiding noodzakelijk is, dan bieden de ouders een minimale eigen inzet van minimaal 2 momenten per week. De leerling komt voor de overige momenten in aanmerking voor aangepast vervoer.4.Bij de aanvraag van het leerlingenvervoer wordt aangegeven welke 2 momenten deze eigen inzet geleverd wordt. 5.Indien er meerdere kinderen binnen het gezin gebruik maken van het leerlingenvervoer, blijft de eigen inzet in totaliteit minimaal 2 momenten per week. a.Wanneer de kinderen naar dezelfde school gaan, worden zij gezamenlijk op twee vaste momenten van en naar school vervoerd. b.Wanneer de kinderen naar ander scholen gaan, dan wordt er een minimale eigen inzet van 2 momenten verwacht. 6.Wanneer ouders deze wederkerigheid niet zelf kunnen bieden, gaan ze zelf op zoek naar andere passende oplossingen waaronder gebruikelijke hulp van gezinsleden, hulp van andere personen uit het sociaal netwerk of voorliggende andere voorzieningen.7.In de volgende gevallen kan het college afwijken van de plicht tot eigen inzet: a.Bij leerlingen die vanwege de structurele beperking enkel de mogelijkheid hebben om met aangepast vervoer naar school te gaan. Bij deze ouder wordt er wel gevraagd naar een mogelijke eigen inzet maar is dit niet verplicht om te geven. b.Ouders aantonen dat ouders en/of de leerling door fysieke beperkingen of (over)belasting belemmeringen ervaren bij de eigen inzet en er geen andere oplossingen zijn om deze beperkingen weg te nemen en het gezin hierdoor ernstig en meer dan anderen in een vergelijkbare situatie, wordt benadeeld. De consulent kan daarbij besluiten nader onderzoek te doen, bijvoorbeeld door informatie op te vragen bij betrokken hulpverleners of door onafhankelijk medisch advies aan te vragen. c.Wanneer de school niet bereikbaar is volgens de afstand en reisbepaling beschreven in artikel 13.4. 8.Het college wijkt niet af van de plicht tot eigen inzet in de volgende gevallen: a.Het niet in bezit zijn van een fiets, auto en/of rijbewijs. b.Het niet kunnen verplaatsen door bijvoorbeeld een fiets. c.Het hebben van meerdere (schoolgaande) kinderen. d.Het hebben van (vrijwilligers)werk. e.Wanneer het een eenoudergezin betreft. f.Wanneer het een combinatie van bovenstaande betreft. 9.Wanneer ouders zelf geen twee momenten aandragen voor de eigen inzet, worden deze twee momenten door het college vastgesteld. 10.Er mag maximaal een keer per drie maanden een wijziging doorgegeven worden voor het wijzigen van de eigen inzet momenten. Wanneer er binnen deze termijn een wijziging wordt aangevraagd dan gaat deze van kracht nadat de drie maanden van het vorige besluit zijn verstreken.11.Ouders ontvangen een vergoeding bij eigen inzet: a.Wanneer er meerdere kinderen in een gezin zijn die gebruik maken van het leerlingenvervoer, dan ontvangen de ouders de vergoeding per rit en niet per kind. b.Wanneer fietsen een passende oplossing is zoals beschreven in artikel 13.3, dan ontvangen de ouders een fietsvergoeding op basis van artikel 14. c.Wanneer OV een passende oplossing is zoals beschreven in artikel 14.4, dan ontvangen de ouders de vergoeding op basis van OV vergoeding zoals beschreven in artikel 15. d.Wanneer OV geen passende oplossing is zoals beschreven in artikel 14.4, dan ontvangen de ouders een vergoeding op basis van kilometervergoeding zoals beschreven in artikel 16. Artikel 13. Afstands- en reistijdbepaling 1.Bij de beoordeling van de aanvragen dienen een aantal afstanden en reistijden te worden berekend. De afstand en/of reistijd wordt als volgt berekend: a.Om vast te stellen of aan het afstandscriterium wordt voldaan zoals staat beschreven in de verordening. b.Om te bepalen wat de dichtstbijzijnde toegankelijke school is vanaf de woning. c.Om de hoogte van de vergoeding vast te stellen. d.Om de reistijd tussen de woning en de school per fiets of het openbaar vervoer vast te stellen. 2.Als de afstand van de heenreis en de terugreis verschillend is, wordt bij het meten van de afstand uitgegaan van de gemiddelde afstand van de heenweg en de terugweg. Afronding op 1 decimaal.3.Voor de beoordeling van de vraag of een leerling naar school kan fietsen gelden de volgende uitgangspunten: a.Leerlingen in het speciaal basisonderwijs worden niet geacht van en naar school te fietsen. b.Leerlingen in het speciaal onderwijs worden geacht van en naar school te fietsen vanaf 12 jaar. c.Leerlingen vanaf het voortgezet (speciaal) onderwijs, waaronder ook praktijkonderwijs, worden geacht wel te fietsen van en naar school. d.Bij twijfel over de haalbaarheid van het fietsen kan het college informatie opvragen bij betrokken hulpverleners, school of een onafhankelijk medisch advies aanvragen. 4.We hanteren de volgende uitgangspunten bij de beoordeling van de afstand- en reistijdbepaling of openbaar vervoer een passende oplossing is: a.Een maximale afstand tussen de laatste OV-halte en school van maximaal 1200 meter. Dit geldt voor alle onderwijsvormen. b.Wanneer de OV reistijd, enkele reis, minimaal 1 uur betreft met het openbaar vervoer en met 50% kan worden verkort door inzet van aangepast vervoer, dan is aangepast vervoer voorliggend op het openbaar vervoer. c.In het primair onderwijs (PO), speciaal basisonderwijs (SBO) en voortgezet onderwijs (V(S)O) worden leerlingen geacht maximaal twee keer te kunnen overstappen (bijvoorbeeld van bus naar trein). Voor leerlingen in het speciaal onderwijs (SO) is dit maximaal één keer. Artikel 14. Bekostiging met de fiets 1.Vergoeding voor SO-onderwijs:Als een leerling vanaf 12 jaar per fiets naar school gaat, dan wordt er een fietsvergoeding toegekend worden. Als een begeleider mee moet fietsen dan krijgt die ook een fietsvergoeding.2.Vergoeding voor V(S)O onderwijs:In tegenstelling tot het SO komt de leerling niet in aanmerking voor een fietsvergoeding bij het V(S)O, tenzij de leerling uitsluitend onder begeleiding kan fietsen. Voor hen geldt geen kilometergrens.3.In overeenstemming met de Verordening worden de bedragen voor het gebruik van een eigen fiets uitgekeerd voor de kilometers via de kortste fietsroute berekend via de routeplanner van de ANWB. Hierbij wordt uitgegaan van 200 lesdagen per schooljaar. Artikel 15. Bekostiging openbaar vervoer (met eventuele begeleiding) 1.Het uitgangspunt is dat alle leerlingen in staat zijn om met het openbaar vervoer te kunnen reizen, al dan niet met begeleiding. 2.Wanneer een leerling wegens beperkingen niet in staat is om zelfstandig met het openbaar vervoer te kunnen reizen maar wel met begeleiding, dan dienen de ouders de leerling te begeleiden bij het reizen met het OV. 3.Als begeleiding bij het openbaar vervoer noodzakelijk is, dan bieden de ouders dit minimaal 2 momenten per week (eigen inzet), zoals beschreven in artikel 12. Voor de overige momenten komt de leerling in aanmerking voor aangepast vervoer. 4.Vergoeding voor SO-onderwijs:Wanneer een leerling niet zelfstandig of met begeleiding naar het SO kan fietsen zoals beschreven in artikel 13.3, dan ontvangen de ouders een bekostiging openbaar vervoer. 5.Vergoeding voor V(S)O:Wanneer een leerling niet zelfstandig of met begeleiding naar het V(S)O kan fietsen zoals beschreven in artikel 13.3 en niet zelfstandig met het OV kan reizen, dan ontvangen de ouders een bekostiging openbaar vervoer. 6.Een bekostiging openbaar vervoer bestaat uit een VEP (Voor Elkaar Pas) waarmee er kosteloos een traject afgelegd kan worden tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school. a.De gemeente bekostigt de aanschaf van de VEP en het abonnement voor desbetreffende periode. b.De kosten van een duplicaatpas (diefstel of verlies) zijn voor rekening van de ouders/leerling zelf. 7.Ouders kunnen verzoeken om de VEP voor het OV om te zetten in een financiële vergoeding. Met deze financiële vergoeding worden ouders in staat gesteld de leerling zelf te vervoeren. Het bedrag van deze financiële vergoeding is gebaseerd op artikel 15.8. Hiermee zijn de kosten voor de vergoeding gelijk aan het bedrag wat de gemeente anders zou hebben betaald om gebruik te kunnen maken van het openbaar vervoer, dit noemen we de abonnementskosten. a.De vergoeding wordt naar rato per maand berekend en vergoed. b.Hierbij wordt uitgegaan van 200 lesdagen per schooljaar. 8.Afhankelijk van de mate waarin eigen inzet zoals beschreven in artikel 12 geboden wordt, zal de bekostiging als volgt berekend worden: a.1 moment per week is een vergoeding op basis van 10% van de abonnementskosten. b.2 momenten per week is een vergoeding op basis van 20% van de abonnementskosten. c.3 momenten per week is een vergoeding op basis van 30% van de abonnementskosten. d.4 momenten per week is een vergoeding op basis van 40% van de abonnementskosten. e.5 momenten per week is een vergoeding op basis van 50% van de abonnementskosten. f.6 momenten per week is een vergoeding op basis van 60% van de abonnementskosten. g.7 momenten per week is een vergoeding op basis van 70% van de abonnementskosten. h.8 momenten per week is een vergoeding op basis van 80% van de abonnementskosten. i.9 momenten per week is een vergoeding op basis van 90% van de abonnementskosten. j.10 momenten per week is een volledige vergoeding van de abonnementskosten. 9.Als begeleiding noodzakelijk is, kan een begeleiderspas worden aangevraagd. Hiermee reist de begeleider gratis op het betreffende traject (verblijfplaats – school en terug). a.De kosten van een duplicaat (diefstal of verlies) zijn voor de ouders zelf. b.De kosten van de begeleider (salaris) horen niet bij het leerlingenvervoer. Artikel 16. Bekostiging aangepast vervoer 1.Een leerling komt in aanmerking voor aangepast vervoer wanneer: a.Er sprake is van een structurele beperking waardoor de leerling niet in staat is om school te bereiken middels fiets of het OV, ook niet met begeleiding. b.Wanneer de school niet bereikbaar is volgens de afstand en reisbepaling beschreven in artikel 13.4. 2.De consulent kan ervoor kiezen om nader onderzoek te verrichten door informatie op te halen bij betrokken hulpverlener(s) en/of het opvragen van onafhankelijk medisch advies.3.Het vervoer vindt alleen plaats in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids. Extra ritten buiten het vaste patroon vinden alleen plaats in opdracht van het college.4.Het is mogelijk dat een individuele leerling tijdens het aangepast vervoer (medische) begeleiding nodig heeft. Er wordt een zitplaats ter beschikking gesteld voor de (medische) begeleiding. Voor de begeleiding geldt dat het ophaal/brengadres gelijk is aan het adres van de te begeleiden leerling. Na de ochtendrit en voor de middagrit wordt de begeleider niet thuisgebracht/opgehaald. Bijkomende kosten voor de begeleiding worden niet bekostigd door het college.5.In beginsel gaan we ervan uit dat een leerling in staat is om met taxivervoer met meerdere leerlingen samen te reizen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling om medische en/of psychosociale reden individueel vervoerd moet worden. Met individueel vervoer wordt bedoeld dat een leerling om medische en/of psychosociale reden niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd. Als dit type vervoer noodzakelijk is, wordt dit in de aanvraag vermeld en gemotiveerd onder overlegging van een deskundig advies. De consulent kan met toestemming van de ouders beslissen om nadere informatie op te vragen bij betrokken hulpverlener(s) en/of het opvragen van onafhankelijk medisch advies.6.Het college gaat voor het (aangepast) vervoer uit van de vaste aanvang- en eindtijden zoals aangegeven in de schoolgids. Het gaat hierbij om het vaste rooster van het schooltype dat de leerling bezoekt. 7.Vervoer op afwijkende schooltijden, bijvoorbeeld door lesuitval, schoolreisje, sportdag, proefwerkweek valt niet binnen het vervoer. De leerlingen worden alleen op de normale vastgestelde begin- en eindtijd gebracht dan wel opgehaald. Uitzonderingen worden gemaakt voor leerlingen waarbij in het Ontwikkelingsperspectiefplan staat dat er een afwijking nodig is voor onderwijstijd. Dit moet aangetoond worden door de ouders en kan gecontroleerd worden bij de leerplichtconsulent. 8.Wanneer een leerling door ziekte of om andere redenen geen gebruik maakt van het vervoer, dient de ouder dit tijdig en volgens de richtlijnen van de vervoerder door te geven. Dit kan telefonisch of via de ouderlogin op de website of app van de vervoerder. Ook een betermelding (na ziekte) moet op dezelfde manier worden gemeld. Zonder tijdige betermelding kan er geen vervoer worden ingezet.9.Voor iedere loosmelding betaalt de gemeente Beesel aan de vervoerder, omdat de kosten door de vervoerder al gemaakt zijn. Na vier loosmeldingen binnen één maand, kunnen de ritkosten vanaf de vijfde keer in die maand doorberekend worden aan de ouders middels een vast bedrag van €5,00 per enkele rit. Artikel 17. Bekostiging eigen vervoer 1.De vergoeding voor de auto wordt enkel toegepast wanneer: a.Een leerling vanwege zijn beperking niet in staat is om zelf te fietsen of te reizen met het openbaar vervoer, ook niet met begeleiding en daarom aangewezen is op aangepast vervoer. Ouders besluiten dan al dan niet gedeeltelijk alsnog zelf te rijden. b.Ouders volledig zelf het vervoer verzorgen naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling. c.De dichtstbijzijnde toegankelijke school niet bereikbaar is met het openbaar vervoer zoals beschreven in artikel 13.4. 2.De vergoeding wordt per maand berekend en betaald. 3.Er worden maximaal twee ritten per dag vergoed, de heen- en terugreis. 4.Er wordt geen vergoeding verstrekt wanneer de leerling ook tussen de middag wordt vervoerd. 5.Indien er sprake is van een eigen bijdrage, dan wordt de vergoeding hiermee verrekend. 6.Indien een ouder het vervoer voor meerdere kinderen zelf verzorgt en deze kinderen dezelfde school bezoeken, kan slechts eenmaal aanspraak worden gemaakt op een vervoersvergoeding, tenzij de ouder aan kan tonen dat het noodzakelijk is ieder kind afzonderlijk te halen en te brengen. Artikel 18. Eigen bijdrage 1.Ouders betalen een eigen bijdrage conform het bepaalde in artikel 23 en 24 van de Verordening.2.In de volgende gevallen wordt geen eigen bijdrage van de ouders gevraagd: a.Wanneer iemand in aanmerking komt voor bekostiging openbaar vervoer maar zelf volledig zorg voor het vervoer draagt. b.Aan pleegouders. c.Wanneer de leerling naar het VSO gaat. d.Wanneer de leerling naar het SO gaat. 3.In alle andere gevallen betalen de ouders een eigen bijdrage. Dit is dus ook in de volgende gevallen: a.Wanneer aangepast vervoer is ingezet vanwege geen OV-verbinding. b.Wanneer aangepast vervoer is ingezet vanwege het niet kunnen bieden van de noodzakelijke begeleiding door ouders. c.Wanneer aangepast vervoer is ingezet vanwege een langere reistijd met het OV dan een uur enkele rit. 4.De eigen bijdrage kan worden verrekend met een eventuele vergoeding. 5.Bij de vaststelling van de eigen bijdrage wordt uitgegaan van de bij de gemeente bekende inkomensgegevens. Ouders worden jaarlijks schriftelijk verzocht om wijzigingen in het inkomen, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de hoogte van de eigen bijdrage, uiterlijk vóór 1 mei aan de gemeente door te geven. Daarnaast vindt jaarlijks een herindexering plaats ten behoeve van de herberekening van de eigen bijdrage. Ter verificatie van de verstrekte gegevens kan de gemeente nadere bewijsstukken opvragen, waaronder een inkomensverklaring.6.Drempelbedrag:De eigen bijdrage van het drempelbedrag wordt vastgesteld op basis van de periode waarop de vergoeding betrekking heeft, ongeacht het daadwerkelijke gebruik van de vergoeding (bijvoorbeeld als gevolg van ziekte). Het verschuldigde drempelbedrag zal daarbij nooit hoger zijn dan de daadwerkelijk gemaakte vervoerskosten.7.Draagkrachtafhankelijke bijdrage:De draagkrachtafhankelijke bijdrage wordt gebaseerd op de periode waarop de vergoeding betrekking heeft, ongeacht het daadwerkelijk gebruik van de voorziening (bijv. als gevolg van ziekte). De draagkrachtafhankelijke bijdrage mag de feitelijke vervoerskosten niet overstijgen. Artikel 19. Onacceptabel gedrag tijdens het aangepast vervoer en ontzegging aangepast vervoer 1.De ouders of verzorgers zijn verantwoordelijk voor het gedrag van de leerling. Deze verantwoordelijkheid is nader uitgewerkt in de gedragsregels die bij de toekenning van een vervoersvoorziening aan de ouders worden verstrekt.2.Het college kan besluiten een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk dan wel voor de resterende duur van het schooljaar de toegang tot dit vervoer te ontzeggen indien herhaaldelijk wordt vastgesteld dat de leerling: a.Zich agressief gedraagt; b.De geldende gedragsregels niet naleeft; c.De orde in het voertuig verstoort; of d.De veiligheid van zichzelf, de chauffeur of andere inzittenden in gevaar brengt. e.De procedure zoals beschreven in artikel 19.4 doorlopen is. 3.Indien sprake is van gedrag dat direct leidt tot een onveilige situatie, kan het college, in afwijking van het bepaalde in artikel 19.2, overgaan tot onmiddellijke opschorting dan wel beëindiging van de vervoersvoorziening.4.Procedure bij onacceptabel gedrag a.Signalering en eerste meldingIndien sprake is van (herhaald) onacceptabel gedrag, maakt de vervoerder dit in eerste instantie kenbaar aan de ouders van de leerling. Zo nodig worden betrokkenen gehoord en kan een gesprek plaatsvinden. b.Melding aan het college:Indien het onacceptabel gedrag voortduurt, meldt de vervoerder dit bij het college van de gemeente Beesel. c.Overleg en eerste waarschuwing:Het college haalt informatie op bij de ouders en de vervoerder. Naar aanleiding hiervan kan het college besluiten een schriftelijke waarschuwing te geven. Een waarschuwing wordt schriftelijk vastgelegd en heeft een geldigheidsduur van drie maanden, gerekend vanaf de datum van verzending. d.Tweede waarschuwing en opschortingIndien binnen deze drie maanden opnieuw sprake is van onacceptabel gedrag: i.Vindt een gesprek plaats tussen de ouders of verzorgers, de vervoerder en het college, waarbij de ouders en de vervoerder in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze kenbaar te maken; ii.Kan het college besluiten tot het geven van een tweede waarschuwing; of iii.Kan het college besluiten de vervoersvoorziening tijdelijk stop te zetten voor een periode van ten hoogste vier schoolweken tot maximaal het einde van desbetreffende schooljaar. Het college kan besluiten de toegang tot het vervoer met ingang van het moment van melding opschorten in afwachting van het gesprek als bedoeld onder i. 5.Intrekking van de vervoersvoorzieningIndien na hervatting van het aangepast vervoer het onacceptabel gedrag voortduurt, kan het college besluiten de vervoersvoorziening in te trekken voor de resterende duur van het schooljaar.6.In afwijking van het voorgaande kan het college, in geval van gedrag dat leidt tot een onveilige situatie, besluiten de vervoersvoorziening per direct in te trekken.7.Indien de vervoersvoorziening wordt opgeschort of ingetrokken: a.Zijn de ouders verantwoordelijk voor het vervoer van de leerling van en naar de school; b.Kunnen de ouders, voor zover zij daartoe in aanmerking komen, een verzoek indienen voor een vervoersvergoeding. 8.Indien na intrekking opnieuw gebruik wenst te worden gemaakt van een vervoersvoorziening, dient een nieuwe aanvraag te worden ingediend.9.Het college is bevoegd een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening in te trekken indien: a.Sprake is van ernstig of structureel onacceptabel gedrag van de leerling tijdens het vervoer; of b.Het vervoer van de leerling leidt tot een onveilige situatie als bedoeld in dit artikel. Artikel 20. Hardheidsclausule Wanneer toepassing van deze regels tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden, kan het college van de bepalingen van deze regeling afwijken. Daarvan is sprake als het gaat om een gevolg dat het college had voorkomen als hij dat bij het maken van deze regeling had voorzien en de geboden ruimte voor maatwerk hierin geen oplossing biedt. Indien de aanvrager zich beroept op de hardheidsclausule moet deze bij de aanvraag onderbouwen waarom er sprake is van een bijzondere situatie. Artikel 21: Basisnormbedragen 1.1. De inkomensgrens is geïndexeerd met het indexcijfer van de cao-lonen, volgens de methode van artikel 4 lid 7 Wet op het Primair Onderwijs. Voor de indexering van de draagkrachtafhankelijke bijdrage is gebruik gemaakt van de consumentenprijsindexering vervoersdiensten van het CBS.2.Om de reistijd tussen de woning en de school per openbaar vervoer te bepalen wordt de beschikbaar gestelde informatie van de Reisinformatiegroep B.V gebruikt, zoals vermeld via de reisplanner 9292 (www.9292.nl).3.3. Voor de berekening van de afstand tussen de woning van de leerling en de school en het bepalen of het de dichtstbijzijnde school betreft, wordt de ANWB-routeplanner op www.anwb.nl gebruikt, instelling ‘kortste route’ met de auto of fiets, zonder gebruik van veerboot. 4.De kilometervergoeding is het belastingvrije kilometer tarief per kilometer voor de eigen auto gebaseerd op de kortste route die de ANWB-routeplanner aangeeft. Artikel 22. Terugvordering Het college kan ten onrechte ontvangen vergoedingen van de ouders terugvorderen. Artikel 23. Inwerkingtreding 1.Deze beleidsregel treedt in werking op 24 augustus 20262.De Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beesel 2024, vastgesteld op 1 oktober 2024, komt te vervallen op de dag genoemd in lid 1. Artikel 24. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beesel 2026”. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel in zijn vergadering van 14 juli 2026. Rick Nillesen, secretaris Martijn Derks, burgemeester

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregel bekostiging leerlingenververvoer gemeente Beesel 2026"

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Onweersbuien

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwingen

Weerwaarschuwing KNMI - code geel: Onweersbuien

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel beschermd wonen en opvang gemeente Beesel 2025

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Beesel

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel bekostiging leerlingenververvoer gemeente Beesel 2026

Omgeving

Omgeving

Besluit omgevingsvergunning, Maasstraat 11, 5953AK Reuver

APV

APV

Controle Verordening Regio Noord-Limburg

Mededelingen

Mededelingen

PUBLICATIE VOORNEMEN TOT VERKOOP

Mededelingen

Mededelingen

Voornemen ambtshalve opname in de Basisregistratie Personen (BRP)

APV

APV

Subsidieregeling investeringssubsidies voor verenigingen en stichtingen

Mededelingen

Mededelingen

Aanwijzingsbesluit toezichthouder ACT! Interventieteam Noord-Limburg

APV

APV

Uitvoeringsregeling huurbijdrage voor gebruikers van geprivatiseerde binnensportaccommodaties in Peel en Maas