Nadere subsidieregels voor de Achtste projectoproep in het kader van grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE)

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

APV

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-17

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Provincie Limburg

Informatie

Nadere subsidieregels voor de Achtste projectoproep in het kader van grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) Introductie Het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg in de hoedanigheid van Beheerautoriteit voor het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) conform het besluit tot goedkeuring van het programma door de Europese Commissie van 14 november 2022, alsmede conform het besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 december 2022, nr. WJZ/22253869, houdende aanwijzing van de Beheerautoriteit en de Auditautoriteit voor het Interreg-programma Maas Rijn (NL-BE-DE) 2021–2027; Gelet op Verordening (EU) Nr. 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid; Gelet op Verordening (EU) Nr. 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds; Gelet op Verordening (EU) Nr. 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten; Overwegende dat het Monitoringcomité ingestemd heeft met de algemene uitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze Nadere Subsidieregels, inclusief de Kostencatalogus Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) 2021-2027; Overwegende dat het Monitoringcomité op 25 juni 2026 ingestemd heeft met de specifieke bepalingen die ten grondslag liggen aan de Nadere Subsidieregels voor de Achtste Projectoproep; Overwegende dat de Beheerautoriteit verantwoordelijk is voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) en de inzet van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor de ontwikkeling van de Maas-Rijn gebied tot 1.Een slimmer Maas-Rijn-gebied (deze doelstelling is relevant voor deze achtste projectoproep); 2.Een groener, CO2-arm Maas-Rijn-gebied (deze doelstelling is relevant voor deze achtste projectoproep); 3.Een socialer Maas-Rijn-gebied (niet relevant voor deze achtste projectoproep); 4.Betere bestuurlijke samenwerking in het Maas-Rijn-gebied (niet relevant voor deze achtste projectoproep). Overwegende dat de subsidiabele activiteiten breed ingevuld kunnen worden en deze ruime invulling ten behoeve van een optimaal bereik van de doelstelling wordt beoogd, toetst de Beheerautoriteit of het totaal aan overheidsbijdragen aan de subsidieontvanger niet meer bedraagt dan volgens Europeesrechtelijke bepalingen inzake staatssteun is toegestaan. In het bijzonder acht de Beheerautoriteit in het kader van rechtvaardiging van staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing: a.Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 (geconsolideerde versie) waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; b.Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU Serie L van 15 december 2023. Besluit op 15 september 2026 de volgende subsidieregels vast te stellen: NADERE SUBSIDIEREGELS VOOR ACHTSTE PROJECTOPROEP INTERREG MAAS-RIJN (NL-BE-DE) Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV): Verordening (EU) Nr. 651/2014 van 17 juni 2014 (geconsolideerde versie), waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014. b.Auditautoriteit: De directeur van de Auditdienst Rijk wordt aangewezen als Auditautoriteit, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van Verordening (EU) Nr. 2021/1059, voor het Interreg-programma Maas-Rijn en als bedoeld in artikel 2, tweede lid van het besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 december 2022, nr. WJZ/22253869, houdende aanwijzing van de Beheerautoriteit en de Auditautoriteit voor het programma Interreg- Maas Rijn (NL-BE-DE) 2021–2027. c.Beheerautoriteit: Het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg is aangewezen als Beheerautoriteit (als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van Verordening (EU) Nr. 2021/1059 voor het programma Interreg Maas-Rijn en als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 december 2022, nr. WJZ/22253869, houdende aanwijzing van de Beheerautoriteit en de Auditautoriteit voor het programma Interreg Maas Rijn (NL-BE-DE) 2021–2027. d. De-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU Serie L van 15 december 2023, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen. e.EFRO: Europees Fonds voor regionale ontwikkeling. f.Kostencatalogus: Catalogus met nadere uitwerking van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten voor het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) voor de periode 2021-2027, opgesteld op grond van artikel 37, tweede lid, van Verordening (EU) Nr. 2021/1059. Versie 4.6 van de kostencatalogus, zoals formeel vastgesteld door het Monitoringcomité op 22 april 2026 en gepubliceerd op de website van het samenwerkingsprogramma (www.interregmeuserhine.eu), is van toepassing op deze achtste projectoproep. g.Lead partner: een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die namens een samenwerkingsverband optreedt als subsidieaanvrager. h.MKB-onderneming: kleine en middelgrote onderneming, zoals gedefinieerd in bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. i.Monitoringcomité: het comité dat toezicht houdt op de uitvoering van het samenwerkingsprogramma conform artikel 28, 29 en 30 van Verordening (EU) Nr. 2021/1059. j.Onderneming: eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. In Vlaams en Nederlands recht hebben bepaalde ondernemingsvormen (eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap) geen rechtspersoonlijkheid, maar worden deze natuurlijke ondernemingsvormen wel als rechtspersoon gezien. k.Output- en resultaatindicatoren: indicatoren als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder (a), en artikel 22, lid 3, onderdelen d. ii en e. ii, van Verordening (EU) Nr. 2021/1060, en het Werkdocument van de diensten van de Commissie over prestaties, toezicht en evaluatie van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het cohesiefonds en het fonds voor een rechtvaardige transitie in 2021-2027, zoals toegepast en uitgewerkt in hoofdstuk 2 van het samenwerkingsprogramma. l.Programmagebied: het grondgebied van het Interreg Maas-Rijn programma, zoals omschreven in hoofdstuk 1.1 van het programmadocument Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE). m.Rechtspersoon: Een publiek-, of privaatrechtelijke instantie, of een entiteit met of zonder rechtspersoonlijkheid. n.Samenwerkingsprogramma: het programma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) voor de periode 2021-2027, zijnde een programma als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van Verordening (EU) Nr. 2021/1059, goedgekeurd door de Europese Commissie op 14 november 2022 (2021TC16RFCB001); dit programma is te vinden op de website www.interregmeuserhine.eu. o.Staatssteun: een steunmaatregel als bedoeld in artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. p.Stuurcomité: het Stuurcomité handelt onder de verantwoordelijkheid van het Monitoringcomité om concrete acties te selecteren (projectselectie) die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het Interreg-programma en de uitvoering van de samenwerkingscomponent van de concrete acties in het kader van de Interreg programma’s conform artikel 22, eerste en tweede lid, alsmede artikel 23, eerste en vierde lid, van Verordening (EU) Nr. 2021/1059. Artikel 2 Doelstelling van de regeling De regeling stelt subsidie beschikbaar voor projecten die bijdragen aan de doelstellingen van het samenwerkingsprogramma, waarbij deze achtste projectoproep is afgebakend tot twee specifieke thema’s die hun oorsprong vinden in het samenwerkingsprogramma: •Valorisatie circulaire economie, •Valorisatie Einstein Telescoop. In het kader van Valorisatie circulaire economie zijn we op zoek naar tastbare initiatieven die de transitie naar een circulaire economie verder versnellen. Hierbij gaat het om de implementatie van 'biobased' waardeketens, waarbij traditionele grondstoffen worden vervangen door duurzame biobased grondstoffen. Innovatiethema's als robotica, kunstmatige intelligentie, data en 3D-printing spelen een belangrijke rol in deze grondstoffentransitie richting een circulaire economie. De combinatie van de inzet van geavanceerde technologieën en innovatieve bedrijven maakt de weg vrij voor een groenere economie, met efficiënt gebruik van hulpbronnen. In het kader van Valorisatie Einstein Telescoop zien we kansen rondom de mogelijke komst van de Einstein Telescoop (ET) naar het programmagebied. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet om de wetenschappelijke kant van deze ontwikkeling, maar zetten we concreet in op het verbinden van het MKB aan de ontwikkeling van sleuteltechnieken die verband houden met de ET. Verwachting is dat innovatieve oplossingen die voor de ET ontwikkeld moeten worden ook spil-over effecten zullen hebben naar andere toepassingen en sectoren. Met andere woorden, we streven gericht naar valorisatie-initiatieven rondom de Einstein Telescoop. Daarbij zijn we op zoek naar initiatieven waarin bedrijven onderling actief grensoverschrijdend samenwerken, of samenwerken met kennis- en onderzoeksinstellingen binnen het thema ET. Artikel 3 Aanvrager en begunstigde 1.Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een lead partner.2.Een rechtspersoon in het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, lid m, kan de begunstigde van de subsidie zijn. Artikel 4 Verplichtingen subsidieontvanger Voor subsidieverlening gelden de volgende verplichtingen: 1.De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft, begint niet eerder dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip. 2.De subsidieontvanger meldt aan de Beheerautoriteit voorafgaand aan de wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, de voorgestelde wijziging betreffende: a.de subsidieontvanger; b.de uit te voeren activiteiten of de te realiseren doelstellingen; c.afwijkingen in uren voor functies groter dan 25% ten opzichte van de aanvraag; d.nieuwe functies die uren aan het project besteden, die niet bekend waren in de aanvraag; e.de financiering van het project; f.de planning of looptijd, en/of: g.overige wijzigingen ten opzichte van de aanvraag. Deze wijzigingen behoeven de goedkeuring van de Beheerautoriteit. 3.De subsidieontvanger doet naast het gestelde in het tweede lid onverwijld schriftelijk melding aan de Beheerautoriteit zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 4.De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat alle gemaakte en betaalde kosten te allen tijde op eenvoudige en overzichtelijke wijze kunnen worden gespecificeerd en gecontroleerd conform de bepalingen en voorwaarden zoals gesteld in de op deze achtste projectoproep van toepassing zijnde Kostencatalogus Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) 2021-2027. 5.De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan alle controles die voor de uitvoering van het programma noodzakelijk worden geacht. 6.De Beheerautoriteit kan aanvullende verplichtingen verbinden aan de verlening van de subsidie, waaronder verplichtingen ten aanzien van rapportage over de inhoudelijke en financiële voortgang. Artikel 5 Afwijzingsgronden 1.Een aanvraag kan worden afgewezen indien: a.Het project niet bijdraagt aan de specifieke doelstellingen van deze regeling binnen het samenwerkingsprogramma zoals beschreven in artikel 2. b.Deze niet is ingediend door een aanvrager zoals beschreven in het eerste lid van artikel 3 en/of niet ten goede komt aan een begunstigde zoals beschreven in het tweede lid van artikel 3. c.Deze niet in overeenstemming is met de bepalingen zoals beschreven in de hoofdstukken 4 en 5 van dit document. d.De aanvraag niet volledig is ontvangen of ontvangen is buiten de in artikel 13 gestelde termijn. e.Het project niet voldoet aan de Europese regelgeving ten aanzien van onder meer staatssteun en/of aanbesteding. f.De totale subsidiabele kosten van een project minder dan € 1.000.000 bedragen; g.De aanvrager of één van de begunstigden een onderneming is waartegen een uitstaand bevel tot terugvordering bestaat in de zin van artikel 1, lid 4, onder a), van Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd (PB L 2014, 187). h.Een als aanvrager of begunstigde betrokken onderneming kan worden geacht in moeilijkheden te verkeren in de zin van artikel 1, vierde alinea, onder c), van de algemene groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) Nr. 651/2014). 2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Beheerautoriteit besluiten een aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen, indien duidelijk is dat de voorgenomen financiering door de andere financierende partijen niet of niet geheel zal worden toegekend. Hoofdstuk 2 Inhoudelijke aspecten Achtste Projectoproep Artikel 6 Specifieke doelstellingen 1.De achtste projectoproep wordt geopend voor projecten die passen binnen de volgende prioriteiten en hun specifieke doelstellingen (SD): Prioriteiten Specifieke doelstellingen 1.Een slimmer Maas-Rijn-gebied SD 1.iOntwikkelen en versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en het invoeren van geavanceerde technologieën. 2.Een groener, CO2-arm Maas-Rijn-gebied SD 2.vi Bevorderen van de overgang naar een circulaire economie met efficiënt gebruik van hulpbronnen. 2.Ter nadere verbijzondering wordt de achtste projectoproep conform artikel 2 van de regeling uitsluitend geopend voor initiatieven die ofwel passen binnen het thema Valorisatie Einstein Telescoop (onder SD 1.i van prioriteit 1), ofwel passen binnen het thema Valorisatie circulaire economie (onder SD 2.vi van prioriteit 2). Hoofdstuk 3 Financiële aspecten Achtste Projectoproep Artikel 7 Subsidieplafond 1.Het Monitoringcomité heeft voor de achtste projectoproep in het kader van het samenwerkingsprogramma het volgende subsidieplafond in termen van EFRO-middelen vastgesteld: Totaal € 7.000.000 2.Het plafond is niet nader verbijzonderd over de prioriteiten 1 en 2. Artikel 8 Subsidiebedrag 1.De hoogte van de EFRO-subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten. 2.Indien de aanvrager minder dan 60% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid, aanvraagt, wordt slechts het gevraagde percentage aan subsidie verstrekt. 3.Indien sprake is van staatssteun en de activiteit voldoet aan één van de voorwaarden van het tweede lid van artikel 11, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totaal aan overheidsbijdragen aan de subsidieontvanger niet meer bedraagt dan volgens Europeesrechtelijke bepalingen inzake staatssteun is toegestaan op grond van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, dan wel dan mogelijk is in het kader van de de-minimisverordening. Artikel 9 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten 1.Ten aanzien van de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten gelden de regels en voorwaarden zoals vastgelegd in de Kostencatalogus Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) 2021-2027, met dien verstande dat enkel kostenoptie 3 uit de kostencatalogus is toestaan binnen deze achtste projectoproep.2.Indien sprake is van staatssteun en de steun wordt verleend onder toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening dan wel een andere vrijstelling, dan zijn slechts de kosten subsidiabel die genoemd zijn in het van toepassing zijnde artikel van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, dan wel de andere vrijstelling, op basis waarvan de subsidie wordt verstrekt. Hoofdstuk 4 Algemene informatie aanvraag Artikel 10 Aanvraag systeem Deze projectoproep betreft een éénstaps-aanvraagprocedure, waarbij binnen het aanvraagtijdvak de volledige subsidieaanvraag inclusief bijlagen moet worden ingediend. Het aanvraag systeem betreft een tenderprocedure. Artikel 11 Algemene criteria 1.Om voor subsidie in aanmerking te komen, gelden de volgende algemene criteria: a.Het project heeft een maximale looptijd van 2 jaar (24 maanden), doch eindigt niet na 30 september 2029; b.De begindatum voor uitvoering van subsidiabele activiteiten in het kader van het project is ten vroegste de datum van indiening van de subsidieaanvraag; c.Een project moet passen binnen één van de opengestelde prioriteiten en specifieke doelstelling van deze achtste projectoproep tot het indienen van voorstellen (artikel 2 en artikel 6). 2.Indien sprake is van staatssteun, moet het project, om voor subsidie in aanmerking te komen: a.passen binnen artikel 20 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, voldoen aan de voorwaarden van het betreffende artikel en voldoen aan de algemene en procedurele bepalingen in Hoofdstuk I en II van de betreffende verordening; of b.voldoen aan de voorwaarden genoemd in de de-minimisverordening; of c.voldoen aan de voorwaarden van een andere vrijstelling. Hoofdstuk 5 Aanvraagprocedure, planning, beoordelingscriteria, kwaliteitsbeoordeling, beslissing en beslistermijn Artikel 12 Indienen aanvraag Een subsidieaanvraag: a.moet worden ingediend bij de Beheerautoriteit; b.kan alleen worden ingediend via het elektronisch systeem JEMS; c.bevat ten minste: i.het volledig ingevulde aanvraagformulier in het elektronisch systeem JEMS; ii.een partnerschapsovereenkomst die is ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband; iii.bewijs van eventuele cofinanciering die niet de bijdrage van de eigen organisatie of eindontvangers is, of het voornemen tot beschikbaarstelling daarvan; iv.indien van toepassing, een verklaring over de juridische status van alle leden van het samenwerkingsverband waaruit tevens blijkt dat in het samenwerkingsverband geen sprake is van onderneming(en) in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. v.voor aanvragers - uitsluitend met een privaatrechtelijke status - de financiële overzichten van de afgelopen twee beschikbare jaren (goedgekeurde jaarrekeningen) en een ingevulde Excel-sheet met betrekking tot de financiële positie (zie de programmawebsite www.interregmeuserhine.eu, onder Projectaanvraag, voor de Excel-sheet). vi.indien van toepassing, een verzoek om in aanmerking te komen voor voorfinanciering op de te verlenen EFRO-bijdrage. vii.in geval van aanvragers die buiten het programmagebied gevestigd zijn, een schriftelijke bevestiging/garantie door een openbare of particuliere instelling om in geval van subsidieverlening eventuele onterecht aan de partner betaalde EFRO-bedragen te dekken. Artikel 13 Termijn voor indienen aanvraag 1.De subsidieaanvraag kan vanaf 21 september 2026 om 12.00 uur worden ingediend en moet uiterlijk op 16 december 2026 om 12.00 uur door de Beheerautoriteit zijn ontvangen.2.Voor de datum van ontvangst is de datum van ontvangst van een volledige subsidieaanvraag in het systeem JEMS bepalend.3.Bij onbereikbaarheid van het elektronisch systeem JEMS kan de indieningstermijn verlengd worden indien de oorzaak van de onbereikbaarheid te wijten is aan een storing op de server van de Beheerautoriteit. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a.Bij onbereikbaarheid op 21 september 2026 vanaf 12.00 uur tot 15 december 2026 12.00 uur wordt een verlenging enkel toegepast wanneer het systeem meer dan 8 ononderbroken uren onbereikbaar is. b.Bij onbereikbaarheid op 15 december 2026 vanaf 12.00 uur tot 16 december 2026 11.00 uur wordt een verlenging enkel toegepast wanneer het systeem meer dan 2 ononderbroken uren onbereikbaar is. c.Bij onbereikbaarheid op 16 december 2026 vanaf 11.00 uur tot 16 december 2026 12.00 uur wordt een verlenging enkel toegepast wanneer het systeem meer dan 30 minuten onbereikbaar is. 4.De duur van een verlenging is steeds gelijk aan de duur van de onderbreking. Artikel 14 Beoordelingscriteria In het beoordelingsproces wordt onderscheid gemaakt tussen de beoordeling op de conformiteit met de subsidiabiliteitseisen en de beoordeling op de selectiecriteria. 14.1 Subsidiabiliteitseisen De Beheerautoriteit en het Gemeenschappelijk Secretariaat voeren een administratieve controle uit op onderstaande subsidiabiliteitseisen. Wanneer een aanvraag niet aan alle onderstaande subsidiabiliteitseisen voldoet, wordt de betreffende aanvraag niet aan de selectiecriteria getoetst. Vereiste 1 De aanvraag is binnen de vastgestelde termijn van de projectoproep ingediend via JEMS. 2 De aanvraag is opgesteld in de drie talen van het programma (FR, DE, NL) en in het Engels. 3 Alle verplichte velden voor de aanvraag in JEMS zijn correct ingevuld. 4 Bij het project zijn ten minste twee partners uit twee verschillende lidstaten binnen het programmagebied, óf ten minste één grensoverschrijdende organisatie (zoals een EGTS) betrokken. 5 Alle aanvragers (lead partner en eventuele overige partners in samenwerkingsverband) zijn een rechtspersoon. 6 Het project begint niet vóór de datum van indiening van de subsidieaanvraag, heeft een maximale looptijd van 24 maanden en eindigt niet na 30 september 2029. 7 Het project past ofwel binnen SD 1.i onder prioriteit 1, ofwel onder SD 2.vi onder prioriteit 2. 8 Het project is in overeenstemming met de nadere verbijzondering van de thematische focus, zoals beschreven in de artikelen 2 en 6. 9 Het project kan worden toegewezen aan één van de interventietypes voor de betrokken specifieke doelstelling, zoals omschreven in het programmadocument en overeenkomstig bijlage 1 bij Verordening (EU) Nr. 2021/1060. 10 Het maximale EFRO-cofinancieringspercentage zoals vermeld in de tekst van de oproep tot het indienen van voorstellen is niet overschreden. 14.2 Selectiecriteria Onderstaand zijn de selectiecriteria weergegeven. Aanvragen worden hierop beoordeeld door het Stuurcomité. Selectiecriterium Gewicht 1: Bijdrage aan de doelstellingen van het programma/grensoverschrijdend karakter 25% a.Hoe goed is het grensoverschrijdend probleem of de grensoverschrijdende uitdaging die het project aanpakt, gerechtvaardigd? b.Draagt de algemene doelstelling van het project bij tot de doelstellingen van deze projectoproep (artikelen 2 en 6)? c.Past het project binnen de gekozen specifieke doelstelling? d.Draagt het project bij aan ten minste één van de gedefinieerde grote maatschappelijke uitdagingen? e.Is voldoende duidelijk gemaakt waarom grensoverschrijdende samenwerking nodig is om het probleem of de uitdaging aan te pakken? f.Wat is nieuw / van toegevoegde waarde ten opzichte van de reeds bestaande situatie? g.Draagt het verwachte effect bij tot de beoogde doelstellingen van het programma en in het bijzonder tot die van deze projectoproep? h.In hoeverre draagt het project bij tot andere relevante strategieën en beleidsmaatregelen? i.Zijn er synergiën met andere door de EU of de overheid gefinancierde projecten of initiatieven, en in hoeverre bouwt dit project daarop voort? j.Is het werkplan van het project opgebouwd rond grensoverschrijdende activiteiten? 2: Partnerschap / doelgroep 25% a.Is de samenstelling van het partnerschap relevant voor het voorgestelde project? b.Is het partnerschap in staat en bevoegd om de beoogde acties uit te voeren? c.Is de toegevoegde waarde van de grensoverschrijdende samenwerking binnen het partnerschap voldoende beschreven? d.Indien het partnerschap één of meerdere partners van buiten het programmagebied omvat, leveren zij een toegevoegde waarde en impact op het programmagebied? e.Is het partnerschap in staat de beschreven doelgroep(en) te bedienen? 3: Haalbaarheid 25% a.Heeft het consortium een realistisch project voorgesteld dat kan worden uitgevoerd binnen de financiële grenzen en het tijdschema? b.Is het werkplan in verhouding tot het budget coherent en realistisch? c.Zijn de regelingen inzake projectmanagement duidelijk, realistisch en passend? d.Zijn de communicatiestrategie en -activiteiten van het project voldoende uitgewerkt? e.Zijn de beoogde projectoutputs en -resultaten (vertaald in indicatoren) meetbaar, realistisch en haalbaar? f.Is het project in overeenstemming met de horizontale beginselen van de EU (duurzame ontwikkeling, gelijke kansen en non-discriminatie, gelijkheid van mannen en vrouwen, klimaat en biodiversiteit)? g.Zijn de langetermijnplannen (eigendom, duurzaamheid, overdraagbaarheid) voldoende duidelijk beschreven? h.In geval van investeringen: Hoe risicovol is het project? Is er een strategie voor risicobeheer? Heeft het partnerschap de belangrijkste risico's en relevante risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht? 4: Budget & value for money 25% a.Wordt het budget voldoende toegewezen aan activiteiten die specifiek gericht zijn op grensoverschrijdende samenwerking? b.Is de totale begroting redelijk in vergelijking met de geplande activiteiten / te leveren prestaties / outputs en de duur van het project? c.Bevat de uitsplitsing van het budget voldoende details? d.Zijn de begrote kosten in overeenstemming met kostenoptie 3 in de kostencatalogus? e.Draagt het project op basis van het gevraagde budget proportioneel bij tot de verwezenlijking van de output- en resultaatindicatoren ("value for money")? f.Hebben de betrokken partners voldoende budget beschikbaar om de dingen die zij voorstellen te doen en de resultaten in stand te houden? 14.3 Kwaliteitsbeoordeling op de subsidieaanvraag De mate waarin de aanvragen voldoen aan elk selectiecriterium, inclusief de daarin opgenomen sub-aspecten, wordt beoordeeld aan de hand van onderstaande scoretabel: Kwaliteitsbeoordeling Score Uitstekend 5 Goed 4 Voldoende 3 Zwak 2 Onvoldoende 1 De kwaliteitsbeoordeling gaat als volgt: i.Elk van de vier selectiecriteria krijgt één score. ii.De punten per selectiecriterium worden opgeteld en gewogen om tot een totaalscore te komen. iii.Een aanvraag moet ten minste 3 punten (ongewogen) per selectiecriterium behalen, en dus ook 3 punten in totaal (gewogen). Artikel 15 Verdeling subsidieplafond en beslissing 1.Het Stuurcomité stelt per project een score op de selectiecriteria vast en daarmee ook de totaalscore.2.Het Stuurcomité rangschikt elk project dat voldoet aan de eis zoals genoemd in artikel 14.3, punt iii, op basis van zijn score (van hoog naar laag).3.De rangschikking van door het Stuurcomité geselecteerde projecten wordt vervolgens voorgelegd aan de Beheerautoriteit, die hierna overgaat tot definitieve technische controles en formele besluitvorming.4.De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats over de subsidieaanvragen die in voldoende mate voldoen aan de selectiecriteria zoals gesteld in artikel 14 en die de finale technische controles door de Beheerautoriteit hebben doorstaan.5.Voor aanvragen die voldoen aan alle vereisten en voorwaarden zoals opgesomd in lid 4, neemt de Beheerautoriteit op basis van de rangschikking een beslissing tot toekenning van subsidie, rekening houdend met het beschikbare EFRO-budget zoals weergegeven in artikel 7.6.Aanvragen die niet voldoen aan de minimale scorevereisten op de selectiecriteria, of die op basis van hun plek in de rangschikking buiten het subsidieplafond vallen, worden afgewezen.7.Onverminderd de bovenstaande bepalingen kan de Beheerautoriteit besluiten een aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen indien deze niet voldoet aan de regels van het programma of aan de regels waaraan het programma moet voldoen.8.De Beheerautoriteit zal de aanvrager van haar besluit ten aanzien van de ingediende aanvraag in kennis stellen door middel van een elektronisch bericht. Artikel 16 Beslistermijn De Beheerautoriteit neemt uiterlijk binnen 26 weken na sluiting van de termijn voor het indienen van aanvragen een beslissing op een aanvraag in het kader van het programma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE). Hoofdstuk 6 Implementatie en vaststelling Artikel 17 Betaling en bevoorschotting 1.De Beheerautoriteit verstrekt op een door begunstigden daartoe ingediende betalingsaanvraag als bedoeld in artikel 74, eerste lid, onderdelen a en i, van Verordening (EU) Nr. 2021/1060, voorschotten op het verleende subsidiebedrag van ten hoogste 90% van de toegekende subsidie.2.In afwijking van lid 1 kan de Beheerautoriteit voorfinanciering beschikbaar stellen, indien het consortium daar in de aanvraag om verzoekt.3.Begunstigden moeten twee keer per jaar een voortgangsverslag indienen.4.Een voortgangsverslag bestaat uit een inhoudelijk deel en een financieel deel (betalingsaanvraag). Het inhoudelijk deel moet de inhoudelijke voortgang van het project bevatten, inclusief de realisatie van de deliverables en de output- en resultaatindicatoren zoals vermeld in het aanvraagformulier. De betalingsaanvraag moet ten minste de declaratie van de gemaakte kosten bevatten.5.Betaling aan begunstigden vindt conform artikel 74, eerste lid, onderdeel b, van Verordening (EU) Nr. 2021/1060, plaats uiterlijk binnen 80 dagen na indiening van de betalingsaanvraag. Artikel 18 Vaststelling 1.Binnen de in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde termijn, dient de begunstigde via het systeem JEMS met gebruikmaking van het daartoe door de Beheerautoriteit vastgestelde formulier, een aanvraag tot vaststelling in bij Beheerautoriteit.2.Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, toont de begunstigde aan dat: a.de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b.aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. 3.Bij het vaststellingsformulier zoals bedoeld in het eerste lid dienen de volgende bijlagen te worden toegevoegd: a.een inhoudelijk eindverslag; b.bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de outputindicatoren; c.een financieel verslag. 4.De Beheerautoriteit beslist binnen 26 weken op een aanvraag tot subsidievaststelling. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 19 Inwerkingtreding 1.Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie van de regeling in het Provinciaal Blad.2.Deze regeling vervalt met ingang van 31 augustus 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidieaanvragen die vóór die datum zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten van Limburg in zijn hoedanigheid van Beheerautoriteit voor Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) en subsidiebesluiten die vóór die datum zijn genomen, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject.3.Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere Subsidieregels voor Achtste Projectoproep Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE)”.

Categorie: APV

In de categorie 'apv' worden alle apv-vergunningen zichtbaar gemaakt.

Meer meldingen zoals "Nadere subsidieregels voor de Achtste projectoproep in het kader van grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE)"

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Projectbesluit Vispassage en gemaal Arcen

Mededelingen

Mededelingen

Besluit aanpassing onttrekkingsverbod oppervlaktewater Noord- en Midden-Limburg van het beheergebied van Waterschap Limburg 2026 (fase oranje)

APV

APV

Nadere subsidieregels voor de Achtste projectoproep in het kader van grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE)

Mededelingen

Mededelingen

Ter inzage legging Najaarsnota 2026

Mededelingen

Mededelingen

Begroting 2027

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving ontwerpbesluit wijziging werkingsgebied ‘kanovaart overig’

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerpbesluit wijziging werkingsgebied 'kanovaart overig'

APV

APV

Nadere subsidieregels Restauratie Monumenten 2024-2027

APV

APV

Plafondvaststellingsbesluit voorzieningen Participatiewet 2026

APV

APV

Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016

APV

APV

Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving ontwerpbesluit wijziging werkingsgebieden Kattebroekerbeekje te Guttecoven