Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-09-22
Gepubliceerd door
Gemeente Heusden
Informatie
Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026 De burgemeester van de gemeente Heusden, Gelet op: artikel 4:81 eerste lid Algemene wet bestuursrecht, artikel. 2:28; 2:53a, 2:80 of 3:5 van Algemene plaatselijke verordening gemeente Heusden, artikel 8, eerste lid, onder b, artikel 31, eerste lid, onder b. en artikel 35, eerste lid, onder b, van de Alcoholwet. artikel 30d, vierde lid onder a, artikel 30f, eerste lid onder c van de Wet op de kansspelen en artikel 4 lid 1 van het Speelautomatenbesluit 2000. Overwegende; -dat de burgemeester bevoegd is te beslissen op aanvragen voor: •exploitatievergunningen voor openbare inrichtingen; •vergunningen voor speelautomatenhallen; •vergunningen voor het uitoefenen van een bedrijf in aangewezen gebouwen of gebieden of voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten; •vergunningen voor seksinrichtingen; •evenementenvergunningen; •vergunningen op grond van de Alcoholwet voor het uitoefenen van een horeca- of slijtersbedrijf; •ontheffingen als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet; •vergunningen voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten. -dat aanvragen voor deze vergunningen kunnen worden geweigerd of bestaande vergunningen kunnen worden ingetrokken wanneer de leidinggevende, een organisator, een exploitant, een bedrijfsleider of een beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is gebleken; -dat slecht levensgedrag een (zelfstandige) grond is om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning of om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden; -dat het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onder meer op basis van de Dienstenrichtlijn een vergaande motiveringsplicht heeft; -dat uit het beleid de wijze van beoordeling van het levensgedrag (zedelijk gedrag) blijkt en vooraf duidelijk is; -dat door middel van dit beleid beter voldaan kan worden aan de motiveringsplicht. besluit: Vast te stellen de Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026. 1. Inleiding Exploitanten leidinggevenden, organisatoren, bedrijfsleiders en beheerders hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming of activiteit en de openbare orde en veiligheid. Zij dienen verstoring van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik en andersoortige verdovende middelen, te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming en voor het signaleren en melden van missstanden, waaronder mensenhandel en uitbuiting. Voor meerdere vergunningen die de burgemeester op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Heusden (hierna te noemen APV) en de Alcoholwet en de Wet op de Kansspelen kan verlenen, geldt daarom dat de exploitanten, leidinggevenden en beheerders ‘niet van slecht levensgedrag’ mogen zijn. De burgemeester kan op grond van de APV, de Wet op de Kansspelen dan wel de Alcoholwet de vergunning/ontheffing weigeren als blijkt dat er sprake is van slecht levensgedrag. Wanneer niet langer aan het vereiste levensgedrag wordt voldaan moet de Alcoholwetvergunningen, exploitatievergunning, de aanwezigheidsvergunning of vergunning voor de seksinrichting worden ingetrokken. De burgemeester heeft bij de invulling van het “slecht levensgedrag-criterium” beoordelingsruimte. De burgemeester moet per geval onderbouwen op basis van welke feiten of omstandigheden er sprake is van slecht levensgedrag. Dit zal namelijk van geval tot geval verschillen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: afdeling) geeft nu met haar uitspraak van 25 mei 2022 (ECLI:NL: RVS:2022:1493) een verdere invullen aan. Een burgemeester moet motiveren waarom een vergunning wordt geweigerd op basis van slecht levensgedrag. De Afdeling noemt dit een verdergaande motivatieplicht. Deze plicht komt voort uit de Dienstenrichtlijn (vrije vestiging van ondernemers). Om discussie over mogelijke strijd met artikel 10 van de Dienstenrichtlijn te voorkomen is het noodzakelijk dat de burgemeester bij het toepassen van de weigeringsgrond beleidsregels vaststelt. Uit de uitspraak van 25 mei 2022 volgt dat de feiten en omstandigheden die worden meegewogen in het oordeel over levensgedrag van de betrokkene (in dat geval vergunning aanvrager) relevant moeten zijn voor de exploitatie van het een horecabedrijf. De feiten en omstandigheden moeten verband houden met de vraag of het horecabedrijf kan worden geëxploiteerd op een wijze die geen gevaar oplevert voor de veiligheid, de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De voorwaarde dat een betrokkene niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn, is niet gespecificeerd in wetgeving of beleid. Dit houdt in dat in het besluit van de burgemeester de motivering in ieder geval aan 3 eisen moet voldoen. 1.Relevantie: Waarom zijn de feiten en omstandigheden die de reden zijn van het slecht levensgedrag in dat concrete geval relevant voor de exploitatie van de openbare inrichting; 2.Evidentie: Hoe had betrokkene vooraf kunnen weten dat hij of zij, gezien die feiten en omstandigheden niet aan die voorwaarde voldoet; 3.Evenredigheid: Waarom zijn de feiten en omstandigheden waarop de weigering is gebaseerd aanzienlijk. En waarom zeggen deze ondanks een bepaald tijdsverloop, nog steeds iets over de betrouwbaarheid van de betrokkene om een openbare inrichting op verantwoorde wijze uit te oefenen. Tegen deze achtergrond strekken deze beleidsregels tot invulling van de beoordelingsruimte van de burgemeester over het slecht levensgedrag-criterium. 2 Beoordeling 2.1 Welke gedragingen worden meegewogen Bij de beoordeling van het levensgedrag worden in de eerste plaats die gedragingen meegewogen die relevant zijn voor de aangevraagde of verleende vergunning. Met betrekking tot de exploitatievergunning voor een openbare inrichting betekent dit, dat de inrichting geëxploiteerd wordt op een wijze die geen gevaar oplevert voor de veiligheid, openbare orde of het woon- en leefklimaat. Voor een alcoholwetvergunning komt daar ook bij dat er geen gevaar en/of gezondheidsrisico’s ontstaan door de alcoholverstrekking. Voor de beoordeling van het levensgedrag van een leidinggevende, exploitant of beheerder in verband met een Alcoholwetvergunning en een exploitatievergunning en de aanwezigheidsvergunning zijn in ieder geval de volgende categorieën gedragingen relevant: •geweldstoepassing; •drugsfeiten; •wapenbezit/gebruik; •overtredingen van de Alcoholwet of de horecabepalingen van de APV; •overtredingen van helingverboden; •valsheid in geschrifte, zowel kennelijk gepleegd in de uitoefening van een openbare inrichting dan wel ter verkrijging van een vergunning; •gedragingen waaruit blijkt dat tijdens de exploitatie gevreesd wordt dat aanwijzingen van politie of toezichthouders niet nageleefd worden (bijvoorbeeld negeren bevel ambtenaar in functie, belediging ambtenaar in functie); •discriminatie; •zedendelicten; •mensenhandel, witwaspraktijken, sociale zekerheidsfraude of arbeidsuitbuiting; •gedragingen die hebben geleid tot opgelegde bestuurlijke of handhavingsmaatregelen met betrekking tot een openbare inrichting, tenzij deze maatregelen op geen enkel wijze aan de te beoordelen persoon (in bestuursrechtelijke zin) zijn te verwijten; •ordeverstoringen, waarbij de te beoordelen persoon betrokken was. Informatiebronnen Bij de beoordeling of een betrokkene niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wordt gebruik gemaakt van informatie die uit verschillende informatiebronnen wordt verkregen. De gegevens verkregen uit deze diverse bronnen worden vervolgens, in onderlinge samenhang, gewogen. Hieronder volgt een niet-limitatieve opsommen van de belangrijkste informatiebronnen: •Informatie van de politie; •Het Justitieel Documentatie Systeem; •Handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt; •Informatie van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid; •Informatie van de Belastingdienst; •Informatie van de Douane; •Informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst; •Informatie uit het Centraal insolventieregister; •Informatie uit een Bibob-toets; •Informatie uit het Centraal Curatele- en Bewindregister; •Informatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; •Informatie uit openbare bronnen. Van personen die betrokken zijn geweest bij deze gedragingen moet worden gevreesd dat ze niet op verantwoorde wijze leiding kunnen geven aan of een openbare inrichting kunnen beheren. Voor een Alcoholwetvergunning of ontheffing zijn daarnaast de volgende gedragingen relevant bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden, exploitanten of beheerders: •rijden onder invloed of andere alcohol gerelateerde gedragingen; •eerder geconstateerde overtredingen met betrekking tot de Alcoholwet (zoals het niet naleven van het verbod om alcohol te schenken aan minderjarigen); •alle gedragingen, voor zover hierboven niet genoemd, die vermeld worden in artikel 3.4 eerste lid van het Alcoholbesluit. Deze gedragingen zijn ook relevant indien er geen sprake is van een veroordeling of wanneer niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.4 tweede en derde lid van voormeld besluit. Voor vergunningen waarbij ook bezorging plaatsvindt wordt ook naar de volgende gedragingen gekeken: •Verkeersgedrag anders dan middelengebruik. 3.1 Aannemelijke gedragingen De gedragingen die worden meegewogen bij de beoordeling omtrent het levensgedrag moeten aannemelijk zijn. Daarvoor is niet vereist dat iemand (onherroepelijk) is veroordeeld wegens een strafbaar feit door de strafrechter. Ook de hoogte van een eventueel opgelegde straf is niet relevant. Ook indien een persoon niet is vervolgd door het Openbaar Ministerie of sprake is van een sepot kunnen de gedragingen meegenomen worden. De beoordeling vindt tenslotte plaats in een bestuursrechtelijk kader en daarin gelden de strafrechtelijke bewijsregels niet. 3.2 Tijdsverloop gedragingen In beginsel worden bij de beoordeling alleen gedragingen meegewogen die in een periode van 5 jaar voorafgaand aan het beoordelingsmoment hebben plaatsgevonden. Een (her) beoordeling van het levensgedrag kan ook plaatsvinden nadat een vergunning is afgegeven, omdat er signalen zijn dat er sprak is van slecht levensgedrag. Geconstateerd slecht levensgedrag levert in dat geval een intrekkingsgrond op. Indien er sprake is van een patroon kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan 5 jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken. 3.3 Weging gedragingen Of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot weigering of intrekking van de vergunning wordt per individueel geval bepaald. In sommige gevallen is één gedraging voldoende om slecht levensgedrag aan te nemen. In andere gevallen zijn het meerdere gedragingen die op zichzelf staande onvoldoende zijn, maar in de onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot de conclusie dat er sprake is van slecht levensgedrag. 3.4 Intrekking vergunning Bij iedere aanvraag voor exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning en vergunning voor een seksinrichting wordt getoetst aan “slecht levensgedrag”. Dit is uiteraard een momentopname. Het is belangrijk om zicht te hebben en te houden op het ondernemersgedrag. Indien blijkt dat er sprake is van slecht levensgedrag, wordt de exploitatievergunning, de Alcoholwetvergunning, de aanwezigheidsvergunning of vergunning voor een seksinrichting ingetrokken. Voor de beoordeling worden deze beleidsregels betrokken. 4 Afwijken van de beleidsregels In geval van bijzondere omstandigheden kan de burgemeester afwijken van deze beleidsregel. Bij een afwijking zal de burgemeester dit motiveren. 4.1 Overgangsrecht Deze ‘Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026’ zijn van toepassing op aanvragen ontvangen vanaf de dag van bekendmaking. 4.2 Inwerkingtreding en citeertitel Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026"

Mededelingen
Bijdrageregeling SmartwayZ.NL Noord-Brabant

Mededelingen
Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Heusden 2026

Mededelingen
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 houdende regels omtrent de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Omgevingswet (Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)

APV
Weerprotocol Warenmarkten gemeente ’s-Hertogenbosch

APV
Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente ‘s-Hertogenbosch voor het uitvoeren van controles naar stichting Karakter

Mededelingen
Ter inzage legging Najaarsnota 2026

Mededelingen
Begroting 2027

APV
CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s Versie 17 maart 2026

Mededelingen
Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, van 5 december 2023 tot vaststelling van een beleidsregel over nadeelcompensatie en tegemoetkoming in schade in verband met de invoering van titel 4.5 van de Algemene wet...

Mededelingen
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit onderwijs- en woningbouwprojecten gemeente Maasdriel 2026

Mededelingen
Regeling benoeming bestuursleden in de categorie ongebouwd van het waterschapsbestuur door het Bestuur van ZLTO

Mededelingen
Registratie aanduiding en logo van een politieke groepering voor de verkiezing van de Provinciale Staten van Noord-Brabant

