Beleidsregel Gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-09-15
Gepubliceerd door
Gemeente Gooise Meren
Informatie
Beleidsregel Gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2026 De burgemeester van de gemeente Gooise Meren Gelet op het bepaalde in: •Artikel 2:78 van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Gooise Meren; •Artikel 4:81, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht waarin is bepaald dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Overwegende dat; •de burgemeester verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in de gemeente Gooise Meren; •de burgemeester, met het oog op de openbare orde en veiligheid, bevoegd is overtredingen van wettelijke voorschriften te voorkomen, te beëindigen en herhaling te voorkomen; •de burgemeester bevoegd is om de uitoefening van deze bevoegdheden te mandateren aan ondergeschikte functionarissen, waaronder politieambtenaren en jeugdboa’s; •de burgemeester in 2022 beleidsregels heeft vastgesteld voor gebiedsontzeggingen en dat deze, gelet op ontwikkelingen in wetgeving, jurisprudentie en de uitvoeringspraktijk, aan herziening toe zijn; •de uitoefening van deze bevoegdheden, zowel door de burgemeester als door gemandateerden, op een zorgvuldige, consistente en inzichtelijke wijze dient plaats te vinden; •het daarom wenselijk is beleidsregels vast te stellen die richting geven aan de wijze waarop deze bevoegdheid wordt toegepast. Besluit: 1.de hierna volgende “Beleidsregel gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2026” vast te stellen; 2.aan de politieambtenaren, werkzaam binnen het district Gooi‑ en Vechtstreek van de eenheid Midden‑Nederland, belast met de uitvoering van de politietaak in de openbare ruimte, alsmede aan de specifiek aangewezen jeugdboa’s van de gemeente Gooise Meren, mandaat te verlenen tot het namens de burgemeester nemen en bekendmaken van besluiten als bedoeld in artikel 2:78 APV voor een duur van ten hoogste 72 uur, onder de in deze beleidsregel genoemde voorwaarden; 3.De Beleidsregel Gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2022 in te trekken. 1. Inleiding In de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gooise Meren (hierna: APV) is in artikel 2:78 een bepaling opgenomen over gebiedsontzeggingen. Op grond van deze bepaling kan door of namens de burgemeester een gebiedsontzegging worden opgelegd aan personen die strafbare feiten plegen of de openbare orde verstoren. Het doel van deze bevoegdheid is het tegengaan van overlast en het aanpakken van personen die herhaaldelijk de openbare orde verstoren. Met het oog op de rechtszekerheid en een consistente toepassing van deze bevoegdheid is nadere uitwerking noodzakelijk. In deze beleidsregel wordt deze uitwerking gegeven. 2. Aanleiding Ingevolge artikel 2:78 van de APV is het degene aan wie door of namens de burgemeester, in het belang van de openbare orde, een gebiedsontzegging schriftelijk is bekendgemaakt, verboden zich gedurende een in de bekendmaking genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen of plaatsen, gedurende de daarbij aangegeven uren. In verband met overlastsituaties die zich met enige regelmaat voordoen op bepaalde locaties in Gooise Meren, bestaat de behoefte deze bepaling nader uit te werken, teneinde meer duidelijkheid te scheppen over de toepassing van dit instrument. Daarnaast is nadere uitwerking noodzakelijk om het mandaat voor de uitvoering van deze bevoegdheid op zorgvuldige en eenduidige wijze vorm te geven. Deze beleidsregel is een herziening van de beleidsregel uit 2022 en aangepast op basis van de ontwikkelingen in wetgeving, jurisprudentie en de uitvoeringspraktijk. 3. Wettelijk kader gebiedsontzegging Artikel 2:78 van de APV bepaalt het volgende. 1. Het is degenen aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde schriftelijk is bekendgemaakt, verboden zich gedurende een in de bekendmaking genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd. 2. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 3. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste lid opgelegd verbod. 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. 4. Gebiedsontzegging nader toegelicht 4.1 Nadere definitie gebiedsontzegging Het begrip ‘gebiedsontzegging’ wordt als volgt gedefinieerd: een besluit van de burgemeester om in het belang van de openbare orde een persoon gedurende een bepaalde periode de toegang tot een aangewezen gebied te ontzeggen. De vraag kan worden gesteld in hoeverre het toegestaan is een persoon de toegang tot (een deel van) de openbare ruimte te ontzeggen, mede in het licht van het recht op bewegingsvrijheid zoals neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Ondanks deze spanning is het instrument van gebiedsontzegging in de praktijk ontwikkeld om effectief te kunnen optreden tegen verstoringen van de openbare orde. Gemeenten hebben behoefte aan een daadkrachtig middel om overlastsituaties te beëindigen en herhaling te voorkomen. De bestuursrechter heeft in de jurisprudentie duidelijke kaders geformuleerd waarbinnen toepassing van een gebiedsontzegging is toegestaan. Deze kaders zien met name op: •het proportionaliteitsbeginsel: de maatregel moet in redelijke verhouding staan tot de aard en ernst van de (dreigende) verstoring van de openbare orde (waaronder de omvang van het gebied en de duur van de ontzegging); •het subsidiariteitsbeginsel: de maatregel wordt slechts toegepast indien minder ingrijpende maatregelen onvoldoende effectief zijn gebleken. Daarnaast geldt dat een gebiedsontzegging een preventieve maatregel is. De maatregel strekt tot het voorkomen en beperken van (verdere) verstoringen van de openbare orde, zowel in het heden als in de nabije toekomst, en is uitdrukkelijk niet bedoeld als bestraffing. 4.2 Strafbare feiten Een gebiedsontzegging wordt uitsluitend toegepast indien deze noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde en een minder ingrijpende maatregel niet volstaat. Dit betekent dat eerst andere (minder ingrijpende) maatregelen moeten zijn overwogen en, indien passend, toegepast. Voor het opleggen van een gebiedsontzegging moet sprake zijn van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de betrokkene: •strafbare feiten heeft gepleegd, en/of •de openbare orde heeft verstoord, dan wel •naar redelijke verwachting dergelijke gedragingen zal gaan verrichten. Daarbij moet aannemelijk zijn dat eerdere of lichtere maatregelen, zoals een bekeuring of een minder vergaande interventie, onvoldoende effect hebben gehad of naar verwachting niet toereikend zullen zijn. De inzet van de gebiedsontzegging is gericht op het voorkomen van verdere verstoringen van de openbare orde en niet op het bestraffen van reeds gepleegde feiten. 4.3 Termijnen Wanneer een gebiedsontzegging wordt opgelegd, dient de duur daarvan zorgvuldig te worden bepaald. Het beginsel van proportionaliteit is hierbij leidend. Dit betekent dat de duur van de maatregel in redelijke verhouding moet staan tot de aard, ernst en frequentie van de verstoring van de openbare orde. Indien wordt gekozen voor een langere duur, dient de noodzaak daarvan deugdelijk te worden gemotiveerd. Bij het bepalen van de duur van de gebiedsontzegging komt de burgemeester een zekere mate van beleidsvrijheid toe. In de gemeente Gooise Meren geldt op grond van artikel 2:78 van de APV dat een gebiedsontzegging kan worden opgelegd voor een periode van maximaal 8 weken. Bij het bepalen van de duur van een gebiedsontzegging wordt rekening gehouden met de aard, ernst en frequentie van de gedragingen, evenals eventuele recidive. Als uitgangspunt geldt dat bij een eerste of minder ernstige overtreding een korte duur wordt gehanteerd, terwijl bij herhaalde of ernstigere verstoringen een langere periode passend kan zijn, tot aan het maximum van de APV. Deze uitgangspunten hebben echter een indicatief karakter en vormen geen vaste escalatieladder. Een dergelijke starre systematiek kan in strijd komen met het beginsel van proportionaliteit, aangezien er bij elk individueel geval een zelfstandige en zorgvuldige afweging plaatsvindt. 4.4 Besluit gebiedsontzegging Het opleggen van een gebiedsontzegging is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarop de algemene bepalingen uit de Awb van toepassing zijn. Dit betekent onder meer dat het voornemen tot het opleggen van een gebiedsontzegging kenbaar wordt gemaakt en betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze in te dienen (artikel 4:8 Awb). Vervolgens wordt een beschikking opgesteld en bekendgemaakt aan de betrokkene (artikel 3:41 Awb). De beschikking dient te zijn gericht tot een individueel persoon en kan niet aan een groep worden opgelegd. In spoedeisende situaties kan van het bieden van gelegenheid tot het indienen van een zienswijze worden afgezien, voor zover de vereiste spoed zich daartegen verzet (artikel 4:11 Awb). Aan een gebiedsontzegging kan in beginsel een waarschuwing voorafgaan. Deze waarschuwing kan worden gegeven door de burgemeester, maar vindt in het kader van de mandaatregeling in de praktijk veelal plaats door de politie of jeugdboa’s ter plekke op straat. De waarschuwing zoals bedoeld in deze beleidsregel is, gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat deze geen zelfstandig rechtsgevolg in het leven roept. Tegen de waarschuwing staat daarom geen bezwaar of beroep open. Het betreft een beleidsmatige keuze om, afhankelijk van de aard van de gedraging en de omstandigheden van het geval, al dan niet eerst een waarschuwing te geven alvorens wordt overgegaan tot het opleggen van een gebiedsontzegging. Daarbij kan er ook voor worden gekozen om te volstaan met een waarschuwing. Deze waarschuwing is echter geen wettelijke voorwaarde voor het opleggen van een gebiedsontzegging. De burgemeester of de gemandateerde politieambtenaren en jeugdboa’s behouden de bevoegdheid om, afhankelijk van de aard en ernst van de situatie, direct over te gaan tot het opleggen van een gebiedsontzegging zonder voorafgaande waarschuwing. Een gebiedsontzegging treedt daarbij in werking op het moment waarop het besluit aan de betrokkene wordt uitgereikt dan wel op andere wijze op rechtsgeldige wijze bekend is gemaakt. Ter waarborging van een zorgvuldige besluitvorming bevat de beschikking in ieder geval de grondslag van de bevoegdheid (artikel 2:78 APV), de datum en plaats van de ordeverstoring, de relevante gedragingen, de duur en eventuele tijdsbeperking van de gebiedsontzegging en de geografische begrenzing van het gebied. Daarnaast wordt gemotiveerd waarom de gekozen duur, eventuele tijdsbeperking en geografische begrenzing van het gebied evenredig worden geacht, mede in het licht van de persoonlijke omstandigheden van betrokkene. De beschikking bevat tevens een bezwaarclausule en informatie over de mogelijkheid een voorlopige voorziening te verzoeken. Indien nodig wordt een kaart van het betreffende gebied als bijlage toegevoegd, zodat geen onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de gebiedsontzegging. Bij het bepalen van de omvang en duur van een gebiedsontzegging houdt de burgemeester rekening met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene. Daarbij wordt beoordeeld of het noodzakelijk is het verbod te beperken of nadere voorwaarden te stellen, bijvoorbeeld wanneer het gebied de woning, werkplek, school, zorgvoorziening of andere voor betrokkene noodzakelijke locaties omvat. Indien nodig kan een looproute of andere uitzondering worden opgenomen. Deze beoordeling maakt onderdeel uit van de reguliere belangenafweging bij iedere gebiedsontzegging. 4.5 Handhaving Het opleggen van een gebiedsontzegging betreft een bestuurlijke maatregel. Indien wordt geconstateerd dat een betrokkene zich bevindt binnen een gebied waarvoor een geldige gebiedsontzegging geldt, is sprake van overtreding van artikel 2:78, derde lid, van de APV. Deze overtreding is strafbaar gesteld in artikel 6:1 van de APV. De naleving van gebiedsontzeggingen wordt primair gecontroleerd door de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). Een overtreding is strafbaar gesteld in artikel 6:1 van de APV en kan worden afgedaan overeenkomstig de daarvoor geldende strafrechtelijke procedures. Boa’s anders dan de jeugdboa’s hebben in dit kader een signalerende rol. Zij zijn niet gemandateerd om een gebiedsontzegging op te leggen of uit te reiken. Wel kunnen zij, indien zij constateren dat een persoon zich schuldig maakt aan strafbare feiten of openbare orde verstorende gedragingen, hiervan een rapportage opstellen en deze delen met de politie of daartoe aangewezen jeugdboa’s. Zij kunnen deze informatie betrekken bij de afweging om een gebiedsontzegging op te leggen. Daarnaast worden opgelegde gebiedsontzeggingen door politie of jeugdboa’s onderling met elkaar gedeeld, zodat zij kunnen signaleren of een betrokkene zich binnen het verboden gebied bevindt en elkaar hierover informeren. 4.6 Gebiedsontzegging APV en gebiedsverbod de MBVEO Naast de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:78 van de APV, beschikt de burgemeester op grond van artikel 172a van de Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast, MBVEO) over aanvullende bevoegdheden. Deze bevoegdheden omvatten onder meer het opleggen van een gebiedsverbod, een groepsverbod en een meldplicht. Daarnaast kan in specifieke gevallen een avondklok worden ingesteld voor minderjarigen jonger dan twaalf jaar. Ook de officier van justitie kan op grond van deze wet vergelijkbare maatregelen opleggen in het kader van strafrechtelijke handhaving. De MBVEO is bedoeld voor de aanpak van ernstige en structurele verstoringen van de openbare orde, bijvoorbeeld door voetbalvandalisme, herhaaldelijke overlast of intimidatie van omwonenden, slachtoffers of getuigen. De burgemeester kan hierbij maatregelen opleggen voor een langere periode en deze, indien nodig, combineren met aanvullende verplichtingen zoals een meldplicht. Het belangrijkste verschil tussen een gebiedsontzegging op grond van de APV en een gebiedsverbod op grond van de MBVEO ligt in de zwaarte en toepassing van het instrument. Een gebiedsontzegging op grond van de APV is een laagdrempelig en snel inzetbaar middel, dat ook kan worden toegepast bij een beperkte hoeveelheid of minder ernstige overtredingen. Een gebiedsverbod op grond van de MBVEO vereist daarentegen een patroon van herhaaldelijke en (ernstige) verstoringen van de openbare orde, dan wel een eenmalige maar ernstige verstoring. Daarnaast geldt dat gebiedsontzeggingen op grond van de APV, met name wanneer het kortdurende maatregelen betreft, in mandaat door de politie of jeugdboa’s kunnen worden opgelegd en bekendgemaakt. Voor maatregelen op grond van de MBVEO is mandatering niet mogelijk; deze bevoegdheid berust uitsluitend bij de burgemeester. Tevens kan bij toepassing van de MBVEO een meldplicht worden opgelegd, hetgeen bij gebiedsontzeggingen op grond van de APV niet het geval is. 5. Gebiedsontzegging in Gooise Meren 5.1 Uitgangspunten Deze beleidsregel wordt in beginsel toegepast in gebieden die bekend staan als overlastlocaties (hotspots). Dit zijn locaties waar, in het belang van de openbare orde, structureel meer dan gemiddelde inzet wordt gevraagd van politie, boa’s en andere betrokken partijen, zoals jongerenwerk. In deze gebieden worden veelal aanvullende maatregelen getroffen en vindt monitoring plaats. De gebiedsontzegging wordt ingezet ten aanzien van personen bij wie deze overige maatregelen onvoldoende effect sorteren. Daarnaast kan de beleidsregel worden toegepast in incidentele gevallen, waarin op een specifieke locatie door één of meerdere personen strafbare feiten zijn gepleegd of de openbare orde is verstoord, en andere beschikbare instrumenten ontoereikend worden geacht om de openbare orde te beschermen. 5.2. Strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen Bij (het constateren van) de onderstaande strafbare feiten en openbare orde verstorende gedragingen kan een gebiedsontzegging worden opgelegd, voor zover dit, gelet op de aard, ernst en omstandigheden van het geval, noodzakelijk wordt geacht in het belang van de openbare orde. Niet ieder strafbaar feit vormt op zichzelf een grond voor het opleggen van een gebiedsontzegging. Doorslaggevend is of de gedraging leidt tot een verstoring van de openbare orde of een reëel risico daarop (artikel 2:78 APV). APV Gooise Meren Artikel Omschrijving Artikel 2:1 Samenscholing ongeregeldheden Artikel 2:1a Verstoring van de openbare orde Artikel 2:26 Ordeverstoring Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Verboden drankgebruik Artikel 2.49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:53 Bespieden van personen Artikel 2:65 Bedelarij Artikel 2:66 Zoeken van contact, verrichten van handelingen van seksuele aard Artikel 2:74 Drugshandel op straat Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Artikel 3:19 Straatprostitutie Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Artikel 5:15 Venten Wetboek van Strafrecht Artikel Omschrijving Artikel 131 Opruiing Artikel 137c Belediging van groep mensen Artikel 138 Huisvredebreuk Artikel 141 Openlijke geweldpleging Artikel 179 Ambtsdwang Artikel 180 Wederspannigheid Artikel 181 Ambtsdwang en wederspannigheid met letsel Artikel 182 Ambtsdwang en wederspannigheid in vereniging Artikel 184 Niet opvolgen van een ambtelijk bevel Artikel 186 Samenscholen Artikel 239 Schennis van de eerbaarheid Artikel 246 Feitelijke aanranding van de eerbaarheid Artikel 252 Toedienen bedwelmende drank Artikel 266 Eenvoudige belediging Artikel 267 Belediging van het openbaar gezag Artikel 285 Bedreiging Artikel 300 Eenvoudige mishandeling Artikel 301 Mishandeling met voorbedachten rade Artikel 302 Zware mishandeling Artikel 303 Zware mishandeling met voorbedachten rade Artikel 306 Deelneming aan aanval of vechtpartij Artikel 317 Afpersing Artikel 318 Afdreiging Artikel 350 Beschadiging goederen Artikel 424 Straatschenderij Artikel 426 Verkeersbelemmering in staat van dronkenschap Artikel 431 Rumoer/burengerucht Artikel 453 Openbaar dronkenschap Opiumwet Artikel Omschrijving Artikel 2 Verbodsbepaling Artikel 3 Verbodsbepalingen lijst II Wet Wapens en Munitie Artikel Omschrijving Artikel 13 Vervaardigen etc. Artikel 26 Verbodsbepaling Artikel 27 Dragen De bovenstaande opsomming is niet limitatief. Ook andere strafbare feiten of gedragingen die leiden tot verstoring van de openbare orde kunnen aanleiding geven tot het opleggen van een gebiedsontzegging. 5.3 Duur van de gebiedsontzegging Bij strafbare feiten en gedragingen die de openbare orde en veiligheid raken, kan het noodzakelijk zijn om direct in te grijpen. De duur van de gebiedsontzegging wordt in elk individueel geval afzonderlijk bepaald, waarbij de aard, ernst en omstandigheden van het geval leidend zijn. Daarbij wordt het beginsel van proportionaliteit in acht genomen en wordt de gekozen duur deugdelijk gemotiveerd. Voor het bepalen van de duur van een gebiedsontzegging wordt geen gebruik gemaakt van een vaste escalatieladder. Een automatische koppeling tussen herhaald gedrag en oplopende termijnen botst met het principe van proportionaliteit, waarbij voor ieder individueel geval een zelfstandige en zorgvuldige afweging plaatsvindt. Ten aanzien van de mandatering geldt dat politieambtenaren en specifiek aangewezen jeugdboa’s bevoegd zijn om namens de burgemeester een gebiedsontzegging op te leggen en uit te reiken voor een duur van maximaal 72 uur. Bij het bepalen van de duur vindt steeds een individuele beoordeling plaats van de feiten en omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen onder meer eerdere incidenten, eerdere gebiedsontzeggingen, overtredingen van opgelegde gebiedsontzeggingen en het risico op verdere verstoring van de openbare orde worden betrokken. Het opleggen van een gebiedsontzegging voor een langere duur dan 72 uur is voorbehouden aan de burgemeester. 5.4 Mandatering jeugdboa’s De burgemeester heeft ervoor gekozen om naast politieambtenaren ook specifiek aangewezen jeugdboa’s te mandateren voor het namens de burgemeester opleggen en uitreiken van gebiedsontzeggingen voor een duur van maximaal 72 uur. Deze keuze is gemaakt vanwege de specifieke werkzaamheden van jeugdboa’s binnen de gemeente Gooise Meren. Jeugdboa’s houden zich structureel bezig met de aanpak van jeugdoverlast en zijn veelal werkzaam tijdens de avond- en weekenduren, juist op de momenten waarop overlastsituaties zich het meest voordoen. In die situaties zijn zij vaak als eerste ter plaatse en beschikken zij over voldoende informatie om een zorgvuldige afweging te maken over de inzet van het instrument gebiedsontzegging. Deze mandatering geldt uitsluitend voor specifiek aangewezen jeugdboa’s en niet voor alle buitengewoon opsporingsambtenaren. Daarbij is meegewogen dat gebiedsontzeggingen in de praktijk met name worden ingezet bij de aanpak van jeugdoverlast en andere vormen van overlast in de openbare ruimte waarmee jeugdboa’s regelmatig worden geconfronteerd. De mandatering is bedoeld om slagvaardig optreden mogelijk te maken en onnodige vertraging door tussenkomst van de politie te voorkomen. De inzet van jeugdboa’s blijft daarbij beperkt tot hun eigen wettelijke taak en bevoegdheden. De mandatering van gebiedsontzeggingen betekent niet dat jeugdboa’s politietaken uitvoeren of verantwoordelijk worden voor de handhaving van de openbare orde in situaties waarin sprake is van een verhoogde gevaarzetting of escalatie. Op grond van de landelijke Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar zijn boa’s opgeleid voor handhaving in situaties met een beperkte gevaarzetting. Indien sprake is van een situatie waarbij handhaving niet langer kan plaatsvinden zonder onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van de boa of derden, of wanneer de situatie overgaat in een daadwerkelijke openbare-ordeverstoring waarvoor herstel van de openbare orde noodzakelijk is, ligt de verantwoordelijkheid bij de politie. In dergelijke situaties hebben boa’s een signalerende rol en wordt de politie ingeschakeld. Bij het opleggen van een gebiedsontzegging beoordeelt de jeugdboa daarom steeds of de aard van de situatie, het gedrag van betrokkene en de mate van gevaarzetting passen binnen de wettelijke taakuitoefening van de boa. Indien daarvan geen sprake is, wordt afgezien van het gebruik van het mandaat en wordt de politie ingeschakeld. De mandatering laat de primaire verantwoordelijkheid van de politie voor de handhaving van de openbare orde onverlet. Ter waarborging van een zorgvuldige toepassing ontvangen de aangewezen jeugdboa’s een instructie over deze beleidsregel, het juridisch kader en de motiveringsvereisten. 5.5 Toelichting procedure gebiedsontzegging. 1.De gedragingen waarvoor een gebiedsontzegging kan worden opgelegd zijn opgenomen in paragraaf 5.2. De duur van de ontzegging wordt per individueel geval bepaald, zoals beschreven in paragraaf 5.3. 2.Indien sprake is van een overtreding als bedoeld in deze beleidsregel, wordt zo nodig direct opgetreden. Voorafgaand aan het opleggen van een gebiedsontzegging door de politie of jeugdboa’s vindt collegiale afstemming plaats. Tevens wordt gecontroleerd of aan betrokkene eerder een gebiedsontzegging is opgelegd. Op basis daarvan wordt beoordeeld of de politie of jeugdboa bevoegd is tot oplegging of dat de burgemeester dient te beslissen. De gebiedsontzegging kan worden bekendgemaakt na invrijheidstelling na aanhouding, dan wel direct ter plaatse door gemandateerde politieambtenaren. Een afschrift wordt verstrekt aan het team Openbare Orde en Veiligheid. 3.Boa’s vervullen een belangrijke rol bij de signalering en aanpak van overlast in de openbare ruimte. Specifiek aangewezen jeugdboa’s zijn gemandateerd om namens de burgemeester waarschuwingen en gebiedsontzeggingen op grond van artikel 2:78 APV op te leggen en uit te reiken voor een duur van maximaal 72 uur. Overige boa’s hebben een signalerende rol en kunnen rapportages of processen-verbaal van bevindingen opstellen naar aanleiding van geconstateerde gedragingen van (notoire) overlastveroorzakers. Deze informatie kan door politie of gemandateerde jeugdboa’s worden betrokken bij de afweging om een gebiedsontzegging op te leggen. 4.Het opleggen van een gebiedsontzegging voor een duur van 72 uur is gemandateerd aan politieambtenaren als bedoeld in de Politiewet 2012, werkzaam in het district Gooi en Vechtstreek en voor zover zij belast zijn met de uitvoering van de politietaak, alsmede aan de specifiek aangewezen jeugdboa’s van de gemeente Gooise Meren. 5.De gebiedsontzegging wordt door de politie bekendgemaakt en betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beschikking dient te voldoen aan de eisen zoals opgenomen in paragraaf 4.4. Betrokkene wordt daarbij in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, wordt deze zienswijze vastgelegd. 6.Indien een waarschuwing wordt gegeven, is deze geen besluit in de zin van de Awb. Tegen deze waarschuwing staat derhalve geen bezwaar of beroep open. 7.Indien betrokkene na oplegging van een gebiedsontzegging opnieuw gedrag vertoont als bedoeld in paragraaf 5.2, wordt opnieuw beoordeeld of en voor welke duur een gebiedsontzegging wordt opgelegd, met inachtneming van de omstandigheden van het geval. 8.Indien cameratoezicht aanwezig is in een aangewezen gebied, kunnen gedragingen die aanleiding geven tot het opleggen van een gebiedsontzegging mede met behulp van camerabeelden worden vastgesteld, voor zover rechtmatig verkregen en voor dit doel mogen worden gebruikt. 5.5 Dossiervorming Voor het opleggen van een gebiedsontzegging met een duur van meer dan 72 uur stelt de politie zo snel als mogelijk een bestuurlijke rapportage op, welke wordt aangeleverd bij het team Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Gooise Meren. Deze rapportage bevat in ieder geval: •een overzicht van eerder opgelegde gebiedsontzeggingen, inclusief de bijbehorende processen-verbaal en eventuele ingediende zienswijzen; •informatie over eventuele voorafgaande waarschuwingen, alsmede het onderliggende proces-verbaal van het strafbare feit; •een gemotiveerd verzoek tot het opleggen van een gebiedsontzegging; •een omschrijving van het gebied waarop de gebiedsontzegging betrekking dient te hebben; Het team Openbare Orde en Veiligheid kan aanvullende informatie opvragen van de boa’s en deze gebruiken voor de uiteindelijke gebiedsontzegging. Bij gebiedsontzeggingen met een duur van maximaal 72 uur leggen de politie of jeugdboa’s de relevante feiten en omstandigheden vast in hun bedrijfsprocessen-systeem. Daarbij worden alle relevante feiten van betrokkene betrokken die noodzakelijk zijn voor de besluitvorming, met als doel een volledig beeld te schetsen van diens gedrag en, indien nodig, inzicht te bieden in de totstandkoming van de opgelegde gebiedsontzegging(en) bij een eventuele rechterlijke toetsing. 5.6 In werking treden beleidsregel Deze beleidsregels treedt 1 dag na publicatie in werking en vervangt de Beleidsregel Gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2022 Aldus vastgesteld door de burgemeester van Gooise Meren, d.d. 8 september 2026 drs. H.M.W. ter Heegde
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Beleidsregel Gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2026"

Bestemmingsplan
Kennisgeving ontwerp Actieplan geluid Almere 2026 ter inzage

Mededelingen
Beleidsregel Gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2026

Omgeving
Voornemen tot het verlenen van een begrotingssubsidie (uniciteitspublicatie)

Bestemmingsplan
Natura 2000-beheerplan Naardermeer 2026-2032

Omgeving
Waterschap Zuiderzeeland – kennisgeving aanvraag omgevingsvergunning Omgevingswet voor het verwijderen van bomen voor inrichting terrein Muiderduin ter hoogte van Muiderzandweg en Almeerderstrandweg te Almere Duin.

Bestemmingsplan
Ontwerp Actieplan geluid gemeente Almere 2026

Omgeving
Ontvangst verlenging omgevingsvergunning Noord-Holland (flora- en fauna)

APV
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

APV
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland

Mededelingen
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten gemeente Almere 2026

Mededelingen
Besluit naamgeving openbare ruimte Almere

Omgeving
Waterschap Zuiderzeeland – kennisgeving aanvraag omgevingsvergunning Omgevingswet voor het leggen van een kabel te hoogte van Marinaweg 100 te Almere.

