Beleidsregel Overlastgevende Personen 2026

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-07-23

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Gemeente Rotterdam

Informatie

Beleidsregel Overlastgevende Personen 2026 De burgemeester van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de directeur van de directie Veiligheid van 10 juli 2026 overwegende dat, -De burgemeester op grond van artikel 172 Gemeentewet is belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid; -De burgemeester op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht bevoegd is om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot een diens toekomende bevoegdheid; -De burgemeester op grond van artikel 172a Gemeentewet juncto artikel 172b Gemeentewet bevoegd is om bevelen te geven ter handhaving van de openbare orde; -De burgemeester op grond van artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen; -De burgemeester op grond van artikel 2:77b Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 bevoegd is om een wijkverbod op te leggen; Besluit: Artikel 1 Vaststelling De Beleidsregel overlastgevende personen 2026, zoals opgenomen in de bijlage, wordt vastgesteld. Artikel 2 Intrekking De Beleidsregel overlastgevende personen 2016 wordt ingetrokken. Artikel 3 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. Artikel 4 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel overlastgevende personen 2026. Beleidsregel Overlastgevende Personen 2026 Aanpak van overlastgevende personen In de afgelopen jaren is de geregistreerde overlast toegenomen, in het hele land en in Rotterdam (bron: data.politie.nl (geregistreerde overlast), bron: wijkprofiel.rotterdam.nl (veiligheidsindex, veiligheidsbeleving)). De gemeente Rotterdam, in samenwerking met politie, Openbaar Ministerie en andere partijen, pleegt inzet om overlast aan te pakken en terug te dringen. Hiernaast wordt in samenwerking met onder andere zorgpartijen inzet gepleegd in de preventieve sfeer. Het is belangrijk dat, waar nodig, repressieve aanpakken tegelijk worden ingezet met zorg of preventie. De kans van slagen van het terugdringen van overlast is zo het grootst. De burgemeester houdt rekening met de kwetsbaarheid van personen, denk hierbij aan minderjarigheid of verslavingsproblematiek. Een belangrijk uitgangspunt in de aanpak van overlastgevende personen, is dat een bestuurlijke maatregel zo goed als nooit op zichzelf staat. Een bestuurlijke maatregel wordt ingezet om de openbare orde te herstellen en te beschermen, maar lost de onderliggende problematiek van een persoon niet op. Dit maakt het van belang dat er sprake is van een geïntegreerde aanpak vanuit meerdere disciplines, niet alleen het bestuursrecht. De bestuurlijke maatregel moet passen binnen een groter geheel. Wanneer de burgemeester een bestuurlijke rapportage ontvangt in het kader van een persoonsgerichte bestuurlijke maatregel, gaat de burgemeester, als er sprake is van kwetsbaarheid, na welke hulpverlening loopt of nodig is, en hoe dit kan bestaan naast een bestuurlijke maatregel. Overlast in de openbare ruimte komt in verschillende vormen tot uiting, waaronder, maar niet uitsluitend: intimiderend (groeps)gedrag, het plegen van strafbare feiten zoals drugshandel, openlijke geweldpleging, samenscholing, vernieling, vervuiling, hinderlijk gedrag, agressief bedelen, luidruchtig en agressief gedrag, en het verstoren van de openbare orde bij grootschalige evenementen en voetbalwedstrijden. De Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (MBVEO), ook wel de Overlastwet genoemd, uit 2010 en aangepast in 2015, geeft de burgemeester bevoegdheden om op te treden tegen dit overlastgevende gedrag. Specifiek de artikelen 172a en b Gemeentewet. Hiernaast kan de burgemeester op basis van artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:32 van de Algemene Wet Bestuursrecht een last onder dwangsom opleggen. Als laatste geeft de Algemene Plaatselijke Verordening (verder: APV) bevoegdheden om op te treden, namelijk het wijkverbod. Maatregelen Wijkverbod – Toelichting - APV-artikel 2:77b 1.Een persoon krijgt het bevel van de burgemeester zich niet te bevinden in een aangewezen gebied gedurende een in het verbod genoemde periode. De gedragingen, het tijdvak en het gebied waarvoor het wijkverbod wordt opgelegd, worden schriftelijk medegedeeld en vastgelegd. De betrokkene ontvangt een kaart van het gebied waarvoor het wijkverbod geldt. 2.Zie bijlage 1 voor handhavingsarrangement voor wijkverboden. 3.Een wijkverbod kan worden opgelegd voor gedragingen zoals genoemd in bijlage 2. 4.Het wijkverbod geldt voor het gebied waarbinnen de gedraging heeft plaatsgevonden en wordt in beginsel begrensd door de grenzen van de gebieden zoals genoemd in bijlage 4. 5.Het wijkverbod geldt voor 24 uur, de eerste verlenging is 1 week, de tweede verlenging is 30 dagen. 6.Als het wijkverbod van 30 dagen wordt overtreden, of als de overlast voortduurt, ligt optreden op basis van de Gemeentewet voor de hand. Het is mogelijk om het wijkverbod een derde keer te verlengen met nogmaals 30 dagen, als deze tijd nodig is om de tijd te overbruggen tussen het vorige 30 dagen wijkverbod en het optreden op basis van de Gemeentewet. 7.Verlenging van het wijkverbod is slechts mogelijk indien de persoon zich binnen dertien maanden na het opleggen van het wijkverbod in dezelfde wijk zich opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals genoemd in bijlage 2, of als het lopende wijkverbod wordt overtreden. Als er nog een wijkverbod geldt, gaat het nieuwe wijkverbod in na afloop van het huidige wijkverbod. 8.Bij het opleggen van het wijkverbod wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken. Dit gebeurt in beginsel direct. Zienswijzen worden schriftelijk vastgelegd in een proces-verbaal. De betrokkene wordt medegedeeld dat bezwaar maken mogelijk is. 9.Het opleggen van een wijkverbod is gemandateerd aan de politiechef Rotterdam. 10.Voorafgaand aan het opleggen van het 30 dagen wijkverbod, ook als het de tweede keer 30 dagen betreft, vindt er overleg plaats met de hulpofficier van Justitie van de politie. De hulpofficier moet akkoord geven voor het 30 dagen verbod. Dit akkoord kan in eerste instantie telefonisch afgegeven worden, indien deze snelheid nodig is in verband met de overlastsituatie. Het akkoord van de hulpofficier van Justitie van de politie moet wel gedurende de looptijd van het verbod schriftelijk worden vastgesteld. 11.De politiechef informeert de burgemeester indien een wijkverbod van 30 dagen is overtreden. De burgemeester overweegt of optreden op basis van de Gemeentewet noodzakelijk is. 12.De politiechef houdt een registratie bij van de opgelegde wijkverboden en de overtredingen, en informeert hier minimaal jaarlijks de burgemeester over. 13.Indien de woning van betrokkene binnen het verboden gebied valt, of er andere redenen zijn waarom het noodzakelijk is het gebied te betreden, kan de politie in het gebied een route aangeven die de betrokkene mag gebruiken om de betreffende plaats te bereiken. 14.Tijdens een A, A plus, B of C evenement – gedefinieerd door de APV van Rotterdam – kan de politie een wijkverbod opleggen, indien er sprake is van een vrees voor (verdere) verstoring van de openbare orde tijdens dit evenement. Dit wijkverbod wordt opgelegd voor het gebied of de omgeving waar het evenement plaatsvindt. Dit wijkverbod wordt opgelegd voor de duur van het evenement en voor ten hoogste 1 week. Hierna wordt opgetreden op basis van de Gemeentewet. Gebiedsverbod – Toelichting - artikel 172a Gemeentewet 1.Indien de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of indien de openbare orde herhaaldelijk is verstoord en er vrees is voor verdere verstoring, kan een gebiedsverbod worden opgelegd. 2.Een overlastgever krijgt het bevel van de burgemeester zich niet te bevinden in bepaalde delen van de gemeente.3.Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het Gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden, begrensd door de grenzen van de Gebieden (bijlage 3). Indien er concrete aanwijzingen zijn dat de openbare orde in het geding is of komt, kan ook een groter gebied worden aangewezen.4.De burgemeester baseert zich voor het opleggen van het gebiedsverbod op politie-informatie en/of informatie van gemeentelijke handhavers. 5.De overlastgevende gedragingen van de afgelopen 13 maanden worden meegewogen in de afweging van de burgemeester. 6.Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid om drie keer met drie maanden te verlengen. Of voor specifieke vast te stellen tijdstippen verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van twee jaar, zonder mogelijkheid van verlenging. 7.Een besluit tot verlenging moet worden genomen ten tijde van de loop van het bevel.8.Het gebiedsverbod wordt in beginsel alleen opgelegd nadat een wijkverbod van 30 dagen is opgelegd, en dat dit wijkverbod is overtreden en/of dat de overlast voortduurt. a.De burgemeester kan hiervan afwijken en direct optreden op basis van de Gemeentewet, in acute of ernstige situaties met vrees voor (verdere) verstoring van de openbare orde. b.Ook kan de burgemeester hiervan afwijken in situaties waarin een wijkverbod niet meer in verhouding staat tot de veroorzaakte overlast. c.Ook kan de burgemeester hiervan afwijken indien betrokkene al eerder een gebiedsverbod heeft opgelegd gekregen. 9.De burgemeester kan een waarschuwing geven in plaats van direct een gebiedsverbod. 10.Indien de woning van betrokkene binnen het verboden gebied valt, of er andere redenen zijn waarom het noodzakelijk is het gebied te betreden, kan de burgemeester in het gebied een route aangeven die de betrokkene mag gebruiken om de betreffend plaats te bereiken. Last onder dwangsom (LOD) – Toelichting - artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:32 Awb 1.Indien de openbare orde verstoord is door het overtreden van regels waarvoor de burgemeester bevoegd is om te handhaven*, kan de burgemeester een LOD opleggen om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. 2.Een overlastgever krijgt het bevel om een bepaalde overtreding te staken of niet nogmaals te begaan op straffe van verbeuring van een dwangsom. 3.De LOD geldt in beginsel voor 2 jaar met geen mogelijkheid tot verlenging. 4.Bij overtreding van de LOD kan worden overgegaan tot invordering van een dwangsom van €2.500 per keer met een maximum van €10.000.5.De LOD kan in beginsel worden opgelegd bij minimaal twee overtredingen van het artikel waarop de LOD is opgelegd. De burgemeester kan hiervan afwijken als dat nodig is in verband met een acute of ernstige situatie die de openbare orde dreigt (verder) te verstoren. 6.De burgemeester baseert zich voor het opleggen van de LOD op politie-informatie en/of informatie van gemeentelijke handhavers. 7.De burgemeester kan een waarschuwing geven in plaats van direct een LOD. *Toelichting bij Last Onder Dwangsom: Onder punt 1 is genoemd dat de LOD kan worden opgelegd op artikelen waarvoor de burgemeester bevoegd is om te handhaven. Indien een persoon overlast veroorzaakt, kan er sprake zijn van het overtreden van bepaalde regels. Een artikel waar dit aan de orde zou kunnen zijn is Artikel 2:74 APV Drugshandel op straat. Fysieke meldplicht – Toelichting - artikel 172a Gemeentewet 1.Indien de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of indien de openbare orde herhaaldelijk is verstoord en er vrees is voor verdere verstoring, kan een fysieke meldplicht worden opgelegd. 2.Een overlastgever krijgt het bevel van de burgemeester zich te melden op een bepaalde plek binnen de gemeente waar de overlastgever woonachtig is. Doorgaans is dit een politiebureau.3.Als de overlastgever in een andere gemeente woonachtig is, wordt de betreffende burgemeester geïnformeerd door de burgemeester van Rotterdam dat een fysieke meldplicht is opgelegd. De politiechef van Rotterdam informeert de betreffende politiechef dat een fysieke meldplicht is opgelegd, in het geval dat het melden plaatsvindt op een politiebureau. 4.Een fysieke meldplicht wordt in beginsel in aanvulling op een gebiedsverbod opgelegd.5.De fysieke meldplicht kan worden opgelegd in aanvulling op of naast een stadionverbod, wat een private sanctie is. 6.De burgemeester baseert zich voor het opleggen van de fysieke meldplicht op politie-informatie en/of informatie van gemeentelijke handhavers. 7.De overlastgevende gedragingen van de afgelopen 13 maanden worden meegewogen in de afweging van de burgemeester. 8.De fysieke meldplicht wordt opgelegd voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid van drie keer drie maanden verlenging. Of voor vast te stellen tijdstippen verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van twee jaar, zonder mogelijkheid van verlenging. In het besluit wordt opgenomen waar en wanneer de betrokkene zich moet melden. 9.Een besluit tot verlenging moet worden genomen ten tijde van de loop van het bevel.10.De burgemeester kan een waarschuwing geven in plaats van direct een meldplicht. Digitale meldplicht – Toelichting - artikel 172a Gemeentewet 1.Indien de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of indien de openbare orde herhaaldelijk is verstoord en er vrees is voor verdere verstoring, kan een digitale meldplicht worden opgelegd. 2.Een overlastgever krijgt het bevel van de burgemeester zich digitaal te melden en hiermee aantonen dat de overlastgever buiten het verboden gebied is.3.De digitale meldplicht wordt altijd tegelijkertijd met een gebiedsverbod opgelegd. 4.De digitale meldplicht kan worden opgelegd naast een stadionverbod, wat een private sanctie is. 5.De burgemeester baseert zich voor het opleggen van de digitale meldplicht op politie-informatie en/of informatie van gemeentelijke handhavers. 6.De overlastgevende gedragingen van de afgelopen 13 maanden worden meegewogen in de afweging van de burgemeester. 7.De digitale meldplicht wordt opgelegd voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid van drie keer drie maanden verlenging. Of voor vast te stellen tijdstippen verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van twee jaar, zonder mogelijkheid van verlenging. In het besluit wordt opgenomen wanneer de betrokkene zich moet melden. 8.Een besluit tot verlenging moet worden genomen ten tijde van de loop van het bevel.9.De burgemeester kan een waarschuwing geven in plaats van direct een meldplicht. Groepsverbod – Toelichting - artikel 172a Gemeentewet 1.Indien de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of indien de openbare orde herhaaldelijk is verstoord, en voor het merendeel in groepsverband, en er vrees is voor verdere verstoring, kan een groepsverbod worden opgelegd.2.Een overlastgever krijgt het bevel van de burgemeester zich in bepaalde delen van de gemeente op een voor publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband op te houden.3.Het groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het Gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden, begrensd door de grenzen van de Gebieden (bijlage 3). Indien er concrete aanwijzingen zijn dat de openbare orde in het geding is of komt, kan ook een groter gebied worden aangewezen.4.De burgemeester baseert zich voor het opleggen van het groepsverbod op politie-informatie en/of informatie van gemeentelijke handhavers. 5.De overlastgevende gedragingen van de afgelopen 13 maanden worden meegewogen in de afweging van de burgemeester. 6.Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid van drie keer drie maanden verlenging. Of voor vast te stellen tijdstippen verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van twee jaar, zonder mogelijkheid van verlenging. 7.Een besluit tot verlenging moet worden genomen ten tijde van de loop van het bevel.8.De burgemeester kan een waarschuwing geven in plaats van direct een groepsverbod. Begeleidingsplicht ten aanzien van 12-minners – Toelichting - artikel 172b Gemeentewet 1.Een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk in groepsverband de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, kan bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde het bevel van de burgemeester krijgen: a.gedurende een periode van ten hoogste drie maanden ervoor te zorgen dat de minderjarige zich in een aangewezen gebied niet bevindt. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige; of b.gedurende een periode van ten hoogste drie maanden ervoor te zorgen dat de minderjarige zich tussen 20:00 ’s avonds en 06:00 ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige. 2.De burgemeester neemt in zijn afweging het belang van een (lopend of op te starten) hulpverleningstraject mee. Dit houdt in ieder geval in dat er in overleg wordt getreden met betrokken zorgpartners en dat de maatregel de te ontvangen zorg niet belemmert. 3.Indien een maatregel wordt opgelegd, wordt een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. De zorgmelding wordt vergezeld van een afschrift van het gegeven bevel. Begrippen Ernstig De bevoegdheden op basis van de Gemeentewet kunnen ook worden gebruikt indien sprake is van een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord. Hierdoor kan worden opgetreden tegen first offenders. De mate van ernst dient te blijken uit de politierapportage en is afhankelijk van de context. Wat in ieder geval gerekend wordt als ernstig is openlijke geweldpleging. Herhaaldelijk Er is sprake van herhaaldelijkheid als een persoon meer dan één keer de openbare orde heeft verstoord binnen een periode van 13 maanden. Overlast Onder overlast verstaat de burgemeester het verstoren van de openbare orde. De burgemeester ziet overlast als gedrag dat de openbare orde verstoort. De openbare ruimte heeft een duidelijke functie voor iedereen. Als die functie niet meer goed kan worden gebruikt, is de normale situatie verstoord en daarmee ook de openbare orde. Dit geldt in ieder geval bij strafbare feiten en bij overtredingen van de APV. Daarnaast kunnen structurele orde verstorende gedragingen die niet direct strafbaar zijn hieronder vallen. Denk hierbij aan: zonder redelijk doel rondhangen, joelen, bespugen, intimiderend overkomen, schelden tegen een agent of handhaver, wildplassen, hinderlijk drankgebruik, vernielen van goederen, gooien van voorwerpen, wet Mulder-feiten. Leidende rol Er is sprake van een leidende rol als een persoon in groepsverband anderen aanzet tot orde verstorende gedragingen. Ook dan kan een maatregel worden opgelegd. Dit kan zich uiten in het mobiliseren, aanjagen, faciliteren, oproepen, of aansturen/aanzetten van medestanders om een bijdrage te leveren aan ordeverstoringen in groepsverband. Rechtstreekse deelname aan de daadwerkelijke ordeverstoring is hiervoor niet vereist. Van een leidende rol kan dus sprake zijn indien de persoon anderen aanzet tot ongewenst gedrag dat de openbare orde verstoort. Dit kan zich uiten in concrete gedragingen zoals het benaderen van anderen, het leggen van contact tussen leden van de groep, het initiatief nemen, een vertrouwensrelatie en/of gezag hebben. Ook kan de leidinggevende rol worden afgeleid uit verklaringen van getuigen of leden van de groep. Het aantonen van een leidende rol is afhankelijk van de concrete casus en de burgemeester baseert zich hiervoor op politie-informatie. Kwetsbaarheid Er is geen officiële definitie van de term kwetsbaarheid in het kader van bestuurlijke maatregelen. Uit de gemeentelijke verantwoordelijkheid, volgend uit de WMO en de Jeugdwet, volgen wel enkele kaders waar in het kader van dit beleid aan wordt vastgehouden. In ieder geval valt minderjarigheid onder kwetsbaarheid. Bij meerderjarigen valt in ieder geval personen met een bepaalde specifieke zorgindicatie hebben vanuit de WMO, bijvoorbeeld personen met een ernstige verstandelijke of fysieke beperking. Dit is iedere keer maatwerk. Wanneer er sprake is van kwetsbaarheid betekent dit niet dat er geen bestuurlijke maatregelen worden opgelegd, maar wel dat het afgewogen moet worden. In deze afweging moet in ieder geval betrokken worden dat zorgtrajecten niet belemmerd worden en dat minderjarigen naar school kunnen gaan. Samenhang andere wetgeving en bevoegdheden APV en de Gemeentewet In de gevallen waar (nog) geen sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde ligt optreden op grond van de APV voor de hand en zal doorgaans eerst een wijkverbod worden opgelegd. In een acute situatie, bijvoorbeeld indien relschoppers de openbare orde, al dan niet bij een evenement, ernstig verstoren biedt de Gemeentewet (artikelen 172a en 172b) weinig tot geen mogelijkheden om direct te kunnen optreden om zo de openbare orde en veiligheid te kunnen waarborgen. Hiervoor blijven de noodrechtbevoegdheden (artikelen 175-176a Gemeentewet), de lichte bevelsbevoegdheid (172), de strafrechtelijke aanhouding en de APV (wijkverboden et cetera) de meest geëigende bevoegdheden. Versterking sanctie private organisaties Art. 172a Gemeentewet biedt de burgemeester de mogelijkheid een bevel te geven aan een persoon die als gevolg van zijn gedrag een sanctie opgelegd heeft gekregen door een private organisatie. Op deze manier kan de burgemeester een door de KNVB of voetbalclub opgelegde sanctie versterken met één van de in artikel 172a Gemeentewet genoemde maatregelen. Maatregel tevens namens Een bevel van de burgemeester strekt zich uit tot het eigen grondgebied. Door de wijziging van art. 172a Gemeentewet kan de burgemeester van een andere gemeente de burgemeester van Rotterdam verzoeken een persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven. Dit kan indien de burgemeester van de andere gemeente de ernstige vrees heeft dat die persoon ook in die andere gemeente de openbare orde zal verstoren. Het betreft dan twee (of meer) bevelen in één beschikking en niet om een bevel mede namens een andere burgemeester. De verzoekende burgemeester laat zich wat betreft de inhoud van de maatregel op voorhand leiden door de keuzes van de burgemeester van Rotterdam inzake de aard en de duur van de op te leggen maatregel(en). Een verzoek wordt op voorhand gedaan. Wel levert de verzoekende burgemeester de noodzakelijke gegevens aan zoals bijvoorbeeld een aanduiding van de objecten of gebieden waar de aanwezigheid van die persoon niet gewenst is en van de tijdstippen of perioden waarvoor het bevel geldt. Het verzoek kan ook het opleggen van een meldingsplicht betreffen. De burgemeester van Rotterdam zendt een afschrift van het bevel aan die burgemeester. Relatie burgemeester en Officier van Justitie Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering is de Officier van Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing aan een verdachte te geven. Een gedragsaanwijzing betreft onder meer een gebiedsverbod, een contactverbod of een meldplicht. Dit is mogelijk indien er sprake is van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig is verstoord en waarbij grote vrees bestaat voor herhaling. Daarnaast dient er sprake te zijn van ernstige bezwaren. Dat wil zeggen, sterke aanwijzingen of bewijsmiddelen die een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid opleveren dat een verdachte een strafbaar feit heeft begaan. Dit betekent dat de OvJ in beginsel als eerste bevoegd is een maatregel te treffen indien sprake is van ernstig ordeverstorend gedrag, zijnde een strafbaar feit, en vervolging is of wordt ingesteld. Indien de OvJ besluit geen gedragsaanwijzing te geven, beoordeelt de burgemeester of hij, gelet op de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat, een maatregel oplegt. Het gebiedsverbod van de OvJ gaat vóór het gebiedsverbod van de burgemeester (art 172a lid 5 Gemeentewet). De rechter kan een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel gaat vóór het burgemeestersbevel. Als het rechterlijk bevel niet te maken heeft met het burgemeestersbevel, bijvoorbeeld een verbod voor een kleiner of ander gebied en op basis van andere informatie dan de ‘’overlast’’ die ten grondslag ligt aan het burgemeestersbevel, dan vindt overleg plaats tussen OM en gemeente over de vraag of het burgemeestersbevel naast het rechterlijk verbod in stand kan blijven. Handhaving Het niet naleven van een burgemeestersverbod als bedoeld in de artikelen 172a en 172b Gemeentewet is strafbaar op grond van artikel 184 Wetboek van Strafrecht. Het niet naleven van een burgemeestersbevel op grond van de APV is strafbaar (en wordt vervolgd) op grond van de APV. Het OM kan hierbij vervolgen. Het OM bekijkt bij elke zaak of vervolging opportuun is. Het niet naleven van een LOD op grond van artikel 125 Gemeentewet juncto artikel 5:32 van de Algemene Wet Bestuursrecht heeft als gevolg dat de verbeurde dwangsom kan worden ingevorderd. De burgemeester kan er ook voor kiezen om bij overtredingen de maatregelen te verlengen of uit te breiden. De strafrechtelijke vervolging en de bestuursrechtelijke gevolgen kunnen naast elkaar bestaan, en kunnen elkaar aanvullen. Bij het niet naleven van alle genoemde maatregelen kan de politie handhaven. Bij het overtreden van de wijkverboden op basis van de APV kan ook Toezicht & Handhaving van de gemeente handhaven. Proces Algemene geldende regels Voor alle maatregelen genoemd in deze beleidsregel geldt het volgende: De burgemeester kan dit aan eenieder opleggen, ook aan personen die niet in Rotterdam wonen, of aan personen die de Nederlandse nationaliteit niet bezitten. De bestuurlijke maatregelen opgelegd door de burgemeester kunnen bestaan naast private of strafrechtelijke sancties, met uitzondering van de situaties geschetst onder ‘’Relatie burgemeester en Officier van Justitie’’ in deze beleidsregel. Wijziging, verlenging, uitbreiding en intrekking De bevelen genoemd onder ‘Maatregelen’ kunnen worden gewijzigd, uitgebreid of ingetrokken worden, indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Onder nieuwe feiten of omstandigheden wordt ook verstaan het overtreden van het bevel. De bevelen kunnen worden verlengd of uitgebreid als sprake is van een overtreding van het bevel, nieuwe overlastgevende gedragingen, verplaatsing van de overlastgevende gedragingen, of vrees voor verdere verstoring van de openbare orde. Als er concrete aanwijzingen zijn dat de overlast zich gaat verplaatsen, bijvoorbeeld bij rivaliserende jeugdgroepen, kan het bevel uitgebreid worden met deze nieuwe gebieden. Een bevel kan worden ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde. Een bevel kan worden gewijzigd ten gunstige van de betrokkene, bijvoorbeeld door een looproute toe te voegen wanneer een betrokkene belangrijke binding heeft met een locatie binnen het verboden gebied, zoals een verblijfplaats. Minderjarigen Het is wenselijk dat handhaving door de burgemeester met bestuurlijke maatregel niet op zichzelf staat, maar dat wordt bekeken of een bredere aanpak mogelijk is, bijvoorbeeld als de overlastgever kwetsbaar is. Bij jongeren, in het bijzonder de categorie 12-minners, is, indien een maatregel wordt opgelegd, noodzakelijk dat de maatregel binnen een bredere aanpak valt. Bij jongeren, in het bijzonder de categorie 12-minners, wordt in de beoordeling of sprake is van overlastgevend gedrag, rekening gehouden met de leeftijd van de jongere, niet alleen in de belangenafweging en of een maatregel passend, maar ook in hoeverre het gedrag als overlastgevend dient te worden aangemerkt. Indien sprake is van een minderjarige wordt het besluit ten minste aan de ouder/voogd van de minderjarige uitgereikt. Zienswijzen De betrokkene tegen wie het voornemen bestaat om een bevel op te leggen wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken binnen twee weken na ontvangst van het voornemen. Dit kan schriftelijk of mondeling tijdens een zienswijzengesprek. Indien sprake is van een minderjarige worden tenminste de ouders/voogd in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven. Van de gelegenheid tot het geven van zienswijzen wordt afgezien indien de vereiste spoed zich hiertegen verzet (4:11 Awb). Dossiervorming en verslaglegging Politie, OM en gemeente leggen gezamenlijk in een interne instructie vast op welke wijze verzoeken om een maatregel worden gedaan, hoe de dossiervorming plaatsvindt en informatie over en weer wordt uitgewisseld. Aldus vastgesteld op 15 juli 2026De burgemeester van Rotterdam, C.J. SchoutenDit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl Bijlage 1: Handhavingsarrangement wijkverbod Overtreding Burgemeester (mandaat aan politie) Eerste constatering* 24 uur verbod Tweede constatering** 1 week verbod Derde constatering 30 dagen verbod*** Vierde constatering of een overtreding van 30 dagen verbod Politie informeert de burgemeester middels een bestuurlijke rapportage en burgemeester besluit wel of niet op te treden op basis van de Gemeentewet. Eventueel nog eenmalig 30 dagen verbod*** * indien er sprake is van een constatering tijdens een A, A plus, B of C evenement kan de politie een wijkverbod opleggen indien er sprake is van vrees voor (verdere) verstoring van de openbare orde tijdens dit evenement. Dit wijkverbod wordt opgelegd voor het gebied of de omgeving waar het evenement plaatsvindt. Dit wijkverbod wordt opgelegd voor de duur van het evenement en voor ten hoogste 1 week. Hierna wordt opgetreden op basis van de Gemeentewet. ** de opvolgende constatering moet binnen 13 maanden van de vorige constatering plaatsvinden. Indien er meer dan 13 maanden tussen constateringen zit dan moet de eerste stap van dit handhavingsarrangement opnieuw worden gezet, namelijk het 24 uur verbod, waarna het handhavingsarrangement als gebruikelijk moet worden gevolgd. *** het 30 dagen verbod kan alleen worden opgelegd na akkoord van de hulpofficier van Justitie van de politie. Dit akkoord kan in eerste instantie telefonisch afgegeven worden, indien deze snelheid nodig is in verband met de overlastsituatie. Het akkoord van de hulpofficier van Justitie van de politie moet wel gedurende de looptijd van het verbod schriftelijk worden vastgesteld. Het inzetten van het wijkverbod is een bevoegdheid van de burgemeester, gemandateerd aan de politie. De politie kan een wijkverbod opleggen om overlast te voorkomen of beperken, aantasting van het woon- of leefklimaat te voorkomen of beperken en de openbare orde te beschermen en te herstellen. Bij overtreding van het wijkverbod kan de politie via de feitcode een boete opleggen. Het OM kan vervolgen op basis van artikel 6.1 APV. Het OM bekijkt bij elke zaak of vervolging opportuun is. De burgemeester kan van dit handhavingsarrangement afwijken en direct optreden op basis van de Gemeentewet, in acute of ernstige situaties met vrees voor (verdere) verstoring van de openbare orde. Ook kan de burgemeester hiervan afwijken in situaties waarin een wijkverbod niet meer in verhouding staat tot de veroorzaakte overlast. Ook kan de burgemeester hiervan afwijken indien betrokkene al eerder een gebiedsverbod heeft opgelegd gekregen. Bijlage 2: Gedragingen wijkverbod Een wijkverbod kan voor de volgende gedragingen worden opgelegd: -artikel 2:1 APV samenscholing en ongeregeldheden -artikel 2:9 APV straatartiest -artikel 2:23a APV (slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen -artikel 2:25 APV evenementenvergunningen -artikel 2:25a APV 0-evenementen -artikel 2:26 APV openbare orde en veiligheid (bij evenementen) -artikel 2:40a APV gokken op de weg -artikel 2:42 APV Plakken en kladden -artikel 2:43 APV Vervoer plakgereedschap e.d. -artikel 2:44 APV Vervoer inbrekerswerktuigen -artikel 2:44a APV Vervoer geprepareerde voorwerpen -artikel 2:47 APV hinderlijk gedrag op openbare plaatsen -artikel 2:47a APV Verbod gebieden of locaties -artikel 2:47b APV Groepsfietsen -artikel 2:48 APV verboden drankgebruik -artikel 2:49 APV verboden gedrag bij of in gebouwen -artikel 2:50 APV hinderlijk gedrag in voor het publiektoegankelijke ruimten -artikel 2:53 APV bespieden en heimelijk fotograferen/filmen van personen -artikel 2:57 APV loslopende honden -artikel 2:59 APV gevaarlijke en hinderlijke honden -artikel 2:65 APV bedelarij -artikel 2:73 APV gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling -artikel 2:74 APV drugshandel op straat -artikel 2:74a APV openlijk drugsgebruik -artikel 2:74b APV weggooien van spuiten e.d. -artikel 2:77a APV gebruik lasers -artikel 2:77b, vijfde lid, APV wijkverbod -artikel 3:17 APV verbod raam- en straatprostitutie -artikel 4:6 APV overige geluidshinder -artikel 4:8 APV natuurlijke behoefte doen -artikel 4:18 APV nachtverblijf buiten kampeerterreinen -artikel 5:13 APV inzameling van geld of goed -artikel 5:15 APV venten -artikel 5:30 APV gevaar of hinder door baden of zwemmen -artikel 5:30a APV zwemmen en baden elders dan in zee -artikel 5:31 APV overlast aan vaartuigen -artikel 5:31a APV vaarverbod -artikel 5:32 APV motorvoertuigen, (brom)fietsen op strand en in duinterreinen -artikel 5:33a APV vaartuigen op en bij het strand en in de zee -artikel 5:34 APV verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken -artikel 2 Opiumwet verkopen enz. van harddrugs -artikel 3 Opiumwet verkopen enz. van softdrugs -artikel 131 Wetboek van Strafrecht opruiing tegen het openbaar gezag -artikel 137c Wetboek van Strafrecht belediging groep mensen -artikel 141 Wetboek van Strafrecht openlijke geweldpleging -artikel 142 Wetboek van Strafrecht vals alarm -artikel 142a Wetboek van Strafrecht voorwerp achterlaten -artikel 143 Wetboek van Strafrecht verhindering vergadering -artikel 144 Wetboek van Strafrecht verstoring vergadering -artikel 145 Wetboek van Strafrecht verstoring openbare samenkomst -artikel 146 Wetboek van Strafrecht verwekken van wanorde -artikel 184 Wetboek van Strafrecht negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel -artikel 185 Wetboek van Strafrecht veroorzaken van opschudding bij ambtsverrichting of ter terechtzitting -artikel 239 Wetboek van Strafrecht schennis van de eerbaarheid -artikel 254b Wetboek van Strafrecht schennis van de eerbaarheid -artikel 254d Wetboek van Strafrecht openbare zedenschennis met dieren -artikel 266 jo. 267 Wetboek van Strafrecht belediging ambtenaar in functie -artikel 285 Wetboek van Strafrecht bedreiging -artikel 285b Wetboek van Strafrecht belaging/ stalking -artikel 300-303 Wetboek van Strafrecht mishandeling -artikel 310 Wetboek van Strafrecht diefstal -artikel 311 Wetboek van Strafrecht gekwalificeerde diefstal -artikel 312 Wetboek van Strafrecht diefstal met geweld -artikel 317 Wetboek van Strafrecht afdreiging -artikel 350 jo. 351 Wetboek van Strafrecht vernieling -artikel 424 Wetboek van Strafrecht straatschenderij -artikel 426-427 Wetboek van Strafrecht overtredingen betreffende algemene veiligheid -artikel 429 Wetboek van Strafrecht afsteken vuurwerk afschieten vuurwapen -artikel 429a Wetboek van Strafrecht Verboden goederen in penitentiaire inrichting brengen -artikel 429ster Wetboek van Strafrecht seksuele intimidatie in het openbaar -artikel 430a Wetboek van Strafrecht naakt recreatie -artikel 430b Wetboek van Strafrecht openbare dronkenschap -artikel 431 Wetboek van Strafrecht nachtelijk burengerucht -artikel 443 Wetboek van Strafrecht overtreden noodverordening -artikel 13, 26 of 27 Wet Wapens en Munitie dragen verboden wapens -artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 -artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel -artikel 10 WvW 1994 – wedstrijd op de weg houden -artikel 57 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 -artikel 3a en 9 van de Visserijwet 1963, jo. artikel 3 Reglement zee- en kustvisserij 1977 [etc.] Te veel zeebaars, ondermaatse zeebaars, gefileerde zeebaars of zeebaars ontdaan van de kop voorhanden hebben -artikel 7 van de Visserijwet 1963 Vissen met verboden vistuig -artikel 55 lid 1 van de Visserijwet 1963 - Geen medewerking verlenen aan visserijcontrole -artikel 1.6 Wet Luchtvaart – Met een drone vliegen in strijd met de geldende regels -artikel 2-5 Regeling beperking of verbod uitoefening burgerluchtverkeer in bepaalde gebieden – Dronevliegen in verboden gebied -artikel 18, eerste lid Besluit Luchtverkeer 2014 – Dronevlucht in het donker -In geval van het uitsluitend aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 Opiumwet kan slechts een wijkverbod worden opgelegd indien de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast. Bijlage 3: Begrenzing Gebieden De Gebieden zijn als volgt: •Centrum •Delfshaven •Overschie •Noord •Hillegersberg-Schiebroek •Kralingen-Crooswijk •Feijenoord •IJsselmonde •Pernis •Rozenburg •Prins Alexander •Charlois •Hoogvliet •Hoek van Holland •Spaanse Polder •Nieuw-Mathenesse •Waalhaven-Eemhaven •Vondelingenplaat •Rotterdam Noord-West •Botlek Europoort Maasvlakte •Rivium Bijlage 4: Begrenzing Wijkverbod De standaard begrenzingen van de wijkverboden volgen gebieden zoals hieronder opgesomd. Deze gebieden zijn samengesteld uit buurten. De standaard begrenzingen van de wijkverboden zijn dikgedrukt. • Binnen het Gebied Centrum: 1. Stadsdriehoek + Cool 2. CS-kwartier + Oude Westen 3. Dijkzigt + Nieuwe Werk • Binnen het Gebied Delfshaven: 1. Nieuwe Westen + Middeland + Delfshaven (inclusief Lloyd-kwartier) 2. Oud-Mathenesse + Witte Dorp + Spangen + Bospolder + Tussendijken + Schiemond • Binnen het Gebied Overschie: 1. Schieveen + Noord-Kethel 2. Zestienhoven 3. Landzicht + Kleinpolder + Overschie • Binnen het Gebied Noord: 1. Liskwartier + Oude Noorden + Agniesebuurt + Provenierswijk 2. Blijdorpsepolder + Blijdorp + Bergpolder • Binnen het Gebied Hillegersberg-Schiebroek: 1. Hillegersberg Zuid + Schiebroek 2. Hillegersberg Noord + Molenlaankwartier + Terbregge • Binnen het Gebied Kralingen-Crooswijk: 1. Struisenberg + De Esch + Kralingen Oost 2. Kralingsebos 3. Nieuw Crooswijk + Oud Crooswijk + Rubroek + Kralingen West • Binnen het Gebied Feijenoord: 1. Bloemhof + Hillesluis + Vreewijk 2. Kop van Zuid + Katendrecht + Afrikaanderwijk 3. Noordereiland + Feijenoord • Binnen het Gebied IJsselmonde: 1. Lombardijen 2. Beverwaard 3. Groot IJsselmonde 4. Oud IJsselmonde • Pernis • Binnen het Gebied Rozenburg: 1. Rozenburg 2. Noordzeeweg • Binnen het Gebied Prins Alexander: 1. Nesselande + Zevenkamp + Ommoord 2. Kralingseveer + Prinseland + Lage Land + Oosterflank + ’s-Gravenland • Binnen het Gebied Charlois: 1. Tarwewijk + Zuidplein + Zuiderpark 2. Carnisse + Oud Charlois + Wielewaal + Heijplaat 3. Pendrecht + Zuidwijk • Binnen het Gebied Hoogvliet: 1. Hoogvliet-Noord 2. Hoogvliet-Zuid • Binnen het Gebied Hoek van Holland: 1. Strand en Duin + Dorp 2. Rijnpoort • Spaanse Polder • Nieuw-Mathenesse • Binnen het Gebied Waalhaven-Eemhaven: 1. Eemhaven 2. Waalhaven • Vondelingenplaat • Rotterdam Noord-West • Botlek Europoort Maasvlakte • Rivium

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregel Overlastgevende Personen 2026"

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 (PZH-2026-893417452) bevoegdheden Zonnepark Zon op Slufter in Rotterdam op grond van artikel 6.2 Energiewet en artikel 5.16 Omgevingswet

Mededelingen

Mededelingen

Inwoners die vertrokken zijn naar onbekende bestemming

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 14 juli 2026 PZH-2026-893863794 tot openstelling van de Subsidieregeling circulair Zuid-Holland voor pilots kritieke grondstoffen Zuid-Holland 2026 (Openstellingsbesluit subsidie pilots kritieke...

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel Overlastgevende Personen 2026

APV

APV

Geluidhinder / APV ontheffing voor bedrijfsmatig uitgevoerde asfaltwerkzaamheden buiten de reguliere werktijden, A15 tussen de Suurhofbrug en het knooppunt Ridderkerk in Barendrecht, vrijdagavond 21 augustus 2026 tot en met maandagochtend 24 augustus...

Mededelingen

Mededelingen

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 18 november 2025, PZH-2025-882003266, tot vaststelling van het hoofdplafond en deelplafonds voor 2026 voor de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (Besluit hoofdplafond en deelplafonds 2026...

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 december 2025, PZH-2025-883611282 tot vaststelling van de Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026 (Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026)

APV

APV

Besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, houdende vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten (Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026)

APV

APV

Regeling Europese landbouw subsidies Zuid-Holland

APV

APV

Subsidieregeling Samenleven in één stad 2024 – 2027

APV

APV

Subsidieregeling gebiedsgerichte uitwerking en samenwerking Ruimtelijke Koers Zuid-Holland

Mededelingen

Mededelingen

Publicatie voornemen