Beleidsregel Standplaatsen Apeldoorn 2026
Locatie
Soort
Mededelingen
Gepubliceerd op
2026-08-25
Gepubliceerd door
Gemeente Apeldoorn
Informatie
Beleidsregel Standplaatsen Apeldoorn 2026 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of diensten vanaf een vaste plaats in de openbare ruimte en in de openlucht, waarbij gebruik wordt gemaakt van fysieke middelen zoals een kraam, wagen of tafel, is in Apeldoorn al jarenlang een bekend verschijnsel en wordt een standplaats genoemd. Deze vorm van handel kan bijdragen aan de levendigheid, aantrekkelijkheid en economische vitaliteit van winkelgebieden. Het vorige standplaatsenbeleid dateert uit 2012 en is op een aantal punten verouderd. Dit document bestaat uit drie delen: 1) een algemene inleiding en het juridisch en beleidsmatig kader, 2) de beleidsregel voor standplaatsen en 3) de nadere regels voor de verdeling van schaarse standplaatsvergunningen. 1.2 Definitie standplaats en reikwijdte beleid De reikwijdte van dit beleidskader betreft de solitaire standplaatsen, zoals gedefinieerd in artikel 5:17 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Onder een standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet (APV Apeldoorn 2014, artikel 5:17 lid 2). Ook gaat het niet om standplaatsen voor woonwagens of standplaatsen op evenementen. Deze vallen onder een ander beleidskader en andere regelgeving. Ook venten en het plaatsen van tijdelijke objecten op of aan de weg zoals bedoeld in artikel 2:10 van de APV, zijn geen onderdeel van dit beleid. 1.3 Doelstelling Het college wil met de nieuwe beleidsregel en nadere regels duidelijke kaders stellen over waar, wanneer en onder welke voorwaarden standplaatsen mogelijk zijn. Het doel is om standplaatsen te laten functioneren als een positieve aanvulling op bestaande winkelgebieden, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid van de winkelgebieden en de economische positie van vaste ondernemers. Daarbij worden ook de belangen van bewoners, vastgoedeigenaren en bezoekers meegewogen. Daarnaast worden vergunningen voor standplaatsen, op basis van de Europese Dienstenrichtlijn, aangemerkt als schaars. Daardoor moeten alle vergunningen die nu voor onbepaalde tijd verleend zijn, worden omgezet naar vergunningen voor bepaalde tijd. Met deze beleidsregels en nadere regels voldoen we daaraan. 1.4 Visie op standplaatsen Uitgangspunt van deze beleidsregel is dat standplaatsen een positieve aanvulling zijn op de bestaande winkelcentra en daarmee iets toevoegen aan het winkelgebied. Alleen als hier sprake van is, kunnen standplaatsen überhaupt in beeld komen. Achtergrond van dit uitgangspunt is het feit dat de gemeente Apeldoorn stuurt op een vitale binnenstad en vitale buurt- en wijkcentra, zoals ook omschreven staat in de omgevingsvisie en de detailhandelsvisie. Dit zijn niet alleen de plekken waar winkel- en horeca-aanbod wordt geconcentreerd, maar het zijn ook de sociale ontmoetingsplekken voor inwoners. De kwaliteit van deze centra staat in Apeldoorn voorop. Hoewel er slechts een seizoensstandplaats en af en toe incidentele standplaatsen zijn, melden dat we zijn wij gestart met de voorbereiding van een omgevingsplan voor de binnenstad van Apeldoorn. Dit is in lijn met de omgevingsvisie Woest Aantrekkelijk Apeldoorn, en het daarin opgenomen gebiedsprofiel voor de binnenstad. Met dit omgevingsplan, dat we in 2030 willen vaststellen, zullen we de transformatie van de binnenstad planologisch verankeren voor de toekomst. Het doel van deze transformatie is om te komen tot een aantrekkelijk, levendig en toekomstbestendig centrum waar ruimte is voor verblijf, ontmoeting, ondernemen en evenementen. Het Marktplein maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. Realisatie van deze visie kost tijd, en tegelijk zetten we in het hier en nu forse stappen waarmee we van onze visie een werkelijkheid maken. 1.5 Proces Dit beleidskader is opgesteld in samenwerking met diverse vertegenwoordigers vanuit verschillende afdelingen binnen de gemeente Apeldoorn. Ook is er afstemming geweest met de Federatie Apeldoornse Ondernemers (FAO), de Apeldoornse Markten en vertegenwoordiging van de standplaatshouders. Verder is in het proces met diverse individuele winkeliers, standplaatshouders en vastgoedeigenaren gesproken. 2. Juridisch en beleidsmatig kader 2.1 Juridische uitgangspunten De juridische basis voor de beleidsregel standplaatsenApeldoorn is neergelegd in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), meer specifiek in afdeling 4 van hoofdstuk 5 (artikelen 5:17 t/m 5:21). Daarnaast zijn de algemene artikelen 1:2 t/m 1:8 van de APV van toepassing voor de verlening van standplaatsvergunningen. In de artikelen 1:7 en 1:8, vierde lid, van de APV, zijn specifiek bepalingen opgenomen over schaarse vergunningen. Deze artikelen vormen de juridische grondslag van de nadere regels vergunningverlening en selectieprocedure standplaatsen Apeldoorn. De toepassing van artikel 1:7 en het vierde lid van artikel 1:8, van de APV, is noodzakelijk omdat het aantal beschikbare standplaatsen in Apeldoorn beperkt is, waardoor sprake is van schaarse publieke rechten. Het college is in dat geval verplicht tot het hanteren van een eerlijke en inzichtelijke verdelingssystematiek, zoals uitgewerkt in de ‘Nadere regels vergunningverlening en selectieprocedure’. Het standplaatsenbeleid moet daarnaast in overeenstemming zijn met hogere regelgeving zoals de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG) en de Dienstenwet, die gelijke eisen stellen aan transparantie, beperkte duur van vergunningen en non-discriminatie. 2.2 Toelichting op de weigeringsgronden op basis van artikel 5:18 De weigeringsgronden in artikel 5:18 van de APV bieden het college de ruimte om aanvragen te toetsen aan belangen van ruimtelijke kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid. Hieronder volgt een nadere toelichting. • Strijdigheid met het omgevingsplan Als een aangevraagde locatie planologisch in strijd is met de bestemming, zoals vastgelegd in het omgevingsplan, dan wordt bekeken of er een omgevingsvergunning verleend kan worden voor een afwijking van het omgevingsplan. Indien dat niet mogelijk is, wordt de vergunning geweigerd. Als het wel mogelijk is, dient de aanvrager een vergunning voor afwijken van het omgevingsplan in te dienen. • Redelijke eisen van welstand De beoordeling van de ruimtelijke inpassing vindt plaats op basis van redelijke eisen van welstand. Daarbij wordt gelet op het uiterlijk van de verkoopinrichting, de locatiekeuze, de afstemming op het straatbeeld en eventueel aanwezige monumentale of beeldbepalende elementen. In voorkomende gevallen wordt advies gevraagd aan de commissie Omgevingskwaliteit. Voldoet een aanvraag niet aan de redelijke eisen van welstand, dan kan de vergunning geweigerd. • Dwingende reden van algemeen belang Deze weigeringsgrond maakt het mogelijk om, ter bescherming van de openbare ruimte, een kwantitatieve of gebiedsgerichte beperking op te leggen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn ter voorkoming van overconcentratie op één locatie, ter bescherming van het winkelend publiek of ter voorkoming van verkeershinder. Voldoet een aanvrager niet aan deze eisen, dan kan de vergunning geweigerd. 2.3 Uitsluiting van branchering als zelfstandig criterium Op grond van de Dienstenrichtlijn is het niet toegestaan om vergunningen te weigeren of te verlenen op basis van het type standplaats en/of het aangeboden assortiment (bijvoorbeeld ‘geen extra viskraam toegestaan’). Branchering mag enkel indirect een rol spelen, bijvoorbeeld bij beoordeling van de ruimtelijke complementariteit van het aanbod, mits dit onderbouwd is vanuit een ruimtelijk of maatschappelijk belang. Voldoet een aanvrager niet aan deze eisen, dan kan de vergunning worden geweigerd. 2.4 Relatie tot andere regelgeving De beoordeling van een aanvraag voor een standplaatsvergunning wordt mede bepaald door andere wettelijke kaders, waaronder: • Winkeltijdenwet: De standplaatshouder moet zich houden aan de wettelijk toegestane verkoopuren. Uitzonderingen gelden voor standplaatsen met eet- en drinkwaren voor directe consumptie. • Alcoholwet: Verkoop van alcoholische dranken vanaf een standplaats is niet toegestaan. • Omgevingswet: met hierbinnen specifiek de: o Wet milieubeheer en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): Voor verkoopinrichtingen die voedsel bereiden gelden specifieke voorschriften ter voorkoming van overlast, geuroverlast en afvalproblemen. • Handelsregisterwet 2007: Een aanvrager moet aantoonbaar staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. • Voedsel- en Warenautoriteit: Geldt met name voor voedselveiligheid, hygiënevoorschriften en aanduiding van producten. • Europese Dienstenrichtlijn: De Europese Dienstenrichtlijn verplicht overheden om procedures voor het verlenen van schaarse vergunningen transparant, objectief en niet-discriminatoir in te richten. Wanneer het aantal beschikbare vergunningen beperkt is, moet de verdeling plaatsvinden via een vooraf bekendgemaakte, open en eerlijke selectieprocedure met een passende looptijd en gelijke kansen voor alle belangstellenden. • Wet Bibob: Een Bibob procedure is onderdeel van het beoordelen van een aanvraag voor een standplaats. 2.5 Aansluiting bij andere beleidsstukken In de detailhandelsvisie en de Omgevingsvisie staat aangegeven hoe de gemeente Apeldoorn (in de toekomst) met de detailhandel in Apeldoorn willen omgaan. Deze beleidsregels en nadere regels voor de standplaatsen sluiten aan bij hetgeen in beide stukken is vastgelegd. Beleidsregel standplaatsen Apeldoorn 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn besluit, gelet op 5:17 t/m 5:21 van de Algemene plaatselijke verordening 2014 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de volgende beleidsregel vast te stellen: Beleidsregel Standplaatsen Apeldoorn 2026 3. Begripsbepaling 1. Standplaats Het vanaf een vaste plaats in de openlucht te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of diensten met gebruikmaking van een kraam, verkoopwagen, tafel of ander fysiek middel, zoals bedoeld in artikel 5:17 van de APV. 2. Standplaatsvergunning De door het college verleende vergunning voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de APV. 3. Vaste standplaats Een standplaats met een commercieel karakter die structureel gedurende één of meerdere dagen per week, langer dan drie maanden per jaar, op een vaste locatie wordt ingenomen. 4. Seizoensgebonden standplaats Een standplaats die gedurende een vooraf vastgestelde periode per jaar wordt ingenomen voor de verkoop van seizoensgebonden producten. 5. Incidentele standplaats Een standplaats die voor een kortdurende, niet-structurele periode wordt ingenomen en geen terugkerend karakter heeft. 6. Ideële standplaats Een incidentele standplaats met een maatschappelijk, cultureel, sportief, educatief, levensbeschouwelijk of charitatief doel zonder commercieel winstoogmerk. 7. Standplaats op particuliere grond Een standplaats gelegen op grond die niet in eigendom is van de gemeente, maar die in de openlucht is gesitueerd en openbaar toegankelijk is. 8. Vergunninghouder De natuurlijke persoon aan wie de standplaatsvergunning is verleend en die verantwoordelijk is voor de exploitatie van de standplaats. 9. Verkoopmiddel De fysieke voorziening waarmee de standplaats wordt ingenomen, zoals een kraam, verkoopwagen of vergelijkbare constructie. 10. College Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn. 11. APV De Algemene plaatselijke verordening 2014. 4. Soorten standplaatsen Er zijn verschillende soorten standplaatsen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen permanente standplaatsen en seizoensgebonden standplaatsen. Daarnaast zijn er incidentele standplaatsen. Een ander onderscheid is grondeigendom: standplaatsen staan veelal op openbaar gebied dat eigendom is van de gemeente. In sommige gevallen staan standplaatsen op grond die in particulier eigendom is. Hieronder volgt een korte opsomming van de soorten standplaatsen. Zie bijlage 2 voor een uitgebreide uitleg over de soorten standplaatsen. 4.1 Vaste standplaatsen Vaste standplaatsen zijn standplaatsen met een commercieel karakter die gedurende een of meerdere dagen per week gedurende het gehele jaar of een gedeelte van het jaar structureel op een vaste locatie wordt ingenomen en wanneer de periode langer dan 3 maanden is. Een vaste standplaats wordt maximaal drie dagen per week gebruikt door dezelfde ondernemer indien deze zich op een winkelcentrum bevindt en vier dagen in de overige gevallen. Dit voorkomt dat een tijdelijke verkoopplek de kenmerken van een vaste winkel krijgt, wat juridisch en ruimtelijk ongewenst is. Er wordt maximaal 1 vergunning per dag per locatie verleend. Er is bewust gekozen voor een differentiatie in het maximaal aantal dagen per week dat een vaste standplaats door dezelfde ondernemer mag worden ingenomen: maximaal drie dagen per week op wijkwinkelcentra en maximaal vier dagen per week op overige locaties. Deze differentiatie hangt samen met de functie en kwetsbaarheid van de betreffende gebieden. Wijkwinkelcentra hebben primair een structurele detailhandelsfunctie. Hier is sprake van een geconcentreerd aanbod van vaste winkels met langlopende huurovereenkomsten, vaste lasten en een continue exploitatie gedurende de week. Wanneer een standplaats op een dergelijke locatie gedurende een groot deel van de week aanwezig is, kan deze feitelijk gaan functioneren als een quasi-permanente winkel. Dat kan leiden tot verstoring van het evenwicht binnen het winkelcentrum, zowel economisch (concurrentieverhoudingen) als ruimtelijk (verblijfsruimte, loopstromen en zichtlijnen). Door het maximum hier te beperken tot drie dagen per week, blijft het aanvullende en tijdelijke karakter van de standplaats duidelijk herkenbaar. Het waarborgt dat de standplaats ondersteunend is aan het winkelgebied, zonder structureel dezelfde positie in te nemen als gevestigde detailhandel. Overige locaties (zoals solitaire plekken, pleinen of perifere locaties) kennen doorgaans minder concentratie van vaste winkels en hebben vaak een meer gemengd of ondersteunend karakter. De ruimtelijke en economische impact van een standplaats die vier dagen per week aanwezig is, is daar beperkter. Tegelijkertijd blijft ook bij vier dagen het onderscheid met een permanente winkel behouden, omdat de standplaats niet de gehele week aanwezig is en het mobiele karakter wordt behouden. 4.2 Seizoensgebonden standplaatsen Seizoensstandplaatsen zijn standplaatsen met een commercieel karakter voor de verkoop van seizoensgebonden producten zoals oliebollen of kerstbomen in de winter en softijs of verpakt ijs en fruit in de zomer. We maken daarin onderscheid: •Vergunningen voor oliebollenkramen worden verleend voor de periode van 1 oktober tot 7 januari, maar met een maximum duur van 3 maanden. •Vergunningen voor kerstbomen worden verleend voor de periode van 19 november tot en met 24 december. •Vergunningen voor (verpakt) ijs en fruit worden verleend voor de periode van 1 april tot 1 oktober, waarbij dit niet is toegestaan in een winkelgebied. •Vergunningen voor ‘Koek en Zopie’ zijn toegestaan ten tijden van vorstperiodes in de wintermaanden. •Gedurende deze periode mogen de standplaatsen dagelijks worden gebruikt. 4.3 Incidentele standplaatsen Dit zijn standplaatsen voor een korte periode. Een vergunning voor een incidentele standplaats mag geen structureel karakter aannemen. Het maximaal aantal in te nemen dagen kunnen per soort standplaats verschillen. Incidentele standplaatsen zijn onder te verdelen in de volgende soorten: •Ideële standplaatsen •Promotionele standplaatsen •Incidentele standplaats voor eigen winkel •Incidentele commerciële standplaatsen Een aanvraag voor een standplaats in de binnenstad van Apeldoorn, binnen het aangewezen voetgangersgebied, dient vooraf te worden afgestemd met het team APV en Bijzondere Wetten van de gemeente Apeldoorn. Binnen het kernwinkelgebied worden geen vergunningen verleend voor standplaatsen op locaties die onderdeel uitmaken van de primaire voetgangersroutes. Hieronder worden verstaan de drukbezochte winkelstraten en pleinverbindingen die noodzakelijk zijn voor een veilige, vrije en ongehinderde doorgang van het winkelend publiek en hulpdiensten. Standplaatsen mogen geen belemmering vormen voor de doorstroming van bezoekers, de toegankelijkheid van winkels en entrees of het gebruik van de openbare ruimte als verblijfs- en doorgangsgebied In bijlage 2 worden deze verschillende soorten incidentele standplaatsen nader toegelicht. 4.4 Standplaatsen op particuliere grond Sommige standplaatslocaties bevinden zich op particuliere grond. Ook voor het innemen van een standplaats op particuliere grond is een standplaatsvergunning vereist, mits de locatie is gelegen is in de openlucht en openbaar toegankelijk is. Om voor deze vergunning in aanmerking te komen, moet de aanvrager beschikken over schriftelijke toestemming van de grondeigenaar. Deze toestemming moet bij de aanvraag worden overgelegd. Zonder aantoonbare toestemming van de eigenaar of beheerder van de betreffende locatie wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. 5. Locatiecriteria en voorwaarden 5.1 Ruimtelijke uitgangspunten Het uitgangspunt is dat standplaatsen zoveel mogelijk worden geconcentreerd in winkelgebieden. Deze locaties bieden de beste aansluiting bij het winkelend publiek en dragen bij aan een levendig straatbeeld. Door standplaatsen in of nabij bestaande winkelgebieden te situeren, wordt bovendien de samenhang met de aanwezige detailhandel versterkt en wordt ongewenste versnippering van commerciële activiteiten in de openbare ruimte voorkomen. Bij het aanwijzen van geschikte standplaatslocaties gelden daarnaast de volgende randvoorwaarden: •Het verkeer en de hoofdlooproutes mogen niet onevenredig worden belemmerd; •Het mag niet (of zo min mogelijk) ten koste gaan van parkeerplaatsen; •Alle toe- en uitgangen van woningen en/of bedrijven dienen onbelemmerd bereikbaar te zijn; •De zichtbaarheid van winkels en horeca dient intact te blijven, evenals de routing vanuit bronpunten; •Er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld; •De standplaats dient minimaal 5 meter van de gevel gesitueerd te zijn conform landelijke richtlijnen, vanwege brandveiligheid maar ook vanwege geuroverlast. Bij de beoordeling van de exacte maatvoering van een standplaats wordt rekening gehouden met de ruimtelijke situatie ter plaatse. Indien de beschikbare ruimte en de ruimtelijke kwaliteit dit toelaten, kan maatwerk worden toegepast ten aanzien van de afmetingen van het verkoopmiddel. Ook geldt het uitgangspunt dat standplaatslocaties na iedere dag ontruimd worden. De standplaatsondernemer is verantwoordelijk voor het verwijderen van de kraam of wagen na sluitingstijd. Een uitzondering geldt voor standplaatsen die gedurende een aaneengesloten periode worden ingenomen. Op aaneengesloten verkoopdagen mag het verkoopmiddel op de locatie blijven staan. Na afloop van de laatste aaneengesloten verkoopdag, moet het verkoopmiddel worden verwijderd. 5.2 Terras en open uitstraling Bij een standplaats is het toegestaan om maximaal twee statafels te plaatsen. Voor solitaire standplaatslocaties buiten de winkelcentra en buiten of aan de rand van de bebouwde kom geldt dat hier tafels en stoelen zijn toegestaan, mits dit ruimtelijk mogelijk is en past in de toetsingscriteria. In deze gevallen wordt er in de standplaatsvergunning specifiek toestemming gegeven voor het plaatsen van een terras met tafels en stoelen. Daarnaast moet een standplaats een open uitstraling hebben. Om die reden is het niet toegestaan de standplaats aan de voorzijde af te sluiten met een luifel, tentdoek of andere vaste afscherming. Hierdoor blijft de standplaats toegankelijk en uitnodigend voor het publiek en wordt het openbare karakter van de ruimte behouden. Afsluiting aan de zijkanten is uitsluitend toegestaan indien deze op transparante wijze plaatsvindt en geen sprake is van een afgesloten ruimte. Een uitzondering op deze regel geldt bij verkoop van bloemen en planten. Afhankelijk van weersomstandigheden is het bij deze goederen tijdelijk toegestaan om de voorkant af te schermen. De ondernemer hoeft voor deze tijdelijke afscherming geen toestemming aan de gemeente te vragen. 5.3 Afval en afvalwater Standplaatshouders zijn zelf verantwoordelijk voor het afvoeren van hun afval en afvalwater. Alle bedrijfs- en consumptieafval moet gescheiden worden opgeslagen en afgevoerd, zonder dat er afval in de openbare ruimte achterblijft. Speciaal afval, zoals olie, batterijen of chemisch afval, dient apart te worden afgevoerd volgens de geldende regels. Ook afvalwater mag niet onbehandeld worden geloosd; het moet op een milieuvriendelijke wijze worden afgevoerd in overeenstemming met het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Indien van toepassing dient het lozen bij de gemeente te worden gemeld. Het niet naleven van deze verplichtingen kan leiden tot handhaving en kan gevolgen hebben voor de verleende standplaatsvergunning. 5.4. Welstand en uitstraling Standplaatsen dienen te voldoen aan de redelijke eisen van welstand zoals vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota. Dit betekent dat de inrichting, verschijningsvorm en uitstraling van een standplaats moeten passen binnen het karakter en de kwaliteit van de directe omgeving. Bij de beoordeling van een aanvraag (zie hoofdstuk 7) betrekt het college de welstandsnota als beoordelingskader en wordt getoetst of de standplaats een verzorgde en representatieve uitstraling heeft en geen afbreuk doet aan het straatbeeld. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de vormgeving, materiaalgebruik en visuele inpassing van de standplaats. De toets aan de welstandsnota, door de onafhankelijke commissie Omgevingskwaliteit, maakt onderdeel uit van de beoordelingscriteria voor het verlenen van een standplaatsvergunning. Indien een standplaats niet voldoet aan de geldende welstandseisen, kan dit aanleiding zijn om de vergunning te weigeren of om aanvullende voorschriften te verbinden aan de vergunning, gericht op het verbeteren van de inrichting en uitstraling zodat deze in overeenstemming is met de omgeving. 5.5 Nutsvoorzieningen De meeste standplaatsen in Apeldoorn beschikken over een aansluiting op nutsvoorzieningen zoals stroom via een gemeentelijke elektrakast en water. Deze nutsvoorziening is eigendom van de gemeente en wordt beschikbaar gesteld voor het gebruik van standplaatshouders. Voor het gebruik hiervan geldt een gebruiksvergoeding naar rato van het verbruik. Op locaties waar meerdere standplaatsen aanwezig zijn, zoals bij markten of grotere winkelcentra, is het aanleggen van gemeentelijke voorzieningen financieel en praktisch verantwoord. De gemeente voorziet hier dan ook in de benodigde nutsinfrastructuur. Voor meer solitaire standplaatslocaties geldt dat er doorgaans geen gemeentelijke stroomvoorziening aanwezig is. In dergelijke gevallen is het aanleggen van nutsvoorzieningen voor rekening en risico van de standplaatshouder. Deze moet dit zelf organiseren, in overleg met de gemeente. Eventuele kosten kunnen niet op de gemeente worden verhaald. Bij wisseling van ondernemer regelen standplaatshouders onderling de eventuele overdracht van voorzieningen. Indien er geen sprake is van een wisseling van een ondernemer, omdat bijvoorbeeld een locatie komt te vervallen, dan is de ondernemer zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van de aanwezige stroomvoorziening. Daarnaast zijn er locaties waar de stroomvoorziening via een nabijgelegen winkelpand loopt. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, geldt als voorwaarde dat de aanvrager bij de vergunningaanvraag een schriftelijke toestemming overlegt van de pandeigenaar of huurder. Zonder aantoonbare toestemming over het gebruik van de particuliere elektriciteitsvoorziening wordt de aanvraag voor deze specifieke locaties niet in behandeling genomen. 5.6 Persoonlijk karakter Persoonlijk innemen standplaats De standplaatsvergunning heeft een persoonlijk karakter. Daarom worden standplaatsvergunningen uitsluitend verleend aan natuurlijke personen. De vergunninghouder is zelf verantwoordelijk voor de exploitatie van de standplaats en dient deze in beginsel persoonlijk in te nemen. Dit draagt bij aan herkenbaarheid, betrokkenheid en voorkomt dat standplaatsen verhandelbaar worden als economisch object. Indien een ondernemer werkt via een rechtspersoon, zoals een BV, wordt de vergunning alsnog op naam van de feitelijke ondernemer (natuurlijke persoon) gesteld. Hiermee wordt voorkomen dat grote bedrijven of ketens een dominante positie innemen op de standplaatsenmarkt en wordt de verscheidenheid in het aanbod gewaarborgd. Tijdelijke vervanging bij bijzondere omstandigheden Tijdelijke vervanging is daarnaast mogelijk bij bijzondere omstandigheden, zoals langdurige ziekte of persoonlijke overmacht. In dat geval geldt dat de vervanging schriftelijk moet worden aangevraagd en dat de gegevens van de vervanger bij het college bekend moeten zijn. Tijdelijke vervanging wordt maximaal één jaar toegestaan. Structurele afwezigheid van vergunninghouder en de aangewezen plaatsvervanger In alle gevallen geldt dat structurele afwezigheid (een afwezigheid van zes weken of meer) van de vergunninghouder en de aangewezen plaatsvervanger, zonder geldige reden, kan leiden tot intrekking van de vergunning. 5.7 Opvolging Het college kan op verzoek van de vergunninghouder of diens rechtsopvolger de tenaamstelling van een standplaatsvergunning wijzigen in het geval van bedrijfsopvolging door een familielid of een werknemer. Van bedrijfsopvolging is uitsluitend sprake indien de opvolger aantoonbaar twee jaar voorafgaand aan de overname bij de onderneming van de vergunninghouder in dienst is. Hierbij gaat het zowel om familie als een werknemer. De opvolger kan uitsluitend de nog lopende geldigheidsduur van de bestaande vergunning overnemen. De onderneming dient ongewijzigd te worden voortgezet, waarbij de standplaats en de aard van de activiteiten gelijk blijven aan die waarvoor de oorspronkelijke vergunning is verleend. 6. Handhaving, monitoring en evaluatie 6.1 Handhaving De gemeente houdt toezicht op het naleven van de vergunningsvoorwaarden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar plaatsing, afmetingen, openingstijden, afvalverwerking, beschreven assortiment en eventuele overlast. Er wordt hierbij nauw samengewerkt met de winkelondernemers en relevante belangenorganisaties (zoals FAO en de Apeldoornse Markt). 6.2 Monitoring Het functioneren van het beleid wordt periodiek geëvalueerd, onder andere aan de hand van klachten, handhavingsrapportages en feedback van stakeholders. Waar nodig wordt het beleid aangepast. 6.3 Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. 6.4 Overgangsrecht Gedurende de vastgestelde overgangstermijn behouden bestaande vergunninghouders het recht om hun standplaats in te nemen onder dezelfde voorwaarden en voorschriften als opgenomen in de oorspronkelijk verleende vergunning. De omzetting van een vergunning voor onbepaalde tijd naar een vergunning voor bepaalde tijd brengt, behoudens de beperking van de looptijd, geen wijziging met zich mee in de locatie, de toegestane dagen en tijden, de omvang van de standplaats, het gebruik van het verkoopmiddel of overige vergunningsvoorschriften. De rechtspositie van de vergunninghouder blijft daarmee inhoudelijk ongewijzigd, met dien verstande dat na afloop van de overgangstermijn geen aanspraak bestaat op automatische verlenging en de standplaats opnieuw overeenkomstig het geldende beleid kan worden opengesteld voor mededinging. Gedurende de overgangstermijn kunnen aan de bestaande vergunning geen aanvullende rechten worden ontleend op basis van deze beleidsregel. Indien de nieuwe beleidsregel op onderdelen meer mogelijkheden biedt, zoals een ruimere vergunningsduur of langere exploitatieperioden voor seizoensstandplaatsen, bestaat gedurende de overgangstermijn geen aanspraak op verruiming of uitbreiding van de bestaande vergunning. Deze mogelijkheden kunnen pas aan de orde komen bij een nieuwe vergunningverlening overeenkomstig het dan geldende beleid Wijzigingen van ondergeschikte aard, die niet leiden tot aantasting van de rechtspositie van de vergunninghouder, kunnen door het college worden doorgevoerd. 7. Slotbepalingen 1.De Beleidsnotitie standplaatsen (jan-2012) komen te vervallen na in werking treden van Beleidsregel Standplaatsen Apeldoorn 2026;. 2.Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking in het Gemeenteblad. 3.Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Standplaatsen Apeldoorn 2026 Aldus vastgesteld op 14 juli 2026, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Bijlage 1 – Vaste en tijdelijke standplaatsen Vaste standplaatsen •Dit zijn standplaatsen die structureel een of meerdere dagen per week gedurende het gehele jaar of een gedeelte van het jaar op een vaste locatie worden ingenomen. •Het gaat om een standplaats in de openlucht, in de openbare ruimte en vanaf een vaste plek. Verkoopmiddelen op een besloten terrein vallen niet onder het begrip standplaats. •Een vergunning wordt voor maximaal tien jaar verleend. •De vergunning is voor een periode van langer dan drie maanden per jaar. •Een vergunning wordt voor maximaal drie dagen per week verstrekt aan dezelfde ondernemer indien deze zich op een winkelcentrum bevindt en vier dagen in overige gevallen. Op een aantal locaties zijn maximaal zes dagen toegestaan. Dit zijn locaties die gebruik maken van een elektrakast die zij zelf bezitten of staan op een particulier terrein, bij een toeristische route of een carpoolplaats. Als deze locaties worden aangeboden, staat hierbij vermeld hoeveel dagen de plek mag worden ingenomen •Er wordt per standplaats een vergunning per dag uitgegeven. •Een vaste standplaats heeft een commercieel karakter. Ideële en promotionele standplaatsen kunnen in principe nooit een vaste standplaats zijn. •Het uitgangspunt is dat standplaatsen een mobiel karakter moeten hebben en dat het verkoopmiddel dagelijks na sluitingstijd verwijderd moet worden. Op aaneengesloten verkoopdagen mag het verkoopmiddel op de locatie blijven staan. Na afloop van de laatste aaneengesloten verkoopdag, moet het verkoopmiddel worden verwijderd. •Wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden of er sprake is van een herinrichting, kan het zijn dat een vaste standplaats niet ingenomen kan worden. •In het centrumgebied binnenstad Apeldoorn zijn vaste standplaatsen niet toegestaan. In afwijking hiervan kan voor één seizoensgebonden standplaats voor oliebollen een vergunning worden verleend (op het Raadhuisplein). Seizoensgebonden standplaatsen •Er is sprake van seizoensgebonden standplaatsen als deze structureel een of meerdere dagen per week gedurende een gedeelte van het jaar op een vaste locatie worden ingenomen. •Een vergunning wordt voor maximaal tien jaar verleend. •De standplaatsen mogen een beperkte periode per jaar dagelijks worden gebruikt. •Het verkoopmiddel kan blijven staan gedurende de periode dat de standplaats wordt ingenomen. Na afloop van de laatste aaneengesloten verkoopdag, moet het verkoopmiddel worden verwijderd. •Wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden, kan het zijn dat een seizoensgebonden standplaats tijdelijk niet ingenomen kan worden. Er zal dan in samenspraak tussen het college en de ondernemer worden gekeken naar een mogelijk (tijdelijke) alternatieve locatie voor de standplaats. Bij de planning van werkzaamheden op of nabij gemeentelijke standplaatslocaties houdt het college, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening met de exploitatieperiode van seizoensstandplaatsen. Incidentele standplaatsen •Dit is een standplaats voor een korte periode. Incidentele standplaatsen kunnen verschillend van aard zijn. Een vergunning voor een incidentele standplaats mag geen structureel karakter aannemen. •Het maximaal aantal in te nemen dagen kan per soort standplaats verschillen. •Een incidentele standplaats kan in overleg met het college en afhankelijk van de aard en omvang van de standplaats, worden ingenomen op elke plek in de gemeente als hiermee niet de verkeersveiligheid, toegankelijkheid voor de hulpdiensten, de openbare orde, toegankelijkheid en bereikbaarheid van woningen en/of winkels, rust en woongenot in het geding komt of sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 1.8 of 5.18 van de APV. •Een aanvraag voor een standplaats in de binnenstad van Apeldoorn, binnen het aangewezen voetgangersgebied, dient vooraf te worden afgestemd met het team APV en Bijzondere Wetten van de gemeente Apeldoorn. Binnen het kernwinkelgebied worden geen vergunningen verleend voor standplaatsen op locaties die onderdeel uitmaken van de primaire voetgangersroutes. Hieronder worden verstaan de drukbezochte winkelstraten en pleinverbindingen die noodzakelijk zijn voor een veilige, vrije en ongehinderde doorgang van het winkelend publiek en hulpdiensten. Standplaatsen mogen geen belemmering vormen voor de doorstroming van bezoekers, de toegankelijkheid van winkels en entrees of het gebruik van de openbare ruimte als verblijfs- en doorgangsgebied. •Incidentele standplaatsen mogen niet op de weekmarkten worden ingenomen. Hieronder volgt een opsomming van verschillende soorten incidentele standplaatsen: Ideële standplaatsen •Een ideële standplaats is elke standplaats die wordt gebruikt voor activiteiten met een maatschappelijk, informatief, liefdadig, cultureel, sportief, educatief, levensbeschouwelijk of godsdienstig doel zonder een commercieel belang. Deze activiteit kan ook ter ondersteuning zijn van publiekcampagnes van (semi)overheden, bijvoorbeeld ter bevordering van gezond gedrag en veiligheid. Ook vallen standplaatsen in het kader van landelijke verkiezingen of gemeenteraadsverkiezingen en standplaatsen voor goede doelen onder het begrip ideële standplaats. •Een vergunning voor een ideële standplaats kan voor maximaal 12 dagen per kalenderjaar per aanvrager, stichting of organisatie worden aangevraagd. •Wanneer er gebruik wordt gemaakt van maximaal 2 kleine objecten (maximaal 1x1 meter) die direct weg te halen of weg te rijden zijn (zoals een statafel en/of een kleine banner of een (verrijdbaar) karretje), dan is er geen vergunning nodig. In dit geval mag het innemen van een standplaats geen belemmering vormen voor de omgeving en hulpdiensten, niet direct voor de ingang van een winkel of bedrijf worden ingenomen en direct verwijderd te kunnen worden bij calamiteiten, overlast of wanneer hiernaar gevraagd wordt door politie of een toezichthouder van de gemeente. Promotionele standplaatsen •Een vergunning voor een promotionele standplaats kan voor maximaal 4 dagen per kalenderjaar worden aangevraagd per opdrachtgever. Hiermee wordt bedoeld dat commerciële bureaus die de werken voor meerdere opdrachtgevers maximaal voor 4 dagen per jaar per opdrachtgever een vergunning kunnen aanvragen. •Promotionele standplaatsen zijn in de binnenstad alleen toegestaan op het Marktplein (niet op zaterdagen in verband met de weekmarkt) en afhankelijk of de ruimte dit toelaat, op het Raadhuisplein (in ieder geval niet mogelijk in de periode van maart tot en met oktober in verband met zomerterrassen). •Per dag wordt er maximaal één vergunning per locatie voor een promotionele standplaats uitgegeven. •Twee keer per maand wordt er een promotionele standplaats toegestaan voor het verstrekken van (fris)drank en ijs. Incidentele standplaats voor eigen winkel •Bij bijzondere gelegenheden is het toegestaan om een incidentele standplaats in te nemen voor een eigen winkel. Bijvoorbeeld bij een jubileum, de opening van een nieuwe winkel of bij speciale acties. •Een vergunning voor een incidentele standplaats kan voor maximaal twee keer per kalenderjaar en maximaal twee dagen per keer worden aangevraagd. Incidentele commerciële standplaatsen •Onder incidentele commerciële standplaatsen vallen diverse soorten standplaatsen. Het gaat hierbij altijd om incidentele verkoopstandplaatsen. Ook commerciële dienstverlenende activiteiten vallen hieronder. •Per aanvrager kan er per kalenderjaar maximaal 2 keer een aanvraag ingediend worden. Deze aanvragen mogen aansluitend zijn. •Er kan per keer maximaal voor 1 maand een vergunning aangevraagd worden, waarbij de standplaatsen op wijkwinkelcentra maximaal 3 dagen per week en op overige locaties 4 dagen per week mogen staan •Foodtrucks die tijdelijk voor privé-feesten of zakelijke events worden ingehuurd en op openbare grond komen te staan, vallen ook onder incidentele commerciële standplaatsen. Het is niet toegestaan een foodtruck in de openbare ruimte te plaatsen ten behoeve van een privéfeest dat gehouden wordt in een horeca-inrichting met keuken.
Categorie: Mededelingen
De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer over deze regio
Meer meldingen zoals "Beleidsregel Standplaatsen Apeldoorn 2026"

Omgeving
Bekendmaking van het voornemen tot het verlenen van een begrotingssubsidie aan Stichting Muziektent Oranjepark

Mededelingen
Beleidsregel Standplaatsen Apeldoorn 2026

APV
Nadere regels vergunningverlening en selectieprocedure standplaatsen Apeldoorn

APV
Besluit verbod onttrekken van grondwater kwetsbare beeklopen met waardevolle natuur 2026

Omgeving
Bekendmaking van het voornemen tot het verlenen van een begrotingssubsidie aan Stichting Apeldoornsche Bosch

Evenementen
Besluit evenementenvergunning Summerfair Korenstraat Apeldoorn d.d. 5 september 2026

APV
Besluit verbod onttrekken van grondwater natte landnatuur 2026

Omgeving
Bekendmaking van het voornemen tot het verlenen van een begrotingssubsidie aan Stichting VluchtelingenWerk Nederland

Mededelingen
Bekendmaking van het voornemen tot het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot gemeentelijke onroerende zaken

Omgeving
Bekendmaking van het voornemen tot het verlenen van een begrotingssubsidie aan Stichting Stimenz

Evenementen
Besluit evenementenvergunning De Opening binnenstad Apeldoorn d.d. 28 tot en met 30 augustus 2026

Omgeving
Terrasvergunning - besluit Het Apeldoorns Koffiehuys B.V., Hoofdstraat 140, 7311 BB Apeldoorn

