Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 houdende regels omtrent de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Omgevingswet (Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)

ic_location.svg

Locatie

ic_category.svg

Soort

Mededelingen

ic_calendar.svg

Gepubliceerd op

2026-09-18

ic_publisher.svg

Gepubliceerd door

Provincie Noord-Brabant

Informatie

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 8 september 2026 tot wijziging van de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant in verband met een aanpassing van de afwegingskaders voor het beheer van wilde zwijnen (Zesde wijziging Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Overwegende dat Gedeputeerde Staten hebben kennisgenomen van het Advies Zwijnencommissie – Stichting Faunabeheereenheid Noord-Brabant, vastgesteld op 25 juni 2025; Overwegende dat Gedeputeerde Staten het wenselijk vinden de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant te wijzigen in verband met een aanpassing van de afwegingskaders voor het beheer van wilde zwijnen; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel I Wijziging Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant De Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd: Bijlage 6 behorende bij de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling. Zie geel gemarkeerde tekst in bijlage voor de concrete wijziging. Artikel II Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. ’s-Hertogenbosch, 8 september 2026 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris, drs. G.H.E. Derks MPA Bijlage 1 behorende bij artikel I van de Zesde wijziging Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant Bijlage 6 behorende bij de artikelen 3.3.4 en 3.3.5 van de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant Afwegingskaders en voorwaarden beheer andere soorten Aardmuis, Microtus agrestis Provinciaal beleid De aardmuis is een algemeen voorkomend knaagdier. Vanwege zijn leefwijze en voedselkeuze kan er in bepaalde situaties sprake zijn van ernstige of belangrijke schade aan gewassen. GS kunnen een incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor de bestrijding van aardmuizen bij optredende schade aan gewassen, veehouderijen, bossen of andere vormen van eigendom. Hieronder wordt ook verstaan schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen of begraafplaatsen. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren •Plaatsen van nestkasten voor roofvogels; •Periodieke inundatie; •Aangepast landgebruik; •Minder diepe mestinjectie; Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Woelmuizen, ratten en mollen, www.BIJ12.nl. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende schade of gevaar. Middelen •Kastvallen; •Vangkooien; •Klemmen; •Inundatie •Middelen die krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten of vrijgesteld. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op provinciaal niveau niet in het geding kan komen. Bosmuis, Apodemus sylvaticus Provinciaal beleid De bosmuis is een algemeen voorkomend knaagdier. In tegenstelling tot zijn naam komt de bosmuis ok voor in het landelijk gebied en kan, vanwege zijn voorkomen en leefwijze ernstige of belangrijke schade aanbrengen aan gewassen, bossen of andere vormen van eigendom. GS kunnen incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor de bestrijding van bosmuizen bij optredende schade aan gewassen, veehouderijen, bossen of andere vormen van eigendom. Hieronder wordt ook verstaan schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen of begraafplaatsen. GS kunnen omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren •Plaatsen van nestkasten voor roofvogels; •Periodieke inundatie; •Aangepast landgebruik; •Minder diepe mestinjectie; •Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Woelmuizen, ratten en mollen, www.BIJ12.nl. Middelen •Kastvallen; •Vangkooien; •Klemmen; •Inundatie; •Middelen die krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten of vrijgesteld. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende schade of gevaar. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op provinciaal niveau niet in het geding kan komen. Bunzing, Mustela putorius Provinciaal beleid Hoewel er onvoldoende gegevens zijn over de trend en aantallen bunzings binnen de provincie is wel bekend dat deze soort incidenteel schade veroorzaakt aan gehouden kippen, ganzen, eenden en konijnen. Door het nemen van preventieve maatregelen, alsmede de bestaande mogelijkheid om deze diersoort opzettelijk te verontrusten (te verjagen), achten GS het alleen in heel bijzondere situaties acceptabel om een incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verlenen voor het vangen (en elders loslaten) van bunzings. Indien een dergelijke omgevingsvergunning wordt verleend zullen GS aan de vergunning strikte voorwaarden verbinden en onder formulering van strikte kaders dat het vangen en weer elders loslaten zodanig wordt uitgevoerd dat de dieren, of de populatie, hierdoor geen onnodig risico lopen of de overlevingskansen afnemen. Gezien de staat van instandhouding verlenen GS geen omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het doden van bunzings. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Nader te bepalen. Middelen •Kastvallen Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied Alleen in uitzonderlijke situaties in of nabij gebieden waar hermelijnen aantoonbaar hoge predatie vertonen van weidevogelnesten of -jongen. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort ook op regionaal en lokaal niveau niet in het geding kan komen. Damhert, Dama Dama Provinciaal beleid In Noord-Brabant komen geen vrije, in het wild levende populaties damherten voor. GS beschouwen de damherten welke binnen de provincie worden waargenomen niet als inheems. Het gaat om losgelaten of ontsnapte exemplaren. GS streven geen duurzame populatievorming na. Voor damherten streven GS een nulstand na. GS verlenen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het handhaven van de nulstand. Daarbij dienen ontsnapte of vrijgelaten dieren uit de natuur te worden verwijderd om te voorkomen dat er een zich voortplantende populatie kan vormen. Indien de eigenaar van de ontsnapte of losgelaten dieren kan worden achterhaald zal deze de dieren eerst zelf dienen te vangen (al dan niet middels verdoving) en terug te brengen naar een voor deze dieren geschikt en afdoende omheind terrein. Indien geen eigenaar kan worden aangewezen of achterhaald dan zullen de dieren op basis van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit van GS worden afgeschoten. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; •Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Niet van toepassing Middelen •Geweren (toegestane kalibers kogelgeweren); •Honden (niet zijnde lange honden); •Verdovingsgeweer; •Vangkooien; •Vangnetten. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld of restlichtversterker) over het gehele etmaal Gebied •Gehele provincie. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt verleend om uit gevangenschap ontsnapte of vrijgelaten damherten te doden ten behoeve van de uitvoering van het nulstandbeleid. Het doden van deze dieren vindt enkel plaats indien vangen (al dan niet middels verdoving) en weer terugbrengen naar een geschikte verblijfplaats of opvanglocatie niet mogelijk blijkt. Das, Meles meles Provinciaal beleid In geval van schade aan infrastructurele dijklichamen is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het verontrusten en verjagen van dassen beschikbaar. In uitzonderlijke gevallen kunnen dassen gevangen en verplaatst worden of hun verblijfplaatsen worden aangetast of vernietigd. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt verleend op grond van een goedgekeurd faunabeheerplan. GS verlenen in principe geen omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het doden van dassen. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor het vangen of het aantasten van verblijfplaatsen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Alleen in uiterste gevallen zullen GS een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor het doden van dassen. Een dergelijke vergunning wordt pas verleend nadat er middels een uitgebreide toets is komen vast te staan dat alternatieven niet voorhanden zijn. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Das, www.BIJ12.nl. Middelen •Kastvallen; •Vangkooien; •Vangnetten; •Geweer. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld of restlichtversterker) ook tussen zonsondergang en zonsopgang (bij omgevingsvergunning te bepalen) Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende ernstige schade of gevaar (vooral dijklichamen). Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort ook op regionaal niveau niet in het geding kan komen. Edelhert, Cervus elaphus Provinciaal beleid In Noord-Brabant komen geen vrije, in het wild levende populaties edelherten voor. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat in de toekomst de soort zich van nature in de provincie zal vestigen gaan GS er vooralsnog vanuit dat het bij waarnemingen van edelherten gaat om losgelaten of ontsnapte exemplaren. GS streven voor deze soort geen duurzame populatievorming na. GS verlenen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het handhaven van de nulstand. Daarbij dienen ontsnapte of vrijgelaten dieren uit de natuur te worden verwijderd om te voorkomen dat er een zich voortplantende populatie kan vormen. Indien de eigenaar van de ontsnapte of losgelaten dieren kan worden achterhaald zal deze de dieren eerst zelf dienen te vangen (al dan niet middels verdoving) en terug te brengen naar een voor deze dieren geschikt en afdoende omheind terrein. Indien geen eigenaar kan worden aangewezen of achterhaald dan zullen de dieren op basis van de omgevingsvergunning van GS worden afgeschoten. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van ernstige schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; •ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Hertachtigen, www.BIJ12.nl. Middelen •Geweren (toegestane kalibers kogelgeweren); •Honden (niet zijnde lange honden); •Verdovingsgeweer; •Vangkooien; •Vangnetten. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld, restlichtversterker of demper) over het gehele etmaal (bij omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te bepalen). Gebied •Gehele provincie. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt verleend om uit gevangenschap ontsnapte of vrijgelaten edelherten te doden ten behoeve van de uitvoering van het nulstandbeleid. Het doden van deze dieren vindt enkel plaats indien vangen (al dan niet middels verdoving) en weer terugbrengen naar een geschikte verblijfplaats of opvanglocatie niet mogelijk blijkt. Haas, Lepus europaeus Provinciaal beleid GS streven naar een duurzame instandhouding van de populatie, waarbij ernstige landbouwschade wordt voorkomen en risico’s voor het luchtverkeer worden uitgesloten. Het haas is een wildsoort en daar mag in het jachtseizoen van 15 oktober t/m 31 december op worden gejaagd. De stand moet met reguliere bejaging op een zodanig niveau worden gehouden dat hiermee ernstige schade aan gewassen gedurende het gehele jaar kan worden voorkomen. Wanneer de jacht is gesloten is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen mogelijk, op grond van een goedgekeurd faunabeheerplan. GS gaan er echter vanuit dat dit enkel in bijzondere situaties aan de orde kan zijn en dat, naast bejaging in het jachtseizoen, ernstige schade kan worden voorkomen door het treffen van werende of verjagende maatregelen. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor het vangen of doden in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Maatregelen als beschreven in de Faunaschade Preventiekit Module Haasachtigen, www.BIJ12.nl. Middelen •Hagelgeweren; •Honden (niet zijnde lange honden); •Haviken, slechtvalken en woestijnbuizerds. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende ernstige schade of gevaar. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat reguliere bejaging onvoldoende mogelijk is geweest om ernstig schade aan gewassen gedurende het hele jaar te voorkomen; •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet, of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort ook op regionaal niveau niet in het geding kan komen. Hermelijn, Mustela erminea Provinciaal beleid Van de hermelijn geldt dat deze landelijk een afnemende trend heeft. Van deze soort is uit landelijke gegevens bekend dat deze incidenteel schade veroorzaakt aan grondbroedende vogels en met name weidevogels. Door het nemen van preventieve maatregelen, alsmede de bestaande mogelijkheid om deze diersoort opzettelijk te verontrusten (te verjagen), achten GS het alleen in heel bijzondere situaties en bij uitzondering acceptabel om incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verlenen voor het vangen (en elders loslaten) van hermelijnen. Indien een dergelijke omgevingsvergunning wordt verleend zullen GS aan de vergunning strikte voorwaarden verbinden en onder formulering van strikte kaders dat het vangen en weer elders loslaten zodanig wordt uitgevoerd dat de dieren, of de populatie, hierdoor geen onnodig risico lopen of de overlevingskansen afnemen. Gezien de staat van instandhouding verlenen GS geen omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het doden van hermelijnen. Wettelijke belangen In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Nader te bepalen Middelen •Kastvallen. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Alleen in uitzonderlijke situaties in of nabij gebieden waar hermelijnen aantoonbaar hoge predatie vertonen van weidevogelnesten of -jongen. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor vangen (en elders loslaten) wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet, of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort ook op regionaal en lokaal niveau niet in het geding kan komen Konijn, Oryctolagus cuniculus Provinciaal beleid Het konijn is een wildsoort en daar mag in het jachtseizoen van 15 augustus t/m 31 januari op worden gejaagd. Dit kan van zonsopkomst tot zonsondergang met fretten, buidels, kastvallen, vangkooien, honden, jachtvogels en het geweer. Konijnen mogen op grond van de landelijke vrijstelling het hele jaar in het buitengebied worden gevangen en gedood waar belangrijke schade is ontstaan of waar kans op belangrijke schade is. Aanvullend op de vrijstelling kunnen GS een incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor het gebruik van niet bij vrijstelling toegelaten methoden of middelen alsmede het gebruik van het geweer buiten de wettelijk toegestane tijdstippen, met toepassing van kunstlicht of restlichtversterker of binnen de bebouwde kom en op gronden welke niet voldoen aan de wettelijke eisen van een jachtveld. Tevens kunnen GS een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor de bestrijding van konijnen op sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Haasachtigen, www.BIJ12.nl. Middelen •Geweren; •Honden, niet zijnde lange honden; •Haviken, slechtvalken en woestijnbuizerds; •Fretten; •Kastvallen; •Vangkooien; •Buidels; •Vangnetten; •Gebruik van kunstlicht, lichtversterker, warmtebeeldkijker en/of demper. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld restlichtversterker of demper) ook tussen zonsondergang en zonsopgang (bij omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te bepalen) Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende ernstige schade of gevaar. Voorwaarden/voorschriften Een incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend, indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op provinciaal niveau niet in het geding kan komen. •Kastvallen, vangkooien, vangnetten en kunstlicht/restlichtversterker mogen alleen ingezet worden als deze opgenomen zijn in de vergunning. Ree, Capreolus capreolus Provinciaal beleid Reeën komen in de gehele provincie Noord-Brabant voor. Totaal meer dan 10.000 dieren. Jaarlijks komen er circa 1.000 reeën om door aanrijdingen in het verkeer. GS hebben de bevoegdheid om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verlenen voor het planmatig beheren van deze populatie(s). Dit in het belang van de volksgezondheid (verkeersveiligheid) maar ook ter voorkoming van ernstige schade aan landbouw, alsmede om de omvang van de populatie middels regulatie te kunnen beperken of te stabiliseren. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit zal enkel kunnen worden verleend op grond van een goedgekeurd faunabeheerplan. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor het doden of het aantasten van verblijfplaatsen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Voorts kan, indien de noodzaak hiertoe is aangetoond in het goedgekeurde faunabeheerplan, een vergunning worden verleend voor het gebruik van het geweer tussen zonsondergang en zonsopgang, alsmede op gronden die niet voldoen aan de omvangseisen van een jachtveld. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; •Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Hertachtigen, www.BIJ12.nl. Preventieve maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid, geanalyseerd en uitgevoerd op basis van de Leidraad vermindering aanrijdingen reeën (januari 2017). Middelen •Geweren; •Honden, niet zijnde lange honden; •Gebruik van kunstlicht, lichtversterker, warmtebeeldkijker en/of demper. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld of restlichtversterker of demper) ook tussen zonsondergang en zonsopgang (bij omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te bepalen) Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende ernstige schade of gevaar en welke zijn beschreven in het faunabeheerplan. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op regionaal niveau -al dan niet beoordeeld op leefgebiedsniveau- niet in het geding kan komen. Rosse woelmuis, Myodus glareolus Provinciaal beleid De Rosse woelmuis is een algemeen voorkomend knaagdier. Het is een soort die zich vooral ophoudt in bosrijke omgeving of bosjes. Vanwege zijn leefwijze en voedselkeuze wordt niet verwacht dat deze soort ernstige of belangrijke schade aan gewassen zal veroorzaken. Alleen in bijzondere situaties zullen GS een incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor de bestrijding van Rosse woelmuizen bij optredende ernstige schade aan gewassen, veehouderijen, bossen of andere vormen van eigendom. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren •Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Woelmuizen, ratten en mollen, www.BIJ12.nl. Middelen •Kastvallen; •Vangkooien; •Klemmen; •Inundatie; •Middelen die krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten of vrijgesteld. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende schade / gevaar. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort ook op regionaal en lokaal niveau niet in het geding kan komen. Steenmarter, Martes foina Provinciaal beleid Steenmarters hebben de laatste decennia een succesvolle opmars in Nederland gemaakt en ook in Noord-Brabant. Door hun leefwijze kunnen steenmarters overlast veroorzaken in gebouwen en woningen. Maar ook is bekend dat zij schade aanrichten aan apparatuur en voertuigen. Ook is bekend dat steenmarters schade veroorzaken aan (zowel hobbymatig als bedrijfsmatig) gehouden pluimvee. Verder kunnen steenmarters schade veroorzaken aan beschermde inheemse fauna, en met name aan bodembroedende vogels, zoals weidevogels. Op grond van de Omgevingsverordening Noord-Brabant kunnen gemeenten (na goedkeuring van een soortbeheerplan) gebruik maken van een vrijstelling om overlast binnen een bebouwde kom te bestrijden. GS kunnen een incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor het vangen, doden en/of het aantasten van vaste verblijfplaatsen. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het doden zal enkel in zeer bijzondere situaties worden verleend, waarbij dan tevens in acht wordt genomen dat een vrijkomend territorium bij het doden van een exemplaar snel wordt ingenomen door een andere steenmarter. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het doden wordt dan ook alleen verleend indien deze ingreep in samenhang plaatsvindt met andere handelingen of maatregelen. Deze handelingen en maatregelen moeten zijn opgenomen in een goedgekeurd faunabeheerplan. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; •Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Gebouwen, hogere gebouwdelen (zoals dakranden) en auto’s ontoegankelijk voor steenmarters te maken; gebruik van wettelijk toegestane afschrik- of afweermiddelen. Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Vossen en marterachtigen, www.BIJ12.nl. Middelen •Kastvallen; •Vangkooien •Gebruik van kunstlicht, lichtversterker, warmtebeeldkijker en/of demper. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld of restlichtversterker of demper) ook tussen zonsondergang en zonsopgang (bij omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te bepalen) Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende schade of gevaar. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •in geval een omgevingsvergunning voor doden wordt verleend kan dit alleen op basis van een goedgekeurd faunabeheerplan waarbij ook andere handelingen en maatregelen om overlast, schade of andere effecten integraal worden beschreven en toegepast. •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op provinciaal niveau niet in het geding kan komen. Veldmuis, Microtus arvalis Provinciaal beleid De veldmuis is een algemeen voorkomend knaagdier. Vanwege zijn leefwijze en voedselkeuze kan er in bepaalde situaties sprake zijn van ernstige schade aan gewassen. Bij provinciale verordening is vrijstelling verleend voor het doden van veldmuizen ter voorkoming van ernstige schade aan gewassen. Aanvullend kunnen GS een incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen voor de bestrijding van veldmuizen bij optredende schade aan gewassen, veehouderijen, bossen of andere vormen van eigendom. Hieronder wordt ook verstaan schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen of begraafplaatsen. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren •Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Woelmuizen, ratten en mollen, www.BIJ12.nl. Middelen •Kastvallen; •Vangkooien; •Klemmen; •Inundatie •Middelen die krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten of vrijgesteld. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende schade of gevaar. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op provinciaal niveau niet in het geding kan komen. Vos, Vulpes vulpes Provinciaal beleid Vossen komen in de gehele provincie voor. Vossen veroorzaken door hun predatie schade aan m.n. veehouderijen en kwetsbare grond-broeders. Vossen mogen op grond van de landelijke vrijstelling het hele jaar in het buiten-gebied worden gevangen en gedood waar schade is ontstaan of waar kans op schade is. Aanvullend op de vrijstelling kan door GS omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden verleend voor het gebruik van niet bij vrijstelling toegelaten methoden of middelen, alsmede het gebruik van het geweer buiten de wettelijk toegestane tijdstippen, met toepassing van kunstlicht of restlichtversterker of binnen de bebouwde kom en op gronden welke niet voldoen aan de wettelijke eisen van een jachtveld. GS verlenen bovengenoemde omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; •op voorhand, voor de looptijd van een faunabeheerplan, in geval van het belang van de bescherming van de wilde fauna, en met name ten behoeve van de bescherming van weidevogelpopulaties; •incidenteel, op grond van een fauna-beheerplan, bij aangetoonde dreigende ernstige schade aan veehouderijen. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen bij risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; •Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Maatregelen als beschreven in de Faunaschade Preventiekit Module Vossen en marterachtigen, www.BIJ12.nl. Middelen •Geweren (toegestane kalibers hagel en/of kogelgeweren); •Honden (niet zijnde lange honden); •vangkooien; •vangnetten; •Gebruik van kunstlicht, lichtversterker, warmtebeeldkijker en/of demper. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld, restlichtversterker of demper) ook tussen zonsondergang en zonsopgang (bij omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te bepalen) Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende schade of gevaar. •Op gronden welke niet voldoen aan de eisen van een jachtveld. Voorwaarden/voorschriften Opgenomen in de artikelen 4.18 en 4.19 van de Omgevingsregeling t.a.v. het gebruik van de vrijstelling voor het doden van vossen. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op provinciaal niveau niet in het geding kan komen. Wezel, Mustela nivalis Provinciaal beleid Voor de wezel geldt dat er landelijk en ook provinciaal sprake is van een afnemende trend. Daarbij zijn weinig concrete gegevens bekend van schade die wezels aanrichten. Er worden echter wel meldingen gedaan van predatie door wezels op weidevogelpopulaties. Door het nemen van preventieve maatregelen, en de bestaande mogelijkheid om deze diersoort opzettelijk te verontrusten (te verjagen) kan onnodige en ongewenste predatie worden beperkt. Daarom achten GS het alleen in heel bijzondere situaties acceptabel om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verlenen voor het vangen (en elders loslaten) van wezels. Indien een dergelijke omgevingsvergunning wordt verleend zullen GS aan de vergunning strikte voorwaarden verbinden en onder formulering van strikte kaders dat het vangen en weer elders loslaten zodanig wordt uitgevoerd dat de dieren, of de populatie, hierdoor geen onnodig risico lopen of de overlevingskansen afnemen. Gezien de staat van instandhouding verlenen GS geen omgevingsvergunning voor het doden van wezels. Wettelijke belangen In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Nader te bepalen Middelen •Kastvallen. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Alleen in uitzonderlijke situaties in of nabij gebieden waar hermelijnen aantoonbaar hoge predatie vertonen van weidevogelnesten of -jongen. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet, of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort ook op regionaal en lokaal niveau niet in het geding kan komen Wild zwijn, Sus scrofa Provinciaal beleid Het provinciaal beleid erkent de intrinsieke en ecologische meerwaarde van het wild zwijn als beschermde inheemse diersoort en is daarbij ook gericht op het beperken van overlast, landbouw- en natuurschade, verkeersaanrijdingen, risico’s op Afrikaanse varkenspest en het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. Het zwijnenadvies van de Faunabeheereenheid Noord-Brabant ligt hieraan ten grondslag. Dit betekent dat wilde zwijnen in beginsel vrijlevend zijn, maar onderhevig zijn aan populatiebeheer met oog op de genoemde belangen (scherp gereguleerd zwijnenbeheer). Bij de vergunningverlening en uitvoering van het beheer wordt onderbouwd dat het beheer geen afbreuk doet aan het streven om de populaties van het wild zwijn in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Daarbij worden verspreidingsgebied, populatie, leefgebied en toekomstperspectief betrokken. GS wensen structurele vestiging door natuurlijke verspreiding uitsluitend binnen bos- en natuurgebieden. Daarbij streven GS naar natuurlijk lage dichtheden, met een beoogde voorjaarsstand van circa één wild zwijn per 100 hectare. Het reguliere beheer volgens het faunabeheerplan richt zich primair op het voorkomen van negatieve effecten voor flora en fauna, landbouwschade, overlast in bebouwde kom en op risicobeperking voor Afrikaanse varkenspest en verkeersveiligheid. Hierbij ligt de focus op effecten en niet uitsluitend op populatieomvang. Migratie tussen bos- en natuurgebieden wordt toegestaan ten behoeve van genetische uitwisselingen en het toekomstperspectief van de soort. Conform het landelijke plan van aanpak Afrikaanse varkenspest vindt er preventief beheer plaats op risicolocaties ter beperking van de risico’s op insleep en verspreiding van de Afrikaanse varkenspest. Bij een daadwerkelijke uitbraak van Afrikaanse varkenspest voert het Rijk de regie en faciliteert de provincie de uitvoering binnen haar rol en bevoegdheid. Hierbij worden het landelijke en provinciale crisisdraaiboek gevolgd. Voor de periode 2026–2032 gelden de volgende maatschappelijk aanvaardbare schadeniveaus voor wild zwijn op provinciaal niveau: I.maximaal €200.000 getaxeerde directe schade aan gewassen per jaar; II.verkeersslachtoffers gemiddeld maximaal 3% van het jaarlijkse afschot, gemeten over 6 jaar; III.natuurdoelstellingen komen niet in het geding; IV.geen Afrikaanse varkenspest in de zwijnenpopulatie; V.geen vestiging binnen de bebouwde kom. Deze schadeniveaus zijn gebaseerd op de daadwerkelijke gemiddelde schadeniveaus anno 2025 en de doelen uit het advies om schade te voorkomen. Ze beogen een verbeterende situatie, uitgaande van een toenemende verspreiding en lagere dichtheid. De schadeniveaus worden in het faunabeheerplan of in uitvoeringsafspraken nader vertaald naar WBE-niveau, rekening houdend met verspreiding, leefgebied, schadehistorie, risico’s voor verkeersveiligheid, natuurdoelstellingen en uitvoerbaarheid van het beheer. De genoemde schadeniveaus vormen richtinggevende waarden voor de beoordeling of aanvullende beheersinspanningen noodzakelijk zijn. Bij dreigende overschrijding beoordelen GS welke aanvullende beheersinspanningen nodig zijn en op welk schaalniveau deze het meest effectief zijn, waaronder intensivering van het reguliere beheer, gerichte inzet op risicolocaties, aanvullende preventieve maatregelen of inzet van een interventieteam. GS toetsen daarbij steeds of de maatregelen noodzakelijk, proportioneel en uitvoerbaar zijn. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit verlenen voor gereguleerd zwijnenbeheer. In de vergunning kunnen GS, voor zover noodzakelijk en voldoende gemotiveerd, aanvullende middelen en methoden voor het vangen en doden van wilde zwijnen, naast de inzet van het geweer, toestaan. GS onderschrijven de noodzaak van de inzet van een interventieteam bij onvoldoende effectief beheer door de plaatselijke jachthouders of wanneer medewerking van de grondgebruiker ontbreekt. De inzet van een interventieteam wordt geregeld in de omgevingsvergunning voor gereguleerd zwijnenbeheer. In die vergunning kunnen GS tevens de gedoogplicht op grond van artikel 10.29 Omgevingswet betrekken, zodat beheer onder voorwaarden ook kan plaatsvinden zonder toestemming van de grondgebruiker. De inzet vindt plaats op basis van een door Faunabeheereenheid Noord-Brabant opgesteld protocol met escalatieladder, als onderdeel van het faunabeheerplan, en een op basis daarvan aangevraagde vergunning. Voor beheer in of nabij Natura 2000-gebieden beoordelen GS per gebied of het beheer direct verband houdt met of nodig is voor het behalen van instandhoudingsdoelstellingen, dan wel kan leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-waarden. Indien beheer van wilde zwijnen noodzakelijk is ter bescherming van Natura 2000-doelstellingen, beoordelen GS of dit beheer als beheermaatregel in het Natura 2000-beheerplan kan worden opgenomen. Indien GS van oordeel zijn dat beheer niet als zodanig kan worden aangemerkt, wordt via een voortoets beoordeeld of significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Als dat niet het geval is, vindt een passende beoordeling plaats. Wettelijke belangen GS kunnen gereguleerd zwijnenbeheer vergunnen: •In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; •Ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; •Ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Wild Zwijn, www.BIJ12.nl. Middelen en methoden •Geweren (toegestane kaliber kogelgeweren); •Gebruik van kunstlicht-, warmtebeeld- en restlichtversterker; •Gebruik van geluidsdemper (mits met toestemming op grond van de Wet Wapens en Munitie) •Vangkooien Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar •Het gebruik van het geweer (al dan niet met gebruik van kunstlicht, warmtebeeld, restlichtversterker of demper) ook tussen zonsondergang en zonsopgang •Idem, gedurende de nachtperioden van zon- en feestdagen Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar wilde zwijnen, al dan niet via natuurlijke verspreiding, aanwezig zijn; •Binnen de bebouwingscontour jacht; •Op gronden welke niet voldoen aan de eisen van een jachtveld. Voorwaarden/voorschriften GS verlenen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor gereguleerd zwijnenbeheer op basis van een door hen goedgekeurd faunabeheerplan. Dit geldt voor gebieden of op locaties waar wilde zwijnen aanwezig zijn of zich kunnen vestigen in de gehele provincie. De vergunning kan voorzien in populatiebeheer. GS kunnen voorwaarden verbinden aan de vergunning. Op grond van de vergunningsaanvraag motiveren en begrenzen GS de inzet van de middelen en methoden nader in de vergunningvoorschriften. Daarbij betrekken zij de noodzaak, proportionaliteit, uitvoerbaarheid, veiligheid en eventuele gebiedsspecifieke voorwaarden. Woelrat, Arvicola amphibius Provinciaal beleid De woelrat is een algemeen voorkomend knaagdier. Vanwege zijn leefwijze en voedselkeuze kan er in bepaalde situaties sprake zijn van ernstige of belangrijke schade aan gewassen. Bij provinciale verordening is vrijstelling verleend voor het doden van woelratten waar schade kan optreden bij teelt aan appels en/of peren. Aanvullend kunnen GS incidentele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen bij optredende schade aan gewassen, veehouderijen, bossen of andere vormen van eigendom. Hieronder wordt ook verstaan schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen of begraafplaatsen. GS kunnen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verlenen in geval van risico’s voor de volksgezondheid of openbare veiligheid. Wettelijke belangen •Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; •In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; •Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; Passende en doeltreffende maatregelen voor preventie of weren •Maatregelen als beschreven in de Faunaschade PreventieKit module Woelmuizen, ratten en mollen, www.BIJ12.nl. Periode(n) en tijdstippen •Het gehele jaar Gebied •Gehele provincie, in gebieden of op locaties waar sprake is van concrete dreigende schade of gevaar. Middelen •Kastvallen; •Vangkooien; •Klemmen; •Inundatie •Middelen die krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten of vrijgesteld. Voorwaarden/voorschriften Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt alleen verleend indien: •aangetoond is dat andere bevredigende maatregelen niet of in onvoldoende mate effectief zijn; •verzekerd is dat de staat van instandhouding van de soort op provinciaal niveau niet in het geding kan komen. Toelichting behorende bij de Zesde wijziging Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant Algemeen Naar aanleiding van het ‘Advies wilde zwijnen in Noord-Brabant’ van Stichting Faunabeheereenheid Noord-Brabant (FBE), vastgesteld op 25 juni 2025, hebben Gedeputeerde Staten met deze wijzigingsregeling besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van het onderdeel Wild Zwijn en over te gaan naar scherp gereguleerd zwijnenbeheer. Dit houdt in dat wilde zwijnen vrij mogen leven in de bos- en natuurgebieden van de provincie, maar actief worden beheerd om populaties in een lage dichtheid te houden. Gedeputeerde Staten zijn van oordeel dat scherp gereguleerd zwijnenbeheer bijdraagt aan het beperken van landbouwschade, verkeersaanrijdingen, overlast en risico’s op Afrikaanse varkenspest (AVP). Bovendien geeft dit ruimte aan de intrinsieke en ecologische meerwaarde van het wild zwijn en sluit het aangepaste beleid beter aan bij de feitelijke situatie in de provincie Noord-Brabant. Als gevolg van deze beleidswijziging verandert de situatie waarin grondgebruikers hun agrarische bedrijfsvoering uitoefenen. Gedeputeerde Staten achten het niet redelijk de gevolgen van deze wijziging onmiddellijk en volledig ten laste van grondgebruikers te laten komen, maar vinden het evenmin wenselijk dat herhaaldelijke schade blijvend en in overwegende mate door de provincie wordt gedragen. Gedeputeerde Staten hebben met de Tweede wijziging Beleidsregel nadeelcompensatie en andere schadevergoeding Noord-Brabant beleid vastgesteld dat beoogt een evenwicht te vinden tussen het bieden van een redelijke tegemoetkoming als gevolg van het gewijzigde provinciale beleid voor wilde zwijnen en het stimuleren van grondgebruikers om, naarmate schade zich vaker voordoet en beter voorzienbaar wordt, meer maatregelen te treffen om schade te voorkomen of te beperken. Gelijktijdig met de invoering van scherp gereguleerd zwijnenbeheer en een gewijzigd schadevergoedingenbeleid m.b.t. schade door wilde zwijnen investeert de provincie Noord-Brabant in maatregelen die zijn gericht op het voorkomen, beperken en tijdig signaleren van schade door wilde zwijnen. Daarbij wordt onder meer ingezet op een stimuleringsregeling voor preventieve maatregelen, aanvullende coördinatie van beheer en lokale samenwerking door de FBE en de ontwikkeling van een signaleringsapp voor het laagdrempelig melden van schade en de aanwezigheid van wilde zwijnen. Dit past binnen de in het zwijnenadvies van de FBE genomen randvoorwaarden, zijnde een gezamenlijk pakket aan actiepunten waar invulling en uitvoering aan moet worden gegeven door alle betrokken partijen, voor het succesvol implementeren van het aangepaste beleid en aanpak. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris, drs. G.H.E. Derks MPA

Categorie: Mededelingen

De categorie 'mededelingen' is een restcategorie. De inhoud hiervan is sterk wisselend per gemeente en bevat zaken zoals gedoogbesluiten, huisnummerbesluiten, agenda’s en notulen, openingstijden en verkiezingen. Geadviseerd wordt om deze categorie niet zonder additionele zoektermen te gebruiken.

Meer meldingen zoals "Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 houdende regels omtrent de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Omgevingswet (Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)"

Mededelingen

Mededelingen

Kennisgeving prioritering transportcapaciteit

Mededelingen

Mededelingen

PUBLICATIE VOORNEMEN TOT VERKOOP

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 5 december 2023 houdende regels omtrent de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Omgevingswet (Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Projectbesluit Vispassage en gemaal Arcen

Mededelingen

Mededelingen

Besluit aanpassing onttrekkingsverbod oppervlaktewater Noord- en Midden-Limburg van het beheergebied van Waterschap Limburg 2026 (fase oranje)

Mededelingen

Mededelingen

Ter inzage legging Najaarsnota 2026

Mededelingen

Mededelingen

Begroting 2027

APV

APV

Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen land van Cuijk 2026

Mededelingen

Mededelingen

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, van 5 december 2023 tot vaststelling van een beleidsregel over nadeelcompensatie en tegemoetkoming in schade in verband met de invoering van titel 4.5 van de Algemene wet...

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Kennisgeving ontwerpbesluit wijziging werkingsgebied ‘kanovaart overig’

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Ontwerpbesluit wijziging werkingsgebied 'kanovaart overig'

APV

APV

Subsidieregeling Isoleren Woningen – Grondgebonden Koopwoningen Nijmegen